21bb14886 Rapport van Verwey Jonker Instituut over Quick scan Verandertraject huiselijk geweld Rotterdam
Tekst van het document
Quick scan Verandertraject huiselijk geweld Rotterdam Katinka Lünnemann, Marije Voorwinden
Quick scan Verandertraject huiselijk geweld Rotterdam
Auteurs Katinka Lünnemann Marije Voorwinden
Utrecht, november 2021
Inhoud Samenvatting
4
1 Inleiding 1.1. Achtergrond 1.2. Knelpunten en oplossingsrichtingen 2020 1.3. Vraagstelling 1.4. Doel en werkwijze
5 5 5 6 6
2 Het verbeterproces 2.1. Stuurgroep huiselijk geweld en kindermishandeling 2.2. Onderzoek AEF 2.3. Actieprogramma Verandertraject Huiselijk geweld Rotterdam
7 7 7 8
3 Veranderingen sinds het ondertekende manifest 3.1. Bestuurlijk draagvlak 3.2. Leidende principes 3.3. Kennisversterking wijkteams en toevoeging capaciteit 3.4. Laagdrempelige toegang tot hulp is geen directe toegang 3.5. Niet na elkaar maar samen 3.6. Arrangement huiselijk geweld
9 9 10 10 11 13 15
4 Reflectie 4.1. Het veranderproces 4.2. Uitvoering van de aanbevelingen
16 16 17
5 Conclusie en aanbevelingen 5.1. Conclusie 5.2. Aanbeveling
18 18 19
Bijlage 1 Functies deelnemers
20
3
Samenvatting Er is een stuurgroep ingesteld onder voorzitterschap van de gemeente naar aanleiding van het onderzoek Complexe problemen vragen onorthodoxe oplossingen dat Verwey-Jonker Instituut in opdracht van de gemeenteraad uitvoerde. Het Actieprogramma Verandertraject Huiselijk geweld Rotterdam (8 april 2021) is vastgesteld. Uit de quick scan komt naar voren dat het rapport Complexe problemen vragen onorthodoxe oplossingen een impuls heeft gegeven aan de samenwerking tussen de gemeente en relevante netwerkpartners. Er zijn leidende principes vastgesteld door alle beschermpartners en deze worden in meer of mindere mate gebruikt in de besluitvorming om tot verandering te komen. Het zijn echter bij lange na (nog) geen levende principes die op alle niveaus in de verschillende organisaties gekend en gebruikt worden om besluiten te nemen en ernaar te handelen. Als het gaat om de drie andere aanbevelingen – directe laagdrempelige toegang, samen optrekken op bovenwijks niveau en arrangement huiselijk geweld - zijn voorzichtige stappen gezet. De verandering is ingezet op het bestuurlijk niveau van de beschermpartners. Er zijn proeftuinen en pilots, deels gebaseerd op de bottom up ontwikkelingen. Hoe en wanneer de professionals en de cliënten er iets van gaan merken is echter (nog) niet duidelijk.
Aanbevelingen: z Zorg dat professionals in de praktijk de middelen, het vertrouwen en ruimte krijgen om volgens de leidende principes te werken. z Houdt focus op werken volgens leidende principes, directe toegang, samen optrekken in de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling en het huiselijk geweld arrangement. Maak ruimte voor het uitvoerend niveau en ervaringsdeskundigen om de veranderingen mee vorm te geven. Alleen een goed samenspel tussen bestuur-beleid-uitvoering (strategisch, tactisch en operationeel niveau) leidt tot daadwerkelijke verandering. z Om focus te houden is een kritische buitenstaander behulpzaam; een persoon die voldoende afstand heeft en tegelijkertijd inhoudelijk goed op de hoogte is en kritische vragen kan stellen vanuit de positie van een critical friend.
In de drie figuren staat kort aangegeven welke ontwikkelingen er zijn voor de aanbevelingen directe toegang, bovenwijks samen optrekken, en huiselijk geweld arrangement
Directe toegang Pilot vrouwenopvang en VT (VO+) Pilot plegeropvang Signaleringsfunctie Vraagwijzer versterkt (stadsbreed) Goed voorbeeld laagdrempelige toegang wijkteam in Vreewijk Pilot laagdrempelige toegang in 3 gebieden Inloopspreekuur Filomena
Niet na elkaar maar samen Trading places en wisselstages Pool van ervaringsdeskundigen Goed voorbeeld wijkteamoverstijgende netwerken zorg en veiligheid in Feijenoord CHG Filomena
Integraal ontschot budget Startarrangement (onderdeel pilot vrouwenopvang) Arrangement hg (nog in ontwikkeling)
4
1
Inleiding
1.1.
Achtergrond
In januari 2019 nam de gemeenteraad van Rotterdam naar aanleiding van de dood van drie jonge vrouwen in korte tijd raadsbreed de motie aan dat onderzoek moest worden gedaan naar de aanpak van huiselijk geweld in Rotterdam. Het Verwey-Jonker heeft het onderzoek uitgevoerd en in juni 2020 werd het rapport Complexe problemen vragen onorthodoxe oplossingen naar buiten gebracht. Geconcludeerd werd dat de meest urgente knelpunten die extra aandacht behoeven zich bevinden in het sociaal domein en de adequate aansluiting tussen het sociaal domein (wijkteams) en de ketenaanpak ‘zorg- en veiligheidsdomein’ (Lünnemann, Vermeulen en Voorwinden, 2020). In september 2020 heeft de gemeenteraad in de Laurenskerk een bijeenkomst georganiseerd met betrokken instellingen in het stedelijk netwerk, vertegenwoordigd door bestuurder of manager en professionals, raadsleden en collegeleden (burgemeester Aboutaleb en de wethouders Bokhove en De Langen). Zij hebben het manifest Huiselijk geweld ondertekend, waarin wordt uitgesproken dat de aanbevelingen worden overgenomen. De bijeenkomst in de Laurenskerk is onderdeel van een breder proces waarin gewerkt wordt aan het verbeteren van de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. Verschillende ontwikkelingen met als doel een betere ketenaanpak van huiselijk geweld waren al eerder in gang gezet.
De wethouder heeft in oktober 2020 toegezegd dat in oktober 2022 zal worden geëvalueerd of de aanbevelingen in de praktijk opvolging krijgen en de gewenste veranderingen hebben plaatsgevonden. De gemeenteraad van Rotterdam wil echter al op een eerder moment weten of en zo ja, in hoeverre de aanbevelingen zijn opgevolgd. Het Verwey-Jonker instituut is daarom gevraagd via een beperkt onderzoek (quick scan) inzicht te geven in de stand van zaken van het veranderproces rond de zomer 2021.
Leeswijzer In deze rapportage gaan we in op de huidige stand van zaken van het verandertraject Huiselijk geweld Rotterdam. In dit hoofdstuk staan we kort stil bij de geconstateerde knelpunten en aanbevelingen (paragraaf 1.2), en geven we de vraagstelling (paragraaf 1.3), en het doel en de werkwijze van het onderzoek (paragraaf 1.4) weer. In hoofdstuk 2 gaan we in op het veranderproces. In hoofdstuk 3 staan de concrete veranderingen centraal: op welke wijze worden de aanbevelingen opgepakt. In hoofdstuk 4 reflecteren we op de ontwikkelingen: waar staat de gemeente Rotterdam als het gaat om het uitvoeren van de aanbevelingen. In hoofdstuk 5 komen we tot een conclusie en aanbevelingen.
1.2.
Knelpunten en oplossingsrichtingen 2020
Belangrijkste knelpunten die uit het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut in 2020 naar voren kwamen zijn: 1.
2.
3.
4.
Onduidelijkheden rond taken en bevoegdheden van verschillende instellingen, en te veel loketten, ontbreken directe toegang tot wijkteams, waardoor de toegang tot de juiste hulp complex en langdurig is. De regiefunctie op wijkniveau is (dikwijls) onduidelijk en de samenwerking tussen instellingen (Veilig Thuis, wijkteams, jeugdbescherming, politie en andere netwerkpartners) is problematisch. De indicatiestelling binnen de Wmo-systematiek is niet geschikt voor de problematiek van huiselijk geweld omdat deze is gebaseerd op het uitgangspunt van zelfredzaamheid en individugericht is, terwijl het in het geval van huiselijk geweld allereerst gaat om het bieden van bescherming en daarnaast om een integraal aanbod aan relaties en gezinsgerichte hulp. De systeemwereld van protocollen en regels wordt als dominant ervaren door professionals, waardoor de aansluiting bij de leefwereld van mensen (te vaak) ontbreekt.
5
De oplossingsrichtingen die werden voorgesteld zijn: z
z z z z
1.3.
Zet leidende principes van waaruit samengewerkt wordt centraal binnen de domeinen van zorg, welzijn, jeugd en veiligheid. Zorg voor een laagdrempelige toegang. Versterk de samenwerking naar samen optrekken. Zorg voor financiering van gezinsgerichte hulp en bescherming. Gemeente en gemeenteraad schep de voorwaarden voor een daadwerkelijke verbetering van de genoemde knelpunten.
Vraagstelling
De hoofdvraag van onderzoek luidt: hoe zijn de aanbevelingen door de gemeente en relevante organisaties opgepakt? Deze hoofdvraag omvat de volgende subvragen: z
z
z
1.4.
Zijn de in het rapport benoemde en onderschreven oplossingsrichtingen bij de knelpunten in het stedelijk netwerk geland? Zo ja, in welke mate? Wat is daadwerkelijk gebeurd en gedaan om de onderschreven oplossingsrichtingen naar de praktijk te vertalen? In hoeverre worden deze ook (aantoonbaar) in de praktijk gebracht. Wat lukt er (nog) niet en wat is hiervoor de verklaring?
Doel en werkwijze
Het onderzoek is een quick scan: door het voeren van gesprekken met verschillende experts uit verschillende organisaties en de gemeente. Het doel van het onderzoek is de gemeenteraad van Rotterdam te informeren over de voortgang in de realisatie van de onderschreven aanbevelingen in Complexe problemen vragen onorthodoxe oplossingen.
We zijn gestart met een korte deskresearch. De meest recente beleidsstukken, notities en raadsverslagen zijn doorgenomen om een beeld te krijgen van de ontwikkelingen na het verschijnen van het rapport Complexe problemen vragen onorthodoxe oplossingen (2020). Vervolgens interviewden we 24 bestuurders, beleidsambtenaren en professionals om te achterhalen in hoeverre de aanbevelingen uit het eerder genoemde rapport opvolging krijgen. We spraken met de volgende instanties: Veilig Thuis, Arosa, Fier, politie, reclassering, Jeugdbescherming, Zorg en Veiligheidshuis Rotterdam-Rijnmond (ZVHRR), Filomena (Centrum Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Rotterdam-Rijnmond), regiocoördinator GHNT, sociaal advocaat en huisarts. Daarnaast zijn verschillende personen werkzaam binnen de gemeente gesproken: zowel bestuurders, directeuren en management, als beleidsmedewerkers en mensen werkzaam in de uitvoering, waaronder vier wijkteammedewerkers (zie bijlage 1 met de functies van de respondenten). Er zijn 16 individuele interviews afgenomen en twee groepsinterviews, waarvan een met drie intensieve casusregisseurs en een met een wijkcoach en huisarts die betrokken zijn bij de netwerksamenwerking in Feijenoord. Alle interviews vonden digitaal plaats, via Microsoft Teams.
Alle beschermpartners van het strategisch platform huiselijk geweld en kindermishandeling hebben tijdens hun overleg in oktober 2021 aangegeven wat zij de belangrijkste positieve ontwikkelingen vinden en waar hun zorgen liggen. Wij sloten digitaal aan bij de hybride bijeenkomst. Ter afsluiting van de interviewperiode vond er een expertmeeting plaats in het stadhuis van Rotterdam, waar we de gevonden voorlopige resultaten voorlegden aan de geïnterviewden. Op grond van alle informatie is dit rapport geschreven.
6
2
Het verbeterproces
2.1.
Stuurgroep huiselijk geweld en kindermishandeling
Er is een stuurgroep ingesteld onder voorzitterschap van de gemeente naar aanleiding van het onderzoek Complexe problemen vragen onorthodoxe oplossingen van het Verwey-Jonker Instituut. Voor de bijeenkomst in de Laurenskerk kwamen de beschermpartners bijeen en spraken naar elkaar uit dat ze met de aanbevelingen uit het rapport aan de slag willen. In de stuurgroep zijn naast de beschermpartners Arosa, Enver, DOCK, Fier, JBRR, VT, OM, Politie, Reclassering en ZVHRR, vanuit de gemeente zowel de directeur Maatschappelijke ondersteuning in de wijk (MOW) als directeur Welzijn, Zorg en Jeugdhulp1, aanwezig. Deze stuurgroep is zomer 2021 omgezet in een strategisch platform huiselijk geweld en kindermishandeling (zie ook paragraaf 3.1).
(Verbeterrichtingen voor de aanpak van huiselijk geweld in Rotterdam, december 2020). Bij dit proces waren 11 organisaties betrokken. Er zijn gesprekken gevoerd met professionals, beleidsmedewerkers en bestuurders, individueel (60+) of in bijeenkomsten (20+). Ook zijn gesprekken met ervaringsdeskundigen (6) gevoerd. Er zijn verbeterscenario’s geformuleerd. De scenario’s worden aangeduid met: A: verbinden; B: professionaliseren en C: doorbreken. Het verbetertraject is opgebouwd uit zeven bouwstenen: z z z z z z
z
Om het veranderproces vorm te geven is AEF ingehuurd om een verkenning te doen naar wat nodig is om de aanbevelingen om te zetten in concrete plannen en veranderingen. Binnen de gemeente is een programmamanager aangesteld om het Actieprogramma Verandertraject huiselijk geweld te ontwikkelen.
Deze bouwstenen zijn gebaseerd op vijf leidende principes: z z
2.2.
Onderzoek AEF
Naar aanleiding van de aanbevelingen uit het onderzoek Complexe problemen vragen onorthodoxe oplossingen (2020) vond er, onder gezamenlijke regie van de stuurgroep en onder begeleiding van het adviesbureau AEF vanaf najaar 2020, een traject plaats om tot verbeterrichtingen en scenario’s te komen 1
Direct toegang tot hulp of veiligheid voor burgers. Beschikbaar hulpaanbod voor het gezinssysteem. Financiering van het hulpaanbod. Samenwerking. Capaciteit en deskundigheid van professionals. Gezamenlijk directer verbinden en versimpelen van zorg- en veiligheidsnetwerk. Verminderen van afspraken, procedures en administratie.
z
z z
De leefwereld is leidend, systeemwereld faciliterend. Gezinssysteem staat centraal. Eerst directe veiligheid, dan stabiele veiligheid gevolgd door duurzaam herstel. Acteren met passende urgentie en snelheid. Vertrouwen op de deskundigheid en expertise professionals.
Deze leidende principes zijn oktober 2020 vastgesteld in de stuurgroep. Onderliggend aan de leidende principes is professionele eigenzinnigheid.
De directeur Welzijn, Zorg en Jeugdhulp is verantwoordelijk voor de portefeuille Huiselijk geweld en kindermishandeling binnen de gemeente.
7
Professionals dienen te allen tijde de ruimte te krijgen en te nemen om buiten regels en procedures om te handelen indien zij dit noodzakelijk achten voor het welzijn van een slachtoffer, pleger of betrokkenen bij huiselijk geweld.
2.3.
Actieprogramma Verandertraject Huiselijk geweld Rotterdam
Om tot implementatie te komen van de door AEF geformuleerde verbeterscenario’s, is het Actieprogramma Verandertraject Huiselijk geweld Rotterdam tot stand gekomen (8 april 2021), opgesteld door de gemeente. Dit Actieprogramma loopt tot maart 2023. Het Actieprogramma kent zes actielijnen, die voortkomen uit de leidende principes, verbeterrichtingen en verbeterscenario’s. In feite zijn het de bouwstenen geformuleerd door AEF, waarbij de financiering is gevoegd bij het integrale hulpaanbod. De zes actielijnen zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Directe toegang. Effectieve hulp (integraal hulpaanbod) en inclusieve financiering. Netwerk (verbinding zorg en veiligheid). Samenwerking. Professionals (kennis en kunde). Regels, procedures en administratie.
Voor elke actielijn is een projectleider aangesteld. De projectleiders van de actielijnen zijn vanaf mei tot september 2021 op verschillende momenten aangesteld en aan de slag gegaan. De voortgang van de actielijnen wordt getoetst in het strategische platform huiselijk geweld en kindermishandeling.
8
3
Veranderingen sinds het ondertekende manifest
In dit hoofdstuk zetten we uiteen welke veranderingen door de geïnterviewden naar voren zijn gebracht. We beginnen met het bestuurlijke draagvlak (paragraaf 3.1) en veranderingen rond de kennisontwikkeling en bewustwording (paragraaf 3.2). Vervolgens gaan we in op ontwikkelingen die de aanbevelingen uit 2020 betreffen. Achtereenvolgens gaan we in op: leidende principes (paragraaf 3.3), laagdrempelige toegang (paragraaf 3.4), niet na elkaar maar samen (paragraaf 3.5) financiering voor systeemgerichte hulp (paragraaf 3.6).
3.1.
Bestuurlijk draagvlak
Het bestuurlijk draagvlak voor het verandertraject wordt gesymboliseerd door de bijeenkomst in de Laurenskerk op 21 september 2020. Daar heerste een sfeer van “we zetten samen onze schouders eronder.” Dit wordt in verschillende bewoordingen door iedereen naar voren gebracht. 3.1.1.
Van stuurgroep naar platform
De totstandkoming van de stuurgroep bestaande uit de beschermpartners wordt door velen als een grote omslag ervaren. Met de komst van de stuurgroep komt er (weer) een ketenbreed overleg waar gezamenlijke knelpunten worden geadresseerd. De stuurgroep wordt wel gezien als de ruggengraat van het verandertraject: hier zijn de uiteindelijke leidende principes geformuleerd en is men, onder leiding van AEF, tot verbeterscenario’s gekomen.
Inmiddels is de stuurgroep, nadat het traject van AEF was afgerond, doorontwikkeld naar een platform, met als doel flexibeler en wendbaarder te zijn en de beschermpartners meer eigenaar te maken van de veranderingen. Het platform is eigenaar van het actieprogramma. Doel is een lerend platform te zijn en de voortgang van de actielijnen te toetsen. Met deze verandering van stuurgroep naar een platform kunnen beschermpartners meer aan het roer staan. Deze beweging naar meer eigenaarschap bij de uitvoerende organisaties wordt belangrijk gevonden. 3.1.2.
Actielijnen en projectleiders
Er zijn zes actielijnen met elk een projectleider, behalve actielijn professionals en actielijn regels, procedures en administratie. Deze twee actielijnen hebben één projectleider.2 De projectleiders van de actielijnen bevinden zich deels in een oriënterende fase waarin vooral gesprekken worden gevoerd. In andere actielijnen (zie verderop in dit hoofdstuk) zijn uitgewerkte plannen of pilots gestart. Vanuit de beschermpartners wordt naar voren gebracht dat de gesprekken die de verschillende projectleiders met hen voeren om zich een beter beeld te vormen van de oplossingsrichtingen veel tijd kost. Benadrukt wordt dat het tactisch niveau en de uitvoering beter bij de veranderingen moet worden betrokken. Er is inmiddels ook op tactisch niveau een platform op managers en beleidsniveau.
2 In het kader van meer eigenaarschap bij de beschermpartners in het verandertraject, is bijvoorbeeld de vacature voor projectleiders breed uitgezet onder de beschermpartners. Dit heeft geleid tot een projectleider vanuit Veilig Thuis.
9
3.1.3.
Verandering vooral op bestuurlijk niveau
Op bestuurlijk (strategisch) niveau is er meer verbinding gekomen en er is sprake van een gezamenlijk gevoelde urgentie. De vraag is of de structuur met zes actielijnen die elk een projectleider hebben niet te veel versnippering en verkokering met zich meebrengt. De samenhang en focus kan uit het zicht raken. Bovendien kan daardoor een ambtelijk proces versterkt worden, in plaats van het zoeken naar oplossingen vanuit de praktijk, zo komt naar voren uit enkele interviews.
3.2.
Leidende principes
Als eerste stap in het veranderproces zijn de leidende principes ontwikkeld onder leiding van AEF. Er zijn naast de waarden veiligheid, holisme en gezamenlijkheid, vijf leidende principes, zoals in het vorige hoofdstuk beschreven. Deze leidende principes kunnen in het besluitvormingsproces helpen om tot gezamenlijke besluiten te komen, zoals in het veranderproces ook naar voeren komt. Een voorbeeld is de verbetering van de directe toegang tot de vrouwenopvang en het uitbreiden van de toegang ter bescherming van slachtoffers van structureel geweld: het leidende principe ‘de leefwereld voorop en de systeemwereld is faciliterend’ heeft eraan bijgedragen dat directe toegang in het belang van slachtoffers voorop staat en dat de regels faciliterend zijn. Er is gezocht naar concrete oplossingen. Ook heeft het geholpen in de discussie over het vormgeven van het huiselijk geweld arrangement. Deze leidende principes kunnen echter door maar weinig mensen worden verwoord als er naar wordt gevraagd. Ook wordt door de geïnterviewden naar voren gebracht dat kennis ervan op uitvoerend niveau niet of beperkt aanwezig is.
3.3.
Kennisversterking wijkteams en toevoeging capaciteit
Het afgelopen jaar is stevig ingezet op deskundigheidsbevordering van de wijkteams en extra formatie. Deze verandering naar meer kennis over huiselijk geweld en kindermishandeling binnen de wijkteams is al voor het Verandertraject ingezet. Huiselijk geweld en kindermishandeling werd bijvoorbeeld erkend als een vakgebied, en binnen de directie Maatschappelijke Ondersteuning in de wijk (MOW) werd een portefeuillehouder Huiselijk geweld ingesteld, belegd bij een van de rayonmanagers. Rond het uitkomen van het rapport Complexe problemen vragen onorthodoxe oplossingen is extra geld beschikbaar gesteld voor het versterken van de wijkteams in capaciteit. Aan de wijkteams is 19 FTE toegevoegd aan wijkcoaches met expertise op huiselijk geweld. Na het uitkomen van het rapport is er geïnvesteerd in het verbreden van de kennis op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling. Er zijn deskundigheidsprofielen huiselijk geweld vastgesteld. Daarnaast zijn twintig wijkcoaches met taakaccent huiselijk geweld opgeleid in de Multifocus methodiek (of worden momenteel opgeleid). Er is een handboek geschreven voor deskundigen huiselijk geweld en kindermishandeling in de wijkteams. Bovendien loopt er een pilot binnen het programma Geweld Hoort Nergens Thuis in drie wijkteams waarbij drie wijkcoaches, opgeleid in de Multifocus methodiek, zijn aangesteld als Intensieve Casusregisseurs (ICR).
De ICR is casusregisseur in geval van complexe (multiproblem) problematiek en volgt het gezin over een relatief lange periode (een tot twee jaar). Ook trekt de ICR samen op met Veilig Thuis wanneer er een tijdelijk huisverbod (THV) opgelegd wordt, zodat zo snel mogelijk de juiste hulp ingezet kan worden. De pilot ICR loopt eind dit jaar af. Het is voor de betrokken uitvoerders onduidelijk of de pilot vervolg krijgt en hoe deze pilot zich verhoudt tot het verandertraject. De investeringen in kennis en capaciteit worden unaniem als een belangrijke positieve ontwikkeling gezien. Als het gaat om de betekenis van opleiden in de Multifocus methodiek voor het werk van wijkteamprofessional, en de 10
doorontwikkeling van de Intensieve Casusregisseurs, is er nog veel onduidelijkheid. De pilot wordt geëvalueerd en in 2021 zal besluitvorming plaatsvinden. De professionals, zowel de professionals die getraind zijn in de Multifocus methodiek, als de Intensieve Casusregisseurs weten niet waar ze aan toe zijn.
2.
3.
3.4.
Laagdrempelige toegang tot hulp is geen directe toegang
In het onderzoek Complexe problemen vragen onorthodoxe oplossingen, wordt geconstateerd dat een directe toegang van slachtoffers tot wijkteams ontbreekt. De toegang tot de juiste hulp is complex, er wordt te veel doorverwezen en het is een langdurig proces om de juiste hulp te krijgen. Een van de actielijnen richt zich daarom op het verbeteren van een directe toegang. Er zijn drie verschillende voorbeelden van een meer laagdrempelige toegang: bij de vrouwenopvang, initiatieven om het wijkteam meer toegankelijk te maken, en het inloopspreekuur bij Filomena (het Centrum huiselijk geweld en kindermishandeling). 3.4.1.
Pilot vrouwenopvang en Veilig Thuis (VO+)
Het verandertraject heeft ertoe geleid dat er ingezet wordt op verbetering van toegang, doorstroom en uitstroom van de vrouwenopvang. Deze verbetering is vanuit de praktijk, bottom up, tot stand gekomen. De leidende principes hebben bijgedragen aan het gezamenlijke proces: Ze worden gebruikt om oplossingen te vinden en de leefwereld van partners en gezinnen centraal te stellen. Daar waar ‘botsingen’ met regels in de systeemwereld ontstaan worden de leidende principes gebruikt om doorbraken te realiseren. De geïnterviewden zijn positief over deze pilot. De pilot kent drie lijnen: 1.
Sinds juli 2021 is er een directe toegang voor vrouwen in een onveilige situatie, het is mogelijk opvang te verlenen zonder dat er eerst via een melding bij Veilig Thuis een indicatie afgegeven moet worden. De praktijk moet nog uitwijzen of slachtoffers zelf de weg naar de vrouwenopvang weten te vinden.
Er zijn tien extra crisisplekken in de vrouwenopvang beschikbaar gesteld in 2021 en de criteria voor de toegang tot de vrouwenopvang zijn verruimd; niet enkel bij acute onveiligheid maar ook als sprake is van structureel geweld. Nieuw is dat er systemische ambulante ondersteuning is vanuit de vrouwenopvang. Deze is bedoeld voor vrouwen die in de vrouwenopvang zaten of vrouwen die (nog) niet in de vrouwenopvang geplaatst zijn. Het doel hiervan is om plaatsing in de vrouwenopvang te voorkomen en vrouwen zo snel mogelijk toe te leiden naar duurzame langdurige zorg dichtbij huis. Hierbij wordt een systeemgerichte ambulante hulp geboden aan de vrouwen en hun partner en eventuele kinderen waarbij de vrouwenopvang alle hulp in kan zetten (voor alle gezinsleden) die nodig is. Op basis van de ervaringen hiermee, zal worden besloten of dit experiment (als startarrangement) structureel wordt en ook door wijkteams kan worden ingezet.
Plegeropvang en hulp Specifiek voor plegers is in april 2021 gestart met een pilot waarbij twee bedden beschikbaar zijn gesteld voor mannen aan wie een tijdelijk huisverbod (THV) opgelegd is. Hier komen alleen mannen voor in aanmerking die openstaan voor hulpverlening. De geïnterviewden zijn positief over deze pilot; mannen die anders geen onderkomen zouden hebben na het opleggen van het huisverbod, hebben nu gegarandeerd een onderkomen voor acht weken, inclusief hulpverlening. Sinds 2021 bestaat de mogelijkheid om de groepstraining ‘Niet meer door het lint’ te volgen, een groepstherapie voor plegers van partnergeweld. Twee groepen van acht personen zijn gestart. Het doel is om plegers direct handvatten te geven om met moeilijke situaties om te gaan en het geweld duurzaam te stoppen. Deze ambulante training kan bijvoorbeeld ook ingezet worden bij uithuisgeplaatste plegers die een tijdelijke opvangplek hebben.
11
3.4.2. Laagdrempelige toegang wijkteams De gemeente, Veilig Thuis en Vraagwijzer onderzoeken gezamenlijk hoe de toegang tot de wijkteams verbeterd kan worden. Volgens de geïnterviewden zijn er in de praktijk nog weinig tot geen veranderingen merkbaar voor de cliënt, maar er zijn wel een aantal stapjes gemaakt. Allereerst is de signaleringsfunctie van Vraagwijzer stadsbreed versterkt. De Vraagwijzer is de toegangsdeur tot de wijkteams voor burgers. De signaleringsfunctie bij Vraagwijzer is wat betreft het signaleren van huiselijk geweld en kindermishandeling versterkt door de medewerkers van Vraagwijzer te trainen in het herkennen van huiselijk geweld. Ook is huiselijk geweld een prioriteit. Daarnaast zijn er voorzichtige initiatieven vanuit de Vraagwijzer om de zichtbaarheid en de samenwerking met de wijkteams en Veilig Thuis te vergroten. In het gebied Feijenoord werken bijvoorbeeld Vraagwijzer en Veilig Thuis bij wijze van een proef op één locatie met als doel de lijnen tussen Veilig Thuis en Vraagwijzer te verkleinen zodat de cliënt sneller en beter wordt geholpen. Vooralsnog is het uitgangspunt van de gemeente dat de Vraagwijzer de toegangsdeur is van het wijkteam, waarbij Vraagwijzer en wijkteam meer samen moeten optrekken.
Als tweede wordt er in het gebied Feijenoord (in de wijk Vreewijk) laagdrempelige toegang tot het wijkteam georganiseerd door middel van een wekelijks spreekuur door een wijkcoach van het wijkteam. Hier worden cliënten met wijkteam gerelateerde vragen (dus breder dan huiselijk geweld) naar doorverwezen vanuit de huisarts. Tijdens dit spreekuur kan hulp direct worden geïndiceerd.
Deze manier van werken is laagdrempelig om verschillende redenen. De cliënten worden doorverwezen via de huisarts, een plek die vaak vertrouwd en dus laagdrempelig voelt. Het spreekuur vindt plaats op een laagdrempelige plek in de buurt, een plek die mensen beter weten te vinden dan de Vraagwijzer. De wijkcoach levert direct hulp door zelf vragen te beantwoorden en door hulp
te indiceren als dit nodig is. Deze aanpak ging drie jaar geleden van start, en komt voort uit behoeften van cliënten. Het verbetertraject huiselijk geweld heeft deze laagdrempelige manier van werken bekrachtigd. Het plan is om deze werkwijze ook in andere wijken te implementeren. In paragraaf 3.5.3 beschrijven we hoe de werkwijze in Feijenoord ook een goed voorbeeld is van integraal werken. Tenslotte wordt in kaart gebracht wat laagdrempelige plekken zijn, zoals scholen en huisartsen, maar ook vrouwenorganisaties, buurthuizen, sportverenigingen en welzijnsorganisaties. Er zijn proeftuinen in de gebieden Hillegersberg/Schiebroek en Overschie waar de professionals die op deze plekken werkzaam zijn, en ook vrijwilligers, worden getraind in het signaleren van huiselijk geweld en kindermishandeling en hoe het gesprek aan te gaan. De professionals kunnen de mensen direct doorverwijzen naar het wijkteam. Wanneer hier positieve ervaringen mee worden opgedaan, zal deze werkwijze ook in andere gebieden in Rotterdam uitgerold worden. 3.4.3.
Inloopspreekuur bij Filomena Als het gaat om laagdrempelige toegang voor slachtoffers van huiselijk geweld, is zeer recent (september 2021) een inloopspreekuur gestart bij Filomena, centrum voor huiselijk geweld en kindermishandeling.3 Twee dagen in de week kunnen mensen binnenlopen en opgevangen worden door een multidisciplinair team, waar experts vanuit verschillende disciplines en organisaties vertegenwoordigd zijn. Bij binnenkomst worden de mensen ontvangen door ervaringsdeskundigen, bij wie ze hun verhaal kwijt kunnen. Het doel is om tijdens het inloopspreekuur hulp op maat in gang te zetten. Als het spreekuur goed loopt, zal het worden uitgebreid.
3 Filomena is als MDA++ gestart in het kader van het programma Geweld Hoort Nergens Thuis. Zij zijn gehuisvest bij de GGD. Zievoormeerinformatie: Home - Centrum Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Rotterdam-Rijnmond (centrumhuiselijkgeweldkindermishandelingrotterdamrijnmond.nl)
12
3.4.4. Laagdrempelige toegang vergroten of directe toegang
3.5.1.
De toegang tot de vrouwenopvang is vereenvoudigd, dat is een belangrijke positieve ontwikkeling. Ook is er een directe toegang bij Filomena door de invoering van het inloopspreekuur. De toekomst zal uitwijzen of hier veel gebruik van wordt gemaakt en of de hulp aan slachtoffers hierdoor verbetert.
Om elkaar op managementniveau beter te leren kennen, wisselden managers een half jaar van baan (Programma Trading Places). 4 De mensen die meegewerkt hebben aan dit programma zijn positief over de opbrengst: het programma heeft geleid tot meer inzichten in elkaars werk en tot nieuwe vormen van samenwerking.5 Een voorbeeld is een manager van Veilig Thuis die een half jaar is gedetacheerd bij Reclassering Nederland. Dit heeft eraan bijgedragen dat bij het opleggen van een huisverbod er zo nodig contact is met de Reclassering, om zo zorg en straf beter met elkaar te verbinden. Een ander voorbeeld is een manager bij Reclassering die gedetacheerd was bij Slachtofferhulp Nederland, waardoor de verbinding tussen Slachtofferhulp en Reclassering is verbeterd. Het idee is om ook bestuurders een dag een kijkje in elkaars keuken te geven. Ook zullen vanaf eind november 2021 ruim zeventig professionals, waaronder beleidsmedewerkers, vier dagen stage lopen bij een van de dertien netwerkorganisaties (programma Wisselstages). Doel is de andere organisatie te leren kennen en korte lijnen te realiseren.
Als het gaat om de directe toegang tot het wijkteam zien we dat oplossingen binnen het systeem worden gezocht, en directe toegang van burgers tot het wijkteam niet het uitgangspunt is. Vanuit de gemeente wordt benadrukt dat de vernieuwing binnen het bestaande systeem wordt gezocht, maar als dit niet lukt, ook meer vergaande veranderingen mogelijk zijn als hierdoor het doel, het bieden van adequate hulp aan de cliënt, dichterbij komt.
3.5.
Niet na elkaar maar samen
In Rotterdam wordt op verschillende manieren samengewerkt. Tegelijkertijd was een van de bevindingen van het onderzoek Complexe problemen vragen onorthodoxe oplossingen dat er meer na elkaar dan met elkaar wordt samengewerkt. In het kader van het verbeteren van de verbinding tussen organisaties en het leren van elkaar om zo tot meer gezamenlijke acties te komen, is het project Trading places gestart. Daarnaast hebben ervaringsdeskundigen een belangrijke rol in de ondersteuning van slachtoffers en plegers gedurende het hele (hulpverlenings) traject. Als het gaat om een gezamenlijke aanpak wordt gewerkt aan een pilot ‘wijkoverstijgend netwerk zorg en veiligheid’. Ook binnen Filomena vindt samen optrekken door verschillende experts plaats. Bij deze vier ontwikkelingen staan we hieronder stil.
Trading places en wisselstages om verbinding te versterken
Met het traject Trading places/wisselstages wordt de verbinding tussen organisaties indirect vergroot: door elkaars werkwijze te leren kennen en het persoonlijk netwerk te vergroten, wordt samenwerking versterkt. Er zijn echter ook kritische geluiden: voor lang niet alle organisaties is dit mogelijk en wat is de opbrengst vergeleken met de investering die het vraagt? Dit geldt ook voor de (langdurige) wisselstages op uitvoeringsniveau. De tijd, energie en geld die in uitwisseling worden gestoken, zouden beter kunnen worden geïnvesteerd in een integrale aanpak, waarbij professionals ketenbreed met elkaar optrekken op casusniveau.
4 Zie voor meer informatie over het programma Trading Places: Rotterdamse leidinggevenden binnen werkveld ‘huiselijk geweld en stalking’ ruilden een half jaar van baan - Joost Heeroma (ampproject.org) 5 Deelnemende organisaties: Politie, Gemeente Rotterdam, Enver, De Waag, Jeugdbescherming, Veilig Thuis, Reclassering Nederland, Slachtofferhulp Nederland.
13
3.5.2. Pool van ervaringsdeskundigen ter ondersteuning van cliënt
3.5.3. Wijkteamoverstijgende netwerken zorg en veiligheid
We scharen de pool van ervaringsdeskundigen onder samen optrekken, omdat het een voorbeeld is waarin de ervaringsdeskundige de schakel kan zijn tussen de verschillende organisaties doordat de begeleiding van cliënten een doorlopende lijn heeft. Maar het is ook een vorm van het versterken van kennis bij professionals. Deze aanpak is vanuit de praktijk ontstaan; Arosa en Fier werkten ieder als organisatie met ervaringsdeskundigen. Binnen het verandertraject hebben zij verkend of het mogelijk was om een pool van ervaringsdeskundigen te hebben. Inmiddels is er een pool met ervaringsdeskundigen uit verschillende organisaties6. Zij worden ingezet ter ondersteuning van de cliënt maar ook om de belevingswereld vanuit zowel pleger als slachtoffer bekender te maken bij professionals. Het doel van het werken met een pool aan ervaringsdeskundigen, is dat er tijdens het hele hulpverleningstraject eenzelfde ervaringsdeskundige gekoppeld kan blijven aan een cliënt. Wanneer hulp wordt op- of afgeschaald naar een andere hulpverleningsinstantie, blijft de ervaringsdeskundige die eerder in het traject gekoppeld werd aan de cliënt, betrokken.
In het onderzoek Complexe problemen vragen onorthodoxe oplossingen wordt geconstateerd dat er in de ketenaanpak huiselijk geweld meer na elkaar dan met elkaar gewerkt wordt aan de aanpak van huiselijk geweld. In het Actieprogramma is integraal samenwerken een belangrijk speerpunt. Na een eerste voorstel dat vragen opriep omdat het leek op een extra overleg, wordt nu een werkwijze ontwikkeld, gebaseerd op een praktijkvoorbeeld waar daadwerkelijk samen wordt opgetrokken door verschillende netwerkpartners. In het gebied Feijenoord is er vanuit de praktijk een wijkoverstijgende netwerksamenwerking ontstaan tussen partners vanuit zorg en veiligheid (aansluitend bij de laagdrempelige toegang tot het wijkteam, zie paragraaf 3.4.2). De partners (wijkteam, Veilig Thuis, Jeugdbescherming, Reclassering, politie en William Schrikker Groep) werken wekelijks samen op een fysieke locatie in de buurt, en trekken samen op in casuïstiek. Door de positieve ervaringen met deze werkwijze, wordt in het gebied Delfshaven gestart met een zorg-veiligheid netwerk. Het is de bedoeling dat dit gefaseerd in heel Rotterdam tot stand komt. Deze gebiedsgebonden netwerken staan nog in de kinderschoenen.
De geïnterviewden zijn positief over de opbrengst die deze manier van werken tot nu toe gebracht heeft; het programma heeft ertoe geleid dat meer organisaties met ervaringsdeskundigen zijn gaan werken en heeft gezorgd voor een bewustzijnsverandering waarbij het belang van de inzet van ervaringsdeskundigen gezien wordt.
3.5.4. Centrum huiselijk geweld en kindermishandeling Filomena De ontwikkeling van de MDA++, het centrum huiselijk geweld en kindermishandeling Filomena, is een ontwikkeling waar samen optrekken door verschillende experts plaatsvindt. Deze ontwikkeling is gestart binnen het programma Geweld Hoort Nergens Thuis. Als een slachtoffer zich meldt kan een snelle onderzoeksfase worden ingezet binnen 7 dagen (SOF7). Op één locatie wordt er gewerkt aan veiligheid, lichamelijk (forensisch) onderzoek, medische behandeling, intensieve begeleiding en traumabehandeling. Filomena werkt ook met intensieve casemanagers, die de cliënten begeleiden voor zo lang dit nodig is
6 Donna Daria, Veilig Thuis, Howie the Harp, Anvant Sanare, Enver, ExpEx, Fier, Arosa, De Waag, Filomena.
14
3.5.5. Wijkoverstijgende zorg-veiligheid netwerken nog niet werkzaam Als het gaat om het verbinden van netwerken en het op uitvoerend niveau samen optrekken, zien we dat er kleine stapjes worden gezet op wijkniveau en wijkoverstijgend niveau. Binnen Filomena is op stedelijk niveau een gezamenlijk optrekken rond het doen van onderzoek en het bieden van hulp en bescherming voor een specifieke groep gestart. De toekomst moet uitwijzen hoe zich dit ontwikkelt. De pool van ervaringsdeskundigen uit verschillende organisaties draagt bij aan de verbinding tussen de professionals van deze organisaties. De wijkoverstijgende zorg-veiligheid netwerken zijn nog niet werkzaam, behalve het netwerk in het gebied Feijenoord dat bottom up tot stand is gekomen.
3.6.
van het kind en opvoedondersteuning aan ouders. Bepleit wordt om ook de jeugd-ggz te integreren zodat diagnostiek en behandeling van stoornissen en beperkingen kan worden geboden vanuit een huiselijk geweld arrangement. Hoe het vormgegeven gaat worden is nog niet duidelijk. De planning is dat op 1 januari 2023 contracten kunnen worden afgesloten. Een ontschot budget zodat gezinsgericht hulp kan worden ingezet komt niet snel van de grond, omdat het een complexe materie is. Er lijkt druk op te staan door de naderende aanbestedingsprocedure. Het is belangrijk dat er voldoende ruimte wordt gemaakt om te kunnen experimenteren.
Arrangement huiselijk geweld
In het rapport Complexe problemen vragen onorthodoxe oplossingen wordt de aanbeveling gedaan om tot een gezinsgerichte financiering te komen. Vanuit de actielijn Effectieve hulp en inclusieve financiering wordt de ontwikkeling van huiselijk geweld arrangementen ter hand genomen, met als doel gemakkelijker integrale hulp in te kunnen zetten. Het ontwikkelen van een arrangement huiselijk geweld is complexe materie en een gezamenlijk ontwikkeltraject. De gemeente Rotterdam is via een marktconsultatie met organisaties in gesprek gegaan over het vormgeven van het Huiselijk Geweld arrangement. Een eerste voorstel ging uit van 14 resultaatgebieden die ieder op 5 intensiteitstredes geïndiceerd kunnen worden per persoon in een gezin. Dit voorstel voldeed niet aan de leidende principes zoals de leefwereld is leidend (ruimte te scheppen voor doen wat nodig is) en het verlichten van de administratieve lasten, zo was het commentaar van beschermpartners. Het voorstel sloot te veel aan bij de bestaande systematiek die niet werkt in geval van een integrale gezinsgerichte aanpak waar de bescherming voorop staat (en niet de zelfredzaamheid). Momenteel is er een eenvoudiger model in discussie, bestaande uit onderdelen uit de jeugdhulp met de resultaatgebieden sociaal persoonlijk functioneren 15
4
Reflectie
In hoofdstuk 3 hebben we de verschillende veranderingen beschreven vanaf het uitkomen van het rapport Complexe problemen vragen onorthodoxe oplossingen. In dit hoofdstuk reflecteren we eerst op het veranderproces (4.1) en vervolgens op de uitvoering van de aanbevelingen (4.2).
4.1.
Het veranderproces
ontwikkeling van een bovenwijkse samenwerking van netwerkpartners. Van werken volgens gedetailleerde protocollen naar ruimte voor doen wat nodig is, is een ingewikkeld proces op alle niveaus (ambtelijk, leidinggevenden, uitvoerenden). Het kost niet alleen tijd, maar ook begeleiding, en een implementatietraject hoe dat werken volgens de leidende principes eruit ziet. Zeker als het gaat om het uitvoerende niveau is belangrijk dat de uitvoerders ervaren dat er waardering is voor eigenzinnige vakmanschap, waar als het nodig is protocollen kunnen wijken om te kunnen doen wat nodig is. Het is onduidelijk hoe het werken volgens de leidende principes in de praktijk vorm wordt gegeven.
Uit de gesprekken komt duidelijk naar voren dat alle geïnterviewden zich nauw betrokken voelen bij het verbeteren van de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. Op bestuurlijk niveau is er meer verbinding gekomen tussen de beschermpartners. Er is een breed gedragen wil om te veranderen naar een aanpak die aansluit op de leefwereld van cliënten en waar niet de processen en regels voorop staan. Om dit in de praktijk daadwerkelijk te doen, is een weerbarstig proces in de weerbarstige context van de grote-stadsproblematiek van Rotterdam.
Een punt wat hiermee samenhangt is verkokering. De zes actielijnen met vijf projectleiders dragen het gevaar in zich van verkokering en verambtelijking. De samenhang tussen de actielijnen is met vijf projectleiders verminderd. Door de vele actielijnen ontbreekt het aan zicht op de rode draad en kunnen mensen niet aangeven waar de verandering plaatsvindt. Bovendien worden de beschermpartners betrokken om inhoud te leveren omdat projectleiders geen inhoudsdeskundigen zijn. Er zou meer aandacht moeten zijn voor de betrokkenheid van de beschermpartners; hoe kunnen zij worden gefaciliteerd en financieel ondersteund om bij te dragen aan het veranderproces waar een integraal, systeemgericht hulpaanbod centraal staat.
De vijf leidende principes zijn als eerste vastgesteld, en worden gebruikt in de besluitvormingsprocessen om tot verandering te komen. Dit is een dynamisch proces. In het denken over oplossingen is er een neiging tot het bedenken van nieuwe regels, protocollen en een ambtelijk aanpak: regeldrift is een reflex. Het is makkelijker om binnen systemen te denken, dan vanuit de vraag: wat is nodig in aansluiting op de leefwereld? Deze regelreflex is een rem op verandering. We zien echter ook beweging. Voorstellen die voortkomen uit de ‘regelreflex’ worden bekritiseerd en mede door te kunnen verwijzen naar de leidende principes worden nieuwe voorstellen ontwikkeld die daar beter bij aansluiten. Voorbeelden zijn de discussies rond het huiselijk geweld arrangement of de
Een ander voorbeeld van gevaar op verkokering betreft jeugdbescherming en de aanpak huiselijk geweld. In het denken over hoe de overdracht van vrijwillige hulp aan gezinnen door jeugdbescherming (de zogenaamde drangzaken) naar het wijkteam moet worden vormgegeven, wordt gedacht aan basisplusteams. Hoe deze basisplusteams zich verhouden tot de ontwikkelingen in de aanpak huiselijk geweld is onduidelijk. Het is belangrijk in het zoeken naar oplossingen de samenhang tussen jeugdbescherming en de aanpak huiselijk geweld voor ogen te houden.
16
Tot slot is het verandertraject tot nu toe vooral gericht op het strategisch en deels op het tactische niveau. De mensen werkzaam in de uitvoering merken er nog relatief weinig van en vinden dat de veranderingen langzaam gaan.
4.2.
Uitvoering van de aanbevelingen
De grootste stadsbrede verandering betreft het vergroten van capaciteit bij de wijkteams en het versterken van kennis bij wijkteams en Vraagwijzer. Als het gaat om de aanbevelingen laagdrempelige toegang van de wijkteams, het gezamenlijk aanpakken door netwerkpartners uit het zorg en veiligheidsdomein en het huiselijk geweld arrangement, dan zijn vooral kleinschalige pilots en proeftuinen gestart.
Het arrangement huiselijk geweld is in ontwikkeling. Het is de uitdaging om tot dit arrangement te komen, wat zowel integrale hulp kan bieden voor alle gezinsleden, en kan differentiëren naar soorten hulp en zwaarte van de problematiek, zonder te verworden tot een gedetailleerd systeem van veel administratieve handelingen. Hoe dit in de praktijk zal worden gebracht is nog niet duidelijk. Om te kunnen experimenteren is geld, en ook tijd nodig. Tijd om dingen uit te proberen, om te leren van fouten en knelpunten op te lossen, om te reflecteren en te verantwoorden. Gezocht moet worden naar een manier om ook tijdens het aanbestedingsproces ruimte te hebben voor het experiment en te komen tot verandering.
Er is een directe toegang tot de vrouwenopvang gekomen, en er is twee dagen in de week een inloopspreekuur bij Filomena. Er wordt gewerkt aan drempelverlaging maar niet aan directe toegang. Als een slachtoffer zich meldt bij een wijkteam is het vanuit het leidende principe ‘de leefwereld gaat voor en de systeemwereld is faciliterend’ wel mogelijk om direct hulp te bieden. Zo staat het ook verwoord in het handboek Huiselijk geweld en kindermishandeling voor de wijkteams. De vraag is of de verbetering in kennis bij Vraagwijzer omtrent huiselijk geweld en kindermishandeling en de versterking van de samenwerking tussen Vraagwijzer, wijkteam en Veilig Thuis in combinatie met professionele eigenzinnigheid van wijkteammedewerkers voor de cliënt tot snellere en goede hulp zal leiden of dat daarvoor meer nodig is. Er worden kleine stapjes gezet als het gaat om gezamenlijk optreden. De wijkoverstijgende gezamenlijke aanpak van zorg en veiligheidspartners in het gebied Delfthaven gebaseerd op de bottom-up netwerksamenwerking in gebied Feijenoord moet nog van start. Er is nog geen duidelijkheid over een structuur van zorg en veiligheidsnetwerken waar gezamenlijk wordt opgetreden. 17
5
Conclusie en aanbevelingen
betrekken van het tactisch en operationeel niveau in het verandertraject, en het aansluiten bij bottom up veranderingen, de uitdaging voor komend jaar. Als het gaat om de vier aanbevelingen – leidende principes, laagdrempelige toegang, samen optrekken op bovenwijks niveau en arrangement huiselijk geweld - zijn voorzichtige stappen gezet.
In dit hoofdstuk komen we tot een samenvattende conclusie en aanbevelingen.
5.1.
Conclusie
Huiselijk geweld en kindermishandeling zijn complex en vragen een lange adem op veel fronten. Binnen Rotterdam lopen verschillende programma’s gericht op het verbeteren van de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling, zoals Bouwen aan een toekomst zonder geweld. Ook wordt regionaal binnen het programma Geweld Hoort Nergens Thuis gewerkt aan de verbetering van de aanpak. Het onderzoek Complexe problemen vragen onorthodoxe oplossingen en het daaruit voortvloeiende Actieprogramma Verandertraject Huiselijk geweld Rotterdam vormt slechts een van de schakels in een veel omvangrijkere ontwikkeling. Uit de quick scan komt naar voren dat het rapport een impuls heeft gegeven aan de samenwerking tussen de gemeente en relevante netwerkpartners. De leidende principes zijn door alle beschermpartners omarmd. De verbindingen tussen de organisaties en tussen de domeinen zorg en veiligheid zijn versterkt. Dit is een belangrijk winstpunt. De stuurgroep heeft zich ontwikkeld naar een strategisch platform huiselijk geweld en kindermishandeling, waarmee het verstevigen van het eigenaarschap van beschermpartners wordt gesymboliseerd. De komende periode zal moeten blijken of de gemeente de rol van facilitator meer oppakt en de beschermpartners (financieel) ondersteunt in het ontwikkelen van concrete uitvoeringsplannen. Daarnaast is het meer
De leidende principes zijn vastgesteld, en vormen soms een leidraad in het besluitvormingsproces in het verandertraject, maar het zijn bij lange na (nog) geen levende principes die op alle niveaus in de verschillende organisaties gekend en gebruikt worden om besluiten te nemen en ernaar te handelen. Het vergt een andere manier van denken om te komen tot nieuwe uitvoeringspraktijken gedacht vanuit de leefwereld en een holistische aanpak. Wat betreft de laagdrempelige toegang, is een belangrijk stap gezet als het gaat om de directe toegang tot de vrouwenopvang in Rotterdam en het inloopspreekuur bij Filomena. De toekomst moet leren of indirecte toegang tot het wijkteam via doorverwijzing door professionals, gecombineerd met professionele eigenzinnigheid voor de cliënt tot snellere en goede hulp zal leiden of dat in geval van huiselijk geweld en kindermishandeling directe toegang tot het wijkteam noodzakelijk is. Als het gaat om samen optrekken in plaats van na elkaar, is het daadwerkelijk samen optrekken binnen een structuur van bovenwijkse netwerken van zorg en veiligheidspartijen is nog niet in zicht. Wat betreft de gezinsfinanciering is er een experiment bij Arosa en Fier om direct gezinsgerichte hulp te bieden (het zogenaamde startarrangement). Daarnaast is een arrangement huiselijk geweld in ontwikkeling.
De ruimte voor het experiment lijkt onder druk te staan door de aankomende 18
aanbestedingsronde. Om het experiment en het huiselijk geweld arrangement zorgvuldig te kunnen uitvoeren moet voldoende ruimte zijn. Gemeente en raad zijn hier aan zet.
z
Om focus te houden is een kritische buitenstaander behulpzaam; een persoon die voldoende afstand heeft en tegelijkertijd inhoudelijk goed op de hoogte is en kritische vragen kan stellen vanuit de positie van een critical friend.
Kortom: Als antwoord op de vragen van de gemeenteraad kunnen we concluderen dat de aanbevelingen in het rapport Complexe problemen vragen onorthodoxe oplossingen zijn opgepakt. De verandering is ingezet op het bestuurlijk niveau van de beschermpartners. Er zijn proeftuinen en pilots, deels gebaseerd op de bottom up ontwikkelingen. Hoe en wanneer de professionals en de cliënten er iets van gaan merken is echter (nog) niet duidelijk. De uitdaging van het verandertraject aanpak huiselijk geweld is hoe tot echte verandering te komen, waarbij het strategische, tactische en operationele niveau elkaar ondersteunen. De wil is er, de kunst is om focus te houden. Daarop zijn de onderstaande aanbevelingen gericht.
5.2.
Aanbeveling
Het is belangrijk om focus te houden op de concretisering van laagdrempelige toegang, samen optrekken in casuïstiek en een integrale gezinsfinanciering en daarbij de leidende principes als uitgangspunt te hebben voor alle drie de niveaus (strategisch, tactisch en operationeel). Dit betekent z
z
Zorg dat professionals in de praktijk de middelen, het vertrouwen en ruimte krijgen om volgens de leidende principes te werken. Houdt focus op werken volgens leidende principes, directe toegang, samen optrekken in de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling en het huiselijk geweld arrangement. Maak ruimte voor het uitvoerend niveau en ervaringsdeskundigen om de veranderingen mee vorm te geven. Alleen een goed samenspel tussen bestuur-beleid-uitvoering (strategisch, tactisch en operationeel niveau) leidt tot daadwerkelijke verandering. 19
Bijlage 1 Functies deelnemers Bestuurders (8) z z z z z z z z
Bestuurder Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond Coördinator Filomena, Centrum Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Directeur Arosa Bestuurder Fier Directeur Maatschappelijke ondersteuning in de wijk, gemeente Rotterdam Directeur Welzijn, Zorg en Jeugdhulp, gemeente Rotterdam Regiodirecteur Reclassering Nederland Voormalig directeur Maatschappelijke ondersteuning, gemeente Rotterdam
Uitvoering (7) z z z
Huisarts Sociaal advocaat Vijf medewerkers wijkteam: senior wijkcoaches en HG-deskundigen wijkteams gemeente Rotterdam, waaronder intensieve casusregisseurs
Management/beleid (9) z z
z z z z
z z
Adviseur vakontwikkeling en kwaliteit, gemeente Rotterdam Afdelingshoofd Wijkteams en Portefeuillehouder Huiselijk Geweld Kindermishandeling, gemeente Rotterdam Manager Fier Rotterdam Manager Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond Procesregisseur Zorg- en veiligheidshuis Programmanager Huiselijk geweld en kindermishandeling, Gemeente Rotterdam Programmamanager politie Regionaal projectleider GHNT 20
COLOFON Opdrachtgever Auteurs Foto omslag Uitgave
Gemeenteraad Rotterdam Dr. Mr. K.D. Lünnemann T. Voorwinden, MSc KatinKa Verwey-Jonker Instituut Kromme Nieuwegracht 6 3512 HG Utrecht T (030) 230 07 99 E secr@verwey-jonker.nl I www.verwey-jonker.nl
De publicatie kan gedownload worden via onze website: http://www.verwey-jonker.nl ISBN 978-94-6409-133-5 © Verwey-Jonker Instituut, Utrecht, november 2021. Het auteursrecht van deze publicatie berust bij het Verwey-Jonker Instituut. Gedeeltelijke overname van teksten is toegestaan, mits daarbij de bron wordt vermeld. The copyright of this publication rests with the Verwey-Jonker Institute. Partial reproduction of the text is allowed, on condition that the source is mentioned.