21bb12549 Bijlage 3 behorende bij 21bb12546 - Adviesbrief van de Adviesraad Antiracisme & Inclusie Rotterdam
Tekst van het document
Gemeente Rotterdam t.a.v. het college van burgemeester en wethouders Postbus 70012 3000 KP ROTTERDAM Datum: 30-09-2021 Betreft: advies n.a.v. het koloniaal en slavernijverleden van Rotterdam Geachte college, De adviesraad Antiracisme & Inclusie (ARI)1 in oprichting is door uw ambtenaren gevraagd om advies uit te brengen over de rol van Rotterdam in het koloniaal en slavernijverleden. De vraag luidde: a. Moet het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam excuses aanbieden voor de actieve betrokkenheid van vroegere stadsbesturen in het systeem van kolonialisme en slavernij? Waarom? (Of moet dit niet lokaal maar nationaal gebeuren?) b. Waar moet de reactie van het college in ieder geval aan voldoen om op een geloofwaardige manier bij te dragen aan antiracisme en inclusie? Ons advies De adviesraad adviseert het college unaniem en nadrukkelijk om excuses aan te bieden voor de rol die voorgaande stadsbesturen hebben gespeeld in het Rotterdamse koloniale en slavernijverleden. In deze brief lichten we toe waarom wij excuses cruciaal vinden (1.), wat het naar onze verwachting zal opleveren voor de Rotterdamse identiteit (2) en welke vervolgstappen we nodig achten (3). 1. Rotterdam en haar verleden Rotterdam is een dynamische, superdiverse stad met daardoor een brede waaier van parels en kwaliteiten.
Tegelijk vormen scherpe sociaaleconomische en soms ook etnische tegenstellingen een rauwe keerzijde. Onze stad wordt gevormd door haar verleden en dat van al haar inwoners. Kennis en erkenning daarvan brengt waardevolle inzichten en kan de weg effenen naar een gezamenlijke toekomst. In 2001 erkenden de Verenigde Naties de slavernij en de trans-Atlantische slavenhandel als misdaden tegen de mensheid. De regeringen van Afrikaanse landen als Benin, Ghana en Senegal boden hun excuses aan voor de slavernij. Ook landen als Italië en Libië en steden als London, Liverpool en recent Amsterdam maakten eerder excuses. In 2017 werd de motie ‘Rotterdams slavernijverleden geeft inzicht en verbindt’ van initiatiefneemster Peggy Wijntuin aangenomen in de Rotterdamse gemeenteraad. Het naar aanleiding van deze motie vorig jaar gepubliceerde onderzoek van het KITLV, in de vorm van drie boeken, leert ons dat Rotterdam vanaf 1600 diep betrokken was bij en heeft geprofiteerd van het systeem van kolonialisme en slavernij. In dit systeem speelden burgemeesters van Rotterdam en andere bestuurders, ondernemers en zeevaarders een rol van betekenis. Zij speelden voorafgaand en in de VOC en WIC een rol, alsook in het particuliere systeem van slavenhandel en slavernij.
De Rotterdamse handelselite had traditioneel nauwe banden met het stadsbestuur en de koloniale belangen werden doorgaans goed behartigd in het stedelijke beleid, van stadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt eind zestiende eeuw tot burgemeester Pieter Oud in de twintigste eeuw. Met De adviesraad Antiracisme & Inclusie is een adviesraad van en voor Rotterdam. Deze bestaat uit een diversiteit van kundige en betrokken leden die de gemeente Rotterdam gevraagd en ongevraagd adviseert over uiteenlopende thema’s. Bovenal adviseert zij over de hoofdthema’s in het samenlevingsbeleid en andere terreinen waar een raakvlak te vinden is inzake het bestrijden van racisme, bevorderen van diversiteit en het inclusiever maken van de gemeentelijke organisatie en de Rotterdamse samenleving. 1
andere woorden, de bestuurders van de stad Rotterdam waren vanaf het begin tot het einde nauw betrokken bij het kolonialisme en de slavernij. Rotterdamse koopmanshuizen waren nauw betrokken bij het Surinaamse plantagewezen en daarmee ook bij de slavenhandel en slavernij. Het Rotterdams stadsbestuur gaf in de regel nooit blijk van ethische bezwaren tegen slavenhandel, slavernij of het kolonialisme. Daarnaast waren welgestelde Rotterdammers, zendelingen, wetenschappers en later ook museumprofessionals bezig met het aanleggen van bijzondere verzamelingen van oudheden, kunstnijverheid en alledaagse voorwerpen uit de koloniën. Die collectioneurs legden dan ook de basis voor belangrijke museale collecties, vooral van het Wereldmuseum, maar ook van het Maritiem Museum, Museum Boijmans Van Beuningen en Museum Rotterdam. Vanaf de vroege koloniale tijd kwamen er mensen uit de koloniën naar Nederland, al dan niet uit vrije wil, beginnend met de vaak slaafgemaakte bediendes. In de Tweede Wereldoorlog waren verschillende migranten in de koloniën betrokken bij het verzet tegen de nazi’s, sommigen gaven hun leven voor deze strijd. (Post)koloniale migranten vestigden zich in Nederland en specifiek in Rotterdam. Ze kregen een kille ontvangst en hadden daarna vaak te maken met schrijnende situaties qua wonen en werk.
Deze (post)koloniale migranten hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de welvarende en krachtige stad Rotterdam zoals die nu is. De voorouders van deze (post)koloniale migranten, de migranten zelf en hun nageslacht die hier in Rotterdam hun roots hebben en tevens afkomstig zijn, verdienen deze excuses. De excuses voor het onrecht dat hen is aangedaan en de excuses als erkenning van de gebeurtenissen zowel in Rotterdam als daarbuiten, waarbij toentertijd het college van B&W of het stadsbestuur een rol heeft gespeeld. De sporen van dit verleden zijn nog steeds zichtbaar in onze stad en diep verankerd in onze samenleving. Wat het onderzoek van het KITLV ook laat zien, is dat de superdiversiteit waar we met z’n allen zo trots op zijn, alsook de economische ontwikkeling van Rotterdam, haar architectuur, musea en collecties, voor een aanzienlijk deel hun oorsprong vinden in deze zwarte bladzijdes van onze geschiedenis. Een geschiedenis die bij vele Rotterdammers tot op de dag van vandaag gevoelens en emoties losmaakt zoals pijn, onbegrip, verdriet, schaamte en trauma.
We herkennen ons in de woorden van burgemeester Ahmed Aboutaleb: “de bereidheid onze geschiedenis onder ogen te zien, als verantwoordelijkheid en verworvenheid van onze zorgvuldige verwerking gericht op het omslaan van een bladzijde”.2 Waar Rotterdam eeuwenlang een actieve rol heeft vervuld in het Nederlandse koloniale en slavernijsysteem, vormen directe nazaten van die geschiedenis een substantieel deel van onze havenstad. Sporen van de systematische uitbuiting en ontmenselijking zijn diep verankerd in onze samenleving, en Rotterdammers ervaren nog altijd de naweeën en mentale erfenis daarvan. Helaas worden de nazaten van de trans-Atlantische slavenhandel soms bewust maar vaak ook onbewust als ‘afwijkend’ beschouwd, wat weer zijn weerslag heeft op de beeldvorming over de nazaten. Het trauma werkt in meerdere generaties door. Dit zijn vaak onuitgesproken, verzwegen of vermeden thema’s en gevoelens. Meer kennis van ons verleden kan Rotterdammers helpen deze gevoelens te herkennen en er beter mee om te gaan. Een recent I&O onderzoek3 laat zien dat er enerzijds nog veel gebrek aan kennis en begrip bestaat en anderzijds een grote behoefte aan erkenning bij de nazaten van de slaafgemaakten.
De adviesraad adviseert dat de burgemeester - als burgervader en moreel gezag van de stad namens het college van B&W haar oprechte excuses aanbiedt aan de nazaten van het koloniaal en slavernijverleden. Die behoefte is vooral groot omdat dit verleden door het bestuur van onze stad niet eerder onder ogen is gezien. Door excuses te maken erkent uw college het lijden dat is veroorzaakt door middel van de slavernij en trans-Atlantische slavenhandel en de 2 3
Oostindie, Gert, et al. Het koloniale verleden van Rotterdam, pagina 31. Uitgeverij Boom, 2020. https://www.ioresearch.nl/actueel/nederlanders-voelen-weinig-voor-excuses-slavernijverleden/
historische rol van Rotterdam daarin. We adviseren het college deze excuses niet namens alle Rotterdammers te doen, maar namens de bestuurlijke institutie het college van burgemeester en wethouders. Dit is mede van belang omdat men lering kan trekken uit het verleden, uit de verschrikkingen van slavernij en kolonialisme, in de Nederlandse en specifieke Rotterdamse geschiedenis, maar eigenlijk ook in de gehele geschiedenis van de mensheid. We leren over onmenselijke misstanden maar ook over tegenstemmen en verzet. Dit is een geschiedenis waarvan nog niet zo lang geleden, internationaal werd vastgelegd dat slavernij een misdaad tegen de menselijkheid is en dat elk gekoloniseerd volk het recht heeft op zelfbeschikking. Tegelijkertijd stellen we vast dat er ook in het heden nog veel onvrijheid is in de wereld. Vormen van slavernij, al dan niet verbonden met racisme, komen in allerlei verkapte vormen (dwangarbeid, kinderarbeid, seksslavernij) nog steeds voor, zelfs in een stad als Rotterdam. Er zijn nog steeds mensen die vinden dat ze het recht hebben om een ander mens tot bezit te maken en hun vrijheid af te nemen. Ook aan die gevallen moet zo snel mogelijk een einde worden gemaakt. 2.
De Rotterdamse identiteit Wij zien het aanbieden van welgemeende en oprechte excuses door het college van burgemeester en wethouders als voorwaarde om samen met elkaar te kunnen verder bouwen aan een eerlijke, rechtvaardige en plezierige stad en samenleving. In zo’n stad zijn Rotterdammers bewust en trots. Omdat in Rotterdam meer dan 200 verschillende nationaliteiten samenleven. Erkenning van het pijnlijke verleden en excuses kunnen ervoor zorgen dat Rotterdam haar identiteit als superdiverse stad kan herdefiniëren. Excuses kunnen er ook aan bijdragen dat we ons met elkaar en met ons gezamenlijk verleden kunnen verzoenen, gezamenlijk kunnen leren van het verleden en gezamenlijk aan een nieuwe toekomst kunnen bouwen. Zo is de gemeente Amsterdam ons voorgegaan met het aanbieden van excuses voor haar koloniaal en slavernijverleden. Een bekend gezegde luidt: ‘als je niet weet waar je vandaan komt, weet je ook niet waar je naar toe gaat’. Tijdens de tentoonstelling in het Rijksmuseum over de koloniale slavernij stond er op een muur geschreven: ‘’Ze wisten niet waar ze heen gingen, maar ze wisten wel waar ze vandaan kwamen. Vandaag de dag weten ze nog steeds niet waar ze naartoe gaan en ze zijn vergeten waar ze vandaan kwamen’’. Wanneer Rotterdam haar superdiverse identiteit durft te omarmen dan is dat de nieuwe realiteit.
Dan zal het ‘bonte’ straatbeeld ook steeds meer worden weerspiegeld in toenemend inclusieve en diverse organisaties en instituties én in de stedelijke ontwikkeling waar nu segregatie en gentrificatie hoogtij viert. 3. Vervolgstappen Het aanbieden van excuses door het college is zoals gezegd een eerste stap en belangrijke voorwaarde, maar er is veel meer nodig. Het kan geen eenmalige actie zijn van uw college. Rotterdam zou consequent moeten zijn in de vervolgacties op het terrein van zowel het koloniaal en slavernijverleden als van het bevorderen van inclusie en diversiteit. De adviesraad is te spreken over het beleid en de vervolgacties die de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling Integratie & Samenleven heeft opgesteld voor de jaren 2022 en 2023. We ondersteunen deze van harte. Aanvullend hierop zijn wij van mening dat op de volgende punten ook vervolgstappen dienen te worden genomen: •
In het onderwijs zouden schoolboeken en lesmateriaal aandacht moeten besteden aan dit verleden en hoe de rijkdom door het leed van slaafgemaakten is vergaard. Daarnaast is er een belangrijke rol weggelegd voor musea om Rotterdammers een waarheidsgetrouw beeld te geven van dit verleden. Verankering van dit verleden in de stad kan bijvoorbeeld door in een toegankelijk stadsmuseum een vaste opstelling hierover te realiseren.
• • • •
• •
Het maximaal faciliteren van het maatschappelijk middenveld - en dan met name zelforganisaties - is een minimale voorwaarde om als gemeente geloofwaardig en effectief bij te dragen aan de realisatie van een meer inclusieve samenleving. We denken dat er veel nodig zal zijn op tal van beleidsterreinen voor een volwaardige positie van zwarte Rotterdammers en andere achtergestelde groepen. Dat zal in onze adviezen een steeds terugkerend thema vormen. Bij het aanbieden van excuses geloven wij dat het van belang is om gelijktijdig ook de oproep aan het Rijk om landelijke excuses te uiten. We denken dat het delen van persoonlijke verhalen van groot belang is voor het creëren van empathie, begrip en compassie. Zo leren alle Rotterdammers elkaar beter kennen en worden zij zich bewust van ons gezamenlijk verleden. Daarnaast geeft dit ook iedereen het gevoel dat zij gehoord worden. Persoonlijke verhalen zorgen ervoor dat het verhaal niet op een afstand blijft. De communicatie over dit thema moet begrijpelijk, toegankelijk en inclusief zijn. Taal mag niet in de weg staan. Daar waar dat kan helpen moeten vertalingen worden ingezet. Laat Rotterdammers meedenken over het straatbeeld en de straatnamen die verwijzen naar het koloniaal en slavernijverleden.
Dit geldt ook voor de nieuwe straatnamen, waarbij deze namen bijvoorbeeld kunnen verwijzen naar helden uit de gemeenschappen die getroffen zijn.
De adviesraad is zich bewust van een mogelijke discussie over herstelbetalingen maar wenst daarover op dit moment (nog) niet te adviseren. Wel vindt de adviesraad het van groot belang dat het college haar excuses ondersteunt en consequent waarmaakt door voldoende middelen beschikbaar te stellen voor educatie, een publieksprogramma en inclusie en diversiteit. Daarmee zorgt de gemeente voor een duurzame en blijvende aandacht voor (de naweeën van) het koloniaal en slavernijverleden. Wij zijn bezorgd dat uw excuses niet als authentiek zullen worden ervaren als voor deze zaken weinig of geen middelen beschikbaar worden gesteld en hier niet stelselmatig aandacht aan besteed blijft worden. Ten slotte hopen wij dat dit advies het eerste van velen zal zijn dat uw college kan helpen om uw belangrijke werk nog beter te verrichten. Hoogachtend, Namens de leden van de adviesraad Antiracisme & Inclusie
Alice Fortes, Voorzitter a.i.