CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb15572 Bijlage 2 behorende bij 21bb15029 over toelichting wijzigingen Commissie Omgevingskwaliteit en Cultureel Erfgoed Rotterdam.

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: 20.2 Het voorstel tot vaststelling van de Verordening op de Commissie Omgevingskwaliteit en Cultureel Erfgoed Rotterdam’1.533 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting wijzigingen 1. Naam commissie Voorgesteld wordt om de naam van de huidige ‘Commissie voor Welstand en Monumenten Rotterdam’ te wijzigen naar ‘Commissie Omgevingskwaliteit en Cultureel Erfgoed Rotterdam’, waarmee aangesloten wordt op de termen uit de Omgevingswet. 2. Taken en werkzaamheden commissie Verordening, artikel 2 De hoofdtaken van de commissie blijven hetzelfde als in de huidige situatie. Daarnaast is in art. 2 van de verordening sprake van enkele nieuwe taken ten opzichte van de huidige verordening. Alle nieuwe taken hangen samen met nieuwe begrippen die de Omgevingswet introduceert. Voor alle nieuwe taken in art. 2 geldt dat deze alleen dan aan de orde zijn, wanneer er actief door B&W om advies wordt gevraagd. 3. Cultureel erfgoed Quorum: Reglement van Orde, artikel 4 Reservelid: Verordening, artikel 6 Enkele taken met betrekking tot cultureel erfgoed zijn niet in de huidige Bouwverordening Rotterdam 2010 belegd. De nieuwe verordening is in lijn gebracht met de huidige Erfgoedverordening. Ook is de verordening op enkele punten die erfgoed betreffen, in lijn gebracht met de huidige werkwijze van de commissie. Daarom worden twee wijzigingen voorgesteld. De wijzigingen betreffen het quorum bij advisering op erfgoedvraagstukken en het benoemen van reserveleden. Beide wijzigingen worden hieronder toegelicht.

Quorum In het Reglement van Orde wordt geregeld dat bij advisering op monumenten tenminste één lid aanwezig moet zijn dat deskundig is op het gebied van restauratiearchitectuur of architectuurhistorie. Reserveleden Daarnaast wordt in de verordening de mogelijkheid opgenomen om leden in de discipline cultuurhistorie en restauratiearchitectuur na het einde van hun termijn nog twee keer voor drie jaar als reservelid te benoemen. Dit om ervoor te zorgen dat er altijd voldoende expertise aanwezig is ook als een van de leden met erfgoed-expertise bijvoorbeeld langdurig uitvalt of zich door betrokkenheid bij een bepaald dossier moet terugtrekken bij de advisering. 4. Samenstelling commissie en subcommissies Verordening, artikel 4 Verbreding De Omgevingswet geeft in de omschrijving van de disciplines die zien op advisering over ‘omgevingskwaliteit’ een bredere definitie dan waarin de huidige Bouwverordening Rotterdam 2010 voorziet. Vanuit de bedoeling van de Omgevingswet zijn er twee redenen om een uitbreiding voor te stellen van de disciplines die nu vertegenwoordigd zijn in de commissie. De voorgestelde inhoudelijke verbreding betreft een uitbreiding met de disciplines landschap en stedenbouw.

De toevoeging van deze disciplines is noodzakelijk voor de wettelijk verplichte advisering inzake rijksmonumenten, aangezien Rotterdam rijksmonumenten heeft met landschappelijke- en stedenbouwkundige waarden zoals Het Park, het Museumpark, het Quarantaineterrein en de landgoederen Nieuw Rodenrijs en de Tempel. Ook de beschermde stadsgezichten bevatten stedenbouwkundige en landschappelijke waarden.

1

Compactere bezetting Tegelijk met de noodzakelijke inhoudelijke verbreding van de commissie wordt voorgesteld het ledenaantal te stellen op minimaal zeven in plaats van een vast aantal van acht. Sinds de bouwcrisis van 2013 werd de commissie na vertrek van een van de leden niet uitgebreid. Hiermee werd feitelijk niet aan de Bouwverordening Rotterdam 2010 voldaan, die formeel een bezetting van acht leden verlangt. In de praktijk is gebleken dat de compactere bezetting met zeven leden bij een lage bouwproductie effectiever functioneert dan met acht leden. De introductie van een minimaal ledenaantal biedt zo de mogelijkheid om met de bezetting van de commissie te reageren op de conjunctuur van de bouwproductie. Invoering nieuwe samenstelling Doordat de zittende commissieleden opnieuw worden benoemd voor de resterende duur van hun aanstellingstermijn, zal de nieuwe samenstelling van de commissie op de ingangsdatum van de wet nog niet een feit zijn. Na het aflopen van de bestaande termijnen van de zittende leden zal door werving en benoeming van nieuwe leden gefaseerd de nieuwe samenstelling worden bereikt. Welstandskamer wordt subcommissie De VNG introduceert in de Modelverordening het begrip subcommissie.

Deze komt overeen met het huidige instrument in de Bouwverordening Rotterdam 2010 dat door B&W onder de naam ‘welstandskamer’ ingesteld kan worden voor een specifiek gebied of thema. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft het mogelijk om net als nu onder de nieuwe noemer subcommissie een adviesteam te formeren met een bijzondere opdracht van het bestuur. Drie leden uit de bestaande commissie, aangevuld met expertise specifiek voor de opgave, treden dan in de plaats van de reguliere commissie. 5. Participatie en burgerlid Met de nieuwe verordening wordt voorgesteld ‘het streven naar het opnemen van een burgerlid’ zoals opgenomen in de Bouwverordening Rotterdam 2010, te laten vervallen. Dit streven kwam voort uit een landelijke herziening van het welstandsbeleid in 2004 waar participatie en transparantie centraal stonden. Het pakket (wettelijke) maatregelen leidde ertoe dat het welstandsbeleid sedert 2004 door de raad wordt vastgesteld, voorafgegaan door een inspraakprocedure en dat de vergaderingen van welstandscommissies openbaar zijn. Eveneens leidde dat tot een beperking van de maximale zittingsduur van de leden van welstandscommissies en tot verplichte bestuurlijke verantwoording van uitvoering van het welstandsbeleid via verslaglegging aan de raad.

Rotterdam zelf introduceerde in 2004, hoewel dit niet wettelijk verplicht was, ook het spreekrecht voor belanghebbenden en legde in de Toelichting op de Bouwverordening vast ‘te streven naar het opnemen van tenminste een burgerlid in de commissie’. Net als nu was ook destijds in Rotterdam participatie en betrokkenheid van de burger bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad van groot belang. Omdat participatie destijds niet wettelijk geregeld was, zoals de Omgevingswet nu wel doet, werd met een burgerlid in de Cie W+M een inventieve oplossing gezocht om burgerparticipatie een plek te geven. Met het deskundigenadvies dat voortkomt uit het vakinhoudelijk overleg van de commissie wordt interpretatie gegeven aan de criteria uit het welstandsbeleid. In dat beleid zijn geen criteria geformuleerd waar de functie van een burgerlid, zijnde bescherming van burgerbelangen, op is gericht. De ervaring sinds 2004 leert dat het invullen van een rol gericht op burgerbelangen ook om andere redenen bijzonder lastig is. Zo kan één burgerlid, waarvan niet duidelijk is wie hij of zij vertegenwoordigt, slechts een beperkt aantal belangen over het voetlicht brengen. Daarbij komt het risico dat een burgerlid slechts deelbelangen vertegenwoordigt die mogelijk gerelateerd zijn aan persoonlijke voorkeuren. Met de Omgevingswet worden deze nadelen ondervangen.

Burgerparticipatie wordt anders en beter vormgegeven. Een gemeente kan participatie inrichten voor het gehele proces. (van planvorming tot en met uitvoering, inclusief evaluatie). Geconcludeerd kan worden dat de Omgevingswet betrokkenheid veel breder borgt en dat de commissie niet de optimale omgeving is om participatie goed tot z’n recht te laten komen.

2

Bij andere G4-gemeenten wordt dezelfde lijn gevolgd, of is deze al gevolgd in het verleden. In Amsterdam en Den Haag wordt om vergelijkbare redenen al jaren geen gebruik meer gemaakt van de mogelijkheid voor burgerleden in welstandscommissies. In Utrecht is in het kader van de Omgevingswet sprake van een voorstel om het burgerlid niet meer op te nemen. Van belang is dat conform de bestaande situatie, de openbaarheid van vergaderen blijft bestaan, evenals het recht op inspreken door belanghebbenden bij de commissievergaderingen. Sinds de publieke tribune digitaal is ingericht, melden belangstellende- en belanghebbende burgers zich vaker bij de commissievergaderingen. Digitaal bezoek zal blijven bestaan, onder meer om voor bezoekers en insprekers een laagdrempeliger betrokkenheid bij de commissievergaderingen te creëren. 6. Adviseurs Verordening, artikel 5 Het artikel met betrekking tot adviseurs geeft de commissie de bevoegdheid zich ten behoeve van haar advisering te laten voorlichten door ambtenaren of door externe deskundigen. Daarnaast maakt dit artikel het mogelijk dat een ambtenaar of een andere deskundige aanwezig kan zijn bij de vergaderingen of als adviseur kan deelnemen aan de beraadslagingen.

Deze regeling sluit aan bij de gegroeide praktijk, waarbij de commissie afhankelijk van de behoefte soms een specifieke adviseur inschakelt (bijvoorbeeld een specialist op het gebied van historische interieurs of een specialist op het gebied van duurzaam bouwen) maar ook een beroep kan doen op experts binnen de gemeente. 7. Benoeming en zittingsduur Verordening, artikel 6 Selectiecommissie De voorgestelde wijziging ten opzichte van de huidige Bouwverordening Rotterdam 2010 betreft het voorzitterschap van de selectiecommissie die de voorzitter en nieuwe leden van de commissie voordraagt. In de huidige situatie is de wethouder die de commissie in portefeuille heeft de voorzitter van deze selectiecommissie. Deze rol werd echter in het afgelopen decennium door opeenvolgende wethouders gemandateerd aan de concerndirecteur Stadsontwikkeling of aan de directeur die ruimtelijke kwaliteit in portefeuille had. Met de voorgestelde wijziging wordt deze gegroeide praktijk geformaliseerd. Daarbij wordt een verschil gemaakt tussen de selectiecommissie die de voordracht van een nieuwe voorzitter voorbereidt en die voor nieuwe commissieleden. In het eerste geval wordt de selectiecommissie voorgezeten door de concerndirecteur Stadsontwikkeling. In het tweede geval is de directeur met ruimtelijke kwaliteit in portefeuille de voorzitter en ontbreekt de concerndirecteur Stadsontwikkeling.

Zittingsduur en beëindiging aanstelling In de nieuwe verordening is een apart artikel voor benoemingen in bijzondere omstandigheden. De huidige Bouwverordening Rotterdam 2010 biedt deze flexibiliteit niet. De voorgestelde verbetering bestaat hierin dat de voorzitter en de leden onder bijzondere omstandigheden, na het eindigen van hun tweede termijn, kunnen worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste een jaar. In de nieuwe verordening is geregeld dat de voorzitter en de leden op eigen verzoek ontslagen kunnen worden. Daarnaast kunnen zij door het college worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. In de huidige Bouwverordening Rotterdam 2010 was dit niet geregeld. De toevoeging afkomstig uit de ‘Modelverordening op de gemeentelijke adviescommissie’ biedt een heldere regeling in geval van onverhoopte omstandigheden.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=70572e99-930d-47e8-86c0-d03e2bad11a6