21bb12784 Raadsbesluit Warmtebedrijf Rotterdam en het toekomstscenario WLQ+
Tekst van het document
21bb12784 Warmtebedrijf en toekomstscenario WLQ+ De Raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 6 oktober 2021 (raadsvoorstel nr. 21 bb12576); gelet op de (wettelijke) bepalingen, Gemeentewet artikel 160 en 168 en de Regeling risicovolle projecten Rotterdam 2021; constaterende dat: 1) de business case van WbR onevenredig veel financiële en juridische restrisico's met zich meebrengt voor de aandeelhouder gemeente Rotterdam; 2) de kosten voor de gemeente Rotterdam hoger liggen dan het door de gemeenteraad eerder verstrekte onderhandelingsmandaat; 3) de conditionele voorwaarden hiermee onvoldoende zijn ingevuld en dat dit het logische gevolg heeft dat de Rotterdamse gemeenteraad geen positief besluit kan nemen over WLQ+/herstructurering van WbR; 4) er zonder deelname aan de WLQ+ een onzekere periode aanbreekt voor WbR en er een risico ontstaat dat er vertraging optreedt in de warmtetransitie in Rotterdam, maar dat het Rotterdamse publiek belang verbonden met de infrastructuur van WbR niet opweegt tegen de financiële (meer-)kosten en risico's. Besluit:
Niet over te gaan tot deelname aan WLQ+; II 1. De afwikkeling van het besluit om niet over te gaan tot deelname aan WLQ+ aan te wijzen als risicovol project 2. In afwijking van de Regeling risicovolle projecten voor dit specifieke project: a. De griffier te mandateren een werkgroep van raadsleden samen te stellen die in samenspraak met het college van burgemeester en wethouders een voorstel voorbereidt voor de monitoring van de afwikkeling van het besluit om niet deel te nemen aan de WLQ+ en de daarmee gepaard gaande risico's; b. De commissie die belast is met organisatie en financiën aan te wijzen als projectverantwoordelijke commissie; c. De commissie tot Onderzoek van de Rekening aan te wijzen als projectbegeleidingscommissie, waarbij de voorzitter hiervan tevens optreedt als rapporteur. d. Dat totdat het voorstel onder a) is vastgesteld de raad ten minste een maandelijkse voortgangsbrief van het college ontvangt.
raadsvergadering van:
14 oktober 2021
raadsstuk 21bb12784
pagina 1