CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb2233 Afdoeningsvoorstel wethouder Moti toezegging 21bb562 over Inlichtingenbureaus are watching you

Gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 28. Inlichtingenbureaus are watching you.1.295 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Richard Moti Wethouder Werk, Inkomen en Nationaal Programma Rotterdam-Zuid

Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam

Aan de leden van de commissie WIISA

Website: www.rotterdam.nl E-mail: bbo@rotterdam.nl Inlichtingen: M. Camfferman Telefoon: (06) 2836 29 49 Portefeuillehouder: Wethouder R. Moti, wethouder werk, inkomen en NPRZ Cluster: Cluster Werk en Inkomen Ons kenmerk: Uw kenmerk: 21bb562 Datum: 15 februari 2021 Betreft: Toezegging RvW ‘Inlichtingenbureaus are watching you’

Geachte leden van de commissie WIISA, Tijdens de actualiteitenraad van 14 januari 2021 is de Regeling van Werkzaamheden (RvW) ‘Inlichtingenbureaus are watching you’ (kenmerk 21bb562) besproken. In deze RvW is een aantal vragen gesteld over de werking van het Inlichtingenbureau. In deze vergadering is ook gevraagd aandacht te besteden aan het gebruik van algoritmen in het kader van onderzoek naar rechtmatigheid van verstrekte uitkeringen. Ik heb u toegezegd deze vragen schriftelijk te beantwoorden. Achtereenvolgens ga ik hierna op beide onderwerpen in. Het Inlichtingenbureau In de Regeling van Werkzaamheden is gevraagd of gemeente Rotterdam gebruik maakt van het inlichtingenbureau. Dat is inderdaad het geval. Gemeenten zijn uitvoerder van de Participatiewet (PW) en dienen in dit kader de rechtmatigheid van verstrekte bijstand te beoordelen. In de loop der jaren is meer aandacht gekomen1 voor een vereenvoudiging van de uitvraag bij de burger. Tegenhanger van deze administratieve lastenverlichting voor de burger, is dat gemeenten gebruik maken van gegevens die in andere administraties beschikbaar zijn, bij onder meer UWV (Polisadministratie), RDW, SVB, DUO en deels de Belastingdienst (o.a. rekeningen die op naam van de burger zijn geregistreerd). De taak van het Inlichtingenbureau als gegevensknooppunt is wettelijk verankerd in o.a. artikel 64, derde lid en 67, tweede lid PW 2.

Het gaat hier dus nadrukkelijk niet om een opsporingsbureau, maar een bij wet vastgelegd gegevensknooppunt tussen eerdergenoemde organisaties. Het gaat dan steeds om gegevens die de betreffende bestuursorganen vastleggen in het kader van de uitoefening van hun wettelijke taak. Het bestuur van Stichting Inlichtingenbureau bestaat uit vertegenwoordigers van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de VNG en van Divosa. De in de regeling genoemde Stichting Rinis verzamelt zelf geen gegevens en koppelt geen gegevens aan elkaar, maar zorgt voor het datatransport van de partijen die gegevens aanleveren (gemeenten UWV, SVB etc.) naar het Inlichtingenbureau en vice versa. 1

Wet eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen

2 Overeenkomstige bepalingen zijn opgenomen in de artikelen 45 lid 2 en 48 lid 2 IOAW/Z.

Blad:

2/3

Op verzoek van de gemeente verstrekt het Inlichtingenbureau gegevens over uitkeringsgerechtigden in Rotterdam. Bij bepaalde wijzigingen in gegevens van burgers die relevant kunnen zijn voor het recht op of de hoogte van de uitkering, geeft het Inlichtingenbureau signalen af aan de gemeente. Het gaat dus om signalen met betrekking tot concrete wijzigingen: het Inlichtingenbureau kent geen model voor risico-inschatting. Concrete voorbeelden van ontvangen signalen zijn het aangaan van een nieuw dienstverband; begin of einde van een studie van een medebewoner; en signalen over vermogensbezit. Het is vervolgens aan de gemeente of een dergelijk signaal leidt tot nader onderzoek. Het komt regelmatig voor dat een signaal al bij de gemeente bekend is, bijvoorbeeld omdat de burger zelf melding heeft gemaakt van de aanvang van een dienstverband. Veel signalen worden door geautomatiseerde controles direct uitgefilterd, of leiden bij nader onderzoek tot de conclusie dat het gegeven waarop het signaal betrekking heeft, al bekend was. Over 2019 zijn 12.420 signalen onderzocht door medewerkers, waarvan in 2.059 gevallen is geconstateerd dat er sprake is geweest van een relevant signaal met betrekking tot informatie die niet door werkzoekende is verstrekt. Het betreft hier signalen waarbij het onderzoek in de uitvoering is belegd en die dus niet themagewijs worden opgepakt .

Signalen over de ontvangst van pensioenen en de zgn. ‘banksignalen’ (signalen over tegoeden op bankrekeningen) worden als jaarlijks thema opgepakt, omdat deze signalen ook jaarlijks ontvangen worden. Naast de hierboven beschreven wettelijke taak, biedt het Inlichtingenbureau ook informatie aan gemeenten aan om bijvoorbeeld de kwijtschelding van gemeentebelastingen te vereenvoudigen. Het Inlichtingenbureau levert op verzoek van de gemeente gegevens van burgers aan bij wie geautomatiseerde kwijtschelding van gemeentelijke belastingen kan worden verleend. Hiervan maakt gemeente Rotterdam sinds enige jaren gebruik. Gebruik van een risico-inschattingsmodel bij rechtmatigheidsonderzoeken W&I Er zijn ook werkzoekenden waar geen signalen of meldingen over binnenkomen. Ook deze werkzoekenden kunnen uitgenodigd worden voor een onderzoek naar de rechtmatigheid van de uitkering. Op grond van art. 53a PW mag het college zelf bepalen op welke wijze de rechtmatigheid van verstrekte uitkering wordt vastgesteld. Bijvoorbeeld in de vorm van een heronderzoek. Het heronderzoek is bedoeld om de rechtmatigheid van de verstrekte uitkering vast te stellen, maar daarnaast wordt in het heronderzoek ook aandacht besteed aan benodigde ondersteuning op het gebied van bijvoorbeeld zorg en schulden.

In de jaren 2021 en 2022 zullen er 7.500 heronderzoeken per jaar plaatsvinden, waarbij de betreffende werkzoekenden op verschillende wijzen worden geselecteerd: Op basis van een thema, a-select of naar aanleiding van een risico-inschatting. Voor deze laatstgenoemde selectiemethode gebruikt W&I een risico-inschattingsmodel. Doelstelling van de toepassing van dit model is, naast meer effectiviteit van de heronderzoeken, ook een verbeterde efficiëntie (minder heronderzoeken nodig) en daarmee onder meer minder belasting van de Rotterdammer, als daar geen specifieke reden voor is. Dit risico-inschattingsmodel zoekt door middel van data-analyse naar patronen die zichtbaar zijn in gegevens uit eerdere rechtmatigheidsbeoordelingen en stelt vervolgens een risicoindicatie vast, zonder dat er sprake is van een concreet fraudesignaal. Het model gebruikt uitsluitend data die al beschikbaar is binnen het cluster Werk en Inkomen en die zijn verzameld in het kader van de uitvoering van de Participatiewet. Er vindt dus géén koppeling met andere bestanden van andere bestuursorganen plaats. Het model bevat meer dan 300 verschillende variabelen, waaronder bijvoorbeeld aantallen en soorten contactmomenten,

Blad:

3/3

informatie over uitkeringsnormen, en informatie over in mindering gebrachte inkomsten. Deze variabelen kennen in het model géén onderling verschil in weging. Er is dus binnen het model geen sprake van vooringenomenheid. Het model geeft slechts een risico-indicatie aan. De feitelijke vaststelling of er wel of niet sprake is van een onrechtmatigheid vindt plaats in het onderzoek van de medewerker in het proces Heronderzoeken. Het heronderzoek voor werkzoekenden die door middel van het model zijn geselecteerd, wordt daarbij op gelijke wijze uitgevoerd als een heronderzoek voor een werkzoekende die op andere wijze is geselecteerd (bijvoorbeeld a-select). Van de 7.500 te verrichten heronderzoeken in 2021, worden er 2.000 geselecteerd op basis van het risico-inschattingsmodel. Recent is door Concern Auditing (CA) meegekeken in hoeverre ‘ethische regels’ met betrekking tot het risico op ongelijke en oneerlijke behandeling (ook wel ‘vooringenomenheid’ genoemd) en het bevorderen van transparantie over het gebruik en de werking van het gebruikte model, toegepast worden. CA geeft aan dat bij de ontwikkeling van het risicoinschattingsmodel en de werking daarvan is nagedacht over keuzes en maatregelen om vooringenomenheid te voorkomen. Zo bevat de input geen gevoelige gegevens zoals nationaliteit en vindt er pseudonimisering plaats.

Ook worden er analyses uitgevoerd op de uitkomsten van de heronderzoeken op effectiviteit en eventuele over- en of ondervertegenwoordiging vanuit bepaalde categorieën. De maatregelen die ze bij de ‘input’ en ‘outcome’ in opzet zien, geven geen belemmeringen voor het risico-inschattingsmodel zoals het is toegepast. Daarbij is de uiteindelijke vaststelling op onrechtmatigheid ‘mensenwerk’ en het past in het reguliere proces van W&I. Een aanbeveling is dat de transparantie en communicatie richting de Rotterdammer over het gebruik en de werking van het risico-inschattingsmodel beter kan. Openheid en uitlegbaarheid van het model is essentieel. Omdat het college veel waarde hecht aan openheid en transparantie nemen wij deze aanbeveling uiteraard ter harte en zullen we dit ter hand nemen.

Met vriendelijke groet,

Richard Moti Wethouder Werk, Inkomen en Nationaal Programma Rotterdam-Zuid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=b5a4daaa-5994-4f6a-b9eb-1d80ba46b20c