CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb2380 Raadsvoorstel over Wijziging Participatieverordening Rotterdam 2015

Gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 19. Het voorstel tot wijziging van de Participatieverordening Rotterdam 2015.1.664 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rotterdam, 2 maart 2021.

21bb002380

Aan: de gemeenteraad

Onderwerp: Wijziging Participatieverordening Rotterdam 2015.

Gevraagd besluit: Samenvattend stellen wij u voor: de wijziging van de Participatieverordening Rotterdam 2015 vast te stellen conform bijgaand ontwerpbesluit. Waarom dit voorstel?/Waarom nu voorgelegd? Op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel j, Participatiewet bestaat de mogelijkheid één of tweemaal per jaar een premie te verstrekken aan bijstandsgerechtigden zonder dat dit op de uitkering in mindering moet worden gebracht. De premie mag alléén uitgekeerd worden als gebleken is dat dit bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de betreffende werkzoekende. Om de verstrekking van een werkpremie mogelijk te maken, moet de verordening de mogelijkheid daartoe bieden. Op dit moment is dat niet het geval en is er geen grondslag voor het uitkeren van een premie aanwezig. Het is daarom noodzakelijk om de Participatieverordening Rotterdam 2015 aan te passen. De wens van de initiatiefnemers om per 1 januari 2021 met de Werkpremie te starten was geen haalbare datum. Het ontwikkelen van de processen, het inrichten van de ICT en het opstellen van de nadere regels konden niet tussen het aannemen van het initiatiefvoorstel op 1 oktober 2020 en de streefdatum van 1 januari 2021 worden gerealiseerd. De andere reguliere datum van wijziging van regelgeving, 1 juli, werd te laat bevonden door de wethouder WIN en initiatiefnemers.

Bij de beoordeling van het initiatiefvoorstel is afgesproken dat de werkpremie per 1 april 2021 start om sneller een stimulans te kunnen bieden bij parttime betaald werk. Om deze reden is de afspraak gemaakt de ingangsdatum van de Werkpremie op 1 april 2021 vast te stellen, afwijkend van de standaard wijzigingsdata van regelgeving. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: - Mensenwerk, Beleidskader Participatiewet 2019-2022; - Strategiebrief ambitie bijstand van 18 oktober 2018; - Brief “Rotterdam sterker door … Mensenwerk”. Herijking ambitie bijstand van 23 juni 2020; - Werkbonus: Werken moet lonen - initiatiefvoorstel aangenomen op 17 oktober 2020.

Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: R. Moti Steller: D. Barvoets, (010)

pagina 1

Toelichting: Met het op 17 oktober 2020 aangenomen initiatiefvoorstel "Werkbonus. Werken moet lonen" wordt beoogd een bestandsdaling te realiseren door te experimenteren met het verstrekken van een financiële prikkel (werkpremie) aan Rotterdammers die een stap zetten naar werk. Het aangenomen initiatiefvoorstel wil Rotterdammers die volledig afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering, stimuleren om sneller de stap naar een betaalde baan te zetten om vervolgens (sneller) uit te stromen. Daarnaast zijn de huidige financiële prikkels om de stap te zetten naar (parttime) werk te beperkt. Bovendien is men vaak bang voor een terugvordering van de toeslagen van de Belastingdienst zoals de huur- en zorgtoeslag en het Kindgebondenbudget. De werkpremie wordt hoger naar mate iemand meer en langer werkt. Het initiatiefvoorstel wil met de inzet van een werkpremie voor een extra financiële prikkel zorgen. Deze premie wordt door de Belastingdienst niet belast en heeft geen invloed op de hoogte van de landelijke toeslagen. Hierdoor kan de drempel om parttime werk te accepteren mogelijk worden verlaagd. De regeling over de werkpremie is als volgt. De werkpremie wordt verstrekt aan personen met een uitkering op grond van de Participatiewet van 27 jaar en ouder. Premieverstrekking aan personen jonger dan 27 jaar is wettelijk uitgesloten.

De voorwaarden voor de verstrekking van een werkpremie betreffen: a. diegene zes maanden aan het werk is op basis van een arbeidsovereenkomst, waarbij nog aanvullend recht op bijstand bestaat; b. de werkpremie bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling; c. diegene aan het werk is of is gegaan in de periode van 1 april 2021 tot en met 31 maart 2022, en, d. er geen vrijwilligersvergoeding, als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder k, van de Wet wordt ontvangen. Dit laatste is bepaald omdat als er ook een vrijwilligersvergoeding wordt ontvangen de werkpremie vanuit de Participatiewet een belaste vergoeding wordt en dit dan het doel van de verstrekking tenietdoet. Dit zou tot gevolgen hebben dat werkzoekenden na het ontvangen van de Werkpremie, mogelijk de toeslagen van de Belastingdienst zouden moeten terugbetalen en het volgend jaar niet in aanmerking komen voor deze toeslagen. Per maand bouwt iemand werkpremie op van 12,5% van de netto-inkomsten. Na zes maanden, al dan niet aaneengesloten, ontstaat er recht op werkpremie, die na zes maanden onbelast ambtshalve wordt uitgekeerd. Per kalenderjaar is het bedrag aan werkpremie gemaximeerd op het in de Participatiewet genoemde bedrag. De regeling rond de werkpremie heeft een einddatum van 31 maart 2023.

Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: R. Moti Steller: D. Barvoets, (010)

pagina 2

Financiële en juridische consequenties/aspecten: De totale kosten van de werkpremie zijn ingeschat op € 3,3 miljoen. De programmalasten zijn ingeschat op € 2,3 miljoen, dit is afhankelijk van het aantal gewerkte uren/verdiend loon, de stand van de conjunctuur en de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. De programmalasten van 2.3 zijn gekoppeld aan lagere uitkeringslasten en hiermee voor de gemeente budgettair neutraal. De uitvoeringskosten zijn begroot op € 1 miljoen. De juridische consequentie van het wijzigen van de Participatieverordening Rotterdam 2015 per 1 april 2021 is dat het door deze wijziging mogelijk wordt om een werkpremie op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel j, Participatiewet te verstrekken. Het bijbehorende ontwerpbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, De secretaris,

De burgemeester,

V.J.M. Roozen

B. Wijbenga-van Nieuwenhuizen, l.b.

Bijlage(n):

Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: R. Moti Steller: D. Barvoets, (010)

pagina 3

Ontwerpbesluit

De Raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 maart 2021; raadsstuk nr. ….. gelet op artikel 149 Gemeentewet, artikel 8a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Participatiewet; besluit: De Participatieverordening Rotterdam 2015 wordt gewijzigd als volgt. Artikel I Na artikel 18 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 18a Premie 1. Het college kan premies verstrekken, die tot doel hebben de arbeidsre-integratie te bevorderen. 2. Het college verstrekt uitsluitend aan een persoon van 27 jaar en ouder met een uitkering op grond van de Participatiewet een werkpremie als: a. diegene zes maanden aan het werk is op basis van een arbeidsovereenkomst, waarbij nog aanvullend recht op bijstand bestaat; b. de werkpremie bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling; c. diegene aan het werk is of is gegaan in de periode van 1 april 2021 tot en met 31 maart 2022; en d. geen vrijwilligersvergoeding, als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder k, van de Wet wordt ontvangen. 3. De werkpremie bedraagt per kalenderjaar ten hoogste het in artikel 31, tweede lid, onder j, van de Wet genoemde bedrag. 4. De werkpremie wordt per maand opgebouwd over de maanden waarin inkomsten zijn genoten en bedraagt 12,5% van de netto-inkomsten uit arbeid per maand. 5.

Het college verstrekt de werkpremie na zes maanden werken, al dan niet aaneengesloten, als aan de voorwaarden, genoemd in het tweede lid is voldaan. 6. De leden twee tot en met zes vervallen per 31 maart 2023. Artikel II Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 2021. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van De griffier,

De voorzitter,

Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: R. Moti Steller: D. Barvoets, (010)

pagina 4

Toelichting: Algemeen Op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel j, Participatiewet bestaat de mogelijkheid één of tweemaal per kalenderjaar een premie te verstrekken aan bijstandsgerechtigden. De premie mag alléén uitgekeerd worden als gebleken is dat dit bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de betreffende werkzoekende. Om de verstrekking van een werkpremie mogelijk te maken, moet een verordening de mogelijkheid daartoe bieden. Op dit moment is dat niet het geval en is er geen grondslag voor het uitkeren van een werkpremie. Het is daarom noodzakelijk om de Participatieverordening Rotterdam 2015 aan te passen. Een werkpremie moet uitkeringsgerechtigden stimuleren om sneller de stap naar een betaalde baan te zetten om vervolgens (sneller) volledig uit de uitkering te stromen en moet voor een extra financiële prikkel zorgen. De premie wordt door de Belastingdienst niet belast en heeft geen invloed op de hoogte van de landelijke toeslagen. Artikelsgewijs Artikel I In dit nieuwe artikel 18a geeft het college de bevoegdheid premies in het kader van de arbeidsre-integratie en arbeidsinschakeling te verstrekken zoals aangegeven in de Participatiewet in artikel 31, tweede lid, onder j. In het tweede lid zijn de doelgroep van de werkpremie en ook de voorwaarden voor het verstrekken van een werkpremie opgenomen.

Het moet daarbij gaan om personen met een bijstandsuitkering van 27 jaar en ouder. Personen jonger dan 27 jaar zijn wettelijk uitgesloten van het recht op een premie volgens artikel 31, vijfde lid, Participatiewet. Het moet gaan om iemand die aan het werk is of is gegaan op basis van een arbeidsovereenkomst in de periode van 1 april 2021 tot en met 31 maart 2022. Na zes maanden werken, al dan niet aaneengesloten, ontstaat er recht op een premie. De werkpremie wordt per maand opgebouwd over de maanden waarin inkomsten zijn genoten; dit houdt in dat het kan zijn dat iemand wel een arbeidsovereenkomst heeft, maar in een maand niet is opgeroepen of geen werk heeft verricht en ook geen inkomsten heeft gegenereerd. De zes maanden hoeven dus niet aaneengesloten te zijn. De opbouw van de werkpremie bedraagt per maand 12,5% van de netto inkomsten (vierde lid). De opgebouwde premie van zes maanden wordt na die zes maanden uitgekeerd. Na opnieuw zes maanden werken ontstaat er opnieuw recht op een werkpremie, als voldaan is aan de voorwaarden. Er moet in de maanden waarop de werkpremie wordt opgebouwd geen sprake zijn van een recht op een vrijwilligersvergoeding als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder k, van de Participatiewet.

Deze uitsluiting is opgenomen omdat als er wel een vrijwilligersvergoeding wordt ontvangen de werkpremie een belaste vergoeding wordt en dit dan het doel van het verstrekken van de werkpremie ondermijnt. De werkpremie is voorlopig een tijdelijke pilot tot en met 31 maart 2023, waarbij werkzoekenden in de periode 1 april 2021 tot 1 april 2022 kunnen instromen. Artikel II De regeling rond de werkpremie treedt in werking ingaande 1 april 2021. Registratienummer cluster: Portefeuillehouder: R. Moti Steller: D. Barvoets, (010)

pagina 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=b10554bd-e7b7-4f4a-89ce-2c9afbe3e1b3