21bb12852 Wethoudersbrief Bokhove over Fast Ferry
Tekst van het document
Judith Bokhove Wethouder Mobiliteit, Jeugd en Taal
Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam
Aan commissie EDEM
Website: www.rotterdam.nl E-mail: bbo@rotterdam.nl Inlichtingen: H.P. de Bruijn en Wil Teunissen Telefoon: 0612318049 Cluster: SO Ons kenmerk: BS21/01403 - 21bb012852 Uw kenmerk: Datum: 13 oktober 2021 Betreft: Fast Ferry
Geachte leden van de commissie EDEM, Tijdens het actualiteitendebat van 7 oktober jongstleden heb ik u toegezegd nog nadere informatie te verschaffen over het aanbod dat de RET heeft gedaan voor personenvervoer over water tussen Hoek van Holland en de Maasvlakte en de redenen waarom hier niet op in is gegaan. MRDH, Havenbedrijf en Gemeente Rotterdam hadden als aanbestedende partijen voor de verbinding Hoek van Holland – Maasvlakte een jaarlijks bedrag van € 860.000 (prijspeil 2018) voor bijdrage in de exploitatiekosten beschikbaar gesteld. In twee opeenvolgende aanbestedingen hebben dit budget en de gestelde eisen niet tot een inschrijving geleid. Daarop hebben de drie partijen besloten twee inbestedingen te onderzoeken om de bereikbaarheid van de Maasvlakte te waarborgen: zowel over water als over land. Voor de optie over water is in samenwerking met RET onderzocht welke aanpassingen er mogelijk zouden zijn om het door RET aangegeven tekort op de exploitatiebijdrage (circa € 150.000, prijspeil 2018) te kunnen verkleinen. RET heeft intern onderzocht welke afschaling (minder afvaarten) in haar opinie maximaal toelaatbaar zou zijn om voldoende dienstverlening aan passagiers en voldoende volume van diensten voor eigen personeel over te houden.
Dit heeft uiteindelijk geleid tot een aanbod van RET met een verlaagd aantal dienstregelinguren en een substantiële tariefsverhoging voor de reiziger. Daarnaast bevatte het voorstel een aantal voorwaarden om het ondernemingsrisico te verkleinen. Belangrijke financiële risico’s en kosten die voortkomen uit het voortzetten van de vaardienst (met betrekking tot onderhoud van het schip, milieumaatregelen, brandstofprijs en afwijking van de dienstregeling) zouden overgenomen dienen te worden door de gezamenlijke opdrachtgevers.
Blad:
2/2
Met deze voorgestelde aanpassingen kon een aanbieding door RET worden gedaan tegen de genoemde exploitatiebijdrage, waarbij de gezamenlijke opdrachtgevers dus aanzienlijke aanvullende kosten en risico’s voor hun rekening zouden nemen. Bovendien zou dit alternatief slechts aangeboden kunnen worden tot aan de geplande opening van de Blankenburgverbinding, uiterlijk in 2024. Doorvaren in geval van een latere oplevering van de Blankenburgtunnel zou enkel kunnen tegen substantieel hogere kosten, voornamelijk voortkomend uit groot onderhoud aan het huidige ingezette schip. Uiteindelijk is het voorstel beoordeeld op de kwaliteit van het geboden vervoer in relatie tot de kosten, ook in vergelijking met het parallel uitgewerkte alternatief over land. Op basis van vooraf vastgestelde criteria is een vergelijking gemaakt van de kwaliteit van het alternatief over water en het alternatief over land. Omdat hier een beduidend betere score uitkwam voor de “over land variant” is voorgesteld om deze te verkiezen boven de ‘vervoer over water” variant. De variant over land was veel aantrekkelijker voor het woon-werkverkeer naar de Maasvlakte en heeft daarom meer potentie in groei van het aantal reizigers. Met name de combinatie met de metrolijn, de hogere flexibiliteit van looptijd en de prijs-kwaliteitverhouding waren hierbij doorslaggevend.
De gezamenlijke opdrachtgevers hebben hun waardering uitgesproken voor de inspanningen die door RET zijn gedaan om tot een aanbieding te komen, maar hier om voornoemde redenen niet voor gekozen. Zoals ik u reeds heb medegedeeld zal Gemeente Rotterdam onderzoeken of een alternatief gevonden kan worden voor toeristisch vervoer over water vanaf Hoek van Holland. Met vriendelijke groet,
Judith Bokhove Wethouder Mobiliteit, Jeugd en Taal