21bb12553 Bijlage 7 behorende bij 21bb12546 - Rapport Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden ( min. BZK )
Tekst van het document
Rapport van Bevindingen
Ketenen va n h e t Verleden
Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden
jezelf opdraaien het tempo opvoeren zodat de ketenen van het verleden strak komen te staan ankerketting die het schip van uwe staat & samenleving staaft tot uiterst doel: jezelf opgeheven tot nieuwer symboliek en een zoekmachine later zeg je jee wat gaat de teller snel ogen dicht sta je hoog op een dak in het land voelt hoe je in duister valt en er nullen rollen: de nulstand van samenzijn — wit en zwart nu één
antoine de kom
inhoudsopgave 1.
Woord vooraf
5
2. Samenvatting
7
3. Opdracht
10
4. Proces
11
4.1
Algemeen
11
4.2 Caribisch deel van het Koninkrijk
12
4.3 Nederland
12
4.3.1 Belangenorganisaties
12
4.3.2 Opzet van de dialogen, publiekscampagne en burgerpanel
13
4.4 Wetenschappelijke inbreng 5. Ontwikkelingen in de samenleving 5.1
Internationaal
14 15 15
5.2 Nederland
17
5.3 Sectoren in de samenleving
19
5.3.1 Arbeidsmarkt
19
5.3.2 Onderwijs
20
5.3.3 Sport
22
5.3.4 Zorg
23
5.3.5 Media en cultuur
23
5.3.6 Justitie en veiligheid
24
6. Resultaten 6.1
25
Resultaten van de dialogen
25
6.1.1
25
Brede maatschappelijke dialogen
6.1.2 Sectorale dialogen
27
6.1.3 Gesprekken met jongeren
29
6.1.4 Dialogen in Caribisch deel van het Koninkrijk
31
6.1.5 Slot
32
6.2 Wetenschappelijke adviezen
33
6.2.1 Bijdrage van wetenschappers
33
6.2.2 Juridische aspecten
35
6.2.3 Voorstellen wetenschappers
37
7. Conclusies en aanbevelingen 7.1
Erkenning
39 39
7.2 Excuses
40
7.3 Herstel
41
7.4 Conclusie met betrekking tot de motie-Nicolaï
42
7.5 Aanbevelingen
43
Bijlagen47 1.
Opdracht van drs. K.H. Ollongren, minister BZK
48
2.
Motie-Nicolaï
52
3.
Verzoek tot eerherstel Tula
53
4.
Uitgebrachte adviezen van wetenschappelijke deskundigen
70
5.
Rapport van de dialogen op Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Maarten en Sint Eustatius
208
6.
Geraadpleegde belangenorganisaties
263
7.
Geraadpleegde bronnen
266
Colofon270
1 . Woord vooraf ‘Not everything that is faced can be changed, but nothing can be changed until it is faced.’ James Baldwin Op 1 juli 2020 werd het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden ingesteld. Het adviescollege kreeg als taak om binnen het Koninkrijk der Nederlanden een dialoog te organiseren over het slavernijverleden en de doorwerking daarvan in de hedendaagse samenleving. Een dialoog gericht op verbinding en op een bredere erkenning en inbedding van dit gedeelde verleden. Een opdracht als deze is in de huidige tijdgeest niet eenvoudig; een dialoog organiseren die verbindend moet zijn over een gedeeld verleden waarvan de belevingen zo uit elkaar lopen. Een verleden dat nog steeds diepe sporen nalaat in de hedendaagse samenleving. Voor een deel van de bevolking gaat dit verleden over hoogtepunten in de Nederlandse geschiedenis, over voorspoed en welvaart. Maar voor een ander deel van de bevolking gaat het over voorspoed en welvaart die verdiend werden over de rug van hun voorouders. Zij ondervinden daar in hun dagelijks leven nog steeds de gevolgen van. Het slavernijverleden gaat niet alleen over slachtofferschap, maar ook over moed, veerkracht en verzet. Dit is zeker van toepassing op al die mensen op wier schouders het adviescollege staat. Zij hebben jarenlang geijverd om het slavernijverleden en de doorwerking ervan in het heden, te agenderen.
Mensen die hun stem in protest hebben laten horen, die tegen de stroom in zijn gegaan, die al vele dialogen over dit thema hebben gevoerd. Een steeds grotere groep mensen laat een stem horen over de scheve verhoudingen binnen onze maatschappij. Zij spreken zich uit tegen racisme, discriminatie en uitsluiting. Aan de andere kant staat een groep die dat verleden niet kent of niet wil horen. Die bang is eigen tradities, houvast en ankers kwijt te raken in een toch al complexe samenleving. Een samenleving in verandering, met verschillende verhalen. Mensen weten soms niet precies hoe zij moeten reageren. Ze hebben het gevoel niet de juiste woorden te kennen, of weten niet welke nieuwe posities zij moeten innemen ten opzichte van dit complexe onderwerp. In de georganiseerde dialogen kwam naar voren dat de kennis over het Nederlandse slavernijverleden gering is. Dat geldt voor Nederland als geheel, maar ook voor de gemeenschappen van nazaten. Er zal dus veel meer kennis en collectief bewustzijn moeten worden verworven om een gezamenlijke, nationale geschiedenis te kunnen beleven.
5
Als de Franse bezetting nationale geschiedenis is, dan geldt dat ook voor de bezetting van de koloniën. Als de opstand tegen Spanje nationale geschiedenis is, dan zijn de opstand van Tula en de opstand van de Marrons dat ook. Die historische bewustwording en identificatie met het verleden zijn noodzakelijk om het slavernijverleden en de doorwerking daarvan werkelijk te zien als een onderdeel van onze gezamenlijke geschiedenis. Om tot herstel te komen, zodat een gezamenlijke toekomst mogelijk wordt, is het noodzakelijk dat de Staat: • erkent dat slavernij en slavenhandel misdrijven tegen de menselijkheid waren; • verantwoordelijkheid neemt om de misstanden van het slavernijverleden onder ogen te zien; • erkent dat de gevolgen van het slavernijverleden heden ten dage nog voelbaar zijn; en • excuses aanbiedt. Het adviescollege markeert met zijn dringende aanbevelingen dat de tijd van vrijblijvendheid en wegkijken nu echt voorbij is.
Drs. D.H. Oudshoorn-Tinga, voorzitter E. Davids Mr. L.Y. Gonçalves-Ho Kang You Dr. J.L. Kool-Blokland G. de Randamie R.R. Severina
6
2 . Samenvatting Het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden adviseert om bij wet te erkennen dat de slavenhandel en de slavernij die tussen de zeventiende eeuw en 1 juli 1863 direct of indirect onder Nederlands gezag hebben plaatsgevonden, misdrijven tegen de menselijkheid waren. Daarbij moet ook het leed erkend worden van alle mensen die slachtoffer van deze misdrijven zijn geworden en het leed van hun afstammelingen. Erken ook de strijd, successen en invloed van degenen die zich in de loop der eeuwen tot heden toe hebben verzet tegen slavernij, racisme en discriminatie. Voorts adviseert het adviescollege dat de Staat der Nederlanden, mede als rechtsopvolger van eerder Nederlands gezag, die slavenhandel en slavernij direct of indirect heeft toegestaan, mogelijk gemaakt, bevorderd of bedreven, hiervoor bij wet zijn excuses aanbiedt. Het adviescollege beveelt aan dat de Staat der Nederlanden bij het aanbieden van excuses de bereidheid uitspreekt om dit historisch onrecht, dat tot op heden in velerlei vormen wordt ervaren, zoals discriminatie en institutioneel racisme, zoveel mogelijk te herstellen. Aanbevolen wordt dat de minister-president excuses namens de regering aanbiedt. De keren dat de koning zich heeft uitgesproken over het verleden (Indonesië en Wilhelmina (WO II)), heeft dat grote symbolische betekenis gehad voor de gemeenschap.
Het adviescollege adviseert hierbij de volgende acties te ondernemen. Vergroot het bewustzijn over de trans-Atlantische slavernij via onderzoek, onderwijs en kunstzinnige projecten onder meer door een nationaal onderzoeksprogramma te starten naar het slavernijverleden en de hedendaagse erfenissen en doorwerkingen daarvan, waaronder institutioneel racisme. In de opstelling en uitvoering van dit onderzoek moeten zowel nazaten als niet-nazaten van totslaafgemaakten participeren. Meer onderzoek vanuit een grassrootsperspectief zou de meerstemmigheid ten goede komen. Dit onderzoek moet niet alleen de geschiedenis van slavernij omvatten, maar ook historische en hedendaagse sociaaleconomische, medisch-psychische, spiritueel-religieuze en cultureel-politieke aspecten daarvan. Bekijk op welke wijze reeds bestaande instituten zoals het NiNsee daar integraal bij kunnen worden betrokken, zodat doublures worden voorkomen en duurzaamheid wordt gewaarborgd. Onderzoek daarbij op welke wijze reeds bestaande initiatieven en instituten die gericht zijn op het verdiepen van het substantieve burgerschap van Afro-Antillianen en Afro-Surinamers kunnen worden gecontinueerd, geïntensiveerd en versterkt.
7
Natasja Kensmil | White Elephant, 2019 | Collectie Amsterdam Museum
Neem om het onderwijs te versterken maatregelen om ervoor te zorgen dat de onderwerpen slavernijverleden en de doorwerking daarvan in het heden een vast onderdeel worden van het curriculum in alle onderwijsniveaus en vooral ook in de pedagogische opleidingen. Versterk de kennis over de betekenis van discriminatie in het dagelijks leven en tref wettelijke maatregelen ter bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat. Draag zorg voor systematische handhaving. Implementeer daartoe een structureel, intersectioneel programma ter bestrijding van discriminatie en racisme, waaronder institutioneel racisme en etnisch profileren. Daarbij verdient de bestrijding van institutioneel racisme op de arbeidsmarkt, de woningmarkt, het onderwijs en de politie specifieke en dringende aandacht. Maak het slavernijverleden zichtbaar, zodat dit een gedeelde geschiedenis kan worden. Draag zorg voor een nationaal museaal centrum of nationale voorziening waarin op ruime en toegankelijke wijze het slavernijverleden en de doorwerking daarvan worden getoond met
8
een veelzijdige blik. Draag er daarbij zorg voor dat ook in de Caribische landen en Suriname dit verleden beter gekend en getoond kan worden. Ontwikkel na afstemming met organisaties van nazaten beleid op basis waarvan er in de publieke ruimte meer nieuwe, gemeenschappelijke symbolen voor een gedeelde toekomst kunnen worden gecreëerd. Betrek daar ook bestaande, aan het slavernijverleden verbonden beelden, monumenten, gebouwen en straatnamen bij om enerzijds het verhaal van de geschiedenis te vertellen, en anderzijds de pijn die de confrontatie in de publieke ruimte bezorgt, te verzachten. Maak van 1 juli een nationale herdenkingsdag, gesteund en bijgewoond door de koning en de regering (minister-president) als erkenning dat het slavernijverleden de hele samenleving aangaat. Het staat ieder deel van het voormalig Koninkrijk uiteraard vrij ook eigen herdenkingsdagen te kiezen. Maak van publieke media gebruik om die dag nationaal stil te staan bij de verschrikkingen van de slavernij en het leed en lot van de tot slaaf gemaakte mensen in het hele voormalige Koninkrijk. In de adviesopdracht is gevraagd ook de rehabilitatie van Tula te betrekken. Gelet op de verstrekte adviezen van wetenschappers en bevindingen uit de dialogen, adviseert het adviescollege positief over de rehabilitatie van Tula.
Het adviescollege merkt daarbij op dat de opdracht zich beperkt heeft tot Tula en dat er meer verzetshelden zijn die betrokken dienen te worden in het nationale onderzoek naar het slavernijverleden. Draag zorg voor voldoende en structurele financiering van herstelmaatregelen waardoor er duurzaam geïnvesteerd kan worden in het verminderen van de gevolgen van het slavernijverleden. Het adviescollege adviseert de hiervoor genoemde erkenning, excuses en herstel te verankeren bij wet, zodat duidelijk is dat er geen sprake is van vrijblijvendheid. Het adviescollege geeft daarbij in overweging voor een consensusrijkswet te kiezen. Dit mag echter niet leiden tot vertraging om de zo noodzakelijk geachte herstelmaatregelen voortvarend te implementeren. Een consensusrijkswet biedt de Caribische landen de mogelijkheid om mee te denken over de wijze waarop Nederland overgaat tot erkenning, excuses en herstel. Naarmate erkenning, excuses en herstel meer aanvaard kunnen worden door de landen waar de slavernij plaatsvond, hebben zij meer betekenis voor de toekomstige samenleving. Daarbij zal in een consensusrijkswet nadrukkelijk tot uitdrukking moeten worden gebracht dat de verantwoordelijkheid voor het slavernijverleden uitsluitend ligt bij en genomen wordt door het Europese deel van het Koninkrijk.
Stel een Koninkrijksfonds ter beschikking van passende, respectvolle omvang, ter structurele en duurzame financiering van herstelmaatregelen. De herdenking van de afschaffing van de slavernij in het Koninkrijk op 1 juli 2023 zou een bij uitstek geschikt moment zijn voor de inwerkingtreding daarvan.
9
3 . Opdracht Het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden (hierna: het adviescollege) is op 1 juli 2020 ingesteld door minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). De opdracht is om een dialoog te organiseren over het slavernijverleden en de doorwerking daarvan in de hedendaagse samenleving, gericht op een bredere erkenning en inbedding van dit gedeelde verleden in de Nederlandse samenleving. In Nederland is er in toenemende mate aandacht voor het slavernijverleden. De sporen van dat verleden werken tot op de dag van vandaag door in onze samenleving. Daarom wenst het kabinet stil te staan bij deze episode uit onze geschiedenis. Tevens wenst het kabinet de aandacht voor het slavernij- en het gedeelde verleden ook in de toekomst levend te houden, onder andere door jaarlijks de afschaffing van de slavernij te herdenken. De dialoog richt zich niet alleen op Nederlanders van Afrikaanse herkomst, maar op de Nederlandse samenleving in haar geheel, en op het gehele Koninkrijk, inclusief de Caribische delen. Het adviescollege opereert zonder last of ruggespraak, is breed samengesteld, en dient de onafhankelijkheid en de inhoudelijke samenhang van de dialoog te waarborgen.
Het organiseert daartoe gesprekstafels in diverse maatschappelijke sectoren en stelt een rapport op met bevindingen aangaande de gevoerde dialogen.1 Naast het organiseren van een dialoog heeft de minister het adviescollege verzocht om advies uit te brengen over de motie-Nicolaï van10 maart 2020, aangenomen door de Eerste Kamer. De motie verzoekt de regering om ‘na te gaan of er reden bestaat om – net zoals in Frankrijk – bij wet de slavernij en de slavenhandel die in het verleden heeft plaatsgevonden als een misdaad tegen de menselijkheid aan te merken, en om na te gaan of in diezelfde wet de oprichting en instandhouding van een Nationaal Monument Slavernijverleden, een Kenniscentrum Slavernijverleden en een Slavernijmuseum dient te worden gegarandeerd.’2 Ten slotte is het adviescollege gevraagd om advies uit te brengen over het verzoek uit 2019 van Plataforma Sklabitut i Herensha di Sklabitut aan de Rijksministerraad, voor eerherstel van Tula. Op 1 juli 2021 wordt het rapport van bevindingen aangeboden aan minister Ollongren van BZK.
10
1
De opdracht van minister Ollongren is opgenomen in bijlage 1.
2
De motie-Nicolaï is opgenomen in bijlage 2.
4 . Proces 4.1 Algemeen Het adviescollege heeft bij de aanpak van zijn werkzaamheden een zo breed mogelijke benadering gehanteerd, om een groot bereik te hebben. Daarbij zijn ook de NederlandsCaribische eilanden betrokken. Naast het stimuleren van de dialoog en het horen van burgers, heeft het adviescollege wetenschappers geraadpleegd. Het sprak met vertegenwoordigers van diverse belangenorganisaties, maatschappelijke sectoren en groeperingen uit de samenleving. Jongeren betrok het adviescollege met speciaal op het onderwijs gerichte dialogen. De Nederlandse samenleving in het algemeen werd vertegenwoordigd in breed opgezette dialoogtafels, in sectorale tafels en via panelpeilingen. De reikwijdte omvat zowel Nederland als de Caribische delen van het Koninkrijk, Saba, Sint Eustatius, Bonaire, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Het adviescollege zette een publiekscampagne op, raadpleegde een burgerpanel en verzocht wetenschappelijke deskundigen om een bijdrage te leveren aan de diverse onderdelen van het vraagstuk slavernijverleden en doorwerking in de hedendaagse samenleving. Met deze aanpak heeft het adviescollege gestreefd naar zowel verbreding van de dialoog naar een groot publiek bereik, als verdieping in gesprekken aan de sectorale tafels.
Bij de werkzaamheden maakte het adviescollege gebruik van het Denkkader Polarisatie van Bart Brandsma over het omgaan met polarisatie en depolarisatie in maatschappelijke discussies en processen.3 Met Brandsma werden daarover diverse gesprekken gevoerd. Om de gewenste dialoog en de daaruit voortkomende aanbevelingen af te stemmen op initiatieven die in diverse steden in Nederland al gaande zijn, heeft het adviescollege gesprekken gevoerd met wethouder Bert Wijbenga (Handhaving, Buitenruimte, Integratie en Locoburgemeester) van Rotterdam, en met wethouder Rutger Groot Wassink (Sociale Zaken, Diversiteit en Democratisering) van Amsterdam. De wereldwijde COVID-19-epidemie heeft de mogelijkheid tot fysieke gesprekken beperkt, zowel in Nederland als in het Caribische deel van het Koninkrijk. Daarom heeft het adviescollege het aantal deelnemers aan de fysieke tafels beperkt en organiseerde het naast fysieke dialoogtafels digitale dialoogsessies. In de volgende paragrafen wordt de aanpak nader uitgewerkt.
3
Bart Brandsma (2016).
11
4.2 Caribisch deel van het Koninkrijk De opdracht aan het adviescollege bevatte nadrukkelijk het verzoek om ook in het Caribisch deel van het Koninkrijk een maatschappelijke dialoog over het slavernijverleden en de doorwerking daarvan te faciliteren. Daartoe heeft het adviescollege allereerst gesprekken gehouden met het bevoegd gezag van de verschillende eilanden. Daarnaast raadpleegde het adviescollege per eiland lokale coördinatoren over het opzetten van een maatschappelijke dialoog. Door de beperkingen als gevolg van de COVID-19-pandemie was fysieke aanwezigheid bij dialoogtafels pas in een laat stadium mogelijk. Het programma heeft daardoor vertraging opgelopen. Op Bonaire, Curaçao en Saba hebben al dialogen plaatsgevonden. Op Sint Eustatius, Sint Maarten en Aruba volgen later dit jaar dialogen.
4.3 Nederland 4.3.1 Belangenorganisaties Het adviescollege erkent het werk van de vele belangenorganisaties die zich al jarenlang inzetten voor de belangen van de nazaten van tot slaaf gemaakte Afrikanen, de aandacht voor ongelijkheid en discriminatie, en voor de doorwerking van het slavernijverleden in de hedendaagse samenleving. Zij hebben al vele dialogen georganiseerd, hun stem en die van hun achterbannen laten horen, veelal onder moeilijke omstandigheden. Om die reden heeft het adviescollege met vertegenwoordigers van diverse belangenorganisaties gesproken.4 De gesprekken hadden tot doel te overleggen over de invulling van de dialoog. Het adviescollege heeft de belangenorganisaties naar hun mening gevraagd over de opdracht van de minister. Ook is aan hen de vraag voorgelegd op welke wijze de aanbevelingen tot een blijvend resultaat zouden kunnen leiden. In de gesprekken brachten de belangenorganisaties verschillende aandachtspunten naar voren.
De vertegenwoordigers van de organisaties vroegen met name aandacht voor een doelgerichte bestrijding van discriminatie en vooral ook van institutioneel racisme; voor vergroting van representativiteit zowel in het bestuur als in alle maatschappelijke sectoren; voor de bevordering van kennis binnen het onderwijs over onderwerpen als slavernijverleden en discriminatie; en voor het belang van excuses, erkenning en herstel van de schade door het slavernijverleden. De belangenorganisaties benadrukken het belang van de dialoog voor de bewustwording van het slavernijverleden en de doorwerking ervan.
4 Het adviescollege sprak met de volgende belangenorganisaties: Landelijk Platform Slavernijverleden, Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee), OCAN, Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland, The Black Archives, Kick Out Zwarte Piet, Initiatief Museale Voorziening (gemeente Amsterdam), Profor, Comité 21 Maart. Tevens sprak het adviescollege met Mercedes Zandwijken, initiatiefneemster van Keti Koti Dialoog Tafel.
12
Hun werk en inzet blijven onverminderd noodzakelijk. De belangenorganisaties hebben de urgentie van een verandering in het handelen van de overheid duidelijk gemaakt. De terugkoppeling over hun inbreng vond plaats in de afrondende fase van ons werk als adviescollege.
4.3.2 Opzet van de dialogen, publiekscampagne en burgerpanel Wegens de COVID-19-pandemie zijn de sectorale dialoogtafels anders uitgevoerd dan oorspronkelijk de bedoeling was. Het aantal deelnemers aan fysieke tafels moest beperkt worden wegens de verplichte anderhalve meter afstand. Tevens zijn bijeenkomsten naar een later tijdstip verschoven, toen de versoepelingen van de corona-richtlijnen meer fysieke ontmoeting mogelijk maakten. Om toch aan de opdracht te voldoen om de Nederlandse samenleving in brede zin in de dialogen te betrekken, Heeft het adviescollege digitale dialoogsessies georganiseerd. Het koos daarbij voor drie verschillende vormen: 1. drie brede maatschappelijke digitale dialogen in samenwerking met Pakhuis de Zwijger; 2. zes sectorale dialogen in samenwerking met IZI Solutions; 3. 21 dialooglessen en acht slotdialogen met scholieren en studenten in samenwerking met Discussiëren Kun je Leren (DKJL). Verder heeft het adviescollege in samenwerking met Motivaction een online burgerpanel opgezet om de inbreng van het publiek te vergroten, en is in samenwerking met DeGoedeZaak een campagne gelanceerd. In al deze dialogen kwam aan de orde hoe de doorwerking van het slavernijverleden ervaren wordt in verschillende sectoren in de samenleving.
Tevens werd er ingezoomd op specifieke thema’s, zoals representatie, kansen in het onderwijs, beeldvorming in de media, cultuur en publieke ruimte, herkenning, erkenning en excuses. De drie brede maatschappelijke dialogen bestonden uit twee delen: een panelgesprek en zogeheten break-outsessies. De panelgesprekken werden live uitgezonden en waren hiermee toegankelijk voor een groot publiek. Na de panelgesprekken gingen deelnemers in break-outsessies in kleinere groepen met elkaar in gesprek. De break-outsessies zijn niet live uitgezonden, om deelnemers de gelegenheid te bieden in beslotenheid met elkaar het gesprek aan te gaan. Aan de zes sectorale dialogen namen vertegenwoordigers deel uit de sectoren justitie en veiligheid, cultuur en media, sport, bestuur, zorg en onderwijs. Zij gingen met elkaar in gesprek aan de hand van stellingen.
13
Voor jongeren heeft het adviescollege 21 dialooglessen georganiseerd, in vijftien groepen. De leerlingen waren afkomstig uit uiteenlopende onderwijsniveaus: primair onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs en universitair onderwijs. Aanvullend vonden er acht online slotdialogen plaats tussen leerlingen en deskundigen. Het burgerpanel is opgezet in de vorm van een online community met 55 deelnemers die een afspiegeling vormen van de Nederlandse samenleving. De helft van dit panel bestond uit personen van Surinaamse en Antilliaanse afkomst. Het burgerpanel was beschikbaar gedurende een periode van acht weken en is ingezet voor verschillende onderzoeken, opdrachten en peilingen. De panelleden stonden in contact met de dialoogtafels: uitkomsten van de dialogen en de bevindingen van deelnemers aan de dialoogtafels werden voorgelegd en bediscussieerd in de online community. Een brede publiekscampagne had als doel de dialoog te verdiepen en te verbreden met behulp van online middelen. In de campagne werden inwoners van Nederland uitgenodigd om mee te doen aan de publieke dialogen en zich via sociale media publiekelijk uit te spreken tegen racisme.
Door een pledge te ondertekenen zegden betrokkenen toe om actief bij te dragen aan de erkenning en verwerking van het slavernijverleden, bijvoorbeeld door zich uit te spreken tegen racisme in de eigen omgeving. Op de website ikzeteenstap.nl kregen de ondertekenaars de ruimte om hun eigen actie onder de aandacht te brengen. Tot dusverre hebben 2.203 mensen de pledge ondertekend. Het resultaat van de dialogen wordt beschreven in paragraaf 6.1.
4.4 Wetenschappelijke inbreng Op wetenschappelijk gebied zijn er de afgelopen jaren tal van onderzoeken uitgevoerd naar het Nederlandse slavernijverleden. Bij de uitvoering van onze opdracht heeft het adviescollege gebruikgemaakt van diverse publicaties. Tevens is een aantal wetenschappers om advies gevraagd over het publiekelijk uitspreken van excuses door de Nederlandse regering, de juridische mogelijkheden, en de wenselijkheid van wetgeving. 5 In het bijzonder is advies gevraagd over de uitvoering van de motie-Nicolaï. In paragraaf 6.2 wordt de inhoud van de adviezen besproken.
5
14
Het adviescollege heeft advies gevraagd aan het T.M.C. Asser Instituut; mr. dr. Bastiaan Rijpkema, prof. dr. Arjen van Rijn & mr. dr. Glenn Thodé; prof. dr. Philomena Essed; dr. Rose-Mary Allen & prof. dr. Alex van Stipriaan; prof. dr. ir. Gilbert Cijntje; drs. Disrael Orphelin; en dr. Francio Guadeloupe. Hun bijdragen zijn integraal opgenomen in bijlage 4.
5 . Ontwikkelingen in de samenleving 5.1 Internationaal De afgelopen jaren vonden er belangwekkende internationale ontwikkelingen plaats in de aandacht voor het slavernijverleden en de doorwerking daarvan. In toenemende mate hebben landen aandacht voor hun eigen pijnlijke geschiedenis. Diverse landen erkennen hun omstreden optreden in het verleden en bieden daar excuses voor aan, of maken wetgeving op het gebied van erkenning, doorwerking, excuses en herstel. Dit gebeurt onder andere in Duitsland, België, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten (VS). De Verenigde Naties (VN) hebben diverse resoluties aangenomen over slavernij, slavenhandel en de positie van mensen van Afrikaanse herkomst. Unesco, de organisatie van de VN voor onderwijs, wetenschap en cultuur, heeft in 1999 een aantal internationale dagen ingesteld om de herinnering aan het slavernijverleden levend te houden. De datum 25 maart is aangemerkt als internationale herdenkingsdag van de slachtoffers van slavernij en de trans-Atlantische slavenhandel; 23 augustus als internationale dag ter herinnering aan de slavenhandel en de afschaffing daarvan; en 2 december als internationale dag voor de afschaffing van slavernij waaronder ook hedendaagse slavernij is begrepen.
Voorts heeft het internationaal wetenschappelijk comité van Unesco regeringen en instituten opgeroepen verantwoordelijkheid te nemen voor het slavernijverleden en ‘to take immediate and comprehensive measures to repair these crimes, which are reflected in global patterns of poverty, inequality and racism.’6 De Durban Conferenties, gehouden onder auspiciën van de VN (Durban 2001, Geneve 2009, New York 2011), vormen een mijlpaal in de wereldwijde discussie over racisme, discriminatie en uitsluiting. De conferenties hebben aandacht besteed aan controversiële onderwerpen. Zo ook aan genoegdoening voor slachtoffers van de trans-Atlantische slavenhandel. In 2013 werd door de VN ‘het decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst’ (Decade of People of African Descent) uitgeroepen, met als doel de grondrechten en de vrijheden van mensen van Afrikaanse afkomst te beschermen. De resolutie roept VN-landen op in actie te komen tegen racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en de daarmee samenhangende onverdraagzaamheid. Het Nederlandse kabinet ondersteunt de Decade om de aanpak van racisme in Nederland te versterken. Nederland volgt hierbij de drie pijlers van de VN-resolutie: erkenning, rechtvaardigheid en ontwikkeling.
6
Opendemocracy.net (2016).
15
De VN hebben op 22 december 2018 in een resolutie verzocht om een permanent forum op te richten ten behoeve van mensen van Afrikaanse afkomst.7 Het forum zal dienen als overlegorgaan voor mensen van Afrikaanse afkomst en andere belanghebbenden, als platform voor het verbeteren van de levenskwaliteit en het levensonderhoud van mensen van Afrikaanse afkomst en om in een verklaring bij te dragen aan de uitwerking van de VN-resolutie. Die declaration zal een eerste stap zijn tot een juridisch bindend instrument, voor de bevordering en volledige eerbiediging van de mensenrechten van mensen van Afrikaanse afkomst. Het Europees Parlement heeft in 2019 de resolutie over Fundamentele Rechten van mensen van Afrikaanse herkomst aangenomen (Resolution on fundamental rights of people of African descent in Europe). Hierin wordt de directe relatie gelegd tussen racisme dat specifiek gericht is op mensen van Afrikaanse afkomst, met de geschiedenis van kolonialisme en slavernij. De resolutie roept de lidstaten onder andere op om maatregelen te nemen tegen racisme en uitsluiting. Deze resolutie was baanbrekend omdat het Europees Parlement voor het eerst de relatie legde tussen discriminatie en historisch onrecht jegens mensen van Afrikaanse afkomst.8 Het slavernijverleden en de doorwerking in het heden leidden in verschillende Europese landen eveneens tot publieke erkenning.
Op 28 mei 2021 sprak de Duitse regering uit schuldig te zijn aan de genocide die plaatsvond in Namibië aan het begin van de twintigste eeuw. Duitsland bekende schuld, sprak excuses uit en stelde een bedrag beschikbaar voor hulpprojecten in Namibië.9 In België heeft koning Filip op 30 juni 2020 diepe spijt betuigd voor gruweldaden in Congo onder het bewind van zijn voorganger Leopold II.10 In het Verenigd Koninkrijk hebben zowel de regering, als de stadsbesturen van Londen en Liverpool, maar ook kerkelijke instellingen, financiële instellingen en delen van het bedrijfsleven excuses aangeboden voor hun aandeel in slavernij, slavenhandel en onmenselijke behandeling van de totslaafgemaakten.11 Frankrijk heeft bij wet slavernij en de slavenhandel benoemd als misdaad tegen de menselijkheid.12 De Amerikaanse president Bill Clinton bood reeds in 1998 excuses aan voor de slavernij en slavenhandel, die ten grondslag liggen aan de hedendaagse economie. In 2021 is Juneteenth – 19 juni – door president Joe Biden van de VS uitgeroepen tot federale feestdag. Het is de viering en herdenking van de beëindiging van de slavernij in de VS, ook wel Emancipation day genoemd.13
7
United Nations (2019).
8 European Parliament (2018). 9
Auswärtiges Ambt (2021).
10 Koning Filip van België (2020). 11 Faulconbridge (2020). 12 Bijdrage Asser Instituut, zie bijlage 4. 13 Onder president Abraham Lincoln trad de Emancipatieproclamatie al in 1863 in werking, maar pas meer dan twee jaar later, op 19 juni in 1865, kregen de laatste Afro-Amerikaanse slaven in de staat Texas ook echt hun vrijheid terug, na overgave van de zuidelijke geconfedereerde staten in de Amerikaanse Burgeroorlog.
16
5.2 Nederland In artikel 1 van de Nederlandse Grondwet is verankerd dat allen die zich in Nederland bevinden, in gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegelaten. Het gebod van gelijke behandeling en het verbod op discriminatie en racisme zijn in wettelijke bepalingen vastgelegd en uitgewerkt, Het adviescollege veronderstelt deze als bekend. In deze paragraaf gaat het adviescollege vooral in op het maatschappelijk debat over rassendiscriminatie, en belicht relevant onderzoek en relevante ontwikkelingen. In ieder land dat het VN-verdrag over anti-discriminatie heeft ondertekend, doet de VN periodiek onderzoek. Daarbij wordt er aandacht besteed aan mogelijke vormen van discriminatie.
In 2014 bezocht een VN-comité voor mensen van Afrikaanse afkomst Nederland, en gaf in het rapport als een van de aanbevelingen dat Nederland een nationaal actieplan tegen rassendiscriminatie dient op te stellen, op grond van de bevinding van discriminatie, etnische profilering, ongelijkheid in onderwijs en het stereotype van de figuur van Zwarte Piet.14 Overigens heeft Nederland in 2020 tegen de VN-resolutie A global call for concrete action for the elimination of racism, racial discrimination, xenophobia and related intolerance and the comprehensive implementation of and follow-up to the Durban Declaration and Programme of Action gestemd.15 Gaandeweg verbreedt het debat in Nederland zich van alledaags racisme naar institutioneel racisme.16 Racisme is vaak ingebed in instituties, waarbij processen, beleid en regels van organisaties leiden tot structurele ongelijkheid tussen mensen van verschillende achtergrond, huidskleur of religie.17 Institutioneel racisme is door de toeslagenaffaire bij de belastingdienst breed in de publiciteit gekomen. Eerder al was etnisch profileren door de politie een onderwerp van onderzoek.18 In de afgelopen dertig jaar is er in Nederland een groeiend bewustzijn ontstaan van het eigen slavernijverleden en de doorwerking ervan in de moderne samenleving. De betrokkenheid van een breed publiek en van bekende Nederlanders is toegenomen.
Belangenorganisaties hebben een belangrijke rol gespeeld in het agenderen, in het debat en bij het vergroten van bewustzijn.
14 United Nations (2014). 15 Een overzicht van landen die voor en landen tegen de resolutie stemden is te vinden op digitallibrary.un.org/ record/3896183?ln=en. NRC Handelsblad meldde hierover, dat de Europese Commissie kritiek op Nederland uitte, omdat Nederland ‘de regels in de strijd tegen racisme, vreemdelingenhaat en ontkenning van grote internationale misdaden en de Holocaust onvoldoende verankerd [heeft] in nationale wetgeving’ (Schreuder (2021)). 16 Philomena Essed heeft de term alledaags racisme geïntroduceerd, zie Essed (1984). . 17 Kennisplatform Integratie & Samenleving. (2021). 18 Ibidem.
17
Er is onderzoek verricht, er zijn publicaties verschenen en gedichten geschreven, er zijn toneelstukken en dansvoorstellingen uitgevoerd, er zijn films gemaakt en er zijn tentoonstellingen georganiseerd. Het onderwerp ‘slavernijverleden’ maakt deel uit van de nationale canon van de Nederlandse geschiedenis en heeft sinds halverwege de jaren negentig een plek in de kerndoelen en eindtermen van het primaire en voortgezet onderwijs.19 Dat laat onverlet dat veel leerkrachten aangeven onvoldoende kennis te hebben om deze taak ook daadwerkelijk uit te voeren. In drie steden is er een slavernijmonument opgericht. De landelijke herdenking van Keti Koti bij het Nationaal Monument in het Oosterpark in Amsterdam wordt bijgewoond door een vertegenwoordiger van de regering en live uitgezonden door de publieke omroep. Overigens kent het slavernijverleden binnen de verschillende delen van het Koninkrijk en Suriname verschillende perspectieven, die gerespecteerd moeten worden. De eilanden hebben in tegenstelling tot Suriname bijvoorbeeld niet het gedwongen staatstoezicht van tien jaar gekend. Ook het perspectief van de herdenking van 1 juli wordt op de eilanden niet herkend. Daar geldt een ander bevrijdingsverhaal. En ook de Marrons kennen andere herdenkingsmomenten.
Alledaags racisme wordt ook in het publieke debat steeds meer herkend en erkend en er wordt vaker publiekelijk protest tegen aangetekend. Een belangrijk voorbeeld van dat groeiende bewustzijn is de kentering in de discussies rond de figuur van Zwarte Piet: waar in 2013 van de ruim 29.000 leden van het opiniepanel van EenVandaag nog 89 procent tegen wijzigingen in zijn uiterlijk was, was dit in 2020 gedaald naar 55 procent.20 Het bewustzijn van racisme kreeg in 2020 een impuls door de tragische dood van George Floyd in de VS. Via social media werd de gewelddadige arrestatie breed gedeeld. Wereldwijd werd de dood van George Floyd gevolgd door de Black Lives Matter-manifestaties, waarmee institutioneel racisme en racistisch politiegeweld aan de kaak werden gesteld. In het maatschappelijke gesprek over het slavernijverleden en doorwerking daarvan in de hedendaagse samenleving, is er een ontwikkeling waarneembaar die gekenmerkt wordt door verschillende niveaus van affiniteit, kennis en snelheid. Voor de ene groep gaan de ontwikkelingen niet snel genoeg, en voor de andere gaan ze juist te snel, en leeft het gevoel de grip te verliezen. Mensen kunnen het gevoel hebben dat tradities en verworvenheden van hen worden afgenomen.
Bovendien heersen er bij een deel van de Nederlanders angst en schroom ten aanzien van het thema slavernijverleden en de doorwerking daarvan in de hedendaagse samenleving. Zij zijn behoedzaam in gesprekken, durven geen uitspraken te doen uit angst om fouten te maken, anderen te beledigen of ‘verkeerde’ dingen te zeggen. Weer andere mensen ervaren de ontwikkelingen als ‘doorgeslagen wokeness’, overgewaaid uit de Verenigde Staten. Zij hebben het gevoel dat ze zich in het publieke debat steeds minder vrijheid kunnen permitteren, en te snel worden uitgemaakt voor racist.
19 Bijdrage Van Stipriaan, zie bijlage 4. 20 EenVandaag Opiniepeiling (2020).
18
Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP)21 deed in 2019 onderzoek naar de sociale staat van Nederland en constateerde dat Nederlanders vaker conflicten ervaren in de samenleving. Zag begin 2019 43 procent een conflict tussen een aantal voorgelegde bevolkingsgroepen, in 2012 was dat nog 32 procent. Uit onderzoek bleek dat immigratie/integratie en de manier van samenleven als enkele van de meest genoemde maatschappelijke problemen werden ervaren. Uit het onderzoek Burgerperspectieven (SCP) komt naar voren dat driekwart van de Nederlanders vindt dat de meningsverschillen over maatschappelijke kwesties in Nederland toenemen.22 Zij wijten de toenemende polarisatie aan de mentaliteit en multiculturele samenleving, maar vooral aan de rol van sociale media.23 Uit een enquête van dagblad Trouw (peiling van I&O Research uit 2021) over het slavernijverleden en het aanbieden van excuses, blijkt dat 56 procent van de Nederlanders vindt dat Nederland een ernstige of heel ernstige rol heeft gespeeld in de slavernij. 55 procent vindt excuses niet noodzakelijk, 31 procent vindt dat excuses gerechtvaardigd zijn. De ondervraagden die geen voorstander zijn van excuses gaven als argument dat je geen excuses kunt maken voor iets dat in het verleden heeft plaatsgevonden en dat dit polarisatie in de hand werkt.
Voorstanders gaven aan dat daarmee aangedaan leed wordt erkend, dat het belangrijk is voor bewustwording, en dat het helpt bij het tegengaan van racisme in de toekomst.24 Ondanks het groeiende bewustzijn van discriminatie en racisme, heerst er nog veel ongelijkheid in diverse sectoren van de samenleving.
5.3 Sectoren in de samenleving Zoals hiervoor al uiteengezet, heeft het adviescollege ter uitvoering van de opdracht dialoogtafels georganiseerd in een aantal maatschappelijke sectoren. In deze paragraaf worden enkele relevante onderzoeken en ontwikkelingen in deze sectoren nader toegelicht.
5.3.1 Arbeidsmarkt Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau uit 2010 kwam naar voren dat kandidaten met een niet-westerse naam minder kans maken in sollicitatieprocedures, ongeacht hun cv. De verschillen waren het grootst in lage- en middenfuncties. De ongelijkheid schuilt in de kansen: kandidaten met andere dan traditioneel Nederlandse namen, worden simpelweg minder vaak uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek.25
21 Wennekers et al. (2019). 22 Monitor 2019/1. Dekker & den Ridder (2019). 23 Monitor 2019/1. Het grootste conflict is volgens de ondervraagden dat tussen autochtone Nederlanders en mensen met een migratieachtergrond. Als voorbeeld van polarisatie wordt de discussie over Zwarte Piet genoemd (Dekker & den Ridder, 2019). 24 Uitgesplitst naar achtergrond van de ondervraagden blijkt dat voor 62 procent van de Nederlanders zonder migratieachtergrond excuses onnodig zijn, voor Nederlanders met een migratieachtergrond is dat slechts 20 procent (van Engeland et al. (2021)). 25 Andriessen et al. (2010).
19
In 2018 deed het televisieprogramma Radar een onderzoek naar personeelsbeleid bij een callcenter op grond van een gefingeerd verzoek geen personeel met een bepaalde etnische achtergrond te willen aantrekken. Van de benaderde uitzendbureaus gaf 47 procent aan hier rekening mee te willen houden, 36 procent legde het verzoek naast zich neer.26 In 2019 verrichtte de Inspectie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid een vergelijkbaar onderzoek, en ook daarvan was de uitkomst dat een groot deel van de uitzendbureaus bereid was om mee te werken aan het verzoek tot uitsluiting van werknemers met een bepaalde etnische achtergrond. In 2020 publiceerde Panteia een onderzoeksrapport naar discriminatie bij werving en selectie van personeel. Daaruit bleek dat mensen met een migratieachtergrond gemiddeld genomen 58 procent kans hebben op een uitnodiging. Voor mensen zonder een migratieachtergrond was dat 64 procent.27 Werkgevers kiezen bij het aannemen van nieuwe werknemers vaker voor kandidaten zonder migratie-achtergrond, omdat ze gemiddeld genomen geen positief beeld hebben van mensen mét. Als werkgevers in de praktijk ervaring hebben opgedaan met werknemers met een migratieachtergrond, zijn zij positiever dan het algemene beeld onder werkgevers.
Toch neemt bijna een kwart van de werkgevers liever geen werknemers met een migratieachtergrond aan.28 Ook Kennisplatform Integratie en Samenleving (KIS) heeft in zijn rapport Institutioneel Racisme in Nederland veel aandacht besteed aan racisme op de arbeidsmarkt.29 Uit de Monitor Arbeidsdiscriminatie 2015-2019 blijkt daarnaast dat er sprake is van discriminatie op de werkvloer: ‘Bij meldingen over discriminatie op grond van herkomst op de werkvloer is er vaak sprake van een vorm van vijandige bejegening.’30 Discriminatie op de werkvloer leidt tot een gevoel van onveiligheid. Mensen passen hun gedrag aan, ze melden zich ziek of gaan minder hun best doen. Een ander gevolg is dat ze alleen nog solliciteren binnen ‘de eigen kring’, waardoor ze hun toekomstige kansen op de arbeidsmarkt beperken.31 Het ondermijnt hun vertrouwen in de samenleving en doet afbreuk aan hun economische en maatschappelijke participatie.
5.3.2 Onderwijs In 2001 bracht de Commissie Historische en Maatschappelijke Vorming (commissie-De Rooy) het rapport Verleden, heden en toekomst uit, met aanbevelingen voor verbetering van het geschiedenisonderwijs in Nederland.32
26 AvroTros (2018). 27 Panteia (2020). 28 RADAR (2021). 29 Kennisplatform Integratie & Samenleving. (2021). 30 van Bon & Fiere (2020). 31 RADAR (2021a). 32 de Rooy (2001).
20
Het onderwerp trans-Atlantische slavenhandel werd genoemd als een kenmerkend onderdeel van de zeventiende- en achttiende-eeuwse economie. In 2006-2007 bracht de Commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon (commissie-Van Oostrom) een rapport uit, waarin de Canon van Nederland werd beschreven. Die bevat een lijst van vijftig vensters die beschouwd worden als de belangrijkste thema’s voor de geschiedenis van Nederland. De trans-Atlantische slavenhandel, de uitbuiting van de bevolking van Nederlands-Indië en de dekolonisatie van Suriname en de Nederlandse Antillen zijn hierin aparte vensters. Bij de herijking van de Canon van Nederland in 2020 werd de Surinaamse antikoloniale schrijver en verzetsstrijder Anton de Kom toegevoegd en werd het venster over Suriname en de voormalige Nederlandse Antillen verbreed naar het Caribisch gebied. 33 The Black Archives ontwikkelde in 2019 de poster Tien keer meer geschiedenis. Verzwegen geschiedenis op school.34 Dit initiatief is gericht op geschiedenisonderwijs, en pleit voor meer perspectieven dan alleen het eurocentrische perspectief, meer wereldgeschiedenis. Een ander doel is de handelingsverlegenheid bij docenten te verminderen. Uit de vakspecifieke trendanalyse voor geschiedenis, uitgevoerd door Expertisecentrum SLO in 2016,35 blijkt dat geschiedenisdocenten het moeilijk vinden om vorm te geven aan onderwijs over het slavernijverleden.
In 2020 is er een burgerinitiatief (later verenigd in de organisatie Zetje In) gestart om thema’s als gelijkwaardigheid, racisme en discriminatie op te nemen in het curriculum van basis- en middelbare scholen. In moties in de Tweede Kamer werd hierbij aangesloten.36 Het KIS heeft in 2020 de schoolloopbaan van jongeren met een migratie-achtergrond onderzocht. De belangrijkste conclusie is dat jongeren in het primair onderwijs vaker een lager schooladvies (onderadvisering) krijgen dan ze op basis van hun cognitieve vaardigheden aankunnen. Als belangrijkste oorzaken worden taalachterstand en beperkte ouderbetrokkenheid genoemd. Op alle niveaus van het voortgezet onderwijs is de schooluitval voor jongeren met een migratie-achtergrond structureel hoger dan voor andere jongeren. Wel zien de onderzoekers bij analyse van de data uit Amsterdam, Rotterdam en Den Haag dat de verschillen in deze steden minder groot zijn dan op landelijk niveau. Naarmate er meer jongeren met een migratieachtergrond op een school zitten, gaan zij meer gelijkwaardig of soms zelfs beter presteren dan jongeren met een Nederlandse achtergrond.37
33 Commissie-Kennedy (2020). 34 The Black Archives (2019). Voor de ontwikkeling van de poster is samengewerkt met Social Innovation Works (destijds) / Fawaka WereldBurgerschap (voortzetting) en met de Commissie Wereldgeschiedenis van de Vereniging van Docenten in Geschiedenis en Staatsinrichting in Nederland (VGN Kleio) en diverse historici. Zie ook Beweging Zwart Manifest (2021). Zwart Manifest. Manifest ter bestrijding van institutioneel anti-zwart racisme en ter bevordering van zwarte emancipatie in Nederland. zwartmanifest.nl. 35 van der Kaap & Visser (2016). 36 Initiatief van Veronika Vygon, Sohna Sumbunu en Lakiescha Tol. Motie van Asscher en Heerma en motie Asscher en Jetten (01/07/2020, zie www.tweedekamer.nl/kamerstukken/stemmingsuitslagen/detail?id=2020P11164). 37 de Winter-Koçak & Badou (2020).
21
Recent onderzoek van de SER toont aan dat er in het onderwijs nog altijd ongelijkheid is, en dat dit zelfs – mede door COVID-19 – is toegenomen: ‘Ondanks het breed gedeelde gelijkheidsideaal in onze samenleving, is de plek waar je wieg staat nog steeds bepalend voor de kansen die je krijgt in je leven. De coronacrisis vergroot deze bestaande kansenongelijkheid.’38
5.3.3 Sport In vele takken van sport komt racisme voor. Incidenten zijn legio, en de mentale gevolgen voor spelers zijn groot. Oerwoudgeluiden, scheldwoorden en andere uitingen worden als zeer bedreigend ervaren. In 2014 stelde het Openbaar Ministerie een onderzoek in naar racistische reacties op een selfie van voetballer Leroy Fer met andere zwarte spelers van het nationale elftal.39 Omdat er vooral in het (prof)voetbal veel racisme voorkomt (onderzoek door het Mulier Instituut),40 zijn de landelijke overheid en de KNVB in 2019 gestart met de uitvoering van het plan Ons voetbal is van iedereen: samen zetten we discriminatie buitenspel. De aanleiding was het incident tijdens de wedstrijd FC Den Bosch - Excelsior in 2019, waarbij speler Ahmad Mendes Moreira vanaf de tribune racistisch werd bejegend. Voor het plan is voor de periode 2020-2022 ruim 14 miljoen euro uitgetrokken. Aan de hand van de drie thema’s ‘voorkomen’, ‘signaleren’ en ‘sanctioneren’ worden er maatregelen genomen om discriminatie te bestrijden.41 Daaruit voortvloeiend heeft de KNVB in 2019 de commissie-Mijnals ingesteld om maatregelen te treffen tegen racisme en discriminatie.42 De commissie-Mijnals zal de KNVB en Rijksoverheid gevraagd en ongevraagd adviseren.43 Ook in andere sporten komt er langzamerhand meer aandacht voor het probleem van racisme.
Zo deelde hockey-international Terrance Pieters zijn ervaringen hierover in een interview in een landelijk dagblad.44 Om discriminatie en racisme tegen te gaan hebben het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), NOC*NSF en de Vereniging Sport en Gemeenten in 2018 het Nationaal Sportakkoord Sport verenigt Nederland45 gesloten. Het doel is dat iedere Nederlander een leven lang plezier kan beleven aan sporten en bewegen. Belemmeringen vanwege leeftijd, fysieke of mentale gezondheid, etnische achtergrond, seksuele gerichtheid of sociale positie moeten worden weggenomen. De Factsheet Discriminatie en Sport van RADAR geeft ook in februari 2021 nog aan dat er nauwelijks verenigingen zijn die expliciet aandacht besteden aan het tegengaan van racisme.46
38 SER (2021). 39 NOS nieuws (2015). 40 Harmsen et al. (2019). 41 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, KNVB, Eredivisie, Keukenkampioendivisie (2020). 42 ANP/Het Parool (2019). 43 De commissie is genoemd naar Humphrey Mijnals (1930-2019), de eerste voetballer van Surinaamse afkomst die in het Nederlands elftal speelde. Hij kwam driemaal uit voor Oranje. Na zijn loopbaan als speler, werd hij trainer van de Utrechtse club Faja Lobi. Mijnals kreeg in 2000 de eretitel Surinaams voetballer van de eeuw. In 2008 ontving hij de Sportpenning van de gemeente Utrecht. KNVB (2019). 44 Misset (2020). 45 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (2018). 46 RADAR (2021b).
22
5.3.4 Zorg In de zorg wordt er al langer gesproken over maatregelen om tot een meer representatieve vertegenwoordiging in zorgpersoneel en zorgaanbod te komen, passend bij een diverse samenleving. Zo deed het Nivel (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg) in 2003 onderzoek naar kansen en belemmeringen voor mensen met een andere etnische achtergrond in de zorg- en welzijnssector. In 2021 constateerde het VUmc dat artsen in opleiding belemmeringen in hun opleiding en in doorstroming ervoeren als gevolg van hun etnische afkomst. Dit is opvallend omdat er de laatste jaren onder studenten een steeds gevarieerdere etnische achtergronden te zien is, en de samenleving met een grotere diversiteit in de patiëntenpopulatie ook om diversiteit in artsen vraagt. Vergelijkbare onderzoeken zijn uitgevoerd door RADAR, Nursing.nl en de werkgroep Stop racisme in de zorg.47
5.3.5 Media en cultuur Representativiteit in de media is nog altijd een groot aandachtspunt. Uit onderzoek van Global Media Monitoring Project (GMMP), de grootste wereldwijde studie waarbij iedere vijf jaar op één dag in 145 landen onderzoek wordt gedaan, blijkt in 2020 slechts 9 procent van de mediapresentatoren in Nederland mensen van kleur te zijn.48 De Black Lives Matter-beweging heeft hier wel enige verandering in teweeggebracht, maar het is nog slechts een eerste begin. In 2011 is de Code Diversiteit en Inclusie in de culturele sector ingevoerd, ontwikkeld in opdracht van toenmalig minister Ronald Plasterk van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen.49 Vandaag de dag, tien jaar later, is er nog steeds onvoldoende diversiteit en inclusie in de creatieve en culturele sector. In mediaproducties wordt de laatste jaren ook steeds meer aandacht gewijd aan slavernij en slavernijgeschiedenis. Diverse televisieseries en podcasts gaan in op dit thema, mensen gaan terug naar hun achtergrond, bezoeken de (restanten van de) plantages van hun voorouders, of ontmoeten de nakomelingen van de slavenhouders. Sinds enkele jaren wordt de viering van de afschaffing van slavernij op 1 juli live uitgezonden door de NOS met een uitgebreide programmering.
Ook de wijze waarop objecten in musea gepresenteerd worden, staat ter discussie, met als doel tot een andere benadering, interpretatie en presentatie van objecten te komen.50 In de slavernijtentoonstelling van het Rijksmuseum (2021) wordt hier specifiek invulling aan gegeven. Andere voorbeelden zijn de controverses over de Gouden Koets, de term ‘Gouden Eeuw’ en het taalgebruik dat uitgaat van Europese normen en gezichtspunten. Ook die wijzen op de toenemende aandacht voor het beladen verleden, en het besef van de noodzaak tot verandering.
47 RADAR (2021a). Nursing.nl is een vakblad en website voor verpleegkundigen, zie Nursing.nl (2015, 2020). 48 Gorter et al. (2020). 49 Actieplan Cultuur en Creatief Inclusief (2011, 2019). 50 Het Rijksmuseum, tentoonstelling Slavernij (www.rijksmuseum.nl).
23
5.3.6 Justitie en veiligheid Etnisch profileren, discriminatie en racisme door en bij de politie hebben in toenemende mate aandacht gekregen. In het onderzoek naar institutioneel racisme door KIS51 blijkt dat in de handelwijze en politieaanpak onderdelen aanwezig zijn van selectie, vooroordelen en stereotypen op grond van etniciteit. Zowel voor politie als voor het Openbaar Ministerie geldt dat de organisaties hierop alert moeten zijn en over instrumenten moeten beschikken om te kunnen ingrijpen. Op 1 juli werden in de Tweede Kamer tijdens een debat over institutioneel racisme, drie moties aangenomen waarin werd verzocht om het instellen van een Nationaal Coördinator Racisme en Discriminatie en een staatscommissie Discriminatie en Racisme. Op 15 oktober 2020 werd in de Tweede Kamer tevens een motie aangenomen waarin werd verzocht om een periodiek onderzoek naar de problematiek van racisme, antisemitisme en discriminatie. Op 27 oktober 2020 werd in de Eerste Kamer een motie aangenomen waarin werd geconstateerd dat blijkens diverse rapporten en publicaties discriminatie in Nederland blijft voorkomen, niet alleen tussen burgers onderling, maar ook bij overheidsdiensten en binnen sterk door de overheid gereguleerde sectoren en breder in de samenleving en dat deze discriminatie soms een systemisch karakter heeft.
Verzocht werd te verkennen of er een parlementair onderzoek moet worden ingericht naar de oorzaken van het verschil tussen de wet op papier en de wet in de praktijk en waarom anti-discriminatoire bepalingen in de wetgeving niet voldoende effectief zijn. Op 10 maart 2021 bood de minister van BZK aan de Kamer een verkenning aan naar een Nationaal Coördinator tegen Racisme en Discriminatie. Verdere rapportage over de voortgang van de overige moties volgt voor het zomerreces 2021. In de uitwerking van haar motie over discriminatie en wetgeving heeft de Eerste Kamer op 23 maart 2021 de Parlementaire onderzoekscommissie Effectiviteit anti-discriminatiewetgeving (POC) ingesteld. Deze commissie heeft als taak het parlementaire onderzoek naar de effectiviteit van anti-discriminatiewetgeving uit te voeren dat werd voorgesteld door de tijdelijke commissie.52
51 Kennisplatform Integratie & Samenleving (2021). 52 Heij et al. (2021). Zie ook: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/ detail?id=2021Z04414&did=2021D09697;
24
6 . Resultaten 6.1 Resultaten van de dialogen 6.1.1 Brede maatschappelijke dialogen Het adviescollege organiseerde drie brede maatschappelijke dialogen in samenwerking met Pakhuis de Zwijger. Onderdeel van deze brede maatschappelijke dialogen, die live werden uitgezonden, waren zogeheten break-outsessies, waarin deelnemers aan de dialogen in kleinere groepjes met elkaar in gesprek konden gaan over verschillende thema’s. In een sessie met als thema ‘koloniaal erfgoed’ vloeiden enkele centrale dimensies die in alle georganiseerde dialogen naar voren kwamen samen. Het adviescollege gaat hier nader op deze sessie in. Het gesprek begon met een verwijzing naar de discussie rondom het standbeeld van Peerke Donders in Tilburg (zie afbeelding). Peerke Donders (1809-1887) was een missionaris in Suriname tijdens en vlak na de slavernij. Donders is ook bekend als de ‘Apostel der Melaatsen en Indianen’ omdat hij zich in Suriname als een van de weinigen ontfermde over de melaatsen, en daarmee een groot risico nam voor zijn eigen gezondheid. Zijn handelen was ingegeven door zijn overtuiging van radicale gelijkwaardigheid. In Suriname wordt hij tot op de dag van vandaag geëerd vanwege zijn onzelfzuchtige inzet. In 1982 werd hij door Paus Johannes Paulus II zalig verklaard.
Standbeeld Peerke Donders in Tilburg
25
In 1926 kreeg Donders een standbeeld in Tilburg, en dit beeld heeft de laatste jaren voor veel discussie gezorgd. Het standbeeld van Peerke Donders vormde het vertrekpunt van de break-outsessie. Nadat het standbeeld in de break-outsessie genoemd werd, nam een vrouw het woord. ‘Ik kom uit Tilburg. Ik ben een van de mensen die in 2018 hebben gezegd: als ik langs dat beeld loop doet het me pijn. Het was tijdens een lezing over de goede man Peerke Donders. Ik heb geluisterd want ik ken dat beeld. En toen vroegen ze of er nog iemand iets wilde zeggen. En ik zei: ‘ja ik, maar ik kom naar voren.’ Want ik stond helemaal achter. ‘En ik ga niet schreeuwen.’ En toen zei ik alleen maar dit: ‘we zitten hier vanavond allemaal bij elkaar, allemaal witte mensen, en we kennen allemaal de naam van die witte man met het kruis omhoog, en zijn hand op het hoofd van de zwarte man. Maar goed, wie is die zwarte man?’ Dat is het enige wat ik heb gezegd. En de zaal bleef stil. Maar na afloop zeiden mensen, goh, jouw vraag intrigeert ons, want inderdaad, we kennen de naam van de witte man maar de zwarte man kennen we niet. Ik zei: ‘Dat is geschiedenis. Dat is nou geschiedenis! En kijk hoe die man wordt afgebeeld.
Hij kijkt smekend naar de geestelijke die gewoon de macht vertegenwoordigt.’ En toen ontstond er een hele discussie over het standbeeld en wat het oproept.’ Deze etnografische casus laat een aantal van de belangrijkste kwesties zien die ook terugkwamen in alle andere dialogen met de jongeren, de sectoren, en die in het Caribische deel van het Koninkrijk. Ten eerste gaat het hierbij om beeldvorming. In tegenstelling tot zijn eigen overtuiging van gelijkwaardigheid wordt Peerke Donders hier ongelijkwaardig afgebeeld: staand, gekleed, in een actieve rol, neerkijkend op de zwarte man die knielend, half naakt, en passief verbeeld wordt. Dit beeld, maar ook veel andere standbeelden, verbeelden een machtsverhouding waarin witheid geassocieerd wordt met gezag, bekwaamheid en goedheid, en zwartheid met ondergeschiktheid en hulpbehoevendheid, en gezien wordt als op te lossen probleem. Het beeld laat zien dat beeldvorming los kan staan van de bedoelingen van individuen en een eigen leven kan gaan leiden. Ten tweede gaat het om normalisatie. Standbeelden normaliseren de machtsrelatie: de meeste mensen, zelfs veel mensen van kleur, lopen erlangs en kijken er niet van op. We vinden het normaal om witte en zwarte mensen op deze manier afgebeeld te zien. Hoe zou het zijn als het beeld gelijkwaardigheid zou uitstralen? Ten derde gaat het over de pijn die ervaren wordt.
De vrouw uit dit voorbeeld geeft duidelijk aan dat de pijn die het beeld veroorzaakt uiteindelijk slechts een symptoom is van een veel dieperliggende kwaal. Met andere woorden, hoewel deze pijn uiteindelijk weggenomen moet worden, gaat het niet om de gevoeligheden van individuen, maar om de structurele sociale positie die mensen van kleur toebedeeld wordt als gevolg van negatieve en genormaliseerde beeldvorming. In alle dialogen gaven zowel zwarte als witte deelnemers aan te worstelen met deze beeldvorming over zwarte en witte mensen.
26
Hoewel de discussie zich vaak lijkt te vernauwen tot standbeelden of figuren uit de Nederlandse folklore (bijvoorbeeld Zwarte Piet), gaven alle deelnemers aan de dialogen aan dat deze prominente voorbeelden slechts het topje zijn van een maatschappij- en sector-brede ijsberg van beeldvorming, die concrete negatieve gevolgen heeft voor het alledaagse leven van mensen van kleur in Nederland. Zo gaf een vrouw aan dat zij zich elke keer dat zij het huis uit gaat, voorbereidt op racistische uitlatingen: wat zal het vandaag zijn: bespuugd worden of voor Zwarte Piet worden uitgemaakt? In een andere break-outsessie vertelde een moeder een verhaal over de zwemles van haar zoon. De zwemmeester hield vol dat er op zwarte kinderen meer gelet moet worden. Zij zouden ‘minder goed drijven omdat ze een lager massamiddelpunt hebben’. Met andere woorden: zelfs in alledaagse situaties zoals de zwemles werd zwartheid, zelfs door getraind personeel, als extra probleem gezien. Hier worden zelfs jonge kinderen dus al mee geconfronteerd. Uit de dialogen bleek dat een meerderheid van de deelnemers dit soort beeldvorming zag als een van de belangrijkste gevolgen van slavernij en kolonialisme.
Tegelijkertijd werd ook duidelijk dat juist beeldvorming uiterst hardnekkig en complex is omdat het in feite alle lagen en sectoren van de maatschappij beïnvloedt, en omdat beeldvorming als complex cultureel fenomeen niet één duidelijk aanwijsbare bron heeft. Van etnisch profileren bij de politie en (toenemende) segregatie in het onderwijs, tot een gebrek aan representatie in en toegang tot media, cultuur en bedrijfsleven – beeldvorming speelt in de beleving van de deelnemers op vele gebieden een rol in het in stand houden van raciale stereotypen en denkbeelden, zowel bewust als onbewust. Gezien het wijdverspreide en diepgewortelde karakter van deze beeldvorming, klonk er bijna wanhoop door in de dialogen over de kansen voor een succesvolle aanpak van dit probleem. Dit kwam bijvoorbeeld in het door Motivaction georganiseerde panel naar voren. Deelnemers merkten op dat er in Nederland steeds vaker discussies gevoerd worden over discriminatie en racisme, maar ook over het slavernijverleden, zoals de controverse over Zwarte Piet. Een aantal deelnemers gaf aan de samenleving door deze toename van discussies als overspannen te ervaren: ieder woord wordt tegenwoordig op een weegschaal gelegd, en discussies ontaarden heel snel in conflicten.