21bb2258 Bijlage 1 behorende bij 21bb2256 - Procedurebeschrijving bij overstorting van het riool op oppervlaktewater
Tekst van het document
Notitie Bezoekadres: De Rotterdam, Wilhelminakade 179 Postadres: Postbus 10902 3004 BC
Rotterdam
Website: www.rotterdam.nl
Betreft
: Procedurebeschrijving bij overstorting van het riool op oppervlaktewater
Datum
: Versie maart 2019
1.0 Aanleiding In 2007 is in samenwerking met de Werven en de Waterschappen deze notitie opgesteld met een beschrijving van de verantwoordelijkheden, acties en procedures bij overstorting van het riool op oppervlaktewater. De notitie is destijds vastgesteld door het MT-WM en geaccordeerd door de Werven en de waterschappen. De notitie is opgenomen in de registratie van kennisdocumenten van de afdeling Water, die ook jaarlijks het initiatief neemt om het document actueel te houden. Ook voor meldingen over waterkwaliteit die geen relatie hebben met een riooloverstort is het van belang dat partijen elkaar wederzijds op de hoogte stellen en het contact naar de media afstemmen. Hiervoor kunnen de contactadressen in bijlage 1 worden gebruikt. 2.0 Inleiding Het beleid en de procesvoering bij de afdeling Water is er op gericht om overstortingen van afvalwater op het oppervlaktewater in het algemeen, en op het binnendijkse oppervlaktewater zoals singels en vijvers in het bijzonder, zoveel mogelijk te voorkomen. Echter bij hevige regenval is soms de bergingscapaciteit van het rioolstelsel ontoereikend om al het hemelwater op te slaan en tijdig af te voeren. Het rioolstelsel vult zich dan binnen zeer korte tijd. Om opstuwing in het stelsel tot aan maaiveldniveau en hoger te voorkomen zijn in het stelsel voorzieningen aangebracht die overstorting op het oppervlaktewater mogelijk maken.
Een aantal gemalen pompt het water dan direct naar de Maas – de zogenaamde overstortbemaling. Andere faciliteiten zijn de overstorten zelf. Dit zijn locaties in het rioolsysteem die bij een bepaald niveau afvalwater in singels en vijvers laten stromen. Tijdens een overstorting komt behalve het hemelwater ook een deel van het afvalwater van huishoudens en bedrijven (droogweerafvoer (DWA)) in het oppervlaktewater terecht. Het overstortwater bevat daardoor materiaal dat bezinkt, materiaal in suspensie en materiaal dat blijft drijven. Omdat dit water zuurstofarm is en rijk aan organisch materiaal, onttrekt het door oxidatie veel zuurstof uit het water. Dit kan in sommige situaties binnen korte tijd na aanvang van de overstorting leiden tot vissterfte. Na afloop van een overstorting dient een aantal maatregelen te worden getroffen, zoals het
Blad: 2/5 Datum: 8 maart 2019
terugnemen van vervuild oppervlaktewater in het riool door het doorspoelen van de waterpartijen en het opruimen van drijfvuil, slibafzettingen en dode vis. Diverse instanties zijn hierbij betrokken. Deze notitie benoemt expliciet de verdeling van de verantwoordelijkheden en de daaruit volgende taken. 3.0 Procedurebeschrijving bij overstorting van riool op oppervlaktewater 3.1 Melden Zodra er een overstorting plaats vindt, wordt dit geregistreerd in de Centrale Proces- en Regelkamer Water (CPRW) van de afdeling Water. Medewerkers van de CPRW geven de overstorting door aan de volgende instanties. 1. 2. 3. 4. 5. 6.
de betreffende Waterschappen; de teamleider of MBU-er van de Uitvoering Werken (UW); het hoofd Procesbeheer van de afdeling Water; de districtverantwoordelijken van Strategie en Ontwikkeling van de afdeling Water; de Gebieden (voorheen werven) ,, waaronder de betreffende watergangen vallen; de Boswachters als contactadres voor kadaververwijdering
Het doorgeven vindt plaats als volgt. - op werkdagen, dezelfde dag telefonisch waterschap en allen via de mail; - buiten kantooruren, volgende dag telefonisch waterschap en allen via de mail; - in het weekend, op feestdagen en bij calamiteiten buiten kantooruren, telefonisch aan waterschap (bij HHSK aan wachtdienst beheerders) en Chef van de Wacht (allen eerstvolgende werkdag via de mail) In bijlage 1 is een lijst opgenomen met contactadressen. Voor WSHD en HHSK geldt dat na werktijd de telefonische melding via een callcenter lopen. Meldingen over de waterkwaliteit worden doorgeschakeld naar de dienstdoende handhaver of er wordt door de handhaver teruggebeld. Voor meldingen vanuit de CPRW kan met de dienstdoende hanhaver worden afgestemd wat moet gebeuren. 3.2 Situatie bij overstorten nalopen Medewerkers van UW treden in overleg met het waterschap en rijden overstorten in gemeld gebied af op controle vervuiling en dode vis en om verder benodigde acties vast te stellen. (Deze actie moet ook enige dagen na de overstort nogmaals plaatsvinden omdat dode vis in eerste instantie naar de bodem zakt!). 3.3 Acties; - Vervuild water terugnemen in de gemalen Zodra er weer voldoende bergingscapaciteit in het rioolstelsel is, kan vervuild oppervlaktewater worden teruggenomen in de riolering. Een groot deel van het vervuilde water komt zo weer terug in het rioolstelsel.
Dit innemen wordt in gang gezet vanuit het betreffende operationele district door de UW.
Blad: 3/5 Datum: 8 maart 2019
Als overstorten plaatsvinden in het weekend en er bestaat een mogelijkheid om al in het weekend water terug te nemen dan wordt dit in gang gezet via de CPRW en UW, in overleg met het waterschap. Dit speelt met name bij hevige overstorten in gevoelig gebied (zie paragraaf 3.6). - Doorspoelen van oppervlaktewater De UW laat het waterschap weten dat er gespoeld kan worden. Het waterschap – in zijn rol van waterkwaliteitsbeheerder van de hoofdwatergangen - coördineert deze acties. Zij laten water in en zijn eindverantwoordelijke voor de waterkwaliteit. De medewerker van het waterschap, die de doorspoeling mogelijk maakt heeft de functie van “bediener van regelende kunstwerken”. Stappen in de procedure terugnemen van vervuild oppervlaktewater en doorspoelen: 1. CPRW stelt vast dat er weer berging in het systeem is en informeert de UW en het waterschap. 2. UW medewerker heeft contact met de CPRW of ruimte in het riool aanwezig is om, indien nodig, vervuild water af te laten op de riolering en neemt contact op met het waterschap. 3. UW initieert de terugname van oppervlaktewater in de riolering bij de vervuilde watergang(en) in samenwerking met het waterschap; 4. Het waterschap coördineert het doorspoelen van het oppervlaktewater; 5. Het waterschap beoordeelt of de waterkwaliteit voldoende is om het aflaten van water en doorspoelen te stoppen 6.
UW medewerkers controleren (visueel) de waterkwaliteit en de aanwezigheid van vervuiling en eventuele dode vis. Deze actie moet ook enige dagen na de overstort nogmaals plaatsvinden omdat dode vis in eerste instantie naar de bodem zakt! 3.4 Opruimen dode vis Als er door zuurstoftekort vissterfte heeft plaats gevonden, is de gemeente verantwoordelijk voor het afvoeren van de dode vis in zowel hoofdwatergangen als in overig water. Meldingen van dode vis moeten via het meldingensysteem van de gemeente binnenkomen (dus ook van collega’s). Dit kan online via https://www.rotterdam.nl/loket/melding-buitenruimte (MSB) en de BeterBuitenApp of telefonisch via 14 010. Deze meldingen komen direct bij de boswachters terecht die in hun gebied de controle doen en het overzicht bewaren. Een enkele vis halen zij zelf weg. Bij massale vissterfte schakelen zij een aannemer in (eventueel in samenspraak met het betreffende waterschap). De boswachters zorgen daarbij voor de benodigde middelen als werkhandschoenen en schepnetten. De boswachters geven terugkoppeling aan afdeling Water (email CPRW) van de hoeveelheid geruimde vis na een overstortgebeurtenis. Stappen in de procedure opruimen dode vis: 1. Alle melding van dode vis doorgeven via het meldingensysteem voor de buitenruimte van de gemeente, online via MSB, BeterBuitenApp, telefonisch via 14 010. 2.
Boswachters ontvangen daarvan automatisch een melding via de mail. 3. Boswachters zorgen dat dode vis zo spoedig mogelijk wordt opruimt en schakelen daarvoor zonodig bedrijven in. 4. Afmelding MSB door de boswachters ook naar CPRW/UW/waterschappen sturen.
Blad: 4/5 Datum: 8 maart 2019
De boswachters hebben ook dienst buiten kantooruren dus meldingen en terugkoppelingen worden zo nodig ook in het weekend opgepakt. 3.5 Opruimen drijfvuil en op de oever afgezet slijk In de notitie “Schoon houden van watergangen” (d.d. 21 juli 2004, opgesteld door BB-A&O t.b.v. wethouder L. Bolsius) zijn de financiële en uitvoerende verantwoordelijkheden vastgelegd m.b.t. doorstroombelemmerend vuil, zichtbaar drijvend vuil en zinkvuil. Deze informatie is overgenomen in de notitie “Beheersituatie en verantwoordelijkheden Oppervlaktewaterbeheer” (d.d. 23 februari 2005, een coproductie van BB-A&O en WM-SBA), ook bekend als de Water(beheer)tabel. De beschrijving m.b.t. drijfvuil heeft in het bijzonder betrekking op vuil, dat vanaf de kade/oever in het water terechtgekomen is. Dit is geen vuil dat voorkomt uit een overstort! Dit vuil wordt volgens de normale procedure door Schone Stad (voorheen Roteb) verwijderd. In het geval van een overstorting is eenduidig een specifieke oorzaak aan te wijzen voor het achterblijvend vuil. Het vuil afkomstig van een overstort is goed te onderscheiden van ander vuil in het oppervlaktewater, UW geeft een welomschreven opdracht aan Schone Stad voor het opruimen van het drijfvuil en op de oever afgezet slijk.
Stappen in de procedure opruimen drijfvuil en op de oever afgezet slijk: Nadat de intensieve doorspoeling van de bewuste watergang(en) heeft plaats gevonden en de waterstand is gedaald, laat UW de watergang(en) inspecteren. Afhankelijk van het verslag hierover, eventueel aangevuld met signalen van het Gebied of klachten vanuit de burgerij, beslist UW (in overleg met het waterschap) of er ingegrepen dient te worden en wanneer. De UW geeft een welomschreven opdracht aan Schone Stad voor het opruimen van het drijfvuil en op de oever afgezet slijk. Na oplevering van het werk verstuurt Schone Stad een factuur aan de afdeling Water. Die boekt deze factuur op een apart projectnummer. In overleg met ORM is besloten dat de afdeling Water de kosten doorbelast naar ORM binnen het budget 1.970.921.423.32 (Overig riolen). 3.6 Gevoelige overstorten De overstortmeldingen bij de CPRW zijn deels gebaseerd op metingen in het gemaalbassin, waarbij de districtscode wordt doorgeven en voor een ander deel zijn er 21 gesignaleerde overstorten waarvan exact kan worden gezegd waar er is overgestort. Dit maakt het steeds makkelijker om onderscheid te maken in kwetsbare of gevoelige en minder gevoelige overstortsituaties. In onderstaande tabel zijn een aantal overstortlocaties vermeld die gevoelig zijn voor overlast van stank en vissterfte.
Bij stap 2 van de procedure (UW medewerkers rijden overstorten in gemeld gebied af) kan prioriteit worden gegeven aan het bezoeken van onderstaande overstortlocaties. Gevoelige overstorten Districtscode Districtsnaam Straat of singel Meidoornsingel, Kastanjesingel, 1 Hillegersberg Argounautenpark 3 Westen Heemraadsingel, Essenburgsingel 6 Noorden Noordsingel
Blad: 5/5 Datum: 8 maart 2019
7 8 9 10 15 18 19 21
Blijdorp Overschie Centrum Oosten Krimsloot Lage Land Zevenkamp Oudeland
23 24 25 27
Charlois Pendrecht Carnisse Pernis
Station- en Proveniersingel Hoornsingel Westersingel Boezemsingel Adr. Vd Kloostersingel Koningslaan, Pr Alexanderlaan Roer Karpershoekseweg Boergoensevliet, Slinge/Zuiderparkweg plein 1953 Amelandseplein W.Weysingel, van Byemontsingel,
3.7 Rapportage De CPRW registreert als standaardprocedure in een logboek het startmoment en het betreffende rioleringsdistrict (1-42) van elke overstorting. Op aangeven van het waterschap worden deze gegevens aan het schap ter beschikking gesteld. Bij omvangrijke overstortingen stelt de afdeling Water een rapport op en verstuurt een kopie hiervan aan het waterschap. Er is een jaaroverzicht van overstortgebeurtenissen beschikbaar. 4.0 Samenvatting Bovenstaand zijn de volgende verantwoordelijkheden benoemd: 1. De CPRW registreert de overstortingen en informeert het Waterschap, de Gebieden (voorheen Werven), de Teamleider of MBU-er van de afdeling Uitvoering Werken (UW), Hoofd Procesbeheer, de districtsverantwoordelijken van Strategie en Ontwikkeling en de Boswachters na een overstorting; 2. UW initieert de terugname van oppervlaktewater in de riolering bij de vervuilde watergang(en) in samenwerking met het waterschap; 3. Waterschap coöordineert het doorspoelen van het oppervlaktewater; 4. UW laat de watergang, waar een overstorting plaats vond, inspecteren en beslist of er een opdracht verstrekt moet worden aan de Schone Stad (voorheen Roteb) voor een schoonmaakactie. (UW controleert (visueel) de waterkwaliteit en de aanwezigheid van vervuiling en eventuele dode vis.
Deze actie moet ook enige dagen na de overstort nogmaals plaatsvinden omdat dode vis in eerste instantie naar de bodem zakt!) 5. Alle melding van dode vis doorgeven via het meldingensysteem voor de buitenruimte van de gemeente (MSB, BeterBuitnApp) of telefonisch via 14 010. Dit komt bij de boswachters. 6. Boswachters zorgen dat dode vis zo spoedig mogelijk wordt opruimt en schakelen daarvoor zonodig bedrijven in. Afmelding MSB door de boswachters ook naar CPRW/UW/waterschappen sturen. 7. De CPRW registreert in een logboek de overstortgebeurtenissen. Op aangeven van het waterschap worden deze gegevens ter beschikking gesteld. 8. Incidenteel bij zware overstortingen, verzorgt afdeling Water (Strategie en Ontwikkeling) een gedetailleerde rapportage.