21bb197 Annotatie initiatief wijkbasisbanen
Tekst van het document
l
Annotatie Gemeenteraad
Raadscommissie Werkgelegenheid, Inkomen, Integratie, Schuldenaanpak en Armoedebestrijding
Secretariaat: Griffie Van: R.D. Weststrate E-mail: r.weststrate@griffie.rotterdam.nl
Aan:
Commissie Werkgelegenheid, Inkomen, Integratie, Schuldenaanpak en Armoedebestrijding
Betreft: Initiatiefvoorstel wijkbasisbanen
Telefoon: (010) 267 34 48 Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Kenmerk: 20bb16307 Datum: 6 januari 2020
Overlegvergadering 13 januari 2021 Agendapunt 2.05
1. Doel van de bespreking De commissie adviseert de raad over het initiatiefvoorstel Wijkbasisbanen van de raadsleden Yildirim en Segers-Hoogendoorn. Toelichtingen De heer Dekker projectleider / senior onderzoeker van SEOR B.V., EUR is in de vergadering voor het toelichten van het verrichte haalbaarheidsonderzoek wijkbasisbanen. De indieners van het initiatiefvoorstel hebben de gelegenheid hun voorstel toe te lichten. 2. Geschiedenis Het vermelde initiatiefvoorstel is tijdens de raadsvergadering van 30 januari 2020 ingediend. 3. Te bespreken stukken - 20bb1257, Initiatiefvoorstel Wijkbasisbanen d.d. 30 januari 2020 van raadsleden Yildirim en Segers-Hoogendoorn - 20bb18506, Collegebrief d.d. 15 december 2020 met reactie op initiatiefvoorstel Wijkbasisbanen en bijgevoegd 20bb18511, Haalbaarheidsonderzoek Rotterdamse wijkbasisbanen 4. Aandachtspunten De initiatiefnemers menen: - dat er veel nuttig werk blijft liggen in de stad, - dat de Rotterdamse wijkbasisbanen nuttig zijn voor mensen met een uitkering en een lange afstand tot de arbeidsmarkt verkleinen en - dat het hebben van werk van groot belang is als basis voor het bestaan. Hierbij stellen de initiatiefnemers de vragen: - wat wordt onder maatschappelijke waarde verstaan en - hoe bepaal je wat van waarde is voor de wijk.
blad: 2/3
Gevraagde besluit Voorgesteld wordt burgemeester en wethouders op te dragen: een haalbaarheidsonderzoek naar de Rotterdamse wijkbasisbaan te starten en daarin te kijken naar: • experimenteerruimte binnen de (uitbetaling van) bijstand; • financiering van het gat tussen bijstandsuitkering en minimumloon door maatschappelijke partners en/of marktpartijen (sluitende business case); • de duur van verplichtingen die tussen partners worden aangegaan; • de surveytool van de Start foundation; • varianten waarbij publieke financiering of een combinatie van publieke en private financiering mogelijk is voor het gat tussen bijstandsuitkering en minimumloon. Collegereactie Het college ziet in de wijkbasisbaan een goede mogelijkheid voor werkzoekenden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt om zich te kunnen ontwikkelen. Tegelijkertijd kunnen werkzoekenden met een wijkbasisbaan beloond worden voor maatschappelijk relevante activiteiten. Ook meent het college dat de inzet van de wijkbasisbaan een maatschappelijke meerwaarde zal hebben. Om die reden heeft het college de oproep van dit initiatiefvoorstel omarmd en een haalbaarheidsonderzoek uit laten voeren door het onderzoeksinstituut SEOR. Daarnaast is inmiddels gestart met een kleinschalig experiment wijkbasisbaan.
Rotterdam is experiment met wijkbasisbanen gestart Rotterdammers met een grote afstand tot de arbeidsmarkt toch aan betaald werk helpen. Dat is het doel van de wijkbasisbanen waarmee Rotterdam vanaf 1 januari 2021 op kleine schaal aan het experimenteren is. Drie Rotterdammers die al jaren in de bijstand zitten, gaan aan de slag bij Woonstad en WMO-Radar. Zij gaan laagdrempelige en ondersteunende werkzaamheden verrichten die een positief effect hebben op de wijk. Hiervoor ontvangen ze het wettelijk minimumloon. Dat wordt deels door de gemeente en deels door de organisaties betaald. Doel van dit experiment is om naast het theoretische deel parallel aan het haalbaarheidsonderzoek van SEOR ook de praktijk te toetsen om te kunnen ervaren wat er nodig is voor de opzet en invulling van een wijkbasisbaan. Haalbaarheidsonderzoek Rotterdamse wijkbasisbaan Het college noemt als belangrijkste bevindingen: - Aan publieke baancreatie zijn, op grond van het verleden zowel voor- als nadelen verbonden. Zo kan publieke baancreatie voor werkzoekenden leiden tot Lock-in effecten, waarbij werkzoekenden stoppen met het zoeken naar regulier werk. Daarom moeten dergelijke banen zich richten op werkzoekenden met de grootste afstand tot werk, waarbij het gaat om mensen die weinig tot geen kans hebben op regulier werk.
Ook is de ervaring dat gesubsidieerde banen zelden een opstap vormen naar regulier werk. Of er uiteindelijk wordt gekozen voor publieke baancreatie, is vooralsnog afhankelijk van de politieke vraag welke waarde de samenleving hecht aan betaalde vormen van maatschappelijke participatie van mensen die aan de kant staan. - Er is behoefte aan maatschappelijk nuttige activiteiten in bijvoorbeeld zorg en onderwijs, maar ook aan signalerende functies en “klussenwerk” (bijv. boodschappendienst en tuinonderhoud). Deze activiteiten kunnen van betekenis zijn voor de wijken. - Werkzoekenden vragen zich af wat extra inkomsten (als gevolg van loon) betekenen voor het totale inkomen (risico armoedeval) en willen graag een duurzaam perspectief.
blad: 3/3
- Bij de financiering moet niet alleen gekeken worden naar directe (salariskosten), maar ook naar maatschappelijke baten. Als er uitsluitend wordt uitgegaan van directe kosten en baten, gaat de uitvoering van een wijkbasisbaan gepaard met extra gemeentelijke kosten (zeker op korte termijn). - Bedrijven zijn zich op wel geïnteresseerd, maar hebben onvoldoende zicht op een “werkende businesscase”, ook gezien de noodzaak van intensieve begeleiding. Er worden drie mogelijke financieringsvarianten genoemd (gemeente betaalt, stakeholders investeren en betalen mee, social return). Resumerend concluderen de onderzoekers, dat een wijkbasisbaan een zinvolle manier kan zijn om via nieuwe werkgelegenheid nuttig werk (additionele werkzaamheden) te bieden aan langdurig werklozen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt die niet in staat zijn om zelfstandig werk te vinden. Er is behoefte aan bepaalde maatschappelijke nuttige activiteiten in de wijken. 5. Financiële en juridische consequenties Over de kosten stellen de initiatiefnemers het volgende. “De kosten van deze banen voor de gemeente is de bijstandsuitkering. Deze uitkeringsgelden moeten worden ingezet als ‘durfkapitaal’.
De extra prijs (tussen bijstandsuitkering en WML) moet niet (alleen) bekostigd worden door de gemeente, maar ook maatschappelijke partijen/marktpartijen kunnen een deel op zich nemen.” Voor financiering van deze activiteiten in de vorm van betaalde banen is het zaak om verder te kijken dan directe kosten en baten, zo adviseren de onderzoekers. “Op korte termijn is gemeentelijke financiering noodzakelijk, vooralsnog zijn bedrijven terughoudend in deelname aan de financiering en zien nog niet direct “een werkende businesscase”. Voor sociaal maatschappelijke organisaties is er voor additioneel werk weinig rendement te behalen. Organisaties willen financieel als wel qua aanstelling van mensen niet te veel risico lopen.” Het college bericht onder meer dat is gevraagd of en in hoeverre ondernemingen en organisaties in staat en bereid zijn om aanvullende salariskosten (wettelijk minimumloon) te financieren bovenop de gemeentelijke bijdrage, maximaal ter hoogte van het bruto uitkeringsbedrag. Ook is gesproken met een aantal fondsen om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn voor een alternatieve financieringsstructuur voor de aanvulling op de dekking van het minimumloon, zoals ook in het haalbaarheidsonderzoek als optie is genoemd. Deze insteek vraagt in elk geval nadere uitwerking, zo schrijft het college.
Het college noemt als een van de knelpunten het ontbreken van een passende financieringsstructuur. Bedrijven en organisaties zien nog tal van risico’s. Desalniettemin wilt het college begrijpen onder welke voorwaarden (financieel construct en regelgeving), een wijkbasisbaan wel kan bestaan. Daarom is vanaf 1 januari 2021 kleinschalig gestart met een drietal wijkbasisbanen die kwalitatief worden gemonitord. De BUIG biedt geen mogelijkheid voor gemeenten om wijkbasisbanen structureel te financieren. 6. Verdere procedure Raadsbehandeling op 18 februari 2021.