CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb12984 Bijlage 6 behorende bij 21bb12979 - Reactiedocument politieke beraadslagingen ontwerpomgevingsvisie

Gemeenteraad 2 december 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 11. Het voorstel tot vaststelling van de Omgevingsvisie Rotterdam ‘De Veranderstad, werken aan een wereldstad voor iedereen’5.174 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Politieke beraadslaging ontwerp omgevingsvisie SUGGESTIES Vraag/opmerking Publieksvriendelijke versie van de omgevingsvisie na vaststelling om de bekendheid en doorwerking te versterken

Antwoord Terecht wordt geconstateerd dat de omgevingsvisie een zeer integraal en volledig document is geworden met veel terminologie. De keerzijde is dat dit de leesbaarheid vermindert, ondanks de expliciete aandacht om het leesbaar te houden. De suggestie om een publieksvriendelijke versie te maken ziet het college als belangrijke voorwaarde om doorwerking van de omgevingsvisie mogelijk te maken. Om deze reden omarmt het college deze vraag en pakt zij dit op.

Aanpassing omgevingsvisie Geen aanpassing in de omgevingsvisie

INTEGRATIE VAN BELEID In de omgevingsvisie is veel beleid geïntegreerd. Welk beleid is hierbij betrokken? Is dit vastgesteld beleid (door gemeenteraad) of ook ander beleid. Op welke wijze vindt deze integratie plaats. – toezegging wethouder Kurvers over aanleveren overzicht van de betrokken beleidsdocumenten bij deze eerste omgevingsvisie

In de bijlage bij de Raadsbrief is het overzicht opgenomen van alle beleidsdocumenten waaruit bestaande beleidsuitspraken zijn overgenomen. Hierbij is gekeken naar de toepassing op de schaal van de omgevingsvisie en de relevantie voor de fysieke leefomgeving. Deze uitspraken komen soms sectoraal terug in een hoofdkeuze, bijvoorbeeld detailhandelsbeleid of energietransitie, en soms over bij meerdere hoofdkeuzes, bijvoorbeeld mobiliteit. TRENDS, OPGAVEN EN TRANSITIES

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

Op pagina 38 staat over luchtvervuiling: “Toch lijkt dit probleem als gevolg van maatregelen die al getroffen worden de komende jaren opgelost te worden.” Dit is wel erg cryptisch opgeschreven en impliceert dat er niet veel extra meer nodig is. Kan het college die passage verduidelijken?

De bewuste passage is vervangen door: “Het is de ambitie om de luchtkwaliteit in de komende jaren te blijven verbeteren.”

KOERS

Uw opmerking heeft het college ter harte genomen en de onderdelen van deze passage zijn nagelopen en heroverwogen.

Algemeen Wat zijn de implicaties van deze koers. Hoe ligt de balans tussen koers bepalen en opties open houden? Hoe voorkomen we dat we teveel dicht regelen. Hoe voorkomen we onvoldoende richtinggevende keuzes?

De omgevingsvisie beschrijft de stedelijke koers voor de ontwikkeling van Rotterdam. Het is een nieuwe stadsvisie welke richting geeft aan de verdere ontwikkeling van Rotterdam. Een omgevingsvisie bevat geen blauwdruk. De omgevingsvisie is een zelfbindend document, dat wil zeggen dat de gemeente zichzelf verbindt aan de koers die is beschreven. We zullen met onze stakeholders de verdere ontwikkeling van de stad vormgeven. Zo blijven we ‘samen stadmaken’. Dit is de juiste balans tussen koers en keuzes nu en keuzes straks. We komen zo ook tegemoet aan de oproep van de stakeholders die vragen om koers te bepalen en tegelijkertijd ruimte te laten voor uitwerking. Goede groei en principes (w.o. perspectieven)

Hoofdstuk 7, waarin de doorwerking onder andere wordt beschreven is aangepast.

Goede groei is niet gelijk aan verdichting. Hoe valt goede groei te verbinden met verdichting?

De tekst is op een aantal onderdelen verder verduidelijkt en de bijdrage van verstedelijking aan doelen in de stad meer toegelicht.

Goede groei betekent ervoor zorgen dat de groei van de stad bijdraagt aan doelstellingen op verschillende vlakken. En valt op verschillende aspecten te verbinden met verdichting: Het realiseren van nieuwe woningen binnen de stad (verdichting) leidt tot kansen om de stad aantrekkelijker te maken en om invulling te geven aan de grote transitieopgaven op het gebied van klimaat, mobiliteit en energie. De noodzaak om te groeien levert synergie op met andere ruimtelijke opgaven zoals de transformatie van verouderde haven- en bedrijventerreinen en maakt het mogelijk om hoogwaardige openbare ruimte toe te voegen. Het zorgt ook voor

meer draagvlak voor voorzieningen en het behoud van het open landschap en natuur om de stad. Verdichting maakt een duurzame stedelijke ontwikkeling waar wonen, werken en recreëren op korte afstand van elkaar plaats mogelijk. Bij de groei van de stad hoort een gebalanceerde vorm van verstedelijking, dat is randvoorwaardelijk om Rotterdam toegankelijk en beschikbaar te houden voor alle bevolkingsgroepen. Het niet bouwen van nieuwe woningen leidt tot nog meer excessieve prijsstijgingen en daarmee een verminderde toegankelijkheid van Rotterdam. Verdichting kan dus bijdragen aan het betaalbaar en toegankelijk houden van de Rotterdamse woningmarkt. De druk op de ruimte neemt toe. Dubbel grondgebruik is dan vaak de oplossing. Met dubbel grondgebruik op en rondom infrastructuur, met name de stedelijke invalswegen en de Ruit (A13, A20, A16), kunnen doelen worden bereikt. Hoe past dit in deze omgevingsvisie?

Gestapeld bouwen en dubbel grondgebruik op en rond infrastructuur biedt kansen om slim gebruik te maken van de soms beperkte ruimte in de stad. Dit sluit aan bij de ambities uit de Omgevingsvisie voor de groei van de stad.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

Er zijn verschillende mogelijke manieren om slim om te gaan met de beperkte ruimte in de stad. Dubbel grondgebruik op en rond infra is er daar 1 van. Financiële haalbaarheid, praktische invulling en technische mogelijkheden zullen bepalend zijn bij de uiteindelijke invulling en uitwerking van dubbel grondgebruik in de stad. Hoofdkeuze Prettig wonen in de delta De ambities rondom milieu, leefomgevingskwaliteit staan onder druk blijkt uit het ROER. Is het mogelijk om de ambities

In de hoofdkeuze Prettig leven in de delta hebben we onze ambitie om te komen tot verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving meer

De hoofdkeuze Prettig leven in de delta is gewijzigd.

op deze vlakken meer kaderstellend vast te leggen.

nadrukkelijk opgenomen. Dit stedelijke streven naar verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving vraagt gebiedsspecifieke uitwerking met ruimte voor lokaal maatwerk.

Is lokaal maatwerk, zonering mogelijk rondom bepaalde (milieu) grenswaarden of belasting voor de omgeving? Of staat het gelijkheidsbeginsel dat niet toe? Er wordt flink gezoneerd in het fysieke domein, maar minder in het domein van publieke gezondheid.

Een gebiedsgerichte benadering is mogelijk onder de Omgevingswet. Het is toegestaan uiteenlopende grenswaarden te hanteren mits het wettelijk kader het mogelijk maakt en wordt gekeken naar redelijkheid en uitvoerbaarheid. Ook is afdoende onderbouwing nodig van het nut en de noodzaak. Vanwege consequenties voor de bouwopgave en voor de publieke gezondheid, is de keuze om strengere normen te hanteren uiteindelijk een bestuurlijke afweging.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

Hoe stuurt de Omgevingsvisie geografisch op groen in de wijk? Wij zouden een groennorm als referentiewaarde bij gebiedsontwikkeling logisch vinden, zeker in buurten waar er een grote sociale voorraad aan woningen is.

De Visie Openbare Ruimte is één van de onderliggende beleidsdocumenten voor de Omgevingsvisie. Vergroening van de wijken is onderdeel van zowel de Visie Openbare Ruimte als van de Omgevingsvisie (Hoofdkeuzes vitale wijken en Prettig Leven in de Delta). De hoeveelheid groen per buurt is maatwerk, mede op basis van de huidige situatie (zoals dichtbebouwde wijk versus groene wijk). Het is dan ook niet goed mogelijk om een groennorm als referentiewaarde op te nemen bij gebiedsontwikkelingen. Vergroening en verdichting kunnen hand in hand gaan. Wij hebben onze ambitie om de stad te vergroenen nadrukkelijker benoemd.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

Bij de huidige referentiewaarden zijn al wel diverse referentiewaarden opgenomen die ook belangrijk zijn voor gebruiksgroen: de norm voor sportterreinen, scoutingterreinen, speeltuinen,

(deels) buitenspeelruimte en (groene) schoolpleinen. Bij grote gebiedsontwikkelingen groeien deze (groene) voorzieningen dus mee met de stad. Op pagina 80 staat dat 30 km per uur de norm wordt in ‘verblijfsgebieden’. De motie Veilige straten (met algemene stemmen aangenomen) en de motie die daarover in de Tweede Kamer is aangenomen heeft een bredere insteek die ook in deze omgevingsvisie terug behoort komen. Is het college bereid de tekst in de Omgevingsvisie in overeenstemming te brengen met de tekst in beide moties (waarin 30 km het uitgangspunt is in de bebouwde kom)?

De motie kent een bredere aanpak van 30 km/u en wordt in het najaar aan de raad gepresenteerd. In de verblijfsgebieden is 30 km/ u de norm, de bredere aanpak is 30 km/ u een uitgangspunt waar dat kan. Dit heeft met hulpdiensten en openbaar vervoer te maken, waar ook meer onderzoek voor nodig is om te kijken of dit haalbaar is.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

Ook op p. 80 staat dat autoverkeer wordt geaccommodeerd op de ‘hoofdinfrastructuur’. Het is niet duidelijk wat daarmee wordt bedoeld; dat begrip is nergens gedefinieerd. Is het college bereid dit punt vanwege de vaagheid en mogelijke verwarring die het oproept te laten vervallen?

Autoverkeer rijdt zoveel mogelijk op de infrastructuur die daarvoor geschikt, zoals de grotere invalswegen en boulevards, dit wordt aangeduid als de hoofdinfrastructuur.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

We zouden verwachten dat het terugbrengen van het aantal dodelijke verkeersslachtoffers naar 0 een belangrijk doel is bij de fysieke inrichting van de stad. Waarom staat dat niet expliciet in de Omgevingsvisie?

De verkeersveiligheid aanpak is gebaseerd op zo min mogelijk dodelijke en gewonde slachtoffers. Het garanderen van 0 verkeersslachtoffers is niet mogelijk.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

Ook een belangrijk beleidsdoel van de fysieke inrichting van de stad in relatie tot mobiliteit is het tegengaan van vervoersarmoede. Waarom is dat nergens benoemd?

Het thema vervoersarmoede is verwerkt in verschillende aanpakken voor mobiliteit. Meer ruimte voor fietsers en voetgangers bijvoorbeeld. Ook in de vitale wijken zijn gezonde en veilige straten een speerpunt. Hiermee wordt vervoersarmoede aangepakt. Dit is invulling van het perspectief inclusief. Autovrije straten kunnen een middel zijn om het hogere doel, een goede leefomgeving, te

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

De Omgevingsvisie benoemt nergens de ambitie van autovrije straten, terwijl daar nu

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

al succesvol mee wordt geëxperimenteerd (bijvoorbeeld WdW en Meent). Is het college bereid hierover een punt op te nemen?

realiseren. Wat een goede leefomgeving is, verschilt per plek in de stad. Het college heeft daarom niet gekozen om autovrije straten als ambitie te formuleren. Het inzetten van experimenten waarbij straten auto vrijgemaakt worden past wel in de werkwijze die onze omgevingsvisie voorstaat. Op pagina 38 wordt geluid De opsomming van genoemd als groeiend geluidbronnen is niet gezondheidsprobleem, maar uitputtend. Ook vliegverkeer wordt vliegverkeer niet als kan voor overlast zorgen, hier oorzaak genoemd. Dat hoort wordt rekening mee gehouden daar gewoon bij, getuige oa bij bouwplannen. De regelmatige rapportages van de luchthaven valt echter onder GGD daarover. Is het college bevoegdheid van het Rijk, om bereid luchtvaart toe te voegen? die reden is dit geen specifiek Hetzelfde geldt voor pagina 82, aandachtspunt voor de daar behoort de luchtvaart omgevingsvisie. Wij hebben de benoemd te worden als bron. Nu Rotterdamse ambitie met lijkt het alsof het probleem niet betrekking tot de luchthaven bestaat, terwijl hele wijken er mede naar aanleiding van deze schade van ondervinden. Is het opmerkingen en enkele college bereid luchtvaart toe te zienswijzen verder voegen? verduidelijkt. Het verminderen van de druk op de leefomgeving is hier onderdeel van.

Hoofdkeuze Verstedelijken en verbinden Hoe ziet de relatie met MIRTverkenning oeververbindingen Rotterdam eruit? Welke keuzes maken we nu en welke in dit traject?

Hoe ziet de fasering van de in de omgevingsvisie genoemde woningbouwlocaties eruit?

Is de Waalhaven niet een hele geschikte locatie voor verstedelijking en waarom is deze niet steviger in deze visie verankerd?

De keuzes die in de MIRTverkenning oeververbindingen Rotterdam worden gemaakt worden vervolgens via een zorgvuldig proces en besluitvorming door de gemeenteraad via een herziening van de omgevingsvisie verankerd. De omgevingsvisie geeft een visie op de ruimtelijke ontwikkeling van Rotterdam op de (middel)lange termijn richting 2040. De exacte uitwerking van verstedelijkingslocaties en bijbehorende fasering vindt plaats in de gebieden. In deze omgevingsvisie is de oostzijde van de Waalhaven als zoekgebied voor de lange termijn aangeduid. Deze locatie zullen we samen met de betrokken partijen de

Hoofdkeuze Vernieuwen verdienvermogen is gewijzigd.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

komende periode verder verkennen. Hoofdkeuze Vitale wijken Hoe zijn de demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing, vertaald in deze visie? Vraagt de doelgroep jongeren speciale aandacht?

Het college signaleert dat deze vraag zowel een procesmatige alsook inhoudelijk gesteld kan worden. Te weten - Hebben doelgroepen betrokkenheid gehad in het proces en hoe zijn de belangen van deze doelgroepen in de omgevingsvisie meegenomen. Het college geeft op beide vragen antwoord. Allereerst hebben we in het omgevingsvisieproces in het kader van omgevingsmanagement de belangen vooropgesteld en daarmee minder de doelgroepen. Met doelgroepen werken betekent ook automatisch dat je voor elke doelgroep die je wel aan tafel hebt er anderen missen. Desalniettemin is er met Lokaal 010 gezocht naar de betrokkenheid van jongeren maar heeft de Covid19 dat bemoeilijkt. De Stedelijke Jongerenraad heeft, onder begeleiding van Lokaal 010 wel hun zienswijze op de omgevingsvisie ingediend. Op basis van eigen observatie (hebben geen gegevens ivm AVG) constateert het college dat best heel wat Rotterdammers meegedaan hebben naast de grote middengroep (qua leeftijd) ook zeker wat oudere Rotterdammers deelgenomen (rechtstreeks of een soms via bewoners of belangenorganisaties). De omgevingsvisie opereert voor een groot deel op het stedelijke schaalniveau waarbij belangen over grote groepen Rotterdammers gelijk zijn. Zo is de ruimtelijke impact van de energietransitie voor een groot deel van de

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

Rotterdammers gelijk. De keuze voor energiesoorten en netwerken treft ruimtelijk geen doelgroep op basis van leeftijd, achtergrond, sekse etc. De hoofkeuzen die betrekking hebben op de lokale woonomgeving hebben meer relatie met de behoefte van doelgroepen, te denken valt aan de aanwezigheid van voldoende voorzieningen zoals, winkels, sporten, opleiding, openbaar vervoer, werk, gezondheid. In eerste instantie doet de omgevingsvisie hier nog geen specifieke uitspraken per gebied (hooguit op de gebiedsuitwerkingen) maar het is uiteraard wenselijk om de ambities van de visie steeds concreter te vertalen naar plannen en projecten in de buurt en daarbij hoort de betrokkenheid van Rotterdammers uit verschillende leeftijdscategorieën. Hoe helpt de Omgevingsvisie sturen op het weren van vestiging van bepaalde typen horeca-inrichtingen op bepaalde plekken? Bijvoorbeeld standwerkersvergunningen weigeren op in de buurt van scholen. Of analoog aan de al bestaande ‘children’s zones’: gezondheidszones aanwijzen waar nieuwe snackkarren niet welkom zijn?

In de Omgevingsvisie is de ambitie opgenomen om ongezond voedsel op bepaalde plekken te weren conform Gezond010, het Akkoord waar dit als volgt is verwoord: “We willen ervoor zorgen dat Rotterdammers écht kunnen kiezen uit een gevarieerd voedselaanbod. Daarom willen we dat er minder ongezond voedsel beschikbaar is op plekken rondom scholen (snackkarren) en op plekken waar veel Rotterdammers komen.” Op dit moment heeft de gemeente geen instrumenten om ongezonde horecainrichtingen in gebieden te weren. Hiervoor zijn bevoegdheden via het Rijk nodig. Het ministerie bereidt een wetsvoorstel voor (aanpassing van de

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

Omgevingswet en/of de Wet Publieke Gezondheid dan wel een nieuwe Wet), maar besluitvorming wordt overgelaten aan een nieuw kabinet. Kunnen de gezondheidszones (zie bovenstaande vraag) ook worden toegepast op de sportcirkel?

Op dit moment heeft de gemeente geen instrumenten om ongezonde horeca inrichtingen in gebieden te weren. Ook voor de sportcirkel is het dus (nog) niet mogelijk om ‘gezondheidszones’ te realiseren. We vinden het belangrijk hierop in te zetten als de wettelijke mogelijkheden er zijn. De sportcirkel betreft maar een deel van de sportcomplexen. We streven ook naar gezondheidszones voor de overige sportaccommodaties indien mogelijk.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

Hoe sluit het scholenplan aan op de Omgevingsvisie, met name de zoekgebieden voor nieuwe wooncentra? Hoe zorgt Stichting Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam (BOOR) voor spreiding van openbaar onderwijs in de stad?

Uitgangspunt in de omgevingsvisie is een efficiënte inzet van de beschikbare voorzieningen en voor nieuwe woongebieden het gebruik van referentiewaarden voor berekening van de behoefte aan extra voorzieningen. Voor onderwijs wordt er daarnaast ongeveer elke 4 jaar een nieuw Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs opgesteld. Dit gebeurt in samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen. Daarvoor wordt onder andere gebruik gemaakt van leerling prognoses. In deze leerling prognoses worden demografische ontwikkelingen meegenomen, maar ook het actuele woningbouwprogramma. In de statuten van stichting BOOR is opgenomen dat per voormalige deelgemeente ten minste één openbare basisschool in stand wordt gehouden. Mocht stichting BOOR een school willen

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

sluiten, dient dit besluit voorgelegd te worden aan de gemeenteraad. Op dit moment worden in de meeste gebieden veel meer scholen in stand gehouden. Tussen de gemeente en stichting BOOR is hier regelmatig overleg over. Wanneer treedt de sportnorm in werking? Gaat het hier om buitensporten en -spelen of op de vereniging? En kunnen de gezondheidszones ook worden toegepast op de sportcirkel

In de Omgevingsvisie is als overkoepelend ruimtelijk beleid op verschillende plekken het belang van sporten in de openbare ruimte verwoord. De sportnorm is opgenomen in de Sportnota 2021+ en gaat over sportvoorzieningen in de openbare ruimte. Voor spelen is er de Rotterdamse norm voor buitenspeelruimte en voor verenigingen en sportvoorzieningen zijn er de referentiewaarden voor sportterreinen, sporthallen en zwembaden.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

Ongeorganiseerde sporters komen er slecht in af.

De omgevingsvisie biedt het strategische ruimtelijke kader voor de lange termijn. Het belang en de opgave van ongeorganiseerd sporten is op verschillende plekken opgenomen in de Omgevingsvisie: Trends, opgaven en transities, Perspectief gezonde stad, hoofdkeuze “Prettige Stad in de Delta” (zoals ontwikkeling van aantrekkelijke routes). Een en ander in lijn met de Sportnota. De Sportnota is hierop nog wat specifieker, zoals de wens tot beweegtoestellen. Er zijn hiervoor geen middelen vanuit Sport, maar ruimtelijke ontwikkelingen bieden kansen, zoals de 7 Stadsprojecten Ongezond eten bij scholen is geen nieuw beleid. Het is opgenomen in het reeds vastgestelde beleid in Gezond010. Ja, dit past in de Omgevingsvisie. We hebben

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

Waarom staat het nieuwe beleid over ongezond eten nabij scholen beperken in deze visie?

In de omgevingsvisie staat de sportcirkel opgenomen. Hoe zit

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

dit in verband met de huidige verplaatsing van vv Steeds Hooger? Past dit wel binnen de visie?

recent een nieuw sportcomplex Noorderbocht in de sportcirkel aangelegd en hier de capaciteit aan velden in de sportcirkel uitgebreid. De aanvankelijke opzet van de Noorderbocht was (via een fusie met vv Blijdorp) ook Steeds Hooger hier naartoe te verplaatsen, maar daar wilden de clubs niet aan meewerken. De gemeente onderzoekt in de nabijheid mogelijke scenario’s voor de toekomst, zoals bijvoorbeeld van het complex Erasmuspad. In die scenario’s worden combinaties van 1 of meer voetbalverenigingen onderzocht waaronder Steeds Hooger.

Hoe gaat het college meten of kwantificeren wanneer een perceel ruimte-extensief wordt benut? En wat valt hieronder? Zijn dat de volkstuinen? Of parken die naar het oordeel van het college slecht worden bezocht? Sportvelden die niet de hele dag in gebruik zijn?"

Ruimte-extensieve functies zijn die functies die een relatief groot oppervlakte hebben ten opzichte van het aantal gebruikers. Dit geldt in ieder geval voor de volkstuinen en de sportvelden. Sportvelden worden wel zeer intensief gebruikt binnen verenigingstijd met steeds aanwas van nieuwe gebruikers/kinderen. Bij volkstuinen is het gebruik een beperktere groep voor lange duur.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

Op pagina 99 staat dat alle woningen “moeten beschikken over minimaal 1 aangename geluidarme zijde”. Hoe wordt dat vertaald naar geluidsoverlast door vliegtuigen die op geringe hoogte recht over huizen heen vliegen?

Wij hebben als gemeente ontheffingsbeleid, waarin een geluidluwe zijde is opgenomen, maar dit beleid is enkel van toepassing op wegverkeer, railverkeer en industrie. Dit werkt niet bij vliegtuiglawaai, omdat het geluid van boven komt. Wel wordt op allerlei andere manieren rekening gehouden met vliegtuiglawaai, waaronder beperking nachtvluchten, vliegroutes, geluidruimte, geluidcontouren etc. Alle regels m.b.t. het vliegveld (en geluid) staan in de huidige omzettingsregeling.

De tekst bij hoofdkeuze Verdienvermogen Vernieuwen is hierop aangepast.

Momenteel loopt een participatietraject om te komen tot een nieuw luchthavenbesluit. Gemeente Rotterdam is deelnemer van dit participatietraject. In een brief richting de raad geeft het college het volgende standpunt aan: “Geluidhinder moet afnemen. Aansluiten bij een brede definitie van geluidshinder waarbij ook aspecten worden betrokken als het tijdstip van de dag, seizoenen, aantal vluchten, opeenvolgende vliegbewegingen en piekgeluiden. De voorkeur gaat uit naar maatregelen bij de bron, het vliegverkeer maar maatregelen bij de ‘ontvanger’ wil het college niet uitsluiten. Het streven is een samengesteld geheel van maatregelen en instrumenten die tot vermindering van hinder leiden”. Hoofdkeuze Schouders onder de energietransitie Inpassing van windenergie wordt steeds ingewikkelder, onder andere omdat turbines groter worden. Hoe werken de eisen tav veiligheid en dergelijke door?

Het RIVM heeft recent een factsheet gepubliceerd over de gezondheidsaspecten van windmolens (zie: https://www.rivm.nl/sites/def ault/files/2021-08/Factsheetwindturbines.pdf). Daaruit blijkt dat grote turbines niet of nauwelijks meer geluidhinder veroorzaken dan kleinere turbines. Wel groeit het effectgebied van de turbines, bij de inpassing moet rekening worden gehouden met de geldende regels omtrent slagschaduw en plaatsgebonden risico. Ook kan zicht op windturbines een hinderfactor zijn.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

Hoofdkeuze Verdienvermogen vernieuwen Onder andere als gevolg van digitalisering en dergelijke zijn er grote ontwikkelingen gaande in de detailhandel. Dit is onvoldoende duidelijk uitgewerkt.

De impact van Covid-19 en verdergaande digitalisering op de detailhandel kent veel onzekerheden maar was ook in de ogen van het college onderbelicht.

In de hoofdkeuze Verdienvermorgen Vernieuwen is een apart kopje omtrent detailhandel opgenomen dat recht doet aan de bestaande aanpak om te

Wat is de motivatie achter de concentratie van bedrijven met een hogere milieu categorieën op enkele bedrijventerreinen en betekent dit niet ook een ambitie formuleren omtrent beperken van effecten.

Milieubelastende activiteiten zijn slecht te combineren met gevoelige functies als woningen. Concentreren van bedrijven in hogere milieucategorieën zorgt ervoor dat de overlast op andere plekken in de stad beperkt blijft. Ook biedt het concentreren meer mogelijkheden voor een gebiedsgerichte aanpak ter mitigatie of compensatie van de negatieve effecten. Welke ambities daarbij reëel zijn, zal per gebied verschillen.

Rotterdam The Hague Airport; de positionering van de luchthaven en de gemeentelijke inzet rondom innovation airport en voorkomen overlast, vastgelegd in de gemeentelijke reactie aan het rijk, wordt gemist. Op pagina 124 staat dat de luchthaven van economisch belang is voor de hele regio. Wat is de onderbouwing daarvan? Juist dat economische belang wordt sterk betwijfeld door deskundigen, vooral omdat het overgrote deel van de vluchten van en naar vakantieoorden gaat. Is het college bereid die passage aan te passen? Ook op pagina 124: “Inzetten op zoveel mogelijk beperking van de negatieve effecten van de luchtvaart”. Dat is veel te voorzichtig geformuleerd. Meerdere door de raad aangenomen moties stellen juist dat het verminderen van overlast en gezondheidsschade expliciet doel moet zijn en “De ontwikkeling van het vliegveld, waaronder de tijden van vluchten en het aantal en type vliegbewegingen, een afgeleide te laten zijn van de vermindering

Uw opmerkingen tezamen met een advies van een omliggend gebied hebben het college aangezet de huidige teksten ter herzien.

concentreren in levensvatbare gebieden en tegelijkertijd oog te hebben voor nieuwe ruimtelijke vertalingen van veranderend consumenten gedrag. Geen aanpassing in de omgevingsvisie

De tekst bij hoofdkeuze Verdienvermogen Vernieuwen over Rotterdam The Hague Airport is aangepast.

van overlast (letterlijk dictum van een motie hierover). Is het college bereid de tekst in de omgevingsvisie hiermee in overeenstemming te brengen?

In de 385 pagina’s van de ROER wordt de luchtvaart en/of RTHA niet 1 keer wordt genoemd als belangrijke bron van geluidsoverlast en luchtvervuiling voor een grote groep Rotterdammers. Alsof het probleem niet bestaat, alsof de omgeving/mensen er geen schade van ondervinden en alsof je er in de ontwikkeling van de stad geen rekening mee hoeft te houden. Die tekortkoming moet worden opgelost; we zien daarvoor graag een voorstel van het college tegemoet. GEBIEDEN

Uiteraard kan vliegverkeer voor overlast zorgen, hier wordt rekening mee gehouden bij bouwplannen. De luchthaven valt echter onder bevoegdheid van het Rijk, om die reden is dit geen specifiek aandachtspunt voor de omgevingsvisie.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

Rotterdam Zuid – waarom aanduiding als moderniseringsgebied ten behoeve van de WVG?

In de toelichting (onderaan dit document) een uiteenzetting over de aanduiding als moderniseringslocatie in de omgevingsvisie.

De teksten en kaarten bij hoofdkeuze Vitale Wijken en gebied zijn gewijzigd.

De omgevingsvisie heeft met het ‘Samen Stadmaken’ invulling gegeven aan de behoefte vanuit de stad, de raad en de Omgevingswet om participatie toe te passen. De omgevingsvisie zelf is echter geen kader. De motie Mooren (1ste kamer) verplicht overheden een participatiebeleid op te stellen. Dit beleid is in voorbereiding en wordt naar verwachting het 1ste kwartaal van 2022 naar uw raad gestuurd. In het participatiebeleid is nader gespecificeerd per instrument wat de vereisten zijn aan een goed participatieproces. De ambities en doelen uit de omgevingsvisie zijn input voor het toekomstig omgevingsplan. De omgevingsvisie is zelfbindend voor de gemeente terwijl het omgevingsplan het juridisch

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

HOE en DOORWERKING Participatie en samen stadmaken. De omgevingsvisie is ook het kader voor participatie. Hoe ziet dat in de vervolgtrajecten eruit?

Hoe werkt de uitvoering van de omgevingsvisie door in het stelsel van de Omgevingswet?

De teksten in hoofdstuk 7 zijn herzien om de relatie met de Omgevingswet instrumenten te verduidelijken.

Waarom worden keuzes nu uitgesteld? Zijn de kaders scherp genoeg voor de volgende fase van de uitwerking?

De omgevingsvisie is een levend document. Hoe ziet het proces van herijking eruit en wanneer voorzien we een eerste herijking?

planologisch kader is. Het instrument van de omgevingswetprogramma's kan ingezet worden om thematische of gebied specifieke doelen en ambities met een plan van aanpak te vertalen naar concrete resultaten, kosten en tijdsperiode. De omgevingsvergunning is traditioneel het moment waarop een initiatiefnemer zijn of haar voorstel laat toetsen aan het geldend juridisch kader. Wanneer het niet passend is, kan een gemeente in het nieuwe construct van de Omgevingswet ook een afweging maken op basis van de ambities en doelen van de omgevingsvisie. De uitvoering van de omgevingsvisie verloopt niet alleen direct langs de andere drie instrumenten, maar zal in de praktijk door druppelen via de vele afwegingen die gemaakt gaan worden in projecten, gebiedsontwikkelingen etc. Al deze afwegingen besluiten worden uiteraard wel via omgevingsplan, omgevingsvergunning en omgevingsprogramma vastgelegd. De omgevingsvisie is een bundeling van vele beleidskeuzes uit verschillende vastgestelde beleidsdocumenten aangevuld met enkele nieuwe onderwerpen. De samenvoeging levert 5 hoofdkeuzes en 3 werkwijzen op. Onderliggend zijn nog vele meer gebiedsspecifieke keuzes te maken. De omgevingsvisie wordt herijkt wanneer een strategisch beleidskeuze gemaakt wordt, de uitkomsten van de MIRT-verkenning oeververbinding is daarvan een voorbeeld.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

Hoofdstuk 7 van de omgevingsvisie is aangepast ter verduidelijking van het actueel houden van de omgevingsvisie

Waarom benoemt deze omgevingsvisie geen VIPprojecten zoals de Stadsvisie?

De omgevingsvisie heeft als eerste doel gehad het integraal samen brengen van beleidskeuzes uit vastgestelde beleidsdocumenten aangevuld met urgente nieuwe onderwerpen om zo een totaal overzicht te creëren voor de fysieke leefomgeving. Het college ziet een volgende stap in het in kaart brengen van projecten, gebiedsontwikkelingen etc, die in een periode van 4 tot 8 jaar invulling geven aan de lange termijn omgevingsvisie doelen.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

De omgevingsvisie is één van vier wettelijke instrumenten die we voorhanden hebben bij invoering van de Omgevingswet. De introductie van de wet gaat gepaard met het digitaal ontsluiten van informatie uit de instrumenten. Het maken van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ligt in handen van onder meer VNG en het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Rotterdam is op meerdere fronten actief in pilots en kan zich koploper noemen. Met het werken aan een integrale omgevingsvisie is de laatste 4 jaar veel ervaring opgedaan met wat integraal werken betekent voor de organisatie. Integraal werken is niet alleen een opgave voor de ambtelijke organisatie, ook wij als college zijn doordrongen dat ons opdrachtgeverschap daar een rol bij speelt. Ook de stad en u als raad spelen een belangrijke rol bij het integraal benaderen en nemen van een integraal besluit.

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

NIEUWE MANIER VAN WERKEN Digitale stelsel en Omgevingswet. Is Rotterdam klaar voor de invoering van de Omgevingswet.

Is de ambtelijke organisatie klaar voor het integraal werken dat met de omgevingsvisie en de Omgevingswet wordt geïntroduceerd?

Geen aanpassing in de omgevingsvisie

Toelichting op moderniseringslocatie 1. Waarom een moderniseringslocatie? a. De gemeente heeft een beleidsdoel: toekomstbestendige woonwijken (volgend uit het Vitaliteitsonderzoek en NPRZ); b. De uitvoering van die doelen kan, als de markt het zelf niet doet, inzet vragen van actief grondbeleid en daarmee samenhangende instrumenten (WvG, onteigenen); c. Deze instrumenten mogen alleen toegepast worden als het huidig gebruik afwijkt van het toekomstig gebruik en dat is soms de vraag; omdat bij nieuwbouw en samenvoegen het gebruik, namelijk ‘Wonen’, hetzelfde blijft. d. Juist om dat probleem op te lossen is de aanduiding “moderniseringsgebied” in de wet geïntroduceerd, zodat gemeenten haar grondbeleidsinstrumenten maximaal kan inzetten bij het toekomstbestendig maken van de woonwijken waar het gebruik hetzelfde blijft; e. De aanwijzing van een moderniseringsgebied zorgt voor de juiste onderbouwing voor het inzetten van WvG en onteigeningen. Er is geen ander instrument beschikbaar om het inzetten van een voorkeursrecht te ondersteunen. f. Door aanwijzing maakt de gemeente gebruik van haar wettelijke bevoegdheden en borgt zij een effectieve uitvoering van het beleid; g. De aanwijzing als “moderniseringslocatie” heeft nu geen rechtsgevolgen. Dat is pas aan de orde bij de vestiging van (bijvoorbeeld) een voorkeursrecht en dat vergt altijd een individuele afweging en besluit.

Het toepassen van het instrumentarium WvG en onteigening zal per project opnieuw een raadsbeslissing vergen hiervoor is het aanwijzen van een moderneringslocatie niet voldoende. 2. Is het noodzakelijk om moderniseringslocatie aan te merken voor de Wvg en onteigening? Ja. Voor de bestendiging van de huidige voorkeursrechten is dit nodig als juridische basis, Bovendien vormt modernisering ook de basis voor alle nieuwe plannen in het NPRZ gebied en zal een rechter dit naar verwachting accepteren als grondslag voor toepassen van de WvG en onteigening. 3. Waarom in de omgevingsvisie? De omgevingsvisie geeft een globaal beeld van de toekomstige ontwikkelingen in de gemeente Rotterdam. Daar hoort ook een aanduiding toekomstbestendige woonwijken bij. De omgevingsvisie geeft een leidraad voor het bestemmingsplan/omgevingsplan.In het uiteindelijke bestemmingsplan/omgevingsplan wordt ook de moderniseringslocatie opgenomen, maar dan voor een veel specifieker gebied/wijk/buurt, waar de gemeente daadwerkelijk plannen heeft. De omgevingsvisie is dus de kapstok voor het omgevingsplan. 4. Kan de moderniseringslocatie kleiner? Nee, om twee redenen. De omgevingsvisie is een globale visie op een groot abstractieniveau, waar het niet in past om op wijkniveau kaders te stellen.

Het is ook niet mogelijk omdat we nu nog niet weten waar we Wvg en onteigening willen inzetten, omdat we deze besluiten juist wel op wijkniveau willen nemen. 5. Kan de moderniseringslocatie groter? Met een onderbouwing wel. We vinden in de omgevingsvisie een mogelijke onderbouwing in de toekomstbestendige wijken, zoals opgenomen met gele kleur. De wetgever ziet het begrip “modernisering” dus ruim. Dat sluit goed aan bij de voorliggende beleidsplannen en lijkt dus de

ruimte te scheppen om grotere gebieden in de Omgevingsvisie aan te duiden als moderniseringsgebied in de zin van artikel 3.5 Wro. In dat geval wordt de moderniseringslocatie niet meer alleen gericht op de focuswijken in het NPRZ-gebied. Mocht de gemeente vervolgens overgaan tot vestiging van voorkeursrechten, dan zal uiteraard nog worden getoetst of de voorliggende plannen voor dat gebied voldoende concreet zijn. Besluitvorming per project is nog noodzakelijk. 6. Als moderniseringslocatie wordt opgenomen is er dan ook al besloten over inzet Wvg en onteigening? Nee. Voor zowel Wvg als onteigening gaan we op wijk- en buurtniveau kijken of deze instrumenten moeten worden ingezet. Dat vraagt om een afzonderlijke afweging en een afzonderlijk besluit van het college en de raad. Zie hiervoor ook de eerder genomen Wvg- en onteigeningsbesluiten. Hier heeft een eigen afweging plaatsgevonden in deze besluiten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=8e081bd1-dadf-4e88-883e-e91d755a0e3a