CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb14846 Bijlage 1 behorende bij 21bb14854 - Ontwerpbestemmingsplan 'Parapluherziening evenementen'

Gemeenteraad 3 februari 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: 19. Het (herziene) voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Parapluherziening Evenementen’28.731 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

37

evenemententerreinen in dit gebied, ruimtelijk zijn toegestaan. De aantallen evenementen, evenementendagen en de maximale geluidbelasting worden aanvaardbaar geacht, mits voldoende spreiding in datum en plaats bewerkstelligd wordt. Spreiding van evenementen in datum en plaats vindt plaats op basis van het afwegingskader van de evenementenvergunning en het evenementenoverzicht.

3.3.10 Gebied Overschie Overschie is een van de meest uitgestrekte gebieden in het noordwesten van de stad, net buiten de stadsring. Het gebied is relatief dun bevolkt. Naast de historische dorpskern Overschie, hoort ook oa Kleinpolder, Kandelaar, Zweth en de nieuwbouwlocatie Zestienhoven (en luchthaven) tot het gebied. Evenementen vinden vooral plaats op het nieuwe evenemententerrein Sidelingepark. Hiernaast zijn er evenementen voor de buurt. In artikel 5.2.10 gebied Overschie is opgenomen hoeveel evenementen in gebied Overschie, buiten het evenemententerrein in dit gebied, ruimtelijk zijn toegestaan. De aantallen evenementen, evenementendagen en de maximale geluidbelasting worden aanvaardbaar geacht, mits voldoende spreiding in datum en plaats bewerkstelligd wordt. Spreiding van evenementen in datum en plaats vindt plaats op basis van het afwegingskader van de evenementenvergunning en het evenementenoverzicht.

38

3.3.11 Gebied Pernis Pernis is een klein gebied en omsloten door de Nieuwe Maas en de industrie in de haven. In het gebied is geen evenemententerrein. Het minimum aantal aan evenementen met meerdere evenementendagen, zoals opgenomen in pararaaf 3.3 is in dit gebied toegestaan. In artikel 5.2.11 gebied Pernis is opgenomen hoeveel evenementen in gebied Pernis ruimtelijk zijn toegestaan. De aantallen evenementen, evenementendagen en de maximale geluidbelasting worden aanvaardbaar geacht, mits voldoende spreiding in datum en plaats bewerkstelligd wordt. Spreiding van evenementen in datum en plaats vindt plaats op basis van het afwegingskader van de evenementenvergunning en het evenementenoverzicht.

39

3.3.12 Gebied Prins Alexander Met zo'n 95.000 inwoners heeft het gebied Prins Alexander de meeste inwoners. Het gebied kent één evenemententerrein: Oeverpark Nesselande aan de Zevenhuizerplas. In het gebied zijn verder een beperkt aantal kleine en middelgrote evenementen mogelijk die vooral plaatsvinden bij de diverse winkelcentra. De evenementen hebben regelmatig een sportief karakter. In artikel 5.2.12 gebied Prins Alexander is opgenomen hoeveel evenementen in gebied Prins Alexander, buiten het evenemententerrein, ruimtelijk zijn toegestaan. De aantallen evenementen, evenementendagen en de maximale geluidbelasting worden aanvaardbaar geacht, mits voldoende spreiding in datum en plaats bewerkstelligd wordt. Spreiding van evenementen in datum en plaats vindt plaats op basis van het afwegingskader van de evenementenvergunning en het evenementenoverzicht.

40

3.3.13 Gebied Rozenburg Rozenburg maakt sinds 2010 deel uit van de Rotterdam. Het voormalige dorp is omringd door de industrie van het Botlekgebied en de Nieuwe Maas. Rozenburg kent een actief verenigingsleven met vooral kleinschalige, niet ruimtelijk relevante evenementen. In het gebied is geen evenemententerrein. Het minimumaantal aan evenementen met evenementendagen, zoals opgenomen in pararaaf 3.3 is hier mogelijk. In artikel 5.2.13 gebied Rozenburg is opgenomen hoeveel evenementen in gebied Rozenburg ruimtelijk zijn toegestaan. De aantallen evenementen, evenementendagen en de maximale geluidbelasting worden aanvaardbaar geacht, mits voldoende spreiding in datum en plaats bewerkstelligd wordt. Spreiding van

41

evenementen in datum en plaats vindt plaats op basis van het afwegingskader van de evenementenvergunning en het evenementenoverzicht.

42

Hoofdstuk 4

M ilieu- en omgevingsaspecten

In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de milieu-en omgevingsaspecten die van belang zijn voor de evenementen en de omgeving daarvan zoals geluid, verkeer, fysieke veiligheid en ecologie. Voor dit bestemmingsplan hoeft geen m.e.r. en geen m.e.r.-beoordeling te worden opgesteld omdat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. In de Nota van toelichting bij het Besluit m.e.r. staat hierover het volgende: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan.” Het toestaan van evenementen op een bestaand terrein - zonder transformatie, bouw, of aanleg van een gebouw of terrein - valt hier dus niet onder.

4.1

Geluid

Geluid speelt een bijzondere rol bij evenementen aangezien veel muziekevenementen, sportevenementen, etc. versterkt geluid nodig hebben om het publiek te bereiken. Ook ander geluid dan muziek bijvoorbeeld helicopters, sirenes, motoren of vuurwerk kunnen tijdens het evenement tijdelijk een hoge geluidbelasting veroorzaken. De geluiduitstraling van deze geluidbronnen is moeilijker te reguleren doordat er niet (zoals bij versterkte muziek) een volumeknop op zit. De aanvaardbaarheid van het geluid van deze bronnen moet worden afgewogen bij het verlenen van de evenementenvergunning. Deze parapluherziening voorziet in een regeling met geluidsgrenswaarden voor de belangrijkste geluidsbron bij evenementen, namelijk versterkte muziek. Er is geen wetgeving die voorziet in harde geluidgrenswaarde waaraan evenementen moeten voldoen ter bescherming van een goed woon- en leefklimaat. Uit uitspraken van de Raad van State blijkt dat de gemeenteraad bij evenementen zelf moet aangegeven welke geluidwaarden bij de aangrenzende woningen en ziekenhuizen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat opleveren. Een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van evenementen is volgens de Raad van State niet alleen afhankelijk van een aanvaardbaar geluidniveau maar ook van hoe vaak deze geluidniveaus zich voordoen, alsmede de beginen eindtijden van de evenementen. 4.1.1

Balans tussen leefbaarheid en levendigheid

Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State de geluidgrenswaarden in de nota 'Evenementen met een luidruchtig karakter' uit 1996 een goed aanknopingspunt vindt voor het borgen van een goed woon- en leefklimaat. De gemeente heeft aansluiting gezocht bij deze nota waarbij gestreefd is naar evenwicht tussen een realistische geluidgrenswaarde voor het organiseren van evenementen en een aanvaardbare geluidbelasting voor omwonenden. Anders dan bij de nota, is het Rotterdamse stedelijk gebied het uitgangspunt en is het Rotterdamse beleid als evenementenstad bij de balans tussen Leefbaarheid en levendigheid betrokken. Daarbij is de nota uit 1996 enigszins gedateerd. Dit blijkt onder andere uit recente jurisprudentie waarbij voor het stedelijk gebied bij evenementen een hogere geluidsbelasting toelaatbaar wordt geacht, o.a. Amsterdam Pride (ECLI:NL:RVS:2019:3720). De kern van de nota 'Evenementen met een luidruchtig karakter' is het voorkomen van de aantasting van de persoonlijke levenssfeer door een evenement. Als het geluidniveau in de woning stijgt als gevolg van een evenement, moeten mensen met stemverheffing gaan spreken in huis en wordt de nachtrust verstoord. Om een evenement te kunnen organiseren en tot een succes te maken is soms veel geluid nodig, bijvoorbeeld bij een muziekevenement.

Een hogere geluidgrenswaarde is meestal acceptabel als een evenement duidelijk en tijdig bekend gemaakt is, niet te lang duurt, niet 's avonds laat of 's nachts of vele malen per jaar plaatsvindt en maatschappelijk breed gedragen wordt.

43

4.1.2

Maatschappelijke aanvaardbaarheid

Maatschappelijke aanvaardbaarheid is een moeilijk definieerbaar begrip. Maatschappelijke aanvaardbaarheid is van veel factoren afhankelijk, waaronder een aantal subjectieve factoren. Deze factoren zijn onder andere de typering van de verschillende Rotterdamse stedelijke leefmilieu's (is het een rustige woonwijk of de binnenstad met gemengde functies?), de mate van inbreuk op het leefmilieu van omwonenden door geluidoverlast of parkeerproblemen, de frequentie en de tijdsduur van evenementen, de omvang van het evenement en de communicatie en bekendheid rondom het evenement. In de parapluherziening wordt uitgegaan dat een maximale geluidbelasting van 75 dB(A) en 85 dB(C) ter plaatse van de gevel enkele dagen per jaar aanvaardbaar is. Toch zijn er vele evenementen waarbij een maximale geluidbelasting van 75 dB(A)/85 dB(C) niet realistisch is omdat deze evenementen relatief dicht bij woningen plaatsvinden. Een maximale geluidbelasting van 75 dB(A)/85 dB(C) is in die gevallen vaak te laag om op een realistische manier een muziekevenement te kunnen organiseren. In deze parapluherziening is een enkele keer een hogere geluidbelasting ter plaatse van de gevel toegestaan. De wens om op sommige locaties een hogere geluidwaarde toe te staan vloeit voort uit ervaringen met de in de afgelopen jaren gehouden evenementen.

Op basis van verleende vergunningen van zeer wenselijke evenementen die vrijwel jaarlijks plaatsvinden, en de wens om bepaalde (zeer wenselijke) evenementen op een bepaalde plaats te laten plaatsvinden, werd duidelijk dat de 75 dB(A) grens niet overal toereikend is om het evenement te kunnen organiseren. 4.1.3

Evenementenoverzicht

B&W stelt elk jaar een evenementenoverzicht vast met grote maatschappelijk relevante evenementen op basis van door de gemeenteraad vastgestelde beoordelingscriteria. De procedure van de totstandkoming van het evenementenoverzicht is vastgelegd in de 'Beleidsregel B/C Evenementenoverzicht'. De gemeente Rotterdam streeft naar een divers en aantrekkelijk evenementenaanbod voor zoveel mogelijk verschillende Rotterdammers. De evenementen vertellen samen het verhaal van de stad en dragen zo bij aan het (inter)nationale imago van de stad. Met het vaststellen van het evenementenoverzicht draagt het College zorg voor spreiding van evenementen in tijd en ruimte, balans tussen rust en levendigheid en de benodigde inzet van veiligheids- en hulpdiensten. Het evenementenoverzicht wordt opgebouwd rondom zes thema’s: Rotterdam als maritieme stad, jonge stad, multiculturele stad, moderne architectuurstad, (inter)nationale cultuurstad en (inter)nationale sportstad. Hiermee wordt getracht zoveel mogelijk verschillende doelgroepen te bedienen en een groot maatschappelijk draagvlak te creeëren. Voorafgaand aan het evenementenseizoen stelt de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling samen met Rotterdam Festivals het evenementenoverzicht in concept op. In overleg met de relevante gemeentelijke en regionale diensten wordt een definitief evenementenoverzicht opgesteld.

Hierbij worden door spreiding in datum en plaats en ervaringen met (soortgelijke) evenementen uit het verleden de veiligheids- en operationele aspecten en de maatschappelijke aanvaardbaarheid van de evenementen zoveel mogelijk gewaarborgd. Een hoge geluidbelasting komt slechts incidenteel voor en uitsluitend bij evenementen die ruim van tevoren zijn aangekondigd middels het evenementenoverzicht. Grote luidruchtige evenementen worden ten behoeve van de vergunningverlening door de DCMR Milieudienst Rijnmond voorzien van geluidvoorschriften. Dit is maatwerk vanwege de grote geluidsaspecten of complexe situaties.

44

4.1.4

Geluidgrenswaarden

In deze parapluherziening worden evenementen mogelijk gemaakt. De evenementen worden per evenemententerrein en per gebied gelimiteerd in omvang, aantal en duur. Door dit kader, gecombineerd met de zorgvuldige toekenning van grote evenementen met een hoge geluidbelasting, zijn op enkele locaties hoge geluidbelastingen toegestaan. Over het algemeen wordt aan grote evenementen de maximale geluidbelasting op de gevel van 75 dB(A) en 85dB(C) toegestaan. Voor middelgrote en kleine evenementen zijn de geluidwaarden respectievelijk 70 dB(A) en 80 dB(C), en 65 dB(A) en 75 dB(C) ter plaatse van de gevel. Bij de evenementenlocaties en gebieden is telkens een afweging over de aanvaardbaarheid van de aantallen evenementen, evenementendagen en de maximale geluidbelasting opgenomen. Bij de gebieden is hier telkens de voorwaarde van voldoende spreiding in datum en plaats opgenomen. Hiermee wordt voorkomen dat meerdere, kort op elkaar volgende evenementen op dezelfde locatie plaatsvinden, wat tot een maatschappelijk onaanvaardbare situatie kan leiden. Evenementen mogen niet langer duren dan 23:00 uur behalve bij de viering van oud- en nieuwjaar om verstoring van de nachtrust te voorkomen.

4.2

Verkeer

Evenementen kunnen grote consequenties hebben voor het verkeer in de directe omgeving. Omwille van een evenement kunnen wegen met een verkeersbesluit worden afgesloten en kan het verkeer worden omgeleid. Ook kan een groot aantal bezoekers de verkeersdoorstroming stremmen of tot parkeerdruk leiden. De verkeersaantrekkende werking van evenementen wordt mede bepaald door de lokale of landelijke uitstraling van een evenement. De verkeersbewegingen die het evenement genereert, hebben een tijdelijk effect op de geluidbelasting in de omgeving en de verslechtering van de luchtkwaliteit. 4.2.1

Verkeer en parkeren

Rotterdam streeft naar verduurzaming van de evenementen. Het verduurzamen van de mobiliteit is een belangrijk doel. Het merendeel van de evenementen is goed bereikbaar met openbaar vervoer (voornamelijk tram en metro en dus emissieloos) en fiets. Er wordt vanuit gegaan dat het grootste deel van de bezoekers deels met openbaar vervoer en deels met de fiets komt. Autobereikbaarheid wordt niet gestimuleerd en parkeren in aanliggende wijken wordt ontmoedigd. Conform de Nota evenementenvergunningen 2019 maakt een verkeers- en mobiliteitsplan onderdeel uit van de voorschriften van een evenementenvergunning. Het verkeersplan wordt beoordeeld op bijvoorbeeld: hoeveel bezoekers worden er verwacht, wat de vervoerswijze is, waar geparkeerd moet worden en hoe de bereikbaarheid wordt geregeld van het evenement en belangrijke omringende locaties. De inzet is altijd om zo weinig mogelijk hinder te veroorzaken in de omgeving tijdens het evenement . 4.2.2

Verkeer en milieu-effecten

In het verkeersplan van elk evenement wordt de verkeersaantrekkende werking van een evenement beoordeeld en waar mogelijk verkleind. Dit neemt niet weg dat zeker evenementen met een landelijke uitstraling verkeer genereren. Autoverkeer heeft een negatief effect op de luchtkwaliteit rondom de wegen en zorgt voor een hogere geluidbelasting op de omringende woningen. Evenementen vinden incidenteel plaats en zorgen dus ook voor een incidentele verhoging van het verkeersaanbod in de directe omgeving van het evenement en de daarmee gepaard gaande verslechtering van de luchtkwaliteit en geluidbelasting. Op jaarbasis zijn deze incidentele verkeerspieken niet waarneembaar in het verkeersmodel en vertonen daarmee in de rekenmodellen voor geluid en luchtkwaliteit op jaargemiddelde basis geen nadelige invloed op geluid en lucht. Dit neemt niet weg dat er lokale hinder kan worden ondervonden door het verkeer op dagen dat er een evenenemt plaatsvindt. Omdat in deze parapluherziening de evenementen zijn gelimiteerd in omvang, aantal en duur is kortstondige plaatselijke hinder aanvaardbaar.

45

4.3

Fysieke veiligheid

Onder fysieke veiligheid wordt zowel externe veiligheid als brandveiligheid verstaan. Wat betreft externe veiligheid worden er voorwaarden gesteld aan evenementen die in het plasbrandaandachtsgebied en/of invloedsgebied van een bron liggen. Met betrekking tot brandveiligheid is het onder andere van belang dat de bereikbaarheid voor hulpdiensten geborgd is, iets dat ook voor externe veiligheid relevant is. 4.3.1

Externe veiligheid

In de (gebieds)bestemmingsplannen die vallen onder de 'Parapluherziening evenementen' zijn reeds de planologisch relevante risicobronnen bestemd en vastgelegd. De verschillende risicobronnen zijn: het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg en spoor (Basisnetroutes), het water (Basisnetroutes) en door buisleidingen, LPG-tankstations, bedrijven waar sprake is van op- en/of overslag van gevaarlijke stoffen en de aanvliegroutes van luchthaven Rotterdam the Hague Airport. Deze bronnen veroorzaken een externe veiligheidsrisico waarbij wordt uitgegaan van drie verschillende effecten; warmtestraling, warmtestraling/overdruk (explosie) en een toxische wolk. Binnen de 1% letaliteitsgrens moeten maatregelen worden getroffen om de deelnemers van een evenement zo snel en efficiënt mogelijk te evacueren. Omdat op voorhand onbekend is waar evenementen exact gehouden worden, is voor de duidelijkheid gekozen om het plasbrandaandachtsgebied van de Basisnetroutes en het effectgebied van alle EV-bronnen in beeld te brengen op de verbeelding en vast te leggen in de regels, in artikel 5.3. Plasbrandaandachtsgebied Het plasbrandaandachtsgebied is het gebied aan weerszijden van transportroutes waarover grote hoeveelheden zeer brandbare vloeistoffen worden vervoerd.

de vrijwaringszone naast de basisnetroute Water is in dit bestemmingsplan 10 meter (gemeten vanaf de oever) het plasbrandaandachtsgebied naast de basisnetroute Spoor is 30 meter (gemeten vanaf de buitenste spoorstaaf) het plasbrandaandachtsgebied naast de basisnetroute Weg is 30 meter (gemeten vanaf de buitenste rijbaan) Op de verbeelding is de vrijwaringszone langs de Maas aangegeven als "Vrijwaringszone", de plasbrandaandachtsgebieden langs het spoor en de weg zijn aangegeven als "overige zone-Plasbrandaandachtsgebied". Binnen deze zones zijn in principe geen evenementen mogelijk tenzij na overleg met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) en het nemen van maatregelen het risico en/of het effect van een incident beheersbaar blijft, zie artikel 5.3.1. De vrijwaringszone voor water is in deze parapluherziening 10 meter breed vanaf de oever en dit wijkt af van de verordening Ruimte van de Provincie Zuid-Holland (25/40meter). De afstand is in overleg met de VRR gekozen en is gebaseerd op de ruimte die hulpdiensten minimaal nodig hebben om zich langs het water te verplaatsen. Dit is een risicogerichte afweging waarbij ook gekeken is naar de praktische haalbaarheid. Een plasbrand op het water is van een afstand waarneembaar en dan is er tijd om goed te handelen.

46

Plasbrandaandachtsgebieden en v rijwaringszone

Effectgebied De 1% letaliteitsgrens bepaalt het effectgebied vanaf de bron. In geval van een incident zal binnen de 1 % letaliteitsgrens 1% van de aanwezige personen overlijden. De 1% letaliteitsgrens van een toxisch scenario ligt op een veel grotere afstand dan de 1% letaliteitsgrens van een warmtestralingsscenario zoals een brand. Er is in overleg met de VRR voor gekozen om het toxisch scenario te nemen voor het bepalen van de grootte van het effectgebied. Bij een evenement verblijven de aanwezigen in de buitenlucht en is de bescherming dus kleiner dan in een gebouw. Tegelijkertijd is de kans op het optreden van een effect kleiner doordat het evenement incidenteel is en dus niet permanent plaatsvindt. Het effectgebied is een afstand uitgedrukt in meters vanaf de risicobron en is op de verbeelding aangegeven als 'overige zone- Effectgebied externe veiligheid'.

Het effectgebied naast de basisnetroute Water is 800 meter (gemeten vanaf het midden van de vaarweg) Het effectgebied naast de basisnetroute Spoor is 750 meter (gemeten vanaf de middelste spoorbaan) Het effectgebied naast de basisnetroute Weg is 400 meter (gemeten vanaf het midden van de weg) Het effectgebied vanaf hogedrukaardgasleidingen en olieleidingen is 140 meter Het effectgebied vanaf een LPG-tankstation is 230 meter Het effectgebied vanwege het vliegveld komt overeen met het verantwoordingsgebied Naast de bovenstaande risicobronnen zijn in Rotterdam ook nog Bevi-inrichtingen gevestigd (Besluit externe veiligheid inrichtingen). De meeste Bevi-inrichtingen liggen in de haven en op industrieterreinen maar ook enkelen liggen verspreid over de stad. De effectafstanden verschillen per bedrijf en kunnen ook weer veranderen als de bedrijfsvoering wijzigt of de bedrijvigheid verplaatst. Dit maakt het onmogelijk om generieke regels op te stellen met betrekking tot het effectgebied rond deze bedrijven. In de regels is opgenomen dat de VRR altijd adviseert over de gewenste afstand en/of voorwaarden tot Bevi-inrichtingen bij de evenementenvergunningverlening, zie artikel 4.1.3. Op deze manier kan maatwerk worden geboden afhankelijk van waar en in welke omvang het evenement plaatsvindt.

Binnen het effectgebied dient de organisator van een evenement op voorhand, vanwege het risico op een incident, de aanwezigen (ook artiesten en personeel) te informeren over een mogelijke brand, explosie en/of toxische wolken met de daarbij behorende handelingsperspectieven. Dit tenzij in overleg met de VRR de nodige maatregelen zijn genomen waardoor het risico en/of het effect van een incident

47

beheersbaar blijft, zie artikel 5.3.1.

Ef f ectgebieden externe v eiligheid

Hiernaast geldt dat op grond van het burgerlijk recht dat in het geval van een incident de organisator de aanwezigen en hulpdiensten dient te alarmeren. Hierbij is van belang dat men weet waar men kan schuilen en/of via welke route gevlucht kan worden. Ook dient de bedrijfshulpverlening (BHV) van het organiserende evenement van de risico's op de hoogte te zijn en te weten hoe het moet handelen in geval van een incident. Daarbij geldt dat in het kader van de aanvraag voor een evenementenvergunning op basis van de APV de VRR altijd om advies wordt gevraagd en op de hoogte moet zijn van een evenement binnen het effectgebied van een risicobron. 4.3.2

Brandveiligheid

Daarvoor gelden de volgende eisen voor de (calamiteiten)routes voor de inrichting van evenemententerreinen waar in het kader van de evenementenvergunning op basis van de APV op wordt getoetst: Een breedte van ten minste 4,5 meter. Een verharding over een breedte van ten minste 3,25 meter, die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram. Een vrije hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 meter en een doeltreffende afwatering. Overige eisen met betrekking tot de brandveiligheid zijn te vinden in het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (BGBOP). De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) adviseert bij de vergunningverlening voor alle grote evenementen.

48

4.4

Ecologie

De Wet natuurbescherming (Wnb) schrijft voor dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorgplicht brengt met zich mee dat wanneer een evenement gevolgen voor natuurwaarden zou kunnen hebben, de organisator zich voorafgaand op de hoogte moet stellen van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van het handelen. In de parken van Rotterdam kunnen evenementen negatieve effecten veroorzaken op de natuur door: licht, (versterkt) geluid, optische verstoring (bv. bezoekersstromen en -aantallen) en bodemverdichting. In de locatieprofielen voor de evenementenlocaties in de parken is nader ingegaan op de specifieke kenmerken van het betreffende park. Bij de uitvoering van een evenement moeten negatieve effecten zoveel mogelijk worden voorkomen, dan wel worden beperkt of ongedaan gemaakt. Omliggende Natura 2000-gebieden liggen op meerdere kilometers afstand van de locaties en terreinen waar dit bestemmingsplan evenementen mogelijk maakt. Uit de Voortoets Natura 2000 (Bijlage 2 Voortoets) blijkt dat op een dergelijke afstand de evenementen geen effecten veroorzaken.” In het beleidskader Locatieprofielen evenementenlocaties is bij elk evenententerrein nader ingegaan op de aanwezige flora en fauna.

Daarbij zijn er per locatieprofiel, met name voor de parken, zones aangegeven van kwetsbare gebieden waar mogelijk en afhankelijk van het evenement aanvullende voorwaarden voor moeten worden genomen ter bescherming van aanwezige flora en fauna. Bureau Stadsnatuur beschikt, in opdracht van het cluster Stadsbeheer van de gemeente Rotterdam, over data van flora en fauna die door middel van monitoring zijn verkregen van alle gebieden waar beheer van de openbare ruimte op van toepassing is. Deze open data kunnen door iedereen worden geraadpleegd (http://www.bureaustadsnatuur.nl).

49

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Ook moeten, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, deze kosten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Dit bestemmingsplan voorziet in een wijziging van de planregels van vastgestelde bestemmingsplannen binnen de gemeente Rotterdam, maar daarmee wordt niet een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro mogelijk gemaakt. Het is daarom niet noodzakelijk een exploitatieplan op te stellen. Via dit bestemmingsplan worden geen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt. De kosten voor het opstellen en in procedure brengen van het bestemmingsplan worden gedragen door de gemeente Rotterdam. Gezien het bovenstaande is de economische uitvoerbaarheid van het plan voldoende gewaarborgd.

5.2

Handhavingsaspecten

Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Via het voorliggende bestemmingsplan worden de ruimtelijk relevante aspecten van het gemeentelijke evenementenbeleid juridisch vastgelegd en kan ook handhavend worden opgetreden tegen situaties waarbij de opgenomen regels niet worden nageleefd.

50

Bijlagen

51

Bijlage 1 Locatieprofielen evenementenlocaties

52

Foto: Bas Czerwinski

Locatieprofielen Evenementenlocaties

Foto: Anne Reitsma

Inhoudsopgave Inleiding

3

1. Algemene regels en uitgangspunten 1.1 Sturen op evenementen: een samenhangend systeem 1.2 Afbakening en reikwijdte locatieprofielen 1.3 Participatie 1.4 Status en geldigheidsduur locatieprofielen 1.5 Toelichting van regels voor evenementen (incl. verwijzing naar onderdelen uit de locatieprofielen) 1.5.1 Maximumaantal bezoekers 1.5.2 Aantal evenementen 1.5.3 Aantal evenementendagen 1.5.4 Rust- en herstelperiode 1.5.5 Geluidbelasting 1.5.6 Bescherming van flora, fauna en bodem 1.5.7 Externe veiligheid 1.5.8 Parkeren / fietsparkeren 1.5.9 Bereikbaarheid 1.5.10 Omschrijving locatie 1.5.11 Specificaties inrichting van het evenemententerrein 1.5.12 Overige verkeersaspecten 1.5.13 Bijzonderheden

4 4 5 5 6 6 6 6 6 7 7 7 8 8 8 8 8 8 8

2. Locatieprofielen 2.1 Afrikaanderplein en -park 2.2 Coolsingel, Weena, Hofplein 2.3 Grotekerkplein 2.4 Het Park 2.5 Kralingse Bos Oostzijde 2.6 Kralingse Bos Westzijde 2.7 Lloyd Multiplein 2.8 Museumpark 2.9 Noordplein 2.10 Oeverpark Nesselande 2.11 Park de Twee Heuvels 2.12 Plein 1940 2.13 Roel Langerakpark 2.14 Schouwburgplein 2.15 Sidelingepark 2.16 Stadhuisplein 2.17 Vroesenpark 2.18 Wijkpark het Oude Westen 2.19 Willemsplein en Willemskade 2.20 Zuiderpark Vaanweidezijde

9 10 12 14 16 18 20 22 24 26 28 30 32 34 36 38 40 42 44 46 48

3 | Locatieprofielen

Inleiding Rotterdam is zeer in trek als evenementenstad. Jaarlijks staan er rond de 65 evenementen met meer dan 2.500 bezoekers op het B/C-evenementenoverzicht. Evenementen1 passen goed bij het dynamische karakter van de stad en trekken mede daardoor een groot en gevarieerd publiek. Het aanbod aan evenementen is de laatste jaren sterk gegroeid. Tegelijkertijd wordt de stad drukker en voller. De stad verdicht en ruimte wordt schaarser. Daarom zijn meer sturingsmiddelen nodig om het evenementenseizoen in goede banen te leiden. Meer sturing is vooral nodig om balans tussen levendigheid en leefbaarheid te behouden. Dat gebeurt door grenzen te stellen voor de meest gebruikte locaties en door betere spreiding van het aanbod aan evenementen over de stad. Het gewenste resultaat is dat Rotterdam een levendige en leefbare evenementenstad blijft voor alle Rotterdammers.

gemeente, wordt verhelderd wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn bij het plannen en inrichten van een evenement (richtlijnen voor organistoren) èn is duidelijk welke grenswaarden niet overschreden mogen worden (houvast voor omwonenden). Voor de 20 populairste locaties waar evenementen worden georganiseerd zijn locatieprofielen opgesteld. Deze twintig locaties zijn: Afrikaanderplein, omgeving Coolsingel, Grotekerkplein, Het Park, Kralingse Bos Oost en West, Lloyd Multiplein, Museumpark, Noordplein, Oeverpark Nesselande, Park de Twee Heuvels, Plein 1940, Roel Langerakpark, Schouwburgplein, Sidelingepark, Stadhuisplein, Vroesenpark, Wijkpark Oude Westen, Willemsplein en Zuiderpark Vaanweidezijde.

Foto: Iris van den Broek

Foto: Claire Droppert

Een belangrijk onderdeel van het nieuwe evenementenbeleid zijn locatieprofielen. In deze locatieprofielen worden randvoorwaarden en spelregels voor evenementenlocaties vastgelegd. In Rotterdam wordt al jaren gewerkt met locatieprofielen. De eerdere profielen die tot 2019 in gebruik waren, hadden inhoudelijk een ander karakter. Ze waren meer beschrijvend en werden ingezet als informatiebrochure voor organisatoren van evenementen. De nieuwe locatieprofielen zijn kaderstellend en zijn bedoeld om de ‘speelruimte’ voor vergunningplichtige evenementen binnen de aangegeven contouren te definiëren. Evenementen blijven zeer welkom in Rotterdam, maar per locatieprofiel worden heldere grenzen aangegeven, met instructies en grenswaarden waar iedereen zich aan moet houden. Zo wordt onder andere een kader geboden voor het samenstellen van het B/C-evenementenoverzicht en voor het definiëren en verdelen van de beschikbare ruimte voor evenementen. Door het vastleggen van spelregels is meer en betere sturing mogelijk door de

1

Onder evenementen wordt onder andere verstaan: een voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak (conform APV).

4 | Locatieprofielen

1. Algemene regels en uitgangspunten

1.1 S  turen op evenementen: een samenhangend systeem

Op vele plekken in het land wordt gezocht naar manieren om de sturing op evenementen te verbeteren. Overal blijkt het komen tot effectieve locatieprofielen voor evenementen een complexe uitdaging. Niet alleen vanwege tegengestelde belangen die hierin samenkomen, maar ook omdat de huidige praktijk moet worden gevangen in regels. Dit gaat ten koste van de flexibiliteit van de huidige maatwerkafwegingen in het kader van vergunningverlening.

Voor sturing op evenementen wordt gewerkt met een samenhangend systeem dat bestaat uit de evenementenvergunning (APV), locatieprofielen, voor sommige (grote) evenementen ook het B/Cevenementenoverzicht en het bestemmingsplan.

De spelregels zijn erop gericht om de verschillende belangen rondom een evenement in evenwicht te houden. Door onder andere de aantallen en duur van evenementen te begrenzen (inclusief de toegestane tijd voor op- en afbouw) is meer en betere sturing mogelijk op de balans tussen leefbaarheid en levendigheid (rust en reuring). Op die manier kan ook worden bijgedragen aan betere spreiding van evenementen over de stad. Op basis van de inherente afwijkingsbevoegdheid, zoals neergelegd in artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, kan gemotiveerd van de locatieprofielen worden afgeweken.

Met de nieuwe (bindende) locatieprofielen wordt uitwerking gegeven aan een belangrijk sturingselement uit het Beleidskader Evenementen 2019 (vastgesteld op 11 juni 2019 en gemeenteraad 9 juli 2019). In de locatieprofielen is vastgelegd onder welke voorwaarden op deze locaties evenementen kunnen plaatsvinden. Locatieprofielen vormen samen met de visie, het B/C-evenementenoverzicht en de Nota Evenementenvergunningen (vastgesteld op 11 juni 2019) het afwegings- en toetsingskader voor evenementen. Na inwerkingtreding van het bestemmingsplan ‘parapluherziening evenementen’ geldt deze ook als toetsingskader. Een locatieprofiel bestaat uit een locatieplattegrond en een tabel met (mogelijke) voorwaarden waaronder een evenement kan plaatsvinden. Op de kaart is de ruimtelijke begrenzing van de locatie getekend. Binnen die lijnen gelden de voorwaarden die in het locatieprofiel zijn opgenomen. Op die manier is bijvoorbeeld vastgelegd hoeveel evenementen jaarlijks zijn toegestaan op een specifieke locatie en hoeveel bezoekers dan maximaal gelijktijdig aanwezig mogen zijn.

Foto: Evert Buitendijk

Het al dan niet toekennen van een evenementenvergunning blijft maatwerk en is ter beoordeling aan de vergunningverlener. Bij de vergunningverlening worden altijd nadere (beperkende) afspraken en voorschriften vastgelegd. In de locatieprofielen worden maxima aangegeven, van bijvoorbeeld decibellen of aantal bezoekers. Bijna alle aanvragen voor evenementenvergunningen leiden in

de praktijk tot inperking van het maximaal toegestane gebruik. Zo wordt bij het bepalen van het maximaal toegestane aantal bezoekers de ruimte in mindering gebracht voor podia en andere inrichtingselementen en kan verdere reductie nodig zijn, vanwege de aard van een evenement (bij een picknick passen minder mensen op een vierkante meter, dan bij een popconcert).

5 | Locatieprofielen

1.2 Afbakening en reikwijdte locatieprofielen

1.3 Participatie

De regels en grenswaarden van een locatieprofiel zijn van kracht binnen de begrenzing (contour) van de locatie, zoals is aangegeven op de bijbehorende kaart.

De locatieprofielen zijn in twee tranches tot stand gekomen. In eerste instantie zijn voor 7 parklocaties in de stad locatieprofielen ontwikkeld en voorgelegd aan gebiedscommissies, wijkraden en wijkcomités. Ook vond een brede bijeenkomst plaats voor evenementenorganisatoren. Ook zij hebben vanuit hun expertise inbreng gegeven over de locatieprofielen. De ingebrachte adviezen vanuit de gebieden zijn zoveel mogelijk ingepast. Omdat deels sprake is van conflicterende belangen, hebben niet alle wensen een plek kunnen krijgen in de profielen. Steeds is bij de afweging daarvan gezocht naar een goede balans tussen rust en reuring.

Buiten de evenementen op de evenementenlocaties met een locatieprofiel zijn er nog meer evenementen in de stad. Deze worden voor een deel meegenomen in het bestemmingsplan ‘Parapluherziening evenementen’.

In de loop van 2019 is de uitwerking van een tweede tranche locatieprofielen gestart, om op andere populaire en veelgebruikte plekken hetzelfde niveau van sturing mogelijk te maken. Hierbij is een keuze gemaakt voor de locaties met veel evenementen of waar om een andere reden meer behoefte aan sturing was. Ook voor deze tweede tranche werd advies aan de gebiedscommissies, wijkraden, wijkcomités en evenementenorganisatoren gevraagd en zoveel mogelijk ingepast, waarbij afweging is gemaakt tussen rust en reuring.

Foto: Iris van den Broek

De locatieprofielen zijn niet van toepassing op: • Kleinschalige evenementen (de zogenaamde 0-evenementen). In de APV is aangegeven wanneer er sprake is van een 0-evenement (onder andere maximaal 250 bezoekers) en aan welke voorwaarden deze moeten voldoen. Omdat de impact van deze evenementen gering is, wordt het niet nodig geacht hier nog meer regels aan te verbinden. • Evenementenmarkten als bedoeld in artikel 2:24 lid 2 onder de APV zijn niet opgenomen. Deze evenementen worden reeds gereguleerd door middel van de beleidsregel Evenementenmarkten 2019. • In de locatieprofielen opgenomen rust- en herstelperioden in parken en maxima voor aantallen evenementen zijn niet van toepassing op optochten en sportevenementen die plaatsvinden op de paden, mits binnen de contour van het locatieprofiel geen sprake is van parcoursafzetting of versterkt geluid. De regels van op- en afbouw blijven van toepassing. Indien een optocht of sportevenement, al dan niet gedeeltelijk, plaatsvindt op de onverharde delen binnen de contour van een locatieprofiel, gelden alle spelregels van het locatieprofiel onverkort. • Verder zijn de locatieprofielen niet van toepassing op de evenementen die hoofdzakelijk plaatsvinden in inrichtingen op grond van Wet milieubeheer waarbij de inrichtingen zelf zijn opgenomen in het bestemmingsplan, zoals horeca-inrichtingen met terras en Ahoy.

6 | Locatieprofielen

1.4 S  tatus en geldigheidsduur locatieprofielen Locatieprofielen hebben als doel duidelijkheid te verschaffen over de mogelijkheden van het gebruik van de betreffende locatie voor evenementen en de condities waaronder. In 2020 wordt een bestemmingsplantraject doorlopen om alle bestemmingsplannen aan te passen op het onderdeel evenementen. Deze ‘parapluherziening evenementen’ neemt de ruimtelijk relevante onderdelen uit de locatieprofielen als kader over. Dit bestemmingsplantraject gaat van start dan eerder was gepland, hierdoor is ondanks de eerdere toezegging, geen ruimte om te experimenteren met de eerste tranche en deze ervaringen te gebruiken voor de tweede tranche. Het eerste evaluatiemoment zal plaatsvinden na het evenementenseizoen van 2021, of zoveel eerder als nodig is. Dan zal worden nagegaan of actualisatie van locatieprofielen wenselijk is om ontwikkelingen te kunnen volgen en of de locatieprofielen leiden tot het gewenste effect. De stad is immers dynamisch en er zijn bijvoorbeeld locaties die tijdelijk beschikbaar zijn voor evenementen.

1.5 T  oelichting van regels voor evenementen

(incl. verwijzing naar onderdelen uit de locatieprofielen)

In de volgende paragrafen wordt een toelichting gegeven op de regels voor evenementen. Voor alle regels in de locatieprofielen wordt toegelicht wat wordt bedoeld en hoe ze moeten worden geïnterpreteerd. 1.5.1 Maximumaantal bezoekers Het maximumaantal bezoekers betreft het maximumaantal bezoekers dat tegelijkertijd aanwezig mag zijn. Dit maximumaantal is geadviseerd door de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en de politie. In de vergunning wordt, binnen de vastgestelde limiet, per evenement het toegestane maximum nader bepaald. De aantallen uit het locatieprofiel worden ook vastgelegd in regels van het bestemmingsplan. 1.5.2 Aantal evenementen In elk locatieprofiel is een maximumaantal evenementen en evenementendagen in verschillende evenementencategorieën per jaar opgenomen. De aantallen zijn gebaseerd op ervaringscijfers uit voorgaande jaren, de adviezen vanuit de participatie en het uitgangspunt om de balans tussen leefbaarheid en levendigheid te herstellen. Door deze methodiek kan het maximumaantal toegestane evenementen op sommige locaties afwijken van wat er in voorgaande jaren heeft plaatsgevonden. In een aantal gevallen waren er geen ervaringscijfers uit voorgaande jaren en is het aantal bepaald door ervaringscijfers van vergelijkbare locaties te gebruiken.

Foto: Iris van den Broek

De kaarten zijn gebaseerd op een momentopname en kunnen afwijken van de feitelijke, actuele situatie.

Indien blijkt dat ruimte resteert binnen de evenementencategorie middel of groot voor het aantal evenementen, is het voor een evenementenaanvraag die in een lagere evenementencategorie valt toegestaan gebruik van te maken van de resterende aantallen in de hogere categorie onder de voorwaarde dat vastgehouden wordt aan de maximale geluidsbelasting van de lagere evenementencategorie. 1.5.3 Aantal evenementendagen Het aantal evenementendagen is per evenementencategorie groot – middel – klein aangegeven. Het aantal evenementendagen per jaar ligt in de meeste gevallen hoger dan het aantal evenementen, om meerdaagse evenementen mogelijk te maken. Bij kleine evenementen is als uitgangspunt voor het bepalen van het aantal evenementendagen een vermenigvuldiging

7 | Locatieprofielen

1.5.4 Rust- en herstelperiode • In de parken met een locatieprofiel, geldt dat tussen twee opeenvolgende evenementen tenminste een rustperiode van twee weken wordt ingelast, waarin de omgeving tot rust kan komen en omwonenden en parkbezoekers de parken kunnen gebruiken. • Per locatieprofiel is indien van toepassing voor het openbare groen de herstelperiode voor de bodem bepaald. Hoe lang deze periode duurt is per locatie bepaald op basis van de specifieke bodemsituatie. Voor parken is tussen evenementen die de bodem belasten, denk bijvoorbeeld aan evenementen die zware objecten als podia en foodtrucks plaatsen, een herstelperiode noodzakelijk. In de locatieprofielen is de vereiste herstelperiode vastgelegd. De periode is mede bepaald aan de hand van onderzoek naar kwaliteit en kwetsbaarheid van ondergrond en bodemleven. Na een bodembelastend evenement moet de herstelperiode in acht worden genomen voordat een volgend evenement dat de bodem belast plaats kan vinden. Herstelperiode is in beginsel alleen van toepassing op het belaste deel van het park. Als binnen de contouren van het profiel evenement X aan de linkerzijde plaatsvindt, dan kan in principe na inachtneming van de rustperiode aan de rechterzijde evenement Y plaatsvinden. Dit is ter afweging en beoordeling aan de vergunningverlener.

• De rust- en herstelperiode gaat in op de dag na de laatste dag van afbouw van een evenement. De opbouw van een volgend evenement kan pas na de inachtneming van de rust- en herstelperiode plaatsvinden. De op- en afbouwperiode van

een evenement dient zo kort mogelijk te zijn. Hiervoor gelden de regels uit de Nota Evenementenvergunningen. Bij het hanteren van de herstelperiode wordt een geringe marge toegestaan van maximaal 3 dagen, om enige flexibiliteit toe te staan bij het inpassen van evenementen in de beschikbare ruimte. 1.5.5 Geluidbelasting De geluidbelasting in de locatieprofielen is uitgedrukt in dB(A) en dB(C). De dB(A) is de eenheid waarin de sterkte van het geluid wordt weergegeven. Laagfrequent geluid, zoals bastonen in muziek, wordt uitgedrukt in dB(C). Per locatie is aangegeven welke geluidbelasting voor een evenement van een bepaalde grootte aanvaardbaar wordt geacht. De geluidsbelasting van een groot evenement waarbij veel publiek aanwezig is wordt meer geaccepteerd dan een evenement met een even hoge geluidbelasting waar weinig publiek aanwezig is, daarom is er een relatie tussen de maximale geluidbelasting die is toegestaan en de omvang van het evenement. De maximale geluidbelasting geldt op de gevel van het dichtstbijzijnde gevoelige object, dit zijn woningen, verpleeghuizen en psychiatrische inrichtingen. Voor ziekenhuizen zijn strengere normen opgenomen om geluidhinder bij patiënten te voorkomen. Aanvullende voorwaarden kunnen worden vastgelegd in de evenementenvergunning.

De DCMR geeft bij grote evenementen altijd een maatwerkadvies voor de maximale geluidbelasting die in de evenementenvergunning wordt opgenomen. Voor kleinere evenementen wordt bij de vergunningverlening gebruik gemaakt van de “Leidraad geluid bij kleine evenementen” (DCMR 2013). Op basis van de ervaringscijfers heeft de DCMR een advies gegeven voor de maximale geluidbelasting voor grote, middelgrote en kleine evenementen per evenementenlocatie. Hierbij is gekeken naar een realistische geluidbelasting die een organisator nodig heeft om het evenement te organiseren. Tegelijkertijd is een hoge geluidbelasting slechts maatschappelijk aanvaardbaar indien dit niet te vaak voorkomt, niet langdurig is en niet onaanvaardbaar hoog is. Er is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de Nota “Evenementen met een luidruchtig karakter” (Inspectie

Milieuhygiëne Limburg 1996). De kern van de nota is dat als het geluidniveau in de woning stijgt als gevolg van een evenement, een stijging tot 50 dB(A) acceptabel is en een hoger geluidniveau onduldbaar. Uitgaande van een gemiddelde gevelwering is een geluidbelasting van 70 dB(A) op de gevel van een geluidgevoelige functie aanvaardbaar als dit maar een enkele keren per jaar voorkomt. Voor evenementenlocaties nabij ziekenhuizen zijn strengere geluidnormen opgenomen om geluidhinder in het ziekenhuis te voorkomen. De geluidnormen in dB(A) zijn in de locatieprofielen aangevuld met normen voor dB(C) zodat ook de bastonen worden begrensd. Per locatie is gemotiveerd waarom de gemeente Rotterdam de voorgestelde aantallen evenementen en geluidswaarden aanvaardbaar acht. 1.5.6 Bescherming van flora, fauna en bodem De Wet natuurbescherming (Wnb) schrijft voor dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorgplicht brengt met zich mee dat wanneer een evenement gevolgen voor natuurwaarden zou kunnen hebben, de organisator zich voorafgaand op de hoogte moet stellen van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van het handelen. Evenementen kunnen negatieve effecten veroorzaken op de natuur door: licht, (versterkt) geluid, optische verstoring (bv.

bezoekersstromen en -aantallen) en bodemverdichting. Bij de uitvoering van een evenement moeten deze negatieve effecten zoveel mogelijk worden voorkomen, dan wel worden beperkt of ongedaan gemaakt. Voor een organisator die gebruik maakt van versterkt geluid en/ of lichtapparatuur is het raadzaam om een ecologisch deskundige in de arm te nemen. Bureau Stadsnatuur beschikt, in opdracht van het cluster Stadsbeheer van de gemeente Rotterdam, over data van flora en fauna die door middel van monitoring zijn verkregen van alle gebieden waar beheer van de openbare ruimte op van toepassing is. Deze opendata kunnen door iedereen worden geraadpleegd (http://gis.rotterdam.nl). De mogelijke impact van een specifiek evenement op de bodem wordt beoordeeld door de gemeente Rotterdam. Op de kaart wordt aangegeven: boomkroonprojecties, vleermuisvoorkomen, vogelvoorkomen, natuurwaarden flora.

Foto: Fleur Beerthuis

van het aantal kleine evenementen met 1,2 aangehouden. Het aantal evenementendagen betekent het aantal dagen waarop het evenement voor publiek toegankelijk is, dus zonder de op- en afbouwdagen. Het maximumaantal evenementen dat vermeld wordt per locatieprofiel is niet cumulatief. Als er 3 evenementendagen in een bepaalde evenementencategorie staat, dan betekent dit dat er jaarlijks maximaal 3 evenementendagen in die categorie plaats kunnen vinden. Als er 2 evenementen en 3 evenementendagen in een evenementencategorie is opgenomen, betekent dit jaarlijks maximaal 1 evenement van 1 dag en 1 evenement van 2 dagen, al hoeft natuurlijk niet alle ruimte gebruikt te worden. Het betekent dus niet dat beide evenementen drie dagen kunnen duren.

1.5.7 Externe veiligheid De VRR en de politie hebben voor een aantal locaties externe veiligheidsaspecten geconstateerd, denk bijvoorbeeld aan de nabijheid van gevaarlijke stoffen die vervoerd of behandeld worden, tankstation, chemisch bedrijf etc. Op deze locaties kan als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen per spoorlijn, via de Rijksweg of vaarwater een plasbrand of een toxische wolk ontstaan2. Daarom is voor evenemententerreinen gelegen in de nabijheid van deze risicobronnen een nadere onderbouwing in het veiligheidsplan vereist voor dit specifieke onderwerp. Aanwezigen op deze evenemententerreinen dienen te worden geïnformeerd over de mogelijke risico’s van een plasbrand en toxisch incidentenscenario zodat ze bij een incident kunnen vluchten via vluchtroutes van de risicobron af naar de uitgang. De organisator van een evenement zal zorg moeten dragen voor vluchtroutes / uitgangen van de risicobron af en bij een (dreigend) incident het informeren en alarmeren van aanwezigen en omwonenden. Ook dient de BHV-organisatie hiervan op de hoogte te zijn, zodat zij weten hoe te handelen.

Voor evenemententerreinen in de nabijheid van genoemde externe risicobronnen geldt met name bij een toxisch scenario dat de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van personen verbeterd kan worden wanneer enkele uren van nabijgelegen gebouwen en voorzieningen gebruik kan worden gemaakt om te schuilen. Dan dienen deuren, ramen en ventilatieopeningen afsluitbaar te zijn en het luchtverversingssysteem uitgeschakeld te kunnen worden. Spoorlijn Met betrekking tot de locaties: Coolsingel en omgeving; Roel Langerakpark; Vroesenpark en Kralingse Bos Westzijde is de spoorlijn Rotterdam-Dordrecht en/of Rotterdam – Gouda de relevante risicobron. Rijksweg Voor Kralingse Bos Oost- en West is de rijksweg A16 en

2

Foto: Ossip van Duivenbode

8 | Locatieprofielen

A20 de relevante risicobron, voor Sidelingepark is dit de rijksweg A13. Vaarwater Voor Willemsplein, -kade en Lloyd Multiplein is het transport voor gevaarlijke stoffen over de corridor Rotterdam-Duitsland (de Nieuwe Maas) een relevante risicobron. Vanwege de kans op een plasbrand op de Nieuwe Maas wordt voor de Willemskade geadviseerd om een bufferzone van 10 meter vanaf het water te hanteren om de vluchtmogelijkheden met betrekking tot het hittescenario en de bereikbaarheid van het water bij een calamiteiten te bevorderen. 1.5.8 Parkeren / fietsparkeren Rotterdam stimuleert een duurzaam evenementenbeleid. Uitgegaan wordt van bereikbaarheid deels met OV en deels met de fiets. Het gebruik van de auto wordt niet gestimuleerd en parkeren in aanliggende wijken wordt ontmoedigd. Indien mogelijk wordt verwezen naar alternatieve parkeerplaatsen en parkeergarages. Bij grote evenementen is de aanleg van fietsenstallingen verplicht. Op de kaart wordt aangegeven: locatie aan te leggen fietsenstalling.

Ook een ontploffing hoort tot de mogelijkheden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. In dit kader om voorzorgmaatregelen te kunnen treffen wordt dit buiten beschouwing gelaten.

1.5.9 Bereikbaarheid Bij de evenementenlocaties die minder goed bereikbaar zijn met OV en fiets worden de evenementenorganisaties gevraagd voor een alternatief zorgen. In het locatieprofiel worden diverse mogelijkheden beschreven hoe de locatie te bereiken is. Op de kaart wordt aangegeven: OV. 1.5.10 Omschrijving locatie Van elke locatie wordt een korte typering gegeven. In de beschrijving wordt vermeld: een opsomming van aanwezige voorzieningen, zoals bestaande horeca, aansluitpunten elektra, riolering, water, brandkranen, cameratoezicht, toiletvoorzieningen, verlichting, etc. Op de kaart Met een contour wordt de begrenzing van de evenementenlocatie aangegeven en de ligging van andere voorzieningen. De uiteindelijke begrenzing van een evenemententerrein wordt bepaald en vastgelegd bij de vergunningverlening. 1.5.11 Specificaties inrichting van het evenemententerrein Van elke locatie worden relevante fysieke aspecten van het terrein vastgelegd en de restricties die daaruit voortkomen, zoals routing en voorwaarden voor vrachtwagens/ voertuigen voor op- en afbouw, de bescherming van het gras en ondergrond, bescherming

beplanting (bijv. geen afscheidingen dwars door beplanting heen), bescherming elementen openbare ruimte (lichtmasten bijv.), verplichte bereikbaarheid van bestaande horeca, etc. 1.5.12 Overige verkeersaspecten Voor elke locatie worden calamiteitenroutes en andere voorwaarden voor toegankelijkheid voor hulpverleners vastgelegd. Ook worden locatiespecifieke aspecten vermeld zoals de invloed van andere drukbezochte locaties in de omgeving (mogelijke pieken in drukte in de directe omgeving van de locatie), regulier of in weekenden of op andere nader te omschrijven momenten. 1.5.13 Bijzonderheden Per locatieprofiel wordt aangegeven met welke locatiespecifieke bijzonderheden rekening gehouden moet worden. Dit kan zijn een opsomming van de ondernemingen en voorzieningen in het gebied, recente ontwikkelingen in het gebied, de aanwezigheid van kunstwerken, monumenten of monumentale bomen en overige kwetsbare objecten e.d. Voor elke locatie wordt via de vergunningprocedure vastgelegd welke partijen over een evenement geïnformeerd moeten worden (verplicht onderdeel communicatieplan in verband met vergunning).

9 | Locatieprofielen

Foto: Iris van den Broek

2 Locatieprofielen

10 | Locatieprofielen

2.1 Afrikaanderplein en -park 5000 Aantal evenementen

Aantal evenementendagen

Geluidbelasting

Groot > 2.500 bezoekers

2

4

75 dB(A) 90 dB(C)

Middel 501 t/m 2500 bezoekers*

4

6

70 dB(A) 85 dB(C)

Klein ≤ 500 bezoekers

20

Rust-/herstelperiode

Voor het parkdeel geldt een rustperiode van 2 weken en herstelperiode van 6 weken. Voor het plein geldt geen rust- en herstelperiode.

Maatschappelijke aanvaardbaarheid

Verlevendiging op deze locatie is gewenst. Ook uit de participatie is de wens naar voren gekomen meer kleine evenementen mogelijk te maken. 30 evenementendagen, waarvan 20 evenementdagen met een lage geluidsbelasting, wordt aanvaardbaar geacht op deze locatie.

Voorkeurspositie (hoofd) podium

Podium aan zuid- of zuidoostzijde van Afrikaanderpark met uitstraling naar noorden of noordoosten.

Flora/ fauna

Het park, onderdeel van het plein, kent geen gevoelig bosplantsoen. De bomenroutes kunnen wel als structuur gebruikt worden door vleermuizen. Aandachtspunt is de nabijgelegen stichting Vogelklas aan de zuidoostelijke kant van het Afrikaanderplein met bijbehorende dierenopvang. De effecten van een evenement, zoals licht en geluid, op de rij bomen en dierenopvang dienen zoveel mogelijk beperkt te worden.

(Externe) veiligheid

• Er staan vaste hekken om het plein met in- en uitgangen. Alle in- en uitgangen dienen beschikbaar te blijven. • Bezoekersregulering via hoofdingang aan zijde Paul Krugerstraat. • Calamiteitenroutes om het plein heen.

Parkeren/ fietsparkeren

Parkeren • Voor bezoekers van evenementen geen parkeermogelijkheid in de omliggende wijken. Fietsparkeren • Aanleg fietsenstalling verplicht bij grote evenementen. Inrichten links naast de ingang, in de dranghekken. • Aandacht voor fietsparkeren tegen vaste hekken (onwenselijk).

Bereikbaarheid OV

Bus, tram en metro op loopafstand (metro Maashaven en Rijnhaven). Routing OV vermelden in communicatie naar evenementenbezoekers.

Grootte

bruto oppervlak plein en -park samen 35.000m2 afgerond.

Locatie en publieksprofiel

Het Afrikaanderplein maakt deel uit van de stedelijke hoofdstructuur, en is het belangrijkste stadsplein ‘op Zuid’. Het heeft een duidelijke, rechthoekige vorm en harde pleinwanden. Het bestaat uit een groen parkdeel omsloten door een prominent hekwerk en daarbuiten aan twee zijden een brede, L-vormige verharde zone. Het verharde deel wordt intensief gebruikt als weekmarkt. Het parkdeel sluit aan op wijkvoorzieningen als sportvelden, speelplekken, een heemtuin en een vogelopvang. Het gebruik bestaat uit zitten, wandelen, evenementenbezoek, spelen, sporten, op zonnige dagen in de zomer is het een door de buurt zeer druk gebruikte plek.

Voorzieningen

Horeca: langs Paul Krugerstraat: Pretoria (restaurant), Café Pleinzicht, Lekker op Zuid (eetcafé), Diaspora (café), Meram (restaurant) Elektra: Riolering: Water: Brandkranen: Toiletvoorzieningen: Verlichting:

Op- en afbouw

20

Specificaties inrichting

• Afrikaanderpark is omgeven door een afsluitbaar hek. De gebiedsorganisatie en gebiedsbeheer hebben de sleutels van de hekken. • Het park kan niet worden belast met zwaar materieel (auto’s en vrachtwagens moeten buiten het hekwerk blijven). • Bij alle drank-/fooduitgiftepunten zijn loopplanken verplicht om beschadiging van het gras te voorkomen. • Het gras mag maximaal 7 dagen zijn afdekt door loopplanken en andere afdekkingen. • Watersproeiers voor gazon aanwezig, beschermende maatregelen treffen om deze niet te beschadigen. • Verharding rondom het gazon is natuursteen; kunststof rijplaten gebruiken. • Eventueel kan een podium worden gebouwd op de betonnen vloer in het water - de vijver aan de zuidoostzijde.

Overige verkeersaspecten

• Wegen en rijbanen om het plein (Pretorialaan en Paul Krugerstraat) beschikbaar houden voor aanrijroutes van hulpdiensten, ov en bewoners. • Verkeersimpact bij gehele afsluiting van het terrein: minimaal. • Verkeersimpact bij afsluiting omliggende (hoofd)wegen: groot. • Belangrijke verkeersknooppunten in de directe omgeving: Brielselaan-Putselaan; Laan op Zuid-2e Rosestraat; Wilheminaplein. • Er dient ruimte om het plein vrijgehouden te worden voor ontvluchting, en in geval van grote evenementen eventueel voor het parkeren van crew.

Bijzonderheden

• Het Afrikaanderplein bestaat uit een markt- en een parkdeel. Naast de reguliere markt is het Afrikaanderplein ook voor andere markten beschikbaar op zondag, zoals een stoffenmarkt of rommelmarkt. • Toegankelijkheid voor Botanische tuin moet gewaarborgd worden. Entree zit in het park. • Geen evenementen gewenst tijdens marktdagen (woensdag en zaterdag) i.v.m. gebrek aan ruimte en capaciteit en i.v.m. op- en aanvoer van marktkooplieden met koopwaren. Rekening houden met de marktopbouwdagen op dinsdag en vrijdag. • Twee keer per jaar tijdens islamitische feestdagen wordt het marktterrein gebruikt als parkeerterrein, voor bezoekers van de moskee. • Container van Duimdrop aanwezig. • Waterpartij aanwezig. • Terrein is niet vlak; hellingbanen en verhogingen.

65 dB(A) 80 dB(C)

ja (2x 64kVA) nee nee (alleen een klein waterkraantje) ja ja, buiten het park zijn urinoirs (die onder de grond zitten en naar boven worden gehaald op marktdagen) in hoek Paul Kruger/Bloemfontein. Ja

• Geen gebruik van haringen en/of grondpennen toegestaan. • Ingangen park zijn beperkt toegankelijk.

Foto: Bas Czerwinski

Maximumaantal bezoekers gelijktijdig aanwezig

11 | Locatieprofielen

Foto: Bas Czerwinski

Foto: Bas Czerwinski

Afrikaanderplein en -park kaart

12 | Locatieprofielen

2.2 Coolsingel, Weena, Hofplein Maximumaantal bezoekers gelijktijdig aanwezig

Voorzieningen

Meer dan 100.000 bezoekers Aantal evenementen

Aantal evenementendagen

Geluidbelasting

Groot < 2.500 bezoekers

2

2

85 dB(A) 95 dB(C)

Groot > 2.500 bezoekers

2

3

75 dB(A) 90 dB(C)

Middel 501 t/m 2500 bezoekers*

0

0

70 dB(A) 85 dB(C)

Klein ≤ 500 bezoekers

8

8

65 dB(A) 80 dB(C)

Rust-/herstelperiode

nvt

Maatschappelijke aanvaardbaarheid

De maximale geluidbelasting van 85 dB(A) en 95 dB(C) kan jaarlijks maar eenmaal worden toegekend. Daarnaast passen er op de Coolsingel veel mensen en daarom is het voor de grote evenementen van belang dat er voldoende geluid kan worden geproduceerd om iedereen te bereiken. De Coolsingel is een belangrijke plek voor iconische evenementen. Na de herinrichting krijgt de Coolsingel een boulevardfunctie en daarom worden kleine evenementen mogelijk gemaakt. 12 evenementendagen op de Coolsingel waarvan 4 grote evenementen is maatschappelijk aanvaardbaar.

Voorkeurspositie (hoofd) podium

• Hofplein: uitstraling (hoofd)podium naar Coolsingel. • Coolsingel: uitstraling (hoofd)podium parallel aan de Coolsingel; bij kleine podia kan hiervan afgeweken worden, afhankelijk van de nabijheid van woningen. • Weena en Pompenburg: bij voorkeur geen podia.

Flora/ fauna

nvt

(Externe) veiligheid

• Op deze locatie is de spoorlijn en de rijksweg een relevante risicobron. Zie in de inleidende tekst onder subhoofdstuk externe veiligheid ‘spoorlijn’ en ‘rijksweg’. • Metro-(nood)uitgangen en tramhaltes dienen altijd bereikbaar te blijven. Metrostations en roosters dienen te worden vrijgehouden. • Fietspaden en trambaan zijn calamiteitenroutes, ook in de nieuwe inrichting.

Parkeren/ fietsparkeren

Parkeren • Diverse parkeergarages in omgeving. Fietsparkeren • Openbare fietsstallingsmogelijkheden.

Bereikbaarheid OV

• Centraal Station op loopafstand. • Metrostation Stadhuis, Beurs op loopafstand. • Tramhaltes op loopafstand. • Bushaltes op loopafstand (Rotterdam Centraal, Weena, Pompenburg, Blaak)

Grootte

bruto 120.000m2 afgerond.

Locatie en publieksprofiel

De evenementenlocatie Coolsingel bestaat uit het Weena, Hofplein en Coolsingel. De Coolsingel maakt deel uit van de stedelijke hoofdstructuur. Coolsingel en Weena worden in de Rotterdamse Stijl getypeerd als respectievelijk Centrumboulevard en Stadsboulevard. Beide hebben brede profielen met stevige boomstructuren. De Coolsingel is gericht op het gebruik door voetgangers en fietsers en in beperkte mate bestemmingsverkeer. Het Weena en het Hofplein zijn ingericht voor het efficiënt afwikkelen van autoverkeer. Het zijn drukke en dynamische stedelijke ruimtes, het zijn winkel- en werklocaties met een bijbehorend aanbod van horecavoorzieningen. Het Stadhuis Rotterdam ligt op een prominente plaats, het geeft een belangrijke symboolfunctie aan de Coolsingel. Het publiek in de Coolsingel is vooral bestemmingspubliek. De herinrichting van de Coolsingel heeft als inzet de verblijfskwaliteit te vergroten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=2ca99c48-2386-4c20-9eed-af772f9f58c2