21bb341 Beantwoording vragen Arsieni ea over inzet politiehonden in Rotterdam
Tekst van het document
Rotterdam, 12 januari 2021.
21bb000341
Onderwerp: Beantwoording van de schriftelijke vragen van de raadsleden N. Arsieni (D66), S. Leewis (GroenLinks), S.R.T. van Baarle (DENK) en E. Büyükçifçi (Nida Rotterdam) over ‘inzet politiehonden in Rotterdam’. Portefeuillehouder: A. Aboutaleb
Aan de Gemeenteraad. Op 19 november 2020 stelden N. Arsieni (D66), S. Leewis (GroenLinks), S.R.T. van Baarle (DENK) en E. Büyükçifçi (Nida Rotterdam) het college schriftelijke vragen over ‘inzet politiehonden in Rotterdam’. (20bb17512) Gezien de aard van de vragen wordt geacht dat deze zijn gesteld aan de buregemeester. Inleidend wordt gesteld: ‘Geschrokken hebben D66, GroenLinks en DENK kennisgenomen van de recente uitzending van Zembla waaruit blijkt dat de Rotterdamse politie buitensporig geweld zou hebben gebruikt bij een arrestatie met een politiehond. Politiehonden zijn het op één na zwaarste middel waar de politie over beschikt. Daarbij is de inzet van politiehonden niet zonder controverse. Sommige honden bijten door, ook als zij het commando krijgen om te stoppen. Om de bek van het dier los te krijgen bestaan zogenaamde breeksticks. Ook zijn de hondenbegeleiders uitgerust met een stropkoord, waarmee de hond gewurgd kan worden als hij niet op tijd los laat. Een praktijk met ernstige volgen voor mens en dier. Politiewetenschapper Jaap Timmer kwalificeerde een politieoptreden met hond in Rotterdam als marteling. Voor D66, GroenLinks en DENK is het dan ook van belang dat er de nodige waarborgen in acht worden genomen bij de inzet politiehonden. Uit de uitzending van Zembla blijkt echter dat duidelijke regels en instructies over de inzet van de politiehonden ontbreken.
Politiehond Bumper heeft ons al laten zien wat een belangrijke toevoegde waarde deze honden hebben in het politiewerk, en zeker van de inzet van speurhonden zijn D66, GroenLinks en DENK overtuigd. Voor onze fracties is het echter wel van groot belang dat we de inzet van de honden goed regelen en incidenten zoals deze zoveel mogelijk voorkomen.’ Hieronder volgen de vragen en mijn beantwoording: Vraag 1: Onder welke omstandigheden mag een politiehond worden ingezet? Antwoord: De hondengeleider en politiehond moeten één keer per twee jaar een examen positief afleggen om gecertificeerd de straat op te gaan. De inzet van politiehonden moet voldoen aan de geldende regelgeving, de Ambtsinstructie en de Politiewet (artikel 7). Registratienummer dienst: Behandelaar: T. Stelpstra
pagina 1
De inzet van de politiehond moet voldoen aan het subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel. Het Operationeel Centrum van de politie stuurt de hondengeleider ter plaatse bij alle incidenten waar een potentiële geweldsdreiging is. Bijvoorbeeld bij een overval. De hondengeleiders hebben de generieke taakstelling waardoor zij op alle (spoed)meldingen ingezet kunnen worden. Vraag 2: Welke regels hanteert de politie over het hoe en tegen wie de honden mogen worden ingezet? Antwoord: De inzet van politiehonden moet voldoen aan de vigerende regelgeving, de Ambtsinstructie en de Politiewet (artikel 7). De inzet van de politiehond moet voldoen aan het subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel. De politie is bevoegd (en in bepaalde gevallen zelfs verplicht) om geweld toe te passen indien dit voor de uitoefening van de politietaak en het realiseren van wat in dat kader dient te gebeuren noodzakelijk is. Het toegepaste geweld moet worden getoetst aan subsidiariteit (was een minder verstrekkend geweldsmiddel ook mogelijk) en proportionaliteit (ging het geweld niet te ver). Volgens de ambtsinstructie kan de hond ingezet worden voor taken die vallen binnen de algemene surveillancedienst, mits onder het direct en voortdurend toezicht van een geleider. In de wet zijn verder geen regels vastgelegd met betrekking tot de inzet van een politiehond.
De Nationale Ombudsman heeft wel een aantal basale uitgangspunten geformuleerd. De hoofdregel is dat behoedzaam gebruik dient te worden gemaakt van (dreigen met) de inzet van de politiehond. Het is een zwaar geweldsmiddel dat zeer ernstige verwondingen kan veroorzaken. Dit betekent in de praktijk dat de hondengeleider ter plaatse (al dan niet in samenspraak met andere politiemedewerkers) een inschatting maakt welk geweldsmiddel passend is om in te zetten conform de regelgeving. Vraag 3: Is het college het met ons eens dat een geweldsinstructie moet komen voor de inzet van politiehonden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke stappen gaat het college hiervoor zetten? Antwoord: Ja, ik hecht belang aan goede waarborgen en instructies voor de inzet van de politiehond. De minister heeft een tweede tranche voorstel wijziging Ambtsinstructie voorgelegd aan de Tweede Kamer. In de huidige ambtsinstructie ontbreekt een verdere precisering over wanneer en onder welke voorwaarden een politiehond mag worden ingezet als geweldsmiddel. Voor de toetsing van de inzet van dit middel wordt teruggevallen op de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit, die op grond van de Politiewet gelden. In de nieuwe Ambtsinstructie wordt de inzet van de hond als geweldsmiddel nader gereguleerd, op basis van de aanbevelingen van de Nationale Ombudsman en het adviesrapport ‘de gebeten hond’.
Er komen heldere, duidelijke criteria voor de inzet en een waarschuwingsplicht. Registratienummer dienst: Behandelaar: T. Stelpstra
pagina 2
Vraag 4: Klopt het dat Rotterdam koploper is op het gebied van bijtincidenten bij het politiewerk? Welke verklaring heeft het college daarvoor? Antwoord: De Eenheid Rotterdam heeft de meeste inzetten van de politiehond in vergelijking met andere eenheden. In de Eenheid Rotterdam is als een van de weinige eenheden een Team Surveillancehonden ingericht dat volcontinue werkzaam is voor de generieke taakstelling van de politie. In andere eenheden werken de hondengeleiders niet volcontinue en werken soms deels in een piketstructuur. Vraag 5: Uit cijfers van de politie blijkt dat de politiehonden afgelopen jaar in totaal 357 keer zijn ingezet. Hoe vaak was dit in Rotterdam het geval? Antwoord: In de Eenheid Rotterdam zijn er in 2019 11.000 meldingen geweest waarbij een hondengeleider ter plaatse is gegaan. Bij die 11.000 meldingen is er 82 keer daadwerkelijk een politiehond ingezet door de hondengeleider, waarbij een burger 59 keer letsel heeft opgelopen. Vraag 6: In de gevallen waarin een politiehond is ingezet, is bekend welke afweging doorslaggevend is geweest voor het inzetten van de politiehond? Antwoord: De afweging van de inzet van een politiehond wordt in een geweldsregistratie van de politiemedewerker verwoord. Na het inzetten van de politiehond wordt de inzet beoordeeld door de Commissie geweldsaanwending en door de politiechef van de Eenheid Rotterdam.
Vraag 7: Kon in plaats van het inzetten van de politiehond niet een ander middel worden ingezet? Zo niet, waarom niet? Antwoord: Twee van de drie inzetten politiehond uit de televisie-uitzending Zembla zijn door het Openbaar Ministerie beoordeeld als een rechtmatige inzet. Eén van deze twee inzetten is getoetst bij het Gerechtshof en ook als rechtmatig beoordeeld. Het OM heeft over de inzet van de politiehond aan de Hilledijk geoordeeld dat de politie gerechtigd was de man aan te houden en daarbij geweld te gebruiken, maar dat het toegepaste geweld niet in verhouding staat tot het feit waarvoor de verdachte moest worden aangehouden. Het OM heeft de zaak geseponeerd, omdat het onjuist handelen niet alleen te wijten was aan de betrokken hondengeleider. Het handelen van andere betrokken politiemedewerkers én de houding van de verdachte speelde hier ook in mee. De politie is het eens met dit oordeel van het OM. Deze casus wordt als leercasus gebruikt binnen het team en mogelijk ook in de eenheid en het korps. Daarnaast loopt er nog een disciplinair onderzoek binnen de politie. Registratienummer dienst: Behandelaar: T. Stelpstra
pagina 3
Vraag 8: De politie registreert het aantal en de aard van verwondingen bij burgers. Hoeveel burgers raken jaarlijks gewond bij inzet van een politiehond in Rotterdam? Wat voor soort letsel lopen zij op? Kunt u ons deze cijfers geven betreffende de jaren 2018, 2019 en tot nu toe 2020? Antwoord: De politie registreert alleen het aantal letselgevallen naar aanleiding van geweldgebruik. De politie registreert niet de aard van de verwondingen. Het aantal inzetten van de politiehond in de Eenheid Rotterdam de afgelopen jaren is: - In 2019 82 inzetten diensthond, waarbij een burger 59 keer letsel heeft opgelopen. - In 2020 (tot half november) 66 inzetten diensthond, waarbij een burger 57 keer letsel heeft opgelopen. Sinds 2019 is de Stelselherziening geweldsaanwending politie ingevoerd. Sinds die tijd registreert de politie het geweldgebruik op de manier zoals in het stelsel is aangegeven. Daarom kan de politie de cijfers van inzetten van een diensthond in 2018 niet op eenzelfde manier presenteren. Vraag 9: In hoeverre wordt de inzet van politiehonden geëvalueerd? En met welke criteria wordt er geëvalueerd? Antwoord: Elke inzet van de hondengeleider waar daadwerkelijk de hond is ingezet wordt beoordeeld door de Commissie Geweldsaanwending en door de politiechef.
Indien er in die beoordeling staat dat de inzet geëvalueerd dient te worden, dan wordt de evaluatie opgepakt door de teamchef van het desbetreffende team. De geweldsinzet wordt besproken en daaruit kunnen leerpunten naar voren komen die met het team gedeeld worden of gebruikt worden in trainingen. De casus kan ook breder gebruikt worden als leercasus in de eenheid of het politiekorps. Als er vanuit een hondengeleider de wens is om een casus te evalueren, dan wordt daar binnen de politie altijd ruimte voor gemaakt. Vraag 10: Wat heeft de politie tot nu toe gedaan om de inzet van dit riskante geweldsmiddel tot een minimum te beperken en welke stappen kunnen hiertoe extra worden gezet? Antwoord: De hondengeleiders en politiehonden moeten één keer per twee jaar een examen afleggen. Daarnaast trainen zij een volledige dag per twee weken met de politiehond. De inzet van politiehonden moet voldoen aan de eerder beschreven vereisten en de inzet moet voldoen aan het subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel. Daarmee wordt de inzet in de praktijk tot een minimum beperkt. Dat is de kern van het subsidiariteitsbeginsel. De Ambtsinstructie wordt uitgebreid in de tweede tranche voorstel wijziging Ambtsinstructie. Dit ligt op het moment voor bij de Tweede Kamer.
Registratienummer dienst: Behandelaar: T. Stelpstra
pagina 4
Vraag 11: Hoe wordt er omgegaan met honden die niet luisteren naar de commando’s? Worden deze nog ingezet? Of worden deze niet meer ingezet tot dat ze voldoende getraind zijn? Inzet van niet goed getrainde honden kan namelijk gevaren opleveren voor zowel mensen als het dier zelf. Antwoord: Als een hond niet luistert naar commando’s, dan wordt de hond niet ingezet op straat. Er wordt extra getraind om de politiehond te laten luisteren naar de commando’s. Als de training goed gaat, wordt de hond pas ingezet op straat na een positief afgelegd examen. Als de hond blijft weigeren, wordt deze niet langer ingezet. Als de hond gebeten heeft, dan schrijft het examenreglement voor dat de hondengeleider de hond zo spoedig mogelijk moet losmaken van de persoon waarop de hond is ingezet. Er worden fysieke handelingen verricht om de hond los te maken. Vraag 12: Is het college het met D66, GroenLinks en DENK eens dat de consequenties van inzet en de complexiteit van het gebruik van een surveillancehond zo groot is dat honden onder geen beding door BOA’s ingezet kunnen worden? Antwoord: Ja. De inzet van een hond door boa’s is ook niet aan de orde. Daarnaast ontbreekt het een juridisch kader voor het inzetten van diensthonden voor de taakstelling van de handhavers in de openbare ruimte. De burgemeester,
Ing. A. Aboutaleb
Registratienummer dienst: Behandelaar: T. Stelpstra
pagina 5