21bb2791 Collegebrief over Monitor Werk en Inkomen 3e tertaal 2020
Tekst van het document
Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl E-mail: bbo@rotterdam.nl Inlichtingen: Jaco Baksteen / Jolien Jeroense Telefoon: 06-51481403
Aan de Gemeenteraad
Portefeuillehouder: Richard Moti Cluster: Cluster Werk en Inkomen Ons kenmerk: 21bb2791 Uw kenmerk:-Datum: B&W 9 maart 2021 Betreft: Monitor W&I 3e tertaal 2020
Onderwerp: Monitor W&I 3e tertaal 2020
Op welke gronden deze brief?/ Waarom nu voorgelegd? Hierbij ontvangt u de monitor Werk en Inkomen tot en met het derde tertaal (t/m december) van 2020. De monitor informeert de commissie iedere vier maanden over de ontwikkelingen op het gebied van Werk en Inkomen op de reguliere P&C-momenten (1e herziening, 2e herziening en jaarverslag). De monitor is hiermee een verdieping van de gemeentelijke P&Cproducten voor wat betreft het programma Werk en Inkomen.
Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/begroting/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: Coalitieakkoord: Nieuwe energie voor Rotterdam. Mensenwerk. Beleidskader Participatiewet 2019-2022.
Toelichting: In deze brief wordt allereerst ingegaan op de belangrijkste ontwikkelingen uit de monitor. Vervolgens wordt gerapporteerd over stand van zaken met betrekking tot het Leerwerk akkoord en worden de resultaten van pilot versnelde afhandeling gedeeld en wordt een tussenbericht gegeven van de pilot 45+. Tot slot worden in de aanbiedingsbrief de openstaande toezeggingen ‘Maatwerk en passende dienstverlening WerkLoont’ (19bb22853), ‘Ambitie aantal stageplekken en leerbanen binnen het concern’ (21bb2179), ‘Uitbreiding van de startersbeurs naar de doelgroep recent afgestudeerde Mbo-studenten’ (21bb2180), ‘Mogelijkheid van het geven van bijlessen als vorm van vrijwilligerswerk’ (21bb2181) en de motie ‘Stapbudget’ (19bb18174) afgedaan. Tertaalmonitor Werk en inkomen - Ontwikkelingen op de arbeidsmarkt Het economisch beeld laat als gevolg van de coronapandemie een wisselend beeld zien. Volgens het CBS is in het derde tertaal het aantal werklozen gedaald tot 368.000 (2e tertaal 2020: 426.000). Tussen maart en augustus was er nog sprake van een stijging. Het aantal WW-uitkeringen in Rotterdam is in september gedaald ten opzichte van het augustus (14.497) en vervolgens redelijk stabiel gebleven in het laatste tertaal, eindigend in december op 13.530.
Blad:
2/12
Het aantal faillissementen in Zuid-Holland is in het derde tertaal met 139 faillissementen bijzonder laag. Over geheel 2020 is het aantal faillissementen ook beduidend lager dan voorgaande jaren. Een stijging in het aantal faillissementen als gevolg van de crisis lijkt voorlopig nog uit te blijven, doordat ondernemers een beroep kunnen op de steunmaatregelen van de overheid. De negatieve effecten van de coronapandemie zijn terug te zien in de verwachte inzet personeel en het aantal uitzenduren. De door ondernemers verwachte inzet personeel (Conjunctuur enquête) laat in april t/m december een daling zien, waar dit in de afgelopen jaren nog een stijging was. Het aantal uitzenduren ten opzichte van dezelfde periodes vorig jaar is in geheel 2020 gemiddeld 14% gedaald. In het derde tertaal is wel een positieve ontwikkeling te zien, de daling is in die periode minder sterk. Collegetarget Uit de jaarrekening 2019 bleek dat het college halverwege de collegeperiode goed op koers lag om de collegetarget van 30.000 uitkeringen te halen. De dalende lijn van het bijstandsvolume zette zich voort tot medio maart, maar als gevolg van de coronapandemie is deze trend doorbroken. Op 31 december 2020 is het aantal uitkeringen ten opzichte van de beginstand 2020 (33.666) met 2.537 uitkeringen gestegen naar 36.203 (zie monitor ad 1). Deze volumeontwikkeling is echter wel minder sterk dan verwacht.
In de raming bij de 2e herziening 2020 is nog rekening gehouden met een stijging naar 38.500 uitkeringen ultimo 2020. Hierin was geen rekening gehouden met de verlenging van de Tozo regeling, waardoor de mogelijke instroom vanuit de Tozo niet in 2020 heeft plaatsgevonden, maar pas in 2021, na afloop van Tozo. De ontwikkeling van het bijstandsvolume wordt in grote mate bepaald door de mate waarin de coronamaatregelen van het kabinet worden versoepeld en daarmee van de diepte en de duur van de crisis op de economie en werkgelegenheid. Ook de kabinetsmaatregelen, zoals de verlenging van de Tozo regeling, beïnvloeden deze ontwikkeling. Onze ambitie is om het ondanks de coronacrisis beter te doen dan het landelijk gemiddelde. Dit blijkt niet eenvoudig te zijn, omdat de grote steden het hardst getroffen worden door de coronacrisis. De grote steden kennen relatief veel flexwerkers, wat de arbeidsmarkt kwetsbaar maakt. In Rotterdam zijn er ten opzichte van de G4 bovendien relatief veel laag opgeleide mensen, wat de kwetsbaarheid versterkt.
Blad:
3/12
In onderstaande grafiek is zichtbaar hoe het volume zich heeft ontwikkeld vanaf 1 januari 2018 tot en met december 2020, ten opzichte van het landelijk gemiddelde en de G4.
Afgezet tegen de eindstand 2019 is het bijstandsvolume van de G4 in 2020 gemiddeld toegenomen met 4,8%. Waar Rotterdam in 2019 de nog sterkste daling kende, vergeleken met de andere grote steden (Amsterdam, Den Haag en Utrecht) laat Rotterdam in 2020 met 7,5% de grootste stijging zien. De landelijke bijstandscijfers zijn beschikbaar tot en met november 2020. Hieruit volgt dat het Rotterdamse volume ook ten opzichte van de landelijke ontwikkeling sneller stijgt. In de vorige monitor (tertaal 2) is een analyse gemaakt op basis van de beschikbare cijfers om voorzichtige verklaringen te geven voor de grote stijging in Rotterdam. De inzichten en verklaringen zijn nog grotendeels hetzelfde, maar worden voor de volledigheid hieronder nogmaals met u gedeeld. Op onderdelen zijn de cijfers wel geactualiseerd.: - In het algemeen zijn meer werkenden in de grote stad hun baan kwijtgeraakt dan in kleinere gemeenten. De stijging van het bijstandsvolume in de G4 verloopt sneller dan de landelijke cijfers; - De procentuele daling van de uitstroom in 2020 ligt in Rotterdam op het gemiddelde van de G4. De uitstroom is in Rotterdam met 9,0% gedaald van 8.555 in 2019 naar 7.782 in 2020. De verklaring voor de sterkere volumestijging in Rotterdam moet dan ook vooral gezocht worden bij de instroom die beduidend hoger ligt.
In Rotterdam is de instroom met 48,9% gestegen van 6.929 in 2019 naar 10.319 in 2020. - In Rotterdam zijn er relatief meer mensen in loondienst die direct een beroep hebben moeten doen op een bijstandsuitkering, waardoor de instroom in de bijstand in het afgelopen half jaar in Rotterdam hoger is. In Amsterdam en Den Haag zijn er relatief meer ZZP’ers. Zij maken in deze tijd in eerste instantie gebruik van de Tozo-regeling. In Amsterdam zijn ruim 2,5 keer zoveel Tozo aanvragen ingediend als in Rotterdam. De bufferwerking van de Tozo-regeling lijkt in Amsterdam en Den Haag groter te zijn dan in Rotterdam. Na afloop van de Tozo-regeling zullen Amsterdam en Den Haag naar verwachting te maken krijgen met meer instroom vanuit de Tozo-regeling; - De toename van de WW-populatie is in Rotterdam met 23% ten opzichte van de stand februari (voor coronacrisis) beduidend lager dan in Amsterdam (ca. 50%). Dit kan erop wijzen dat de beroepsbevolking in Rotterdam kwetsbaarder is (laag opgeleid en
Blad:
4/12
-
flexwerkers) dan in Amsterdam waardoor ze minder WW-rechten opbouwen en daardoor gelijk in de bijstand instromen. Deze bufferwerking van de WW lijkt daarom in Amsterdam groter dan in Rotterdam, waardoor de instroom in het afgelopen half jaar in Rotterdam hoger is geweest. In Utrecht en Den Haag lijkt deze bufferwerking van de WW overigens iets minder te zijn dan in Rotterdam; In het kader van het bieden van inkomenszekerheid en onder invloed van de sterk stijgende instroom in het maart/april is de gemeente Rotterdam in mei 2020 gestart met de pilot versnelde afhandeling. Op pagina 8 van deze brief wordt nader ingegaan op de resultaten van deze pilot. Als gevolg van de pilot zijn de afhandeltermijnen korter geworden en zijn de werkvoorraden gedaald. Tegelijktijd is de werkvoorraad in Amsterdam, Den Haag en Utrecht per 31 december hoger dan een jaar geleden. De hogere voorraad in de andere G4 steden vormt een buffer en een vertraging op de instroom. Wanneer deze hogere werkvoorraad bij de andere steden wordt teruggebracht zal dit mogelijk tot meer instroom leiden. Een ander effect van de pilot is dat het proces klantvriendelijker is geworden, waardoor er mogelijk minder rechthebbende aanvragers gedurende het aanvraagproces zijn afgehaakt;
De cijfers over het 3e tertaal van 2020 laten zien dat de maatregelen als gevolg van de coronapandemie de arbeidsmarkt nog altijd in zijn greep houden. Hoewel minder dan aanvankelijk verwacht, loopt het aantal mensen dat een beroep moet doen op een bijstandsvoorziening op. Het Rijk kwam en komt met omvangrijke steunpakketten om de grootste klappen voor burgers en bedrijven op te vangen. De Tozo-regeling die wij als gemeente uitvoeren, loopt tot 1 juli 2021. Het voornemen tot strengere eisen om toegang te krijgen tot deze uitkering, zoals een vermogenstoets, heeft het kabinet ingetrokken. Hierdoor kan een grotere groep gebruik blijven maken van de regeling. Alle steunmaatregelen hebben de instroom in de WW en bijstand minder hoog doen oplopen dan we eerst dachten. De verwachting is dat deze dempende werking in de loop van 2021 afneemt, waardoor we meer zicht krijgen op de effecten van de crisis op de werkgelegenheid en de aanvragen voorzieningen levensonderhoud. Hierboven hebben we al beschreven dat Rotterdam, met veel kwetsbare werkenden (flexwerkers, zzp-ers, jongeren) hard geraakt is. De kwetsbare arbeidsmarktpositie zorgt voor een mager eigen vangnet. WW-recht en eigen vermogen is vaak (nog) niet opgebouwd waardoor deze groep bij het wegvallen van de nu voorliggende steunmaatregelen direct instroomt in de bijstand.
Daarnaast heeft ook de diepte en duur van de coronacrisis effect op de sporen die getrokken gaan worden in de samenleving en op de arbeidsmarkt. Het CPB werkt aan nieuwe economische voorspellingen en scenario’s. Mede op basis daarvan bekijken ook wij of het versterken en/of bijstellen van de aanpak (en budgetten) nodig is.
Toelichting op andere onderdelen van de monitor Opvallende punten uit de tertaalmonitor zijn:
In het NPRZ-gebied is het bijstandsvolume in 2020 in absolute aantallen gestegen naar 14.567 (zie monitor ad. 2). Waarmee op 31 december 1.060 meer mensen in Rotterdam Zuid afhankelijk zijn van bijstand ten opzichte van het begin van 2020. Dat is een toename van 7,8%. Het aandeel NPRZ in het totale bijstandsvolume in Rotterdam is in 2020 gestegen van 40,12% naar 40,24%.
Blad:
5/12
Met name jongeren op Zuid worden door de crisis hard geraakt. In NPRZ zijn er inmiddels 1.131 jongeren afhankelijk van de bijstand. Dat is een toename van 45,6% ten opzichte van het begin van 2020. Deze toename is meer dan in de rest van de stad (41,9%). Het percentage uitstroom naar werk is op Zuid nog steeds hoger dan in de rest van Rotterdam. Van de totale uitstroom op Zuid in 2020 was 45,6% naar werk. Dit is opvallend ten tijde van crisis maar valt ook op in vergelijking met de rest van de stad waar de uitstroom naar werk 41,6% was in 2020. De ontwikkeling van het bijstandsbestand houdt gelijke tred met de rest van Rotterdam. Gezien de structureel zwakke positie van de beroepsbevolking op Zuid is het goed gelukt de effecten van de corona-crisis op te vangen. Het is goed om te constateren dat er de afgelopen 2 jaar langs de lijnen van het programma Samen voor Zuid een degelijke organisatiestructuur en werkwijze is ontstaan, die mensen met een zwakkere positie op de arbeidsmarkt toch naar werk kan begeleiden. Die positie moet verder versterkt en uitgebouwd worden. Juist omdat als de economie en arbeidsmarkt toch weer aantrekken, de op Zuid oververtegenwoordigde groep met een zwakkere arbeidsmarktpositie niet uit zichzelf de weg naar werk zal vinden.
Het 3e maatregelpakket van het kabinet biedt daartoe, net als de Europese subsidiefondsen en een eventuele nieuwe regiodeal, kansen.
De ontwikkeling van het bijstandsvolume <27 jaar kende de laatste jaren een dalende trend die is doorbroken als gevolg van de corona crisis. Vanaf maart is sprake van een stijgende instroom van jongeren in de bijstand (zie monitor ad 3). De stijgende trend is in het derde tertaal gestabiliseerd. Het aantal jongeren in de bijstand is in het derde tertaal uitgekomen op 2.919. Oorzaak van de toename in dit coronajaar is dat jongeren relatief hard worden geraakt door de coronacrisis, omdat zij in hoge mate vertegenwoordigd zijn in flexwerk/parttimewerk, en sectoren die hard zijn getroffen door corona zoals horeca, toerisme, cultuur en detailhandel. Onder de jongeren die sinds maart in de bijstand zijn ingestroomd bevinden zich ook jongeren met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. Het Jongerenloket heeft een gespecialiseerd team samengesteld om deze jongeren effectief te kunnen helpen hun weg naar werk of onderwijs te vinden. Dit team is 1 oktober officieel gestart. De uitstroom is ondanks de coronacrisis boven verwachting goed geweest. Zowel de uitstroom naar onderwijs als de uitstroom naar werk liggen hoger dan in 2019. De verhoogde uitstroom naar onderwijs is toe te schrijven aan de mindere vooruitzichten op de arbeidsmarkt. De verhoogde uitstroom naar werk kan toegeschreven worden aan o.a.
de arbeidskansen van de ingestroomde jongeren die een korte afstand tot de arbeidsmarkt hebben. In het derde tertaal is een aanpak jeugdwerkgelegenheid opgesteld en deze wordt vanaf het eerste tertaal 2021 uitgerold o.b.v. de inzet van de middelen vanuit het sociaal pakket (derde tranche steunmaatregelen) die voor de gemeenten zijn bestemd.
De inkomsten uit deeltijdwerk van Rotterdammers met een bijstandsuitkering bedroegen in 2020 € 14,7 miljoen (zie monitor ad. 7). Dit is hoger dan het totaalbedrag van € 13,6 miljoen in 2019. De doelstelling van € 16,5 miljoen is afgelopen jaar niet
Blad:
6/12
gehaald, mede vanwege corona-restricties in sectoren met traditioneel veel deeltijdwerk zoals de horeca.
Het totale aantal klachten is in 2020 gestegen met 11% ten opzichte van 2019. De oorzaak van deze toename is het aantal ingediende klachten als gevolg van de Tozo in tertaal 2 (zie monitor ad 12). Als het aantal klachten uitgedrukt wordt als percentage van het aantal aanvragen (incl. TOZO), is dit percentage gedaald van 7,6% (2019) naar 2,0% in 2020. Als gevolg van de gerichte aanpak bejegening, heeft de dalende lijn met betrekking tot het aantal klachten over (een gebrek aan) fatsoenlijke bejegening zich in 2020 voortgezet. Het aantal bejegeningsklachten is in 2020 t.o.v. 2019 gedaald met 35%.
De handhavingsresultaten voor dit jaar wijken af van eerdere resultaten (zie monitor ad 15). Het team heronderzoeken is, door de gevolgen van de coronacrisis, met ingang van april beperkt in haar werkzaamheden. Het aantal uitgevoerde heronderzoeken in 2020 bedraagt 3.284. De doelstelling voor het aantal heronderzoeken per jaar (6.000) is daarmee in 2020 door de coronacrisis niet gehaald. Er is afgesproken dat de niet gerealiseerde aantallen in de jaren 2021 en 2022 worden ingehaald.
De telefonische bereikbaarheid laat na het 1e tertaal een positieve ontwikkeling zien. (zie monitor ad 16). Vanaf het eerste tertaal is veel capaciteit is ingezet voor de Tozoorganisatie. Ondanks de opgaande lijn, is over het gehele jaar de norm van 90% niet gehaald. Als gevolg van de verschuiving van het serviceteam naar de 1e lijn, is het absolute aantal terugbelnotities aanzienlijk afgenomen, maar is het % terugbellen niet gehaald. Om de telefonische bereikbaarheid te vergroten is externe capaciteit bijgeschakeld.
Het aantal gemeentelijke garantiebanen (GGB) is aan het einde van het derde tertaal 396,6 (zie monitor ad 17). Het quotumaantal van 384,7 voor 2020 is ruimschoots gehaald. En dit ondanks de gevolgen van Covid 19. Daarnaast zijn in het derde tertaal de kringloopwinkels van de gemeente verzelfstandigd. De werkgelegenheid van de 20 garantiebanen die in de winkels werkzaam zijn is gewaarborgd, echter, ze tellen niet meer mee in de telling van het aantal gemeentelijke garantiebanen. Deze afname is meer dan goedgemaakt door de nieuwe instroom in het derde tertaal.
Het aantal garantiebanen in de arbeidsmarktregio Rijnmond is in het 2e en 3e kwartaal 2020 gestegen met 116 banen (zie monitor ad 18). Het beeld m.b.t. de G4 regio’s is als volgt: Haaglanden +32, Midden-Utrecht +34 en Groot Amsterdam -92. Landelijk bedraagt de stijging van het aantal garantiebanen in het 2e en 3e kwartaal 2020: + 2.495. In het 2e kwartaal 2020 was er anders dan eerdere jaren sprake van een lichte daling. Dit geldt ook voor de andere G4 regio’s en de landelijke ontwikkeling. UWV geeft geen duiding van de ontwikkelingen. Voorjaar 2021 verwacht het Landelijk Werkbedrijf te komen met een bijgestelde ambitie per arbeidsmarkregio n.a.v. de coronacrisis
Blad:
7/12
De taakstelling die het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) voor 2020 aan Rotterdam heeft opgelegd is 276 werkplekken Nieuw beschut werk (NBW). In eerdere tertaal rapportages is gemeld dat elders in Nederland de taakstelling ook niet gehaald wordt. Dit geldt ook voor Rotterdam, waar de afspraak was om in 2020 het aantal werkplekken met minimaal 52 te laten stijgen. Door de RIVM maatregelen zijn het aantal veilige werkplekken en de mogelijkheden qua begeleiding sterk gereduceerd waardoor de instroom tijdelijk is stil gevallen. In het derde tertaal is de instroom wel weer op gang gekomen. Het aantal werkplekken is, na een stilstand in groei in het tweede tertaal, in het derde tertaal gestegen met 18 werkplekken (zie monitor ad 19). Daarmee komt de totale groei in 2020 uit op 38 werkplekken. In 2021 worden maximaal ingezet op een flinke groei van het aantal werkplekken Nieuw beschut om zoveel mogelijk Rotterdammers die hier recht op hebben te kunnen plaatsen.
Financieel resultaat BUIG Ondanks de stijging van het aantal bijstandsuitkeringen is het financieel resultaat op de BUIG in 2020 uitzonderlijk gunstig. Op 13 oktober 2020 is uw raad geïnformeerd over het definitieve BUIG-budget 2020, en gaven wij reeds aan dat de stijging van het budget nog hoger was uitgevallen dan verwacht. Voor alle partijen was het afgelopen jaar onzeker hoe de economie en het aantal bijstandsgerechtigden zich zou ontwikkelen in reactie op de coronapandemie. Het Centraal Planbureau (CPB) had een extra conjunctuureffect ingeboekt om te corrigeren voor de verhoogde instroom in de bijstand als gevolg van COVID-19, en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) nam die inschatting over bij de vaststelling van het macrobudget BUIG. Achteraf kan worden geconstateerd dat de instroom in de bijstand is meegevallen, vooral door alle steunmaatregelen van het kabinet. Ook al werd de Rotterdamse arbeidsmarkt bovengemiddeld zwaar getroffen door COVID-19, toch waren de uitgaven aan uitkeringen en loonkostensubsidies uiteindelijk € 44,7 miljoen lager dan het ontvangen BUIG-budget (respectievelijk € 527,4 miljoen en € 572,1 miljoen). In de Eerste Herziening hadden wij geanticipeerd op een positief resultaat door € 16,0 miljoen in te zetten voor het algemeen financieel beeld en door € 17,6 miljoen toe te voegen aan de bestemmingsreserve BUIG.
Ten tijde van de Tweede Herziening was de inschatting dat een onttrekking van € 15,3 miljoen aan die bestemmingsreserve nodig zou zijn, want de snelle groei van het aantal uitkeringen in het tweede kwartaal leek zich in het najaar door te zetten, zo was ook de raming van het CPB. De bekendmaking van het definitieve BUIG-budget 2020 door SZW betekende vervolgens een meevaller van € 10,9 miljoen, waardoor er € 10,9 miljoen minder aan de bestemmingsreserve hoefde te worden onttrokken. Nu blijkt bij het sluiten van de boeken voor 2020 dat ook de nog resterende onttrekking aan de bestemmingsreserve BUIG van € 4,4 miljoen niet nodig is, omdat het aantal uitkeringen in het laatste kwartaal van 2020 niet verder is gegroeid. De bestemmingsreserve BUIG is daarom eind 2020 uitgekomen op € 35,5 miljoen en daarnaast is er in de jaarrekening 2020 een kleine onderbesteding van € 0,6 miljoen op de BUIG gerealiseerd. In de financieringssystematiek van de BUIG zit een automatische correctie op ramingsfouten in het verleden. Nu duidelijk is dat het aantal bijstandsuitkeringen landelijk veel lager is uitgevallen dan het CPB en SZW dachten, zal het landelijke
Blad:
8/12
macrobudget BUIG voor 2021 neerwaarts worden aangepast. Onzeker is nog wat de consequentie hiervan is voor de gemeente Rotterdam. Verwerking van de wijziging van de BUIG-baten in de begroting 2021 zal plaats vinden in de Voorjaarsnota 2021. Daarbij zal het nader voorlopig budget (verwachte bekendmaking: eind april) leidend zijn. De bestemmingsreserve BUIG fungeert als eerste buffer om schommelingen in de inkomsten en uitgaven op de BUIG op te vangen, zodat de rest van de gemeentebegroting niet onmiddellijk wordt getroffen. Thema Sterker door .. Mensenwerk: Scholingsfonds en Top-aanpak Sinds het 1e tertaal 2019 gaan we in de monitor Werk en Inkomen in op een specifiek thema. Dit biedt de mogelijkheid om meer gericht en verdiepend in gesprek te kunnen gaan met u als raad over ontwikkelingen op bepaalde thema’s. Omdat door uw raad bij de behandeling van de monitor over het 2e tertaal 2020 geen thema is voorgedragen, hebben wij gemeend dat het zinvol is u deze keer mee te nemen in de voortgang en ontwikkelingen bij twee speerpunten uit de brief Sterker door … Mensenwerk (juni 2020), te weten het Rotterdams Scholingsfonds en de TOP-aanpak. De tekst treft u aan in de bijlage van de bijgevoegde monitor. Wij nodigen u uit om voor de monitor over het 1e tertaal 2021 aan te geven welk onderwerp u dan graag behandeld wilt zien als verdieping bij de monitor.
Stand van zaken Leerwerkakkoord De gezamenlijke ambitie van het Leerwerkakkoord (LWA) - gericht op het doorbreken van de mismatch tussen vraag en aanbod en het samen werken aan een toekomstbestendige en inclusieve arbeidsmarkt - is juist in deze coronatijd belangrijker dan ooit. Per deel-LWA is door de partners (werkgevers, onderwijs en de lokale overheid) bekeken welke acties en maatregelen in 2020 prioriteit hebben. Hierop zijn de plannen aangepast. Dit betreft onder meer een grotere inzet op de pijler van werk naar werk (ook om instroom in de uitkering te voorkomen). Het LWA blijft actief aangesloten op het arbeidsmobiliteitscentrum “Rijnmond Werkt Door” en Hallo Werk, omdat hier voor de werkgeverpartners in de kansrijke sectoren van de deel LWA ook mogelijkheden zijn. Er is vanuit het LWA bijgedragen aan het regionale actieplan stages en leerbanen, om meer stageplekken in de regio te creëren waardoor mbo studenten ook kunnen afstuderen. Met het LWA stage stimuleringsfonds worden MKB ondernemers gestimuleerd stageplekken beschikbaar te stellen. Hiervoor ontvangen zij eenmalig een kleine bijdrage die kan worden ingezet voor de begeleiding van of een stage vergoeding voor de student.
Tot slot is het deel LWA Transport & Logistiek, Personenvervoer en Binnenvaart op 27 november 2020 met een digitale ondertekening gestart.: Doordat er nu in totaal zeven deel LWA zijn (achtereenvolgens Haven; MKB; Energietransitie gebouwde omgeving; Facilitaire Dienstverlening, Zorg, Bouw & Techniek; en nu Transport & Logistiek, Personenvervoer en Binnenvaart) met tientallen partners uit onderwijsveld en werkgevers en ondernemers, is het zaak de informatiedeling om te leren van elkaar goed in te regelen. Daarom heeft er een doorontwikkeling op de governance van het LWA plaatsgevonden, waarmee de sturing op de voortgang en de resultaten van de deel LWA ook meer bij de partners van de deel LWA zelf wordt belegd. Resultaten van de pilot versnelde afhandeling In april 2020 is gestart met de pilot versnelde afhandeling. Deze pilot beoogde een versnelling in de voorraad aanvragen levensonderhoud in om in de corona-crisis snel inkomenszekerheid te bieden. De kern van de pilot was om in beginsel te vertrouwen op de juistheid van gegevens
Blad:
9/12
die de werkzoekende verstrekt. Het afhandelen van aanvragen levensonderhoud in de pilotperiode is waar mogelijk gedaan op basis van de informatie, die de burger verstrekt in het aanvraagformulier en vanuit de ons beschikbare bronnen zoals; de eigen systemen (Socrates en RAAK/RMW), Suwinet en de Basis Registratie Personen (BRP). Er is de burger niet of zo min mogelijk gevraagd om zijn/haar verklaringen te ondersteunen met documenten (schriftelijke bewijzen). De pilot heeft positieve resultaten laten zien als het gaat om doorlooptijden en de klanttevredenheid. Daarnaast is geen negatieve invloed van deze werkwijze te zien op het gebied van kwaliteit en rechtmatigheid. In de pilot hebben we geconstateerd dat in minder gevallen een hersteltermijn is geboden (76% in 2019 naar 53% in 2020). Dit heeft tot gevolg dat de bijstandsaanvragen sneller afgehandeld worden. Dit heeft positieve gevolgen voor de gemiddelde afhandelingsduur. In 2019 duurde het gemiddeld 38 dagen om een aanvraag af te handelen, dit bedroeg in 2020 ondanks het gestegen bijstandsvolume nog maar 28 dagen. De resultaten in de pilot waren dusdanig positief dat deze werkwijze per 1 januari 2021 de reguliere werkwijze is geworden. Tussenbericht Pilot 45+ Op 13 november 2018 is in de raad de motie Pilots en experimenten voor bijstandsgerechtigden aangenomen (18bb9404).
Op 21 februari 2019 is de motie afgedaan met de toezegging een pilot voor de doelgroep 45+ te starten. De pilot is uitgevoerd vanaf juni 2019 en is gericht op het bieden van gerichte dienstverlening aan bijstandsgerechtigden van 45 jaar en ouder, wonend in Rotterdam Zuid. Doel is arbeidsinschakeling en soms het opsporen van belemmeringen, waarna de stap richting participatie en werk kan worden gezet. De opbrengst van de pilot tot en met 2020 wordt nu geanalyseerd. Op basis daarvan gaan we bezien welke aanpak voor de doelgroep 45+ het meest effectief is. De uitkomsten presenteren we in de monitor W&I over het 1e tertaal 2021. Openstaande toezeggingen en motie Vervolgens gaan we in deze aanbiedingsbrief bij de monitor in op vier openstaande toezeggingen en een motie, zodat deze gelijktijdig met de tertaalmonitor kunnen worden behandeld in uw commissie. Toezegging 19bb22853 Maatwerk en passende dienstverlening WerkLoont WerkLoont heeft de afgelopen periode een ontwikkeling doorgemaakt. Zoals eerder gemeld, wordt het nu óók als instrument aangeboden aan kansrijke werkzoekenden die in de uitkering zitten, maar bovendien sluiten we nu beter aan bij de mogelijkheden van de werkzoekenden doordat wij een gedifferentieerder aanbod van de werkcomponent realiseren dan tot nu toe het geval was. Eerder hebben we gerapporteerd over aanbesteding van de werkcomponent.
Hier is helaas onvoldoende uit voort gekomen. We hebben een andere oplossing gevonden: we zijn verheugd te kunnen melden dat Rotterdam Inclusief (RI), onderdeel van het cluster Werk en Inkomen, álle werkcomponenten voor WerkLoont gaat uitvoeren. Enerzijds omdat het past bij de ambities die we met RI hebben, en anderzijds omdat we denken dat het goed zal zijn om de begeleiding van onze werkzoekenden dicht aan huis te hebben. De ambitie van RI is om een breed arbeids- en mensontwikkelbedrijf binnen de gemeente Rotterdam te zijn, dat dienstverlening biedt aan meerdere doelgroepen. Er is binnen deze directie expertise in huis rond begeleiding van medewerkers met een arbeidsbeperking of afstand tot de arbeidsmarkt, zoals garantiebanen en nieuw Beschut. De medewerkers van RI zijn werkzaam in de eigen bekende beschutte werkplaatsen, maar ook groepsgewijs en individueel gedetacheerd bij opdrachtgevers. Werkzoekenden met een PW uitkering krijgen via diverse werkervaringstrajecten bij RI de mogelijkheid om een stap te zetten richting een (reguliere)
Blad:
10/12
baan. In de nabije toekomst biedt RI ook trajecten voor inburgeraars aan. RI biedt binnen de totale infrastructuur mogelijkheden voor alle werksoorten van WerkLoont, dus voor de profielen Aanpakken, Maken, Helpen, Vervoeren en Verkopen. Indien nodig, mochten de huidige opdrachten daar te weinig ruimte bieden, zal hier gericht passend werk bij worden gezocht. Hierbij wil RI in de komende jaren de samenwerking met ondernemers verder versterken, om zo een meer inclusieve arbeidsmarkt in Rotterdam en directe omgeving te helpen realiseren. Toezegging 21bb2179 Ambitie aantal stageplekken en leerbanen binnen het concern In de raadsbrief inzake de Rotterdamse herstelaanpak jongeren en aanpak Jeugdwerkgelegenheid (20bb18689) d.d. 15 december 2020 is bij actie 1 “Rotterdam geeft het goede voorbeeld met inzet op stages en leerbanen” gesteld dat we streven naar een uitbreiding tot 500 stages en leerbanen in totaal. Inmiddels is gebleken dat deze aantallen om diverse redenen achterhaald zijn. In de raadscommissie WIISA van 10 februari jl. is daarom toegezegd om op basis van de juiste cijfers van het gemeentelijke stagebureau, met een aangepaste ambitie te komen. De ambitie van het concern Rotterdam is om in 2021 overall 1124 stageplekken te realiseren binnen de gemeente.
Dit is een verdubbeling ten opzichte van het aantal stageplekken in 2020 en betreft stageplekken op alle opleidingsniveaus (mbo, hbo en wo). Voor wat betreft het aantal stageplekken en leerbanen op mbo-niveau is de ambitie dat in 2021 minimaal 25% van deze stageplekken voor mbo studenten worden gerealiseerd, oftewel 281 stageplekken voor mbo studenten. De afgelopen jaren lag het aantal stageplekken op mbo-niveau gemiddeld rond de 20%. Ook uit de recente belactie (om meer stageplekken binnen het concern te genereren) blijkt dat het merendeel van de stageplekken op hbo en wo niveau zijn. De ambitie van 25% is daarmee een verhoging die realistisch is. Toezegging 21bb2180 Uitbreiding van de startersbeurs naar de doelgroep recent afgestudeerde Mbo-studenten Ook is toegezegd met de organisatie die de Rotterdamse Startersbeurs uitvoert, uitbreiding van de Startersbeurs naar de doelgroep recent afgestudeerde mbo-studenten te verkennen. Deze verkenning heeft opgeleverd dat dit mogelijk is. Daarom is op ons verzoek inmiddels opgenomen in de uitwerking van de Rotterdamse Startersbeurs, dat deze kan worden ingezet voor recent afgestudeerde Rotterdamse studenten mbo 3 en mbo 4.
Toezegging 21bb2181 Mogelijkheid van het geven van bijlessen als vorm van vrijwilligerswerk Tenslotte is toegezegd te berichten over de mogelijkheid van het geven van bijlessen als vorm van vrijwilligerswerk, waarmee via een maatschappelijke diensttijd (MDT) traject een financiële bijdrage van het Jongeren vrijwilligerswerkfonds kan worden verkregen. Wij informeren u dat op dit moment een subsidieaanvraag MDT ‘ Perspectief voor de jeugd in corona-tijd’ loopt. Wij hopen u voor de zomer te kunnen informeren over de inhoudelijke voortgang van deze toezegging.
Blad:
11/12
Motie 19bb18174 stapbudget Op 27 juni 2019 is de motie ‘Stapbudget’ aangenomen. Hierin is verzocht om zo veel mogelijk Rotterdammers (bijstandsgerechtigden) gebruik te laten maken van het STAP (Stimulering Arbeidsmarkt Positie) -budget. De voorgenomen invoeringsdatum van deze wet lag op 1 januari 2021, maar is in 2019 uitgesteld naar 1 januari 2022. Tot 1 januari 2022 kunnen mensen hun scholingskosten fiscaal blijven aftrekken van hun inkomen. Inmiddels is in september 2020 een start gemaakt met het Rotterdams scholingsfonds om zoveel mogelijk Rotterdammers (beginnend met o.a. bijstandsgerechtigden) te kunnen scholen. In Rotterdam is investeren in menselijk kapitaal noodzakelijk en snelle actie op dit vlak is wenselijk om de werkloosheid te beperken en op termijn sterker uit de crisis te komen. Voor de ontwikkelingen binnen het Rotterdams scholingsfonds verwijs we u naar de tekst bij het thema ‘Sterker door … Mensenwerk, Scholingsfonds en TOP-aanpak’. Met het instellen van het Rotterdams Scholingsfonds, voldoen wij aan het gevraagde uit de motie om zoveel mogelijk Rotterdammers (bijstandsgerechtigden) die gebaat zijn bij om-, heren bijscholing, gebruik te laten maken van de mogelijkheid tot scholing. Daarnaast kunnen we vanaf 01-01-2022 Rotterdammers die niet in aanmerking komen voor een Scholingsvoucher, waar mogelijk helpen via het STAP budget.
Hiermee stellen we u voor om de toezeggingen 19bb22853, 21bb2179, 21bb2180, 21bb2181 en motie 19bb018174 als afgedaan te beschouwen. Slotalinea De cijfers in deze monitor laten het zien: de opgave waar we voor staan is enorm. Maar we zijn ervan overtuigd dat de koers die we hebben ingezet bij aanvang van de crisis de juiste is. Rotterdam komt sterker uit de crisis. We houden vast aan de uitgangspunten van inkomenszekerheid en gedifferentieerde dienstverlening op maat. Rotterdammers die een beroep op ons doen, krijgen een aanbod dat voor hen passend is. Om te voorkomen dat ze de bijstand instromen of om ze te helpen bij het vinden en behouden van werk. We hebben daarom het Rotterdams Scholingsfonds opgericht. Het (blijvend) om-, her- en bijscholen van mensen naar beroepen in kansrijke sectoren op de arbeidsmarkt is belangrijker dan ooit. Daarnaast hebben we het initiatief genomen voor Rijnmond Werk Door dat werkgevers met een overschot aan personeel met steeds meer succes koppelt aan werkgevers met een tekort aan werknemers. We zijn het experiment Wijkbasisbanen gestart. In het kader van gedifferentieerde dienstverlening is de TOP-aanpak ontwikkeld. De enorm opgave vraagt om focus én om een lange adem. We gaan door op de ingezette koers, stellen bij waar dat nodig is en houden vol. Alleen dan komt Rotterdam sterker uit de crisis.
Financiële en juridische consequenties/aspecten: nvt
Blad:
12/12
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, De secretaris,
De burgemeester,
V.J.M. Roozen
A. Aboutaleb
Bijlage(n): Monitor W&I 3e tertaal 2020