CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb25 Afdoeningsvoorstel college toezegging 20bb16562 over collegereactie onderzoek slavernijverleden

Gemeenteraad 4 februari 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 18. Voortgangsrapportage Relax en Onderzoek slavernijverleden.2.442 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl E-mail: bbo@rotterdam.nl Inlichtingen: A.M. Erkelens Telefoon: 06-23554629

Aan de Gemeenteraad

Portefeuillehouder: Wethouder B. Wijbengavan Nieuwenhuizen Cluster: Cluster Maatschappelijke Ontwikkeling Ons kenmerk: 20MO05641 – 21bb25 Uw kenmerk: 20bb16562 Datum: B&W 12 januari 2021 Betreft: Collegereactie onderzoek slavernijverleden

Onderwerp: Collegereactie onderzoek slavernijverleden. Op welke gronden deze brief?/Waarom nu voorgelegd? Op 20 januari is er in de commissie WIISA een technische sessie over het recent gepubliceerde onderzoek naar het koloniaal en slavernijverleden en de drie boeken die hieruit voortgekomen zijn. Daarna volgt een politieke bespreking, zoals ook door wethouder Wijbenga-van Nieuwenhuizen toegezegd (20bb16562). Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/begroting/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: - Motie ‘Rotterdams slavernijverleden geeft inzicht en verbindt’ (17bb9435) - Actieprogramma Integratie en Samenleven: Relax. Dit is Rotterdam - Intensiveringsprogramma Rotterdam tegen racisme - Toezegging slavernijverleden bespreken in WIISA 20 januari (20bb16562) Daarbij ook de volgende bestuurlijke stukken die nog in behandeling zijn, die een relatie hebben met deze brief: - 20bb010566 Tussenbericht Reactie op burgerinitiatief ‘Rotterdams museum over o.a. Afrikaanse geschiedenis en slavernij’. - 20bb017808 Tussenbericht Schriftelijke vragen 'Denk vraagt excuses naar aanleiding van onderzoek slavernij" - 20bb016030 Schriftelijke vragen ‘Geen slavenhandelaar als voorbeeld succesvolle ondernemer’ - 20bb16904 Motie ‘Maak de geschiedenis zichtbaar’ - 20bb16927 Motie ‘Canon van Rotterdam’

Blad:

2/7

Toelichting: Reactie college op de onderzoeken In opdracht van de gemeente Rotterdam heeft het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) de afgelopen twee jaar onderzoek gedaan naar een beladen onderwerp: het koloniale en slavernijverleden van Rotterdam. Dat heeft drie boeken opgeleverd die op 31 oktober zijn gepresenteerd en overhandigd aan burgemeester Aboutaleb, locoburgemeester Bert Wijbenga-van Nieuwenhuizen en oud-gemeenteraadslid Peggy Wijntuin. Uit het onderzoek blijkt dat Rotterdam vanaf 1600 een rol speelde in het Nederlandse kolonialisme en ook in slavenhandel en slavernij. Ook hebben Rotterdamse bedrijven geprofiteerd van hun betrokkenheid. Inmiddels is Rotterdam een superdiverse stad, met grote groepen inwoners uit de voormalige – Nederlandse, maar ook Portugese, Franse, Spaanse en Britse – koloniën. Het is duidelijk dat wij ons, als college van burgemeesters en wethouders, hiertoe te verhouden hebben. Voor ons ligt een historische opgave. Niet eerder heeft een stadsbestuur voor de vraag gestaan om verantwoording af te leggen voor de handelingen van voorgangers, die van dusdanige ernst en van zo lang geleden zijn. De roep om excuses is groot, evenals de roep om dat vooral níet te doen. Hetzelfde geldt voor vragen over beelden, straatnamen, onderscheidingen, kunstcollecties en meer.

Wij realiseren ons ten volle het gewicht van deze vragen en wat het voor mensen betekent en voelen de verantwoordelijkheid deze vragen te beantwoorden. Dat brengt ons op drie belangrijke uitgangspunten: 1. Als college B&W van Rotterdam erkennen we het belang van dit deel van de geschiedenis en de vragen die daaruit voortkomen; 2. We moeten als samenleving inzetten op dialoog en educatie over deze gedeelde geschiedenis en de weg zoeken naar een gezamenlijke toekomst; 3. We gaan de moeilijke onderwerpen niet uit de weg en zullen deze politiek behandelen. In deze brief noemen we de diverse vraagstukken en dilemma’s, beschrijven we het proces voor een antwoord op gevraagde excuses en het idee van een stadsprogrammering. We nodigen u uit om mee te denken en zullen ook de stad betrekken. Inhoudelijke vraagstukken en dilemma’s De boeken over het Rotterdamse koloniale en slavernijverleden zorgen voor een intensief politiek en maatschappelijk debat, waarbij veel verschillende onderwerpen op veel verschillende manieren belicht worden. Er zullen de komende tijd mogelijk nog meer vragen opkomen. We vinden het belangrijk om te benoemen dat de beantwoording van deze vragen een grote mate van zorgvuldigheid en nauwkeurigheid vereist. We zullen steeds per onderwerp de verschillende mogelijkheden en per historisch figuur de specifieke context meenemen in de uitwerking van voorstellen.

We behandelen al deze onderwerpen graag aan de hand van een debat, dialoog met de stad en waar nodig met nader onderzoek.

Blad:

3/7

We noemen hieronder een aantal vragen en geven hierbij een korte uitleg van de bestaande en komende acties. In een aantal gevallen ontvangt u nadere uitwerking daarvan in antwoord op schriftelijke vragen of als afdoeningsvoorstellen van moties. 1. Straatnamen met een link naar kolonialisme of slavernij De geschiedenis die samenhangt met straatnamen die verwijzen naar ons koloniale/slavernijverleden willen we meer zichtbaar maken in de stad. Dit zullen we zichtbaar maken in het straatbeeld, zoals ook opgedragen door motie ‘maak de geschiedenis zichtbaar’ (20bb16904). Daarnaast is het ook van belang om ervoor te zorgen dat mensen bekend zijn met deze geschiedenis en daarom zetten we eveneens in op dialoog en educatie. De geschiedenis kunnen we niet herschrijven, maar we kunnen wel met elkaar in gesprek over de betekenis van bijvoorbeeld straatnamen. 2. Beelden met een link naar kolonialisme of slavernij Rotterdam kent ongeveer 15 beelden van personen die een rol hebben gespeeld in ons koloniale/slavernijverleden. We willen deze geschiedenis niet uitwissen, maar hier meer informatie bij beschikbaar stellen, door bijvoorbeeld naast deze beelden een bordje te plaatsen. Zoals u in Rotterdam tegen Racisme hebt kunnen lezen doen we dit in samenwerking met de commissie van advies inzake straatnamen en gedenktekens en Beeldende Kunst in de Openbare Ruimte (BKOR).

De BKOR beheert de beeldende kunstcollectie in stad, waaronder het beeld van Piet Heyn. We verkennen daarbij de mogelijkheid om Rotterdammers uit te nodigen om met voorstellen of initiatieven te komen voor inclusieve (stand)beelden en straatnamen, vanuit de gedachte dat we moeten werken aan een beter evenwicht van perspectieven. Verder is het net als bij de straatnamen van belang dat we inzetten op dialoog en educatie met de stad.

3. Onderscheidingen/ penningen met een link naar kolonialisme of slavernij De gemeente reikt jaarlijks een aantal onderscheidingen en penningen uit. Sommige van deze hebben een link naar het koloniale/slavernijverleden. Een voorbeeld hiervan is de Johan van der Veeken Plaquette (zie ook schriftelijke vragen 20bb18645). Hierin ziet het college een verschil met straatnamen, standbeelden en gebouwen. In die gevallen gaat het om gestolde geschiedenis: geen steeds hernieuwd eerbetoon, maar een keuze uit de geschiedenis om een beeld van iemand te plaatsen van wie we dat vandaag niet meer zouden doen. Bij de toekenning van gemeentelijke onderscheidingen echter gaat het iedere keer opnieuw om een eerbetoon die kracht wordt bijgezet met verdiensten van grote Rotterdammers uit een ver verleden, verdiensten die we in de huidige tijd anders waarderen. Het college is daarom in principe van plan om na de commissievergadering van 20 januari het gehele decoratiestelsel te herijken en meer inclusief en van deze tijd te maken. Dit wordt teruggekoppeld in de beantwoording van de Schriftelijke vragen ‘Geen slavenhandelaar als voorbeeld succesvolle ondernemer’ (20bb016030). 4. Koloniale roofkunst in musea

Blad:

4/7

Een aantal Rotterdamse musea doet onderzoek naar hun collectie en de herkomst hiervan. Het college (en bijvoorbeeld ook het Wereldmuseum) is voorstander van het zonder voorwaarden teruggeven van roofkunst uit voormalig door Nederland gekoloniseerde landen. Dit is in lijn met het landelijke advies (zie ook de beantwoording van de schriftelijke vragen hierover: afdoening 20bb017189). 5. Educatie over het verleden in het onderwijs We gaan het komende jaar met het onderwijsveld in gesprek (via onder andere de sectorkamers) Het college is van mening dat ons koloniale en slavernijverleden een prominente plaats moet krijgen in het onderwijs over de Rotterdamse geschiedenis. 6. De vraag om excuses voor het slavernijverleden Hiervoor hebben we een uitgebreider procesvoorstel die we graag hieronder toelichten. We streven naar een proces dat door een zo groot mogelijk deel van de raad onderschreven wordt als de juiste manier om tot het antwoord te komen. De vraag om excuses In eerdere jaren is vooral het kabinet gevraagd om excuses aan te bieden voor het slavernijverleden. Het kabinet heeft dat niet gedaan, maar ‘spijt en berouw’ getoond. Met de onderzoeken naar onze lokale geschiedenis, schuift de vraag om formeel excuus mee naar het niveau van het stadsbestuur. We begrijpen dat ons deze vraag wordt gesteld.

Daarom moeten we nu nadenken over de betekenis, de voorwaarden en gevolgen daarbij: Gelden de excuses namens het college, het stadsbestuur inclusief de raad, voor de gemeente of voor alle Rotterdammers? Wanneer is dit voor betrokkenen afdoende en opent het de weg tot heling en verzoening? Zijn de excuses éénrichtingsverkeer, of gaan er besprekingen of zelfs onderhandelingen aan vooraf en zo ja, door wie en namens wie en met welk mandaat? Wat zijn de gevolgen: financieel, symbolisch, duurzaam en functioneel? Doen we dit alleen of samen met Amsterdam en met het Rijk? Hoe gaan we om met de verdere polarisatie dat elk antwoord met zich mee zal brengen? Het college realiseert zich dat de samenleving behoefte heeft aan snelle antwoorden. Maar áls excuses gemaakt worden, dan moet dit ten volle gerealiseerd worden en moeten de woorden gewicht en bewuste consequenties hebben. Het college wil een zorgvuldig proces voorstellen waar uw raad zich in kan vinden en waarin al uw vragen worden meegenomen: 1. Het college wil luisteren naar wat diverse betrokken gemeenschappen ons hierover willen meegeven. We doen dat op de volgende manieren: a. Het Rijk heeft een onafhankelijk adviescollege dialooggroep slavernijverleden ingesteld dat tot taak heeft dialoog te organiseren gericht op de Nederlandse samenleving in zijn geheel en in het Caribisch deel van het Koninkrijk.

De dialoog zal worden gevoerd in sectorale gesprekstafels in Nederland en in regionale gesprekstafels in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Daarbij worden ook maatschappelijke organisaties betrokken. De dialooggroep maakt

Blad:

5/7

eigen keuzes over de exacte invulling van de gesprekstafels. Op 1 mei 2021 wordt het advies aangeboden aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. We nemen de uitkomsten mee in onze overwegingen. b. In Rotterdam zijn we in gesprek met stichting Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst om in de eerste helft van 2021 een symposium te organiseren, waarbij er met o.a. de Afro-Caribische gemeenschap diverse onderwerpen worden besproken. Voorbeelden hiervan zijn excuses en schadeherstel en een verkenning van de mogelijke voorwaarden voor een bevredigende handelswijze. We faciliteren dit graag als een open discussie met ruimte en tijd om tot een bepaalde mate van overeenstemming te komen. c. Zoals opgenomen in het intensiveringsplan Rotterdam tegen Racisme is het college voornemens om een Adviesraad Diversiteit & Inclusie (werktitel) in te stellen, die het college gevraagd en ongevraagd kan adviseren. De Adviesraad zal ook betrokken worden in dit proces. d. Naast bovengenoemde groepen willen we ook de brede Rotterdamse bevolking betrekken. We inventariseren en wegen alle meningen en argumenten, zowel van voor- als tegenstanders van excuses. 2. Het college wil zich laten adviseren door wetenschappers en rechtsgeleerden; 3. Het college spreekt met Amsterdam en het Rijk over excuses op nationaal niveau en de mogelijkheid om hier alle drie samen in op te trekken.

Daarbij roepen we ook op om een nationaal onderzoek naar het Nederlandse slavernijverleden te starten en te komen tot een nationaal slavernijmuseum; 4. Indien gewenst, inhoudelijke bespreking van bovenstaande in technische sessie(s) met de commissie WIISA, ondersteund door de betreffende experts; 5. Besluitvorming in het college, waarna bespreking met de raad volgt. Stadsprogrammering koloniaal en slavernijverleden Rotterdam Dat brengt ons bij het tweede deel van de motie Wijntuin: Het Stadsarchief Rotterdam te vragen om het Rotterdamse koloniaal|- en slavernijverleden in samenwerking met Rotterdamse musea in woord en beeld uit te werken en voor publiek toegankelijk te maken. Dit willen wij doen door enerzijds Rotterdammers te faciliteren die al ideeën hebben die bijdragen aan het bespreken van onze geschiedenis en het bestrijden van discriminatie, anderzijds het stimuleren van bewustwording en kennisontwikkeling bij Rotterdammers die zich hier niet eerder mee hebben beziggehouden, daarover in gesprek willen en willen leren. In 2021 willen we gesprekken in de stad organiseren over de onderzoeksresultaten en de daaraan gekoppelde wens voor een uitgebreider publieksprogramma in 2022. Hieronder valt ook de aandacht voor straatnamen, gedenktekens en koloniaal erfgoed.

Over de publicatie voor het onderwijs gaan wij in gesprek met de verschillende onderwijsorganisaties, zodat er gedegen afstemming is over inhoud, methoden en planning. Met organisaties die al ideeën hebben aangedragen om dit in dialogen, projecten, kunst, muziek of welke vorm dan ook tot uitdrukking te laten komen gaan we in gesprek om te kijken in hoeverre we deze kunnen faciliteren.

Blad:

6/7

Uiteindelijk zullen de inspanningen leiden tot een voorstel voor het stadsprogramma van 2022. Dit allemaal afhankelijk van wat er wordt opgehaald aan ideeën en suggesties en de middelen we daartoe beschikbaar kunnen stellen. Op landelijk niveau is er een toezegging van de minister-president aan de Tweede Kamer om in 2023 een landelijke herdenking rondom 150 jaar afschaffing slavernij in Nederland te organiseren. De lokale inzet en activiteiten in de jaren 2021 en 2022 vormen daarmee een logische aanloop naar 2023. Resumerend ziet het proces er als volgt uit: - 2021 In gesprek met elkaar, het verkennen van de elementen en activiteiten voor de stadsprogrammering over koloniaal Rotterdam; - 2022 Uitvoering stadsprogramma koloniaal Rotterdam (indien mogelijk in begroting); - 2023 Landelijk herdenkingsjaar ‘150 jaar afschaffing slavernij in Nederland’ Zo staat gedurende de komende drie jaar het onderwerp stevig op de agenda en zullen vele activiteiten en ontwikkelingen elkaar opvolgen. Tot slot Het college is het voormalige gemeenteraadslid Peggy Wijntuin erkentelijk. Dankzij haar motie is er twee jaar onderzoek gedaan naar het koloniaal en slavernijverleden van Rotterdam en heeft dit onderwerp zo de benodigde aandacht gekregen. De boeken vertellen de koloniale geschiedenis van onze stad en de wijze waarop deze geschiedenis doorwerkt in de structuren van onze stad vandaag de dag.

Het is voor het eerst dat deze geschiedenis van onze stad zoveel aandacht krijgt. Het is heel goed dat dit onderzoek is gedaan en we beter zicht hebben gekregen op dit aspect van de Rotterdamse geschiedenis, zeker ook omdat het koloniaal verleden van invloed is op de huidige samenstelling van onze bevolking. Zoals Peggy Wijntuin het bij de presentatie van de boeken verwoordde: “wij zijn hier omdat jullie daar waren”. Laten we ons koloniaal verleden als stad erkennen en actief de gevolgen hiervan bestrijden. Financiële en juridische consequenties/aspecten: Het onderzoek naar het Rotterdamse koloniale en slavernijverleden (à €250.000) is afgerond. Vanuit Rotterdam tegen Racisme is er nog €250.000 beschikbaar gesteld voor educatie en dialoog over het verleden in 2021. Financiële consequenties van bijvoorbeeld het plaatsen van toelichtingen bij straatnamen e.d. en een langer durend stadsprogramma zijn nog niet begroot. Het college gaat de komende tijd op zoek naar financiële ruimte. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en stellen voor om toezegging 20bb16562 als afgedaan te beschouwen.

Blad:

7/7

Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, De secretaris,

De burgemeester,

V.J.M. Roozen

A. Aboutaleb

Bijlage(n): Samenvatting van de drie onderzoeken: Het koloniaal verleden van Rotterdam, Rotterdam in slavernij en Rotterdam, een postkoloniale stad in beweging

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=42ce9ace-f5ba-47b4-8f43-ee8a1d699e29