CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb15722 Wethoudersbrief over monitor Rotterdams lerarentekort, oktober meting 2021

Gemeenteraad 3 februari 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: 33. De monitor Rotterdams lerarentekort3.832 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Maatschappelijke Ontwikkeling Onderwijs, Cultuur en Toerisme Said Kasmi Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40, Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Internet: www.rotterdam.nl Van: Alain Kras E-mail: ac.kras@rotterdam.nl

Commissie Zorg, Onderwijs, Cultuur, en Sport

Ons kenmerk: M2112-494 - 21bb015722 Onderwerp: Monitor Rotterdams lerarentekort, oktober meting 2021 Datum: 8 december 2021

Geachte commissieleden, Uw gemeenteraad wordt twee keer per jaar, in februari en in oktober geïnformeerd over de ontwikkelingen van het lerarentekort in het basis- en het (voortgezet) speciaal onderwijs.1 De toenemende personeelstekorten zijn al jaren een grote zorg en de impact van de Covid-19 crisis maakt de urgentie alleen maar groter. Op basis van de recente stadsbrede peiling van 1 oktober jl. blijkt dat de vacaturedruk in Rotterdam ten opzichte van een jaar geleden is toegenomen. Met gemiddeld 13% is het lerarentekort in Rotterdam zorgelijk en vraagt dit om onze aandacht. Vanuit de aanpak lerarentekort monitoren de gemeente, schoolbesturen en het rijk gezamenlijk hoe het staat met de tekorten in het primair onderwijs. De gegevens van oktober 2021, gemeten aan het begin van het schooljaar, zullen in deze brief vergeleken worden met de gegevens van een jaar geleden (oktober 2020). Een vergelijking met de februari-meting geeft een vertekend beeld omdat gedurende het schooljaar extra leerlingen instromen (met name in de kleutergroepen) waardoor de vraag naar leraren toeneemt.

Ondanks corona is het bijna alle scholen (206) gelukt om mee te doen aan de inventarisatie.2 Naast de uitvraag naar het lerarentekort in de reguliere situatie, is aan scholen ook gevraagd wat de effecten zijn van de extra budgettaire ruimte in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) op het lerarentekort. Deze brief gaat hier ook op in.

1 De laatste gegevens (februari 2021 meting) zijn op 26 maart 2021 met u gedeeld (kenmerk 21bb004103). 2 De metingen zijn gedaan op schooldirectieniveau, met een controle op bestuursniveau. In de dataset van

oktober 2021 zitten 206 scholen (van in totaal 259 vestigingen volgens CentERdata). De dataset van oktober 2020 bevat 210 scholen.

Blad Datum Ons kenmerk

2 8 december 2021 M2112-494

Aan het slot van deze brief kom ik terug op de toezegging die ik u op 30 juni 2021 heb gedaan tijdens de behandeling van de voorjaarsbrief: De wethouder besteedt bij de begroting aandacht aan inzet om Rotterdam aantrekkelijk te maken voor leraren (21bb9093). Met voorliggende brief stel ik u voor die toezegging af te doen. Stand van zaken lerarentekort basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs Het lerarentekort was al groot en is opnieuw toegenomen. Uit de meting van oktober 2021 bleek een totaal tekort van 518 fte (13,0%), opgebouwd uit openstaande vacatures en verborgen vacatures. Daarmee is het lerarentekort hoger dan de meting van vorig jaar. Toen was het tekort 339 fte (9,0%). De situatie wordt dus steeds zorgelijker. Gemeente en besturen hebben samen gekeken waar de stijging ten opzichte van vorig jaar vandaan komt. Op basis van de cijfers en de gesprekken komt het volgende beeld naar voren:  

De stijging per school is niet geconcentreerd bij enkele scholen, maar is verspreid over de hele stad. De toename van het tekort is ook terug te zien bij vrijwel alle besturen. Het hele onderwijsveld voelt de gevolgen van het tekort. Nieuwe vacatures blijven open staan. Voor de zomervakantie gaven schoolbesturen al aan meer moeite te hebben om de vacatures te vervullen en een deel van deze vacatures is ook onvervuld gebleven. Bij de start van dit schooljaar zijn, voor een groot deel, onwenselijke oplossingen gekozen om er toch voor te zorgen dat er geen klassen naar huis gestuurd hoefden te worden. Ook ontstaan er gedurende het schooljaar nieuwe vacatures als leraren verhuizen of met pensioen gaan. Impact van Nationaal Programma Onderwijs (NPO) middelen. Met de extra rijksmiddelen die besturen hebben ontvangen, zijn nieuwe (tijdelijke) banen gecreëerd. Met de NPO-middelen zien we dat scholen ervoor kiezen om extra personeel aan te trekken. Dit gebeurt ook in de rest van Nederland. De Rotterdamse scholen hebben hier last van ondervonden doordat een deel van hun personeel de stad uit is getrokken naar de extra NPO-vacatures in de regio. Ook hebben de NPO-middelen invloed op het onderwijsondersteunend personeel, want die kiezen voor andere (NPO gerelateerde) banen; mede omdat de arbeidsmarkttoelage3 niet voor hen geldt.

De opnamecapaciteit van zijinstromers is gelimiteerd: deze professionals en overige stagiaires moeten immers ook kwalitatief goed begeleid kunnen worden en dat is lastig binnen een school met een lerarentekort. Moeilijk kunnen invullen van vacatures voor langdurige vervanging 4. Zowel het aantal openstaande - als het aantal verborgen vacatures voor langdurige vervanging is hoger dan bij de oktobertelling 2020. De impact van corona speelt hierin mee: de vraag naar vervangingen is namelijk hard gegroeid. De vervangingspools zijn leeg en bij langdurige vervangingsbehoefte is het lastig om een plek gevuld te krijgen. Kortdurende vervanging is niet meegenomen in de inventarisatie. Er is in Nederland in veel sectoren krapte op de arbeidsmarkt. Het bredere perspectief op de arbeidsmarkt in Nederland laat zien dat de onderwijssector niet de enige sector is met (flinke) tekorten. De vraag naar arbeid is op dit moment veel groter dan het aanbod. Subsidies ‘Slim organiseren’ en ‘anders organiseren’ hebben dempend effect op tekort. Veel scholen in Rotterdam organiseren hun onderwijs op een andere doordachte en professionele manier, om ondanks het lerarentekort de kwaliteit van het onderwijs en het beroep van leraar zo hoog mogelijk te houden. Binnen Slim organiseren wordt o.a. ander

3 De arbeidsmarkttoelage komt vanuit het Rijk en is gericht op het aantal leerlingen met onderwijsachterstanden. 4 Het betreft vacatures voor tijdelijke vervanging voor een periode langer dan 6 weken. Kortdurende vervangingen zijn niet

meegenomen in de inventarisatie. Hiervoor is gekozen omdat dit dagkoersen zijn.

Blad Datum Ons kenmerk

3 8 december 2021 M2112-494

personeel, ingezet zoals vakleerkrachten en onderwijsondersteunend personeel om de beschikbare leraren efficiënter in te kunnen zetten en breder te ondersteunen. Desondanks blijft, ook op deze scholen, het lerarentekort een urgent en zorgelijk probleem omdat de werkdruk bij leraren toeneemt.

Specifiek voor het (voortgezet) speciaal onderwijs geven besturen de volgende oorzaken van het stijgende lerarentekort: 

CAO van het (v)so – loonkloof met het voortgezet onderwijs. Net als bij het primair onderwijs is er een flinke loonkloof met het voortgezet onderwijs. Dit maakt het aantrekkelijker om in een andere sector te werken, ook omdat de werkdruk als groot wordt ervaren in het (v)so. Dit geldt ook voor onderwijsondersteunend personeel, waarbij andere sectoren aantrekkelijker zijn. Differentiatie beloning (arbeidsmarkttoelage). De arbeidsmarkttoelage vanuit het Rijk is gericht op het aantal leerlingen met onderwijsachterstanden. In het (v)so gelden andere indicatoren waardoor ongelijkheid tussen leraren en scholen in de hand wordt gewerkt, wat tot onvrede en tussentijdse mobiliteit leidt. Daarnaast kiezen sommige leraren met de arbeidsmarkttoelage ervoor om minder te gaan werken, wat ingewikkeld is voor lerarenteams.

Lerarentekort in de G5 en Nederland Naast Rotterdam wordt het lerarentekort gemonitord in Almere, Amsterdam, Den Haag en Utrecht (samen de G5). Bij het meetmoment van 1 oktober jl. zijn ook voor het eerst de overige po-besturen in Nederland betrokken. De respons in de G5 is ongeveer 90%; in de rest van het land heeft ongeveer 55% van de scholen meegedaan aan de uitvraag. Het gemiddelde tekort in de G5 ligt een stuk hoger dan in de rest van het land (14,3% versus 8,0%). Ook valt op dat buiten de G5 een groot deel van de scholen aangeeft helemaal geen tekort te hebben (41%); in de G5 is dit 11%. Utrecht heeft een tekort dat op grote lijnen vergelijkbaar is met het landelijke tekort. Ten opzichte van de overige steden uit de G5 ligt het tekort van Rotterdam iets lager.5 De jarenlange intensieve en constructieve samenwerking binnen de Aanpak Leraren tussen gemeente, Rotterdamse schoolbesturen en de lerarenopleidingen lijkt hier een belangrijke bijdrage aan te hebben geleverd. De landelijke rapportage over de tekorten wordt half december naar de Tweede Kamer gestuurd.6 Ik zal dit rapport na publicatie naar uw commissie sturen. Met het ministerie is afgesproken dat de cijfers over de G5 pas vanaf 14 december 2021 breder gedeeld mogen worden. Daarom heb ik de griffie verzocht om deze brief onder embargo tot 14 december te delen met uw commissie.

Verdeling openstaande en verborgen vacatures, verdeeld naar het type onderwijs De tekorten in het onderwijs zijn niet gelijk verdeeld over de verschillende typen onderwijs. In onderstaande tabel staat hoe de tekorten zich de afgelopen periode hebben ontwikkeld voor het basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs7 en het (voortgezet)

5 Tekorten in G5 oktober 2021: Almere = 16,0%; Amsterdam = 15,8%; Den Haag = 15,8% en Utrecht = 8,5%. 6 De cijfers en analyses kunnen in rapportage van OCW licht afwijken van de cijfers in deze brief. Dit komt doordat de gemeente Rotterdam i.s.m. de besturen nog een laatste controle van de cijfers heeft gedaan en daardoor kleine aanscherpingen zijn doorgevoerd. 7 Scholen voor speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs (v)so zijn er voor leerlingen die lichamelijk, zintuigelijk of verstandelijk gehandicapt zijn en voor leerlingen die psychische problemen of gedragsproblemen hebben. Scholen voor het speciaal basisonderwijs (sbo) vallen niet onder het speciaal onderwijs, maar onder het regulier onderwijs. Het sbo biedt

Blad Datum Ons kenmerk

4 8 december 2021 M2112-494

speciaal onderwijs. Er is aan de scholen gevraagd om onderscheid te maken in structurele vacatures en vacatures voor langdurige vervanging en onderscheid te maken in openstaande vacatures en verborgen vacatures. Verborgen vacatures zijn vacatures waarvoor scholen alternatieve, minder wenselijke oplossingen hebben toegepast om te zorgen dat leerlingen wel les krijgen. Denk hierbij aan de inzet van intern begeleiders, directieleden en onderwijsassistenten voor de groep, externe inhuur van leraren, het samenvoegen van klassen en het sneller zelfstandig inzetten van zijinstromers dan gewenst. Ook laat de tabel zien hoeveel vacatures het onderwijs heeft voor langdurige vervangingen (meer dan zes weken). Deze vacatures worden apart getoond, omdat ze in principe van tijdelijke aard zijn. Tabel 1 Tekorten per onderwijssector en de opbouw naar soort tekort, oktober 2021

Basisonderwijs Speciaal basisonderwijs (Voortgezet) Speciaal onderwijs Totaal8

Totale lerarentekort

Openstaande vacatures

Verborgen vacatures

Openstaande vacatures vervangingen

Verborgen vacatures vervangingen

425 fte

85 fte

230 fte

31 fte

79 fte

15 fte

5 fte

8 fte

2 fte

0,2 fte

78 fte

17 fte

37 fte

6 fte

18 fte

518 fte

107 fte

275 fte

39 fte

97 fte

Bron: Dataformulieren CentERdata, DeLoos monitoring oktober 2021, N=206

Als we kijken naar het verschil tussen de openstaande en verborgen vacatures in de afgelopen periode, is te zien dat het aantal verborgen vacatures aanzienlijk groter is dan het aantal openstaande vacatures. Hiermee wordt inzichtelijk hoe het onderwijsveld haar uiterste best doet om -ondanks de grote tekorten- het onderwijs aan de leerlingen te blijven bieden. Tegelijkertijd maken de cijfers van de verborgen vacatures inzichtelijk hoe fors de problematiek van de tekorten onder de oppervlakte werkelijk is, aangezien de gekozen oplossingen interen op de kwaliteit van het onderwijs (grotere groepen, onbevoegden waaronder zijinstromers in opleiding voor de groep) en de kwaliteit van belangrijke ambulante taken binnen de school (intern begeleiders en schoolleiders voor de groep). Deze situatie in combinatie met extra uitval door Covid-19 zorgt voor een stijging van de werkdruk binnen de schoolteams, met een toename van uitval en uitstroom als gevolg. Figuur 1 laat zien dat het lerarentekort in het basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs flink gestegen is. Bij deze twee sectoren zien we dat er grote verschillen zijn tussen de tekorten van scholen. In het speciaal basisonderwijs is het lerarentekort gedaald, maar het aantal scholen dat meedoet aan de meting (acht scholen) is dermate klein, dat de cijfers snel fluctueren.

onderwijs aan leerlingen die zich in het basisonderwijs (bao) niet optimaal ontwikkelen, het betreft veelal lichtere problematiek dan op het (v)so. 8 Verschillen van (opgetelde) getallen worden veroorzaakt door afrondingsverschillen

5 8 december 2021 M2112-494

Figuur 1 Tekort per type onderwijs in oktober 2020 en oktober 2021 12,3% 400

FTE tekort

Blad Datum Ons kenmerk

300

9,0%

200 100

14,4%

10,0%

9,3%

20,7%

0 basisonderwijs

speciaal basisonderwijs oktober 2020

(voortgezet) speciaal onderwijs

oktober 2021

Bron: Dataformulieren CentERdata, DeLoos monitoring, oktober 2020 N=210; oktober 2021 N=206.

Verdeling vacatures in relatie tot de schoolweging van basisscholen De schoolweging9 zegt iets over de kans op onderwijsachterstanden op basisscholen. Rotterdam kenmerkt zich als een stad met veel scholen met een hoge en zeer hoge schoolweging. Scholen met een hogere schoolweging krijgen extra middelen om kleinere klassen te realiseren, waardoor meer leerkrachten nodig zijn en dus ook het aantal vacatures hoger kan zijn. In Rotterdam zijn er relatief veel scholen die gemiddeld meer personeel in dienst hebben. Als we de tekorten van oktober 2021 en oktober 202010 afzetten tegen de schoolweging zien we dat percentueel het tekort gestegen is bij alle schoolweging categorieën, behalve bij scholen met een zeer lage weging. Het tekort is het meest gestegen bij scholen met een gemiddelde en met een zeer hoge weging. De analyse naar het relatieve (=procentueel) en absolute lerarentekort laat zien dat met name scholen met een (zeer) hoge schoolweging last hebben van het lerarentekort. Tabel 2 Schoolweging, soorten vacatures van oktober 2021 vergeleken met relatieve tekort oktober 2020 binnen het regulier basisonderwijs Schoolweging categorieën

Openstaande Verborgen vacatures vacatures

Openstaande Verborgen Totale vacatures vacatures lerarentekort vervangingen vervangingen (absoluut en relatief)

Relatieve tekort oktober 2020

Zeer laag: 8 scholen (5%)

3 fte

5 fte

1 fte

1 fte

10 fte (7%)

8%

Laag: 19 scholen (12%)

8 fte

18 fte

3 fte

8 fte

37 fte (7%)

4%

Gemiddeld: 31 scholen (19%)

13 fte

42 fte

5 fte

13 fte

73 fte (12%)

6%

Hoog: 60 scholen (37%)

35 fte

94 fte

9 fte

28 fte

165 fte (13%)

10%

9 Hoe hoger de schoolweging, hoe lager de te verwachten onderwijsresultaten van de school op basis van de

leerlingenpopulatie. Hoe lager de schoolweging, hoe hoger de te verwachten onderwijsresultaten. De gemiddelde schoolweging in Nederland is 30, dit is het omslagpunt. Scholen met speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs kennen geen schoolweging. 10 We vergelijken oktober 2021 met oktober 2020, omdat dit de meest zuivere vergelijking is.

6 8 december 2021 M2112-494

Zeer hoog: 46 scholen (28%)

27 fte

68 fte

10 fte

28 fte

133 fte (16%)

11%

Totaal aantal basisscholen: 164

85 fte

227 fte

28 fte

79 fte

419 fte (12%)

9%

Bron: dataformulieren CentERdata, DeLoos monitoring. Oktober 2021 N=164

Figuur 2 geeft per individuele school een beeld van de tekorten (fte). Dit is afgezet tegen de schoolweging. Hier is te zien dat het merendeel van de scholen geen (0) tot vier fte vacatures heeft. Bij de vorige meting in oktober 2020 was het aantal scholen met nul vacatures veel groter; veel van deze scholen hebben nu een (verborgen) tekort. Onderstaande figuur laat ook zien dat scholen met een hoge schoolweging vaker hogere tekorten hebben. Ook uit onderzoek van CentERdata blijkt dat schoolweging een significant effect heeft op het lerarentekort. Toch verklaart de schoolweging maar een deel van de tekorten. Zo zijn er binnen Rotterdam veel scholen met een hoge schoolweging, die geen tekort hebben en scholen met een lage schoolweging die een relatief groot tekort hebben. Figuur 2 toont dat er aanzienlijke verschillen zijn tussen scholen met een vergelijkbare schoolweging. Figuur 2 Het tekort en de schoolweging per basisschool, oktober 2021

lerarentekort basisonderwijs oktober 2021 vs. schoolweging 20 fte

16 fte

lerarentekort

Blad Datum Ons kenmerk

12 fte

8 fte

4 fte

0 fte 19,5

24,5

29,5

schoolweging

34,5

39,5 Basisschool in Rotterdam

Bron: dataformulieren CentERdata, DeLoos monitoring N= 164, oktober 2021

Verdeling tekorten over de stad Net als bij de vorige analyses is geanalyseerd hoe de tekorten, in het basisonderwijs en het speciaal basisonderwijs, zijn verdeeld over de stad (zie tabel 3). In de kwetsbare gebieden (met naar verhouding veel scholen met een hoge schoolweging) zijn de grootste tekorten zichtbaar. Opvallend is dat het lerarentekort in Feijenoord flink is gestegen ten opzichte van een jaar geleden. We onderzoeken nog waarom Feijenoord afwijkt van overige wijken op Zuid. Ook in Rotterdam Centrum, Overschie, Kralingen-Crooswijk, Pernis en Hoek van Holland is het lerarentekort procentueel flink gegroeid.

Blad Datum Ons kenmerk

7 8 december 2021 M2112-494

Tabel 3 Omvang van de tekorten per gebied, oktober 2021 en oktober 2020 Totaal tekort oktober 2021

Relatief tekort oktober 2021

Relatief tekort oktober 2020

% verschil okt 2021 en okt 2020

IJsselmonde (13 scholen, 8% leerlingen)

42 fte

13%

9%

+4%pnt.

Charlois (20 scholen, 11% leerlingen)

64 fte

14%

11%

+3%pnt.

Feijenoord (28 scholen, 13% leerlingen)

107 fte

21%

10%

+10%pnt.

Delfshaven (23 scholen, 11% leerlingen)

43 fte

9%

10%

-1%pnt.

Hoogvliet (10 scholen, 5% leerlingen)

25 fte

14%

9%

+5%pnt.

Noord (13 scholen, 6% leerlingen)

17 fte

9%

8%

+1%pnt.

Centrum (5 scholen, 4% leerlingen)

15 fte

13%

8%

+5%pnt.

Hillegersberg-Schiebroek (15 scholen, 10% leerlingen)

41 fte

12%

9%

+3%pnt.

Overschie (6 scholen, 5% leerlingen)

20 fte

14%

8%

+6%pnt.

Rozenburg (4 scholen, 3% leerlingen)

4 fte

6%

7%

-1%pnt.

Prins Alexander (27 scholen, 15% leerlingen)

29 fte

6%

6%

+0%pnt.

Kralingen-Crooswijk (15 scholen, 7% leerlingen)

29 fte

11%

6%

+5%pnt.

Pernis (2 scholen, 1% leerlingen)

3 fte

14%

5%

+9%pnt.

Hoek van Holland (3 scholen, 2% 2 fte 6% 0.0% leerlingen) Bron: dataformulieren CentERdata, DeLoos monitoring, bao en sbo, oktober 2021 N=184

+6%pnt.

Impact van NPO op het lerarentekort Naast het reguliere lerarentekort heeft CentERdata-onderzoek gedaan naar de inzet van middelen vanuit het Nationaal Programma Onderwijs en de subsidie Extra Hulp in de Klas (EHK). Reden hiervoor is dat deze middelen voor extra vacatures kunnen zorgen, bovenop de ‘reguliere’ vacatures van scholen. Tot nu toe was er nog geen zicht om hoeveel extra vacatures het gaat. Binnen de G5 wordt aangegeven dat ongeveer 26% van de extra werkgelegenheid voor leraren die is ontstaan door de inzet van NPO-middelen, vanwege het lerarentekort, niet vervuld kan worden. In Rotterdam ligt dit percentage met 31% nog iets hoger. Van de 241 vacatures die op basis van NPO-middelen extra gecreëerd zijn in Rotterdam, waren er in oktober 2021 75 nog niet vervuld. Dit is zorgelijk, temeer daar schoolbesturen aangeven dat de enorme hoeveelheid extra vacatures die met NPO-middelen binnen en buiten Rotterdam is gecreëerd ervoor zorgt dat de ‘reguliere’ personeelstekorten zijn toegenomen. Een fors aantal voormalige groepsleerkrachten heeft gekozen voor een veelal ‘lichtere’ NPO-taak, binnen maar zeker ook buiten Rotterdam. Met ‘lichtere’ taken wordt bedoeld dat NPO-taken vaak niet de volledige verantwoordelijkheid van een groepsleerkracht omvatten.

Een structurele inzet van de NPO-middelen zou helpen, omdat dit ervoor zorgt dat scholen hun personeel een vaste plek binnen hun school kunnen bieden. Hierover ben ik in overleg met het ministerie van OCW.

Blad Datum Ons kenmerk

8 8 december 2021 M2112-494

Werkgelegenheid en uitstroom Vanuit de Aanpak Leraren wordt ingezet op het verhogen van de instroom, het voorkomen van de uitval, het binden van professionals aan Rotterdam en het slimmer organiseren van het onderwijs. Uit de cijfers blijkt dat dit effect heeft. Het aantal werkzame leraren tussen oktober 2020 en oktober 2021 is toegenomen. Het aantal leraren in de dataset11 is in een jaar licht gegroeid van 3.472 naar 3.480. De werkgelegenheid groeit vanwege een stijging van het aantal leerlingen in Rotterdam en door een toename van (rijks)middelen. Daardoor ontstaan extra banen, bovenop het al bestaande tekort. Voor een deel van deze nieuwe banen is weliswaar personeel gevonden, maar het totale tekort aan leraren blijft stijgen. Vacatures staan langer open of worden met een alternatieve oplossing vervuld. De uitstroom is in 2021 gestegen ten opzichte van oktober 2020. Toen was er nog sprake van een uitstroom van 312 fte, nu is deze 366 fte. Deze cijfers bevestigen het beeld van besturen dat de extra gelden van het Nationaal Programma Onderwijs ervoor hebben gezorgd dat leraren een andere functie kiezen buiten de stad. Daarnaast is er in 2021 sprake van een effect van uitgestelde mobiliteit, doordat de uitstroom in 2020 relatief lager was, omdat mensen kozen voor de zekerheid van hun vaste baan in het onderwijs in de onzekere eerste periode van Covid-19.

Gekozen noodoplossingen bij het lerarentekort, de verborgen vacatures Scholen doen er alles aan om ervoor te zorgen dat leerlingen onderwijs krijgen, ondanks het lerarentekort. Dit schooljaar is opnieuw een atypisch schooljaar door de coronapandemie. Binnen de reikwijdte van alternatieve oplossingen voor het invullen van een vacature wanneer er geen leraar beschikbaar is, wordt vaak gekozen voor het zelfstandig inzetten van onderwijsassistenten of zijinstromers voor de groep. Waar mogelijk wordt het inzetten van directieleden en intern begeleiders voorkomen om andere belangrijke onderwijstaken als leerling-zorg en personeelsmanagement niet te veel onder druk te zetten. Er wordt zeer beperkt gekozen voor inzet van externe inhuur bij structurele vacatures. Enerzijds omdat dit een dure oplossing is anderzijds, omdat ook die pools kwantitatief en kwalitatief nagenoeg zijn opgedroogd. Tot slot Samen met het Rotterdamse onderwijsveld en de lerarenopleidingen blijf ik onverminderd energie steken in de aanpak van het lerarentekort. Met stevige maatregelen en investeringen moet de zorgelijke situatie bestreden worden. Vanuit de gemeente en het Rijk zijn hiervoor extra middelen beschikbaar gesteld. Hiermee wordt onder andere ingezet op het vergroten van zijinstroom en het slim organiseren van het onderwijs.

Tijdens de behandeling van de voorjaarsbrief in de commissie ZOCS op 30 juni 2021 vroeg u mij wat er nog meer gedaan kan worden om Rotterdam aantrekkelijk te maken voor leraren. Ik wil twee maatregelen samen met de Rotterdamse schoolbesturen verder gaan uitwerken. Het gaat om de mogelijkheid van een reiskostenregeling boven op de regeling die de cao’s bieden, dus specifiek voor leraren die een behoorlijke afstand naar de Rotterdamse scholen af moeten leggen. De andere maatregel gaat over een regeling die de inkomensval voor zijinstromers in het onderwijs tijdens hun opleiding moet dempen. 11

Het aantal scholen dat meedeed aan de inventarisatie van oktober 2021 was 206, in oktober 2020 212.

Blad Datum Ons kenmerk

9 8 december 2021 M2112-494

Voor deze maatregelen is er gedurende twee jaar een bedrag van € 1,0 miljoen beschikbaar vanuit de onderwijsbegroting. Om beide maatregelen goed te kunnen uitvoeren is echter een hoger bedrag nodig. Over de uitwerking van de maatregelen ga ik in gesprek met de Rotterdamse schoolbesturen, waarbij cofinanciering een van de onderwerpen zal zijn. Het aantrekken van voldoende personeel is een zware opgave voor het onderwijs. Zeker nu we de komende jaren hard moeten werken om de negatieve gevolgen van de coronacrisis te beperken en de kansengelijkheid te vergroten. Samen met de andere grote steden voer ik een stevige lobby bij het ministerie van OCW om de loonkloof met het voortgezet onderwijs te dichten en om de middelen van het NPO op een structurele manier in te zetten. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en verzoek u om toezegging 21bb9093 als afgedaan te beschouwen. Met vriendelijke groet,

Said Kasmi Wethouder Onderwijs, Cultuur en Toerisme

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=ba66b2f0-423e-42c7-83f9-c457f3c4f18c