21bb13889 Bijlage 2 behorende bij 21bb13887 - Brief RRKC over het rapport van de kwartiermaker
Tekst van het document
Datum Betreft Kenmerk
21 oktober 2021 RRKC advies rapport 'Ook van jou!' - De nieuwe stadsmuseale functie van Rotterdam di0227
Gemeente Rotterdam College van Burgemeester & Wethouders Wethouder S. Kasmi Postbus 70012 3000 KP Rotterdam
Geachte heer Kasmi, beste Saïd, Na de besluitvorming over Museum Rotterdam in het kader van het Cultuurplan ging u aan de slag met een nieuwe stadsmuseale functie zoals door de RRKC geadviseerd (juni 2020). U onderscheidt daarbij drie fasen: een verkenningsfase, een onderzoeksfase en een concretiseringsfase. U gaf de opdracht voor een verkenning (verkenningsfase). Op basis van het rapport van de verkenner besloot het college een kwartiermaker en een stadscurator aan te trekken (onderzoeksfase). Aan hen gaf u de opdracht om vanaf mei scenario's die door de verkenner waren voorbereid uit te werken voor een nieuwe stadsmuseale functie in Rotterdam. Daarin zou een visie moeten worden gepresenteerd op de rol, functie, identiteit en positionering van de stadsmuseale functie, alsook de organisatie en voorstellen voor huisvesting (brief van het college van 13 april 2021). In dit briefadvies reflecteert de RRKC op het rapport van de kwartiermaker en wil de RRKC u bouwstenen aanreiken voor een effectieve uitwerking van de nieuwe stadsmuseale functie in de concretiseringsfase 2021-2024. In ons eerste briefadvies van 27 mei 2021 gaven wij u al een aantal aandachtspunten en suggesties mee. Daarin pleitte de RRKC voor een uitwerking van de stadsmuseale functie in een brede coalitie. Daarvoor zou een onafhankelijke partij moeten worden gevraagd, de kwartiermaker.
De RRKC stelde voor een kwartiermaker aan te stellen in de functie van stadscurator die een sterke regie krijgt en vertrekt vanuit een integrale samenhang in de Collectie Rotterdam. Verder vond de RRKC dat er voldoende tijd moet worden gereserveerd om te experimenteren met de stadsmuseale functie. U benoemde in juni een kwartiermaker én een stadscurator waarvan de laatste een andere rol kreeg dan de RRKC adviseerde namelijk die van programmamaker. De stadscurator kreeg de taak een plan van aanpak op te stellen voor het experimenteren met de stadsmuseale functie in de komende jaren. In uw reactie van 15 juni 2021 op ons briefadvies stelde u dat u het belangrijk vindt om met elkaar op een constructieve wijze verder te werken aan de stadsmuseale functie. Dit streven delen wij. U meldde dat u onze brief van 27 mei 2021 zou delen met de kwartiermaker en de stadscurator en hen zou vragen de RRKC te betrekken bij hun vervolgstappen. Dat is gebeurd op 6 juli en 25 augustus 2021. De RRKC ontving op 1 oktober 2021 het rapport van de kwartiermaker/stadscurator 'Ook van jou!'. U heeft de RRKC in uw adviesaanvraag van 4 oktober 2021 verzocht uiterlijk 21 oktober 2021 advies uit te brengen. De periode van drie weken is erg krap. Daarom focussen we in deze adviesbrief op onze belangrijkste bevindingen en de beantwoording van uw vragen.
Voor de uitwerking van dit briefadvies heeft de RRKC een ad hoc adviescommissie samengesteld. Deze bestaat uit: Aad Meijboom (voorzitter), Anne de Haij (directeur Stedelijk Museum Schiedam), Wim Hupperetz (bijzonder hoogleraar Musea, Erfgoedcollecties en Digital curatorschap aan de Universiteit van Amsterdam), Steven Thielemans (bedrijfsdirecteur Talentontwikkeling en Vrijetijdsbeleving van de Stad Antwerpen en lid van de RRKC) en Jacob van der Goot (voorzitter RRKC). Hieronder geven wij eerst onze algemene bevindingen over het rapport 'Ook van jou!'. Daarna gaan wij in op de strategie, de positie van en het draagvlak voor de stadsmuseale functie, voortaan afgekort als NSF, het kernteam en de legitimering door het gemeente bestuur. Tot slot gaan wij in op uw specifieke vragen.
1
Samenvatting advies 1. De RRKC heeft veel waardering voor het rapport 'Ook van jou!'. De opstellers volgen voor een belangrijk deel de opvattingen van de RRKC over een brede invulling van de NSF en de noodzaak van een gemeenschappelijke aanpak in de sector. 2. Start footloose met Forum, Online en Experience activiteiten en maak de keuze voor eventuele huisvesting later in het proces. Gebruik de experimenteerfase om de verschillende mogelijkheden voor de NSF te verkennen, zonder de huisvesting al vast te leggen. 3. Het ontwikkelen van de NSF vraagt om geduld en een solide basis voor samenwerking in een sector die zicht kenmerkt door ‘versnippering’. Neem de ruimte voor de ontwikkeling van de NSF en experimenteer samen met betrokkenen in het veld. Begin met een kopgroep van vijf musea en erfgoedinstellingen: Museum Rotterdam, Maritiem Museum Rotterdam, Wereldmuseum, Verhalenhuis Belvedère en DIG IT UP. Streef naar een grotere openheid van collecties. 4. Beleg de verantwoordelijkheid bij een nieuwe stichting en zorg dat primair de kopgroep van vijf sturingskracht krijgt want deze 'draagt' in eerste instantie de NSF. Benoem een stadscurator met gezag in stad en land die leiderschap toont om de NSF goed én gezamenlijk vorm te geven. 5.
Legitimeer de uitwerking van de NSF door middel van een concrete opdracht aan de stichting en een toereikend budget, voor zowel activiteiten als voor de nieuwe organisatie. Geef daarmee bestuurlijke dekking aan de stadscurator.
1. Algemene bevindingen Allereerst heeft de RRKC veel lof voor het werk van de kwartiermaker en stadscurator. Zij hebben in de korte periode van viereneenhalve maand met tientallen organisaties in het veld gesproken, een beeld van de sector beschreven, een visie met bijbehorende scenario's ontwikkeld, een kader voor de experimenteerfase beschreven en geadviseerd over organisatie en huisvestingsscenario's. Daarnaast maakten zij een benchmark van stadsmusea in omringende landen. Dit heeft geleid tot een lijvig rapport waarvoor de Raad zijn waardering uitspreekt. De Raad vindt het positief dat ambities om te komen tot een NSF duidelijk zijn verwoord richting de politiek. De kwartiermaker en stadscurator volgen voor een belangrijk deel de advisering van de RRKC. Dat doen zij in hun opvattingen over de breedte van de NSF en de noodzaak van een gemeenschappelijke aanpak in de sector. Ook delen zij met de Raad de mening dat de huidige loskoppeling van de NSF van de renovatie van de Bibliotheek Rotterdam een goed besluit is. De Raad gaat hierna in op een vijftal kernpunten die naar zijn mening cruciaal zijn voor een kansrijke uitwerking van de NSF.
2. Omkering van de strategie: eerst de NSF, daarna de behuizing In het rapport wordt als vanzelfsprekend ingezoomd op een iconisch gebouw dat onderdak geeft aan de NSF. Er worden twee scenario's beschreven: het Anker van de Stad en Thuishaven. Anker van de Stad voorziet in een groot iconisch museumgebouw waarin vaste en wisseltentoonstellingen en publieksprogramma's plaatsvinden. Thuishaven voorziet in een kleiner museumgebouw waarbij wisseltentoonstellingen en publieksactiviteiten overwegend op andere locaties in de stad worden georganiseerd. De RRKC meent dat deze benadering de uitwerking van de NSF zelf tekort doet. De Raad mist in de experimenteerfase de belangrijkste stap namelijk hoe de NSF wordt ontwikkeld en gerealiseerd. Er wordt te vroeg gefocust op de rol van gebouwen en de iconische waarde ervan; de Raad mist een afweging over ándere mogelijkheden om de NSF tot zijn recht te laten komen. Het hoofdstuk over de Experimenten biedt interessante kaders, maar de veronderstelde uitkomst richting een iconisch gebouw is niet logisch en komt vreemd over. De keuze van de musea in de benchmark lijkt bepaald door de veronderstelling dat een NSF niet zonder een iconisch gebouw kan. De Raad mist in de benchmark dan ook voorbeelden van museale
2
netwerken 'zonder gebouw' waarbinnen de NSF kan worden ontwikkeld. 1 Let wel: de Raad is niet op voorhand tegen een gebouw, maar hij vindt het te vroeg om in de experimenteerfase deze weg al in te slaan. De RRKC adviseert dan ook eerst te beginnen met de footloose variant van de NSF zoals we die schetsten in onze adviesbrief van 27 mei 2021. De door de kwartiermaker voorgestelde twee scenario's mét ambities op het gebied van presentatie, educatie en marketing zijn volgens de Raad ten principale te vroeg in het proces bedacht. Deze kunnen pas in een hierna volgend proces worden ingevuld. De Raad stelt daarom voor eerst het publiek, gemeenschappen en makers in de stad op te zoeken om nieuwe verhalen en presentatievormen te ontwikkelen en te putten uit collecties die ertoe doen.
3. Coalitie met sturingskracht die de geschiedenis van de stad draagt en maakt De Raad mist in 'Ook van jou!' een reflectie over de verbinding met de Rotterdamse musea en erfgoedinstellingen die samen de geschiedenis van de stad maken, vanuit het verleden en het heden. Concreet zijn dit voor de startfase minstens Museum Rotterdam, Maritiem Museum Rotterdam aangevuld met de nu nog kleine maar groeiende collecties van Verhalenhuis Belvedère en DIG IT UP. Het Wereldmuseum kan hierin ook een positie krijgen. Start de experimenteerfase met een kopgroep Het is nog niet zo lang geleden dat Museum Rotterdam, Maritiem Museum en Wereldmuseum vergaande plannen hadden voor samenwerking en integratie van taken. Bij het lezen van de missies in hun beleidsplannen voor de Cultuurplanperiode 2021-2024 blijkt dat er grote overeenkomsten zijn in de benadering van de stad en zijn bewoners. Wereldmuseum en Museum Rotterdam tonen ambities in (wereld)burgerschapsvorming, met Rotterdam als uitgangspunt. Zij willen cultuurhuizen zijn waar de bezoekers Rotterdam en de wereld ontmoeten. Ook voor Maritiem Museum Rotterdam is burgerschapsvorming een belangrijk motief hetgeen blijkt uit de aandacht voor maatschappelijke onderwerpen als klimaatverandering, vervuiling op zee en criminaliteit.
De ambities van de drie zijn samen met die van de twee jongere organisaties Verhalenhuis Belvedère en DIG IT UP van vitaal belang voor de NSF. De RRKC adviseert dan ook de experimenteerfase te starten met deze kopgroep van vijf. Hier kunnen visie, samenwerkingsverbanden en het publieke aspect gezamenlijk worden ingevuld. Daarvoor is wel een collectieve verantwoordelijkheid doorslaggevend. Door collecties en de verhalen van nu met elkaar te verbinden in experimentele publieksactiviteiten kan nieuw publiek worden bereikt. Ideeënontwikkeling en experimenten zijn in dit stadium nodig; dat gaat verder dan tentoonstellingen maken. De RRKC vindt het belangrijk dat in de experimenteerfase veel interactie plaatsvindt met Rotterdamse bezoekers, gemeenschappen, makers, bedrijven en onderzoekers. De Raad sluit andere musea zoals Museum Boijmans Van Beuningen niet uit maar pleit voor een begin met deze kopgroep. De Raad denkt dat de kopgroep van vijf de NSF in de beginfase goed kan invullen, door deze te laten experimenteren met activiteiten op verschillende locaties in de stad.
Dat kan in de Kunsthal, Ahoy of leegstaande bedrijfsgebouwen voor grote iconische overzichtstentoonstellingen, maar ook in eigen tentoonstellingsruimten door kruisbestuiving van collecties 2, in de wijken met kleinschalige experimenten en inschakeling van makers (Verhalenhuis Belvedère) en met het digitaal opdiepen van verhalen van Rotterdammers (DIG IT UP) enzovoort. Oral History en collecties zijn daarbij gelijkwaardige componenten.
1 Drie interessante voorbeelden hoe musea en erfgoedorganisaties in Nederland als netwerk samenwerken
voor een gemeenschappelijk doel zijn het Nationaal Knooppunt Oral History, Musea bekennen kleur en M5Hoge luchten en hete vuren. Bron: Mondriaan Fonds 2 Museum Boijmans Van Beuningen deed dat bijvoorbeeld succesvol met Boijmans bij de Buren. In dit meerjarige project werkt(e) het museum samen met acht buurmusea en instellingen in Rotterdam. Zo werden vijfhonderd topstukken uit de collectie tijdens de renovatie van het museum buiten de eigen museummuren in een ander licht getoond. (Bron: website Museum Boijmans Van Beuningen)
3
De kopgroep is gebaat bij sturingskracht. Betrokken organisaties zouden de NSF eensgezind in hun vaandel kunnen gaan dragen. Daar is nog een slag te maken omdat de organisaties door een gebrek aan overkoepelende regie en bindende visie de afgelopen decennia elk hun eigen weg zijn gegaan. De kwartiermaker beschrijft dit gebrek aan regie en samenwerking goed in het rapport 'Ook van jou!'. Starten met een sterke kopgroep is volgens de Raad de enige manier om de NSF concreet van de grond te krijgen. Als je het doet, doe het dan goed, én in gezamenlijkheid. Open de poorten van collecties Collecties kunnen in deze zoektocht veel meer worden 'geopend', zodat items beter bereikbaar zijn voor het publiek, makers en gemeenschappen. Het wordt voor musea en erfgoedorganisaties gemakkelijker onderling items uit te wisselen voor tentoonstellingen en educatieve activiteiten. 'Open' collecties bevorderen de verbinding tussen de verhalen van vroeger en die van nu. Ook het Stadsarchief en erfgoedorganisaties als Historisch Genootschap Roterodamum spelen hierin een belangrijke rol. Deze benadering sluit aan bij het standpunt van de landelijke Raad voor Cultuur in zijn Sectoradvies Musea3 dat één van de grote uitdagingen van de museumsector voor de komende decennia is om zich meer te profileren als platform van verbinding tussen de verschillende maatschappelijke groepen.
"Het is de kunst om ervoor te zorgen dat museale collecties door middel van nieuwe ‘openingen’, verhalen en verbindingen aanspreekbaar worden of blijven voor het publiek van de toekomst". Voor de Raad voor Cultuur is meerstemmigheid het adagio: door collecties vanuit verschillende perspectieven te tonen, verbindingen aan te gaan met andere maatschappelijke organisaties en personen en groepen met een andere (culturele) achtergrond uit te nodigen, verbreedt én verdiept de museumsector zich.
4. Een stichting en kernteam met autoriteit De RRKC vindt in lijn met zijn Cultuurplanadvies 2021-2024 dat de NSF moet worden voorbereid door een onafhankelijke partij, los van deelbelangen van participanten. De opstellers van 'Ook van jou!' benadrukken dit ook. De uitwerking van de NSF zou door het college zo spoedig mogelijk kunnen worden gedelegeerd aan een nieuwe stichting waarin minstens de bovengenoemde kopgroep vertegenwoordigd is. Denkbaar is dat zij alle vijf in het stichtingsbestuur gelijkwaardig deelnemen. waardoor het draagvlak voor de NSF stijgt en de slagkracht voor een kansrijke uitwerking toeneemt. De RRKC had niet de tijd om andere mogelijkheden te verkennen voor draagvlak, maar kan zich voorstellen dat die er wel zijn. Het zou niet voor het eerst zijn dat een dergelijke samenwerkingsvorm in Rotterdam goed uitpakt4. Doorslaggevend voor het slagen van de NSF is sturingskracht. Het voorgestelde kernteam is gezien de matige samenwerking van betrokken organisaties in het verleden volgens de Raad als trekker te klein. Duidelijk moet worden wat de doelstelling wordt, hoe de gelijkwaardigheid binnen de stichting wordt gegarandeerd, wat de opdrachtrelatie wordt met de gemeente en hoeveel budget er beschikbaar komt, zowel voor het kernteam als de activiteiten.
Het kernteam komt in dienst van de stichting en wordt in de ogen van de RRKC aangestuurd door een stadscurator met gezag in stad en land die leiderschap toont en zo met de groep van vijf nieuwe presentatievormen en publieksprogramma's van de grond trekt, gevoed door nieuwe verhalen en de collecties die ertoe doen. Hiervoor is nodig dat het college aan dit collectieve bestuur een heldere opdracht geeft. Samenwerking van de participanten in een collectieve inzet is essentieel en niet vrijblijvend. In de concretiseringsfase gaat het kernteam met hen aan de slag met publieksprogramma's, groot en klein, en put daarbij uit verschillende collecties en de verhalen van nu. Ook educatieve en marketingactiviteiten kunnen 3 Sectoradvies Musea - Raad voor Cultuur, april 2018 4 Sinds 2001, het jaar dat Rotterdam Culturele hoofdstad van Europa was, werken opera producerende en
presenterende instellingen en makers samen. Opera Rotterdam (nu geheten O.) was de naam van het samenwerkingsverband tussen de Doelen, Theater Rotterdam, het nieuwe Luxor Theater, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en Rotterdam Festivals. Alle partners namen deel in het stichtingsbestuur.
4
in deze fase voorzichtig gezamenlijk worden ontwikkeld. Nieuwe thema's en werkwijzen kunnen worden beproefd. Verdere digitalisering van de collecties is tot slot onontbeerlijk voor een grotere openheid. Voor goede experimenten moeten doelstelling en resultaatverwachting vooraf zo goed mogelijk worden bepaald. De deelnemers in het proces kunnen veel leren van evaluaties van experimenten. Hiervoor zou door het kernteam een methodiek moeten worden ontwikkeld.
5. Legitimering door het gemeentebestuur Het stichtingsbestuur en het kernteam kunnen in de experimenteerfase aan de slag als ze daartoe van het college een concrete opdracht krijgen en een toereikend budget, voor zowel de activiteiten als de organisatie. Het stadsbestuur moet voor de NSF gáán door bestuurlijke dekking te geven aan het kernteam van de stadscurator. In de opdracht van het college moet helder zijn wat de doelstelling is, dat de deelnemende partijen zich daaraan committeren en dat experimenten methodisch worden geëvalueerd en verantwoord. De RRKC vindt dat de stappen in het proces (fasering) helder moeten worden gemaakt. Hij adviseert met de NSF te experimenteren in de periode 2021-2024 en pas later in dit proces, mits daar aanleiding voor is, te kiezen voor een (iconisch) gebouw. Daarvoor zal tegen die tijd investeringsruimte moeten worden vrijgemaakt. In dit verband raadt de RRKC het college aan de discussie over een nieuw te realiseren 'open' depotgebouw5 te betrekken bij die over eventuele huisvesting van de NSF. Het is van tweeën één.
Onze reactie op uw vragen Hieronder geven wij op basis van bovengenoemde bevindingen graag een reactie op uw vragen in de adviesaanvraag. 1. Bieden de kaders voor de nieuwe stadsmuseale functie, zoals door de kwartiermaker als ‘stip op de horizon’ is beschreven, voldoende mogelijkheden om de verhalen van de stad, zowel de historische als actuele verhalen, op een aantrekkelijke, vernieuwende en toegankelijke manier te vertellen? Betrek daarbij de drie kernelementen ‘Forum’, ‘Experience’ en ‘Online’. De RRKC kan zich vinden in de beschrijving van de missie en de tweeledige rol en taak van de NSF: enerzijds het betrekken van de gemeenschappen in de stad, de dialoog met hen aangaan en hen een podium bieden, en anderzijds het Verhaal van de Stad in samenhang vertellen. De NSF is de aanjager. De Raad deelt de opvatting van de kwartiermaker dat dit vraagt om een heldere opdracht voor de uitwerking van de NSF én om commitment van de participanten. Voor wat betreft de positionering van de NSF vindt de RRKC het te vroeg om nu al te denken aan een eigenstandig nieuw museum. De Raad adviseert zo spoedig mogelijk te starten met de spilfunctie van de NSF: de samenwerking in het erfgoedveld organiseren en aanjagen. Het college moet dit proces faciliteren. In het rapport 'Ook van jou!' worden veel ambities tegelijkertijd geopperd. De RRKC adviseert fasering aan te brengen.
Hij meent dat in het begin van de experimenteerfase vooral ingezet moet worden op de Forum en Online activiteiten. Breng eerst het gesprek goed op gang en ontwikkel van daaruit de publieksactiviteiten (Experience). Daarin kunnen behalve het ontwerpen en uitvoeren van experimentele publieksprogramma's de contouren voor een gezamenlijke aanpak van educatie en marketing worden verkend. Voor de invulling van de Experience noemt de kwartiermaker een aantal thema's. De RRKC vindt deze interessant, maar ze vertellen niet het hele verhaal. Dit verhaal kristalliseert zich pas uit als de NSF in 5 Het gemeenschappelijke depot De Metaalhof in Alexanderpolder is aan het einde van zijn levensduur. De
komende tijd wordt er door de gemeente een scenario-onderzoek uitgevoerd om verschillende mogelijkheden voor de langdurige opslag van de erfgoedcollectie in kaart te brengen. Eén van de scenario's is de realisering van een nieuw 'open' depotgebouw. Bron: Integraal Huisvestingsplan Cultuur Vervangingsen renovatieprogramma culturele voorzieningen - afdeling Cultuur, februari 2021
5
dialoog met de stad in eerste instantie wordt ingevuld door de kopgroep van vijf musea en erfgoedinstellingen. Denk ook aan andere thema's als het slavernijverleden, jongerencultuur, beeldende kunst in de openbare ruimte, cultuur in de wijk, de stedenbouwkundige planning en de rol van de architectuur. En wat te denken van de geschiedenis van de vele gemeenschappen die de stad telt. Al deze thema's schragen de NSF. De RRKC vindt zoals de uitwerking van de Online activiteiten in het rapport beperkt en traditioneel. Buiten het meer zichtbaar maken van collecties door digitalisering zou er ook kunnen worden gekeken naar de werkwijze van digitale platforms. Denk bijvoorbeeld aan het platform Wederopbouw Rotterdam. Ook Erfgoed Leiden biedt inspiratie met hun experimenten om digitale collecties te verrijken door innovatieve toepassing van crowdsourcing en linked open data. 2. Biedt het advies van de kwartiermaker voldoende perspectief om te komen tot meer samenwerking binnen de erfgoedsector en een coherente omgang met Collectie Rotterdam? De RRKC vindt dat het rapport van de kwartiermaker te weinig perspectief biedt op samenwerking om de NSF in de experimenteerfase succesvol waar te maken. Daarvoor is een hechte bestuurlijke samenwerking nodig van minstens een coalitie/kopgroep van organisaties die gezamenlijk hun verantwoordelijkheid nemen voor de NSF.
Het rapport van de kwartiermaker lijkt echter te koersen op een relatief klein kernteam dat in een vragende positie terecht komt ten opzichte van de bestaande erfgoedinstellingen. Dit maakt de NSF in de ogen van de Raad kwetsbaar. Een te kleine organisatie biedt een onvoldoende krachtig alternatief voor de ‘versplintering’ van het erfgoedveld die de kwartiermaker terecht constateert. Daarom is het cruciaal samenwerking direct en effectief te organiseren binnen de nieuwe NSF. 3. Biedt de nieuwe stadsmuseale functie, zoals beschreven door de kwartiermaker, voldoende mogelijkheden om een breed en divers publiek te trekken? De RRKC denkt dat in de experimenteerfase een divers publiek kan worden getrokken. Of het publieksbereik groot is valt nog te bezien. We gaan immers een experimenteerfase tegemoet waarin activiteiten kunnen slagen of mislukken. Een belangrijke vraag is of je je richt op toerisme of op de gemeenschappen in de stad. Dit leidt tot verschillende soorten tentoonstellingen en publieksprogramma's en tot een verschillende publieksbenadering en -bereik. De RRKC pleit voor een experimenteerfase waarin door netwerkvorming en een gezamenlijke inspanning van organisaties gemeenschappen en makers in de stad worden betrokken bij de NSF. Het geschatte publieksbereik van 200.000 acht de RRKC op dit moment veel te voorbarig.
Deze schatting is bovendien gebaseerd op de lokalisering in een iconisch gebouw en een ambitie om een groot publiek te trekken waaronder toeristen. 4. Biedt het programmaplan voldoende kaders voor de experimenteerfase? In de visie van de RRKC is in het rapport het experimenteren door de nadruk op een iconisch gebouw op de achtergrond geraakt. Deze benadering is naar de inschatting van de Raad gekozen in het licht van de opdracht om tot een beslissing te komen over huisvesting van de NSF in de bibliotheek. De experimenten dienen uitgewerkt te worden in samenwerking tussen de organisaties onderling en door het betrekken van publiek, gemeenschappen en makers in de stad. Daar liggen bronnen voor nieuwe ontwikkelingsconcepten. Tot slot De Raad snapt de algemene wens die er lijkt te zijn om al vroeg te kiezen voor concretisering van de NSF in een gebouw. Dit doet echter geen recht aan de 'mentale' ruimte die nodig is om de NSF eerst inhoudelijk met betrokkenen in de stad te ontwikkelen.
6
Wij hopen dat u en de kwartiermaker baat zullen hebben bij onze opmerkingen en bevindingen. We kijken uit naar uw reactie.
Met vriendelijke groet,
Jacob van der Goot voorzitter RRKC
Rento Zoutman secretaris RRKC
7