21bb15767 Bijlage behorende bij 21bb15766 over onderzoeksverslag Evaluatie opt-in regeling en voorstel tot aanscherping definitie 'ongeadresseerd drukwerk'
Tekst van het document
Resultaten van de enquête over ongeadresseerde post Uitgevoerd door Onderzoek en Business Intelligence (OBI) in opdracht van Stadsbeheer, november 2021
Aanleiding en doel van het onderzoek
Auteur Martijn Epskamp
Ongeadresseerde post kan bestaan uit reclame, huis-aanhuisbladen en wat de gemeente “maatschappelijke post” noemt: ongeadresseerde post van politieke partijen, religieuze organisaties, en andere niet commerciële partijen.
de evaluatie weten in hoeverre Rotterdammers bekend zijn met de opt-in regeling (dat een ja/ja sticker nodig is
Sinds 1 november 2020 geldt voor ongeadresseerde post
om reclame te ontvangen), wat voor soorten ongeadres-
binnen Rotterdam de zogenoemde opt-in regeling. Die rege-
seerde post zij wel of niet ontvangen en willen ontvan-
ling geeft Rotterdammers drie opties:
gen en hoe dat zich verhoudt tot de sticker op hun brievenbus (of het ontbreken van een sticker).
-
Een ja/ja sticker op de brievenbus: alle ongeadresseerde post mag op het adres bezorgd worden.
-
Een nee/nee sticker op de brievenbus: ongeadresseerde reclame en huis-aan-huisbladen mogen niet bezorgd worden.
-
Geen sticker: ongeadresseerde reclame mag niet bezorgd worden. De oude nee/ja sticker geldt binnen het opt-in systeem als geen sticker.
Op verzoek van Stadsbeheer heeft OBI eind oktober 2021 een enquête uitgezet onder Rotterdammers die lid zijn van het Digitaal Stadspanel Rotterdam (DSR). Tegelijkertijd heeft Publieksvoorlichting dezelfde enquête afgenomen bij Rotterdammers op straat. Stadsbeheer heeft om twee redenen verzocht om deze enquête:
-
Maatschappelijke post mag onder de opt-in regeling bezorgd worden bij alle adressen, ongeacht de sticker op de brievenbus. De verwachting is dat dit soort post evenwel minder vaak bezorgd zal worden bij adressen met een nee/nee-sticker. Dat moet dit onderzoek o.a. uitwijzen. De gemeente heeft daarnaast aanwijzingen dat de bezorging van maatschappelijke post regelmatig tot ergernis leidt bij Rotterdammers met een nee/nee sticker. De gemeente Rotterdam wil daarom weten, in hoeverre bewoners met een nee/nee sticker op hun brievenbus maatschappelijke post ontvangen en of zij dit als ongewenst ervaren.
Onderzoeksopzet In overleg met Stadsbeheer heeft OBI een vragenlijst opge-
-
Nu het opt-in systeem een jaar van kracht is, wil de ge-
steld. Deze is in de vorm van een online enquête uitgezet
meente Rotterdam het evalueren. De gemeente wil voor
onder 7.244 Rotterdammers die lid zijn van het Digitaal
Resultaten enquête ongeadresseerde post
1
Stadspanel Rotterdam (DSR). De vragenlijst is ingevuld
ontvangen van politieke post vaak als onprettig of hinderlijk
door 4.616 panelleden, wat neerkomt op een respons van
wordt ervaren en relatief zelden als fijn of prettig.
64%. Het meest opvallende verschil tussen de resultaten van de De leden van het DSR zijn in de afgelopen jaren door OBI
beide enquêtes, is dat de opt-in regeling (het feit dat ongea-
geworven via enquêtes onder steekproeven uit de bevol-
dresseerde reclame sinds 1 november 2020 alleen bezorgd
kingsadministratie (zoals de jaarlijkse Omnibusenquête). Bij
mag worden bij een ja/ja-sticker) minder bekend is onder de
die enquêtes is de respondenten gevraagd of zij lid willen
respondenten van de straatenquête (45 procent) dan onder
worden van het DSR. Daarnaast kunnen burgers zich via de
de panelleden (69 procent). Dit zou erop kunnen duiden dat
website van de gemeente aanmelden voor het panel. OBI
de panelleden beter op de hoogte zijn van de regels voor
legt de leden van het DSR met enige regelmaat online en-
ongeadresseerde post dan Rotterdammers in het algemeen.
quêtes voor over uiteenlopende onderwerpen. Brievenbusstickers Vanwege de manier waarop de panelleden geworven zijn, is
Van de panelleden die de vragenlijst hebben ingevuld, heeft
het DSR geen representatieve afspiegeling van de Rotter-
34 procent geen sticker op de brievenbus, 18 procent een
damse bevolking. Het bestaat uit Rotterdammers die bereid
ja/ja sticker, 20 procent een nee/ja sticker en 28 procent een
zijn om met enige regelmaat enquêtes van de gemeente in
nee/nee sticker.
te vullen. De panelleden zijn, vergeleken met Rotterdammers in het algemeen, vaker hoog opgeleid en van middel-
Eerder dit jaar heeft OBI op verzoek van de afdeling Inza-
bare of oudere leeftijd. Het aantal mannen en vrouwen is
meling en Hergebruik van Stadsbeheer, een representatief
wel redelijk gelijk. Voordeel van het DSR is, dat snel en met
onderzoek gedaan naar het aantal stickers van verschil-
beperkte inzet van middelen, aan een groot aantal Rotter-
lende typen op Rotterdamse brievenbussen. Hieruit bleek
dammers vragen gesteld kunnen worden, zonder Rotter-
dat 45 procent van de adressen geen sticker heeft, 15 pro-
dammers lastig te vallen die niet zitten te wachten op (al-
cent een ja/ja sticker, 15 procent een nee/ja sticker en 26
weer) een enquête.
procent een nee/nee sticker. Vergeleken met de totale Rotterdamse bevolking, hebben dus relatief weinig panelleden
De vragenlijst die OBI onder het panel heeft uitgezet, is in
geen sticker en relatief veel panelleden een nee/ja of
dezelfde periode ook afgenomen door medewerkers van Pu-
nee/nee sticker (zie tabel 1). Uit het eerdere onderzoek
blieksvoorlichting onder Rotterdammers op straat. Dit is ge-
bleek ook dat oudere bewoners relatief veel, en bewoners
beurd op drie verschillende dagen en twee verschillende lo-
van duurdere woningen relatief weinig ja/ja stickers hebben.
caties (een op de noordoever en een op de zuidoever). De enquêteurs hebben de antwoorden van respondenten ter
Tabel 1: verdeling adressen naar brievenbusstickertype
plekke ingevuld in de digitale vragenlijst. De straatenquête heeft 44 respondenten opgeleverd (20 op de noordoever, 24 op de zuidoever), van uiteenlopende leeftijden en oplei-
Representatief Sticker
Panel Onderzoek
dingsniveaus. Ook voor de straatenquête geldt dat de uitkomsten niet als representatief voor de Rotterdamse bevol-
Geen
34%
45%
Ja/ja
18%
15%
Nee/ja
20%
15%
Nee/nee
28%
26%
Totaal
100%
100%
king beschouwd kunnen worden (in de eerste plaats vanwege het kleine aantal respondenten).
Resultaten Hieronder worden de resultaten van de stadspanel-enquête behandeld. De resultaten van de straatenquête worden niet apart behandeld. Vanwege het kleine aantal respondenten van de straatenquête (44) kunnen op basis van deze enquête afzonderlijk geen zinvolle conclusies worden getrokken. De resultaten van de straatenquête zijn wel vergeleken met die van de panel-enquête. Hoewel er veel (niet-significante) verschillen zijn, wijzen beide enquêtes dezelfde kan-
Van de panelleden zonder sticker op de brievenbus, heeft 61 procent niet bewust gekozen voor een stickerloze brievenbus.
ten uit. Zo blijkt bijvoorbeeld uit beide enquêtes, dat het
Resultaten enquête ongeadresseerde post
2
De panelleden met een brievenbussticker is gevraagd
-
De redenen genoemd door panelleden met nee/ja stic-
waarom zij gekozen hebben voor deze sticker. Ook de pa-
kers lijken op die van panelleden met nee/nee stickers,
nelleden die bewust voor een stickerloze brievenbus hebben
maar spitsen zich vaak expliciet toe op reclame (men
gekozen is gevraagd wat hun reden daarvoor is. De respon-
wil geen reclame ontvangen). Sommigen noemen expli-
denten konden zelf een antwoord opschrijven (geen ant-
ciet dat ze wel andersoortige ongeadresseerde post
woordcategorieën). Uit de antwoorden ontstaat het volgende beeld:
(zoals buurtkrantjes) willen ontvangen. -
Verreweg de meeste panelleden met een ja/ja sticker noemen als reden dat ze reclame willen ontvangen, ge-
-
Panelleden die bewust geen sticker op de brievenbus
interesseerd zijn in aanbiedingen, of iets van soortge-
hebben, hebben hiervoor uiteenlopende redenen. Som-
lijke strekking.
migen hebben geen sticker omdat ze geen reclame wil-
-
len ontvangen, maar wel andere ongeadresseerde post
Ontvangen post
(conform de bedoeling van de opt-in regeling), terwijl
De panelleden is gevraagd hoe vaak zij in de afgelopen 12
anderen denken dat ze zo nog wel reclame kunnen ont-
maanden (grofweg de looptijd van de opt-in regeling) ongea-
vangen (conform hoe het vóór de opt-in regeling
dresseerde post hebben ontvangen: reclame, huis-aan-huis-
werkte). Sommigen hebben geen sticker omdat ze vin-
bladen en verschillende soorten maatschappelijke post. Zij
den dat een sticker de brievenbus ontsiert.
konden hierbij kiezen uit de antwoorden “nooit”, “hoogstens
De meeste panelleden met een nee/nee sticker heb-
3 keer”, “vaker dan 3 keer” of “weet ik niet”. Tabel 2 laat zien
ben zo’n sticker, omdat ze ongeadresseerde post niet
dat de panelleden, in het algemeen, veel meer reclame en
lezen en geen stapels papier willen (“gaat direct de pa-
huis-aan-huisbladen ontvangen dan de verschillende soor-
pierbak in”). Een deel voert milieuoverwegingen aan
ten maatschappelijke post.
(men vindt ongeadresseerde post papierverspilling).
Tabel 2: Hoe vaak heeft u de volgende soorten ongeadresseerde post ontvangen in de afgelopen 12 maanden?
Nooit
Hoogstens
Vaker dan
Weet ik
3 keer
3 keer
niet
Totaal
Huis-aan-huisbladen
25%
12%
59%
3%
100%
Reclame
22%
21%
54%
3%
100%
Post van politieke partijen
39%
37%
12%
13%
100%
Post van religieuze organisaties
60%
23%
7%
9%
100%
Post van culturele instellingen
58%
25%
9%
8%
100%
Post van goede doelen
37%
27%
28%
8%
100%
Post van natuur- en milieuorganisaties
54%
23%
12%
11%
100%
Post van buurtorganisaties
23%
39%
29%
8%
100%
In tabel 3 is, voor elke combinatie van stickergroep en soort ongeadresseerde post, het percentage panelleden weergegeven dat de afgelopen 12 maanden minstens 1 keer ongeadresseerde post heeft ontvangen. Zo is bijvoorbeeld te
Resultaten enquête ongeadresseerde post
3
zien, dat 85 procent van de panelleden zonder brievenbus-
speelt mee, dat postbezorgers (soms) ongeadresseerde re-
sticker huis-aan-huisbladen heeft ontvangen. Panelleden die
clame bezorgen bij adressen waar dit niet mag. Een andere
niet weten of ze nooit, hoogstens 3 keer, of vaker dan 3 keer
mogelijke verklaring is, dat panelleden post voor ongeadres-
ongeadresseerde post hebben ontvangen zijn buiten be-
seerde reclame aanzien terwijl die post dat (officieel) niet is.
schouwing gelaten. De tabel geeft de indruk dat de nee/nee sticker - die zowel De tabel laat zien, dat alle vier de stickergroepen de afgelo-
reclame als huis-aan-huisbladen moet tegenhouden - een
pen 12 maanden ongeadresseerde reclame hebben ontvan-
substantieel effect heeft op de bezorging van huis-aan-huis-
gen. Dit terwijl deze reclame alleen bezorgd zou mogen wor-
bladen. Immers, het percentage panelleden dat huis-aan-
den bij een ja/ja sticker. We zien wel, dat ongeadresseerde
huisbladen ontvangt is veel kleiner bij de nee/nee sticker-
reclame minder is bezorgd bij de drie groepen die deze post
groep dan bij de andere drie stickergroepen.
niet zouden mogen krijgen. Het aandeel panelleden dat geen ongeadresseerde reclame heeft ontvangen is het
Maatschappelijke post mag bij alle vier de stickergroepen
kleinst bij de nee/nee groep. Daarmee lijkt het, voor het te-
worden bezorgd. Toch zijn er verschillen in de mate waarin
genhouden van reclame, zinvol een nee/nee sticker te ne-
de verschillende groepen maatschappelijke post ontvangen,
men, ook al zou zo’n sticker niet nodig moeten zijn om die
Vooral post van goede doelen en van natuur- en milieuorga-
post tegen te houden.
nisaties lijkt minder bezorgd te worden bij een nee/nee sticker en meer bij een ja/ja sticker. Bij de andere soorten maat-
Dat er ook bij veel panelleden zonder een ja/ja sticker onge-
schappelijke post lijkt het verschil tussen de stickergroepen
adresseerde reclame is bezorgd in de afgelopen 12 maan-
minder groot. Stickers lijken nauwelijks invloed te hebben op
den, kan verschillende oorzaken hebben, Waarschijnlijk
post van buurtorganisaties.
Tabel 3: Percentage panelleden dat in de afgelopen 12 maanden minstens 1 keer ongeadresseerde post heeft ontvangen, per combinatie van stickergroep en soort ongeadresseerde post (panelleden die niet weten of ze nooit, hoogstens 3 keer, of vaker dan 3 keer ongeadresseerde post hebben ontvangen zijn buiten beschouwing gelaten) Geen sticker
Nee/nee
Nee/ja
Ja/ja
Alle groepen samen
Huis-aan-huisbladen
85%
39%
89%
94%
74%
Reclame
83%
62%
73%
96%
77%
Post van politieke partijen
57%
50%
58%
61%
56%
Post van religieuze organisaties
37%
29%
29%
42%
34%
Post van culturele instellingen
39%
31%
37%
40%
36%
Post van goede doelen
64%
48%
55%
75%
60%
Post van natuur- en milieuorganisaties
44%
30%
36%
49%
39%
Post van buurtorganisaties
74%
72%
79%
75%
75%
Resultaten enquête ongeadresseerde post
4
Tabel 4 lijkt op tabel 3. Ditmaal geven de percentages weer
reclame ontvangen (wederom zoals de bedoeling is). Van
welk deel van de panelleden ongeadresseerde post vaker
de panelleden zonder sticker heeft ook een meerderheid
dan 3 keer in de afgelopen 12 maanden heeft ontvangen. (In
(61 procent) vaker dan incidenteel reclame ontvangen (wat
tabel 3 ging het om vaker dan 0 keer). Tabel 4 geeft een be-
niet de bedoeling is).
ter beeld van het aandeel panelleden dat vaker dan incidenNet als in de voorgaande tabel, zien we hier, dat een
teel ongeadresseerde post ontvangt.
nee/nee sticker veel huis-aan-huisbladen tegenhoudt. Ook Uit tabel 4 blijkt, dat als we incidentele reclamebezorging
wat betreft maatschappelijke post leidt tabel 4 tot hetzelfde
buiten beschouwing laten, een ruime meerderheid (63 pro-
beeld als tabel 3: er zijn verschillen tussen de stickergroe-
cent) van de panelleden met een nee/nee sticker de afgelo-
pen in de mate waarin ze maatschappelijke post ontvangen,
pen 12 maanden geen reclame heeft ontvangen (zoals de
maar dat verschil is alleen bij sommige soorten maatschap-
bedoeling is). Van de panelleden met een ja/ja sticker heeft
pelijke post substantieel (vooral bij post van goede doelen).
juist een zeer groot deel (88 procent) vaker dan incidenteel
Tabel 4: Percentage panelleden dat in de afgelopen 12 maanden vaker dan 3 keer ongeadresseerde post heeft ontvangen, per combinatie van stickergroep en soort ongeadresseerde post (panelleden die niet weten of ze nooit, hoogstens 3 keer, of vaker dan 3 keer ongeadresseerde post hebben ontvangen zijn buiten beschouwing gelaten) Geen sticker
Nee/nee
Nee/ja
Ja/ja
Alle groepen samen
Huis-aan-huisbladen
70%
25%
77%
85%
61%
Reclame
61%
37%
45%
88%
56%
Post van politieke partijen
15%
10%
14%
16%
14%
Post van religieuze organisaties
9%
6%
7%
12%
8%
Post van culturele instellingen
11%
7%
10%
10%
9%
Post van goede doelen
32%
22%
25%
44%
30%
Post van natuur- en milieuorganisaties
15%
9%
12%
18%
13%
Post van buurtorganisaties
32%
28%
36%
33%
32%
Resultaten enquête ongeadresseerde post
5
Behoefte aan ongeadresseerde post
Van de panelleden met een nee/nee sticker heeft (zoals te
In tabel 5 is, voor elke combinatie van stickergroep en soort
verwachten viel op basis van de stickerkeuze) slechts een
ongeadresseerde post, het percentage panelleden weerge-
klein deel behoefte aan ongeadresseerde reclame en huis-
geven dat ongeadresseerde post wil ontvangen. Zo is bij-
aan-huisbladen. Panelleden met een nee/nee sticker heb-
voorbeeld te zien, dat 69 procent van de panelleden zonder
ben in meerderheid wel behoefte aan post van buurtorgani-
brievenbussticker huis-aan-huisbladen wil ontvangen.
saties, maar niet aan andere soorten maatschappelijke post.
In het algemeen is er onder de panelleden veel behoefte om
De panelleden zonder brievenbussticker hebben in meer-
post van buurtorganisaties (70 procent) en huis-aan-huisbla-
derheid behoefte aan huis-aan-huisbladen en post van
den te ontvangen (62 procent). Aan post van religieuze or-
buurtorganisaties. De helft wil daarnaast post van culturele
ganisaties (4 procent) en goede doelen (13 procent) is wei-
instellingen. Met deze wensen is het logisch dat ze geen
nig behoefte.
ja/ja sticker hebben (want ze hebben weinig behoefte aan reclame) en logisch dat ze geen nee/nee sticker hebben
Van de panelleden met een ja/ja sticker heeft een meerder-
(want ze willen wel huis-aan-huisbladen ontvangen).
heid behoefte aan huis-aan-huisbladen, reclame, post van culturele instellingen en post van buurtorganisaties. Panelle-
De panelleden met een nee/ja sticker ten slotte, lijken qua
den met een ja/ja sticker lijken vooral voor deze sticker te
behoefte op de groep zonder sticker, wat niet verrassend is
hebben gekozen omdat zij wèl reclame willen ontvangen
omdat een nee/ja sticker onder het opt-in systeem vrijwel
(want bij de andere stickergroepen ligt het percentage dat
dezelfde status heeft als geen sticker. De panelleden met
reclame wenst veel lager).
een nee/ja sticker vinden huis-aan-huisbladen nog wenselijker en reclame nog onwenselijker dan de panelleden zonder sticker.
Tabel 5: Percentage panelleden dat ongeadresseerde post wil ontvangen, per combinatie van stickergroep en soort ongeadresseerde post Geen sticker
Nee/nee
Nee/ja
Ja/ja
Alle groepen samen
Huis-aan-huisbladen
69%
18%
83%
95%
62%
Reclame
30%
3%
13%
94%
30%
Post van politieke partijen
17%
8%
16%
24%
15%
Post van religieuze organisaties
5%
2%
3%
7%
4%
Post van culturele instellingen
50%
29%
48%
58%
45%
Post van goede doelen
13%
8%
11%
21%
13%
Post van natuur- en milieuorganisaties
29%
16%
27%
36%
26%
Post van buurtorganisaties
74%
54%
76%
83%
70%
Resultaten enquête ongeadresseerde post
6
ja/ja sticker (93 procent) dan onder de andere drie stickerWenselijkheid van politieke post
groepen (62 tot 67 procent).
In aanvulling op de vraag of men post van politieke partijen wil ontvangen (zie tabel 5), is de panelleden gevraagd hoe
Tevredenheid met de stickermogelijkheden
zij het vinden om deze post te ontvangen. Men kon kiezen
Uit de enquête volgt, dat verreweg de meeste panelleden
uit de antwoordcategorieën “fijn/prettig”, “neutraal”, “onpret-
(85 procent) tevreden zijn met de drie stickeropties voor
tig/hinderlijk” en “anders, namelijk …”.
brievenbussen: ja/ja, nee/nee, of geen sticker. Onder de panelleden met een nee/ja sticker is de tevredenheid lager (72
Iets meer dan de helft van de panelleden (56 procent) vindt
procent) dan onder de andere groepen
het onprettig of hinderlijk om post van politieke partijen te ontvangen. Een klein aandeel van 4 procent vindt het juist
De panelleden die ontevreden zijn over de stickermogelijk-
wèl fijn of prettig om dit soort post te ontvangen. 35 procent
heden, hebben zelf hun redenen daarvoor kunnen opschrij-
staat neutraal tegenover het ontvangen van politieke post.
ven. De redenen lopen uiteen. De meeste kunnen in de vol-
De overige respondenten (5 procent) hebben de antwoord-
gende categorieën worden verdeeld:
categorie “anders, namelijk …” aangeklikt om een antwoord
-
Men wil meer of andere mogelijkheden, bijvoorbeeld wel
op te kunnen schrijven. Uit die antwoorden blijkt dat sommi-
reclame en geen post van politieke partijen, of alleen
gen wel of juist geen interesse hebben in politieke post.
huis-aan-huisbladen.
Slechts een klein aantal brengt nuances aan, in de zin dat
-
men bijvoorbeeld alleen politieke post in verkiezingstijd wil
Men wil dat er in het geheel geen ongeadresseerde post bezorgd wordt bij het ontbreken van een sticker
ontvangen, of dat men alleen politieke post wil ontvangen
(een “nee, tenzij” regel).
als die niet van één partij afkomstig is.
-
Er is een verband, zij het niet heel sterk, tussen het type
-
Men vindt het juist vervelend een sticker nodig te hebben om wèl reclame te ontvangen. Men ervaart dat postbezorgers zich niet aan de regels
sticker dat panelleden op de brievenbus hebben en de mate
houden (bijv. men heeft geen ja/ja sticker maar ontvangt
waarin zij politieke post als onprettig of hinderlijk ervaren.
wel reclame).
Het percentage panelleden dat politieke post als onprettig of
-
Men ergert zich aan wat men als regeldrift van de ge-
hinderlijk ervaart, is 65 procent onder degenen met een
meente ziet, of vindt dat ondernemers door de regels
nee/nee sticker en 49 procent onder degenen met een ja/ja
gedupeerd worden, omdat zij minder reclame kunnen
sticker. Bij de panelleden met een nee/ja sticker of zonder
bezorgen.
sticker, liggen de percentages er tussenin (respectievelijk 57
-
procent en 52 procent). Het aandeel panelleden dat politieke
Men vindt de opt-in regels te ingewikkeld, of de communicatie erover onvoldoende.
post wèl fijn of prettig vindt, is onder alle stickergroepen
-
Men vindt het oude systeem (met nee/ja stickers) beter.
klein.
-
Men lijkt de regels niet goed te begrijpen (heeft bijv. een ja/ja sticker genomen om wel de wijkkrant te kunnen
Oordeel over hoeveelheid post bij ja/ja sticker De panelleden met een ja/ja sticker is gevraagd wat zijn vinden van de hoeveelheid ongeadresseerde post die ze ontvangen. Een ruime meerderheid (71 procent) vindt de hoeveelheid ongeadresseerde post precies goed. 16 procent wil minder ongeadresseerde post ontvangen en 6 procent vindt de hoeveelheid ontvangen post juist te klein. De rest (7 procent) heeft geen mening. Kennis van het opt-in systeem Een ruime meerderheid van de panelleden, namelijk 69 procent, was bij het invullen van de enquête op de hoogte van het feit dat ongeadresseerde reclame sinds 1 november 2020 alleen bezorgd mag worden bij een ja/ja-sticker. Dit percentage ligt veel hoger onder de panelleden met een
ontvangen). -
Men ergert zich aan post met aanhef “aan de bewoners van” die als geadresseerde post wordt bezorgd.
Klachten over ongeadresseerde post Een klein aandeel panelleden, 6 procent, heeft de afgelopen 12 maanden een klacht ingediend over ongeadresseerde post. Deze klachten zijn voornamelijk ingediend bij de afzenders van de post, niet bij de gemeente of een andere organisatie, zoals de Reclame Code Commissie. Slotopmerkingen of suggesties van panelleden Aan het einde van de vragenlijst konden panelleden opmerkingen of suggesties voor de gemeente opschrijven ten aanzien van ongeadresseerde post. Ruim 700 panelleden (15 procent) hebben iets opgeschreven. Deels betreft het
Resultaten enquête ongeadresseerde post
7
herhaling van zaken die al eerder aan de orde gekomen zijn
willen meestal geen reclame, maar wel huis-aan-huis-
in deze rapportage (bijvoorbeeld ergernis over post met aanhef “aan de bewoners van”). Nieuwe opmerkingen en ideeën
bladen en post van buurtorganisaties. -
In de meeste soorten maatschappelijke post heeft
zijn onder andere:
slechts een (kleine) minderheid van de panelleden inte-
-
resse.
Communiceer beter over waar de brievenbusstickers te krijgen zijn. Of bezorg ze thuis, zodat bewoners zelf
-
kunnen kiezen welke ze op hun brievenbus plakken.
Een groot deel van de panelleden zonder brievenbussticker heeft hier niet bewust voor gekozen.
-
De stickers zijn lelijk, te groot, of plakken niet goed.
-
De mate waarin ongeadresseerde post ongeoorloofd
post van politieke partijen te ontvangen. Het aandeel
wordt bezorgd, is afhankelijk van de bezorger. Een pa-
panelleden dat het onprettig of hinderlijk vindt, is 49 pro-
nellid ervaart bijvoorbeeld dat grote postbedrijven zich
cent onder de groep met een ja/ja sticker en groter on-
wel aan de regels houden, maar kleinere partijen (zoals
der de andere stickergroepen (tot 65 procent bij een
een ondernemer op de hoek of een buurtvereniging)
nee/nee sticker).
niet. -
Informeer postbezorgers beter over de regels.
-
Postbezorgers die zich bij herhaling niet aan de regels houden, zouden tijdelijk geen post meer mogen bezor-
-
-
4 procent van de panelleden vindt het fijn of prettig om
Een ruime meerderheid van de panelleden met een ja/ja sticker is tevreden over de hoeveelheid ontvangen ongeadresseerde post.
-
gen, of een boete moeten krijgen.
Het overgrote deel (93 procent) van de panelleden met een ja/ja sticker was bij het invullen van de enquête op de hoogte van het feit, dat ongeadresseerde reclame sinds 1 november 2020 alleen bezorgd mag worden bij
Conclusies
een ja/ja-sticker. Bij de andere groepen panelleden ligt De belangrijkste conclusies van het onderzoek zijn de volgende: -
dit percentage tussen 62 en 67 procent. -
Het opt-in systeem lijkt ervoor te zorgen dat de panelle-
den met de drie stickermogelijkheden van het opt-in
den (en daarmee waarschijnlijk ook andere Rotterdam-
systeem (ja/ja, nee/nee, of geen sticker). De overige pa-
mers) minder reclame ontvangen als zij geen ja/ja sticker hebben. Een nee/nee sticker, of een nee/ja sticker, lijkt echter effectiever dan geen sticker om reclame buiten de deur te houden. Ook veel panelleden met een nee/ja of nee/nee sticker hebben de afgelopen 12 maanden (weleens) reclame ontvangen. -
Verreweg de meeste panelleden (85 procent) zijn tevre-
nelleden zijn om uiteenlopende redenen ontevreden. -
De resultaten van de straatenquête wijzen op hoofdlijnen dezelfde kanten uit als die van de panel-enquête. Het belangrijkste verschil in de resultaten van de twee enquêtes, is dat de panel-enquête duidt op een grotere bekendheid met de opt-in regeling.
De nee/nee sticker lijkt een grote hoeveelheid huis-aanhuisbladen tegen te houden.
-
Hoewel maatschappelijke post bij alle vier de stickergroepen mag worden bezorgd, zijn er verschillen in de mate waarin de groepen maatschappelijke post ontvangen, Vooral post van goede doelen en van natuur- en milieuorganisaties lijkt minder bezorgd te worden bij een nee/nee sticker en meer bij een ja/ja sticker. Bij de andere soorten maatschappelijke post is er minder verschil tussen de stickergroepen. Stickers lijken nauwelijks invloed te hebben op post van buurtorganisaties.
-
De keuze van een panellid voor een bepaalde soort brievenbussticker (of de keuze voor geen sticker) hangt vaak logisch samen met de post die het panellid wil ontvangen. Verreweg de meeste panelleden met een ja/ja sticker willen reclame ontvangen. Panelleden met een nee/nee sticker willen vaak geen ongeadresseerde post, met uitzondering van post van buurtorganisaties. Panelleden zonder sticker, of met een nee/ja sticker,
Resultaten enquête ongeadresseerde post
8