21bb12575 Collegebrief over Toekomst Warmtebedrijf Rotterdam (WbR) – uitkomsten onderhandelingen WLQ+
Tekst van het document
Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl E-mail: bbo@rotterdam.nl Portefeuillehouder: FOHGP
Aan de gemeenteraad
Cluster: SO en DMC Ons kenmerk: 21bb12575 Uw kenmerk: Datum: B&W 5 oktober 2021 Betreft: Toekomst Warmtebedrijf Rotterdam – uitkomsten onderhandelingen WLQ+
Onderwerp: Toekomst Warmtebedrijf Rotterdam (WbR) – uitkomsten onderhandelingen WLQ+ Op welke gronden deze brief?/Waarom nu voorgelegd? In november 2020 heeft uw raad op basis van een scenariovergelijking besloten het scenario WLQ+ verder uit te werken. Het scenario WLQ+ gaat uit van de aanleg van een warmtepijplijn (WLQ+) tussen Den Haag en Leiden, en de levering van restwarmte door WbR aan Leiden en de Leidsche regio. Dit zou moeten zorgen voor een bedrijfseconomisch gezond WbR met toekomstperspectief. De gemeenteraad heeft een financieel kader vastgesteld waarbinnen de gemeente als aandeelhouder WbR, het WbR financieel mag ondersteunen, om de periode tot de realisatie van de WLQ+ te overbruggen. De aanleg van de WLQ+ is een intensieve publiek-private samenwerking van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Gasunie en Provincie Zuid-Holland waarbij ook de Leidse regiogemeenten, Vattenfall en WbR betrokken zijn. Eind mei en begin juni 2021 bent u geïnformeerd over de stand van zaken rondom het scenario WLQ+ en de uitwerkingen die nog moesten volgen. U bent 5 oktober 2021 in een technische sessie geïnformeerd over het resultaat van deze uitwerking. Het college informeert u met deze brief over haar afwegingen bij dit resultaat en daarmee de haalbaarheid van het scenario WLQ+.
Nu is het moment dat keuzes gemaakt moeten worden omdat partners afhankelijk zijn van elkaars besluiten voor een volgende stap. 1. Voorgeschiedenis WbR ontvangt al geruime tijd financiële ondersteuning van de gemeente Rotterdam. Deze financiële ondersteuning was noodzakelijk vanwege structurele financiële tekorten bij WbR. Die tekorten zijn in belangrijke mate veroorzaakt door een te hoge afnameverplichting (take or pay) van WbR bij haar leveranciers AVR en Shell ten opzichte van haar afzet.
Blad:
2/5
WbR heeft daarom naar andere afzetkanalen gezocht. Dat heeft eind 2017 geresulteerd in contracten met Vattenfall (toen nog Nuon geheten) voor de levering van restwarmte uit de haven aan Vattenfall in de gemeente Leiden. Voorzien was dat de levering van deze restwarmte in Leiden op 1 januari 2020 zou starten. Voor deze levering aan Vattenfall moest een transportleiding worden gerealiseerd. WbR wilde daarvoor de Leiding over Oost (LoO), die via Zoetermeer van Rotterdam naar Leiden zou lopen, aanleggen. Dit vroeg om een kapitaalstorting van beide aandeelhouders, die toen door Rotterdam geëffectueerd is en door de Provincie Zuid-Holland (PZH) niet. Om toe te werken naar een kapitaalstorting van de zijde van PZH is op 31 januari 2019 een bestuursovereenkomst met PZH gesloten. Daarin is de voorziene kapitaalstorting omhoog bijgesteld per aandeelhouder. De gemeente Rotterdam heeft deze kapitaalstorting (in de vorm van een omzetting van de BNG-lening en een additionele bijdrage) goedgekeurd. Uw raad heeft op 7 februari 2019 (19bb992) aangegeven geen wensen en bedenkingen te hebben over deze kapitaalstorting. Uiteindelijk is de uitvoering van de bestuursovereenkomst ingehaald door de ontwikkelingen rond de LoO, die niet realiseerbaar bleek.
2. Huidige stand van zaken De gemeente Rotterdam is altijd positief geweest over het scenario WLQ+ en heeft zich maximaal voor de haalbaarheid daarvan ingespannen. De gemeenteraad heeft daar wel een aantal voorwaarden bij gesteld: 1. een definitief besluit van Gasunie over het doorgaan van de WLQ (het leidingdeel tot aan Rijswijk); 2. voldoende comfort over een positieve uitkomst van het staatssteuntraject; 3. zekerheid over de toekenning van de SDE++-subsidie door het ministerie van Economische Zaken aan WbR; 4. de businesscase van WbR dient positief te zijn en te blijven; 5. de investeringen door de gemeente Rotterdam blijven binnen het door uw raad vastgestelde mandaat, nu en in de toekomst. Op dit moment constateren wij dat niet aan de bovengenoemde voorwaarden is voldaan. Business case WbR en mandaat gemeente Rotterdam (voorwaarden 4 en 5) WbR heeft een business case WLQ+ gemaakt. Een in opdracht van de RvC van WbR uitgevoerde validatie maakt duidelijk dat er nog diverse risico’s resteren die een grote impact kunnen hebben op de business case en direct of in de toekomst leiden tot een
Blad:
3/5
financieringsvraag aan de aandeelhouders. Denk daarbij aan de stijging van de gasprijzen en de risico’s rondom de door WbR gebruikte groeilijn. Daarnaast zijn er forse risico’s rondom de contractering van de WLQ+. WbR loopt hierbij het risico om wederom omvangrijke verplichtingen aan te gaan terwijl er nog geen compleet beeld is. De kans dat deze risico’s zich concreet voordoen is groot. Daarmee is de business case onvoldoende robuust. Ook zonder dat deze risico’s realiteit worden, moeten we constateren dat de gemeentelijke financiële ondersteuning die de business case WLQ+ vraagt buiten het door uw raad gegeven mandaat valt. Staatssteuntraject en burden sharing (voorwaarde 2) Financiële ondersteuning van WbR kan pas worden verstrekt na definitieve goedkeuring daarvan door de Europese Commissie. Daarom heeft uw raad aangegeven dat er wel voldoende comfort moet zijn over een positief oordeel van de Europese Commissie. In de zomer van dit jaar heeft de Europese Commissie aangegeven dat de bij WbR betrokken private partijen (zoals onder andere AVR, Shell, Vattenfall en Uniper) een financiële bijdrage dienen te leveren aan de business case WLQ+ (de zogeheten burden sharing). Daarover heeft WbR met deze private partijen veelvuldig gesproken en het resultaat daarvan is in augustus met de Europese Commissie gedeeld.
De Europese Commissie heeft vervolgens aangegeven dat de financiële bijdrage van de private partijen onvoldoende was en fors omhoog moet. Vervolgens zijn er, met ondersteuning van de aandeelhouders, door WbR weer diverse gesprekken met de private partijen gevoerd. Helaas heeft geen van deze gesprekken geleid tot onvoorwaardelijke afspraken. Op dit moment wordt er gesproken over een bijdrage van enkele miljoenen echter deze zijn nog niet onvoorwaardelijk vastgelegd. In ieder geval staat dit in schril contrast met de gevraagde financiële ondersteuning van de gemeente Rotterdam aan WbR. Dat is problematisch omdat de Europese Commissie bij de beoordeling of de steun toelaatbaar is veel waarde hecht aan een goede balans tussen publieke en private bijdragen. We moeten constateren dat diverse private partijen die betrokken zijn bij WbR jarenlang contractueel baat hebben gehad bij een door de gemeente Rotterdam financieel ondersteund WbR. Partijen zijn geïnformeerd over het belang om een bijdrage te doen aan de business case van WbR, er is een oproep gedaan om gezamenlijk een stap te zetten t.b.v. de energietransitie. Ondanks deze oproep zijn de partijen onvoldoende ingestapt en blijft en er onbalans bestaan tussen publieke en private bijdragen. Gelet daarop wordt op dit moment niet aan de door de Europese Commissie gestelde voorwaarden voldaan.
Bij de huidige stand van zaken, is de kans op een positief besluit klein. Er is dus onvoldoende comfort op dit punt.
Blad:
4/5
Zekerheid over subsidie en definitief besluit van Gasunie (voorwaarde 1 en 3) De geplande SDE++-subsidie is vervangen door een investeringssubsidie aan Gasunie. De bedoeling is dat deze investeringssubsidie wordt doorgegeven in de vorm van lagere transporttarieven voor (onder meer) WbR. Gasunie heeft toegezegd deze tariefverlaging schriftelijk aan WbR en de Gemeente Rotterdam te bevestigen. De tariefverlaging wordt nog doorgerekend en daarom tot op heden niet formeel bevestigd. Daardoor is op dit moment onvoldoende duidelijk of deze tariefverlaging hetzelfde effect heeft als de eerder voorziene SDE++-subsidie (waar in de business case van WbR rekening mee is gehouden). Gasunie heeft tot op heden geen definitief besluit genomen inzake de WLQ(+). Conclusie: het is niet gelukt Alles overwegende is het college van mening dat een keuze voor het scenario WLQ+ voor de gemeente leidt tot onverantwoorde financiële en juridische gevolgen en risico’s. Wij betreuren het dat, na alle inspanningen die de gemeente heeft gedaan, we tot dit standpunt hebben moeten komen. De gemeente Rotterdam is altijd bereid geweest haar bijdrage te leveren aan de toekomst van WbR. Alle inspanningen ten spijt, het is niet gelukt. U wordt hier in de geheime bijlage B nader over geïnformeerd.
De reden van de geheimhouding zijn de (financiële) belangen van de gemeente en om onevenredige benadeling van derden en of de gemeente te voorkomen. Wij verstrekken u deze bijlage onder oplegging van geheimhouding op grond van artikel 25, tweede lid, Gemeentewet in verbinding met artikel 10, eerste lid onder b en tweede lid, onder b en g, en artikel 11 Wet openbaarheid bestuur. Wij stellen voor, conform het Beleidskader verstrekking openbare en geheime informatie aan de raad 2020, na vijf jaar een herbeoordeling te doen van de geheimhouding op deze stukken. Wij verzoeken u de geheimhouding in uw eerstvolgende raadsvergadering te bekrachtigen. Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, De secretaris,
De burgemeester,
V.J.M. Roozen
A. Aboutaleb
Blad:
5/5
Bijlage(n): A Raadvoorstel Warmtebedrijf en toekomstscenario WLQ+ B Geheime bijlage: Resultaat invulling cp’s WLQ+ I-i
Memo controle nieuwe business case model
I-ii
Managementsamenvatting Value Statement
I-iii
Memo beoordeling wijzigingen business case model
II
211005 Analyse Deloitte business case WbR en gemeentelijke bijdrage
III
Definitief advies RvC WbR inzake WTO 23 sept 2021