CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb3866 Bijlage 2 behorende bij 21bb3873 over Tweede Voortgangsrapportage Rotterdamse Opgave Inburgering (ROI)

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 20. Tweeminutendebat over statushouders en de Rotterdamse opgave inburgering.7.006 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Tweede Voortgangsrapportage

Van: Kernteam ROI Datum: Maart 2021

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Voortgang van de opgave

4

2.1

Landelijke ontwikkelingen

4

2.1.1

Uitstel nieuwe Wet inburgering

4

2.1.2

Wetgevingsproces

4

2.2

Lokale ontwikkelingen

5

2.2.1

Tijdig aanbesteden van externe diensten

5

2.2.2

Dit jaar starten met de uitvoering in de geest van de nieuwe Wet

5

2.2.3

Expertpool

5

2.2.4

Kwaliteitsconvenant taalaanbieders

6

2.2.5

ELIP-project

6

3

Voortgang bouwstenen nieuwe Wet inburgering

7

3.1

Brede intake

7

3.2

Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP)

7

3.3

Rotterdamse Taalstart (RTS)

8

3.4

De leerroutes

8

3.5

Maatschappelijke begeleiding

9

3.6

Financieel ontzorgen

10

3.7

Participatieverklaringstraject (PVT)

10

3.8

Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM)

11

3.9

Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP)

11

3.10

Monitoring en handhaving

11

4

Bedrijfsvoering

12

4.1

Planning

12

4.2

Inkoop

12

4.3

Begroting

14

4.4

Risico’s

14

4.5

Informatievoorziening en ICT

15

4.6

Communicatie

15

4.6.1

De samenwerkende partners

15

4.6.2

De uitvoerende interne teams

15

4.6.3

Statushouders en gezinsmigranten

16

4.7

Juridische aspecten

16

Datum

Pagina

2 maart 2021

2 van 20

1

Inleiding Sinds de eerste Voortgangsrapportage van afgelopen oktober1 (RIS: 20bb14568) zijn er diverse landelijke ontwikkelingen geweest rondom de nieuwe Wet inburgering. Daarnaast heeft de gemeente Rotterdam in de afgelopen maanden grote stappen gezet rondom de voorbereidingen op de uitvoering van de nieuwe wettelijke taken in het kader van de Rotterdamse Opgave Inburgering (ROI). In deze tweede voortgangsrapportage informeren wij u graag over de landelijke en lokale ontwikkelingen. In de eerste voortgangsrapportage hebben we de inhoud van de nieuwe wettelijke taken (bouwstenen) en de ROI (analyse, visie, doelstelling, etc.) uitgebreid beschreven. Voor de leesbaarheid zullen we in deze voortgangsrapportage vooral focussen op de ontwikkelingen van de afgelopen zes maanden zonder veel herhaling van de beschrijving in de eerste voortgangsrapportage. In dit document gaan we uitgebreid in op de volgende ontwikkelingen van het afgelopen halfjaar: A. Uitstel nieuwe Wet inburgering; B. Wetgevingsproces waaronder lagere wetten (Ministeriële besluiten en regelingen); C. Tijdig aanbesteden van de externe diensten (leerroutes, e.d.) en dit jaar starten met de uitvoering in de geest van de nieuwe Wet; D. Voortgang voorbereidingen op de uitvoering van de nieuwe wettelijke taken en andere onderdelen van de ROI.

Leeswijzer In hoofdstuk 2 geven we een beeld van de laatste ontwikkelingen rondom het wetgevingsproces, het uitstel van de nieuwe Wet en de lokale ontwikkelingen. Daarbij komen de regionale aanbestedingen, eerder starten in de geest van de Wet en andere diensten uitgebreid aan bod. In hoofdstuk 3 nemen we alle wettelijke bouwstenen door en per onderdeel geven we de laatste stand van zaken over de voorbereiding en implementatie van de bouwstenen. We sluiten de voortgangsrapportage af met hoofdstuk 4. In deze paragraaf nemen we alle bedrijfsvoering aspecten door. Daarbij staan we uitgebreid stil bij het inkoopproces, planning, begroting, risico’s en nog veel meer.

1

https://rotterdam.raadsinformatie.nl/document/9224494/1/s20bb014568_1_36312_tds

Datum

Pagina

2 maart 2021

3 van 20

2

Voortgang van de opgave

2.1

Landelijke ontwikkelingen

2.1.1

Uitstel nieuwe Wet inburgering Op 11 november jl. heeft minister Koolmees een brief gestuurd naar de Tweede Kamer2 over het uitstel van de nieuwe Wet inburgering met een half jaar naar 1 januari 2022. In deze brief hield de minister een slag om de arm bij de nieuwe invoeringsdatum. Gemeente Rotterdam en vele andere gemeenten waren onaangenaam verrast met het derde uitstel van de nieuwe Wet. We lagen goed op schema voor de uitvoering van de nieuwe taken. Op 13 november is de gemeenteraad geïnformeerd over het uitstel van de nieuwe Wet3 (RIS: 20bb16895) . Naar aanleiding van het uitstel van de nieuwe Wet heeft minister Koolmees meerdere gesprekken gevoerd met het VNG-bestuur. De inzet van het VNG-bestuur was gericht op de volgende punten: · Zekerheid over de invoeringsdatum van 1 januari 2022; · Toezegging op financiële compensatie in verband met het uitstel van de Wet; · Financiële compensatie m.b.t. ondersteuning in de geest van de nieuwe Wet van nieuwe statushouders die dit jaar instromen, naast ondersteuning van de huidige ondertussengroep. In de gesprekken met het VNG-bestuur en de Tweede Kamer, afgelopen februari, heeft minister Koolmees toegezegd dat hij en zijn ministerie alles op alles zullen zetten de invoeringsdatum op 1 januari 2022 te halen.

Daarnaast zal hij zich inzetten voor extra middelen voor gemeenten ten behoeve van: · Eerder starten in de geest van de Wet; · Extra invoeringskosten in verband met het uitstel van de Wet; · Extra middelen ter ondersteuning van de ondertussengroep (inburgeraars onder het huidige stelsel) die groter wordt door het uitstel van de nieuwe Wet en de hogere taakstelling.

2.1.2

Wetgevingsproces In navolging van de Tweede Kamer heeft de Eerste Kamer begin december jl. de nieuwe Wet inburgering aangenomen. Het ministerie van SZW is bezig met het uitwerken van de lagere wetten (Ministeriële besluiten en regelingen). Gemeenten en andere stakeholders worden betrokken bij de uitwerking daarvan. Zodoende weten we meer over de inhoud in afwachting van de vaststelling. Het ministerie van SZW hanteert nog steeds mei 2021 als streefdatum voor de vaststelling van de lagere wetten. Deze onzekerheid blijft een risico voor ons implementatie- en inkoopproces. Toch zullen we met de juiste beheersmaatregelen proberen de risico’s te verkleinen. In paragraaf 4.4 komen we hierop terug.

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2020/11/11/stand-van-zaken-voorbereiding-wet-inburgering-20/stand-van-zakenvoorbereiding-wet-inburgering-20.pdf 2

3

https://rotterdam.raadsinformatie.nl/document/9407470/1#search=%22%20uitstel%20wet%20inburgering%22

Datum

Pagina

2 maart 2021

4 van 20

2.2

Lokale ontwikkelingen

2.2.1

Tijdig aanbesteden van externe diensten In verband met het uitstellen van de invoeringsdatum naar 1 januari 2022 hebben we de planning van ons aanbestedingsproces aangepast. We hebben de publicatiedatum van de aanbestedingen niet met zes maanden (uitstel nieuwe Wet), maar met drie maanden doorgeschoven. Dit geeft de uitvoerende partners na gunning meer tijd om zich beter voor te bereiden op de uitvoering. We liggen op schema met onze voorbereidingen op de nieuwe Wet. De publicaties van de diverse aanbestedingen hebben in het eerste kwartaal van 2021 plaatsgevonden. In verband met de onzekerheden over de lagere wetten, hebben we een disclaimer opgenomen in onze aanbestedingen, die het de gemeente mogelijk maakt gedurende het proces waar nodig aanpassingen te doen. Daarnaast zal de definitieve gunning van de aanbestedingen plaatsvinden nadat de lagere wetten zijn vastgesteld. In paragraaf 4.2 komen we hierop terug.

2.2.2

Dit jaar starten met de uitvoering in de geest van de nieuwe Wet We hebben een inventarisatie gemaakt van de bouwstenen die we al in 2021 kunnen uitvoeren, ondanks de latere invoeringsdatum van de nieuwe Wet. Het doel is alvast een start te maken in de geest van de Wet: inburgeraars zo goed mogelijk te ondersteunen en te begeleiden in hun inburgeringstraject zodat ze geen tijd verliezen. Met het treffen van de nodige voorbereidingen kunnen we, op de leerroutes na, onderdelen van de meeste bouwstenen van de nieuwe Wet vanaf 1 september 2021 uitvoeren. De leerroutes worden pas vanaf 1 januari 2022 uitgevoerd, omdat het juridisch en financieel niet haalbaar is voor de gemeente om deze eerder aan te bieden dan de ingangsdatum van de nieuwe Wet. Hieronder geven we een opsomming van de bouwstenen die op onderdelen vanaf 1 september 2021 aangeboden kunnen worden. In paragraaf drie komen we hier uitgebreid op terug: · · · · ·

2.2.3

Brede Intake voor statushouders Maatschappelijke begeleiding voor statushouders Participatieverklaringstrajecten voor statushouders en gezinsmigranten Financieel ontzorgen voor statushouders Begeleidingsplan i.p.v. PIP (Persoonlijke Plan Inburgering en Participatie) voor statushouders

Expertpool De gemeente Rotterdam betrekt inburgeraars als ervaringsdeskundigen bij de beleidsvoorbereiding en uitvoering van de ROI. Dat is ook nodig, want de ervaring met onder meer de huidige Inburgeringswet leert dat beleid niet goed werkt als dat niet is ontwikkeld met het perspectief van inburgeraars voor ogen. Kennis, informatie en ervaringen van de huidige groep inburgeraars zijn nodig om goed beleid te kunnen maken. Daarom is sinds begin september 2020, in samenwerking met stichting Open Embassy, een expertpool samengesteld bestaande uit zo’n 20 oude en nieuwe inburgeraars met een diverse samenstelling qua gender en herkomst (onder meer Syrië, Eritrea en Jemen). Tijdens de (maandelijkse) bijeenkomsten bespreken we relevante thema’s-, ervaringen en knelpunten met betrekking tot een inburgeringstraject. Hun feedback en adviezen gebruiken we ter verbetering van het huidige en nieuwe beleid en/of de uitvoering, waarbij bepaalde inzichten worden gekoppeld aan actiehouders. Daarnaast denken de expertpoolleden mee bij het ontwikkelen van communicatiemiddelen die we in willen zetten voor de inburgeraars.

Datum

Pagina

2 maart 2021

5 van 20

2.2.4

Kwaliteitsconvenant taalaanbieders Op 27 november 2020 heeft de gemeente Rotterdam, samen met de regio Rijnmond (als eerste regio in Nederland), het Kwaliteitsconvenant Taal en Inburgering ondertekend met 25 taalaanbieders die een Blik op Werk keurmerk hebben. Alle partijen zien het belang van samenwerkingsafspraken rondom inburgeringstrajecten. Met het Kwaliteitsconvenant streven alle partijen naar een verbeterd taalaanbod voor de inburgeraars en worden drempels opgeworpen voor frauduleuze praktijken. De gemeente neemt hierin voorbereidend op de nieuwe Wet inburgering een regierol en zal ook de verbinding leggen met taalaanbod buiten de inburgering, zoals het taalaanbod vanuit de Wet Educatie Beroepsonderwijs. Het uitstel van de Wet maakt het Kwaliteitsconvenant nog belangrijker om twee redenen. Ten eerste blijven statushouders onder het huidige stelsel gedurende langere tijd afhankelijk van taalaanbieders bij wie de trajecten niet door de gemeente zijn ingekocht. Ten tweede blijven gezinsmigranten, onder het huidige en het nieuwe stelsel, zelf verantwoordelijk voor het inkopen/organiseren van hun taaltrajecten. Het Kwaliteitsconvenant geeft ons de mogelijkheid het taalaanbod in de regio te monitoren en deze inburgeraars te verwijzen naar betrouwbare en kwalitatief goede taalaanbieders ondanks de beperkte juridische mogelijkheden van de gemeente onder het huidige stelsel.

2.2.5

ELIP-project In september 2020 is de begeleiding gestart van de groep Einde Lening Inburgeringsplichtig (ELIP’s) onder het huidige inburgeringsstelsel. Het gaat om inburgeraars die nog niet aan hun inburgeringsplicht hebben voldaan, maar inmiddels wel al 75 procent of meer van hun DUO-lening hebben verbruikt én nog een half jaar hebben tot het einde van hun inburgeringstermijn. Uit de landelijke analyse van de DUO-cijfers blijkt dat 30 tot 40 procent van de inburgeraars die hun inburgeringstraject hebben afgerond, op enig moment ELIP is geweest.4 Meer dan de helft van de ELIP’s voldoen - binnen een jaar - alsnog aan de inburgeringsplicht (cijfers 2018).5 Met de ELIP-aanpak helpt de gemeente Rotterdam deze inburgeraars hun inburgeringstraject alsnog binnen de inburgeringstermijn af te ronden door gerichte ondersteuning op maat. Zo proberen we te voorkomen dat deze groep inburgeraars met een grote lening achterblijft of dat ze beboet wordt. De gemeente Rotterdam werkt hierin samen met DUO omdat zij weten welke inburgeraar onder de ELIP-groep valt.

4

d.d. 29 mei 2019 kamerbrief-uitvoering-inburgering-minister koolmees- 29mei19.pdf

5

kamerbrief-uitvoering-inburgering-minister koolmees- 29mei19.pdf

Datum

Pagina

2 maart 2021

6 van 20

3

Voortgang bouwstenen nieuwe Wet inburgering In deze paragraaf beschrijven we kort de diverse bouwstenen van de nieuwe Wet inburgering. Vervolgens geven we op hoofdlijnen de voortgang van de afgelopen maanden per bouwsteen.

3.1

Brede intake In de Brede intake stelt de gemeente onder meer vast wat een passende leerroute is voor een inburgeraar en wat nodig is om hen te begeleiden naar een zelfstandig en financieel onafhankelijk bestaan. De intake wordt ‘breed’ genoemd omdat alle relevante aspecten (gezondheid, zelfredzaamheid, sociaal netwerk, etc.) besproken worden en niet bijvoorbeeld alleen de weg naar opleiding of werk. De nieuwe wet stelt een termijn van 10 weken voor het afnemen van de brede intake. De brede intake doen we voor zowel statushouders als gezinsmigranten. Voor beide groepen vinden intakegesprekken plaats en wordt een (landelijke) leerbaarheidstoets afgenomen. Voor de statushouders wordt ook een assessment afgenomen en ontvangen we een eindrapport van hun deelname aan de Rotterdamse Taalstart. Voortgang De leerbaarheidstoets is een belangrijk onderdeel van de Brede Intake. Het ministerie van SZW, die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling en uitvoering van de leerbaarheidstoets, heeft tot nu toe geen uitsluitsel gegeven over de inhoud en de uitvoering daarvan. Het ministerie zoekt nog naar een ontwikkelaar en zij is in gesprek met DUO als mogelijke uitvoerder van de leerbaarheidstoets. Het COA speelt ook een belangrijke rol, omdat zij over relevante informatie beschikt voor de Brede intake.

Wij zijn in gesprek met het COA over het aanleveren van deze informatie en afspraken rondom warme overdracht van statushouders naar de gemeente. Verder wordt ook in de nieuwe Wet gevraagd om Vroegtijdige Voorschoolse Educatie (VVE) te stimuleren bij statushouders en gezinsmigranten wanneer er kinderen zijn in de leeftijd van 0-4 jaar. Zo worden kinderen gestimuleerd de taal te leren. Ook willen we dit meer inzetten voor de statushouders die onder de huidige Wet vallen. De gemeente is met de betrokken afdelingen en organisaties die VVE aanbieden in gesprek hoe dit het beste georganiseerd kan worden. Tot slot willen we met ingang van 1 september 2021 de brede intake invoeren voor statushouders, in de geest van de nieuwe Wet inburgering. Momenteel onderzoeken we de mogelijkheden of dit ook mogelijk is voor gezinsmigranten.

3.2

Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) Na afronding van de Brede Intake stelt de gemeente het PIP op, zoveel mogelijk samen met de inburgeraar. Het PIP is maatwerk: de uitkomsten van de brede intake worden in het PIP vertaald naar persoonlijke einddoelen van de inburgering. In het PIP staat welke leerroute de inburgeraar volgt en op welke manier de inburgeraar aan zijn inburgeringsplicht zal voldoen (incl. Participatieverklaringstraject (PVT), Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM) en de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP)). In het PIP staat ook hoe de gemeente begeleiding en ondersteuning biedt aan de inburgeraar bij het inburgeringstraject. Wanneer

Datum

Pagina

2 maart 2021

7 van 20

de inburgeraar bijstandsgerechtigd is, wordt verwezen naar de afgegeven beschikking op grond van de Participatiewet. Voortgang Intussen is het PIP-concept bijna klaar. Rotterdam is hierin zodanig vergevorderd, dat regiogemeenten met belangstelling met ons meekijken. Er vinden gesprekken plaats met het ministerie van SZW over de mate van details die we kunnen/moeten opnemen in het PIP. Aangezien het PIP de status van een beschikking heeft (collegebesluit), zijn we in gesprek met het ministerie van SZW over dit belangrijke juridisch vraagstuk. Vanaf september zal vooruitlopend op het PIP al gestart worden met een begeleidingsplan (zie par 2.2.2). De basis hiervoor is het format van het huidige afsprakenplan, aangevuld met nieuwe afspraken over participatieverklaringstraject, financieel ontzorgen, maatschappelijke begeleiding.

3.3

Rotterdamse Taalstart (RTS) Om statushouders zo snel mogelijk te laten beginnen met het leren van de taal en met oriënteren op werk, heeft de gemeente Rotterdam in 2016 de Rotterdamse Taalstart opgezet. Dit is een tien weken durend programma waarbij statushouders aan hun taal werken en wegwijs worden gemaakt in Rotterdam. Het programma bestaat deels uit taalles en deels uit praktische workshops gericht op het opbouwen van een leven in Rotterdam. Voortgang In de vorige voortgangsrapportage hebben we aangegeven te willen onderzoeken of het nodig is de duur van de RTS te verlengen met maximaal zestien weken voor een vollediger beeld van de statushouders. Echter heeft de gemeente besloten om de RTS niet te verlengen, na gesprekken met uitvoerders, beleidsadviseurs en met de doelgroep zelf. De duur van 10 weken blijkt voldoende te zijn. Wel wordt de huidige RTS wat aangepast, onder meer op basis van een evaluatieonderzoek, uitgevoerd door Verweij Jonker instituut. In de monitor statushouders 2020 geven we een samenvatting van de belangrijkste punten uit dit onderzoek.

3.4

De leerroutes In de nieuwe Wet inburgering worden inburgeraars ingedeeld in een van de volgende drie leerroutes: de B1-route, de Onderwijsroute en de Zelfredzaamheidsroute (z-route). De B1-route is voor inburgeraars die op B1-niveau kunnen inburgeren. Binnen deze route kunnen inburgeraars die het B1niveau niet kunnen halen (op onderdelen) afschalen naar A2-niveau. Vanwege de diversiteit van de groep inburgeraars die de B1-route zal volgen, is maatwerk belangrijk. Dit betekent dat statushouders een – op hun persoonlijke situatie afgestemd – programma van taal en participatie volgen. Gezinsmigranten kunnen eveneens de B1-route volgen. Deze wordt echter niet gefinancierd en gehandhaafd door de gemeente. Daarnaast is er de onderwijsroute en die is gericht op het behalen van een Nederlands diploma. Het doel van deze route is om inburgeringsplichtigen die de potentie hebben om een MBO, HBO- of WOopleiding te volgen, via een taalschakeltraject te laten inburgeren. De Onderwijsroute is over twee aanbestedingen ingedeeld, namelijk HBO-WO-route en MBO-route. Tot slot is de z-route erop gericht dat ook inburgeraars met een lage leerbaarheid en/of onderwijsachtergrond een passend aanbod krijgen, om hen beter voor te bereiden op een toekomst in Nederland. De gemeente wil de zelfredzaamheid van inburgeraars vergroten door hen zoveel mogelijk

Datum

Pagina

2 maart 2021

8 van 20

in een praktijkgerichte context de Nederlandse taal aan te bieden en hierdoor het perspectief op (betaald) werk te vergroten. Voortgang In de afgelopen maanden hebben wij, samen met de regio, intensief gewerkt aan de inhoud van de aanbestedingsstukken. We hebben per route resultaten en KPI’s (Kritieke PrestatieIndicatoren) geformuleerd met als doel, straks als de nieuwe Wet ingaat, zo goed mogelijk te kunnen sturen op een tijdige en hoogst haalbare inburgeringsniveau van statushouders. In bijlage 1 hebben we een overzicht opgenomen van geformuleerde resultaten en KPI’s per leerroute. In de afgelopen maanden zijn er vele gesprekken geweest met de regio, maar ook met G4-steden, over de inhoud en de tarieven. Op basis hiervan hebben wij per route verschillende tarieven gekozen. De B1-route is goedkoper dan de Onderwijsroute en de z-route. Dat heeft te maken met hoeveel lesuren die inburgeraars moeten volgen. De gemeente Rotterdam is in 2020 gestart met een pilot z-route. De ervaringen die we hierin opdoen zijn meegenomen in de aanbesteding. Uit de pilot blijkt dat participatie vanaf dag 1 niet eenvoudig is, daarom zijn in de aanbesteding verschillende vormen van participatie opgenomen, waar met name wordt ingezet op functioneel en praktijkgericht leren. De latere ervaringen van de pilot nemen we mee in het verdere implementatieproces.

De B1- en de z-route, en in mindere mate de Onderwijsroute, worden duaal ingericht. Naast taal is er binnen deze leerroutes ook veel aandacht voor participatie. Participatie kent verschillende vormen, waaronder vrijwilligerswerk. In de stad is een scala aan mogelijkheden op dit gebied, maar voor nieuwkomers is het vinden van een plek niet altijd eenvoudig. Om de samenwerking op dit gebied te versterken werken we momenteel aan het opzetten van een ‘vitale vrijwilligerscommunity’ in Rotterdam. Tot slot hebben we een inschatting gemaakt van hoeveel procent van de statushouders gaan deelnemen aan welke route. De inschatting is gebaseerd op de DUO-cijfers van de afgelopen jaren en de lokale vervangingen van consulenten. De verdeling is als volgt: · Circa 60 procent van de inburgeringsplichtigen neemt deel aan de B1-route · Circa 25 procent van de inburgeringsplichtigen neem deel aan de z-route · Circa 15 procent van de inburgeringsplichtigen neemt deel aan de onderwijsroute Na invoering van de nieuwe Wet zullen wij deze verdeling monitoren en zo nodig bijstellen. De aanbestedingen van de leerroutes zijn op 23 februari gepubliceerd. Dit is ruim voordat de nieuwe Wet ingaat, maar hierdoor hebben de gemeente en de aanbieder voldoende tijd voor de implementatiefase. Intussen wordt verder gewerkt aan de implementatie van alle processen die erbij komen kijken.

Hierin wordt intensief opgetrokken met de deelnemende regiogemeenten. De leerroutes starten vanaf de ingangsdatum van de nieuwe Wet.

3.5

Maatschappelijke begeleiding Door middel van maatschappelijke begeleiding bieden wij de statushouder de juiste ondersteuning bij het regelen en organiseren van allerlei praktische zaken. Het streven is dat zoveel mogelijk statushouders na twee jaar begeleiding (financieel) zelfredzaam zijn. De financiële zelfredzaamheid is gekoppeld aan Financieel ontzorgen.

Datum

Pagina

2 maart 2021

9 van 20

Voortgang Bij de aanbesteding van maatschappelijke begeleiding die op 28 januari jl. is gepubliceerd, heeft de gemeente Rotterdam gekozen om maatschappelijke begeleiding inclusief (financiële) zelfredzaamheid en het Participatieverklaringstraject (PVT) aan te besteden. De aanbieder zal per 1 september 2021 starten met het aanbieden van maatschappelijke begeleiding aan statushouders. Op dit moment wordt de maatschappelijke begeleiding door Vluchtelingenwerk Zuidwest Nederland uitgevoerd. Met hen zijn op directieniveau afspraken gemaakt over (indien aan de orde) afbouw van de huidige dienstverlenging. Ook in de nieuwe Wet blijft Vluchtelingenwerk de jurdische ondersteuning aanbieden, omdat dit onderdeel vraagt om specialistische kennis. De nieuwe Wet inburgering voorziet niet in maatschappelijke begeleiding voor gezinsmigranten. In het coalitieakkoord ‘Nieuwe energie voor Rotterdam’ is echter afgesproken om maatschappelijke begeleiding voor gezinsmigranten aan te bieden. Daarvoor heeft de gemeente het programma Nieuw in Rotterdam ingekocht dat vanaf 2020 diensten aanbiedt voor nieuwkomers en loopt tot en met 2022.

3.6

Financieel ontzorgen In de nieuwe Wet inburgering is de gemeente verantwoordelijk voor het financieel ontzorgen van statushouders. Financieel ontzorgen houdt in dat vier vaste lasten (huur, energie/gas, water en zorgverzekering) gedurende zes maanden verplicht worden ingehouden van de uitkering, zodat de statushouder zich kan focussen op zijn inburgering. Voortgang Op dit moment worden al twee vaste lasten (huur en zorgverzekering) ingehouden. De gemeente beschikt niet over de toeslagen die statushouders zelf ontvangen, zoals huurtoeslag, waardoor vanuit de bijstandsuitkering alleen niet alle vier vaste lasten kunnen worden ingehouden. Hiervoor is een buffer nodig. De gemeentelijke Kredietbank is bereid deze buffer te realiseren en budgetbeheer aan te bieden. De komende periode gaan we deze afspraken samen met de Kredietbank verder uitwerken. In de aanbesteding maatschappelijke begeleiding wordt ook aan de gegunde partij gevraagd om begeleiders te trainen en in te zetten op een-op-een begeleiding op het gebied van financiën met gebruikmaking van het Geldplan statushouders van het Nibud6. In deze aanbesteding wordt ook gevraagd om workshops te organiseren om de financiële zelfredzaamheid te bevorderen. De gemeente krijgt rapportages van de aanbieder om de voortgang te monitoren.

Op basis van deze rapportages kan de gemeente per individu beslissen het financieel ontzorgen los te laten of voort te zetten. We onderzoeken de mogelijkheden wat we vanaf 1 september 2021 kunnen doen op het gebied van financieel ontzorgen. De wettelijke grondslag om deelname hieraan te verplichten ontbreekt nog, omdat de nieuwe Wet pas 1 januari 2022 ingaat. Dus in de periode van september tot januari zal dit uitgevoerd gaan worden op basis van vrijwilligheid, zoals nu ook nog het geval is.

3.7

Participatieverklaringstraject (PVT) In het PVT worden inburgeringsplichtigen voorbereid op het tekenen van de participatieverklaring met workshops over vrijheid, gelijkheid, participatie en solidariteit.

Voortgang 6

https://www.startpuntgeldzaken.nl/lsta/alle-geldplannen/geldplan-statushouders/

Datum

Pagina

2 maart 2021

10 van 20

Het PVT voor statushouders is opgenomen in de aanbesteding Maatschappelijk Begeleiding. Het PVT voor gezinsmigranten is enkelvoudig aanbesteed aan Stichting Voorlichters Gezondheid. Het PVT voor gezinsmigranten volgens de nieuwe Wet is bijna hetzelfde als volgens de huidige Wet. Er moet alleen een excursie worden toegevoegd aan het programma. We zijn met de huidige aanbieder in gesprek of zij dit in de tweede helft van 2021 al kan uitvoeren.

3.8

Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM) KNM is een van de onderdelen van het inburgeringsexamen. Hierin staan onder meer vragen over de Nederlandse geschiedenis, het onderwijssysteem, de gezondheidszorg en hoe wij in Nederland met elkaar omgaan. Voortgang De inhoud van KNM voor statushouders is opgenomen in de aanbesteding van de z-route en de B1route. Gezinsmigranten zijn zelf verantwoordelijk voor het organiseren of kopen van deze module bij een aanbieder, eventueel met een DUO-lening. De gemeentelijke consulent kan hen vrijblijvend adviseren de KNM-module bij een van de door de gemeente gecontracteerde aanbieder te volgen, maar kan hen niet verplichten. Daarvoor is geen juridische grondslag in de nieuwe Wet.

3.9

Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) Het gaat hier om in beeld brengen/krijgen van de eigen competenties, arbeidskansen en hoe dit in te zetten op de lokale arbeidsmarkt. De MAP geldt voor alle inburgeraars, zowel statushouders als gezinsmigranten. Voortgang Voor statushouders is de MAP opgenomen in de aanbesteding van de leerroutes. De aanbesteding van MAP voor gezinsmigranten is eind maart gepubliceerd.

3.10

Monitoring en handhaving De inburgeraar wordt gedurende het gehele traject gemonitord en begeleid op de voortgang van het inburgeringstraject door het houden van voortgangsgesprekken. Wanneer er sprake is van verwijtbaar handelen of niet nakomen van de gemaakte afspraken kan de gemeente handhaven door sancties (boetes) op te leggen. Monitoring en handhaving speelt een rol in de verschillende onderdelen van het inburgeringstraject: Brede intake (wel/niet verschijnen); PIP (monitoring voortgang/nakomen afspraken); Examenonderdelen KNM/MAP/PVT (tijdig afronden); Leerroutes (inspanning tonen). Voortgang De regels betreffende handhaving, zoals de boetebedragen en categorieën van verwijtwaarbaarheid, worden vastgelegd in het ministeriele Besluit (lagere wetten). Dit om de landelijke uniformiteit bij gemeentelijke handhaving te waarborgen. In de Rotterdamse verordening inburgering wordt onder andere de uitvoering van de gemeentelijke taken omtrent handhaving en de samenhang met de Participatiewet beschreven. Voor handhaving is juistheid en volledigheid van informatie belangrijk. Er wordt met de ketenpartners samengewerkt om een optimale informatie-uitwisseling in het kader van handhaving tot stand te brengen. Uiteraard zal dit volgens AVG-richtlijnen gebeuren.

Datum

Pagina

2 maart 2021

11 van 20

4

Bedrijfsvoering

4.1

Planning Het implementatietraject is verdeeld in een aantal deelprojecten met een eigen planning. In de eerste helft van 2021 ligt de focus op het ontwerpen en beschrijven van de nieuwe processen, het inrichten van de ondersteunende ICT-systemen en de organisatie-inrichting. Gefaseerd wordt ook gestart met de onderdelen Personeel en Dienstverlening. Naast deze bedrijfsvoeringsaspecten loopt de beleidsontwikkeling ook door in 2021.

4.2

Inkoop In de afgelopen periode zijn verschillende opdrachten in de markt gezet om de onderdelen van de inburgeringsopgave aan te besteden die de gemeente niet zelf kan aanbieden. Eind januari is de Maatschappelijke begeleiding gepubliceerd, eind februari zijn de leerroutes (MBO-route, B1-route en Z-route) gepubliceerd en in maart zijn de HBO/WO-route en de Module Arbeidsmarktparticipatie (MAP) voor gezinsmigranten gepubliceerd.

Datum

Pagina

2 maart 2021

12 van 20

In aanloop naar de publicatie hebben verschillende bijeenkomsten met de markt plaatsgevonden en ook tijdens het aanbestedingsproces kunnen partijen tijdens een online toelichtingssessie vragen stellen over de aanbestedingsstukken (bijv. het beschrijvend document van de opdracht, programma van eisen en conceptovereenkomst). In april/mei 2021 dienen de aanbieders hun offertes in te dienen en gaan we over tot de beoordeling. Voor de zomervakantie verwachten we bekend te maken welke aanbieders de opdracht gegund hebben gekregen. In de beschrijvende documenten staan alle kwaliteitseisen opgenomen waaraan de aanbieders moeten voldoen. Hierbij zetten we onder meer in op maatwerk, persoonlijk begeleiding, inzet van goede docenten (voor de leerroutes) en streven naar het hoogst haalbare taal/participatieniveau. Ook is er een range opgenomen waarbinnen aanbieders hun tarieven kunnen bepalen. De gestelde range voor de tarieven verschilt per opdracht en is afhankelijk van de intensiteit van het traject. De tarieven zijn zo opgebouwd dat deze binnen het budget van het Rijk passen. Regionale samenwerking Bij het ontwikkel- en inkoopproces is nauw samengewerkt met de regiogemeenten uit de regio Rijnmond.

Schaalvergroting bij inkopen biedt inhoudelijke-, financiële- en organisatorische voordelen voor Rotterdam en de regiogemeenten. Zo wordt de Onderwijsroute (met de gehele regio) en de B1-route (met een groot deel van de regio) regionaal ingekocht. Voor de z-route en MAP voor gezinsmigranten geldt dat in mindere mate. Doordat deze opdrachten meer lokaal/wijkgericht zijn, doen slechts enkele regiogemeenten mee met deze aanbestedingen. De Maatschappelijke begeleiding wordt door alle gemeenten lokaal georganiseerd. Datum

Pagina

2 maart 2021

13 van 20

4.3

Begroting Uitvoeringskosten Het uitstel van de Wet heeft als gevolg dat een deel van de invoeringskosten een half jaar langer doorlopen. Minister Koolmees heeft aan de VNG-delegatie toegezegd extra middelen beschikbaar te stellen ter compensatie van het uitstel van de Wet en de extra taakstelling. De hoogte van deze middelen zullen rond april/mei 2021 bekend worden gemaakt.. Ondanks het uitstel van de Wet willen wij al per 1 september 2021 bepaalde onderdelen van de wettelijke taken uitvoeren in de geest van de nieuwe Wet. Wij hebben eerder 1,4 mln. ontvangen van het Rijk voor de uitvoering van de nieuwe Wet per 1-7-2021. Deze middelen kunnen we voorlopig gebruiken in afwachting van de definitieve vaststelling van het Rijk. Budget inburgeringstrajecten Er is inmiddels bekend dat gemeenten in totaal, voor het gehele inburgeringstraject € 12.712 per asielstatushouder en € 589 per gezinsmigrant ontvangen voor bovengenoemde inburgeringstrajecten. Omdat aan de besteding van inburgeringstrajecten voorwaarden zijn verbonden, wordt hiervoor een specifieke uitkering (SPUK) uitgekeerd. Het inburgeringsbudget mag worden besteed aan trajecten die direct bijdragen aan de inburgeringsplicht. Het gaat daarbij in elk geval om de kosten van de invulling van de leerroutes, maatschappelijke begeleiding, het PVT, de MAP en de inzet van tolken.

4.4

Risico’s In de eerste voortgangsrapportage hadden we, op basis van de eerste risicoanalyse afgelopen jaar, de volgende vijf risico’s geïdentificeerd: · Tijd · Financiële middelen · Inrichting ondersteunende processen (ICT) · Corona-maatregelen met mogelijke gevolgen op de implementatie en later de uitvoering · Omvang en complexiteit van nieuwe stelsel. Voortgang De risicoanalyse is begin 2021 aangepast aan de actuele situatie met bijpassende risico-inschatting en beheersmaatregelen. Het grootste risico van een jaar geleden, de planning van het wetgevingsproces, is niet meer relevant. Het wetsvoorstel is aangenomen door beide Kamers en ook de inhoud van de lagere wetten is grotendeels bekend. Dit geldt ook voor het tweede risico, financiële middelen. Inmiddels zijn de middelen voor de gemeentelijke uitvoeringskosten en de middelen voor de inburgeringstrajecten (leerroutes, MAP, PVT en tolkkosten) bekend. Hiermee zijn de financiële risico’s voor de uitvoering van de nieuwe wettelijke taken, in vergelijking met oktober 2020, relatief kleiner geworden. De hoogte van de toegezegde extra middelen ter compensatie van het uitstel van de Wet en de extra taakstelling is wel een risico. Informatievoorziening en ICT blijft een aandachtspunt. De grootste uitdaging ligt in de gegevensuitwisseling met ketenpartners zoals DUO en COA.

Daarnaast moeten ICT-aanpassingen in het huidige klantvolgsysteem worden gerealiseerd. Daar waar dit specifiek Rotterdamse wensen zijn, moeten deze in overleg met de G4 worden geprioriteerd met de beheerder van de applicatie.

Datum

Pagina

2 maart 2021

14 van 20

De impact van de Corona-maatregelen op de implementatie van de nieuwe Wet is vooralsnog beperkt. In het najaar wordt beoordeeld of de verwachting is dat deze maatregelen ook nog in 2022 zullen gelden en welke invloed dit heeft op de inburgeringstrajecten en uitvoering (personeel) van de wettelijke taken. De beheersmaatregelen voor het laatste risico, omvang en complexiteit van nieuwe stelsel, komen uitgebreid aan de orde bij de inrichting van de uitvoering en processen.

4.5

Informatievoorziening en ICT Landelijk is gekozen voor een plateaubenadering (van basis- tot uitgebreide inrichtingsscenario’s) om de complexiteit van de stelselwijziging te kunnen managen. De focus ligt op wat minimaal nodig is om de Wet per 1 januari 2022 uit te kunnen voeren. In het samenwerkingsverband met de G4 is Rotterdam gestart met de ontwikkeling van de eerste fase, de gegevensuitwisseling met COA en DUO. Op basis van een brede informatieanalyse is gekozen om de uitvoering van de inburgeringsprocessen onder te brengen in een bestaand klantvolgsysteem. Deze applicatie wordt in de komende maanden aangepast aan de eisen van de nieuwe uitvoeringsprocessen.

4.6

Communicatie Voor de Rotterdamse Opgave Inburgering hebben we voor de drie onderstaande doelgroepen communicatiedoelstellingen benoemd.

4.6.1

De samenwerkende partners Doelstelling: De samenwerkende partners voelen zich betrokken bij de ROI en weten wat de gemeente van ze verwacht. Op 12 november hebben we voor de samenwerkende partners een online informatiebijeenkomst gehouden die werd bezocht door zo’n 100 deelnemers. Tijdens de bijeenkomst werden zij nader geïnformeerd over de planning van de aanbesteding en de inhoud van de aan te besteden routes en MB. In januari en februari kregen de partners het definitieve bestek waarop zij kunnen inschrijven. Omdat voor veel partners een aanbestedingsproces nieuw is, houden we een technische online sessie voor partners die praktische vragen hebben over de aanbesteding. De taalaanbieders krijgen in de zomer bericht of hen de aanbesteding is gegund. Aan het eind van het jaar staat een feestelijke bijeenkomst gepland om de start van de nieuwe Wet inburgering met uitvoerders en partners in te luiden. Ruim 20 taalaanbieders hebben eind november tijdens een feestelijke onlinebijeenkomst het kwaliteitsconvenant Taal en Inburgering ondertekend, waarmee aangeven dat zij kwalitatief goed taalonderwijs aan inburgeraars willen geven en daarop gecontroleerd kunnen worden door de kwaliteitsmedewerkers van de gemeente. Berichten hierover op de sociale media (met name LinkedIn) werden veelvuldig geliked.

4.6.2

De uitvoerende interne teams Doelstelling: De uitvoerende interne teams weten wat ze moeten doen om de nieuwe Wet goed uit te voeren.

Datum

Pagina

2 maart 2021

15 van 20

Door middel van nieuwsbrieven houden wij interne en externe stakeholders op de hoogte van de laatste ontwikkelingen m.b.t. de Wet. Eind oktober is er ook een interne sessie georganiseerd voor uitvoerende medewerkers en de komende maanden zullen er nog meer bijeenkomsten volgen om ervoor te zorgen dat vanaf januari 2022 alle betrokkenen weten wat er van hen verwacht wordt. Ook zullen er in het kader van deskundigheidsbevordering trainingen aangeboden worden zodat de nieuwe taken vanuit de nieuwe Wet goed uitgevoerd kunnen worden. 4.6.3

Statushouders en gezinsmigranten Doelstelling: Statushouders en gezinsmigranten weten wat de veranderde Wet voor hen betekent, waar zij terecht kunnen, wat er van hen verwacht wordt en welke ondersteuning zij kunnen krijgen; of ze nu in een overgang zitten of volledig onder de nieuwe Wet vallen. We plaatsen op Rotterdam.nl een digitaal loket ‘Inburgering010’ waar gezinsmigranten en inburgeraars die niet onder de nieuwe Wet vallen informatie kunnen vinden over inburgeren in Rotterdam. Samen met de communicatieadviseurs van de G4 kijken we of we krachten kunnen bundelen, bijvoorbeeld door een digitale checklist te maken waarmee inburgeraars die onder de nieuwe Wet vallen in een oogopslag kunnen zien waar zij staan in hun inburgering.

4.7

Juridische aspecten Rotterdamse regelgeving: Verordening en beleidsregels Naast de landelijke wet- en regelgeving zal de gemeente ook gemeentelijk regelgeving moeten opstellen voor de uitvoering van de Wet inburgering. In een Rotterdamse verordening zal onder meer worden vastgelegd hoe de verwijtbaarheid bij niet nakoming van afspraken/verplichtingen in het PIP wordt vastgesteld, en ook hoe we de verhouding tussen de handhaving op grond van de Participatiewet en de Wet inburgering vormgeven. De regels rond handhaving (boete) zijn inmiddels grotendeels vastgelegd in het Besluit Inburgering. Verder zal in de gemeentelijke Verordening vastgelegd worden hoe de regie vormgegeven zal worden, onder meer door middel van monitoring van het PIP. De verordening zal in het najaar aan de gemeenteraad worden aangeboden. Eventueel op te stellen nadere regels of beleidsregels stelt het college vast. Uitvoering De uitvoering van de Wet inburgering wordt zodanig ingericht dat dit voldoet aan de relevante wet- en regelgeving. De brieven en besluiten die de gemeente in het kader van de nieuwe processen verstuurt, moeten juridisch juist zijn (denk bijvoorbeeld aan de vermelding van de wettelijke grondslag, maar ook aan de rechtsbeschermingsclausule). De bescherming van de persoonsgegevens van inburgeraars (AVG) moet in de uitvoering geborgd worden.

Hierbij krijgen de processtappen waarbij sprake is van gegevensuitwisseling extra aandacht. Bevoegdheden In de regel worden de taken van de nieuwe Wet inburgering belegd bij het college. Deze taken en bevoegdheden worden gemandateerd aan de ambtenaren in de organisatie die de werkzaamheden onder de nieuwe Wet inburgering uitvoeren. Dit dient ingeregeld te worden via de betreffende besluiten (onder)mandaat, (onder)volmacht en (onder) machtiging.

Datum

Pagina

2 maart 2021

16 van 20

Bijlage 1 Resultaten en doelen leerroutes ROI

Bouwsteen B1-route

Doel Zoveel mogelijk inburgeraars op B1 niveau laten inburgeren.

Resultaat Resultaten Van de Opdrachtnemer wordt verwacht dat hij m.b.t. de B1 route de onderstaande resultaten realiseert: · Asielstatushouders voldoen binnen de gestelde inburgeringstermijn (maximaal 3 jaar) aan de eisen vanuit de modules KNM en MAP en slagen voor hun inburgering op alle onderdelen; · Asielstatushouders behalen binnen de gestelde inburgeringstermijn het maximaal haalbare taalniveau op de onderdelen lezen, luisteren, schrijven en spreken; · Asielstatushouders participeren naar eigen vermogen, maximaal. KPI’s Kritische prestatie Indicatoren taal: · Minimaal 80% van de Asielstatushouders van de B1route behaalt het inburgeringsexamen binnen de gestelde termijn (zoals opgenomen in de wet of in de PIP). · Minimaal 80% van de Asielstatushouders van de B1 route volgt de inburgeringscursus op het hoogst haalbare taalniveau, zoals bepaald in het PIP. · Asielstatushouders van de B1 route hebben minimaal 600 uur taal ontvangen in de eerste twee jaar van de inburgeringscursus en hebben alle examenonderdelen eenmaal op B1 niveau afgenomen.

Z-route

Gericht op het zelfredzamer maken van de Asielstatushouder door een zo hoog mogelijk te realiseren taalniveau en participatie-niveau.

Resultaten · Asielstatushouders behalen binnen de gestelde inburgeringstermijn (maximaal 3 jaar) het hoogst haalbare taalniveau, minimaal A1 op de onderdelen lezen, luisteren, schrijven, spreken en gespreksvaardigheid; · Asielstatushouders voldoen binnen de gestelde inburgeringstermijn (maximaal 3 jaar) aan de eisen vanuit de modules KNM en MAP; · Asielstatushouders ervaren een grotere mate van regie op hun eigen leven en zijn (waar mogelijk) op de volgende onderdelen zelfredzaam: taal, financiën, (maatschappelijke) participatie, opleiding en werk, geestelijke gezondheid, lichamelijke gezondheid, digitale vaardigheden (rekenen), sociaal netwerk, scholing kinderen, gezondheidszorg, mobiliteit en wonen; · Asielstatushouders participeren maximaal naar eigen vermogen

Datum

Pagina

2 maart 2021

17 van 20

KPI’s Taalniveau: · Minimaal 80% van de Asielstatushouders van de Z-route behaalt het minimale taalniveau A1 op alle gestelde onderdelen (zie resultaten) binnen de gestelde termijn (zoals wettelijk opgenomen of volgens de PIP). · Minimaal 80% van de Asielstatushouders van de Z-route volgt de inburgeringscursus op het hoogst haalbare taalniveau, conform het bepaalde in het PIP. · Asielstatushouders volgt minimaal 800 uur taal/alfabetiseringsonderwijs binnen de termijn (zoals wettelijke opgenomen of volgens de PIP; Zelfredzaamheid · Zelfregie: de Asielstatushouder ervaart een grotere mate van zelfredzaamheid binnen twee jaar op minimaal 8 van de 11 onderwerpen (scholing kinderen uitgezonderd, ivm maatwerk). · 80% van de Asielstatushouder is zelfredzamer geworden binnen twee jaar op de verschillende onderwerpen (zie hierboven). Participatie: · Asielstatushouder voert minimaal 800 uur participatieactiviteiten uit binnen de termijn (zoals wettelijk opgenomen of volgens de PIP; ·

Een percentage Asielstatushouders behaalt een branchecertificaat (indien deze doelstelling is opgenomen in de PIP), wat bijdraagt aan het versterken van zijn arbeidsmarktpositie (bijv. VCA/heftruck) .

·

Een percentage van de Asielstatushouders heeft aan het einde van inburgeringstraject daadwerkelijk passend (vrijwilligers)werk heeft gevonden.

Over de exacte invulling van de te behalen targets (per jaar) op het gebied van participatie gaan Opdrachtgever en Opdrachtnemer nog nader in gesprek. Waarbij de gemeente het uiteindelijke eindoordeel heeft.

Onderwijsroute (MBO)

Taalschakeltraject gericht op het toeleiden naar een vervolgopleiding gericht op MBO 2, 3 en 4 niveau (onderwijsroute) en taalschakeltraject gericht op uitstroom naar Entree onderwijs (B1 route).

·

·

·

Resultaten Deelnemers aan de B1 route naar Entree onderwijs behalen hun inburgerdiploma binnen 2 jaar, op een zo hoog mogelijk Taalniveau; Deelnemers aan de Onderwijsroute MBO 2, 3 en 4 behalen hun taalschakeldiploma binnen 2 jaar, op een zo hoog mogelijk Taalniveau; Deelnemers aan zowel de Onderwijsroute naar MBO 2, 3 en 4 als de deelnemers aan Entree starten aansluitend op de afronding van het taalschakeltraject met een vervolgopleiding.

Datum

Pagina

2 maart 2021

18 van 20

KPI’s Taal: · 80% van deelnemers aan de B1 route naar Entree voldoet binnen 2 jaar aan de inburgerplicht. · 80% van de deelnemers aan de aan de Onderwijsroute naar MBO 2, 3 en 4 haalt binnen 2 jaar het Taalschakeldiploma. · Deelnemers aan de B1 route naar Entree halen hun inburgeringsexamen Nederlands al dan niet op onderdelen op taalniveau B1 · Deelnemers aan de onderwijsroute naar MBO 2,3 en 4 halen hun inburgeringsexamen als dan niet op onderdelen op taalniveau B2 Uitstroom: · 80% van de deelnemers aan zowel B1 route naar Entree als Onderwijsroute naar MBO 2, 3 en 4 dat uitstroomt naar een vervolgopleiding; · Deelnemers stromen uit naar een opleiding op het hoogst haalbare (op basis van de intake) MBO niveau. Onderwijsroute (HBO-WO)

Taalschakeltraject gericht op het toeleiden naar een vervolgopleiding gericht op het hoger beroepsonderwijs en universitair onderwijs.

Resultaten · Deelnemers aan de Onderwijsroute naar HBO/WO behalen hun taalschakeldiploma binnen de inburgertermijn, op een zo hoog mogelijk Taalniveau; · Deelnemers aan de Onderwijsroute naar HBO/WO starten na afronding van het taalschakeltraject met een HBO/WO vervolgopleiding. KPI’s Taal: · 80% van de deelnemers die het taalschakeltraject afronden, voldoen binnen 2 jaar aan de eindtermen van de beoogde vervolgopleiding. · 80% van de deelnemers het inburgeringsexamen gehaald op taalniveau B2 Uitstroom: · Deelnemers stromen uit naar beoogde vervolgstudie. Over de exacte invulling van de te behalen targets op het gebied van uitstroom naar een vervolgstudie, gaan Opdrachtgever en Opdrachtnemer nog nader in gesprek. Waarbij de gemeente het uiteindelijke eindoordeel heeft.

MB

Individuele begeleiding van Asielstatushouders

Individuele begeleiding:

Datum

Pagina

2 maart 2021

19 van 20

gericht op het (financieel) zelfredzaam maken van de inburgeraar.

· · · · ·

· ·

De praktische regelzaken (checklist) zijn in de eerste 3 maanden na huisvesting van de statushouder doorlopen en gerealiseerd. 75% van de asielstatushouders is binnen anderhalf jaar (financieel) zelfredzaam. Elke asielstatushouder heeft zijn sociaal netwerk dusdanig vergroot dat dit aansluit bij zijn wensen en behoeften. Iedere statushouder heeft een eigen persoonlijk begeleidingsplan, waar ook het leren kennen van de lokale woonomgeving een onderdeel van is. Elke statushouder is naar gelang de persoonlijke behoefte gewezen en begeleid richting minimavoorzieningen (regelingen) die er zijn in Rotterdam. Begeleiding, elke klant heeft een vast contactpersoon binnen MB. Afbouw maatschappelijke begeleiding: uiterlijk 3 maanden voor het einde van MB bespreekt de aanbieder de mogelijkheden voor eventuele ondersteuning en verwijst actief door. Indien nodig gaat de aanbieder mee.

Financiële zelfredzaamheid · Elke statushouder ontvangt (vanaf maand 4) wekelijks een workshop financiën (totaal 5). · Elke statushouder wordt aan de hand van een methodiek begeleidt om financieel redzaam te worden · Uiterlijk 16 weken na huisvesting is er een budgetoverzicht gemaakt samen met de statushouder. PVT -

Elke statushouder heeft binnen 12 maanden het PVT traject afgerond.

Klanttevredenheid - 85% van de deelnemers is tevreden met de dienstverlening.

Datum

Pagina

2 maart 2021

20 van 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=946821b9-5da7-4042-830a-99ce18d2b7b8