21bb14389 Bijlage 3 behorende bij 21bb14397 - Tweede voortgangsrapportage 2021
Tekst van het document
Tweede voortgangsrapportage (na 8 maanden) 2021
Vastgesteld door het bestuur op 25 oktober 2021
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
2
Inleiding
3
1.
4
Actualiteit 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5. 1.6. 1.7.
2.
Voortgang beleidsambities 2.1. 2.2.
3.
Overzicht voortgang beleidsambities jaarplan 2021 Uitgelicht
Financiën 2021 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7.
4.
Inspectierapport De nieuwe Koers Corona Ontwikkelingen van invloed op (lange) termijn financiën Onderwijsresultaten Veiligheid Samenstelling bestuur
4 4 5 6 7 8 9 10 10 12 17
Algemeen Toelichting op het resultaat Baten Lasten Ontwikkeling leerlingaantallen Financiële gevolgen corona Realisatie januari t/m augustus
17 18 19 19 20 20 21
Inventarisatie risico’s en onzekerheden
22
Tweede voortgangsrapportage 2021
2
Inleiding Voor u ligt de tweede voortgangsrapportage 2021. Parallel aan deze tweede voortgangsrapportage wordt ook ons nieuwe koersplan Sta Open voor 2022-2025 ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad. Voor het jaarplan 2021 vormde onze aangescherpte koers uit 2018 nog het uitgangspunt. De aangescherpte koers heeft drie hoofdthema’s: kwaliteit, identiteit en samenwerken. Op deze indeling zijn ook de jaarplannen sinds 2018 gebaseerd, waaronder het jaarplan 2021. Met voorliggende rapportage leggen we verantwoording af over de voortgang van dit jaarplan in de periode januari tot en met augustus 2021. Over de maanden januari tot en met maart is eerder dit jaar reeds gerapporteerd. Het jaar 2021 begon met noodgedwongen gesloten schoolgebouwen vanwege de coronapandemie. Ons onderwijs ging, weliswaar op afstand, wel door. Gedurende het voorjaar ging uiteindelijk gelukkig al onze schoolgebouwen weer open voor (deels) fysiek onderwijs. We zijn blij dat we het schooljaar 2021-2022 mochten starten met volledige heropening; al onze leerlingen krijgen weer de hele week fysiek les. Ondanks die positieve ontwikkeling is er nog veel onzeker. Corona is nog altijd realiteit. We kunnen als gevolg van het grillig verloop van de besmettingen nog niet ver vooruitkijken, maar hopen uiteraard dat er niet opnieuw noodzaak zal zijn tot (gedeeltelijke) lockdown over te gaan.
Want hoezeer we ook ons best doen, fysiek onderwijs is voor de ontwikkeling van onze leerlingen uiteindelijk verreweg het beste. Na de inleiding kunt u achtereenvolgens de volgende onderdelen verwachten in deze rapportage: Het eerste hoofdstuk waarin we ingaan op de actualiteit; Het tweede hoofdstuk, met allereerst een overzicht van de doelen uit het jaarplan 2021. In dit overzicht wordt met kleur aangegeven of de voortgang op schema ligt. Vervolgens gaat de tekst van dit hoofdstuk uitgebreider in op de doelen die we willen uitlichten wegens een bijzonderheid (toegelicht in de tekst); In het derde hoofdstuk de financiële rapportage met daarin de onderdelen waarop we ons volgens het toezichtkader verantwoorden; Het vierde hoofdstuk met daarin de risicoparagraaf.
Rotterdam, 25 oktober 2021
M.I. Hamer Voorzitter Algemeen Bestuur
Tweede voortgangsrapportage 2021
H.W.M. van Blijswijk Voorzitter College van Bestuur
3
1.
Actualiteit Maandag 30 augustus zijn we voor de tweede keer een schooljaar in coronatijd gestart. Na het basisonderwijs eerder dit jaar, is nu ook het voortgezet onderwijs volledig heropend. Los van de zorgen dat dit met zich meebrengt, zijn we hier uiteraard zeer blij mee. De consequenties van corona blijven ons bezighouden, maar gelukkig zien we dat het onderwijsproces steeds meer weer 'normaal’ wordt.
1.1.
Inspectierapport
In het voorjaar van 2021 voerde de Inspectie een herstelonderzoek uit naar de kwaliteitszorg bij stichting BOOR. Het herstelonderzoek is positief verlopen: de Inspectie beoordeelde de kwaliteitszorg bij BOOR in het herstelrapport1 als ‘ruim voldoende’. Volgens de Inspectie heeft het bestuur beter zicht heeft gekregen op de onderwijskwaliteit op de scholen. Hierdoor kan het bestuur tijdig ingrijpen of bijsturen als het op de scholen niet gaat zoals het bestuur voor ogen had. Deze herstelopdrachten uit het rapport van 2019 zijn positief zijn afgesloten: de afgelopen periode heeft Stichting BOOR de slag gemaakt van reactief naar proactief sturen. We zien het oordeel van de Inspectie als een bevestiging dat we op de goede weg zijn bij BOOR. Dat betekent echter niet dat we nu stil blijven zitten. De aanknopingspunten voor verdere ontwikkeling uit het rapport nemen we ter harte. En om de resultaten te borgen is de kwaliteitszorgcyclus opgenomen in de vaste organisatieroutines. Door de vaste jaarcyclus te doorlopen wordt permanent gemonitord en gestuurd op verbetering van de kwaliteit. Verder is voor de borging van belang dat er sprake is van kwaliteitscultuur en een professionele cultuur, die we blijvend stimuleren.
1.2.
De nieuwe Koers
Gelijktijdig aan deze voortgangsrapportage presenteren we ook onze nieuwe koers voor de periode 2022-2026. We zijn trots op onze nieuwe koers: hij maakt in weinig woorden duidelijk waar ons openbaar onderwijs voor staat. Maar bovenal, hij gaat onze scholen helpen bij het opstellen van hun plannen. De koers geeft richting. De totstandkoming heeft meer dan een jaar geduurd. Dat heeft deels te maken met het feit dat we door corona anders moesten prioriteren, maar bovenal omdat we ook bewust de tijd hebben genomen. Zorgvuldigheid boven snelheid. De achterliggende maanden hebben we onze conceptteksten aan onze stakeholders voorgelegd. We hebben een gesprek gehad met de subcommissie BOOR van de commissie
1
Het herstelrapport is in juni openbaar gemaakt en te vinden via de website van de Onderwijsinspectie.
Tweede voortgangsrapportage 2021
4
ZOCS van de gemeenteraad van Rotterdam. Daar werd het stuk goed ontvangen. Ook hebben we in meerdere online sessies de inhoud besproken met mensen vanuit de hele organisatie. De animo om mee te praten was groot en de input zeer waardevol. Ook de inbreng van onze drie gmr’s was van meerwaarde. In september hebben we op een vernieuwende manier een gesprek gevoerd met circa 50 partners van BOOR. In een online chatsessie konden ze allemaal tegelijk reflecteren op onze koers en zijn we ‘het gesprek aangegaan’ over samenwerking in de toekomst om onze ambities te realiseren. We kijken terug op een mooi traject en kijken uit naar de uitvoering vanaf volgend jaar, samen met al onze stakeholders.
1.3.
Corona
In de eerste helft van 2021 zijn alle scholen weer geopend. Eerst het primair onderwijs, later ook het voortgezet onderwijs. Het vo is eerst gedeeltelijk en pas na de zomervakantie volledig opengegaan. Verreweg de meeste scholen hebben in de eerste acht maanden van 2021 (wederom) te maken gehad met besmettingen, onder het personeel en/of onder de leerlingen. Besmettingen op een school zijn en blijven vervelend. Uiteraard voor de betrokken personen, maar ook voor de contacten op school. Wel bemerken we dat scholen steeds beter in staat zijn om adequaat te handelen in geval van een besmetting. Hoe vervelend ook, zelfs dit wordt na verloop van tijd routine. Door de Rijksoverheid zijn zelftesten beschikbaar gesteld voor het onderwijs. In het basisonderwijs alleen voor gebruik door personeel, in het voortgezet onderwijs voor zowel personeel als leerlingen. De distributie ging in sommige gevallen moeizaam, maar bij het overgrote deel van onze scholen was er geen sprake van problemen. De bereidheid om te testen wisselt per school, maar is – zeker onder leerlingen in het vo – eerder aan de lage dan aan de hoge kant. Een onderwerp dat ons de afgelopen maanden heeft beziggehouden en de komende maanden zal blijven doen, is schoolreizen. Voor de zomervakantie liep het aantal besmettingen landelijk terug en werd er steeds meer versoepeld.
Echter, schoolreisjes voor het basisonderwijs werden tot kort voor de vakantie ontraden. Hierop hebben wij besloten om, vooruitlopend op de te verwachten versoepeling, het de scholen toe te staan reisjes te maken. In het voortgezet onderwijs is de wens om buitenlandse reizen weer op te pakken, na 1,5 jaar waarin dat niet kon, groot. Inreisbeperkingen en het feit dat een aanzienlijk deel van de jongeren niet gevaccineerd is, maakt dit ingewikkeld. Veel scholen besluiten om reizen uit te stellen. Anders dan vorig jaar zijn de eindmusicals in het basisonderwijs redelijk soepel verlopen.
Tweede voortgangsrapportage 2021
5
1.4.
Ontwikkelingen van invloed op (lange) termijn financiën
Een aantal ontwikkelingen zullen van invloed zijn op de lange termijn financiën bij BOOR. We geven in deze rapportage een update ten opzichte de eerste voortgangsrapportage 2021. Het betreft ontwikkelingen die het gevolg zijn van wijzigingen in de (toepassing van) regels en wetten. Vervallen vordering op OCW De vordering op OCW, zoals die in de jaarrekening is opgenomen, ontstaat als gevolg van het afwijkende betaalritme dat de overheid hanteert. Zoals gemeld heeft het Ministerie van OCW aangegeven om het vervallen van deze vordering niet te compenseren. Voor BOOR gaat dit om een bedrag van circa € 7,5 mln. Het Ministerie van OCW heeft aangegeven dat er een overgangsregeling komt van vijf jaar waarin schoolbesturen door de Inspectie niet zullen worden aangesproken op het niet behalen van de inspectienormen voor de financiële kengetallen zoals het niet voldoen aan de minimumnorm van 5% voor het weerstandsvermogen. Hierdoor hebben schoolbesturen vijf jaar de tijd om het weerstandsvermogen weer op peil te brengen als dit als gevolg van het vervallen van deze vordering onder de norm terecht komt. Vervallen overgangsregeling voorziening groot onderhoud Als gevolg van het vervallen van de overgangsregeling groot onderhoud zal BOOR in de toekomst een hogere voorziening groot onderhoud moeten gaan opbouwen. Besluitvorming is hiervoor in voorbereiding.
Een belangrijk beleidslijn is dat installatietechniek zich zo snel ontwikkelt, dat het altijd een functionele verbetering zal zijn als dit vervangen moet worden. Om die reden worden installaties niet meer voorzien, maar geactiveerd en afgeschreven. Tevens kiest BOOR in overleg met de accountant voor een prospectieve verwerking, waarbij in de komende jaren de opbouw relatief constant blijft. De opbouw is hoger dan de onttrekking, waardoor de voorziening in de komende decennia zal oplopen tot een maximum van circa €30 miljoen. Wijzigingen participatiefonds Binnen het primair onderwijs zullen wijzigingen doorgevoerd worden in het participatiefonds. Die wijzigingen hebben tot gevolg dat standaard door het schoolbestuur een eigen bijdrage van 50% moet worden betaald als een medewerker ontslag krijgt en in aanmerking komt voor een werkeloosheidsuitkering2. Slechts in specifieke gevallen, waarbij voldaan moet worden aan inspanningsverplichtingen, kan dit verlaagd worden naar 10%. Op basis van de huidige situatie zouden de meeste ontslagen in de 50% categorie vallen. Door gericht beleid zal worden gestreefd dit te beperken. De wijzigingen gaan naar verwachting in op 1 augustus 2022.
2 In de huidige situatie is er sprake van 100% vergoeding van de meeste verzoeken.
Tweede voortgangsrapportage 2021
6
Nationaal programma onderwijs In het kader van het NPO ontvangt BOOR extra middelen om de achterstanden terug te dringen die door leerlingen zijn opgelopen gedurende de coronacrisis. In het eerste schooljaar (21/22) ontvangen de BOOR scholen samen ca. € 31,5 miljoen aan extra middelen. Vanwege het lerarentekort blijft het een uitdaging om de benodigde gediplomeerde medewerkers aan te trekken om invulling te geven aan dit programma. Dit betekent dat het ook een uitdaging is om de ontvangen middelen op een effectieve wijze ingezet te krijgen. In augustus is bekendgemaakt dat leraren, schoolleiders en ander personeel op scholen met veel achterstanden de komende twee schooljaren (2021-2022 en 2022-2023) een toelage krijgen. Scholen met een uitdagende leerlingenpopulatie hebben vaker moeite om vacatures te vullen en hebben een hoger verloop. De arbeidsmarkttoelage maakt het aantrekkelijker om op deze scholen te werken en heeft als doel scholen te helpen goed personeel te vinden en te behouden. De toelage is gemiddeld 8% van het loon. Het geld voor deze toelage komt uit het NPO.
1.5.
Onderwijsresultaten
Slagingspercentages De slagingspercentages worden beschreven in onderstaande tabel. Over het algemeen zijn we tevreden met de slagingspercentages in 2021. Het totaalgemiddelde van de percentages stijgt van 89,4% in 2019 naar 90,2% in 2021. De slagingspercentages in vmbo(g)t vertonen een stijgende lijn van 2018 naar 2019 en 2021.3 In 2021 vallen de slagingspercentages van havo op doordat ze dalen. In 2021-2022 zal op basis van nadere analyse bekeken worden welke interventies gewenst zijn. Afdeling
2018
2019
20204
2021
Aantal kandidaten 2021
Leerlingen examen behaald 2021
Leerlingen Cum Laude 2021
vmbo-b
97,7%
95,0%
94,2%
96,6%
89
86
3
vmbo-k
98,4%
90,1%
97,8%
96,4%
137
132
3
vmbo-(g)-t
94,3%
92,7%
99,6%
96,9%
489
474
0
havo
85,5%
81,9%
97,7%
80,2%
602
483
3
Vwo
91,6%
92,7%
98,8%
92,3%
625
577
42
totaal
91,5%
89,4%
98,4%
90,2%
1942
1752
51
3 2021 wordt vergeleken met 2019, omdat er in het examenjaar 2019-2020 geen centrale examens
zijn geweest. 4 In het examenjaar 2019-2020 zijn de schoolexamens de basis voor het diploma. Er zijn dit jaar geen
centrale examens geweest vanwege de coronacrisis. In plaats van herkansingen zijn er resultaatverbeteringstoetsen geweest.
Tweede voortgangsrapportage 2021
7
Resultaten eindtoets De scores op de verschillende eindtoetsen worden beschreven in onderstaande tabel. Zoals verwacht kon worden op grond van de lockdown van enkele weken en de veelvuldige lesuitval als gevolg van besmettingen en quarantaine, hebben onze leerlingen dit jaar gemiddeld een lagere eindtoetsscore behaald dan in voorgaande jaren. Desondanks lijken de gevolgen beperkt. We zien een lichte stijging ten opzichte van 2019 in het percentage leerlingen dat het streefniveau voor rekenen en lezen heeft behaald, terwijl het percentage leerlingen dat het fundamentele niveau behaalt juist licht is gedaald. Gemiddelde score van BOOR (s)bao-scholen op de Eindtoets (inclusief leerlingen met ontheffing)5
Jaar
IEP
Centrale
AMN
Route 8
Eindtoets 2021
77,4
533,4
355,7
143,3
2020
-
-
-
-
2019
78,2
534,2
376,0
-
2018
79,4
533,9
-
-
2017
77,0
533,5
-
-
1.6.
Veiligheid
Op het gebied van veiligheid zoeken vo-scholen actief de samenwerking op met gemeente en andere maatschappelijke partners. Zo werken scholen samen met Jongeren op Zuid (JOZ). Jongerenwerkers van deze organisatie onderhouden contacten met leerlingen, ondersteunen ze bij vraagstukken en signaleren mogelijke problemen. Ook wordt er nauw samengewerkt met de wijkteams. Vanuit een van onze scholen loopt een pilot met de gemeente waarbij met één aanspreekpunt wordt gewerkt. Hierdoor hoeft de school niet om tafel met meerdere wijkteams. Ook wordt vanuit de scholen actief kennisgemaakt met de politie. Op deze wijze krijgt de politie een beeld van de school en de populatie. Doordat de organisaties elkaar kennen, kan er in geval van problemen sneller en beter samengewerkt worden. In december staat er een gesprek gepland met de burgemeester over veiligheid in het vo en mbo. BOOR participeert in deze gesprekken en wil hier ook aandacht vragen voor veiligheid op basisscholen.
5
De eindtoets basisonderwijs meet voor lezen/taalverzorging en voor rekenen in welke mate de
referentieniveau’s worden behaald. In onderstaande tabel zijn de resultaten van alle leerlingen meegeteld, ook van leerlingen die uitgesloten mogen worden van deelname aan de eindtoets. Dit betreft de volgende groepen leerlingen: (1) zeer moeilijk lerende kinderen (zml), (2) meervoudig gehandicapte leerlingen voor wie zml één van de handicaps is, (3) leerlingen die 4 jaar of korter in Nederland zijn en daardoor de taal onvoldoende beheersen.
Tweede voortgangsrapportage 2021
8
Het binnenklimaat op scholen heeft door corona extra aandacht gekregen de afgelopen periode. Het BOOR bestuur informeert de subcommissie BOOR / raad schriftelijk over de huidige stand van zaken wat betreft de financiering van klimaatinstallaties in schoolgebouwen (SUVIS-subsidie). Klachten Ten aanzien van klachten zien we over het eerste half jaar vier trends: o Ongeveer een kwart van de klachten gaat over passend onderwijs in de verschillende sectoren. o Het overgrote deel van de klachten gaat over ruis in de communicatie. Meestal als de verbinding weer wordt gelegd (eventueel met hulp van de klachtenfunctionaris, de externe vertrouwenspersoon of HR) komen de scholen en ouders veelal zelfstandig tot een oplossing van de klacht. o Corona heeft gezorgd voor een grotere afstand tussen scholen en ouders. Mogelijk beïnvloedt dit ook de communicatie op negatieve wijze. Dit lijkt te hebben geresulteerd in een toename van het aantal klachten. Aan het einde van dit kalenderjaar valt mogelijk met meer zekerheid over deze voorzichtig gesignaleerde trend iets te zeggen. o Over online lessen zijn nauwelijks meldingen ontvangen door de klachtenfunctionaris. Tot slot zijn er nog drie ontwikkelingen waar we graag kort melding van maken. 1. We maken een hand-out voor de scholen over klachten.
De hand-out geeft antwoord op vragen als: wat is een klacht en wat is bezwaar, welke commissies zijn er, etc. De handout helpt scholen om adequater met vragen en klachten om te kunnen gaan. 2. Er wordt momenteel onderzoek gedaan naar de routing van incidentmeldingen binnen BOOR. Hoe verloopt dit proces en wie is wanneer betrokken? Met dit onderzoek in de hand kunnen we ons proces vervolgens tegen het licht houden. 3. Op dit moment vindt er een aanbesteding plaats voor nieuwe vertrouwenspersonen voor BOOR.
1.7.
Samenstelling bestuur
De gemeenteraad van Rotterdam heeft op 8 juli 2021 Renata Voss herbenoemd als lid van het college van bestuur van stichting BOOR voor een periode van vier jaar, van 1 augustus 2021 tot 1 augustus 2025. Op 1 mei 2022 gaat de huidige voorzitter van het college van bestuur, Huub van Blijswijk, met pensioen. Om continuïteit voor BOOR te waarborgen en tijdig te voorzien in zijn opvolging, is direct na de zomervakantie een wervingsprocedure opgestart.
Tweede voortgangsrapportage 2021
9
2.
Voortgang beleidsambities Overzicht voortgang beleidsambities jaarplan 2021
2.1.
In onderstaande tabel staan alle 21 doelen uit ons jaarplan 2021. Is de voortgang groen gemarkeerd, dan ligt de uitvoering van het doel op schema. Blauwe doelen worden wegens een bijzonderheid in de voortgang in de volgende paragraaf uitgelicht. De reden voor uitlichten is toegelicht in de tekst. #
Sector Doelen
1
BOOR
Voortgang
We versterken de sturing en samenhang op schoolniveau, sectorniveau en bestuursniveau. Dit doen we door betrouwbare data op belangrijke ontwikkelingen – zoals het lerarentekort - beschikbaar te maken zodat er zicht is op schoolniveau, sectorniveau en bestuursniveau.
2
BOOR
Om een aantrekkelijke werkgever te zijn en te blijven, werken we een cultuurtraject uit voor de hele organisatie, waarbij vakmanschap en goed leiderschap centraal staan.
3
BOOR
We werken als sectoren aan beter en meer samenwerken en samen leren. Dit doen we door te werken aan a) een optimale schoolloopbaan voor elke leerling; b) de doorontwikkeling van passend onderwijs en c) het solidariteitsprincipe.
4
(V)SO
Binnen de gestandaardiseerde leerroutes werken wij toe naar het hoogst haalbare uitstroomniveau voor elke leerling. Dat doen we door a) de doelen voor de leerroutes te harmoniseren in een PLG en b) deze op te nemen in het leerlingvolgsysteem.
5
(V)SO
We realiseren de meest passende match tussen ondersteuningsbehoeften van leerlingen op het gebied van onderwijszorg en aanbod, door een centraal intake/aanmeldloket te organiseren waarbij een uniform instroomproces en indicatoren voor plaatsing zijn ontwikkeld. Dit starten we in 2021 op door middel van een pilot. (Dit doel is meerjarig, t/m 2022).
6
(V)SO
Medewerkers in de sector werken aan persoonlijke effectiviteit en ervaren duidelijk werkgeverschap
7
(V)SO
Elke school heeft een pedagogisch klimaat waarin kwalitatief goed en doelgericht burgerschapsonderwijs een plaats heeft
8
(V)SO
We zetten stappen in het oplossen van het ‘onderwijs-zorgvraagstuk’ door (a) het inrichten van een multidisciplinair overleg en (b) het ontwerpen van een plan tot herinrichting van de onderwijsvoorwaardelijke zorg aan onze leerlingen.
9
VO
We verbeteren het zicht op de onderwijskwaliteit door een verbreding en verdieping van de sturingsinformatie, waarmee de samenhang tussen scholen en het bestuur in 2021 aantoonbaar wordt versterkt.6
6
Dit doel is uitgewerkt in zeven subdoelen op gebied van kwaliteitsbeleid, zie jaarplan 2021.
Tweede voortgangsrapportage 2021
10
10 VO
We investeren in het voeren van dialoog in de scholen.
11 VO
We onderzoeken deelname aan het programma CmK3 voor (een deel van) onze scholen.
12 VO
We maken een plan voor de verdere ontwikkeling van leerlingparticipatie.
13 VO
Door middel van verschillende acties versterken we de onderlinge samenwerking en de samenwerking met andere sectoren.
14 (S)BAO We werken op basis van een kwaliteitsborgingssysteem (opbrengstgesprekken, summatieve audit) en gebruiken het 4d-model om tot doelen en acties te komen op school- en sectorniveau. 15 (S)BAO Door middel van Anders Organiseren werken alle scholen met vacatures aan het terugdringen van het aantal vacatures en aan nieuwe manieren om het onderwijs in te richten. 16 (S)BAO We hanteren voor leerkrachten en schoolleiders samenhangend opleidingsbeleid dat rekening houdt met verschillende loopbaanpaden. We behouden personeel door in hen te investeren. Leerkrachtvaardigheden monitoren we sectorbreed met Mijnschoolteam. 17 (S)BAO We houden de wijze waarop we onze achterstandsmiddelen inzetten tegen het licht en wisselen actief kennis en informatie uit over de wijze waarop deze effectief en 'evidence informed’ kunnen worden ingezet. We werken vanuit een visie en een kwaliteitskader aan de verbetering van het onderwijs aan het Jonge Kind. 18 (S)BAO We versterken de kennisuitwisseling door middel van het continueren van bestaande Professionele leergemeenschappen (PLG’s) en richten nieuwe in op thema’s als digitale geletterdheid. BOOR werkt middels de onderzoeksagenda, nauw samen met universiteiten, hogescholen en andere instanties. 19 (S)BAO We stimuleren digitalisering - en innovatie in de breedte - door vernieuwingen te faciliteren.
20 (S)BAO We stimuleren de brede ontwikkeling van leerlingen door het aanbieden van projectlessen en het integreren van vakgebieden. 21 (S)BAO De samenwerking wordt versterkt door in te zetten op samenwerking met het speciaal onderwijs (passend onderwijs) en de overgang van het SBAO naar het vo (overgang po-vo). Daarnaast heeft de samenwerking met ouders in diverse gremia onze onverminderde aandacht.
Tweede voortgangsrapportage 2021
11
2.2. 3
Uitgelicht BOOR
We werken als sectoren aan beter en meer samenwerken en samen leren. Dit doen we door te werken aan a) een optimale schoolloopbaan voor elke leerling; b) de doorontwikkeling van passend onderwijs en c) het solidariteitsprincipe.
We lichten dit doel uit omdat we blij zijn te zien dat de samenwerking binnen de sectoren en tussen de sectoren groeit. We zijn met name tevreden over de voortgang op de onderdelen a en c. Bij onderdeel b hebben we door corona niet alles kunnen doen wat we van plan waren, desondanks worden er goede stappen gezet. a. De afgelopen periode is de samenwerking binnen de managementgroep geïntensiveerd. Bestuur, sectoren en MT BOOR Services werken gezamenlijk aan de nieuwe Koers (2022-2025) en de uitwerking van de beloftes uit de nieuwe Koers in de sectorjaarplannen. Er is nadrukkelijk aandacht voor de verbinding tussen de sectoren. Met het project overgang po-vo (a) wordt langs drie sporen in samenhang gewerkt aan de kwetsbare overgang van po naar vo. Bijzondere aandacht gaat hierbij uit naar het schooladvies. Samen met de Universiteit Maastricht wordt hier onderzoek naar gedaan. Scholen uit de verschillende sectoren zijn hierbij betrokken. Op deze wijze worden nieuwe stappen gezet op een thema dat al langere tijd lastig van de grond kwam. b. Afgelopen schooljaar is vanwege corona aandacht besteed aan het ontwerpen en uitvoeren/uitproberen van een online training in het kader van Passend BOOR (b). Deze training is puur theoretisch. De kracht van het project is de koppeling van de theorie aan de praktijk en dat de deelnemers dit aan den lijve ervaren.
Een stage was vorig schooljaar door de tweede lockdown niet mogelijk, waardoor er nog geen nog geen feitelijke training heeft plaatsgevonden. Er is meer zicht op de thuiszitters en registratie hiervan bij BOOR; er is hierover maandelijks overleg met PPO (ook is hierover overleg met Leerplicht) om zicht te hebben op en om snel te kunnen schakelen en zodoende een kind zo snel mogelijk op een passende plek te krijgen. Scholen worden ondersteund bij casuïstiek; op basis van een aantal veel voorkomende vraagstukken wordt nu, samen met het juridisch team een masterclass en verschillende stappenplannen ontwikkeld die de scholen ondersteunen. c. In het afgelopen voorjaar is met de komst van een nieuwe lid college van bestuur het gesprek opgestart over een gedeelde visie op bedrijfsvoering binnen BOOR. Momenteel wordt er in dat kader gewerkt aan de ontwikkeling van een ‘foto’ van de huidige inrichting van de bedrijfsvoering in zijn totaliteit: bij BOOR Services, maar ook op de scholen. Op basis van de gedeelde visie en ondersteund door de gegevens willen we de bedrijfsvoering in de drie sectoren en bij BOOR Services meer met
Tweede voortgangsrapportage 2021
12
elkaar gaan verbinden en samen verder gaan ‘uitblinken in uitvoering’. Dat betekent dat we een bedrijfsvoering creëren die het onderwijsproces optimaal ontzorgt, toekomstbestendig en wendbaar is. Een proces waar we de komende jaren met elkaar aan werken op basis van het principe van onderlinge solidariteit (c). 8
(V)SO
We zetten stappen in het oplossen van het ‘onderwijs-zorgvraagstuk’ door (a) het inrichten van een multidisciplinair overleg en (b) het ontwerpen van een plan tot herinrichting van de onderwijsvoorwaardelijke zorg aan onze leerlingen.
Dit doel lichten we uit omdat voor het (voortgezet) speciaal onderwijs het ‘onderwijszorgvraagstuk’ de grootste uitdaging is de komende periode. Het is een complex vraagstuk dat bestaat uit veel verschillende onderliggende problemen. We willen onze stakeholders daarvan op de hoogte te stellen. Het gaat om een landelijk vraagstuk waarbij in de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en zorgpartners problemen worden ervaren door verschillende stelsels en regio-indelingen en een gebrek aan regie. Ook is er discussie wat onder onderwijs valt en onder zorg en zijn er verschillende toezichthouders op locaties waar zowel zorg als onderwijs wordt geboden. Voor de zomervakantie zijn we gestart met gesprekken tussen vertegenwoordigers van BOOR, de gemeente en verschillende zorgaanbieders om een gezamenlijk beeld over de problematiek te verkrijgen en naar oplossingen toe te werken. De gesprekken worden de komende maanden voortgezet. Hierbij wordt ook gekeken welke andere partners we nodig hebben om doorbraken te forceren. De achterliggende maanden hebben we ook stappen gezet in het vraagstuk over de inzet van paramedici en verpleegkundigen op onze scholen. Het gaat om hierbij om medewerkers die verschillende taken uitvoeren, vaak voor verschillende werkgevers.
We zijn verder in gesprek gegaan met alle betrokkenen om toe te werken naar een oplossingsrichting op korte en middellange termijn. Content zijn we met het feit dat we, na een eerdere afwijzing, zijn benaderd om deel te nemen aan de pilots ‘Zorg in Onderwijstijd’, die in opdracht van de ministeries van VWS en OCW zijn opgezet. Met de pilots wordt onderzocht hoe collectieve financiering van zorg in onderwijstijd in de praktijk kan worden vormgegeven en uitwerkt. Vanuit BOOR zullen Recon openluchtschool en De Piloot deelnemen. Ook nemen we deel aan verschillende leerrechtpilots waarbij we werken aan een integrale aanpak en aanbod tussen onderwijs en zorg om vraaggericht onderwijs aan leerlingen te kunnen verzorgen. Ons plan voor de herinrichting van het onderwijs (‘Noord-Zuid-Plan’) is besproken in het college van bestuur en wordt nu verder verkend. De ambitie van het plan is dat de onderwijsbehoefte leidend wordt voor plaatsing in plaats van de zorgbehoefte, met als uitgangspunt 'zorg volgt de leerling'.
Tweede voortgangsrapportage 2021
13
11 VO
We onderzoeken deelname aan het programma CmK3 voor (een deel van) onze scholen.
12 VO
We maken een plan voor de verdere ontwikkeling van leerlingparticipatie.
In de eerste voortgangsrapportage van 2021 lichtten we deze doelen reeds uit om dat we voorzagen dat herprioritering nodig was. Door de aanhoudende druk en focus op andere onderwerpen (met name door corona), is op deze twee doelen geen inspanning gepleegd. Deelname aan het programma Cultuureducatie met Kwaliteit is daarom momenteel niet haalbaar. Bovenstaande doelen verwachten we daarom dit kalenderjaar niet meer te behalen. Verdere ontwikkeling van leerlingparticipatie blijft wel een belangrijk onderwerp in de sector, maar krijgt aandacht op schoolniveau waar mooie initiatieven bestaan. Enkele voorbeelden daarvan zijn:
Maatschappelijke stages in bijvoorbeeld Roemenië en Bosnië om huizen te bouwen en te renoveren;
Het vak maatschappijleer in mavo, havo en vwo waarbij onder andere politieke besluitvorming, rechtsstaat en pluriforme samenleving belangrijke thema’s zijn;
Leerlingen bezoeken met ProDemos Den Haag;
Debatteren bij Nederlands en andere vakken;
Nabootsen van de VN via Model United Nations;
Klassenvertegenwoordigers, leerlingenraden en leerlingengeledingen in de MR.
15 (S)BAO Door middel van Anders Organiseren werken alle scholen met vacatures aan het terugdringen van het aantal vacatures en aan nieuwe manieren om het onderwijs in te richten.
Doel 15 wordt uitgelicht, omdat dit doel een maatschappelijk relevant probleem betreft waarover we onze stakeholders willen informeren. Ondanks de taaiheid van het dossier, zijn we bovendien trots op de inspanningen die worden gepleegd, met succes tot gevolg. We kunnen het lerarentekort niet oplossen, maar we doen wel ons uiterste best om het terug te dringen waar mogelijk en de invloed van het tekort op het onderwijsproces te beperken. Vraagstukken rondom het lerarentekort worden opgepakt binnen de Stuurgroep Anders Organiseren. Het vertrekpunt is positief: hoe kun je op andere manieren kwalitatief goed onderwijs organiseren. Dit levert meer op dan alleen focussen op tekorten. De maatregelingen uit het Rotterdams plan Slim Organiseren worden ingezet om het lerarentekort te bestrijden. Hierbij ligt de focus van de leraar op taal en rekenen, waarbij de leraar onderdeel uitmaakt van een team waaromheen 'anders opgeleide’ medewerkers werkzaam zijn, zoals onderwijsassistenten, leraar ondersteuners en vakkrachten. Er zijn momenteel verschillende ‘soorten’ zij-instromers. Er zijn 69 actieve zijinstroomtrajecten en inmiddels zijn 20 zij-instromers afgestudeerd en werkzaam bij BOOR. Ook zijn er 44 LIO-ers bij BOOR actief. We hebben 40 collega’s in een opstroom traject zitten. Dit
Tweede voortgangsrapportage 2021
14
betekent dat in totaal 150 collega’s werken en leren combineren om zich tot een gekwalificeerde leraar te ontwikkelen. Deze collega’s werken op alle scholen waar anders organiseren actief wordt vormgegeven. De getallen getuigen ervan dat op alle scholen het onderwijs met het anders organiseren wordt georganiseerd en bovenstaande doelgroepen actief inzetbaar zijn op de onze scholen. Naast het ontwikkelen van zij-instromers in kwaliteit en aantallen stijgt ook de behoefte voor de begeleiding van deze doelgroepen. Speciaal aangetrokken coaches begeleiden de doelgroep die werken en leren combineert. Ook is de begeleiding van de startende leerkrachten uitgebreid. Het begeleidingstraject werpt zijn vruchten af: de uitstroom van starters is fors verminderd. Er is een leiderschapstraject opgezet voor schooldirecteuren. In groepen van maximaal tien deelnemers wordt er de komende maanden gewerkt aan de ontwikkeling van wendbaar leiderschap in de organisatie. Het ontwikkeltraject heeft een directe verbinding met de praktijk door de groepen te laten werken aan actuele thema’s zoals het lerarentekort en anders organiseren. Op dit moment loopt er ook een inventarisatie van loopbaanwensen. De inventarisatie wordt gekoppeld aan kwaliteits- en capaciteitsvraagstukken binnen anders organiseren.
Te denken valt aan extra inzet op begeleiding van zijinstromers en startende leraren of extra inzet op bovenschoolse expertgebieden. We verwachten dat dit effect heeft op het binden van medewerkers, omdat zij zich kunnen inzetten op vraagstukken waar hun interesse en talent ligt. 17 (S)BAO We houden de wijze waarop we onze achterstandsmiddelen inzetten tegen het licht en wisselen actief kennis en informatie uit over de wijze waarop deze effectief en 'evidence informed’ kunnen worden ingezet. We werken vanuit een visie en een kwaliteitskader aan de verbetering van het onderwijs aan het Jonge Kind.
We lichten doel 17 met name uit, omdat de achterstandsmiddelen door het NPO in een nieuw licht zijn komen te staan. We willen kort schetsen hoe de scholen de NPO-middelen op gedegen wijze inzetten. Er is een analyse gedaan op basis van de M-toetsen in 2020 en 2021 om vast te stellen welke leervertragingen leerlingen hebben opgelopen als gevolg van de lockdowns en afwezigheid en uitval als gevolg van ziekte en quarantaine. Deze analyse hebben de scholen gebruikt als basis voor hun plan van aanpak voor het wegwerken van leerachterstanden, die zijn opgenomen in de schooljaarplannen 2021/2022. De uitvoering van deze plannen van aanpak wordt gemonitord in het kader van de NPO-subsidie. Voor het project Jonge Kind is een inventarisatie in de kleutergroepen uitgevoerd om beter inzicht te krijgen in de wijze waarop de achterstandsmiddelen worden ingezet. Hieruit blijkt dat de middelen voornamelijk worden benut voor klassenverkleining en de inzet van onderwijsassistenten. De meeste scholen voeren deze klassenverkleining uit door een maximum van 25 kleuters in een klas aan te houden. De inzet van onderwijsassistenten en
Tweede voortgangsrapportage 2021
15
klassenverkleining heeft op deze scholen het effect dat er meer aandacht is voor de kinderen en er meer specifieke instructie gegeven kan worden. De inventarisatie voor de groepen 3 tot en met 8 wordt in de tweede helft van dit kalenderjaar uitgevoerd. Daarover wordt in het jaarverslag gerapporteerd.
Tweede voortgangsrapportage 2021
16
3.
Financiën 2021 Het financiële beeld over 2021 is als volgt:
Omschrijving
Begroting tm augustus
Realisatie januari augustus
Jaarbegroting
2e Forecast
Baten Rijksbijdragen Ministerie van OCW Overige overheidsbijdragen Overige baten Totaal baten
178.135 9.337 6.973 194.445
187.046 11.466 7.901 206.413
267.203 14.005 10.459 291.667
297.380 18.929 12.623 328.931
Lasten Personele lasten Huisvestingslasten Afschrijvingen Overige materiële lasten Totaal lasten
158.105 13.310 3.996 18.368 193.779
164.226 13.718 4.134 15.442 197.519
237.157 19.965 5.994 27.552 290.668
263.181 21.523 6.444 31.034 322.182
Resultaat uit gewone bedrijfsvoering
666
8.894
999
6.749
Financiële baten en lasten
-320
-337
-480
-481
Resultaat
346
8.558
519
6.268
Dotatie bestemmingsreserve Vrijval bestemmingsreserve
0 317
0 428
475
0 642
Resultaat na bestemmingsreserve
663
8.986
994
6.910
3.1.
Algemeen
De forecast 2021 is tot stand gekomen door het samenvoegen van de individuele verwachtingen van de scholen en ABB (Bestuur en BOOR Services). De schoolleiding heeft bij het maken van de forecast rekening gehouden met onder meer de volgende ontwikkelingen, zoals ze op dat moment bekend waren:
Werkelijke leerlingaantallen in het lopende schooljaar;
Aangepaste rijksbijdragen, inclusief Nationaal Programma Onderwijs (NPO), Arbeidsmarkttoelage NPO, Inhaal- en ondersteuningsprogramma (IOP), Slim Organiseren (SO) en Extra hulp in de klas (EHK);
Toekenning ROB 2020-2021 en aanvraag ROB 2021-2022;
Ontwikkeling van de personele bezetting, hierin is ook de extra inzet voor de uitvoering van NPO, IOP, SO en EHK in opgenomen. De salariskosten die bekostigd worden uit de arbeidsmarkttoelage NPO zijn opgenomen in de personele lasten.
Onderhoudsuitgaven, leermiddelen en ICT uitgaven inclusief de extra uitgaven voor de uitvoering van de extra ondersteuningsmiddelen.
Tweede voortgangsrapportage 2021
17
3.2.
Toelichting op het resultaat
De 2e forecast 2021 laat een positief resultaat zien van € 6,3 miljoen (voor vrijval bestemmingreserve). In de 2e forecast zijn de additionele inkomsten en de daarbij behorende uitgaven verwerkt, waardoor zowel de totale baten als de totale lasten aanzienlijk hoger zijn dan in de begroting. De belangrijkste redenen van het hogere resultaat zijn: - De Rijksbijdragen en de overige overheidsbijdragen in de 2e forecast zijn totaal € 34 miljoen hoger dan in de begroting was opgenomen. In onderstaande tabel is de uitsplitsing tussen de reguliere en de additionele inkomsten opgenomen. In de reguliere Rijksbijdrage is de tariefstijging van OCW opgenomen (€ 3,8 miljoen).
Rijksbijdragen Ministerie van OCW Reguliere Rijksbijdragen Nationaal Programma Onderwijs (NPO) Arbeidsmarkttoelage NPO Inhaal- en ondersteuningsprogramma Slim organiseren/Extra hulp voor de klas Totaal Rijksbijdragen Reguliere overige overheidsbijdragen Slim organiseren/Extra hulp voor de klas Totaal overige overheidsbijdragen
-
-
-
Begroting 2e Forecast 2021 2021 267.203 271.468 13.995 3.194 6.123 2.600 267.203 297.380 14.005 14.005
15.439 3.490 18.929
De personele lasten zijn € 26 miljoen hoger dan begroot. Dit betreft de inzet voor de uitvoering van activiteiten voor de in de tabel genoemde extra inkomsten. Dit betreft voor € 10,8 miljoen externe inhuur. Een deel van de invulling van de subsidies IOP en Slim Organiseren wordt gedaan door reguliere formatie waardoor de loonkosten minder hard stijgen dan de inkomsten. Als gevolg van het lerarentekort zijn een deel van de vacatures niet vervuld en is het gereserveerde vervangingsbudget niet ingezet. De huisvestingslasten zijn € 1,5 miljoen hoger als gevolg van hogere schoonmaakkosten (€ 0,7 miljoen), onderhoudskosten (€ 0,3 miljoen) en energielasten (€ 0,5 miljoen). De afschrijvingskosten zijn € 0,6 miljoen hoger door extra investeringen in ICT voor de ondersteuning in het onderwijs bij het verkleinen van de onderwijsachterstanden. De overige materiele lasten zijn € 3,5 miljoen hoger. Voor € 1,2 miljoen betreft dit het penvoerderschap voor Opleidingsschool Rotterdam (OSR). Deze is ook opgenomen in de baten. Daarnaast zijn onder deze post de hogere licentiekosten en leermiddelen (€ 1,2 miljoen) . De kosten voor leerling activiteiten (€ 0,4 miljoen) en extra kosten voor zorg en ondersteuning (€ 0,5 miljoen) worden voor een groot deel bekostigd vanuit de additionele inkomsten.
Tweede voortgangsrapportage 2021
18
Vanuit de gevormde bestemmingsreserve eind 2019 (convenant 2019 vo) was eind 2020 nog een bedrag beschikbaar van € 1,3 miljoen. In de 2e forecast 2021 is hiervan € 642K ingezet. Dat betekent dat de sector vo nog € 710K beschikbaar heeft om in te zetten in komende jaren. Het resultaat na bestemmingsreserve is € 6,9 miljoen.
3.3.
Baten
De baten in de forecast zijn per saldo € 37,1 miljoen hoger dan begroot en laten zich als volgt weergeven:
De extra ontvangen Rijksbijdragen zijn toegelicht in de voorgaande paragraaf;
De overige overheidsbijdragen zijn hoger in de forecast door meer inkomsten ROB. De subsidie Slim Organiseren en OSR penvoerderschap waren beide nog niet opgenomen in de begroting.
De sector (v)so en vo hebben de subsidie inkomsten ESF van voorgaande jaren opgenomen in de forecast.
De overige baten is een verzameling van incidentele en bijzondere inkomsten. De lagere ouderbijdrage in het vo zijn het gevolg van minder leerlingactiviteiten door corona.
3.4.
Lasten
De lasten in de forecast zijn per saldo € 31,5 miljoen hoger dan in de begroting.
De grootste stijging zit bij de personele lasten, veroorzaakt door een toename van het aantal fte’s in dienst, circa 110 fte, voor de uitvoering van de activiteiten NPO, Slim Organiseren en Inhaal- en ondersteuningsprogramma (IOP). Ook is er een stijging te zien in de pensioenlasten. Ook de kosten voor externe inhuur zijn € 10,7 miljoen hoger dan in de begroting was opgenomen. Dit betreft kosten voor ziektevervanging, tijdelijke invulling van vacatures, uitvoering van activiteiten vanuit de subsidie inkomsten (NPO, IOP, Slim Organiseren, Extra hulp in de klas) en inzet van interim-management.
De overige personele lasten in de sector (s)bao zijn hoger. Vanuit de inkomsten NPO gaan de scholen meer uitgeven aan nascholing. De bijdrage aan in de interne groeiregeling is groter vanwege lagere leerlingaantallen.
De huisvestingskosten zijn hoger als gevolg van de coronamaatregelen (extra schoonmaakwerkzaamheden en hogere energielasten) en hogere onderhoudskosten.
De overige materiele lasten zijn hoger in de sectoren (s)bao en (v)so. Dit betreft wederom de uitgaven voor de activiteiten NPO en IOP (leerling activiteiten, zorg voor leerlingen, leermiddelen, ICT uitgaven etc.). Bij het vo zijn de overige materiele lasten lager, dit is een verzameling van diverse posten die lager uit lijken te vallen. Ook bij ABB zijn deze lager, dit betreft vooral een verschuiving naar de kosten externe inhuur.
Tweede voortgangsrapportage 2021
19
De lasten voor de uitvoering van het penvoerderschap OSR was in de begroting nog niet verwerkt. De doorbetaling van de bekostiging aan Albeda college is hoger geworden doordat meer leerlingen daar de opleiding volgen.
Bovenstaande levert een resultaat op van € 6,3 miljoen positief (ten opzichte van € 0,5 miljoen begroot).
3.5.
Ontwikkeling leerlingaantallen
teldatum
Sector (speciaal) basisonderwijs Sector (voortgezet) speciaal onderwijs Totaal primair onderwijs Sector voortgezet onderwijs Totaal
2021
2021
2022
1-10-2020 b egroting
realisatie
1-10-2021 forecast
17.223 2.182 19.405 10.888 30.293
17.023 2.134 19.157 10.910 30.067
16.773 2.283 19.056 10.925 29.981
In bovenstaande tabel is de ontwikkeling van het leerlingaantal per sector opgenomen. Te zien zijn de begrote aantallen per 1-10-2020 en 1-10-2021 en de gerealiseerde aantallen 110-2020. De gerealiseerde aantallen in het (s)bao per 1-10-2020 zijn lager dan in de begroting was opgenomen. Het leerlingaantal in de sector (s)bao daalt per 1 oktober 2021, enerzijds door het sluiten van twee scholen en anderzijds door het saldo van dalende en stijgende leerlingenaantallen op de scholen. Het (v)so prognosticeert een flinke eenmalige groei van het aantal leerlingen per 1 oktober 2021, o.a. door toename van het aantal leerrecht leerlingen en groei op meerdere (v)soscholen. Het vo verwacht per 1 oktober 2021 een kleine stijging, dit is een combinatie van scholen met meer leerlingen en minder leerlingen.
3.6.
Financiële gevolgen corona
In de prognose 2021 zijn de financiële consequenties van de corona-pandemie opgenomen. Ten eerste de extra inkomsten (Nationaal Programma Onderwijs, Inhaal- en Ondersteuningsprogramma's en Extra hulp in de klas) en bijbehorende lasten daarvan. Ook zien we hogere kosten voor schoonmaak, energie en extra uitgaven voor leermiddelen en ICT. Ook is de druk op het personeel als gevolg van alle gebeurtenissen rondom corona hoog, waardoor er een mogelijk risico is op verhoogd ziekteverzuim. Het verzuimpercentage van de afgelopen 12 maanden vertoont deze stijging vooralsnog niet, we zien een stabiel verzuimpercentage van net onder de 6%.
Tweede voortgangsrapportage 2021
20
3.7.
Realisatie januari t/m augustus
De realisatiecijfers over de periode januari tot en met augustus 2021 laten een exploitatieresultaat zien van € 8,5 miljoen positief saldo. Per sector ziet het beeld er als volgt uit:
Bedragen x € 1.000
Begroting tm augustus
Sector (s)bao Sector (v)so Sector vo ABB Totaal
515 119 -289 0 346
Realisatie januari augustus 5.423 2.754 717 -336 8.558
2e Forecast 4.065 1.640 1.318 -755 6.268
Het resultaat tot en met augustus kan niet een op een worden doorgetrokken naar de jaarprognose. In de maand augustus zijn de inkomsten NPO al verwerkt (€ 1,8 miljoen). De activiteiten die hiervan bekostigd worden, waren nog in voorbereiding. De verwachting is dat de kosten in de laatste maanden van 2021 nog op zullen lopen. Voorbeelden hiervan energielasten, onderhoudskosten aan de gebouwen, extra leerling activiteiten en nascholing. Het negatieve resultaat ABB wordt verklaard door de extra inzet bij HR en ICT voor met name ondersteuning bij de inhaal- en ondersteuningsprogramma’s voor de sectoren.
Tweede voortgangsrapportage 2021
21
4.
Inventarisatie risico’s en onzekerheden Alle gebeurtenissen die BOOR kunnen hinderen om de strategische doelstellingen te behalen worden als risico’s beschouwd. Om inzicht in en grip op de risico’s te houden, is risicomanagement geïmplementeerd binnen BOOR. Dit omvat niet alleen het tijdig signaleren en identificeren van potentiële dreigingen, maar vooral het met een bepaalde mate van zekerheid ervoor zorgen dat ze binnen aanvaardbare proporties blijven. Belangrijkste risico’s en onzekerheden De belangrijkste risico’s en onzekerheden zien wij op het terrein van Coronavertragingen, Personeel en Bedrijfsvoering. Deze thema’s hebben met elkaar gemeen dat ze een essentiële impact hebben op de kwaliteit van het onderwijs zoals wij dit op onze scholen willen bieden. Die onderwijskwaliteit is afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende en goed personeel en vraagt om een efficiënte wijze van uitvoering met ondersteuning van een goede bedrijfsvoering. Om die reden kijken we ook met zorg naar de onderlinge afhankelijkheid van de risico’s en eventuele beheersmaatregelen Coronavertragingen De coronapandemie heeft grote gevolgen voor het funderend onderwijs en in het bijzonder voor de leerlingen.
Ondanks dat scholen hard gewerkt hebben om via afstands- en hybride onderwijs voldoende aandacht te geven aan de ontwikkeling van leerlingen is in het afgelopen jaar bij veel leerlingen een vertraging op hun individuele leerlijn ontstaan ten opzichte van andere schooljaren. Om deze uitdagingen voor leerlingen en voor het onderwijs het hoofd te bieden is een omvangrijk meerjarenprogramma gestart: het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Dit plan zorgt voor herstel van de coronagerelateerde vertragingen in het onderwijs binnen 2,5 jaar, met aandacht voor de kwaliteit van het onderwijs en het welbevinden van leerlingen. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: o Iedere school heeft aan de hand van een probleem- en behoefteanalyse
o
o o
(‘schoolscan’) een schoolplan met maatregelen opgesteld voor de schooljaren 2021/2022 en 2022/2023. Per sector is in kaart gebracht welke interventies worden ingezet ten aanzien van deze achterstanden. De scholen pakken de uitvoering van het NPO gezamenlijk op binnen hun sector en leren op die manier van elkaar. Voor het (s)bao en (v)so worden hiervoor de structuren van Anders organiseren benut. Voor de uitvoering zijn zowel op landelijk- als op gemeentelijk niveau additionele middelen beschikbaar gesteld. In het jaarverslag rapporteren we over de aanpak en resultaten.
Tweede voortgangsrapportage 2021
22
Personeel Een belangrijke randvoorwaarde voor goed onderwijs is voldoende en vitaal personeel. De risico’s en onzekerheden op het gebied van Personeel ervaren we op verschillende vlakken. Enerzijds heeft dit risico betrekking op het aantrekken van voldoende en van voldoende kwalitatief goed personeel en anderzijds heeft het risico betrekking op het behouden en duurzaam inzetbaar houden van de bestaande medewerkers. In het Rotterdamse onderwijs zijn zowel in het basis- als voorgezet onderwijs grote lerarentekorten, onder andere door een relatief grote uitstroom van medewerkers die de pensioengerechtigde leeftijd bereiken en onvoldoende instroom vanuit de pabo’s en lerarenopleiding. De urgentie is groot. Er is zorg over de wijze waarop kennis en expertise in de scholen kan worden behouden. Door het Nationaal Programma Onderwijs (npo) zien we dat het tekort verder oploopt. Veel scholen gebruiken het tijdelijke npo-geld voor extra handen in de klas of hebben tijdelijke functies gecreëerd om leerlingen met achterstanden te begeleiden. De vraag naar leerkrachten is daardoor gegroeid en komt bovenop het tekort dat er al was. Daarnaast zien we bij scholen met een complexe leerlingpopulatie veel leerkrachten vertrekken naar scholen waar je voor hetzelfde salaris minder werkdruk hebt. De huidige en geraamde lerarentekorten op de langere termijn zijn zorgelijk.
Met name in de grote steden. Hierbij liggen de uitdagingen in het PO net anders dan in het VO. Dit heeft ook de landelijke aandacht. Inmiddels zijn additionele budgetten vrijgemaakt om een arbeidsmarkttoeslag te kunnen toekennen aan het personeel op scholen met een complexe leerlingpopulatie. Deze noodgreep is tijdelijk en is niet structureel geborgd. Daarnaast zijn middelen vrijgemaakt voor de grote steden om het onderwijs anders te organiseren. Dit verlicht de druk op de begroting en maakt de uitvoering van het slim anders organiseren van het onderwijs mogelijk. BOOR stelt alles in het werk om de risico’s met betrekking tot Personeel adequaat te managen. Desondanks blijft het restrisico dat overblijft voor BOOR hoog. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: o
o
Meer differentiatie in de taakverdeling in het basisonderwijs, waardoor de continuïteit en kwaliteit niet alleen afhankelijk is van bevoegde leerkrachten. Leerkrachten zijn nog steeds de spil van het onderwijs, maar kunnen zich doordat ze worden ondersteund door andere onderwijsprofessionals, richten op de kern van hun vak: het ontwikkelen en geven van onderwijs. Er ontstaat dan ook ruimte voor specialisaties en in combinatie met loopbaanpaden gekoppeld aan functiebeschrijvingen en salarisschalen biedt dit nieuwe loopbaanperspectieven (uitvoering Programma Anders Organiseren / noodplan Slim Organiseren po en so Rotterdam) Participatie in de Opleidingsschool Rotterdam (OSR), waarin goed begeleide opleidingsplaatsen in de aangesloten scholen wordt geboden aan ambitieuze, gemotiveerde eerste- en tweedegraads studenten en docenten. Door regionale samenwerking speelt de OSR een belangrijke rol bij de aanpak van problemen op de arbeidsmarkt in het onderwijs
Tweede voortgangsrapportage 2021
23
o
Participatie in het BOSS-traject, een samenwerkingverband tussen de Pabo, het Kenniscentrum Talentontwikkeling (KCTO) van Hogeschool Rotterdam (HR) en stichtingen (besturen) voor primair onderwijs, waardoor de instroom uit de PABO’s wordt vergroot
o
Uitvoering van Strategisch HR-beleid voor het binden, boeien en laten bloeien van medewerkers
o
Uitvoering leiderschapstrajecten interne en externe opleidingstrajecten om de medewerkers te ondersteunen bij het ontwikkelen van hun talenten en daarmee een aantrekkelijk werkgever te zijn. Uitvoering actief mobiliteitsbeleid.
o
Bedrijfsvoering Op het gebied van bedrijfsvoering zien wij als belangrijkste risico de ontoereikendheid van de bekostiging voor het funderend onderwijs. Onderzoeksbureau McKinsey berekende vorig jaar in opdracht van ocw dat de bekostiging voor het funderend onderwijs toereikend is voor niet meer dan het realiseren van de basiskwaliteit. Het is niet voldoende voor de hogere ambities die voor het onderwijs gelden. Om daaraan te kunnen voldoen zijn extra investeringen noodzakelijk. Voor de korte termijn zijn relatief forse budgetten beschikbaar gesteld in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs om door covid-19 opgelopen onderwijsachterstanden in te lopen en kansenongelijkheid te verkleinen. Deze middelen worden ook ingezet om een duurzaam verbetereffect te bewerkstelligen. Vraagt om professionele schoolteams en leiding om dit zelfstandig te kunnen uitvoeren. De laatste jaren is huisvesting een groter risico geworden. We zijn content met het relatief grote aantal nieuwbouw- en renovatieprojecten voor onze scholen. Tegelijkertijd hebben we zorg over de hoge kosten van onderhoud, het vervallen van de overgangsregeling groot onderhoud (2023), de alsmaar stijgende energiekosten en de toegenomen wensen en eisen rondom bijvoorbeeld luchtkwaliteit en duurzaamheid. De noodzakelijke financiële uitgaven die daarmee gepaard gaan zijn zeer hoog.
De beheersing van deze risico’s is cruciaal omdat ze ons in staat stellen om effectief en efficiënt te werken zodat voldoende tijd en middelen beschikbaar te maken om aan de ontwikkeling en levering van een goede kwaliteit onderwijs. Daarnaast zien wij risico’s op het gebied van IT (o.a. cybersecurity) en meer in z’n algemeenheid de wijze waarop de bedrijfsvoering is georganiseerd en functioneert en de manier waarop stuurinformatie wordt verzameld en ingezet voor het besturen van de organisatie. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: o
Actueel houden van strategische huisvestingsplannen en uitvoering daarvan.
o
Uitvoering van het meerjarig ICT programmaplan , dat erin voorziet dat in 2023 de voorzieningen, de vaardigheden van medewerkers en de ICT-dienstverlening het proces op de scholen toereikend ondersteunen.
Tweede voortgangsrapportage 2021
24