21bb2259 Bijlage 2 behorende bij 21bb2256 - Onderzoek naar het functioneren van Waterpasserende verhardingen in de gemeente Rotterdam
Tekst van het document
1 test met heet water door Groen-aannemingsbedrijf Punt BV 1 test met een ZOAB cleaner van firma Van Doorn 1 test met een Milieu- en Incident reinigingsmachine van firma Wilchem
Hieronder is per test een korte beschrijving met terugblik gegeven: 1 test met heet water door Groen-aannemingsbedrijf Punt BV (13-10-2016) De test met heet water is uitgevoerd op de Luntershoek in Rotterdam Charlois. De voegen zijn bij aanleg in 2013 gevuld met split 2/6. Gedurende de test is een wegvak besproeid met heet (kokend) water, om mossen en onkruidgroei in de waterpasserende verharding te doden. Het water is onder atmosferische druk op het wegdek gesproeid; dus niet met hoge druk. De dag na het besproeien is het wegvak geschouwd. Zie de foto’s hieronder voor een impressie van de uitgevoerde testen.
Blad: Datum:
2/7 2 mei 2017
Foto 1: Het besproeien van de weg met heet water
Foto 2: Het wegvak direct na de behandeling met heet water Analyse: De testen met heet water zijn succesvol uitgevoerd. Een deel van de mossen en het onkruid in de verharding werd gedood door deze behandeling. Langs de randen van de weg bleef een deel van de mossen en het onkruid in leven. Door het besproeien van de weg (zie foto 1), werd een deel van de vervuiling uit de voegen gespoeld (zie foto 2). Echter bleef het grootste deel van de vervuiling in de voegen zitten.
Blad: Datum:
3/7 2 mei 2017
1 test met een ZOAB cleaner van firma Van Doorn (14-10-2016) De test met een ZOAB cleaner is ook uitgevoerd op de Luntershoek in Rotterdam Charlois. Gedurende deze test is met een ZOAB cleaner meerdere keren over een wegvak heen gereden en zijn de voegen gereinigd. Bij de ZOAB cleaner wordt onder hoge druk (koud) water in de voegen gespoten. Direct daarna wordt het water, inclusief het losgekomen vuil opgezogen door de reinigingsmachine. Zie de foto’s hieronder voor een impressie van de uitgevoerde testen.
Foto 3: Het reinigen van het wegvak met een ZOAB cleaner
Foto 4: Het wegvak direct na de reiniging met een ZOAB cleaner
Blad: Datum:
4/7 2 mei 2017
Analyse: Ook de testen met de ZOAB cleaner zijn succesvol uitgevoerd. Het effect van het reinigen was goed terug te zien in de leeggezogen voegen. De eerste paar centimeter was de voeg leeggezogen (zie foto 4). Enkel sterk onkruid bleef zitten. Wel bleef in het onderste gedeelte van de voegen een zwarte substantie zitten. Dit duidt erop dat de voegen nog niet geheel leeggezogen waren. Daarnaast bleek dat de smallere voegen vaak niet goed leeggezogen waren, omdat de vervuiling tussen de stenen ingeklemd zat. De testen met de ZOAB cleaner zijn ook gedaan op het wegvak waar een dag eerder een behandeling was gedaan met heet water. Er was echter geen aantoonbaar verschil terug te zien in de mate van reiniging met het wegvak wat niet was behandeld met heet water. 1 test met een Milieu- en Incident reinigingsmachine van firma Wilchem (14-12-2016) De test met de Milieu- en Incident reinigingsmachine is uitgevoerd op de Beumershoek in Rotterdam Charlois. Deze straat is aangelegd in 2013 en de voegen zijn gevuld met split 2/6. Gedurende deze test is met de Milieu- en Incident reinigingsmachine eenmaal over een deel van het wegvak gereden en zijn de voegen gereinigd. Met de Milieu- en Incident reinigingsmachine wordt onder hoge (onder)druk de voegvulling uit de voegen gezogen. Hierbij kan optioneel koud/heet water worden toegevoegd aan het reinigingsproces.
In totaal zijn er drie testen gedaan op drie delen van het wegvak: 1 test met enkel lucht, 1 test met lucht i.c.m. koud water & 1 test met lucht i.c.m. heet water. Zie de foto’s hieronder voor een impressie van de uitgevoerde testen.
Foto 5: Het reinigen van het wegvak met een Milieu- en Incident reinigingsmachine
Blad: Datum:
5/7 2 mei 2017
Foto 6: Het wegvak na 1x reinigen (zuigen met hoge (onder)druk, dus zonder water)
Foto 7: Het wegvak na 1x reinigen (zuigen met hoge (onder)druk en koud water spuiten onder hoge druk)
Blad: Datum:
6/7 2 mei 2017
Foto 8: Het wegvak na 1x reinigen (zuigen met hoge (onder)druk en warm water spuiten onder atmosferische druk) Analyse: De testen met de Milieu- en Incident reinigingsmachine zijn succesvol uitgevoerd. Het vuil en de voegvulling worden bij alle 3 soorten reiniging circa 2-5 centimeter uit de voeg gezogen. Over het algemeen is dit meer dan bij de ZOAB cleaner. Het grootste deel van de vervuiling wordt op deze manier verwijderd. Op sommige plekken, vooral tussen de rijsporen van de weg in, blijft mos en vuil in de voegen zitten. Op andere plekken worden de voegen zo sterk leeggezogen dat zelfs een deel van de straatlaag onder de stenen wordt meegezogen. Bij een behandeling met enkel zuigen (zie foto 6) worden de voegen goed leeg gezogen. Het meeste vuil wordt zo verwijderd. Wel blijft een deel van het onkruid in de voegen zitten. Dit komt mogelijk omdat de testen in een relatief natte periode zijn uitgevoerd. De werknemers van de firma Wilchem gaven aan de voorkeur te hebben voor een droge periode, omdat de methode dan beter zou werken. Bij een behandeling met zuigen i.c.m. koud water onder hoge druk, worden de voegen eveneens goed schoon gezogen. Ook ziet de straat er schoon uit. Nadeel bij deze methode is dat de machine (5 kuub water) regelmatig moet worden bijgevuld en dat er veel vuil (vervuild water en split) wordt afgevoerd. Ook bij een behandeling met zuigen i.c.m.
heet water onder lage druk worden de voegen redelijk goed schoon gezogen, maar minder dan met koud water onder hoge druk. Echter valt de werking van het hete water tegen. Het water krijgt niet de kans om in de verharding te trekken en om mossen en onkruid te doden. Doordat direct na het besproeien met heet water de voegen worden leeggezogen heeft deze behandeling nauwelijks effect. Deze methode is waarschijnlijk alleen effectief wanneer op dag 1 enkel heet water wordt toegepast (zoals gedaan bij de test met Punt B.V.) en enkele dagen later, in een droge situatie, de voegen met enkel hoge druk zuigen worden gereinigd (zoals gedaan met firma Wilchem). De vraag die dan nog wel rest is of deze combinatie beter is dan de combinatie waarbij koud water onder hoge
Blad: Datum:
7/7 2 mei 2017
druk wordt gespoten i.c.m. het direct zuigen onder hoge (onder)druk van de losgekomen materie. Algemene terugblik De uitgevoerde testen zijn allen uitgevoerd in een relatief natte periode. Dit houdt in dat er enkele dagen voor de testen nog neerslag is gevallen en de ondergrond en de voegen nog relatief vochtig zijn. Dit kan effect hebben op het resultaat van de testen. De vervuiling in de voegen ‘kleeft’ dan als het ware vast aan de stenen en is daarom lastiger uit de voegen te zuigen. Ook mossen en onkruid zouden in een vochtige situatie vaster zitten in de voegen. Dit is echter wel een aanname. Er moet ook rekening mee worden gehouden dat de situatie per straat verschillend kan zijn (meer en sterkere mossen en onkruid). De uitgevoerde metingen zijn praktijkmetingen waarbij visueel het schoon zijn van de gereinigde voegen is beoordeeld. Om in kwantitatieve zin wat over het reinigingseffect te kunnen zeggen is het daarom wenselijk om zowel voor als na de testen waterdoorlatendheidsmetingen met een Dubbele Ring Infiltrometer uit te voeren. Op deze manier kan namelijk inzicht worden verkregen of de waterdoorlatendheid van de verharding door de testen wel/niet is verbeterd. De testen zijn ca. 2-3 jaar na aanleg van de straten uitgevoerd. In dit geval zijn de voegen van de verharding dus al deels dichtgeslibd.
De uitdaging ligt in het bepalen van het juiste moment om de verharding te reinigen. Hierbij moet wel rekening worden gehouden met het feit dat elke situatie anders is (omgeving, opbouw weg etc.) en dat daarom maatwerk altijd noodzakelijk is. Conclusies Na deze reeks testen bestaat de voorkeur voor twee reinigingsmethoden: 1. Het reinigen d.m.v. het zuigen onder hoge (onder)druk, zonder het spuiten van water (test 1 firma Wilchem), bij voorkeur in droge omstandigheden. 2. Het reinigen d.m.v. het zuigen onder hoge (onder)druk, in combinatie met koud water wat onder hoge druk in de voegen wordt gespoten. Echter kan pas na het vervolgonderzoek met de Dubbele Ring Infiltrometer, kwalitatief bepaald worden welke reinigingsmethode het beste eindresultaat levert. Daarbij moeten andere aspecten zoals omgevingsoverlast, financiële aspecten, etc. eveneens worden geanalyseerd voordat een definitieve keuze voor een reinigingsmethode gemaakt kan worden.
Notitie Stadsontwikkeling
Aan
:
Arjen Oostra, Koos Dooremalen
Kopie aan
:
Henny Amatsari
Datum
:
28 september 2017
Betreft
:
Voorstel voor te reinigen straten met WPV
Bezoekadres: De Rotterdam Wilhelminakade 179, Rotterdam Postadres: Postbus 6575 3002 AN Rotterdam Internet: rotterdam.nl Van: Johan Advokaat Telefoon: 06-21160942 E-mail: j.advokaat@rotterdam.nl
Inleiding Deze notitie geeft een overzicht van een aantal straten in Rotterdam Charlois, waar WPV (Water Passerende Verhardingen) zijn toegepast. Afgelopen juni 2017 zijn deze straten geschouwd. Tijdens de schouw bleek dat op verschillende locaties de voegen zijn dichtgeslibd met vuil, waardoor de waterpasserende werking van de verharding in het geding komt. Daarom is besloten om deze te laten reinigen. Omdat in Rotterdam nog geen standaard reinigingsmethode voor het reinigen van water passerende verhardingen is vastgesteld, wordt voorgesteld de straten te reinigen met een zuigmachine (bv. ZOAB-reiniger). Dat kan gedaan worden in de vorm van een (test)pilot. Te reinigen locaties De betreffende straten liggen ten zuiden van de Slinge en concentreren zich rondom de Schoonegge. De straten zijn allen omstreeks medio 2013 aangelegd en uitgevoerd met de BSS Rotterdam ‘WPV’. De constructie van de wegen verschilt per straat in onder andere: materiaal van de fundering; dikte van het zandbed en verkanting van het wegdek. Voor zover bekend zijn alle wegen ingeveegd met split 2/6. Figuur 1 hieronder geeft een overzicht van de straten waar WPV zijn toegepast.
Figuur 1: Overzicht van de straten rondom de Schoonegge waar WPV zijn toegepast.
Blad: Datum:
2/3 28 september 2017
De figuren 2 en 3 hieronder geven kort weer welke straten gereinigd moeten worden. Onder de figuren is aanvullende informatieve gegeven over de desbetreffende straten.
Figuur 2: Straten met WPV ten noorden van de Schoonegge (linker deel) A. B. C. D.
Beumershoek (oppervlakte ca. 2000 m2 incl. parkeren) Elsenhoek (oppervlakte ca. 600 m2 incl. parkeren) Kapershoek (oppervlakte ca. 1000 m2 incl. parkeren) Lemsterhoek (oppervlakte ca. 1100 m2 incl. parkeren)
Figuur 3: Straten met WPV ten noorden van de Schoonegge (rechter deel)
Blad: Datum:
3/3 28 september 2017
E. Kruisvoorde (oppervlakte ca. 1300 m2 incl. parkeren) F. Rijnvoorde (oppervlakte ca. 1100 m2 incl. parkeren) Aandachtspunten bij het reinigen: De volgende aspecten zijn van belang bij het reinigen van de straten: - De reiniging moet bij voorkeur tijdens een droge periode plaats vinden. Het vuil in de voegen laat dan sneller los omdat er minder sprake is van ‘kleef’; - Bij voorkeur moet er ‘droog’ gereinigd worden. Voorgaande testen toonden aan dat testen waarbij water onder hoge druk in de voegen worden gespoten niet een gewenst resultaat behalen; - De straten zijn soms erg smal. Bij het reinigen met een grote en brede wagen is het belangrijk dat hier rekening mee wordt gehouden. Ook is het belangrijk dat steenslag bij geparkeerde auto’s wordt voorkomen; - Tijdens de reiniging zullen de standaard veiligheidsmaatregelen moeten worden toegepast; - Parkeervakken zijn over het algemeen lastig te bereiken. Bij voorkeur moeten deze ook meegenomen worden in de reiniging; - Na het leegzuigen van de voegen zal opnieuw moeten worden ingeveegd met split 2/6; - Het vuil en uitgezogen split wat vrijkomt bij de reiniging moet worden afgevoerd. Hierover zullen afspraken moeten worden gemaakt met de aannemer. Overig: Zowel voor als na het reinigen zal de doorlatendheid van de WPV moeten worden gemeten en gemonitord. Op deze manier kan inzicht worden verkregen in het effect van het reinigen.
Wanneer het reinigen resulteert in een acceptabele en verbeterde doorlatendheid van de WPV, kan deze reinigingsmethode wellicht worden opgenomen in de standaard reinigingscyclus van straten met WPV binnen Rotterdam.
Notitie Stadsontwikkeling
Aan
:
Andre Houtepen
Kopie
:
Arjen Oostra
Datum
:
15 november 2017
Betreft
:
Aanvullende metingen onderzoek TAUW, uitgevoerd op de Hoekersingel
Bezoekadres: De Rotterdam Wilhelminakade 179, Rotterdam Postadres: Postbus 6575 3002 AN Rotterdam Internet: rotterdam.nl Van: Johan Advokaat Telefoon: 06-21160942 E-mail: j.advokaat@rotterdam.nl
In het voorjaar van 2017 heeft TAUW een aantal full-scale metingen en DRI metingen uitgevoerd op de Hoekersingel in Rotterdam. De uitkomsten van deze metingen zijn verwerkt in een rapportage. De laatste versie van deze rapportage dateert van 6 oktober 2017. In de rapportage wordt de vergelijking tussen de resultaten van de full-scale testen en de DRI testen gemaakt. Dit om aan te tonen hoe betrouwbaar de DRI testmethode is. Hetzelfde heeft TAUW gedaan voor een aantal locaties in de Hoevebuurt in Rotterdam. Echter zijn op deze locaties de DRI testen uitgevoerd volgens de methodiek die in Rotterdam wordt toegepast. Omdat er een groot verschil in gemeten waardes terug te zien is in de DRI metingen die door TAUW zijn uitgevoerd, en in de DRI metingen die door Rotterdam uitgevoerd zijn, is besloten om de metingen van TAUW over te doen, maar dan volgens de methodiek van Rotterdam. Hieronder de gemeten waardes volgens het rapport van TAUW van 6 oktober 2017:
De waardes binnen het groene vlak zijn uitgevoerd volgens de Rotterdamse methode. De waardes binnen het blauwe vlak zijn uitgevoerd volgens de methode van TAUW.
Blad: Datum:
2/2 15 november 2017
Hieronder de aanvullende waardes gemeten op 14 november 2017, uitgevoerd volgens de Rotterdamse methode:
Zie de tabellen in Bijlage 1 voor de overige data m.b.t. de metingen die zijn uitgevoerd op 14 november 2017. De nieuwe metingen geven weinig aanvullende en bruikbare informatie over de vergelijking tussen de full-scale test en de DRI test. De gemeten waarde in vak 2 ligt hoger dan de gemeten waarde door TAUW destijds. Hiermee ligt ook de afwijking van de DRI test t.o.v. de full-scale test op een hoger percentage. Voor vak 4 geld precies het tegenovergestelde. Hier is juist sprake van een lager gemeten waarde en een lagere afwijking. Op basis van het rapport van TAUW en het bovenstaande wordt bevestigd dat het lastig is om een direct verband te leggen tussen de full-scale test methode en de DRI test methode. Aangenomen wordt dat de full-scale test het meest betrouwbare beeld geeft van de werkelijke situatie. Hoe dichter de waardes van de DRI test dus bij de waardes van een full-scale test liggen, hoe beter. Een voorwaarde is wel dat deze dan onder dezelfde omstandigheden en op dezelfde locatie zijn uitgevoerd. Het laten uitvoeren van full-scale testen is een arbeidsintensief en kostbaar proces. Daarom gaat de voorkeur sterk uit naar een kleinere, snellere en goedkopere testmethode. De DRI test is hier een goed voorbeeld van. Dit is een van de redenen waarom in Rotterdam wordt gezocht naar een verbeterde DRI test methode.
Het Ingenieursbureau werkt momenteel aan de ontwikkeling van een dergelijke verbeterde DRI testmethode. Rotterdam, 15 november 2017
Blad: Datum:
3/1 15 november 2017
Bijlage 1: Data testen Hoekersingel
Data van de metingen uitgevoerd op vak 2.
Data van de metingen uitgevoerd op vak 4.
Notitie Stadsontwikkeling Bezoekadres: De Rotterdam Wilhelminakade 179, Rotterdam Postadres: Postbus 6575 3002 AN Rotterdam Internet: rotterdam.nl
Aan
:
Arjen Oostra
Kopie aan
:
Andre Houtepen
Datum
:
9 februari 2018
Betreft
:
Waterdoorlatendheidsmetingen cunet WPV Hoekersingel
Van: Johan Advokaat Telefoon: (010) 4893439 E-mail: jjg.advokaat@rotterdam.nl
Inleiding Door de afdeling Stadsbeheer Wegen van de gemeente Rotterdam is gevraagd om een serie doorlatendheidsmetingen van het wegcunet onder de waterpasserende verharding welke is toegepast langs de Hoekersingel in Rotterdam. Aanleiding voor deze uitvraag zijn de slechte prestaties van de waterpasserende verharding op locatie. In 2017 zijn verschillende waterdoorlatendheidsmetingen uitgevoerd op de wegverharding, waaruit blijkt dat de wegverharding minder goed presteert dan vooraf verwacht. De hypothese is dat deze prestaties worden veroorzaakt door de vervuiling (dichtslibbing) van de voegen van de wegverharding. Een andere mogelijke oorzaak is de relatief lage doorlatendheidsfactor van het wegcunet (niet het split 2/6 uit de straatlaag, maar het zand voor zandbed wat daaronder wordt toegepast). Dit onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van laatstgenoemde aspect. Resultaten Op 30 januari 2018 zijn een drietal doorlatendheidsmetingen met de Dubbele Ring Infiltrometer uitgevoerd. In Bijlage 1 staat de werkwijze tijdens deze metingen beschreven, ondersteund door een aantal afbeeldingen. De resultaten van de doorlatendheidsmetingen zijn in onderstaande tabel weergeven: Testlocatie: Locatie 1 Locatie 2 Locatie 3 Totaal:
Gemiddelde infiltratiecapaciteit: 96,7 mm/uur 192,6 mm/uur 170,2 mm/uur 153,2 mm/uur
De gemiddelde infiltratiecapaciteit verschilt sterk per locatie. Dit is een te verklaren verschijnsel wat vaak wordt veroorzaakt door de verschillen in verdichting per locatie. De gemiddelde infiltratiecapaciteit van de 3 locaties opgeteld bedraagt 153,2 mm/uur. In Bijlage 2 zijn de uitwerkingen van de datasets van de metingen bijgevoegd. Conclusie De gemiddelde infiltratiecapaciteit van de wegverharding, die is gemeten in 2017, bedroeg 90 mm/uur (4 full-scale metingen uitgevoerd door adviesbureau TAUW) en 273 mm/uur (6 DRI metingen uitgevoerd door Ingenieursbureau gemeente Rotterdam).
Blad: Datum:
2/6 9 februari 2018
NB. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de metingen zijn gedaan op 4 wegvakken waar verschillende voegvullingen zijn toegepast. Deze voegvullingen hebben elk hun eigen invloed op de gemeten infiltratiecapaciteit. Gemakshalve zijn voor de bovenstaande gemiddelde capaciteiten voor de infiltratiecapaciteit van de wegverhardingen de gemiddelde waardes van de 4 wegvakken gebruikt. Het verschil tussen de 2 meetmethodes is te verklaren door de geheel andere aard van de meetmethodes. Wanneer de gemiddelde infiltratiecapaciteit, gemeten met de full-scale methode (90 mm/uur), wordt vergeleken met de gemiddelde infiltratiecapaciteit van het wegcunet (153 mm/uur), valt te concluderen dat in dit geval de infiltratiecapaciteit van het wegcunet waarschijnlijk niet de beperkende factor is geweest voor de relatief lage infiltratiecapaciteit van het gehele systeem. Wanneer bovenstaande vergelijking wordt gemaakt tussen de gemiddelde infiltratiecapaciteit gemeten met de DRI methode (273 mm/uur) en de infiltratiecapaciteit van het wegcunet (153 mm/uur), is het lastiger om hier conclusies aan vast te hangen. Er zijn een groot scala aan invloedsfactoren die en invloed kunnen hebben uitgeoefend op beide metingen (bv. bodemvochtigheid, grondwaterstanden, zijdelingse afstroming van water in straatlaag/wegcunet etc.).
Wel valt te concluderen dat een gemiddelde infiltratiecapaciteit van het wegcunet van 153 mm/uur geen ‘slecht’ gemiddelde is (3,68 m/dag infiltratie). Om beter inzicht te krijgen in de problematiek is meer en grootschaliger onderzoek nodig. Geadviseerd wordt om hierover contact op te nemen met de afdeling Water van het Ingenieursbureau van de gemeente Rotterdam. Rotterdam, 9 februari 2018
Blad: Datum:
3/6 9 februari 2018
Bijlage 1: Toegepaste werkwijze Voor de waterdoorlatendheidsmetingen van het wegcunet is gebruik gemaakt van de zogenaamde Dubbele Ring Infiltrometer. Deze methode wordt in Rotterdam ook gebruikt om de waterdoorlatendheid van de wegverharding te meten. De metingen zijn uitgevoerd in de parkeervakken langs de rijweg. Keuze hiervoor is gemaakt vanwege de praktische overwegingen dat het verkeer dan niet omgeleid hoeft te worden. Voor de metingen werden een aantal straatklinkers uit de weg gehaald. Hierbij worden ook de viltjes die als voegvulling fungeerden verwijderd. Vervolgens werden de 2 stalen ringen, door de straatlaag, in het wegcunet geslagen. Dit tot een diepte van meer dan 5 centimeter om de zijdelingse afstroming in de ondergrond zoveel mogelijk te beperken. Vervolgens worden 2 doeken op de bodem binnen de ringen gelegd, deze zijn bedoeld om te voorkomen dat het water tijdens het vullen van de ringen de bodem wegspoelt. Als laatste worden in de binnenring en in de buitenring 2 drukmeters (‘divers’) geplaatst. Deze meten met een interval van 10 seconden de waterdruk in de 2 ringen. Waarna de opstelling gereed is voor het meten, worden de ringen gevuld met een waterniveau van ca 6-8 cm. Daarna doen de drukmeters hun werk en kan na het werk, de data verkregen met de drukmeters, worden geanalyseerd en verwerkt.
Hieronder een aantal afbeeldingen die de uitvoering van de testen visueel weergeven:
De opengebroken straat met in het wegcunet de DRI geplaatst.
Blad: Datum:
4/6 9 februari 2018
De DRI gevuld met water. In de ringen zijn de doeken en de drukmeters te zien.
De parkeervakken waar de metingen zijn uitgevoerd. Na het meten is de straat weer hersteld.
Blad: Datum:
5/6 9 februari 2018
Bijlage 2: Uitwerking van de data Hieronder zijn de 3 datareeksen van de uitgevoerde testen in grafieken afgebeeld.
Blad: Datum:
6/6 9 februari 2018
Spoordieptemetingen in elementenverhardingen 1.
Inleiding In 2014-2015 zijn in de Zuidwijk in Rotterdam-zuid (ten noorden en zuiden van Schoonegge) rioleringswerkzaamheden uitgevoerd. Tegelijkertijd met deze rioolvervanging is in een groot aantal straten een waterpasserende elementenverharding aangelegd. In onderstaande figuur 1 is het betreffende gebied weergegeven.
Figuur 1. Onderzoeksgebied Zuidwijk Bij de aanleg van de waterpasserende verhardingen is een aantal varianten in de verhardingsconstructie toegepast, met als doel te onderzoeken wat het effect is van deze variaties op de waterdoorlatendheid van de verharding en dientengevolge logischerwijze ook op de spoorvormingsgevoeligheid van de verharding; de draagkracht van een (over)verzadigd zandbed is immers geringer dan van een ‘normaal’ zandbed. De volgende variaties zijn aangebracht: a. variatie in opbolling: 1,5% en 3% dwarshelling; b. variatie in materiaal van de straatlaag: straatzand 0/2 en split 2/6; c. variatie in breedte van het verbeterde zandbed1; verbeterd zandbed alleen ter hoogte van de rioolsleuf of verbeterd zandbed over de volledige breedte van de verharding.
In een verbeterd zandbed is een drainerend, grover, zand aangebracht met een fractie op 250 µm tussen de 25% en 50%. Normaal zand voor zandbed mag een fractie op 250 µm bezitten van maximaal 40%. 1
1
In totaal zijn 16 verschillende straten onderzocht met 4 verschillende combinaties van variaties. Tevens is een 5de variatie onderzocht, zijnde een verharding zonder waterpasserende elementen. De onderzochte variaties zijn: - Blauw: split 2/6, 3% opbolling, aangepast zand onder volledige breedte (SWD)2 - Geel: split 2/6, 1,5 % opbolling, aangepast zand t.h.v. rioolsleuf (N-SWD) - Bruin: straatzand, 1.5% opbolling, aangepast zand t.h.v. rioolsleuf (N-SWD) - Oranje: straatzand, 3% opbolling, , aangepast zand t.h.v. rioolsleuf (N-SWD) - Rood: (referentie, normale BSS), straatzand, 3% opbolling, aangepast zand onder volledige breedte (SWD). In onderstaande figuur 2 en in bijlage 1 zijn de straten en de bijbehorende variatie weergegeven.
Figuur 2. Onderzochte straten en daarin voorkomende variaties. Op alle 16 gedefinieerde straten is op enkele momenten in de tijd de spoorvorming gemeten.3 2
SWD = constructie zoals opgenomen in de Standaard Wegenbouw Details Rotterdam (met verbeterd zand over hele breedte van de verharding). N-SWD= constructie niet volgens SWD, met alleen verbeterd zand in de rioolsleuf. 3 In eerste instantie is van diverse straten de waterdoorlatendheid gemeten met de Dubbele Ring Infiltrometer (DRI). Vanwege de grote spreiding in resultaten is in 2017-2018 nader onderzoek verricht naar automatisering van de DRI. Er zijn in Zuidwijk na 2016 géén aanvullende DRI-metingen meer uitgevoerd.
2
2.
Resultaten spoorvormingsmetingen met 1m rei In december 2016 en maart 2019, dus met een tussenpoos van 26 maanden4 is met een 1 meter lange rei de spoorvorming in de 16 straten in Zuidwijk gemeten. In figuur 3 wordt het princiepe van de meting getoond.
Figuur 3. Spoorvormingsmeting met 1m rei Na de metingen in 2016 werd geconcludeerd dat eigenlijk niets zinnigs kon worden gezegd over een eventueel significant verschil in spoordiepte tussen de verschillende wegen, omdat de meting van de spoordiepten geheel select had plaatsgevonden; daar waar visueel een spoor of kuil in de bestrating werd waargenomen, werd de spoordiepte met de rei bepaald. Feitelijk zou de spoordiepte op a-selecte plaatsen moeten worden bepaald, maar dan bestaat de kans dat een verharding ‘vrij van sporen’ wordt verklaard, omdat elke kuil of spoor in de bestrating net buiten de a-selecte plaats valt. De ideale manier van meten van de spoorvorming, waarbij een uitspraak kan worden gedaan over een mogelijk significant verschil tussen wegvakken, is het over het gehele oppervlak meten van de hoogteligging en daarbij de verschillen in hoogteligging t.o.v. de beginsituatie kwantifieren als ‘m2 oppervlak met een hoogteverschil (is zakking) van xx mm’. Omdat – bij de afdeling Basisinformatie van de dienst Stadsbeheer in Rotterdam – vanaf 2016 de inzet van scanmetingen opgang deed, werd contact met deze afdeling opgenomen. Dat resulteerde in maart 2019 in een proef met spoorvormingsmetingen met een mobiele scanauto. Zie hoofdstuk 3.
4 De periode van 26 maanden is niet specifiek gekozen, maar vloeide voort uit de voortgang van het
onderzoek naar het meten van de spoorvorming met een mobiele scanauto.
3
In december 2016 is op 24 plaatsen in het linkerspoor en 24 (andere) plaatsen in het rechterspoor de spoordiepte gemeten op de 16 onderscheiden straten. De resultaten van die metingen zijn weergegeven in tabel 1. De gemeten spoordiepten kunnen worden gezien als de visueel waarneembare diepste sporen en kuilen over een te overziene weglengte (5 – 10 m). Tabel 1. Samenvatting spoordiepten (in mm) in de verschillende straten (dec. 2016) blauw split, 3%, SWD aantal metingen 15 gemiddelde 13,5 min 2 max 35 standaardafwijking 8,66
geel split, 1,5 %, N-SWD 3 16,7 14 20 3,06
bruin straatzand, 1,5 %, N-SWD 6 8,7 6 16 3,88
oranje straatzand, 3 %, N-SWD 19 8,7 2 25 5,88
rood referentie bss, 3 %, SWD 5 14,4 7 29 8,56
Op basis van de tabel kan er statistisch nog niets over verschillen in de spoorvorming in de verschillende straten worden gezegd. Visueel is er ook géén (kwaliteits) verschil waar te nemen. De indruk bestond wel dat de spoorvorming groter was, naarmate de auto's méér sporend door de straat reden. Spoorvorming was vooral zichtbaar in straten waar dubbelzijdig werd geparkeerd. Afgesproken werd om in een later stadium de spoorvormingsmetingen te herhalen. In maart 2019, na 26 maanden, werden de metingen herhaald en werd op (ongeveer) 25 gelijke plaatsen als ini december 2016 de spoorvorming bepaald. In tabel 2 wordt de spoorvorming weergegeven zoals gemeten in dec. 2016 en maart 2019. Tevens wordt de toename in spoorvorming vermeld. De resultaten laten zien dat er een gemiddelde toename van de spoorvorming over alle straten is gemeten van bijna 120%. Significante verschillen tussen de verschillende constructievarianten kunnen niet worden vastgesteld. Verschillen zijn ook visueel niet waarneembaar. Ook verschillen tussen de waterpasserende en niet-waterpasserende verharding (o.a. Schoonegge) zijn niet waarneembaar. De gemiddelde resultaten per constructievariant zijn gegeven in tabel 3. Tabel 2. Toename spoorvorming (in %) van dec. 2016 tot maart 2019
aantal metingen Gemiddelde (%) min max
blauw split, 3%, SWD 9 117 25 350
geel split, 1,5 %, N-SWD 1 114
bruin straatzand, 1,5 %, N-SWD 4 106 16 233
oranje straatzand, 3 %, N-SWD 11 125 13 400
4