21bb334 Beantwoording vragen Lammering over Zembla 23 maart 20bb17464
Tekst van het document
Rotterdam, 12 januari 2021.
210bb000334
Onderwerp: Beantwoording van de schriftelijke vragen van het raadslid S.F. Lammering (PvdA) over ‘Zembla 23 maart 2020’. Portefeuillehouder: A. Aboutaleb
Aan de Gemeenteraad. Op 19 november 2020 stelde S.F. Lammering (PvdA) het college schriftelijke vragen over ‘Zembla 23 maart’. (20bb17464) Gezien de aard van de vragen, wordt geacht dat deze zijn gesteld aan de burgemeester. Inleidend wordt gesteld: ‘De PvdA Rotterdam staat pal achter haar politieagenten. Als fractie pleiten we continu voor meer blauw op straat, een betere waardering van agenten en sterke wijkgerichte samenwerkingen om geweld achter de voordeur en tussen jongeren tegen te gaan. Bovendien laten wij ons erop voorstaan om in het debat over institutioneel racisme en discussies over politiegeweld geen vooringenomen conclusies te trekken. Het is voor ons essentieel dat we goed begrijpen hoe situaties in elkaar zitten en dat alle burgers groot vertrouwen hebben in agenten. Als partij zoeken wij continu naar manieren om hieraan bij te dragen en partijen niet tegen elkaar uit te spelen. Kritisch maar constructief. Wij zijn geschrokken van de heftige beelden in de berichtgeving van de NOS en Zembla deze morgen. Op 23 maart jl. is een gewelddadige aanhouding verricht met behulp van een politiehond. Het fragment spreekt voor zich. In het kader van het verhardende maatschappelijke debat en om een zo goed mogelijk beeld te krijgen, stellen wij daarom de volgende vragen.’ Hieronder volgen de vragen en mijn beantwoording: Vraag 1: Bent u bekend met het fragment? Antwoord: Ja.
Vraag 2: Deelt u ons gevoel dat het feit dat het nu naar buiten komt via Zembla verder bijdraagt aan een al verhard debat, waarin burger, agent en politiek steeds vaker tegenover elkaar komen te staan?
Registratienummer dienst: Behandelaar: T. Stelpstra
Pagina 1
Antwoord: De beelden zien er heftig uit. Over het algemeen zien beelden van geweldstoepassing er heftig uit en roept dat begrijpelijk emoties op. Het uitgangspunt is dat de politie met zo min mogelijk geweld haar taken uitvoert, maar in sommige gevallen is dat wel noodzakelijk. Als de politie geweld toepast, wordt dat achteraf altijd getoetst op proportionaliteit en subsidiariteit. In verreweg het merendeel van de gevallen is de geweldstoepassing van de politie rechtmatig. Als dat niet zo is, dan wordt daar op gecorrigeerd en lering uit getrokken. Verder wordt gesteld: ‘De beelden komen op ons over als disproportioneel politieoptreden’. Vraag 3: Wat was de aanleiding om af te wijken van het geweldsprotocol? Antwoord: De hondengeleider is ter plaatse gevraagd om de politiemedewerkers die daar al waren bijstand te verlenen. Op dat moment is een inschatting gemaakt welk geweldsmiddel passend was om de man aan te houden. Het ingezette geweld is in deze casus achteraf als onrechtmatig en disproportioneel beoordeeld door zowel de politie als het Openbaar Ministerie, zie verdere beantwoording van vraag 5 en 6. Vraag 4: In het artikel wordt gesproken over een arrestant die onder invloed was van lachgas.
Staat lachgas bekend als drugs die agressie opwekt? Antwoord: Volgens het rapport van het Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs (rapport risicobeoordeling lachgas) is het gebruik van lachgas niet agressie verhogend. Wel zijn er met lachgasgebruik grotere risico’s in het verkeer doordat het reactievermogen afneemt. Handelingen met betrekking tot lachgas leiden daarnaast de aandacht af in het verkeer. In de getoonde beelden van Zembla nam de man achter het stuur van het voertuig plaats toen de politiemedewerkers hem aan wilden houden. Overigens heeft Zembla de beelden in spiegelbeeld uitgezonden waardoor het leek of de man op de bijrijdersplek ging zitten. Tevens wordt gesteld: ‘Uit de berichtgeving maken wij op dat er onderzoek naar de gebeurtenis wordt verricht’. Vraag 5: Wat was de aard van dit onderzoek? Antwoord: Er vond een strafrechtelijk onderzoek naar de betrokken politiemedewerker plaats onder leiding van het Openbaar Ministerie. Het OM heeft in dit onderzoek de zaak geseponeerd. In het vervolg daarvan loopt nog een intern disciplinair onderzoek binnen de politie.
Registratienummer dienst: Behandelaar: T. Stelpstra
Pagina 2
Vraag 6: Op welke manier wordt er omgegaan met de betrokken agent(en)? Antwoord: De betrokken agenten zijn in functie. Disproportioneel geweld leidt tot een leercasus en/of een evaluatiegesprek van de geweldsinzet met de politiemedewerkers. De betrokken agenten maken onderdeel uit van de leercasus. Daarnaast wordt disciplinair onderzoek gedaan naar het handelen van de betrokken hondengeleider. Vraag 7: Als agenten disproportioneel geweld toepassen in hun werk, op welke wijze wordt er dan corrigerend opgetreden om dit in het vervolg te voorkomen? Antwoord: Er zijn verschillende manieren hoe er opgetreden kan worden. Disproportioneel geweld leidt tot een leercasus en/of een evaluatiegesprek van de geweldsinzet met de politiemedewerkers. Deze leercasus kan breed gedeeld worden in de eenheid en in het korps. Daarnaast kan disproportioneel geweldgebruik leiden tot een strafrechtelijk en/of disciplinair onderzoek. In dat laatste geval kan een disciplinaire maatregel tegen een agent worden opgelegd. Vraag 8: Op welke manier wordt er zorg voor gedragen dat de politieorganisatie in haar geheel leert van dit soort gebeurtenissen? Antwoord: Casussen als deze worden als leercasus gebruikt op een afdeling zelf of breder in de politie-eenheid of het politiekorps.
Daarnaast besteedt de politieopleiding met de Operationele Begeleiding en Training (OBT) ook aandacht aan het leren van praktijkvoorbeelden. Iedere uitvoerende politiemedewerker volgt periodiek OBT. Vraag 9: Op welke manier is er na het incident omgegaan met de arrestant? Ontvangt hij steun en begeleiding? Vraag 10: Wordt er aandacht aan besteed om de relatie tussen de politieorganisatie en deze arrestant te herstellen? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet? Antwoord op de vragen 9 en 10: De leidinggevende van de dienst waar het Team Surveillancehonden onder valt, is bij de verdachte langs geweest en heeft een gesprek gevoerd over het geweldgebruik. De leidinggevende heeft aan de verdachte excuses en schadebemiddeling aangeboden en de verdachte sprak waardering uit voor dat gesprek. Vervolgens wordt gesteld: ‘Tot slot, bovenop het feit dat de manier waarop deze berichtgeving naar buiten komt waarschijnlijk schadelijk is voor de algemene beeldvoring, veroorzaakt het ook dat men alleen reactief kan handelen.’ Registratienummer dienst: Behandelaar: T. Stelpstra
Pagina 3
Vraag 11: Op welke manier gaat de politieorganisatie ervoor zorgen dat deze indruk wordt hersteld, zodat mensen het gevoel hebben dat er een proactieve dialoog bestaat met de politieorganisatie als gelijkwaardige partner? Antwoord: Er is na de televisie-uitzending van Zembla op vrijdag 20 november jl. een persbericht naar buiten gebracht vanuit de Nationale Politie met een statement vanuit de Eenheid Rotterdam. Al ver voordat Zembla met die uitzending kwam was de zaak al uitgezocht door het OM. De politie trok de conclusie dat de inzet niet proportioneel was en daarmee dus geen rechtmatige inzet bleek. De politie heeft het slachtoffer – in deze zaak ook verdachte – indertijd zelf al benaderd, excuses aangeboden en een schadevergoeding voorgesteld. De politie-eenheid Rotterdam buigt zich nog over verdere mogelijkheden om de situatie te herstellen. De uitzending heeft helaas een eenzijdig en onterecht beeld neergezet over de algemene inzet van de surveillancehond. Per jaar vinden er landelijk zo’n 360 bijtincidenten plaats. Dat is ongeveer 1% van de ingezette geweldsmiddelen. Op jaarbasis wordt per hond/geleider gemiddeld minder dan één keer gebeten. In de casus van het tankstation wordt in de Zembla uitzending een beperkt beeld gegeven van de totale casus.
De situatie voorafgaand aan en na afloop van de inzet van de politiehond wordt niet belicht terwijl deze in de totale beoordeling wel moet worden meegenomen. Dat hebben het OM en het gerechtshof wel gedaan, waardoor beoordeeld is dat hier sprake is van een gerechtvaardigde geweldsaanwending. De burgemeester,
Ing. A. Aboutaleb
Registratienummer dienst: Behandelaar: T. Stelpstra
Pagina 4