21bb12551 Bijlage 5 behorende bij 21bb12546 - Rapportage LOKAAL over dialogen (i.s.m. GVGT)
Tekst van het document
EINDRAPPORTAGE RAADPLEGING ROTTERDAMMERS OVER HET MAKEN VAN EXCUUS VOOR HET SLAVERNIJ- EN KOLONIAALVERLEDEN
ROTTERDAM, JUNI 2021
INHOUD Inleiding
3
Voorbereiding
5
Doel van de gesprekken
7
Aanpak Onderzoek
7
Opbrengsten Onderzoek
8
-
Thema: Gezamenlijk Herdenken Claims Concerns Issues
10
Thema Excuses - Claims - Concerns - Issues
12
Adviezen voor de gemeente
14
Eindnoot
15
Bijlagen
16
Bijlage 1
Gegevens deelnemers gesprekken
Eindrapportage dialogen slavernij- en koloniaalverleden
2
EINDRAPPORTAGE Raadpleging Rotterdammers over het maken van excuus voor het slavernij- en koloniaalverleden en de vraag hoe je dit verleden herdenkt in een schuldige stad.
Inleiding In het actieprogramma Relax dit is Rotterdam wordt de ambitie uitgesproken om ontmoeting en dialoog tussen Rotterdammers over het omgaan met diversiteit, ongemak, sociale normen en dergelijk te faciliteren. Hierbij is het niet de bedoeling om het wiel opnieuw uit te vinden, maar om in te zetten op methoden die in het verleden effectief zijn gebleken. Daarnaast wordt gesproken van het onderzoeken van een ‘Dag van het Rotterdammerschap’. Het actieprogramma wil een substantiële bijdrage leveren aan contacten tussen burgers die elkaar in het dagelijks leven niet spreken en het bespreekbaar maken van taboe-en/of controversiële onderwerpen. Het actieprogramma wil daarbij voortbouwen op projecten die in de vorige collegeperiode hebben plaatsgevonden. Er wordt onder meer verwezen naar de opbrengst van het programma Wij Samenleving, waarbij vooral gesproken wordt over de nieuwe netwerken die daar zijn opgebouwd en die bijdragen aan het sociale weefsel van de stad. Hierbij wordt benadrukt dat werken aan diversiteit een kwestie van ‘bonding’ en ‘bridging’ is, een collectieve prestatie. Na de moord op George Floyd in mei 2020, gingen wereldwijd duizenden mensen de straat op om zich uit te spreken tegen racisme en discriminatie. Zo ook in Rotterdam op 3 juni 2020.
Reden voor het college en de gemeentelijke organisatie om met tientallen betrokken Rotterdammers vanuit de Afro-Nederlandse, maar ook Islamitische en Aziatische gemeenschap in gesprek te gaan. Een van de uitkomsten van deze gesprekken is dat er meer aandacht moet komen voor, wat met een mooie term ‘postkoloniaal Rotterdam’ wordt genoemd, een utopisch droombeeld van een toekomst voorbij koloniale verschillen. De vraag die hierbij centraal staat is: ‘Hoe bieden we Rotterdammers met de veelstemmige ervaring van hun stad, een podium, met als inzet de vraag hoe zij hun stad ervaren vanuit een postkoloniaal 1 perspectief?’ 1
De term postkoloniaal is niet onomstreden. Al bij aanvang van het onderzoek werd een kritisch opiniestuk in Vers Beton geplaatst,
afkomstig van het Rotterdamse -platform counternarratives. Zij stellen dat de term postkoloniaal suggereert dat het koloniale verleden een afgesloten verleden is. Rotterdam, aldus de criticasters, heeft vandaag de dag nog te structureel te maken met institutioneel en alledaags racisme en kan daarom niet gesproken worden over “Postkoloniaal Rotterdam’. Voor hen is een logische vervolgstap het ontmantelen van institutioneel racisme en het dekoloniseren van onderwijs en de culturele sector.
Eindrapportage dialogen slavernij- en koloniaalverleden
3
Eén van de inhoudelijke pijlers onder dit vraagstuk is een onderzoek naar het slavernij- en koloniaalverleden van de stad na het aannemen van de motie ‘Slavernij geeft inzicht en verbindt’ van voormalig PVDA-raadslid Peggy Wijntuin, 14 november 2017. Dit heeft geresulteerd in drie publicaties, die onder auspiciën van Het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde en onder leiding van directeur en hoogleraar Koloniale en Postkoloniale geschiedenis Gert Oostindie, plaatsvonden. De eerste publicatie ‘Het koloniale verleden van Rotterdam’ belicht onder meer de economische betekenis die de kolonies hadden voor de stad en de betrokkenheid van de politieke elite in het slavernijsysteem. In het boek ‘Rotterdam in slavernij’ laat hoogleraar Alex van Stipriaan zien wie in de stad betrokken was bij slavernij. De laatste bundel ‘Rotterdam een postkoloniale stad in beweging’, onder redactie van Francio Guadeloupe, Liane van der Linden en Paul van der Laar, is gericht op het heden en gaat over wat de koloniale geschiedenis betekent voor de huidige stad. Naar aanleiding van het onderzoek wil het college van B&W in gesprek over de vraag of er excuses gemaakt moeten worden voor het slavernijverleden van de stad. Hoe die excuses moeten worden gemaakt en of dat samen met Rotterdam en/of het rijk moet gebeuren, zijn enkele vragen waar het college over in gesprek wil.
Aan excuses zijn mogelijk aansprakelijkheidsgevolgen te verbinden, die kunnen leiden tot een schadevergoeding. De gemeente Rotterdam wil dit vraagstuk niet alleen voorleggen aan experts en directbetrokkenen, maar ook aan wat zij de ‘non-usual suspects’ noemen. Stichting LOKAAL is vanwege haar ervaring en expertise in het faciliteren van de grootstedelijke dialoog, gevraagd de gesprekken met de non-usual suspects te begeleiden en de uitkomsten ervan overdraagbaar te maken. In deze rapportage worden de uitkomsten gedeeld in de volgende volgorde: 1. We geven inzicht in het doel van de gesprekken en onze voorbereiding. 2. Vervolgens lichten wij onze onderzoeksaanpak kort toe en worden de opbrengsten van de gesprekken geclusterd aan de hand van de centrale vraag die richting heeft gegeven aan de gesprekken. 3. Tot slot zetten we de belangrijkste aanbevelingen aan de gemeente op rij.
Eindrapportage dialogen slavernij- en koloniaalverleden
4
Voorbereiding Wij hebben ons van meet af aan gerealiseerd dat er weerstand zou kunnen ontstaan als LOKAAL, in opdracht van de gemeente, de gesprekken over deze gevoelige materie zou gaan organiseren. We hebben daarom voorafgaand een aantal randvoorwaarden geformuleerd. Deze randvoorwaarden waren van belang om een positie in te nemen, zodat de deelnemers van de gesprekken zich veilig genoeg voelden om zich uit te spreken en gehoord te worden. De voorwaarden die we hebben gesteld: •
•
•
Helder moet zijn wie de afzender is van deze raadpleging en wat het doel is. De gemeente is de afzender én initiatiefnemer. Stichting LOKAAL faciliteert de gesprekken. Het gemeentelijk kader van waaruit dit initiatief wordt genomen moet helder gecommuniceerd worden. Voorstel van LOKAAL is dat het gemeentelijk programma Relax dit is Rotterdam hiervoor een uitstekend kader biedt. Relax dit is Rotterdam is het vervolg van het programma Wij-samenleving. Er kan voortgebouwd worden op de netwerken en verbindingen die reeds binnen deze programma’s gelegd zijn. Ook is het goed om aansluiting te zoeken bij reeds opgestarte dialogen. Met de gemeente Rotterdam is afgesproken dat er door hen een Kick-Off georganiseerd wordt met betrokken partijen uit Rotterdam, waarbij LOKAAL in positie wordt gebracht door de gemeente, waardoor samenwerkingen kunnen ontstaan voor dit project.
De Kick-off van de dialogenreeks is daarom gestart onder leiding van de gemeente via een MS-teams bijeenkomst met verschillende netwerkorganisaties. In deze bijeenkomst is LOKAAL helder gepositioneerd door de gemeente. Vanwege de overlap van de activiteiten van stichting Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst (hierna GVGT) en LOKAAL, zijn de krachten gebundeld en was er een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de dialogen. Belangrijk te melden is, dat LOKAAL tijdens de uitvoering van haar opdracht, hinder heeft ondervonden in de samenwerking met sommige van de door de gemeente uitgevraagde organisaties en personen. Zo waren er organisaties en/of personen die niet tevreden waren met deze aanpak van de gemeente en daarom geen samenwerking wilden met LOKAAL, hoewel ze betrokken waren bij het stadsbrede programma en de ontwikkeling van het gehele traject. Als disclaimer bij dit onderzoek melden wij daarom dat een deel van de organisaties die als vertegenwoordigers van de Surinaamse/Antilliaanse gemeenschap is uitgenodigd voor de dialogen, aangeeft niet (meer) in gesprek wil met de gemeente of partijen eromheen, omdat daar in de structuur en positionering van de mensen niets is veranderd na al die jaren. Volgens hen schuift ‘de witte man’ de verantwoordelijkheid door en voert het woord in naam van ‘de zwarte man’.
Een van de deelnemer verwoorde dit als volgt: “Ik wil geen seat at the table van de onderdrukker.”
Eindrapportage dialogen slavernij- en koloniaalverleden
5
Om zowel het publieke- als het private domein te beslaan, hebben GVGT en LOKAAL in samenspraak besloten te kiezen voor twee publieke dialogen in Verhalenhuis Belvedère en de overige dialogen binnen bestaande instituties te voeren. Er hebben in totaal 7 gesprekken plaats gevonden, met een opkomst tussen 7 en 15 deelnemers per groep. De twee publieke gesprekken zijn samengesteld uit een gemêleerde groep in zowel afkomst als kennis van het onderwerp. Hierbij hebben we getracht een duidelijke mix te maken tussen de non- en usual suspects. Vier gesprekken werden binnen bestaande organisaties gevoerd, waarvan twee met jongeren. In dat laatste geval was er ook sprake van een duidelijke mix in afkomst, opleidingsniveau en leeftijd. Zie voor meer informatie bijlage 1. Ter bevordering van het gesprek en de legitimatie hiervan, werd door de gemeente toegezegd een factsheet vanuit het Stadsarchief te ontvangen. Deze is echter ten tijde van de afronding van dit project nog niet ontvangen. LOKAAL heeft dit probleem opgelost door een videogesprek met Peggy Wijntuin te produceren. Dit interview heeft als introductie en verdieping van het gesprek gediend en is als startpunt van iedere dialoog vertoond. Dit interview wordt apart gedeeld met de opdrachtgever in de vorm van een actieve link of videobestand.
Eindrapportage dialogen slavernij- en koloniaalverleden
6
Doel van de gesprekken Belangrijkste doel van de gesprekken was het ophalen van informatie/input met betrekking tot het slavernij- en koloniaalverleden van Rotterdam en de mogelijke vervolgacties die hieraan verbonden worden. De gesprekken hoefden niet per se te leiden tot consensus. Er zullen bijvoorbeeld altijd voor- en tegenstanders van een mogelijk excuses blijven. Maar het is van belang alle stemmen te horen en hiermee gedragen besluiten te nemen. Om zoveel mogelijk te leren van deze gesprekken is gewerkt met de Socratische methode. Binnen deze methode, die ontwikkeld is door de wiskundig Leonard Nelson (1882/1927), worden persoonlijke ervaringen en voorbeelden getoetst op aannames en overtuigingen, waardoor er meer wederzijds begrip ontstaat. LOKAAL heeft deze methode op maat gesneden om op een laagdrempelige manier gevoelige onderwerpen bespreekbaar te maken en deze gesprekken overdraagbaar te maken in zogeheten lessen voor beleidsmakers. In de gesprekken gebeurde dit aan de hand van deze vraag: ‘Hoe positioneer je het herdenken van de herinnering en de pijn van het slavernijverleden in een schuldige stad?’ Deze Socratische methode is enorm aangeslagen bij de deelnemers van het gesprek en we hebben van verschillende kanten teruggekregen dat men dit een enorme fijne methode vond om dit gevoelige onderwerp met respect voor elkaar verschillen te voeren.
Aanpak onderzoek In haar aanpak baseert LOKAAL zich op de reeds opgedane ervaringen gedurende soortgelijke projecten. Een voorbeeld hiervan is de organisatie van tien wijkgesprekken met jongeren in de focuswijken en kantelbuurten op Zuid over de vraag hoe jongeren hun wijk beleven, met name op de gebieden onderwijs, stage en werk. Een tweede voorbeeld zijn de veertien gesprekken over veiligheid in de gebieden. De aanpak van LOKAAL is gebaseerd op de gedachte dat een publiek gesprek, of het nu gaat om een dialoog of een debat, een bijzondere vorm van leren is: leren door te luisteren. Een publiek gesprek, mits goed georganiseerd en voorbereid, kan een belangrijke bijdrage leveren aan beleidsonderzoek. Inspiratiebron voor deze benadering is de responsieve methodologie. Deze onderzoeksmethodiek is gebaseerd op drie democratische uitgangspunten: zeggenschap, meerstemmigheid en eigenaarschap. Responsief onderzoek pretendeert niet om finale antwoorden te geven. Belangrijker is om inzicht te verschaffen in reeds beleefde ervaringen, met als doel het verzamelen en bespreken van de verschillende constructies van meerdere belanghebbenden. Dit gebeurt in de praktijk door mensen te vragen naar claims, concerns & issues (CCI’s).
Eindrapportage dialogen slavernij- en koloniaalverleden
7
• • •
Claim | bewering ten gunste van het onderwerp; Concern | bewering ten ongunste van het onderwerp; Issue | belangrijke kwestie waarover gediscussieerd moet worden, zaken waarover mensen van mening kunnen verschillen.
In de gesprekken worden alle deelnemers actief betrokken bij het gesprek. Het leerproces dat hierdoor ontstaat, bij zowel de onderzoeker als de deelnemers, wordt net zo belangrijk gevonden als het verzamelen van de informatie. Het onderzoek is gedaan door dr. Liesbeth Levy filosoof en directeur van LOKAAL. Zij werd daarbij ondersteund door projectleider Yoshua van den Broek.
Eindrapportage dialogen slavernij- en koloniaalverleden
8
Opbrengsten onderzoek In de publicatie ‘Rotterdam in slavernij’ beschrijft Alex van Stipriaan in de epiloog dat er niet alleen sprake is van een materiële erfenis, maar ook van wat hij ‘de mentale erfenissen van het slavernijverleden’ noemt:
“Het heeft te maken met de manier van denken over jezelf en over de ander, over de plek in de wereld waarmee groepen met een gedeelde cultuurgeschiedenis vanaf de geboorte veelal onbewust worden opgevoed en die voortkomen uit specifieke historische ontwikkelingen.”2
Volgens Van Stipriaan is het moeilijkst hierbij te benoemen wat de erfenis van de kant van de erfgenamen van de kolonisator is:
“Die gaat in ieder geval over ongelijkheid en denken in ‘wij’ of ‘zij’. De slavernij en met name ook de legitimering daarvan met de Bijbel in de hand heeft een beeld geschapen van de zwarte mens als ultieme ander. Weliswaar een mens - en zelfs dat heel lang formeel niet eens - maar in ieder geval een minder soort mens. De scherpe kantjes zijn daar al lang van af, maar de kern ervan is nog niet verdwenen. Op zijn best leidt dat tot paternalisme van ‘we doen het samen, ik weet wat goed voor jou is’. Op zijn slechtst tot opgeknoopte zwarte Pietjes aan Rotterdamse lantaarnpalen.”3
Die mentale erfenis bleek een goede vertaalsleutel om het aanwezige ongemak in de dialogen te begrijpen. Een van de deelnemers aan de dialoog formuleerde het als volgt: “Je voelt dat er in deze stad een waterlijn is met een onder- en een bovenlaag. Als je daar als witte man boven zit is het lastig de onderlaag te vatten, daar zit het gevoel dat je er niet mag zijn.”4
Van Stipriaan 2020. P. 377. Idem. P.378. 4 Bron van alle citaten zijn afkomstig uit de dialogen. 2 3
Eindrapportage dialogen slavernij- en koloniaalverleden
9
Drie conclusies kunnen daarom al op voorhand getrokken worden: 1. Er kan pas sprake zijn van bonding en bridging als er ook ruimte is voor bending. De dialoog over het slavernij- en koloniaalverleden van Rotterdam schuurt en dat moet. Er is nog heel veel ongemak omdat de grootstedelijke dialoog niet als wederkerig wordt beleefd. 2. Van een postkoloniale stad kan nog geen sprake zijn. Er is nu pas een proces op gang gekomen waarin Rotterdammers voor het eerst kennisnemen van het slavernijverleden van Rotterdam en waarin nazaten van tot slaafgemaakten zich organiseren en van zich laten horen. Nu al de verschillen willen gladstrijken, zonder dat de mentale erfenis van het slavernijverleden erkent wordt, staat een wederkerige dialoog in de weg. 3. .Er is geen consensus als het gaat om de vraag hoe de herdenking van het slavernij en koloniale verleden een plek te geven in Rotterdam. Uit de gesprekken blijkt dat met name jongeren de behoefte uitspreken voor een volwaardige plek voor de slavernij in het onderwijs en in de collectieve geschiedenis van een land. Daarnaast is er een kritische hoogopgeleide groep nazaten van tot slaafgemaakten die ruimte en tijd vragen voor hun eigen proces van helen en betaald willen worden voor wat ze ‘emotional labour’ noemen.
‘Emotional labour’ is het bevragen van ervaringen, trauma’s en kennis van iemand, zonder het inschatten van waarde en pijn van de bevraagden. De vragende partij is hierin vaak onbelezen en heeft zich niet voortijdig ingelezen in de materie, terminologie en omgangsvormen.
Een aantal vertegenwoordigers van instituties in de stad zegt dat het tijd wordt voor een ‘volwassen dialoog’, waarin naar de toekomst wordt gekeken en niet wordt teruggehaald naar het verleden. Ook werd in sommige gevallen de identificatie met Black Lives Matter-beweging gehekeld, omdat racisme in Nederland een ander karakter heeft dan het racisme in de Verenigde staten.
De huidige kloof tussen deze groepen werd door een jonge deelnemer als volgt verwoordt: “Wie is er onvolwassen? Degenen die in verzet komen of degenen die niet luisteren?”
Eindrapportage dialogen slavernij- en koloniaalverleden
10
THEMA: GEZAMENLIJK HERDENKEN Claims Voorstanders van herdenken hebben een grote voorkeur voor erkenning van de pijn. Er is behoefte aan feitelijke informatie, omdat vooral witte Rotterdammers een deel van deze donkere kant in de geschiedenis niet kennen, maar er klinkt hierbij wel een pleidooi voor levende overdracht in de vorm van verhalen. “Niet iedereen kan aantonen of ze iets te maken hebben gehad met slavernij in de familie, omdat niet iedereen erachter kan komen waar de familie vandaan komt. Dat komt omdat de tot slaafgemaakten niet of nauwelijks meer te traceren zijn. Enkel het verleden van het land en de plantage is bekend, maar men voelt wel de pijn.” “Net als WO II op school institutionaliseren in de lesstof. Niet alleen in boeken, maar in de vorm van levende overdacht. Ja, een docent is iemand die niet per se een emotionele weerspiegeling geeft van slavernij of er ooit mee te maken heeft gehad. Iemand uitnodigen die niet uit een boek lesgeeft, maar een persoonlijke ervaring meegeeft. Zoals nu, een persoonlijk verhaal binnen de dialoog. Jaarlijks herdenken.”
Een veilige omgeving creëren is hierbij cruciaal. “Docenten moeten een veilige omgeving voor dialoog creëren. Kinderen houden vast aan de mindset van hun ouders. Door herdenkingen kunnen kinderen van nu het systeem doorbreken, waardoor er meer begrip en erkenning komt.”
Concerns Deelnemende vertegenwoordigers van tot slaafgemaakten hebben benadrukt dat zij tijd nodig hebben om te helen en daar geen witte mensen bij willen: “Herdenken gaat om respect betonen aan onze voorouders. Dat betekent dat dit niet in de aanwezigheid van witten moet gebeuren. Wij willen oprechte en echte erkenning. We gaan ons actief bezig houden met reparaties, omdat er sprake is van een transgenerationeel trauma.” “We moeten ons verenigen om ons te kunnen helen. Geen onderdeel worden van de structuur die we tegengaan er is een tijd en ruimte voor alles.” “Ik zit hier als iemand met een witte huid en wil nederig zijn. We worden opgevoed dat we alles moeten maar niet dat we alles en iedereen kunnen gebruiken. We mogen als nakomelingen van de ‘enemies’ niet op de voorgrond.”
Eindrapportage dialogen slavernij- en koloniaalverleden
11
Issues • Het herdenken van de slavernij en het koloniale verleden mag geen feestje worden, maar moet een moment van reflectie zijn voor zowel witte mensen als nazaten van tot slaafgemaakten: • Jij hebt een stamboom. Ik heb geen stamboom; wie ik ben en waar ik vandaan kom, daar zit een gat in. Ik was een gebruiksvoorwerp en had geen geschiedenis. Die link is onderbroken. • Voor witte mensen is Keti Koti geen feest, maar een moment van reflectie. Ik loop met een witte huid rond op iemands bevrijdingsfeest, dat vind ik hypocriet. Momenten van feest in de diaspora cultuur is iets om van te leren niet om van te profiteren. • Met slavernij hebben we allemaal te maken dat maakt slavernij heel ingewikkeld. • Voor mensen van de joodse gemeenschap refereert de slavernijherdenking aan de manier waarop de jodenvervolging in de eigen familie vaak is weggestopt en verzwegen, vaak uit schaamte. Ook is de vraag aan de orde geweest waarom hedendaagse activisme zich niet voor joden inzet. De vraag is waarom joden niet meegenomen worden in het woke-pakket van onderdrukte minderheden. Hedendaags activisme wil ‘intersectioneel’ zijn (dat bijvoorbeeld een antiracistische activist zich ook inzet voor vrouwen LHBTQ-plussers en Palestijnen), maar sluiten joden uit. Er mag geen herdenkingswedloop ontstaan.
Een mooi voorbeeld van hoe het wel kan zijn de Keti Koti tafels van Mercedes Zandwijken, waarin het joodse Pesach ritueel in dienst staat van de herdenking van de slavernij. • Niet vergeten mag worden dat de slavernij is afgeschaft om economische redenen, niet om morele redenen. Ook de afschaffing van de slavernij was een businesscase. Per afgekochte slaaf kreeg men geld. Het was voordelig en daarmee is de afschaffing van de slavernij óók geclaimd door witte kapitalisten.
Eindrapportage dialogen slavernij- en koloniaalverleden
12
THEMA: EXCUSES Over het maken van excuses is meer eenduidigheid. Erkenning is hierbij een begrip dat vaak genoemd wordt. Er zijn wel verschillende opvattingen over de betekenis die gegeven moet worden aan excuses.
Claims Excuses worden gezien als een erkenning van het slavernijverleden. Verantwoordelijkheid nemen is een belangrijk begrip dat tegenover de schuldige stad wordt gezet. Wel wordt dit op verschillende manieren geduid. Voor de één zijn excuses aanleiding om een positief momentum te creëren:
“Door de schuld en het machtsvraagstuk centraal te stellen, komt het vraagstuk onder negatieve aandacht. De dynamiek moet vooruit zijn. Je wilt niet dingen canoniseren die gegroeid en verkeerd zijn. Je wilt juist een positief momentum creëren.” “Het gaat om de stad delen. Positieve kracht voeden. Blijven hangen in verschillen, maar met behulp van excuses een bladzijde omslaan.”
Voor anderen zijn excuses geen afronding maar een erkenning dat het nog niet klaar is:
“Excuses zijn belangrijk voor landen die Nederland heeft gekoloniseerd.” “Excuses zijn op zijn plaats ter erkenning van het verleden.” “Maak gewoon excuses en verbindt daar consequenties aan. Zonder excuses blijf je hangen in het verleden terwijl het gaat om recht doen aan elkaar.” “We hebben collectief van de slavernij geprofiteerd en winst kunnen maken. Excuses zijn nodig om erkenning te geven aan wat families hebben meegemaakt en nu nog meemaken door deze periode. Het effect van de slavernij speelt tot op de dag van vandaag nog steeds. Het gaat om de erkenning van de pijn.”
Eindrapportage dialogen slavernij- en koloniaalverleden
13
Concerns Vaak werd in de dialoog genoemd dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen excuses die de overheid maakt voor het slavernij- en koloniaalverleden en excuses die Rotterdammers aan elkaar zouden moeten maken. In het geval van het laatste is er verdeeldheid over de vraag of collectieve schuld hetzelfde is als individuele schuld en daarmee wie waarvoor verantwoordelijk is en waarom. Eén punt dat hierin vaker terugkwam was: Er kunnen excuses gemaakt worden door de overheid of gemeentes, maar deze kunnen niet namens het Nederlandse volk gemaakt worden.
“Het is ingewikkeld om excuses te maken voor iets dat jezelf niet gedaan hebt. Als je excuses maakt als stad is dat de hedendaagse stad. Dan bedoel je alle Rotterdammers en dan vind ik dat het dus over mij gaat en daarom ben ik meer voor herdenken dan voor excuses.” “Verdeeldheid is er over de opvatting dat er nog steeds sprake is dat het slavernij- en koloniaalverleden doorwerkt in de huidige samenleving en dat daarom excuses niet genoeg zijn.” “Er is nog steeds sprake van uitsluiting. Excuses maken is niet genoeg.” “Activisten hebben een baan gemaakt van het excuus en zijn er continu mee bezig.”
Issues Dat Rotterdam tot haar oren in het slavernij verleden zat, zoals de conclusie luidt van ‘Rotterdam in slavernij’ van Alex van Stipriaan, maakt dat we niet naïef in dit dialoog kunnen stappen. Iemands identiteit moet niet verenigd worden in die van slachtoffer of dader, maar de ‘double bind’ van erkenning en stigmatisering waarmee Rotterdammers met een Afrikaanse, Aziatische, Arabische en vergelijkbare herkomst te maken krijgen, mag zeker niet onder het tapijt geveegd worden. •
• •
Het is gevaarlijk om geen kleur te zien, omdat achterstellen in de genen van de witte mens zit. Het gaat juist om de erkenning van de achtergronden als versterking van de eigen identiteit. Het is moeilijk om jezelf als dader te zien, waardoor dit snel losgekoppeld wordt. Er zit onderdanigheid in ons brein, dat heeft de slavernij intern met ons gedaan.
Eindrapportage dialogen slavernij- en koloniaalverleden
14
Adviezen voor de gemeente AANPAK GROOTSTEDELIJKE DIALOOG/STADSPROGRAMMA • •
•
•
Raad en college; voel je verantwoordelijk voor het proces, geef de regie op de inhoud aan de groep die de pijn voelt dat ze niet worden gehoord. Streef niet naar een grootstedelijk WIJ, maar thematiseer de spanning tussen de individuele Rotterdammer en de collectieve schuld van de stad met betrekking tot het slavernij- en koloniale verleden. Realiseer je als organisator dat er verschillende gesprekken tegelijk nodig zijn en dat het daarbij gaat waar je over praat, met wie, in welke context en dat je de mensen een beetje adem geeft. Verantwoordelijke politici en raadsleden; wees aanwezig bij deze gesprekken en luister!
HERDENKEN •
• •
Er is behoefte aan feitelijke kennis, aan wat er nu echt gebeurd is. Op basis daarvan kun je het gesprek aangaan. Er is een verleden dat door velen wordt gevoeld en waardoor mensen niet als volwaardig worden gezien. Zet in op educatie. De meeste mensen weten niets of te weinig van dit verleden Geef ruimte aan de verhalen van de tot slaafgemaakten.
EXCUSES •
•
Maak voluit excuses aan iedereen die geleden heeft onder onderdrukking van economische macht. Afscheid nemen kan pas als we weten waar het vandaan is gekomen. Zet geen tijdsdruk op verwerking van het slavernijverleden. Er is volwassen leiderschap nodig en we moeten het hebben over reparaties.
Eindrapportage dialogen slavernij- en koloniaalverleden
15
Eindnoot In de bundel ‘Rotterdam een postkoloniale stad in beweging’, onder redactie van Francio Guadeloupe, Paul van der Laar en Liane van der Linden, wordt gesteld dat misschien wel de belangrijkste voorwaarde voor een postkoloniale stad is een infrastructuur waar gemarginaliseerde groepen in de stad gehoord kunnen worden. Het creëren van zo’n infrastructuur is misschien wel de opgave die nu voorligt. “(…) Hartman stelt dat verschillende culturele uitingen van tot slaafgemaakten (zoals het zomercarnaval Rotterdam) een problematiek onderstreept, waarin vermaak onlosmakelijk is verbonden met onderwerping. Het postkoloniale geluid drukt deze verwikkeling op affectieve wijze uit, maar hoe dit geluid vervolgens wordt ingezet blijft van essentieel belang. De gemarginaliseerde Rotterdammers kunnen zich uitdrukken, zingen, dansen, en muziek maken, maar als er geen infrastructuur is waarin ze gehoord kunnen worden, als het eens niet over plezier gaat, kan er geen werkelijke emancipatie plaatsvinden. Het postkoloniale streven is echter om een infrastructuur te creëren waarin gemarginaliseerde groepen in de stad gehoord kunnen worden.” 5 (Charissa Granger)
5
Guadeloupe, Van der Laar, Van der linden. (2020) p. 267.
Eindrapportage dialogen slavernij- en koloniaalverleden
16
Bijlagen
Eindrapportage dialogen slavernij- en koloniaalverleden
17
Bijlage 1
Gegevens deelnemers gesprekken
Aanwezigheidslijst* dialogen slavernij- en koloniaalverleden LOKAAL Aantal deelnemers
Datum
Locatie
Publiek/Privaat
Organisatie
10-6
Zadkine
Privaat
Zadkine
8
15-6
Belvédère
Publiek
-
8
17-6
Belvédère
Publiek
-
9
21-6
Bibliotheek Rotterdam
Privaat
14 mei comité
5
23-6
Industriegebouw
Privaat
Young010
12
24-6
Schielandhuis
Privaat
RRKC
3
28-6
Industriegebouw
Privaat
Roterodamum
15
Totaal
60
Young010
RRKC
Roterodamum
♂
♀
♂
33%
33%
*Wegens privacyredenen zijn de deelnemers niet bij naam genoemd.
ORG
Zadkine
Leeftijd/ Gender
♂
♀
38%
50%
17-20
Belvédère
Belvédère
♂
♂
♀
♀
♂
♀
22%
20-30
38%
30-40 40-50
14 mei comité
13%
25%
♂
♀
33%
13%
22%
11%
13%
11%
11%
20%
22%
40%
50-60
♀
13%
27%
60-70
20%
33% 67%
20%
13%
7%
13%
13%
27%
Tabel: gegevens verdeeld naar leeftijd, gender en gespreksgroep uitgedrukt in percentages
ORG Leeftijd/ Gender
Zadkine
Belvédère
Belvédère
14 mei comité
Young010
♂
♀
♂
♂
♂
♂
17-20
3
4 3
30-40
1
50-60 60-70
1
♀
♀
2
20-30
40-50
♀
4
2
1 1
♀
RRKC ♂
Roterodamum
♀
♂
♀
4 4
2
1
4
1
1
1
2
2 1
1
1 2
2
1
2
2
4
Tabel: gegevens verdeeld naar leeftijd, gender en gespreksgroep uitgedrukt in aantallen.
Eindrapportage dialogen slavernij- en koloniaalverleden
18
Grafiek: gegevens deelnemers verdeeld naar gender en leeftijd. *Bij ‘gender’ is 'X’ niet meegenomen in de data, omdat er geen personen aanwezig waren die zich als non binair identificeren.
Grafiek: gegevens onderverdeeld naar locatie, gender en leeftijd.
Eindrapportage dialogen slavernij- en koloniaalverleden
19