21bb3872 Bijlage 1 behorende bij 21bb3873 over Opbrengsten evaluatieonderzoek Rotterdamse TaalStart (RTS)
Tekst van het document
Memo Maatschappelijke Ontwikkeling Afdeling PGW&Z Participatie & Stedelijke Zorg PGW&Z B&O Taal, Integratie & Sociale Zekerheid
Aan
:
Commissie Wiisa
Datum
:
16 maart 2021
Betreft
:
Evaluatieonderzoek Rotterdamse TaalStart
Bezoekadres: Het Timmerhuis Halvemaanpassage 90, Rotterdam Postadres: Postbus 70032 3000 LP Rotterdam Internet: rotterdam.nl/ Van: Carolien Vogelaar E-mail: hgc.vogelaar@rotterdam.nl
Bijlage 1: Evaluatieonderzoek Rotterdamse TaalStart Ter voorbereiding op het ingaan van de nieuwe Wet Inburgering per 1 januari 2022, heeft de gemeente Rotterdam laten onderzoeken in hoeverre de Rotterdamse Taalstart (RTS) bijdraagt aan een eerste stap in het integratieproces van statushouders. De RTS wordt sinds eind 2016 uitgevoerd. De evaluatie betrof het programma zoals het (sinds september 2019) door TopTaal wordt uitgevoerd. De RTS is voor statushouders die net in Rotterdam zijn gevestigd. Met de RTS – een programma dat acht weken duurt - beoogt de gemeente de taalvaardigheid en de zelfredzaamheid van de Rotterdamse statushouders te verbeteren. Na afloop van de RTS volgen statushouders het reguliere inburgeringstraject. Dit onderzoek heeft tot doel om beter inzicht te krijgen in de werkzame elementen van het programma en in de bijdrage die het programma levert aan het integratieproces van statushouders. Het Verwey-Jonker Instituut is in april 2020 begonnen met het onderzoek naar de RTS. Het gehele onderzoek kunt u hier (vanaf 8 april beschikbaar) vinden. Samenvatting opbrengsten evaluatieonderzoek RTS.
Uit het onderzoek blijkt dat de RTS bijdraagt aan een goede start van statushouders in Rotterdam, in de zin dat statushouders over het algemeen beter begrijpen wat er van hen verwacht wordt in Nederland (dan wanneer ze de RTS niet hadden gevolgd), en er meer motivatie ontstaat om in te burgeren en te integreren. De RTS activeert statushouders om na het traject (sneller) verder te gaan, bijvoorbeeld met de inburgering. Ook worden statushouders dankzij de RTS wegwijs gemaakt in de Nederlandse samenleving en in Rotterdam in het bijzonder. Zo krijgen statushouders allerlei praktische informatie, bijvoorbeeld over hoe het inschrijven bij een huisarts in zijn werk gaat, over DUO en de inburgering, over manieren waarop je goedkoop kunt winkelen, en over de organisaties/instanties waarbij ze terecht kunnen voor vragen. Ook leren statushouders Nederlandse woorden en kunnen ze aan het einde van de RTS over het algemeen zinnen maken en gesprekjes voeren. De mate waarin deze ervaren opbrengsten worden gerealiseerd, lijkt te verschillen per statushouder. Bij sommige statushouders is de afstand tot de Nederlandse samenleving zo groot, dat het waarschijnlijk moeilijk(er) is om de informatie die zij tijdens de RTS ontvangen, te verwerken.
Daarnaast ervaren (sommige) hoogopgeleide/zelfredzame statushouders de taallessen als minder of onvoldoende nuttig, wat hen kan demotiveren om de RTS te volgen. Toch zijn zowel deelnemers als professionals overwegend positief over de ervaren opbrengsten. Daarnaast is het van belang om te benadrukken dat de RTS slechts de eerste stap is in de integratie van statushouders, en dat het niet realistisch is om grote stappen te verwachten op gebied van taal en zelfredzaamheid. Ook biedt VluchtelingenWerk (tijdens en na afloop van de RTS) verdere individuele ondersteuning aan statushouders, gericht op praktische informatie, wegwijs worden en zelfredzaamheid.
Blad: 2/4 Datum: 22 maart 2021
Verder blijkt uit het onderzoek dat de RTS niet of nauwelijks tot meer en/of intensieve contacten met mede-Rotterdammers (niet-statushouders) leidt. Deelnemers vinden het over het algemeen erg fijn om op deze manier mensen te leren kennen en (nieuwe) vrienden te maken. Werking van het programma De workshops en excursies worden het meest gewaardeerd en nuttig gevonden door de deelnemers. Dit heeft enerzijds te maken met de informatie die deelnemers krijgen (inhoud), en anderzijds met de aanpak van het programma (vorm), waarbij deelnemers zelf werken aan opdrachten en erop uitgaan. Bij een online RTS is het helaas niet mogelijk om fysiek op excursie te gaan, plekken te bezoeken en met het openbaar vervoer te reizen. Het programma is daarom aangepast en zijn er meer praktijkopdrachten voor in de plaats gekomen, die op afstand uitgevoerd worden. Volgens deelnemers en professionals helpt het ook dat statushouders snel aan de slag gaan met een intensief programma (timing van de RTS: binnen enkele weken na huisvesting). Verder werkt het in groepsverband volgen van de RTS motiverend. Daarbij kunnen deelnemers elkaar ook stimuleren om zich na de RTS aan te melden voor de inburgering. Om ervoor te zorgen dat er (ongeveer) elke twee weken een nieuwe groep kan beginnen (met voldoende deelnemers per groep), werkt TopTaal met heterogene groepen.
Docenten hebben de taak om, waar nodig, binnen een groep de lessen aan te passen op de mogelijkheden van de individuele deelnemers (differentiëren). Toch komt in de interviews met deelnemers een duidelijke voorkeur voor (meer) homogene groepen naar voren voor wat betreft taal- en/of opleidingsniveau, zodat er beter aan de behoeften van verschillende groepen statushouders tegemoet wordt gekomen. Aandachtspunten van deelnemers en professionals Deelnemers hebben onder meer de volgende verbeterpunten voor de RTS benoemd: • Besteed meer aandacht aan vertalingen of toelichtingen in een taal die de deelnemers verstaan. Ook voor statushouders die het Nederlands en Engels niet beheersen, zou dit altijd mogelijk moeten zijn. Dit kan bijvoorbeeld via klasgenoten met dezelfde (moeder)taal die kunnen ondersteunen, of via vrijwilligers (bijvoorbeeld Eigen Taal Ondersteuners). • Zorg voor betere faciliteiten en materialen, bijvoorbeeld betere/modernere klaslokalen en het gebruik van een smartboard. In de aanloop naar het nieuwe inburgeringsstelsel hebben professionals een aantal aandachtspunten voor de RTS benoemd: • Bij de doorontwikkeling van de RTS moet rekening gehouden worden met de rol die het kan spelen bij het opstellen van het PIP (Plan Inburgering en Participatie). • Daarnaast is het belangrijk dat statushouders na afloop van de RTS meteen kunnen starten met een vervolgtraject.
Bij voorkeur sluit dit aan op hetgeen de deelnemers bij de RTS hebben geleerd, bijvoorbeeld met betrekking tot oriëntatie op de arbeidsmarkt. • In het kader van een doorlopende leerlijn is het belangrijk dat uitvoerende partijen bij de inburgering informatie over statushouders aan elkaar uitwisselen, en dat de verschillende onderdelen van het inburgeringsaanbod, waaronder de RTS, (ook organisatorisch) op elkaar aansluiten.
Blad: 3/4 Datum: 22 maart 2021
Aanbevelingen Op basis van de uitkomsten van het onderzoek heeft het Jonker-Verwey instituut de volgende aanbevelingen aan de gemeente Rotterdam en TopTaal voor de doorontwikkeling van de RTS of een soortgelijk programma: 1.
Houd de rol van de RTS binnen het nieuwe inburgeringsstelsel scherp voor ogen. Een mogelijkheid kan zijn om het taalaanbod te integreren in de workshops (waarbij de nadruk ligt op het leren van belangrijke woorden). Zo kunnen deelnemers kennis maken met Nederland en Rotterdam en praktische informatie krijgen (de eerste stappen) zoals nu al gebeurt binnen de RTS, én komt er tijd vrij voor aanvullende activiteiten die de uitvoeringsorganisatie en de gemeente mede in staat stellen om een beter beeld te krijgen van wie de statushouder is.
2.
Houd rekening met (grote) verschillen tussen statushouders in een groep. Overweeg om een statushouder op een later moment te laten starten indien dit naar verwachting sterk bijdraagt aan een veilige sfeer in de klas, of indien er nog geen klasgenoten of vrijwilligers beschikbaar zijn die deelnemers die het Nederlands en Engels niet beheersen, in de eigen taal kunnen ondersteunen bij het begrijpelijk maken van de les. Blijf daarnaast in de lessen en workshops rekening houden met eventuele (grote) verschillen in kennis en behoeften tussen statushouders binnen een groep, en pas het programma hier zowel inhoudelijk als qua werkvormen op aan.
3.
Investeer in faciliteiten en materialen die het gebruik van afwisselende lesvormen mogelijk maken. Zorg voor duidelijke afspraken tussen gemeenten en betrokken organisaties en deelnemers over (mogelijkheden voor, en het regelen van) kinderopvang, een OV-chipkaart en eventuele reiskostenvergoeding.
4.
Zorg voor duidelijke informatievoorziening aan statushouders; zowel over het inburgeringstraject als geheel (op hoofdlijnen), als over het aanbod in de eerste maanden na huisvesting in de gemeente Rotterdam (waaronder de RTS).
5.
Zorg ervoor dat statushouders, wanneer ze beginnen met de RTS, hier mentaal voldoende ruimte voor hebben. Naast uitleg geven aan statushouders over de bedoeling van de RTS, zou de gemeente (of een andere partij die bij statushouders betrokken is) eventuele zorgen van statushouders kunnen verlichten door ze tijdig – waar nodig, en eventueel in samenwerking met, of in aanvulling op de maatschappelijke begeleiding - te ondersteunen bij zaken rond de verhuizing en andere praktische zaken.
6.
Denk na over hoe de aanpak voor (alleenstaande) vrouwelijke statushouders met jonge kinderen zo goed mogelijk kan worden vormgegeven. Houd hierbij rekening met de (verschillende) behoeften van de individuele statushouders, en de verwachtingen en wensen van de volwassen gezinsleden ten aanzien van participatie en zorgtaken. Zorg dat de benodigde randvoorwaarden voor deze groep statushouders (zoals kinderopvang) aanwezig zijn om het inburgeringsaanbod, te beginnen met de RTS, te kunnen volgen.
Op basis van de bovenstaande punten houden we het bestaande programma tegen het licht
Blad: 4/4 Datum: 22 maart 2021
en nemen we de aanbevelingen mee om de RTS samen met de aanbieder bij te werken en te verbeteren, ook in voorbereiding op de nieuwe wet.