21bb14968 Bijlage behorende bij 21bb14967 over Concept-Ruimtelijke onderbouwing aanvraag omgevingsvergunning t.b.v. ontwikkeling Pop-Up theater '40-45' aan de Keileweg
Tekst van het document
Het betreft hier weliswaar een permanent theater maar het geeft een goed beeld welke spin-off een theater heeft dat unieke voorstellingen kan aanbieden. Veel voorzieningen in direct omgeving van het Circustheater zijn geheel of gedeeltelijk georiënteerd op bezoekers van de musicals. Uit onderzoek van de gemeente Den Haag blijkt dat de bestedingen bij een bezoek aan een musical voor 50 procent ten goede komt aan het Circustheater (en daarmee in de culturele sector). Van de overige bestedingen slaat de helft (25 procent van de totale bestedingen) neer in de horeca (voorafgaand aan het podiumbezoek of na afloop) en de resterende 25 procent wordt besteed in de detailhandel. Een ander voorbeeld is de musical ‘Soldaat van Oranje’ die in een theater in een hangaar in Katwijk wordt opgevoerd. Onderzocht is dat een derde deel van het publiek van Soldaat van Oranje het bezoek aan de voorstelling uitbreidt met een diner vooraf of een hotelnacht na de voorstelling. Het bezoek aan de stad/regio wordt verlengd. Bij Soldaat van Oranje zijn die bezoeken verspreid over Katwijk, Noordwijk en Leiden. Rotterdam: Musical 40-45 Aanvullend op deze voorbeelden heeft de musical ‘40-45’ voor Rotterdam nog iets extra’s: het verhaal gáát over Rotterdam. Vanuit de musical zelf is dus al meer aanleiding om een bezoekje aan Rotterdam te brengen.
Via ‘voorpret’-mails en nazorgmails zal bijvoorbeeld aandacht worden besteed aan het kunnen maken van een stadswandeling langs de brandgrens, het bezoeken van een tentoonstelling of andere highlights van de stad. Medialane heeft de volgende aannames gemaakt voor de musical ‘40-45’ in Rotterdam. Van alle bezoekers komt 15% uit Rotterdam zelf. Deze overnachten niet in een hotel en gebruiken geen maaltijd in een restaurant. Voor de overige 85% van de bezoekers is de volgende verdeling gemaakt: - 50% komt van buiten de stad; - 10% hiervan overnacht in de stad; - 25% hiervan gebruikt een maaltijd (in het theater of daarbuiten). In aantallen betekent dit: Bezoekers per jaar o.b.v. 65% bezetting 50% van buiten regio 10% overnacht 25% gebruikt maaltijd
: 390.390, afgerond 400.000; : 200.000; : 20.000 overnachtingen; : 50.000 couverts.
Ontwikkeling Pop-Up Theater ’40-45’ aan de Keileweg Gemeente Rotterdam
- pagina 21 d
Ruimtelijke onderbouwing
4.3 Bouwplan Het Pop-Up Theater dat zal worden gerealiseerd is een tijdelijk theater, dat minimaal vijf jaar in bedrijf zal blijven op deze locatie. Na afloop van de voorstellingsperiode zal het Pop-Up Theater weer worden ontmanteld, zodat de gronden beschikbaar komen voor de ontwikkeling van het M4Hgebied. Tenten P.M. (AMA GROUP) Horeca Voor wat betreft de horecavoorzieningen die bij het tijdelijke Pop-Up Theater worden gerealiseerd zijn er vooralsnog twee opties. Beide opties gaan uit van horecavoorzieningen die uitsluitend voor bezoekers van de musical zijn bedoeld en dus niet voor ‘externe’ bezoekers. De twee opties zijn: 1. Uitsluitend een bar in de foyer De voorstelling kent geen pauze. Daarom is het alleen mogelijk voorafgaand aan de voorstelling een drankje te nuttigen en na afloop. Er zijn maximaal 1.650 bezoekers per voorstelling aanwezig. Er wordt voor het bepalen van de omvang van de bar ervan uitgegaan dat 75% van de bezoekers één of twee keer gebruikt maakt van de bar. 2. Een bar in de foyer en een restaurant Bij deze optie wordt, naast de bar in de foyer, ook een restaurant van 400 m² gerealiseerd langs de Keileweg (in twee bouwlagen van 200 m²). Dit restaurant is uitsluitend bestemd voor bezoekers van de voorstelling en dus niet voor ‘externe’ bezoekers of passanten.
Beide voorzieningen (bar en restaurant) betreffen tijdelijke voorzieningen (evenals het theater) en kunnen daardoor niet worden gezien als permanente horecavormen. Qua zwaarte van horeca sluit dit aan bij de categorie 1 zoals toegestaan in dit gebied. Naast deze bar en/of dit restaurant voor de bezoekers zal er nog een ‘bedrijfsrestaurant’ wordt ingericht met een oppervlakte van circa 180 m². Dit bedrijfsrestaurant is uitsluitend voor de medewerkers/artiesten bestemd en heeft derhalve geen horecafunctie voor derden.
4.4 Verkeer en parkeren Verkeer Bij de bepaling van de effecten van de ontwikkeling op het verkeer dient inzicht te worden gegeven in de verkeersstromen van bezoekers, personeel en de crew/cast van de musical. In het navolgende zijn de kenmerken van deze stromen aangegeven. Bezoekers Medialane zal een mobiliteitsplan opstellen om een beeld te krijgen van de verkeersstromen als gevolg van het Pop-Up Theater en om de af- en aanrijdende bezoekersstromen in goede banen te leiden. Als basis hiervoor dient duidelijk te zijn wat de verwachte bezoekersstroom is en met welke modaliteiten deze mensen reizen. Uitgaande van een gemiddelde bezetting van 80% per voorstelling (80% van 1.650 = 1.320 bezoekers) ziet de verwachte verdeling in modaliteiten per voorstelling er als volgt uit:
Ontwikkeling Pop-Up Theater ’40-45’ aan de Keileweg Gemeente Rotterdam
- pagina 22 d
Ruimtelijke onderbouwing
Herkomst (1.320 bezoekers)
Aantal
Modaliteit
50% uit stad of regio
660
50% buiten stad of regio
660
waarvan: 75% met OV/fiets/te voet → 495 25% per auto →165 waarvan: 50% met OV/fiets/te voet → 330 50% per auto → 330
Totaal
1.320
Gemiddeld per auto
Aantal auto’s
2 personen per auto
82,5
2,5 personen per auto Auto’s/voorstelling →
132 214,5
In totaal worden er derhalve 214,5 auto’s verwacht per voorstelling. Gelet op de aanvangstijden van de voorstelling kunnen de volgende ’piekmomenten’ worden aangegeven als het gaat om de aankomst en het vertrek van de auto’s: Weekdag Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdag Zaterdag Zondag
Type voorstellingen - geen - geen - avondvoorstelling - avondvoorstelling - avondvoorstelling - matinee - avondvoorstelling - vroege matinee - matinee
Voorstelling ----20.30-22.45 20.30-22.45 20.30-22.45 15.00-17.15 19.30-21.45 12.00-14.15 16.00-18.15
Deur open ----19.00 19.00 19.00 13.30 18.00 10.30 14.30
Piek inloop ----19.45-20.15 19.45-20.15 19.45-20.15 14.15-14.45 18.45-19.15 11.15-11.45 15.15-15.45
Piek uitloop ----23.00-23.15 23.00-23.15 23.00-23.15 17.30-17.45 22.00-22.15 14.30-14.45 18.30-18.45
Van de bezoekers van buiten de stad of regio wordt aangenomen dat 25% (dus 25% van 660 = 165 bezoekers) vooraf gaat eten in het restaurant van het Pop-Up Theater of elders in de stad. Bij een bezetting van 2,5 personen per auto betekent dit dat er 66 auto’s eerder naar Rotterdam komen, waardoor deze niet gedurende het ‘piekmoment’ van aankomst arriveren. Dit verlaagt de piek van aankomende auto’s met 66, waardoor de piek van de auto’s 148,5 bedraagt (214,5 -/- 66). Cast/crew musical en personeel De initiatiefnemer gaat uit van 125 mensen aan personeel, inclusief de cast van de musical, horecapersoneel, ontvangstteams en technische ondersteuning. P.M. Komt personeel elke dag of verblijft het in de stad? Welke modaliteit? Parkeren De bezoekers per auto parkeren in de Europoint-garage of de Parkboulevard-garage of eventueel de Werkplaats van het Havenbedrijf. P.M. Mobiliteitsplan (Medialane) → waarin o.a. versterken OV-gebruik door shuttlebus, deelmobliteit enz.)
Ontwikkeling Pop-Up Theater ’40-45’ aan de Keileweg Gemeente Rotterdam
- pagina 23 d
Ruimtelijke onderbouwing
5 Omgevingsaspecten In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt aangegeven hoe daar in het voorliggende plan mee is omgegaan. Voor de meeste aspecten heeft onderzoek plaatsgevonden om de gevolgen voor het woon- en leefklimaat duidelijk in beeld te kunnen brengen. Deze onderzoeken zijn als separate bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd.
5.1 Geluid Bij het ontwikkelen van een ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid vindt zijn grondslag vooral in de Wet geluidhinder maar daarnaast ook in de Wet ruimtelijke ordening wanneer het gaat om de beoordeling of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect geluid kent voor een aantal functies in combinatie met een aantal typen geluidbronnen een wettelijk kader dat van belang is bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Zo zijn in de Wet geluidhinder voor woningen en andere geluidgevoelige functies grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerlawaai en spoorweglawaai. Voor andere geluidbronnen bestaan geen wettelijke kaders. Andere geluidbronnen kunnen wel noodzaken tot een aanvullende beoordeling van het aspect geluid in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Projectlocatie Omdat het beoogde Pop-Up Theater geen geluidgevoelige functie is conform artikel 1.2 van het Besluit geluidhinder valt deze functie niet onder Wet geluidhinder. Een onderzoek op basis van deze wet is daardoor niet aan de orde.
5.2 Milieuzonering In het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ is de mogelijke bedrijfshinder vanwege het PopUp Theater naar bestaande, omliggende woningen of andere gevoelige functies inzichtelijk gemaakt. Ten behoeve van de milieuhygiënische afweging is aansluiting gezocht bij de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009). De resultaten van de uitgevoerde analyse zijn in het navolgende weergegeven. Projectlocatie WSP, ‘……. (separate bijlage 1)
Ontwikkeling Pop-Up Theater ’40-45’ aan de Keileweg Gemeente Rotterdam
- pagina 24 d
Ruimtelijke onderbouwing
5.3 Water Legger en Keur Waterschap Delfland De projectlocatie valt qua waterbeheeraangelegenheden onder het Hoogheemraadschap van Delfland. Om te bepalen waar de verschillende keurbepalingen en algemene regels gelden is de legger van belang. In de legger worden de waterstaatswerken en de daaraan grenzende zones zoals de beschermingszone en het profiel van vrije ruimte aangegeven. Binnen de in de legger aangegeven zones zijn de bepalingen uit de keur van toepassing. Daarbij wordt in de legger de ligging, vorm, afmeting en constructie van de waterstaatswerken aangegeven en is aangewezen wie onderhoudsplichtige van een waterstaatswerk is. Projectlocatie Op de Legger is de projectlocatie gelegen binnen de gebiedsaanduiding ‘beschermingszone’. Volgens de bepalingen in de Keur is dit ‘een aan een waterstaatswerk grenzende zone, waarin ter bescherming van dat werk voorschriften en beperkingen kunnen gelden’. De beschermingszone (van rivierdijk van de Delflandsedijk) heeft als doel de bescherming van en/of het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden van het waterstaatswerk. Ten aanzien van deze beschermingszone zijn alleen bepalingen ten aanzien van (buitengewoon) onderhoud opgenomen. Voor de gronden die deel uitmaken van een beschermingszone voor een waterstaatswerk (i.c.
de Delflandsedijk) geldt dat het verboden is zonder vergunning van het bestuur van het Hoogheemraadschap gebruik te maken van een waterstaatswerk of bijbehorende beschermingszone door, anders dan in overeenstemming met de functie, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden, vaste substanties of voorwerpen te laten staan, of te laten liggen, of de waterstand op een ander peil te brengen of houden dan het peil dat in het peilbesluit is vastgesteld. Er dient voor deze ontwikkeling in de beschermingszone derhalve overleg plaats te vinden met het Hoogheemraadschap, waarbij tevens een vergunningplicht geldt. Watertoets De watertoets is een procesinstrument dat als doel heeft te komen tot een betere inbreng van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. De kern bestaat uit een set van procedureafspraken, vormvereisten en inhoudelijke aandachtspunten en wordt toegepast binnen de bestaande procedures en regelgeving. Voor initiatiefnemers van ruimtelijke plannen en besluiten, met name gemeenten en waterschappen, is het van belang om te weten dat de provincie toeziet of in ruimtelijke plannen en besluiten aan de watertoets gevolg wordt en is gegeven. De watertoets is van toepassing op bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen.
Door het Hoogheemraadschap is een ‘Handreiking watertoets voor gemeenten’ beschikbaar gesteld, waarin de belangrijkste uitgangspunten bij de beoordeling van ruimtelijke plannen zijn beschreven. Projectlocatie WSP, ‘Watertoets’ (separate bijlage 2)
5.4 Bodem Voorafgaand aan het volgen van een ruimtelijke procedure dient te worden nagegaan of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik. Het belangrijkste uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreinigingen geen onaanvaardbare risico’s opleveren voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet.
Ontwikkeling Pop-Up Theater ’40-45’ aan de Keileweg Gemeente Rotterdam
- pagina 25 d
Ruimtelijke onderbouwing
Projectlocatie Op deze locatie hebben bodemonderzoeken plaatsgevonden die hebben geleid tot een saneringsplan en een daadwerkelijke sanering van de bodem. Er was op deze locatie sprake van een saneringssituatie van een vervuiling met minerale olie en vluchtige aromatische koolwaterstoffen. Ook was sprake van een diffuse verontreiniging. Deze verontreinigingen zijn op basis van een bodemsaneringsplan gesaneerd. In separate bijlage 3a is het evaluatieverslag van de sanering opgenomen en in separate bijlage 3b de beschikking van de gemeente Rotterdam van september 2011. In het verslag is opgenomen dat de verontreiniging met minerale olie en vluchtige koolwaterstoffen is ontgraven en afgevoerd naar een erkende verwerkingsinrichting. de diffuse verontreiniging is gesaneerd door middel van isolatie. Na de sloop van opstallen is een verhardingslaag van 0,30 meter aangebracht, bestaande uit tijdens de sloop vrijgekomen gebroken puin. In de beschikking is aangegeven dat de uitgevoerde bodemsanering voldoet aan de daarvoor geldende eisen. Ten behoeve van de tijdelijke bebouwing van het Pop-Up Theater is het afschrapen van de huidige toplaag (asfalt) voldoende. Indien de verharding intact blijft is er geen risico op contact met de onderliggende bodem. Daarmee kan de beoogde functie op een veilige manier ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit worden ontwikkeld.
5.5 Ecologie en stikstof Conform de Wet natuurbescherming (Wn) bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur en zorgen zij voor vergunningen en ontheffingen. In de Wn wordt onderscheid gemaakt in soortenbescherming (flora en fauna) en gebiedsbescherming (natuurgebieden). In het kader van de planologische afwegingen ten aanzien van deze omgevingsvergunning is een quickscan natuurwaarden uitgevoerd om te bepalen of de beoogde ontwikkelingen invloed hebben op omliggende natuurgebieden en/of beschermde flora en faunasoorten in het geding kunnen zijn bij de uitvoering van de op basis van het voorliggende bouwplan. Soortenbescherming: quickscan natuurwaarden Om te kunnen bepalen of er in een te ontwikkelen gebied (habitats van) beschermde plant- en diersoorten aanwezig zijn wordt, voorafgaand aan een ruimtelijke ontwikkeling een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Mocht uit deze quickscan blijken dat er geen (habitats van) beschermde floraen fauna aanwezig zijn dan is daarmee aan de onderzoeksplicht voldaan. Is er naar aanleiding van deze quickscan wel sprake van aanwezigheid of vermoeden van voorkomen van (habitats van) beschermde plant- en diersoorten dan dient in veel gevallen een vervolgonderzoek hierover meer duidelijkheid te verschaffen.
In deze casus is met name de soortenbescherming relevant in verband met het gebruik van een leegstaand gebouwdeel en de inpandige verbouwing die gaan plaatsvinden. Projectlocatie Quickscanonderzoek ecologische waarden (separate bijlage 4)
Gebiedsbescherming: stikstofdepositie Natura2000-gebieden Daarnaast is de stikstofdepositie als gevolg van dit plan berekend in de gebruiksfase. Het doel van het stikstofdepositie-onderzoek is het beoordelen of de toekomstige activiteiten die mogelijk worden op basis van de planologische situatie mogelijk significante gevolgen heeft op kwalificerende natuurwaarden in nabij gelegen Natura 2000-gebieden én of het op basis van de stikstofdepositie noodzakelijk is een passende beoordeling op te stellen. Het onderzoek is uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen in de Aerius-richtlijnen.
Ontwikkeling Pop-Up Theater ’40-45’ aan de Keileweg Gemeente Rotterdam
- pagina 26 d
Ruimtelijke onderbouwing
Projectlocatie WSP, Onderzoek stikstofdepositie (separate bijlage 5) Voor de gebruiksfase van het Pop-Up Theater is berekend dat de stikstofemissie als gevolg van de verkeersaantrekkende werking van het plan niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie op relevante nabijgelegen Natura 2000-gebieden.
5.6 Luchtkwaliteit In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is titel 2 luchtkwaliteitseisen opgenomen (ook ‘Wet luchtkwaliteit’ genoemd). Gelijktijdig zijn de volgende besluiten en regelingen van kracht geworden: het besluit ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM), de regeling ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM), de regeling ‘Beoordeling luchtkwaliteit 2007 en de regeling ‘Projectsaldering luchtkwaliteit 2007’. Deze wet- en regelgeving omvat maatregelen om zowel de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken en te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. Besluit gevoelige bestemmingen Conform artikel 5.16a van de ‘Wet luchtkwaliteit’ kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur nog nadere regels worden gesteld om te voorkomen dat bij een (dreigende) overschrijding van één of meerdere grenswaarde(n) projecten doorgang vinden die ertoe leiden dat het aantal blootgestelden met een verhoogde gevoeligheid toeneemt. Dit Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) beperkt de mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren in overschrijdingssituaties voor zogenaamde ‘gevoelige bestemmingen’. Tot die gevoelige bestemmingen worden scholen, kinderopvang en bejaarden-, verpleeg- of verzorgingshuizen gerekend.
Het voorliggende plan behoort niet tot deze gevoelige bestemmingen, waardoor het Besluit gevoelige bestemmingen op dit bouwplan niet van toepassing is. Niet in betekenende mate (NIBM) In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantooren woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Concreet houdt dit in dat bijvoorbeeld ontwikkelingen kleiner dan of gelijk aan 1.500 woningen bij minimaal één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Ook voor andere ruimtelijke initiatieven is aangegeven wanneer deze niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te voldoen aan het geschetste luchtkwaliteitskader.
Projectlocatie Bestaande situatie luchtkwaliteit plangebied Uit de monitoringstool van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, Atlas voor de Leefomgeving) volgt dat de concentratie stikstofdioxide (NO 2) ter plaatse van de projectlocatie 15-20 µg/m³ bedraagt en de concentratie fijnstof (PM10) eveneens 10-15µg/m³ bedraagt (bron cijfers: Atlas voor de Leefomgeving, november 2021). Beide waarden liggen daarmee lager dan de grenswaarden die voor deze stoffen zijn vastgesteld (voor beide 40 µg/m³). Hiermee kan geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen zijn voor wat betreft de actuele luchtkwaliteit in de omgeving van het plangebied.
Ontwikkeling Pop-Up Theater ’40-45’ aan de Keileweg Gemeente Rotterdam
- pagina 27 d
Ruimtelijke onderbouwing
Bijdrage aan de luchtkwaliteit als gevolg van dit plan De bijdrage als gevolg van dit bouwplan aan de luchtkwaliteit kan worden berekend met de zogenaamde NIBM-tool. Daarbij is uitgegaan van een ‘worst case’-scenario, alsof er nu geen bebouwing/functies op de locatie aanwezig zijn én alsof elke voorstelling volledig is uitverkocht. Een belangrijke input bij de berekening is de verkeersaantrekkende werking van het plan. Bezoekers Bij het bepalen van de verkeersaantrekkende werking van de bezoekers van het theater is in paragraaf 4.4 uitgegaan van 214,5 auto’s per voorstelling (oftewel 429 verkeersbewegingen voor de modaliteit auto). Daarbij was uitgegaan van een bezoekerspercentage van 80. Indien wordt uitgegaan van ‘worst-case’, dus 100% bezettingsgraad, dat dient het aantal van 429 verhoudingsgewijs te worden opgehoogd naar 536. (100/80 * 429). Bij 7 voorstellingen per week (maandag en dinsdag geen voorstelling/woensdag, donderdag en vrijdag één voorstelling/zaterdag en zondag elk twee voorstellingen) is de verkeer aantrekkende werking gemiddeld elke dag van de week gelijk. Dit betekent per dag derhalve 536 verkeersbewegingen vanwege het theaterbezoek. Personeel en cast/crew De initiatiefnemer gaan uit van 125 personeelsleden (inclusief cast, horecapersoneel, ontvangstteams en technische ondersteuning).
Wordt case wordt uitgegaan dat deze personeelsleden elke dag van voorstelling per auto op en neer rijden naar de locatie. Dit levert 250 verkeersbewegingen per dag op, gedurende vijf dagen (1.250); het weekdaggemiddelde (over 7 dagen) bedraagt in deze situatie 179 verkeersbewegingen (1.250/7). Dit aantal is meegenomen bij de berekening. In totaal is dus sprake van 715 (536 + 179) verkeersbewegingen per auto per weekdag (gemiddelde). Vrachtwagens Daarnaast zal de locatie dagelijks door vrachtwagens worden aangedaan wegens bevoorrading van het restaurant/bedrijfskantine en het theater. Hiervoor wordt 1% van het totaal aantal verkeersbewegingen meegenomen. Dit betreft derhalve circa 7 verkeersbewegingen per gemiddelde weekdag (circa 50 per week). Resumerend wordt ‘worst-case’ uitgegaan van 536 + 179 verkeersbewegingen met de auto en 7 vrachtbewegingen per weekdag (in totaal 722). De bovenstaande gegevens zijn ingevoerd in de NIBM-tool 2021. Het resultaat is als volgt:
Resultaat berekening NIBM-tool
Ontwikkeling Pop-Up Theater ’40-45’ aan de Keileweg Gemeente Rotterdam
- pagina 28 d
Ruimtelijke onderbouwing
Geconcludeerd kan worden dat de bijdrage als gevolg van dit plan niet in betekenende mate is en dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de realisatie van het plan.
5.7 Externe veiligheid Risicobenadering externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Voor nieuwe situaties is voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10¯6/jr. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bedrijven) is dit een richtwaarde. Het GR geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde transportroute of inrichting.
Het aantal personen dat in de omgeving van de route of inrichting verblijft, bepaalt daardoor mede de hoogte van het GR. Wet- en regelgeving Externe veiligheid risicovolle bedrijven Bij de beoordeling van de risico's voor de externe veiligheid worden de normen voor het PR en GR gehanteerd, zoals vastgelegd in het Besluit externe veiligheid voor inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid voor inrichtingen (Revi). Bij de besluitvorming dient het bevoegd gezag een verandering van het GR te verantwoorden. Het gebied waarbinnen de verantwoordingsplicht van toepassing is voor categoriale inrichtingen (zoals LPG tankstations) is wettelijk vastgelegd in het Revi. Transport van gevaarlijke stoffen Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater is op 1 april 2015 de Wijzigingswet Wet vervoer gevaarlijke stoffen, enz. (Wet basisnet) in werking getreden. Deze bestaat uit drie onderdelen: spoor, weg en water. Het doel van het Basisnet is een duurzaam evenwicht tussen de belangen van het vervoer van gevaarlijke stoffen, het gebruik van de ruimte langs het Basisnet en een maatschappelijk aanvaardbaar veiligheidsniveau in de nabijheid van het Basisnet. Daarnaast is de Regeling basisnet van kracht geworden, waarin risicoplafonds voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn opgenomen.
Ruimtelijke ontwikkelingen moeten nu voldoen aan het Besluit externe veiligheid transport (Bevt). Tevens zijn bouwkundige voorschriften ingevoerd voor nieuwbouw in zogeheten PlasbrandAandachtsgebieden (PAG). Externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen zijn in lijn met het Bevi normen gesteld aan het PR en het GR voor buisleidingen. Projectlocatie Middels de verlening van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan, waartoe de voorliggende ruimtelijke onderbouwing is opgesteld, wordt de realisatie en ingebruikneming van een Pop-Up Theater mogelijk gemaakt. Een theater is conform artikel 1 van het Bevi een kwetsbaar object. Een uiteenzetting van de risicobronnen die in de omgeving van de projectlocatie aanwezig zijn, is derhalve noodzakelijk.
Ontwikkeling Pop-Up Theater ’40-45’ aan de Keileweg Gemeente Rotterdam
- pagina 29 d
Ruimtelijke onderbouwing
Ten behoeve van deze analyse is een memo opgesteld (separate bijlage 5a) en een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de bedrijfssituaties van Broekman Project Services en Metaal Transport BV. Conclusies memo ‘Toetsing Extern Risico M4H locatie Keileweg, Rotterdam (separate bijlage 5a) Plaatsgebonden risico In de omgeving van de projectlocatie is een bestaande ondergrondse aardgastransportleiding aanwezig met het kenmerk W-521-03. De potentiële locatie bevindt zich binnen de 1%letaliteitscontour. Bijgevolg is een Carolaberekening noodzakelijk waarbij het huidige groepsrisico ten opzichte van het groepsrisico inclusief het Pop-up theater wordt beschouwd. Groepsrisico Het Pop-Up Theater heeft een maximale capaciteit van 1.650 bezoekers en wordt ondersteund met maximaal 125 personeelsleden (crew, cast, horeca, gastontvangst, ondersteuning). De duur dat de personen in het Pop-up-theater aanwezig zijn (aantal uren per dag/voorstelling en aantal voorstellingen per jaar) verschilt per dag: de speeldagen zijn woensdag t/m zondag, met op (optioneel woensdag,) zaterdag en zondag een matinee voorstelling, dus maximaal 7 voorstellingen per week. De aanwezigheid kan globaal onderscheiden worden in de periode van 06.00 tot 18.00 uur en de periode van 18.00 tot 06.00 uur.
Ten behoeve van de bepaling van het groepsrisico is voor de omgeving van deze potentiële locatie de populatiedata opgevraagd via de BAG-populatieservice. Uit de Carola-risicoberekeningen van de aardgasleiding voor de nieuwe situatie blijkt dat in de nieuwe situatie, dus inclusief de populatie behorende bij het Pop-Up Theater, het berekende groepsrisico zich ruim onder de oriëntatiewaarde van het groepsrisico bevindt. De maximale berekende overschrijdingsfactor voor een leidingtracé in dit gebied is gelijk aan 0,013. De bestaande veiligheidssituatie, dus zonder Pop-Up Theater, is eveneens beschouwd in een afzonderlijke veiligheidstoetsing. Ook in dat geval is een maximale berekende overschrijdingsfactor eveneens aangetroffen van 0,013. Daar de maatgevende kilometer van de aardgasleiding zich ruim buiten het plangebied blijkt te bevinden. Geconcludeerd wordt daarom dat bij invulling van de projectlocatie middels een Pop-Up Theater de externe veiligheid in relatie tot de bestaande aardgastransportleiding in en rondom het plangebied blijft voldoen aan de gestelde eisen conform het Bevb. Aanvullend onderzoek (separate bijlage 5b) P.M. Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de realisatie van het plan.
5.8 Geurhinder Een theater is geen geurhindergevoelig object. Toch willen initiatiefnemer en de gemeente inzicht krijgen in de specifieke geurhinder als gevolg van de bedrijfsactiviteiten van overslagbedrijf AVR (afvalverbranding). P.M. Gemeente zoekt vergunningsituatie nog verder uit.
5.9 Archeologie De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. Het betreft zowel het roerend als het onroerend erfgoed. Samen met de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 ingaat, maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons Ontwikkeling Pop-Up Theater ’40-45’ aan de Keileweg Gemeente Rotterdam
- pagina 30 d
Ruimtelijke onderbouwing
cultureel erfgoed mogelijk. Bij het erfgoed wordt onderscheid gemaakt in cultuurhistorisch erfgoed en archeologisch erfgoed. Cultuurhistorisch erfgoed Op de projectlocatie is geen cultuurhistorisch erfgoed aanwezig. Archeologisch erfgoed Het uitgangspunt is dat archeologisch erfgoed (bovengronds en ondergronds) moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Als het niet mogelijk is de archeologische waarden te behouden en het bodemarchief verstoord raakt, moet de veroorzaker de kosten voor zijn rekening nemen die nodig zijn om de archeologische informatie die in de bodem ligt opgeslagen, veilig te stellen en de resultaten uit te werken. Op de projectlocatie is geen sprake van een archeologische verwachtingswaarde. In de vigerende beheersverordening is ook geen archeologische dubbelbestemming opgenomen. Het aspect archeologie vormt daarmee geen belemmering voor het plan.
Ontwikkeling Pop-Up Theater ’40-45’ aan de Keileweg Gemeente Rotterdam
- pagina 31 d
Ruimtelijke onderbouwing
6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is in artikel 6.2.1 een opsomming gegeven van de bouwplannen die worden beschouwd als bouwplan in de zin van artikel 6.12 Wro waarvoor een exploitatieplan dient te worden vastgesteld indien het kostenverhaal niet anderszins is geregeld (dat wil zeggen indien men geen anterieure privaatrechtelijke overeenkomst heeft kunnen sluiten met de ontwikkelende partij). In deze lijst is onder 6.2.1 sub b aangegeven dat het bouwen van een hoofdgebouw wordt gezien als een bouwplan. De theatertent c.a. wordt beschouwd als een hoofdgebouw. Het voorliggende plan is derhalve een bouwplan in de zin van 6.12 Wro. Tussen de initiatiefnemer van het plan en de gemeente Rotterdam zal een anterieure overeenkomst worden gesloten waarin tevens het planschaderisico is afgedekt. Hiermee is het kostenverhaal anderszins geregeld.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven (artikel 3.1.1) dat burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in procedure brengen van bestemmingsplan overleg moeten plegen met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht is bepaald dat artikel 3.1.1 Bro ook van toepassing is op te verlenen omgevingsvergunningen met projectafwijkingsbesluit. De ruimtelijke onderbouwing is daartoe toegezonden aan de voor de gemeente Rotterdam vaste overlegpartners. P.M. Procedure Op de voorbereiding van een omgevingsvergunning ex artikel 2.1 c / 2.12 eerste lid 1, onderdeel a, sub 3° Wabo is, conform het bepaalde in de Wabo (paragraaf 3.3) de uitgebreide procedure van toepassing, met dien verstande dat het ontwerpbesluit gedurende zes weken ter inzage ligt. Binnen zes maanden dient op de aanvraag omgevingsvergunning te zijn beslist waarbij de eenmalige mogelijkheid geboden wordt deze termijn met zes weken te verlengen. Het ontwerp van deze omgevingsvergunning heeft vanaf …. (P.M.) gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn ….
(P.M.) zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen hebben (P.M.) geleid tot aanpassing van de omgevingsvergunning.
Ontwikkeling Pop-Up Theater ’40-45’ aan de Keileweg Gemeente Rotterdam
- pagina 32 d
Ruimtelijke onderbouwing
Bijlage verbeelding
Ontwikkeling Pop-Up Theater ’40-45’ aan de Keileweg Gemeente Rotterdam
- pagina 33 d