21bb2224 Raadsbesluit Parkhaven - haalbaarheid unsolicited proposal en vaststellen Masterplan
Tekst van het document
21bb2224 Parkhaven - haalbaarheid unsolicited proposal en vaststellen Masterplan De Raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het herziene voorstel van het burgemeester en wethouders van 26 januari 2021 (raadsvoorstel nr. 21bb1736); gelet op artikel 108 en artikel 147 van de Gemeentewet overwegende dat -
de raad op 27 juni 2019 een besluit heeft genomen over het Grondbeleid en marktbenadering projectmatige woningbouw; de raad op 30 januari 2020 het ruimtelijke en programmatisch toetsingskader unsolicited proposal Parkhaven heeft vastgesteld; de Ontwikkelcombinatie ParkHaven Partners het Masterplan Parkhaven heeft opgesteld; de raad kennis heeft genomen van de adviezen van de gebiedscommissie Centrum, de gebiedscommissie Delfshaven en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed;
besluit: 1. Het masterplan Parkhaven en de bijlagen (bijlage 21bb000699 en 21bb000701) vast te stellen als document voor de verdere ontwikkeling van de Parkhavenstrook en daarmee deze ontwikkeling als haalbaar te beschouwen met inachtneming van de uitgevoerde kwalitatieve en financiële toets en de geschetste aandachtspunten. 2. Te bepalen dat uiterlijk bij de vaststelling van het bestemmingsplan een sluitende grondexploitatie wordt geopend. 3. De inpassing van de rijksmonumenten als positief te beoordelen op basis van het Cultuurhistorisch onderzoek Parkhaven Rotterdam van Steenhuis Meurs (bijlage bij het Masterplan met kenmerk 21bb000703 en 21bb000705). 4. In de ontwikkelovereenkomst in afwijking van voorwaarde L gesteld aan een Unsolicited Proposal in het raadsbesluit van 27 juni 2019 (19bb16680) de volgende passage op te nemen: ’De gemeente behoudt zich het recht voor om indien er wordt afgezien van het sluiten van een Koopovereenkomst met Contractant, de Onroerende Zaak te verkopen via een meervoudige selectieprocedure’. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 18 februari 2021. De griffier,
De voorzitter,
raadsvergadering van: raadsstuk 21bb2224
18 februari 2021 pagina 1