CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb2702 Burgemeestersbrief over disciplinaire maatregel en excuses agenten n.a.v. discriminerende uitlating app-groep politie

Gemeenteraad 8 april 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 15. Uitkomsten onderzoek naar aanleiding van uitlatingen in appgroep van medewerkers van de politie.1.640 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ing. A. Aboutaleb Burgemeester

Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl E-mail: bbo@rotterdam.nl

Aan de raadscommissie Veiligheid en Bestuur

Cluster: Directie Veiligheid Ons kenmerk: 21bb002702 Datum: 25 februari 2021 Betreft: Disciplinaire maatregel en excuses agenten n.a.v. discriminerende uitlating app-groep politie

Geachte leden van de raadscommissie, Met deze brief informeer ik u over de beslissing van de politiechef van de Eenheid Rotterdam in het disciplinaire traject naar aanleiding van discriminerende uitlatingen van politieagenten in een besloten WhatsApp groep. Het persbericht van de politie heb ik bijgevoegd. Uw raadscommissie heb ik ook toegezegd te informeren over lessons learned naar aanleiding van deze kwestie (20bb14905). In het laatste deel van de brief kom ik hierop terug. De WhatsApp conversatie ontstond naar aanleiding van een incident eerder in 2019 waarin een aantal jongeren een leeftijdsgenoot ernstig mishandelde. De uitspraken in de app-groep gingen in taal en tekst alle grenzen te buiten en overschreden ver de kaders van de professionele ruimte waarin politiemedewerkers zich kunnen bewegen. Daarmee is het vertrouwen van andere agenten én van Rotterdammers beschaamd. Op basis van de feiten en omstandigheden uit het onderzoek, wordt aan de vijf betrokken agenten een schriftelijke berisping opgelegd. Daarnaast hebben de betrokken agenten excuses aangeboden voor de uitspraken die zij gedaan hebben, en de pijn en het wantrouwen die de woorden veroorzaakten. De politiechef brengt deze excuses namens hen over aan de Rotterdamse samenleving en uw gemeenteraad.

Rol politiechef in disciplinair traject In opdracht van de leiding van Eenheid Rotterdam voerde de afdeling Veiligheid, Integriteit en Klachten van de Eenheid Den Haag het onderzoek naar plichtsverzuim uit. De politie heeft de complete aard en omvang van de uitlatingen in de WhatsApp groep en het handelen van de betrokken agenten in die periode onderzocht. Aan de hand van die resultaten en de gebleken omstandigheden zijn disciplinaire maatregelen voorgesteld. Deze voorgenomen maatregelen zijn voorgelegd aan twee landelijke commissies (Landelijke Strafmaat Overleg en de onafhankelijke externe Adviescommissie Grondrechten en Functie-uitoefening Ambtenaren). Aan de hand van hun adviezen heeft de politiechef van de Eenheid Rotterdam een definitief besluit genomen. Onderzoek Het Openbaar Ministerie toetste de volledige, veiliggestelde groepsconversatie op strafbaarheid en concludeerde dat de uitspraken zeker laakbaar waren, maar alleen strafbaar waren geweest als ze in het openbaar waren gedaan. Daarna volgde er een uitgebreider intern onderzoek naar mogelijk plichtsverzuim. Een agent diende tijdens het onderzoek zijn ontslag in.

Blad:

2/3

Onderzoekers van de Eenheid Den Haag spraken met de andere betrokken agenten en onderzochten of er signalen of klachten zijn geweest van burgers of collega’s over hen. Daaruit bleken geen aanmerkingen of waargenomen vooringenomenheid op houding, gedrag of uitvoering van hun werkzaamheden. De conversatie van de acht maanden dat de appgroep bestond, werd tegen het licht gehouden, waarbij ook een aantal andere kwetsende, racistische uitspraken naar voren kwam, naast de apps die eerder bekend werden. Ondanks dat die binnen een besloten groep niet strafbaar zijn, heeft iedereen binnen de politie een voorbeeldfunctie. Daar horen zulke kwalijke uitlatingen niet bij. Daarom is de politiechef van oordeel dat een strafmaatregel passend is. Sanctie en excuses Op basis van de feiten en omstandigheden uit het onderzoek, is aan de vijf betrokken agenten die bij de politie werkzaam zijn een schriftelijke berisping opgelegd. Niet omdat ze allen de verwerpelijke uitspraken deden, maar ook omdat ze met elkaar een sfeer in stand hielden waarbinnen de uitspraken een voedingsbodem vonden. Daarmee komt er een formele aantekening in hun dossier en blijft dit een punt van aandacht voor hun leidinggevenden. Dit kan bijvoorbeeld relevant zijn wanneer zij solliciteren naar een vertrouwensfunctie of een gesprek hebben met een leidinggevende.

De maatregel wordt onderschreven door de Adviescommissie Grondrechten en Functie-uitoefeningen (AFGA). In een toelichting stelt de commissie dat gezien de ernst en aard van het plichtsverzuim, afgewogen tegen de strafverzwarende en –verlichtende omstandigheden, deze disciplinaire straf passend is. Daarnaast maakt de politiechef namens de betrokken agenten excuses voor de uitspraken die zij deden en de pijn en het wantrouwen die de woorden veroorzaakten. De uitlatingen zorgden voor veel verontwaardiging in de maatschappij, maar ook binnen de politieorganisatie. Ook de politiechef vindt deze uitspraken volstrekt onacceptabel en onprofessioneel. De eenheidsleiding realiseert zich dat deze uitspraken extra hard kunnen binnenkomen bij mensen met een migratieachtergrond. De politie doet er alles aan om te zorgen dat zij een politie voor iedereen is. Op veel fronten gaat dat goed, maar de politie heeft daarin ook nog stappen te zetten. Van alle politiemedewerkers wordt verlangd dat zij hun werk doen zonder aanziens des persoons. Dat zij professioneel optreden en hulp bieden aan iedereen die dat nodig heeft. De politiechef geeft aan dat uit het onderzoek is gebleken dat deze betrokken politiemedewerkers dat doen, ondanks de uitlatingen die zij gedaan hebben. Tegelijkertijd is er een opdracht voor de politieorganisatie.

Het is noodzakelijk om onder alle omstandigheden ongewenst gedrag, waaronder racisme of zelfs de schijn daarvan, te begrenzen en uit te sluiten. Het grote belang dat de politieleiding daarvan al zag, wordt door dit soort incidenten nogmaals benadrukt. Reflectie politie op het handelen in de zaak en de opvolging van signalen (20bb9080) Uw raadscommissie heb ik toegezegd de politie te vragen om te reflecteren op de wijze waarop toentertijd opvolging is gegeven aan de signalen (20bb9080). Begin 2019 maakte een agent melding aan zijn leidinggevende omdat een gesprek in een appgroep waarin hij met collega’s zat, uitmondde in racistische praat. Toen een agent de uitspraken bij zijn directe leidinggevenden had gemeld, zijn er meteen gesprekken met de betrokkenen geïnitieerd waarin zij afstand namen van de uitspraken en hun excuses aanboden. De appgroep werd opgeheven. Er zijn toen door de leidinggevende individuele, corrigerende gesprekken gevoerd die zijn vastgelegd. Deze interventie werd op dat moment voorgesteld door de agent die er melding van maakte, gedragen door de basisteamleiding en voor hen naar tevredenheid afgerond. Terugkijkend was het een interventie die goed was, maar onvoldoende om een compleet beeld te krijgen en recht te doen aan de situatie. Geleerde lessen en ingezette maatregelen politie Discriminatie en racisme horen niet thuis bij de politie.

Als dit gedrag aan het licht komt, moet daar stevig tegen worden opgetreden. De eenheidsleiding van de politie heeft mij verzekerd deze zaak serieus op te pakken. De politie heeft reeds verschillende maatregelen in gang gezet om discriminatie binnen de politie te bestrijden en diversiteit te bevorderen.

Blad:

3/3

Deze kwestie heeft het belang van het zetten van stappen op dit gebied onderstreept. In eerdere brieven aan uw raad heb ik uiteengezet welke maatregelen er in gang zijn gezet om discriminatie binnen de politie tegen te gaan en diversiteit binnen de politie te bevorderen (20bb14515 en 20bb17889). Op de motie ‘maar niet weten waar de klepel hangt’ (20bb15039) kom ik zeer binnenkort -en ruim voor de commissiebehandeling over dit onderwerp- terug met een afdoeningsvoorstel. De leiding van de Eenheid Rotterdam heeft het programma ‘Politie voor Iedereen’ tot hoogste beleidsprioriteit gemaakt. Dit programma focust zich op de thema’s diversiteit, inclusie en divers vakmanschap. Vanuit het programma worden verschillende initiatieven ontplooid om ervoor te zorgen dat de politie beter in verbinding blijft met alle burgers. De politiechef ziet een belangrijke opgave voor de organisatie en voor alle daar werkzame politiemensen om in de praktijk te laten zien dat de politie er voor iedereen is. Dat betekent blijven werken aan het voorkomen van ongewenst gedrag zoals etnisch profileren of het doen van racistische uitspraken. Door er te zijn voor iedereen die de politie nodig heeft en daarmee het vertrouwen van iedereen te hebben. Daarvoor heeft de eenheid voor de komende jaren dit thema hoog op de agenda gezet waarbij vele initiatieven worden ondernomen om hieraan hard te blijven werken.

Een belangrijk onderdeel daarvan is het realiseren van een meer diverse eenheid met talenten met verschillende achtergronden waardoor de eenheid Rotterdam een betere afspiegeling van de samenleving wordt. De politie zal de maatregelen en de (beoogde) effecten nader toelichten in een technische sessie voor uw raadscommissie. Gemaakte excuses agenten en tweede kans Als burgemeester fungeer ik richting de politie als het gezag voor de handhaving van de openbare orde en de hulpverlening. Hoewel ik geen formele verantwoordelijkheid heb voor het beheer van de politie, ben ik enorm betrokken om mij samen met de leden van de driehoek in te spannen voor het uitbannen van discriminatoir gedrag binnen de politie en voor een politieapparaat dat een goede afspiegeling is van de (Rotterdamse) maatschappij. Ik acht het hierbij van essentieel belang dat de politie deze kwestie serieus heeft opgepakt. De agenten hebben zich op een manier uitgelaten die niet past bij de politieorganisatie. Ze hebben velen gekwetst en hun uitlatingen hebben de politie als neutrale organisatie, die er voor iedereen is, in diskrediet gebracht. Bij het beantwoorden van de vraag of ik als burgemeester vertrouwen heb in de bij de kwestie betrokken agenten, weeg ik mee dat ze aangeven bewust geworden te zijn van de schade die het gevolg is van hun uitlatingen en dat ze de stad excuses hebben gemaakt.

Ik aanvaard de excuses en heb de politiechef laten weten dat de betrokken agenten een tweede kans krijgen om het geschonden vertrouwen te herwinnen. Ten slotte blijf ik benadrukken dat ik met de driehoek en met de minister en landelijke korpsleiding onverminderd doorga met de agenda voor een divers politieapparaat, een juiste politiebejegening en mechanismen voor het tegengaan van discriminatie en racisme. Ik ervaar daarin de toewijding en prioriteit van de leiding van de Eenheid Rotterdam en van het landelijke korps. Ook al is de opgave pittig en complex. De driehoek blijft in gesprek met Rotterdammers over deze onderwerpen en gaat de soms beladen en ongemakkelijke gesprekken niet uit de weg. Ik vertrouw erop dat ik u hiermee voldoende heb geïnformeerd en mijn toezeggingen 20bb9080 en 20bb14905 heb afgedaan. Met vriendelijke groet,

Ing. A. Aboutaleb Burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=8db2c3be-b71b-4d90-bf8e-afc6fe953f35