21bb14680 Bijlage 1.8 behorende bij 21bb14730 - Reactie op hoofdlijnen planvorming MBVB’ (tussenstand uitwerking Visie 2.0), van de commissie WM, d.d. 150920
Tekst van het document
COMMISSIE VOOR WELSTAND EN MONUMENTEN ROTTERDAM Bezoekadres secretariaat: Wilhelminakade 179 3072 AP Rotterdam Postadres: Postbus 6575 3002 AN Rotterdam Website: www.rotterdam.nl/welstand E-mail: bmm.pronk@rotterdam.nl Inlichtingen: ir. B.M.M Pronk Afdeling: Bouw- en Woningtoezicht Telefoon: 06 -126 215 40
Aan de heer Pieter Dijckmeester, Projectdirecteur Museum Boijmans van Beuningen Wilhelminakade 179 3072 AP Rotterdam
Betreft: reactie op hoofdlijnen naar aanleiding van planvorming Museum Boijmans van Beuningen Datum: 15 september 2021
Geachte heer Dijckmeester, Naar aanleiding van de presentatie op 15 september j.l. van de tussenstand in de uitwerking van Visie 2.0 voor Museum Boijmans van Beuningen bericht ik u als volgt. De commissie waardeert het dat zij in een vroegtijdig stadium wordt meegenomen in de laatste ontwikkelingen van de planvorming voor Museum Boijmans van Beuningen, en begrijpt dat zij nog niet over alle onderliggende stukken kan beschikken omdat de uitwerking van Visie 2.0 momenteel nog in volle gang is. Dit maakt dat de commissie voor nu enkel kan reageren op de hoofdlijnen van de vier zaken die door de architect op 15 september zijn gepresenteerd aan de commissie en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Deze reactie wordt hieronder per item gegeven en met een korte omschrijving van het voorstel ingeleid. Tenslotte volgen enkele vragen over de fasering en het proces. Restauratie In augustus 2020 is begonnen met een bouwkundige opname van de buitenschil van het museum. Hierbij is de gevel van Bodon nog maar beperkt geïnventariseerd vanwege het gebouwdeel van Robbrecht en Daem dat hier tegenaan staat. Het opnemen van het interieur wordt belemmerd door de asbestsanering die in uitvoering is. Daarnaast wordt gekeken naar de revitalisatie-eisen die verwerkt moeten gaan worden. Hierbij zal het handboek Duurzame Monumentenzorg worden gebruikt.
De gepresenteerde aanpak voor de restauratie van het museum is nog zeer generiek. De commissie herhaalt nogmaals haar inmiddels dringende advies aan de architect om ten behoeve van een afgewogen aanpak van het rijksmonument van Van der Steur en het gebouw van Bodon, een restauratievisie over alle schaalniveaus op de monumentale waarden op te stellen en een relatie te leggen tussen de ontwerpvisie en de cultuurhistorische en bouwhistorische onderzoeken. Dit is niet alleen van belang voor een consistente restauratie van de gebouwen, maar ook om de voorgestelde nieuwe ingrepen en toevoegingen in samenhang te kunnen bezien. De commissie wenst een dergelijke visie juist in deze fase van het proces als kaderstellend document te kunnen beschouwen en wijst op de risico’s van het te laat inbrengen van een dergelijke visie in het ontwerpproces dat reeds loopt. Entree In Visie 2.0 was de entree gesitueerd in de buitenhof, waar men via een ondergrondse kelder omhoogkwam in een twee-laags volume aan de linkerzijde van de buitenhof. De museumdirectie heeft onder andere vanuit de beoogde ambitie om een betere verbinding met de stad te maken, bezwaren tegen een entree via de buitenhof en een ontsluiting op souterrainniveau. De voorgestelde nieuwe entreevleugel komt aan de Museumparkstraat op het souterrain van Robbrecht en Daem. De overige bouwdelen van Robbrecht en
Daem worden gesloopt. De nieuwe entree wordt gevormd door een opgetild glazen volume met uitkragend dak. Op straatniveau sluiten hier trappen en een hellingbaan op aan om direct aan te sluiten op het vloerniveau van Van der Steur. De ontsluiting van de museumzalen zal vooral op de verdieping plaatsvinden, waartoe een gebouwdeel van twee bouwlagen aan de linkerzijde van de buitenhof geplaatst zal worden. De commissie begrijpt de verplaatsing van de entree en kan deze ondersteunen, maar zij heeft grote moeite met het verlaten van het basisprincipe (‘museumhuiskamer op straat’) van Bodon. Destijds is de zaal van Bodon aan de Museumparkstraat bewust op straatniveau gelegd om geen drempels op te werpen tussen de kunst en de mensen. Dit principe is bij de latere uitbreidingen van Henket en Robbrecht en Daem voortgezet. De commissie meent dat het nieuwe entreegebouw vanuit de denkprincipes van Bodon ontworpen moet worden en de gedachte van een ‘museumhuiskamer op straat’ gerespecteerd moet worden. Daarbij stelt de commissie dat een toegang op straatniveau wordt gezien als de meest inclusieve entree die gerealiseerd kan worden. De commissie vraagt vanuit de zoekzone van de situering van de entree, ook aandacht voor de karakteristieken van het beschermde stadsgezicht.
Het beoogde transparante nieuwe bouwvolume langs de Museumparkstraat kan weliswaar de verbinding tussen museum en straat mogelijk versterken en een logisch onderdeel vormen van de nieuwe ‘Verbinder’, maar onduidelijk in dit stadium is nog hoe dit nieuwe gebouwdeel zal functioneren en wat het karakter is, zowel vanuit het museum gezien als vanuit de context. De invloed op het museum, de omgeving, de positie in de Museumparkstraat en de gevolgen voor het beschermde stadsgezicht bij de Westersingel zijn aan de hand van de getoonde beelden nog niet te beoordelen. De commissie ontvangt graag het grotere verhaal over de entree, hoe deze het museum met de stad verbindt en wat het betekent voor het museum, de museale route en het omliggende gebied. Bij de verdere uitwerking wordt verzocht ook de nodige de nodige dwarsprofielen toe te voegen om de relatie tussen Museumstraat en entreevolume inzichtelijk te maken. Daarnaast wordt de vraag gesteld waar de feitelijke binnenkomst bedacht is, dit blijkt nog niet uit de getoonde beelden. Met het verleggen van de entree naar de straat vraagt de commissie wat nu de functie en betekenis van de binnenhof wordt en wat in deze visie de rol wordt van de hoog monumentale bestaande entree in het bouwdeel van Van der Steur.
De commissie geeft mee dat de entree van Van der Steur een belangrijke rol moet blijven spelen in de totale ontwikkeling die een monument van deze importantie toekomt. Belvedère met expeditie De belvedère met een verbinding met het park, een nieuw te maken padenstructuur en het inpassen van een oost-west verbinding zijn op hoofdlijnen gepresenteerd en dat roept de volgende vragen op. Op basis van de getoonde beelden vraagt de commissie aandacht voor de hoogte van de belvedère in relatie tot de tuin en de achtererven van de Westersingel, de haalbaarheid van het bomenpakket en hoe de monding van de belvedère eruit komt te zien. In het overleg is gesproken over de nieuwe oost-west verbinding. De commissie ziet graag een verdere uitwerking hiervan in een tuinontwerp (met profielen), waarbij de eerdere opmerkingen met betrekking tot de belvedère en de tuin worden meegenomen. Paviljoen De ontwikkelingen van het nieuwe paviljoen in de museumtuin zijn getoond, waaronder de tentoonstellingszaal met dubbele verdiepingshoogte op souterrainniveau met op maaiveldniveau een restaurant. De commissie geeft aan dat zij benieuwd blijft naar een uitwerking van de architectuur, de aansluitingen van het paviljoen op de ‘Verbinder’, de precieze plaatsing binnen het plangebied en hoe het volume zich verhoudt tot de museumtuin en de monumentale panden aan de Westersingel.
Fasering Bij de presentatie van Visie 2.0 die is gegeven op 20 april jl. werd gesproken over een plan met twee fases, waarbij fase 2 een ambitiescenario betreft. Hierbij heeft de commissie meegegeven dat het van belang is in de verdere uitwerking aan te geven hoe het museum ook zonder fase 2 kan functioneren en hoe met de eventuele vervolgfase in een later stadium naadloos aansluiting gevonden kan worden, opdat er in beide scenario’s een werkend en passend geheel ontstaat. De architect heeft in de huidige presentatie aangegeven dat uitgegaan wordt van een realisatie in één keer, ook omdat fasering nodeloos kostbaar zou zijn. De commissie hoort graag of dit het toekomstige uitgangspunt wordt en hoe dat waargemaakt kan worden.
2
Proces De commissie heeft begrepen dat het de bedoeling is in november de gemeenteraad te informeren over de stand van zaken, dit onder andere in het licht van draagvlak en besluitvorming over financiering. De commissie acht het van groot belang dat u haar ruim daarvóór, in een reguliere openbare vergadering (tot nu toe is er slechts besloten en informeel overleg gevoerd) meeneemt in de plannen en haar daarmee formeel om een reactie vraagt. Zij zou het zeer op prijs stellen als u in deze commissievergadering ook reageert op haar brief van 20 april j.l., en inhoudelijk ofwel procesmatig ingaat op de destijds gestelde vragen. Cruciaal daarbij is de restauratievisie. De commissie ziet dit als de basis van het vernieuwingsplan. Tot op heden heeft zij geen visie of plan van aanpak over de restauratie mogen ontvangen. Zij adviseert u dit naar voren te halen in het proces omdat het een van de belangrijkste bouwstenen is voor een integrale benadering van het vernieuwingsplan van het museum. Wanneer deze visie ontbreekt, ontstaat een groot risico in proces en draagvlak. En dat zal niet ten goede komen aan het project.
De culturele en maatschappelijke betekenis van Boijmans als plek in de stad, het gebouw als ongekend monumentaal erfgoed van vermaarde architecten en de (inter)nationale collectie schept een grote verplichting om het proces in goede banen te leiden en ruimte te geven voor scherpe inhoudelijke afwegingen. De commissie ontvangt daarom van u graag een porcesvoorstel, zodat er in een goede samenwerking tussen de partijen, ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid, voor de instandhouding en vernieuwing van dit bijzondere erfgoed kan worden gezorgd.
Met vriendelijke groet, namens de commissie Welstand en Monumenten Rotterdam,
Esther Agricola, voorzitter
3