21bb3291 Afdoeningsvoorstel toezegging wethouder Van Gils over instelling Adviescommissie Aanwending verkoopopbrengst ENECO 21bb3062
Tekst van het document
mr. A.H.P. van Gils Wethouder Financiën, Organisatie, Haven en Grote Projecten
Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam
Aan de leden van de commissie MPOF
Website: www.rotterdam.nl E-mail: bbo@rotterdam.nl Inlichtingen: J.Griffioen Telefoon: 06 48 79 05 65 Cluster: Middelen & control Ons kenmerk: 21bb003291 Datum: 12 maart 2021 Betreft: toezegging 21bb3062
Geachte leden van de commissie, Tijdens de behandeling van het raadsvoorstel over het instellen Adviescommissie aanwending verkoopopbrengst Eneco (21bb002144) in commissie MPOF van 4 maart jl. is gesproken over hoe om te gaan met mogelijke belangenverstrengeling. Naar aanleiding van artikel 5b van het instellingsbesluit over de incompatibiliteiten is besproken in hoeverre het verrichten van opdrachten voor de gemeente verenigbaar is met het uitvoeren van de rol van voorzitter of lid van de adviescommissie. In de commissie MPOF is door de wethouder de toezegging (21bb3062) gedaan om voor het instellen van de adviescommissie in de raadsvergadering van 18 maart a.s. een brief te sturen hierover en de vraag te beantwoorden of artikel 5b van het instellingsbesluit hierop moet worden aangepast. Voor de samenstelling van de adviescommissie is bewust gekozen om personen aan te trekken met specifieke kennis, kunde én affiniteit met de stad Rotterdam. De vraag is welke impact (de schijn van) belangenverstrengeling heeft op het kunnen werven van kwalitatief goede mensen voor de adviescommissie. Als er personen gezocht worden met senioriteit op hun vakgebied en met binding met de stad is de kans aanwezig dat er in de toekomst mogelijke (schijn van) belangenverstrengeling kan ontstaan. Het instellingsbesluit moet voldoende handvatten bieden voor een transparant afwegingskader.
Nader beraad heeft ertoe geleid dat artikel 5b is aangevuld. Het eerdere conceptartikel was gericht op het niet samengaan van een rol in de adviescommissie met werkzaamheden bij de gemeente Rotterdam via inhuur of een zzp-constructie. Achtergrond hiervan was dat iemand via inhuur of zzp-constructie zich in een hiërarchische lijn in de gemeentelijke organisatie bevindt, en daarmee onderdeel uitmaakt van en toegang heeft tot de gemeentelijke organisatie. In dat geval kan er geen sprake zijn van onafhankelijke advisering ten opzichte van de investeringsvoorstellen die uit dezelfde gemeentelijke organisatie worden voorgelegd aan de adviescommissie. Met het aangepaste artikel is ervoor gekozen om ook duidelijkheid te verschaffen over andersoortige opdrachten die door één van de commissieleden – of een organisatie waar deze persoon aan verbonden is – kunnen worden aangegaan met de gemeente. Daarom is een nieuw artikellid toegevoegd waarin staat dat een lid van de adviescommissie voorafgaand aan het aannemen van een dergelijke opdracht van de gemeente, dit voorlegt aan college en raad. Deze kunnen daarop een toets op de (schijn van) belangenverstrengeling doen. Deze werkwijze wordt uitgewerkt in het reglement van de commissie.
Blad:
2/2
Deze werkwijze (met uitzondering van de rol van de raad hierin) wordt binnen de gemeente ook toegepast bij de collegebenoemingen van bestuurders en toezichthouders van gemeentelijke deelnemingen. Het lijkt – ondanks dat de adviescommissie een adviserende rol heeft - wenselijk om met deze werkwijze te zorgen voor volledige transparantie en voldoende vertrouwen in de onafhankelijkheid van de adviescommissie. Daarnaast is separaat opgenomen in het instellingsbesluit dat een lid van de adviescommissie niet deelneemt aan de stemming over een investeringsplan dat hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken (artikel 4). Ook beschikken de adviescommissieleden over een recente VOG. Het raadsvoorstel behorende bij het instellingsbesluit is vanwege bovenstaande uitleg over de aanvulling in het instellingsbesluit aangepast. Met deze brief vertrouw ik erop u hiermee mijn toezegging over de uitleg van artikel 5b van het Instellingsbesluit over de adviescommissie aanwending Enecomiddelen ((21bb3062) te hebben afgedaan.
Met vriendelijke groet,
mr. A.H.P. van Gils Wethouder Financiën, Organisatie, Haven en Grote Projecten