21bb15188 Bijlage behorende bij 21bb15187 over Publiek kader havenbedrijf NV
Tekst van het document
Publiek kader Havenbedrijf Rotterdam
Algemeen. Doel van het publiek kader is om in één handzaam document terug te vinden welke Rotterdamse publieke belangen worden geborgd door de deelneming, hoe de gemeente haar aandeelhoudersbevoegdheden inzet om deze belangen te borgen en hoe de gemeente Rotterdam beoordeelt of de deelneming hierin effectief opereert. In het publiek kader komt informatie uit diverse documenten bij elkaar. De informatie is dus niet nieuw.
Doel Dit document legt primair vast welke publieke belangen worden geborgd met het Rotterdams aandeelhouderschap in het Havenbedrijf Rotterdam, dit is het vertrekpunt voor overheidsingrijpen. Verder beschrijft dit kader hoe de gemeente het aandeelhouderschap gebruikt om deze belangen te borgen en langs welke maatstaven de prestaties op dit vlak worden beoordeeld.
Publiek belang Het publiek belang dat het Havenbedrijf borgt bestaat uit de volgende onderdelen (deze worden verder in dit stuk verder uitgewerkt): • Borgen van de (nautische) veiligheid in de haven en daarmee ook de stad; • Borgen van de continuïteit en kwaliteit van de haven Rotterdam als vitale schakel in de mainport; • Borgen van de verduurzaming van het havenindustrieel complex en een aanjagersrol in de energietransitie.
Onderwerp
KPI
Bron
Energietransitie /duurzaamheid
CO2 uitstoot HIC
Jaarverslag HbR
Energietransitie /duurzaamheid
Reductie CO2 uitstoot HbR
Jaarverslag HbR
Energietransitie /duurzaamheid
Opwekkingscapaciteit hernieuwbare
Jaarverslag HbR en
energie in de haven in MW
feiten en cijfers HbR
Bedrijfseconomisch
Solvabiliteit
Jaarverslag HbR
Bedrijfseconomisch
Interest coverage ratio
Jaarverslag HbR
Bedrijfseconomisch
Netto winst
Jaarverslag HbR
Bedrijfsvoering/ operationeel
Kwaliteit haveninfrastructuur
Jaarverslag HbR
Bedrijfsvoering/ operationeel
Klanttevredenheid
Klantbelevingsonderzoek HbR
Veiligheid
Safety Environmental Index (SEI)
Jaarverslag HbR
Economische vitaliteit
Marktaandeel HLH
Jaarverslag HbR
Op verschillende beleidsterreinen waar het Havenbedrijf wel een belangrijke rol vervult zijn geen KPI’s in bovenstaande tabel opgenomen. Heden voert de gemeente gesprekken met het Havenbedrijf om de bestaande samenwerkingen met en inzet van het Havenbedrijf in kaart te brengen op deze terreinen. Wanneer dit leidt tot aanvullingen in bovenstaande tabel zal hierover in eerste instantie in het jaarlijkse ‘Beheerverslag Deelnemingen’ worden gerapporteerd. KPI’s zijn slechts een van de facetten die worden gebruikt om de prestaties van de onderneming te beoordelen. Voor een goede prestatie-beoordeling wordt breder gekeken, zo wordt de context waarin de onderneming zich begeeft meegenomen en spelen ook ‘zachte criteria’ zoals de kwaliteit van informatievoorziening en samenwerking een rol.
Publieke taak en publiek belang Tussen 1932 en 2003 werd de Rotterdamse haven geëxploiteerd als een gemeentelijke tak van dienst onder de naam Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam (GHR). Het Rotterdamse gemeentebestuur oefende rechtstreekse zeggenschap uit. De verzelfstandiging van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam (GHR) tot Havenbedrijf Rotterdam N.V. per 1 januari 2004 werd ingegeven door twee ontwikkelingen: • de zich wijzigende concurrentieverhoudingen tussen mondiale ondernemingen en tussen havens onderling, die een meer commercieel en concurrerend opereren van het Havenbedrijf vereisten om zo ook meer flexibiliteit en (internationale) slagvaardigheid te bewerkstelligen ; • de steeds grotere rol van het Rijk (regelgeving, infrastructuur) en de Europese Unie op het functioneren van de haven;
Rotterdams publiek belang bij het Havenbedrijf Rotterdam De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) stelt:
“Er is eerst sprake van een publiek belang indien de overheid zich de behartiging van een maatschappelijk belang aantrekt op grond van de overtuiging dat dit belang anders niet goed tot zijn recht komt.” Bovenstaande definitie wijst erop dat de overheid zich het belang aantrekt, maar schrijft niet voor hoe de overheid een bijdrage daaraan levert. Dat kan op verschillende manieren. Dit hangt ook af van in welke mate marktpartijen zelf de juiste zaken doen (of juist niet). Soms is er voldoende bijsturing mogelijk door als overheid regels te stellen (wet- en regelgeving), bijvoorbeeld wetgeving voor financiële markten. Soms is het nodig dat de overheid zelf taken op zich neemt, in andere gevallen borgt de overheid de belangen door te participeren in ondernemingen, waarbij zij middels haar aandeelhoudersbevoegdheden invloed kan uitoefenen.
Als vennootschap kan het Havenbedrijf slagvaardiger en bedrijfsmatiger opereren en samenwerken met publieke en private partijen. Deze ontwikkelingen zijn nog steeds actueel. De internationale concurrentie is alleen maar gegroeid, de Europese regelgeving wint nog steeds aan belang waar het gaat om bijvoorbeeld klimaatvraagstukken en het zorgen voor een gelijk speelveld. Tegelijkertijd werd destijds het gevaar onderkend dat stad en haven verder uit elkaar zouden groeien of zelfs met de rug naar elkaar zouden komen te staan. Daarom is beleid ingezet om de logistieke en industriële economie van de haven sterker te koppelen aan de stedelijke kennis- en diensteneconomie en het maritieme cluster te stimuleren. (World Port City, Rotterdam Maritime Capital of Europe). De verzelfstandiging van het Havenbedrijf riep de vraag op in hoeverre de nationale belangen die publieke taakuitoefening en het economisch functioneren van HbR raakten afdoende waren geborgd. In de Contourennota Borging Nationale Belangen Mainport Rotterdam van mei 2005 werden de publieke belangen en de daarmee samenhangende borgingsinstrumenten in kaart gebracht. De nota werd in samenwerking tussen Rijk, HbR en gemeente opgesteld en de conclusies werden op 17 mei 2005 door het college van B&W
onderschreven. In de nota werd een viertal belangen onderkend: • Continuïteit en kwaliteit van de havenvoorzieningen; • Efficiënte marktverhoudingen (eerlijke mededinging en toegang tot infrastructuur); • (nautische) Veiligheid; • Duurzaam ruimtegebruik. De hoofdconclusie luidde dat het bestaande publieke kader met aanvullende afspraken afdoende mogelijkheid bood om, zonder nieuwe wetgeving, de nationale belangen duurzaam veilig te stellen. Het aandeelhouderschap is een aanvullend instrument om te borgen dat het Havenbedrijf zich blijft bewegen binnen de kaders die door de gemeenteraad zijn vastgesteld, zoals de Havenvisie en de Operationele Havenovereenkomst die in samenwerking met het Havenbedrijf zijn opgesteld. De publieke belangen die het Havenbedrijf moet dienen zijn niet volledig ‘contracteerbaar’ (zie “Economische invalshoek staatsdeelnemingen”, CPB, 2012). Het aandeelhouderschap vormt zodoende een noodzakelijk aanvullend instrument op alle beleidsmatige en operationele afspraken die tussen gemeente en HbR bestaan om de bredere sociaaleconomische belangen van Rotterdamse regio te dienen ook te realiseren.
criminaliteit. Ook werkt HbR intensief samen met publieke partners in het Programma Integere Haven, de Uitvoeringsagenda, Information Sharing Centra en faciliteert HbR de dialoog daarover met de bedrijven in de haven • Een belangrijk publiek belang dat het havenbedrijf dient is de continuïteit en kwaliteit van de haven Rotterdam als vitale schakel in de mainport borgen. Ook het duurzaam inrichten van het ruimtegebruik en de bestemming van grond binnen de haven is een belangrijk publiek belang dat het Havenbedrijf dient. Een tijdige omslag naar een nieuw energiesysteem is van levensbelang voor de continuïteit van de haven. • Gelet op de urgentie van de klimaatcrisis wordt de strategische doelstelling van het versnellen van de verduurzaming van het havenindustrieel complex als een zelfstandig publiek belang aangemerkt. 13,5% van de landelijke CO₂-uitstoot vindt zijn oorsprong in de Rotterdamse haven en verduurzaming van het complex is voor het behalen van zowel gemeentelijke als landelijke beleidsdoelstellingen op het gebied van duurzaamheid cruciaal. De ontwikkeling en verduurzaming van de haven zijn als publieke belangen van de gemeente onder andere in de Havenvisie en het Rotterdamse Klimaatakkoord vastgelegd.
Uit de verschillende overeenkomsten en beleidsstukken kunnen de ondergenoemde meer specifieke publieke belangen worden gedestilleerd die door het Havenbedrijf worden geborgd: • Het Havenbedrijf speelt een belangrijke rol in de veiligheid van de haven en daarmee ook de stad, waarbij de Rijkshavenmeester een prominente rol vervult en verantwoordelijk is voor een, vlotte, duurzame en veilige afwikkeling van de scheepvaart in de haven van Rotterdam. De belangen zijn geborgd door wetgeving (bijv. Scheepvaartverkeerswet, de Havenbeveiligingswet, de Wet voorkoming verontreiniging door schepen). De uitvoering van de heruit voortvloeiende wettelijke taken is gemandateerd aan de Havenmeester, De havenmeester bepaalt onder meer welke schepen de haven aan mogen doen, voert inspecties uit en heeft een belangrijke poortwachtersfunctie. Aanvullend draagt de havenmeester zorg voor de nautische veiligheid, die voorwaardelijk kan zijn aan de kwaliteit van de Rotterdamse leefomgeving. Daarnaast is het Havenbedrijf een schakel in de keten als het gaat om bestrijding van criminaliteit in de haven zoals drugshandel, de doorvoer van illegale goederen, mensenhandel en cybercriminaliteit. Het Havenbedrijf ondersteunt opsporingsautoriteiten, zoals politie en douane in het tegengaan van ondermijnende
De Rotterdamse haven zorgt voor het directe bestaan van 180.000 banen en het indirecte bestaan van nog eens 205.000 banen. Een significant deel van deze banen wordt ingevuld door Rotterdammers. Het creëren van werkgelegenheid is geen directe publieke taak van het Havenbedrijf, maar een publiek belang waaraan het Havenbedrijf bijdraagt door te streven naar vestigingsmogelijkheden voor bestaande en nieuwe klanten en het bevorderen van efficiënte marktverhoudingen. Gezien de omvang die de, door de haven, gecreëerde werkgelegenheid heeft is de rol van het Havenbedrijf hierin ook van lokaal, regionaal en nationaal belang. Met haar strategie en bedrijfsactiviteiten speelt HbR een belangrijke faciliterende rol. Daarbij is het Havenbedrijf ook een belangrijke faciliterende actor in het zorgen voor voldoende geschoolde handen (en hoofden) in de regio. Momenteel vormt het onvoldoende aanwezig zijn van geschoolde werknemers een van de voornaamste risico’s voor het tijdig slagen van de economische transitie (groen, circulair, digitaal) in het haven industrieel complex. Het Havenbedrijf zet zich samen met de gemeente, Deltalinqs en andere betrokken partners in voor een Human Capital Agenda (zie ook de Havenvisie) en uitvoering van het Leer-WerkAkkoord om een aantrekkelijk imago van werken in de haven, een inclusieve cultuur, goede bereikbaarheid
en goede zichtbaarheid van de bedrijven in de haven te stimuleren. Waarbij deze inzet vooral ten goede zou moeten komen aan bestaande en nieuwe bedrijven die binnen het beheersgebied van het Havenbedrijf inzetten op vergroening, circulariteit en nieuwe duurzame bedrijvigheid. Een van de wijzen waarop het Havenbedrijf zich inzet om werkgelegenheidsvraagstuk aan te pakken is het Leerwerkakkoord voor de Haven. Bij de vormgeving van de aanpak vormt Sustainable Development Goal 8 (Fatsoenlijke banen en economische groei) de leidraad. Het Havenbedrijf heeft ook internationale activiteiten. De internationale activiteiten van het Havenbedrijf staan in dienst van de regionale en nationale publieke belangen, namelijk het creëren van maatschappelijke en economische waarde voor Nederland en de regio Rotterdam-Rijnmond. HbR doet dit door uit zijn internationale activiteiten financieel rendement te halen, Nederlandse bedrijven kansen te bieden in het buitenland, te leren van internationale best practices en de reputatie van het Rotterdamse maritieme cluster hoog te houden. Als aandeelhouder met oog voor het publiek belang zal Rotterdam zich ervoor inzetten dat deze internationale activiteiten bijdragen aan de energietransitie en duurzaamheid.
Doordat HbR de investeringen in zijn internationale activiteiten beperkt houdt in omvang zijn de risico’s beperkt en beheersbaar ook in relatie tot het publieke belang.
Tot 1 januari 2004 opereerde het Havenbedrijf Rotterdam als deel van de gemeente Rotterdam. Op die datum werd het Havenbedrijf verzelfstandigd tot een naamloze vennootschap (HbR N.V.) en was daarmee geen onderdeel meer van de gemeente. De taak die het destijds vervulde, vervult het heden nog steeds: de duurzame ontwikkeling, beheer en exploitatie van de haven en het zorgdragen van een vlotte en veilige afhandeling van de scheepvaart. In de statuten is het doel als volgt geformuleerd: “het (doen) uitoefenen van het havenbedrijf en in dat kader de positie van het Rotterdamse haven en -industriecomplex in Europees perspectief zowel op de korte als de lange termijn te versterken.” De hiermee verband houdende publieke taken zijn expliciet in de statuten opgenomen: • “de bevordering van een effectieve, veilige en efficiënte afhandeling van het scheepvaartverkeer en het zorgdragen voor nautische en maritieme orde en veiligheid, alsmede het optreden als bevoegde havenautoriteit in het Rotterdams havengebied; en • Ontwikkeling, aanleg, beheer en exploitatie van het haven- en industriegebied in Rotterdam, in de ruimste zin van het woord.”
Naast bovengenoemde publieke belangen heeft de gemeente ook een financieel belang als aandeelhouder bij het havenbedrijf, daar de gemeente jaarlijks dividend ontvangt (in 2021 ca. €79 miljoen). Meerjarig gezien is veruit het grootste deel van de (geraamde en gerealiseerde) structurele dividendopbrengsten van de gemeente afkomstig van het Havenbedrijf. Bovendien geldt dat een financieel gezond Havenbedrijf noodzakelijk is voor de realisatie van de publieke belangen. Daarmee heeft de gemeente belang bij een financieel gezond Havenbedrijf.
Publieke taak Onderstaand worden in brede zin de publieke taken van het Havenbedrijf uiteengezet, een deel daarvan raakt ook aan het publiek belang dat door de gemeente is gedefinieerd en waarbij het aandeelhouderschap een instrument is om dit te borgen. De publieke taak en de borging van publieke belangen van het Havenbedrijf via het aandeelhouderschap zijn twee verschillende aspecten zijn die in dit publiek kader aan bod komen.
Een belangrijke publieke taak is belegd bij de divisie Havenmeester, het beheer van de havenwateren en het optreden als havenmeester. Omdat dit publieke wettelijke taken betreft, hebben de minister van Infrastructuur en Waterstaat en het College van Burgemeester en Wethouders van Rotterdam deze taken respectievelijk geattribueerd en gemandateerd aan het hoofd van de Divisie Havenmeester.
De (rijks)havenmeester legt op basis van het Havenmeesterconvenant verantwoording af over de uitoefening van deze bevoegdheden aan de minister en het College. HbR N.V. moet op basis van de afspraken zorgdragen voor voldoende middelen voor het uitoefenen van de publieke taken. De medewerkers van de divisie Havenmeester begeleiden schepen op afstand door ze te monitoren, te informeren, te adviseren en indien nodig te instrueren. Daarnaast zorgen zij voor een vlotte en veilige begeleiding van het scheepvaartverkeer en het bestrijden van incidenten. Daarbij hoort ook inspectie en handhaving. Het Havenbedrijf Rotterdam investeert in de ontwikkeling van grond tot uitgeefbaar terrein en in de haveninfrastructuur. De ontwikkeling van het havencomplex en daarmee ook het uitgiftebeleid van terreinen moeten passen binnen een ruim strategisch beleid dat breder is dan de taken van het Havenbedrijf en dat gericht is op een zo gunstig en duurzaam mogelijke sociaaleconomische ontwikkeling van de Rotterdamse regio in Europees perspectief. Nauwe afstemming en samenwerking met diverse stakeholders, zeker wat betreft acquisitie, vergunningverlening en de aanleg van infrastructuur, zijn onmisbaar voor de ontwikkeling van de haven. De operationele en beleidsmatige kaders om deze publieke belangen te borgen zijn vastgelegd in de Operationele Havenovereenkomst en de Havenvisie.
Een andere publieke taak die voortvloeit uit het beheer van de haven is het concurrerend en aantrekkelijk houden van de Rotterdamse haven. Hierbij gaat het om zaken als het onderhouden van de haven infrastructuur (leidingen, kabels, bruggen, wegen, kades en digitale infrastructuur), acquisitie van nieuwe bedrijven en het opbouwen van een breed portfolio aan klanten om synergie tussen nieuwe en bestaande bedrijvigheid te creëren. Ook het aan laten sluiten van arbeidsvraag en -aanbod en waken over goede aansluiting op bijvoorbeeld het wegen- of railnet zijn te interpreteren als randvoorwaarden voor het succes van de haven en hoewel dit niet tot de primaire taken van het Havenbedrijf kunnen worden gerekend, heeft de onderneming hier wel een rol in. Hetzelfde kan gezegd worden over het pleiten om een gelijk speelveld met andere Europese en wereldhavens te behouden. Bij de ontwikkeling van de haventerreinen en haveninfrastructuur en in haar uitgiftebeleid speelt ook de afweging of het Havenbedrijf moet inzetten op een groeiende industrie en overslag in de haven, of vooral moet inzetten op hoogwaardige activiteiten met oog voor duurzaamheid en circulariteit.
Het toekomstbestendig maken van de haven is ook een deel van de publieke taak van het Havenbedrijf. Het havenbedrijf heeft hierbij als rol om te faciliteren dat de bestaande industrieclusters transformeren naar duurzame industrieclusters met als doel economische en sociale impact voor Rotterdam te behouden. Het ‘vergroenen’ van het havenindustrieel complex is door het Havenbedrijf sleutelopgave geïdentificeerd en onderdeel gemaakt van haar strategie, bijvoorbeeld voor wat betreft het terugdringen van de CO2uitstoot en inzet van restwarmte. Hiermee opereert het Havenbedrijf in lijn met de economische trend en almaar versterkende politieke roep om verduurzaming en de daarmee samenhangende economische transformatie. Meer specifiek is het stimuleren van innovatieve, nieuwe bedrijvigheid, bijvoorbeeld door keuzes bij de verhuur van percelen, van belang voor het creëren van synergie met nieuwe (wellicht tevens innovatieve) klanten, de verdere transitie van fossiele naar een duurzame en circulaire haven industrieel complex (daarmee dus niet enkel bestaande bedrijven aantrekkend) en het in de pas blijven met, of een stap voor zijn op, concurrerende havens.
Subsidiariteitsbeginsel en territoriumbeginsel In het Beleidskader verbonden partijen en governance relaties is beschreven dat, in de afweging van de gemeente om te bepalen of zij een rol dient te vervullen bij de borging van het publieke belang, moet worden voldaan aan de voorwaarden van het territoriumsbeginsel en het subsidiariteitsbeginsel. Het territoriumsbeginsel schrijft voor dat er alleen sprake is van een Rotterdams publiek belang als dit belang grotendeels gericht is op het Rotterdamse grondgebied of in het belang is van de Rotterdamse bevolking. Het werkingsgebied van het Havenbedrijf Rotterdam valt voor een groot deel binnen de gemeente Rotterdam. Als zodanig wordt aan het territoriumbeginsel voldaan. Het subsidiariteitsbeginsel betreft het principe dat een centrale of hogere instantie niet doet wat door een lagere instantie gedaan kan worden. In dit verband gaat het om de vraag of een centrale of hogere instantie niet beter is geëquipeerd om het publieke belang van het Havenbedrijf te borgen. Conclusie van voornoemde is dat publieke belangen rondom veiligheid, continuïteit en kwaliteit, maar ook duurzaamheid en energietransitie zowel een nationale als Rotterdamse component hebben en daarmee zowel voor de gemeente Rotterdam als het Rijk een reden zijn om deze publieke belangen mede via het aandeelhouderschap te borgen.
Tegelijkertijd zorgt het lokale en nationale profiel van
beide aandeelhouders bij bepaalde publieke belangen andere accenten naar voren brengen (zonder dat dit hoeft te conflicteren). Volgens de Havenmonitor 20201 is de totale toegevoegde waarde in de Rotterdamse haven goed voor € 22,51 miljard, waarvan € 15,11 miljard direct en € 7,40 miljard indirect. Dit betekent dat de haven goed is voor 2,8% van het Nederlandse bruto binnenlands product (bbp). Aanvullend speelt de Rotterdamse haven een cruciale rol in de nationale beleidsdoelstellingen die voortvloeien uit het Parijs akkoord. Het nationale belang van de Rotterdamse haven is dan ook onmiskenbaar en wordt mede gereflecteerd door het feit dat ook de staat een belang houdt in het Havenbedrijf Rotterdam. Het hierboven omschreven Rotterdamse belang wordt in dezen het beste door een eigen Rotterdamse positie in het Havenbedrijf vertegenwoordigd. De onderneming heeft 7833 hectare gemeentelijk grondgebied in eeuwigdurende erfpacht verkregen. Het is van belang dat de gemeente aandeelhouder van het Havenbedrijf is om invloed uit te kunnen oefenen op de wijze waarop het Havenbedrijf deze grond beheert. Het beheer van de grond is immers niet volledig contracteerbaar. Het aandeelhouderschap is één van de middelen om te zorgen dat dit beheer blijft passen binnen de publieke doelen van de gemeente Rotterdam, onder meer via de aandeelhoudersbevoegdheden ten aanzien van de strategie.
In de Erfpachtovereenkomst is vastgelegd dat haventerreinen die hun havenfunctie verliezen niet door het Havenbedrijf voor branchevreemde activiteiten worden gebruikt, maar teruggaan naar de gemeente. Het Havenbedrijf en de gemeente vinden elkaar frequent in grotere en kleinere vraagstukken rondom de leefomgeving waarbij een nauw verwantschap, waarbij zowel zakelijke als maatschappelijke belangen maximaal vertegenwoordigd zijn om tot het beste resultaat te komen, van belang is. De door de gemeenteraad van Rotterdam vastgestelde Havenvisie dient als gezamenlijk kompas voor het toekomstbestendig maken van het Rotterdamse haven- en industriecluster. De centrale doelstelling is het creëren van economische en maatschappelijke waarde en het reduceren van ongewenste externe effecten. De realisatie van de Havenvisie vereist de gezamenlijke inzet van de convenantpartners HbR, het havenbedrijfsleven vertegenwoordigd door Deltalinqs, de gemeente Rotterdam, de provincie Zuid-Holland en het Rijk. Alhoewel het realiseren van de verschillende transities die zijn gemoeid met verduurzaming van
de haven gedeelde belangen van Rijk en gemeente zijn is ook hier aanleiding tot aandeelhouderschap onder het subsidiariteitsbeginsel. Rotterdam heeft zich beleidsmatig gecommitteerd aan de nationale doelstellingen rondom verduurzaming (Rotterdam heeft zich door middel van het klimaatakkoord gecommitteerd aan de landelijke doelstellingen als zijnde lokale doelstellingen) en hierin speelt een duurzaam havenindustrieel complex een cruciale rol. De nadruk op het realiseren van de Rotterdamse doelstellingen hierin ligt met nadruk bij de haven die grotendeels binnen de gemeentegrenzen opereert. Het belang van de gemeente om betrokken te zijn bij hoe het Havenbedrijf met haar gronden omgaat en in welke infrastructuur (walstroom, waterstofleidingen) geïnvesteerd wordt staat dan ook buiten kijf.
Borging publieke belangen Eerder zijn de Rotterdamse publieke belangen benoemd die met het gemeentelijk aandeelhouderschap gemoeid zijn. Hieronder wordt uitgewerkt hoe de gemeente door het zijn van aandeelhouder deze publieke belangen kan borgen. De gemeente Rotterdam is immers een van de belanghebbende actoren bij de haven en het Havenbedrijf (naast bijvoorbeeld de provincie en het Rijk). Het aandeelhouderschap is daarbij een belangrijk middel voor de gemeente om ervoor te zorgen dat de eerder beschreven publieke belangen geborgd worden. De betrokkenheid van de gemeente als aandeelhouder is daarbij geclausuleerd middels de statuten en het aandeelhoudersconvenant. De Staat der Nederlanden is medeaandeelhouder van het Havenbedrijf. De minister van Financiën vertegenwoordigt de staat als medeaandeelhouder in het Havenbedrijf Rotterdam, terwijl het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat verantwoordelijk is voor het bredere zeehavenbeleid. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat is verantwoordelijk voor het klimaatbeleid.
1| Havenmonitor 2020: De economische betekenis van Nederlandse zeehavens, Erasmus Centre for Urban, Port and Transport Economics, oktober 2020
Overheden zijn gehouden tot een rechtmatige en doelmatige aanwending van publieke middelen en dienen daarover verantwoording te kunnen en willen afleggen. In het geval van publiek aandeelhouderschap is de aandeelhouder kapitaalverschaffer door middel van het verschaffen van eigen vermogen aan een onderneming. Aan de aandeelhouder komen bepaalde (privaatrechtelijke) bevoegdheden toe. Ook hier is het kunnen afleggen van verantwoording van groot belang. De haven heeft een grote invloed op de Rotterdamse maatschappij. De haven zorgt voor economische activiteit en werkgelegenheid. Tegelijkertijd zijn er ook maatschappelijke uitdagingen, bijvoorbeeld als het gaat om verduurzaming, luchtkwaliteit, ruimtegebruik en menselijk kapitaal. Door het zijn van aandeelhouder borgt de gemeente de publieke belangen die gemoeid zijn met het Havenbedrijf, op verschillende wijzen en stelt de gemeente het Havenbedrijf in staat de gewenste maatschappelijke rol te vervullen. Naast dat de gemeente uit hoofde van haar aandeelhoudersrol frequent en regulier overleg heeft met het Havenbedrijf, heeft de gemeente ook bevoegdheden als aandeelhouder die in de statuten en de aandeelhoudersovereenkomst van het Havenbedrijf zijn vastgelegd.
De belangrijkste bevoegdheden die de gemeente als aandeelhouder heeft om de publieke belangen te borgen zijn: • het vaststellen van het bedrijfsplan van het Havenbedrijf; • het vaststellen van wijzigingen in de lange termijn ondernemingsstrategie; • het vaststellen van de jaarrekening en het bepalen van de winstbestemming (dividend); • goedkeuringsrecht op investeringen die een drempel van €50 mln te boven gaan, van ingrijpende betekenis kunnen zijn voor de vennootschap of branchevreemd dan wel principiële van aard zijn; • goedkeuringsrecht op het aangaan of beëindigen van een duurzame samenwerking indien de samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis voor de vennootschap is, dan wel van principiële aard is; • goedkeuringsrecht op het aangaan van een deelneming, vergroten of verkleinen van een
deelneming van de vennootschap (1) ter waarde van ten minste een derde van het bedrag van de financiële vast activa die betrekking hebben op de deelnemingen van de vennootschap of (2) die van ingrijpende of principiële aard is; • goedkeuringsrecht op het aangaan, vergroten of verkleinen van een deelneming van de vennootschap buiten Nederland; • goedkeuringsrecht op het aangaan van leningen boven de € 50 mln; • goedkeuringsrecht op het verstrekken van leningen, borgtochten, garanties, zekerheden en vergelijkbare instrumenten boven de € 10 mln; • het benoemen en schorsen of ontslaan van de leden van bestuur en de raad van commissarissen; • het vaststellen van het beloningsbeleid van het bestuur en de raad van commissarissen.
De door de raad vastgestelde Havenvisie speelt ook een belangrijke rol in het samenbrengen van de strategie van het Havenbedrijf met de, voor Rotterdam, publieke belangen. De Havenvisie schetst de toekomstvisie voor de haven voor de langere termijn en de rol die het Havenbedrijf hierin speelt en fungeert daarmee als gezamenlijk kompas.
Prestatie-indicatoren Met het Havenbedrijf afgestemde prestatie-indicatoren dienen als graadmeter in hoeverre het Havenbedrijf presteert conform verwachting en doelstelling op de voor Rotterdam relevante publieke belangen. Deze KPI’s spelen een belangrijke rol in de interactie tussen HbR en de gemeente als aandeelhouder, als leidraad voor de prestaties van de onderneming in relatie tot de publieke belangen. In het beheerverslag zal ieder jaar worden gerapporteerd over deze KPI’s op basis van het ‘comply or explain’ principe, waarbij het niet behalen van de doelstelling met redenen wordt omkleed. Tot slot zijn deze KPI’s niet gefixeerd, de gemeente is met het HbR in gesprek waarbij het doel is om onder meer ten aanzien van duurzaamheid tot aanvullende KPI’s te komen. Deze KPI’s sluiten aan op de Sustainable Development Goals (SDG’s). In 2017 heeft het Havenbedrijf de onderstaande vijf SDG’s geïdentificeerd waaraan de onderneming middels haar ondernemingsstrategie de grootste directe bijdrage levert. Als slimme partner in logistieke ketens maakt HbR voortgang op SDG 9 mogelijk. Door haar activiteiten als versneller van duurzaamheid in de haven draagt HbR direct bij aan SDG’s 7 en 13. SDG 8 ondersteunt HbR via haar programma’s onder het speerpunt ondernemende en slagvaardige organisatie.
Aangezien veiligheid een centrale rol speelt binnen al de activiteiten van HbR heeft de organisatie SDG 3 eveneens opgenomen in de selectie;