21bb16127 Bijlage 2 behorende bij 21bb16126 - conceptreactie college en raad tweede tussenevaluatie GR MRDH
Tekst van het document
ing. A. Aboutaleb Burgemeester
Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl E-mail: bbo@rotterdam.nl Inlichtingen: Clasien Leijten Telefoon: 010-2672505
Algemeen Bestuur Metropoolregio Rotterdam Den Haag Postbus 21012 3001AA Rotterdam
Portefeuillehouder: BGM Cluster: Cluster BCO Ons kenmerk: x Uw kenmerk: x Datum: 27 januari 2022 Betreft: tweede tussenevaluatie GR MRDH
Geachte leden van het Algemeen Bestuur, Op 21 oktober 2021 ontving het college van B&W en de gemeenteraad van Rotterdam afzonderlijk uw verzoek om een (zelf)evaluerend gesprek te organiseren over de drie hoofdthema’s: Hoe vindt u dat de aanbevelingen uit de eerste tussenevaluatie zijn verwerkt? Hoe kijkt u aan tegen de invulling van uw rol binnen de MRDH? Wat gaat daarin goed, wat kan beter? Is het governancemodel van de MRDH helder en voldoende effectief, zijn daarin verbeteringen mogelijk? Hierbij treft u een gezamenlijke reactie aan van het college en de gemeenteraad van Rotterdam langs de lijn van de door u meegezonden gespreksleidraad. 1. Terugblik op de aanbevelingen uit de eerste tussenevaluatie MRDH: zijn de aanbevelingen opgepakt? Het doet ons genoegen om vast te stellen dat veel aanbevelingen van de eerste tussenevaluatie onder leiding van prof. Jouke de Vries in 2017 zijn opgepakt en uitgewerkt in lijn met de Rotterdamse zienswijze. Voor de verdere uitwerking en versterking van een aantal specifieke aanbevelingen geven we u graag het volgende mee. Ten aanzien van het verhaal van de MRDH De strategische agenda voor deze bestuurstermijn is tot stand gekomen in een interactief proces met bestuurders en raadsleden van de deelnemende gemeenten.
Met de vaststelling in het Algemeen Bestuur is opvolging gegeven aan de aanbeveling om te komen tot een aanscherping van het inhoudelijk verhaal van de MRDH. In de strategische agenda zijn de kaders geformuleerd voor de inzet in de huidige bestuurstermijn. Hierbij is aangegeven dat de focus dient te liggen bij de kerntaken mobiliteit en economie en de inzet moet passen binnen de taken en bevoegdheden zoals die zijn vastgelegd in de GR MRDH. De samenhang met de opgaven op de aanpalende beleidsterreinen wonen en energie wordt onderkend, de toenemende behoefte bij gemeenten om samen te werken wordt herkend. De gevolgen van de crisis voor het OV en de regionale economie, de convergentie agenda van de universiteiten (EUR, Erasmus MC, TU Delft) en de Groeiagenda Zuid-Holland werpen
Blad:
2/4
nieuw licht op dat wat op korte en langere termijn nodig is voor duurzame economische groeien welvaart van de regio. De complexe, samenhangende sociaal economische opgave op het gebied van wonen, energie, economie en mobiliteit vraagt om meer afgestemde, integrale aanpak en systeeminterventies waarbij optimaal wordt ingezet op Rijks- en Europese middelen voor toekomstbestendig OV en het versnellen van de economische transitie. In het licht van deze ontwikkelingen geven we u het volgende mee. MRDH en de samenhangende opgaven op het gebied van wonen en energie In onze zienswijze op de eerste tussenevaluatie hebben we reeds gewezen op het belang van goede afstemming tussen MRDH, provincie, steden en de regionale tafels op het gebied van wonen en energie. De urgentie voor een meer samenhangende, integrale aanpak neemt toe, het is daarbij van belang om als regio minder gefragmenteerd op te trekken naar het Rijk. Het is goed om samen met de regionale partners te komen tot een meer afgestemde inhoudelijke agenda. MRDH en de Groeiagenda Zuid-Holland – extern investerend vermogen De brede doeluitkering (BDU) en de investeringsruimte staan onder druk.
We waarderen de niet aflatende inspanningen van de MRDH naar het Rijk om toekomstbestendig regionaal OV te borgen en de inzet die heeft geleid tot de -voorwaardelijke- toekenning door het Nationaal Groeifonds van de propositie Metropolitaan OV (Oude Lijn). De Rijks- en Europese economische groei- en herstelfondsen bieden mogelijkheden maar kennen strenge criteria en voorwaarden, dit noodzaakt tot verdere samenwerking. De Groeiagenda Zuid-Holland biedt een informeel kader voor bedrijven, onderwijs- en kennisinstellingen en overheden in Zuid-Holland voor gezamenlijke (lobby) inzet naar Rijk en Europa en het opwerken/steunen van proposities die bijdragen aan duurzame economische ontwikkeling en welvaart van de regio. Het is goed om ideeën en voorstellen van de 23 MRDH gemeenten met elkaar te verbinden en met de inzet en coalitie van de Groeiagenda Zuid-Holland zodat beschikbare kennis, capaciteit en lobbykracht optimaal wordt benut. Uitgangspunt hierbij is dat de inzet van de MRDH zich primair richt op het verbinden van de belangen tussen de 23 grote, middelgrote en kleine gemeenten en moet passen binnen de taken en bevoegdheden zoals die zijn vastgelegd in de GR MRDH. MRDH als platform voor samenwerking In de Gemeenschappelijke Regeling MRDH is opgenomen dat de MRDH in het kader van de ondersteuning van gemeenten een netwerkplatform kan bieden voor bestuurlijk overleg.
Dit kan gemeenten helpen bij de integrale aanpak van -nieuwe- vraagstukken die niet in enge zin direct onder de twee kerntaken vallen. We waarderen het dat er opvolging is gegeven aan ons voorstel om een transparant afwegingskader op te stellen voor de inrichting van bestuurlijke tafels met als uitgangspunt dat het geen extra drukte en dubbelingen oplevert met bestaande tafels en dat de rol van de MRDH nadrukkelijk beperkt blijft tot faciliteren en ondersteunen. Ten aanzien van informatievoorziening en communicatie Naar aanleiding van de aanbevelingen bij de eerste tussenevaluatie is er inmiddels een digitaal informatiesysteem ingericht. We zien en ervaren dat MRDH werkt aan het verbeteren van de communicatie en informatievoorziening. We geven hierbij graag de volgende aandachtspunten mee: het is goed om nog meer te sturen op het terugdringen van de stukkenstroom maak (proces)communicatie tot een wezenlijk onderdeel vanaf de start van grote projecten als bijvoorbeeld een nieuwe strategische agenda
Blad:
3/4
maak een duidelijk en herkenbaar onderscheid tussen communicatie vanuit de kerntaken mobiliteit en economie en communicatie over activiteiten in het MRDH netwerk waar geen middelen en inzet mee gemoeid zijn. Onze verdere opmerkingen ten aanzien van de aanbevelingen op het gebied van de governance en in het bijzonder rol en positie raadsleden treft u aan onder het punt 3. ‘governancemodel’. 2. Rotterdamse inbreng in de MRDH, inrichting klankbord binnen Rotterdam De MRDH is een samenwerkingsverband van, voor en door de 23 gemeenten. Vanuit Rotterdam nemen bestuurders, raadsleden en ambtenaren deel aan de diverse MRDHgremia. Naar aanleiding van de aanbevelingen van de eerste tussenevaluatie is binnen Rotterdam een informeel klankbord ingericht met raadsleden adviescommissies, burgemeester en de wethouders mobiliteit en economie en ambtelijke ondersteuning. Vanuit de wens van de raadsleden om vanuit hun kaderstellende en controlerende rol te sturen op de belangrijke thema’s voor de stad is de afspraak gemaakt om periodiek -op basis van de inhoudelijke jaarplanning MRDH- de prioriteiten vast te stellen. Timing en frequentie van de klankbordbijeenkomsten is afhankelijk van initiatief en behoefte bij raadsleden en bestuurders. Over de OV transitieplannen zijn in korte tijd meerdere klankborden georganiseerd.
Doel van het informele klankbord is afstemming en informatie-uitwisseling van de Rotterdamse inzet aan de voorkant van beleids- en besluitvorming in de MRDH. Het politieke debat wordt gevoerd in de raadscommissie. Terugkoppeling over MRDH adviescommissies en klankbord is een vast agendapunt in de raadscommissie. De Rotterdamse raadsleden ontvangen voor de MRDH adviescommissievergadering een ambtelijke annotatie. De opzet van het klankbord is intern geëvalueerd en sluit vooralsnog aan bij wensen en overvolle agenda’s van raadsleden en bestuurders. 3. Governancemodel MRDH, rol en positie raadsleden en functioneren adviescommissies Rollen en posities Met de introductie van de inhoudelijke jaarplanning is de MRDH-besluitvormingscyclus verhelderd en geëxpliciteerd, de planning geeft inzicht in waar een stuk zich bevindt in de cyclus en op welk moment betrokkenen hun stem kunnen laten gelden. Dit laat onverlet dat bestuurders en raadsleden in MRDH-gremia nog wel eens worden verrast door agendering van thema’s. Het is voor de advisering en afstemming binnen gemeenten zelf en de kwaliteit van de besluitvorming van belang dat stukken met betrekking tot grote en zienswijzeplichtige thema’s tijdig(er) en met concreet procesvoorstel worden gedeeld met de 23 gemeenten.
Aandachtspunt in het bijzonder is dat de ambtelijke voorportalen (ambtelijke vertegenwoordigers 23 gemeenten, griffiers) beter en eerder kunnen worden benut bij grote projecten. Rol en positie raadsleden, functioneren adviescommissies De positie van raadsleden in het MRDHgovernancemodel en de wijze waarop de MRDH adviescommissies vorm en inhoud krijgen blijft om meerdere redenen een punt van aandacht: de agenda’s van de adviescommissies bevatten nog teveel presentaties en minder relevante onderwerpen, daarentegen te weinig kaderstellende onderwerpen en ruimte voor inhoudelijke reactie en debat. Het zou goed zijn om ook meer planmatig te rapporteren over de voortgang van de strategische agenda en specifieke grote onderwerpen zoals bijvoorbeeld de Uitvoeringsagenda bereikbaarheid.
Blad:
4/4
de agendaposten zouden eerder, tenminste vier weken voor adviescommissies, aangeleverd moeten worden zodat binnen gemeenten kan worden afgestemd in klankbord of raadscommissie. Adviesvragen kunnen compacter en scherper worden geformuleerd, voorzien van een concreet procesvoorstel: wat ligt wanneer voor op welke MRDH tafel en hoe vindt -tussentijdse- verantwoording plaats. Er zou meer ruimte moeten zijn voor het meer fundamentele gesprek over de betrokkenheid van raadsleden bij het regionaal beleid, in het licht van de komende wetswijziging versterking positie raadsleden in de Wet gemeenschappelijke regelingen, de ervaringen in de Metropoolregio’s Amsterdam en Eindhoven en recent opgedane ervaring met de alternatieve werkwijze rond OV transitieplannen.
Het is goed om te leren van de ervaringen van raadsleden in deze bestuurstermijn. We nodigen de MRDH dan ook uit om een gesprek te organiseren met een delegatie van raadsleden (met goede afspiegeling gemeenten) om meer beschouwend terug te kijken op de afgelopen termijn en de raadsleden uit te nodigen om te komen met enkele aanbevelingen voor de nieuwe termijn. Dit biedt dan een goede basis om in de nieuwe bestuurstermijn het gesprek te voeren over meer betrokkenheid bij -de totstandkoming van- het regionale beleid en versterking van de positie van raadsleden. We vertrouwen er op dat bovenstaande aandachtspunten zullen bijdragen aan het verder optimaliseren van de samenwerking in de MRDH.
Namens de gemeenteraad,
De griffier,
De voorzitter,