21bb12547 Bijlage 1 behorende bij 21bb12546 - rapportage van stadsgesprekken
Tekst van het document
Stadsgesprekken Koloniaal & Slavernijverleden Rotterdam Rapportage 2021
Van Gemeente Rotterdam Datum Oktober 2021
Inhoud 1
Inleiding
3
2
Bronnen: dialogen en rapporten
4
2.1
Fase 1: Voorbereiding en verkenning
4
2.2
Fase 2: Stadsgesprekken
5
2.3
Fase 3: Adviesvorming
6
3
Uitkomsten
7
3.1
Hoe spreken Rotterdammers over dit verleden?
7
3.2
Verbinding van verleden met het heden
9
3.3
Erkenning of schuld (en excuses)
11
3.4
Structurele verandering
12
4
Reflectie
13
Datum
Pagina
Oktober 2021
2 van 14
1
Inleiding In januari 2021 gaf het college een eerste, voorlopige reactie op de uitkomsten van het onderzoek naar het Rotterdamse koloniale en slavernijverleden, dat in oktober 2020 verscheen. Het college koos er toen voor om niet direct conclusies te trekken en stelde de gemeenteraad voor om eerst in gesprek te gaan met de stad en experts en andere bronnen te raadplegen. Het doel was om deze geschiedenis vanuit verschillende perspectieven te bekijken om zo tot inzicht en wijsheid te komen. Want de geschiedenis mag dan feitelijk in kaart zijn gebracht, de vraag is hoe we ons daartoe moeten verhouden. Hoe beïnvloedt deze geschiedenis onze stad en inwoners? Wat betekent dit voor onze toekomst? Deze rapportage beschrijft wat de gemeente in de periode van januari tot september 2021 heeft gedaan om tot antwoorden te komen. We hebben gesproken met Rotterdammers, wetenschappers, en organisaties. We hebben gekeken naar steden en landen die ons voorgingen en geluisterd naar experts en opiniemakers. Er zijn verschillen van inzicht, maar er is ook gezamenlijke grond. Overal waar in deze rapportage iets staat als ‘Veel Rotterdammers vinden…’ dan wordt steeds bedoeld ‘Veel van de Rotterdammers die wij spraken vinden…’. De gesprekken waren gericht op de inhoud en op begrijpen van de gesprekspartners en daarvan is getracht een gebalanceerd beeld op te maken.
Maar op basis van de aantallen en omdat varieerde wie wel en wie niet met ons over het onderwerp wilde praten, kan geen representativiteit voor álle Rotterdammers worden geclaimd. Behalve gespreksverslagen volgt in deze rapportage ook een samenvatting van de inhoudelijke uitkomsten, reflectie op de wijze waarop de gesprekken gevoerd werden en ook kritische zelfreflectie op het eigen gemeentelijke handelen in dit proces. De uitkomsten over concrete acties zijn als aparte bijlage opgenomen, namelijk het koersdocument voor het stadsprogramma in 2022. Deze rapportage wordt als verdiepende informatie meegestuurd met de raadsbrief van het college B en W van Rotterdam van 13 oktober 2021. Wij hopen hiermee een genuanceerd en verdiepend beeld te geven over hoe het koloniale en slavernijverleden leeft in Rotterdam. Of in ieder geval bij de Rotterdammers die daarover met ons in gesprek zijn gegaan.
Datum
Pagina
Oktober 2021
3 van 14
2
Bronnen: dialogen en rapporten We beginnen deze rapportage met een beschrijving van de aanpak en de bronnen die zijn geraadpleegd. Dat helpt de lezer om een beeld te krijgen van de representativiteit, achtergrond en context van de inhoudelijke uitkomsten, die verderop volgen. We spraken met ruim 200 Rotterdammers in wisselende samenstellingen om inzicht te krijgen in de grote diversiteit aan opvattingen en inzichten over het onderwerp. Dat deden we in eerste instantie digitaal. Naarmate de coronamaatregelen meer versoepeld werden, zijn er ook verdiepingssessies gehouden op locatie in de stad. Er is gesproken door en met een breed scala Rotterdammers qua afkomst, gender, seksuele voorkeur, leeftijd, religie en (politieke) opvattingen. De gesprekken waren niet gericht op het verkrijgen van consensus, maar op luisteren en begrijpen, op perspectief en wijsheid. De gesprekken gingen in brede zin over het Rotterdamse koloniale en slavernijverleden, de betekenis van dit verleden voor de deelnemers, hun kennis hierover en de relatie tussen heden en verleden. Meer specifiek is ook gesproken over acties die de gemeente kan inzetten om als samenleving beter met dit verleden om te gaan.
Hoe ziet een goed stadsprogramma eruit? Wat zijn daarvan de voorwaarden, wie moeten het doen? Wat missen we in Rotterdam om goed met dit verleden om te kunnen gaan? Welke verklaring van het stadsbestuur moet er komen?
2.1
Fase 1: Voorbereiding en verkenning In de eerste, voorbereidende fase (vanaf januari) hebben we ons verdiept in alle kennis die al voorhanden is in boeken, wetenschappelijke artikelen, onderzoeken en (opiniërende) artikelen. Dit als aanvulling op de studie van het Koninklijk Instituut van Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV). Verder zijn in deze fase geraadpleegd: Academici vanuit verschillende disciplines en instituties. Uit de gedragspsychologie, rechtswetenschap en filosofie, maar ook andere experts op het gebied van Nederlandse geschiedenis en het slavernijverleden. De gemeente heeft in deze fase ook het project History Matters van Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst (GVGT) mogelijk gemaakt. De eerste opbrengst van het project is de Reader History Matters, die leestips over het koloniale en slavernijverleden bundelt. Deze educatieve reader treft u bij de bijgevoegde stukken. Opiniërende teksten via diverse platforms. Deze stukken (geschreven door ervaringsdeskundigen, columnisten, experts, wetenschappers, schrijvers en (ex-)politici) zijn enerzijds kennisbronnen en laten anderzijds zien wat er leeft in de samenleving t.a.v. dit complexe thema. Een landelijke peiling over excuses voor het slavernijverleden 1. De onderzoeksuitkomsten zijn niet representatief voor Rotterdam omdat onze bevolkingssamenstelling anders is dan het landelijk gemiddelde.
Maar het onderzoek is relevant voor de beeldvorming. Overigens hebben we gemerkt in onze gesprekken dat het onderwerp zich niet leent voor een (digitaal) ja/nee referendum en dat mensen tijdens een goed gesprek vaak nader tot elkaar komen dan je in eerste instantie zou verwachten. Rotterdam is niet de eerste stad ter wereld die zich bezint op haar koloniaal en/of slavernijverleden. Vergelijkbare situaties zijn daarom ook onderzocht. Denk aan het excuus
1 https://www.ioresearch.nl/actueel/nederlanders-voelen-weinig-voor-excuses-slavernijverleden/
Datum
Pagina
Oktober 2021
4 van 14
van het college van B&W van Amsterdam op 1 juli 2021, maar ook Liverpool (1999) en Londen (2007). Op landenniveau hebben Benin en Ghana excuses aan hun eigen bevolking gemaakt. Koning Willem-Alexander maakte in 2020 excuses voor het Nederlandse geweld in Indonesië tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog. In de Verenigde Staten werd door diverse staten en later ook het Huis van Afgevaardigden en de Senaat excuses aangeboden voor slavernij, racisme en/of rassensegregatie. Ook zijn er voorbeelden waar geen formele excuses zijn gemaakt, maar ‘spijt en berouw’ is uitgesproken. Duitsland deed dat ten aanzien van Namibië en België t.a.v. Congo. In Nederland spraken de ministers Lodewijk Asscher (SoZa) in 2013 en Kajsa Ollongren (BZK) in 2019 spijt en berouw uit over het slavernijverleden. Deze context vormde de basis voor verdere gespreksvoering met Rotterdammers. Dit beschouwden we als noodzakelijk voorwerk: de rest van deze rapportage en de conclusies in de raadsbrief zijn vooral gebaseerd op de stadsgesprekken.
2.2
Fase 2: Stadsgesprekken De gesprekken met stadsgenoten startten in maart. We zochten naar Rotterdammers in een brede diversiteit van opvattingen en kozen daarbij voor een gemêleerde en kleinschalige aanpak. Niet georganiseerd door één instituut of op één manier, maar een mix van samenstellingen en methodes die verschillende inzichten opleverden. Daarom spraken we met mensen die gepassioneerd zijn over het onderwerp, maar ook met mensen die er kritisch over zijn of er juist afstand toe bewaren. We beschrijven hieronder op hoofdlijnen met wie we gesproken hebben. Belangenorganisaties Er zijn gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van belangenorganisaties uit Afro-Rotterdamse, islamitische en Aziatische gemeenschappen. Black Lives Matter, Stichting Misa, Wi Masanga, GVGT, Keti Koti, Me & Society, Stichting Rutu, Meer Dan Babi Pangang, koepelorganisatie SPIOR en de Moslimfederatie. Zij spraken niet per definitie namens hun hele organisatie of namens een achterban, maar hun verschillende achtergronden boden diverse, elkaar aanvullende perspectieven. Deze gesprekken zijn begeleid door gespreksleiders van stichting Ik ben WIJ. De gesprekken werden breed gevoerd: hoe leeft dit verleden voor jou en hoe zouden we er als samenleving mee moeten omgaan? Netwerkgesprekken Naast de belangenorganisaties zijn ook andere netwerken benut.
Er zijn aanvullende diepteinterviews gesprekken gevoerd vanuit het netwerk van het projectteam Koloniaal & Slavernijverleden, team Integratie & Samenleven, de Stadsmarinier Racisme en Discriminatie en aangesloten organisaties. We kwamen zo ook in contact met sleutelpersonen die we nog niet kenden, maar over wie we gaandeweg hoorden dat we die zéker moesten spreken. Brainstormsessies We hebben verdiepingssessies met o.a. Afro- en Aziatische Rotterdammers gevoerd over de invulling van een stadsprogramma. Deze gesprekken gingen over concrete acties, die volgens deelnemers nodig waren om als samenleving vooruit te komen. De deelnemers kwamen vanuit diverse stichtingen, de kunst- en cultuursector, sociaal ondernemerschap en het onderwijs. In tien brainstormsessies en een serie gesprekken in kleiner verband, zijn zo’n honderd mensen bevraagd over wat er concreet in de stad moet gebeuren. Dit heeft waardevolle en creatieve ideeën
Datum
Pagina
Oktober 2021
5 van 14
opgeleverd, die richting geven aan hoe we dit deel van onze stadsgeschiedenis zichtbaarder kunnen maken. Vooral deze opbrengst vindt u terug in het koersdocument over het stadsprogramma. Dialogen met middengroep door Stichting LOKAAL We wilden ook een bredere middengroep van mensen betrekken. Stichting LOKAAL is vanwege haar ervaring en expertise in het faciliteren van de grootstedelijke dialoog, gevraagd deze gesprekken te begeleiden en de uitkomsten ervan overdraagbaar te maken. Vanwege de samenhang in activiteiten en expertise van GVGT en LOKAAL hebben zij de handen ineengeslagen voor de uitvoering van de dialogen. LOKAAL heeft gesproken met studenten van Zadkine, het 14 Mei Comité, Young010, de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC), leden van het Historisch Genootschap Roterodamum en andere, openbare dialooggroepen. De rapportage van LOKAAL vindt u bij de bijgevoegde stukken. Gebiedscommissieleden In een latere fase is er een oproep gedaan aan gebiedscommissieleden, wijkraden en wijkcomités. Voor de zomer vond een digitale sessie plaats met een groepje en na de zomer zijn er nog enkele andere gesprekken geweest. De omvang was beperkt, maar toch bracht dit een zeer brede rijkdom aan verschillende perspectieven op, die leven in de stad.
2.3
Fase 3: Adviesvorming Vanaf juni zijn de gesprekken meer bekend en open geworden, zijn mensen gesproken die tot dan toe gemist waren, is het idee voor het stadsprogramma verder uitgewerkt en in het najaar zijn alle uitkomsten aan het college gepresenteerd. Gebeurtenissen die in deze periode nog plaatsvonden waren: Het excuus van Amsterdam en de oproep van Rotterdam aan het kabinet om landelijk tot excuses over te gaan. De publicatie van het rapport van de onafhankelijke Nationaal Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden2. Dit adviescollege organiseerde in Nederland en de Caribische delen van het Koninkrijk een reeks gesprekstafels over het slavernijverleden en de doorwerking daarvan in de hedendaagse samenleving. Het doel van de gesprekken was gericht op verbinding en een bredere erkenning van dit gedeelde verleden. Tussentijds is er met de onderzoekers contact geweest en de uitkomsten zijn ook aan het college B&W van Rotterdam gepresenteerd. Ook deze zeer diepgaande rapportage wordt als bijlage meegestuurd. Het eerste verzoek om advies aan de Adviesraad Antiracisme & Inclusie (in oprichting) in augustus. De Adviesraad wordt opgericht als onderdeel van ‘Rotterdam Tegen Racisme’.
Aan deze Adviesraad zijn de volgende vragen gesteld: o Moet het college van B&W van Rotterdam excuses aanbieden voor de actieve betrokkenheid van vroegere stadsbesturen bij het systeem van kolonialisme en slavernij? o Wat moet er gebeuren om daarbij op een geloofwaardige manier bij te dragen aan antiracisme en inclusie? De antwoorden van de Adviesraad per brief aan het college vindt u in bijgevoegde stukken, evenals de collegereactie daarop.
2
Advies Dialooggroep Slavernijverleden 'Ketenen van het Verleden' | Rapport | Rijksoverheid.nl
Datum
Pagina
Oktober 2021
6 van 14
3
Uitkomsten Dit hoofdstuk beschrijft de belangrijkste inzichten van deze verkenning, gericht op de vragen hoe hier als stad toe te verhouden. We richten ons op vier hoofdlijnen: 1. Hoe spreken Rotterdammers over dit verleden? 2. De verbinding van het verleden met het heden 3. Erkenning of schuld 4. Duurzame inzet
3.1
Hoe spreken Rotterdammers over dit verleden? Genuanceerd en constructief Wat opviel in de gesprekken is dat veel Rotterdammers over het algemeen genuanceerd over dit onderwerp spreken en een positieve wens voor de toekomst hebben. Het gaat erom hoe we samen verder komen en daarbij zijn erkenning en educatie de sleutelwoorden. Er zijn mooie, verdiepende, verbindende en inspirerende gesprekken gevoerd. Niet alleen tussen ‘overheid en burger’, maar ook tussen deelnemers onderling. Dit was positief verrassend, omdat politieke debatten en mediaberichten vaak een meer gepolariseerd beeld laten zien. Die polarisatie zijn we wel tegengekomen in de stad, vooral rondom de vraag over excuses en herstel. Maar de groep die openstaat om in gesprek te gaan is groter. Ook zijn er veel uiteenlopende meningen gehoord. Er zijn aanzienlijke verschillen tussen, maar ook binnen gemeenschappen van Surinaamse, Antilliaanse, Kaapverdische, Afrikaanse, Chinese, Indische, Indonesische en Molukse Rotterdammers. Het merendeel wil graag erkenning en excuses, maar over de manier waarop bestaan verschillende opvattingen. Meningen zijn er per individu en niet per groep. Uitersten waren niet altijd gescheiden langs politieke lijnen of huidskleur. Sommige Rotterdammers met een persoonlijke slavernijgeschiedenis willen het verleden laten rusten.
Terwijl andere Rotterdammers zonder die geschiedenis er juist aandacht voor willen. Binnen alle gelederen vinden we mensen die heel veel of juist heel weinig van het onderwerp vinden en weten. Parallelle werelden Discriminatie en racisme zijn voor de een dagelijkse praktijk en voor de ander abstracte begrippen. De gesprekken legden bloot hoezeer persoonlijke ervaringen bepalend zijn voor je wereldbeeld en referentiekader. Veel stadsgenoten deelden hun ervaringen met racisme in de samenleving. Van subtiele, onbewuste vormen van uitsluiting tot hardnekkige, expliciete uitingen van haat en onrechtvaardigheid. Standaard eruit gepikt worden voor een controle door de politie of bij de zelfscankassa in de supermarkt. Je zoon die geen stage of baan kan vinden, terwijl het klasgenoten wél lukt. Hoe de bootverhuur plotseling geen boten beschikbaar meer heeft als jij eraan komt. In de gesprekken kwam naar voren hoe belangrijk het is dat men zich bewust is van de eigen leefwereld, privileges (of het gebrek hieraan), historisch gegroeide verhoudingen en vooroordelen. Zelf een sterke binding voelen met het verleden en daar de pijn van voelen, staat in schril contrast met de belevingswereld van mensen die zelf zo’n persoonlijk historisch besef helemaal niet kennen. Dit maakt dat mensen elkaars ervaringen moeilijk begrijpen.
Datum
Pagina
Oktober 2021
7 van 14
Wat voor de een oprechte nieuwsgierigheid en interesse is, wordt door de ander ervaren als ‘microagressie’. Iemand kan met excuses doelen op erkenning van het verleden vanuit de overheid. Maar dat wordt al snel opgevat als persoonlijk als ‘dader’ beschuldigd te worden. En waar belevingswerelden ver van elkaar afstaan, ontbreekt ook een gemeenschappelijke taal. De een vindt dat termen als ‘witte en zwarte Rotterdammers’ juist verschillen benadrukt en polariseert. Terwijl de ander juist vindt dat we moeten erkennen dat kleur ertoe doet en dat zogenaamde ‘kleurenblindheid’ bewustwording in de weg staat en ongelijkheid in stand houdt. Mensen lijken langs elkaar heen te praten en komen soms hard over, maar blijken wel heel gevoelig voor (negatieve) reacties van de gesprekpartners. Zij voelen zich dan verkeerd begrepen en trekken zich vervolgens terug in eigen denkbeelden. In begeleide dialogen lukte het om tot het inzicht te komen dat de onderliggende intenties van de ander meestal goed zijn. Men wil ‘gewoon’ dat mensen elkaar accepteren en niet in hokjes stoppen. Iedereen wil het liefst kijken naar de toekomst. Maar een deel van de mensen geeft aan dat je daarvoor ook naar het verleden moet kijken. Vrijwel iedereen deelt de trots op en liefde voor Rotterdam. Daarin vinden mensen elkaar.
Angst, cynisme en wantrouwen Diverse mensen die we uitnodigden wilden niet meedoen aan gesprekken. De redenen liepen uiteen. Bijvoorbeeld de opzet van de gemeente was niet goed (of werd niet door de juiste mensen geleid), het onderwerp is te pijnlijk, of men wil liever niet voor racist uitgemaakt worden omdat men niet ‘woke’ genoeg spreekt. Ook was niet iedereen ervan overtuigd dat de overheid echt stappen zou zetten op dit onderwerp: de overheid ging alleen mee in ‘deze politiek correcte hype’. Hoewel het is gelukt om van praktisch alle geluiden mensen aan tafel te krijgen, hebben we het diepgewortelde wantrouwen in de overheid en de mate waarin het verband tussen huidskleur en machtsverhoudingen ervaren wordt, als verontrustend ervaren en niet weg kunnen nemen. Zoals een van de deelnemers bij LOKAAL zei: ‘I don’t want a seat at the table of the oppressor.’ Een heftige uitspraak, als je bedenkt dat dit het wereldbeeld van een stadsgenoot is en dat diegene waarschijnlijk niet de enige is. Enkelen vertelden ons daarover dat een deel van Afro-Rotterdammers dat zich al jaren met het onderwerp bezighoudt, cynisch is geworden. Het ergerde hen opnieuw door (witte) Rotterdamse ambtenaren te worden bevraagd over het verleden.
Zij hebben ervaren dat eens in de zoveel jaar de gemeente weer eens over dit onderwerp langskomt, er vervolgens weinig gebeurt en dat projecten slechts tijdelijk zijn. Een aantal mensen heeft tegen een van onze projectleiders (van Surinaams-Rotterdamse afkomst) gezegd dat hij zich niet als mascotte moest laten gebruiken door de overheid. Ons bereik was het kleinst onder Rotterdammers die niet in gesprek wilden met als reden dat ze de aandacht voor het verleden ‘onzin’ vonden. ‘Laten we het hebben over echte problemen, die zijn er ook genoeg.’ Naast enkele gesprekken zijn er uit deze hoek vooral schriftelijke reacties ingestuurd. De opvattingen bleken goed verwoord te zijn in de politiek en in opiniërende artikelen en op (social) media breed te worden vertegenwoordigd. Opvallend is wel dat de mensen die we spraken, die woorden als ‘inclusie’ verafschuwen en vinden dat we niet terug maar vooruit moeten kijken, vaak enorm maatschappelijk actief en sociaal bewogen zijn en vinden dat iedereen gelijk behandeld moet worden. Het laat zich niet vertalen in ‘politiek links’ of ‘politiek rechts’. In gesprek blijken mensen die elkaars uitersten leken, qua kernwaarden eigenlijk dichter bij elkaar te liggen.
Datum
Pagina
Oktober 2021
8 van 14
Beperkte representatie van Rotterdammers met een afkomst uit vml. Nederlands-Indië Het is maar beperkt gelukt om ook Zuidoost-Aziatische Rotterdammers te bereiken. Er waren minder bestaande contacten. Er zijn ook meer kanten aan deze geschiedenis, waardoor dit zich minder eenvoudig laat vertalen in een bepaalde oproep aan Nederland of Rotterdam van nu. In deze groep hebben mensen ook vaker voorouders van zowel Nederlandse als Indonesische komaf en is de geschiedenis meer vervlochten, bijvoorbeeld in de rol die (voorouders van) mensen hadden in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Afro-Rotterdammers zijn meer uitgesproken en vaker (voor ons zichtbaar) georganiseerd, zeker sinds veel collectieve kracht samengekomen is in de antiracismebeweging Black Lives Matter. In het stadsprogramma moeten we op zoek blijven naar de juiste Rotterdammers om ook deze kant van de geschiedenis podium te bieden. Wellicht blijkt dan nog, in welke mate bovenstaand beeld incompleet of incorrect is.
3.2
Verbinding van verleden met het heden Hoe mensen over het slavernijverleden (en een eventueel excuses daarvoor) denken hangt vooral af van de vraag of zij het verleden zien als een afgesloten hoofdstuk zonder relevantie voor het heden. Of dat ze juist een doorlopende lijn zien met een verklaring voor misstanden van vandaag. Van slavernij tot racisme Rotterdammers die een doorlopende lijn zien, benoemen de opeenvolging van kolonialisme naar slavernij, naar vervanging van slaafgemaakten door contractarbeiders, tot aan de deportatie van Chinezen uit Rotterdam in de eerste helft van de 20e eeuw, het Nederlandse geweld in Indonesië tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog, het binnenhalen van gastarbeiders na de Tweede Wereldoorlog, de rellen in de Afrikaanderwijk in de jaren zeventig, tot aan racisme, discriminatie en ongelijkheid in Nederland nu, en moderne slavernij wereldwijd. Een wereldbeeld waarin de eigen welvaart en welzijn centraal staan en de rest van de wereld als leverancier wordt gezien. Sommigen duiden dit als (neo)kolonialisme. Naast deze tijdlijn is het voor anderen meer een gevoelskwestie, omdat zij de verbondenheid met (verre) voorouders levendig ervaren. Soms wordt de tijdlijn niet gezien als direct aanwijsbaar causaal verband, maar vindt men het wrang om burger te zijn van een land dat (mede) rijk is geworden door het onderdrukken en uitbuiten van hun voorouders.
Een land waarin je ervaart dat de welvaart niet evenredig verdeeld is en je te maken hebt met discriminatie en/of racisme. Er is daarbij vaak gesproken over het belang van onderwijs voor meer kennis en bewustwording van het koloniale en slavernijverleden. Om deze geschiedenis te leren kennen moeten mensen nu vaak zelf op zoek naar informatie. Scholen zouden hierin volgens hen beter gefaciliteerd moeten worden met lesmateriaal en ondersteuning in vaardigheden. Naast formeel onderwijs wordt ook waarde gehecht aan het vertellen van verhalen. De geschiedenis een gezicht geven, zoals de betekenis van Anne Frank voor het verhaal van de Tweede Wereldoorlog. Dit draagt bij aan bewustzijn over het onderwerp. De historische verhalen zijn er in veelvoud. Denk aan ‘Wij slaven van Suriname’ van Anton de Kom of de podcast ‘De plantage van onze voorouders’. Een afgesloten hoofdstuk in de wereldgeschiedenis Een deel van de Rotterdammers die wij spraken, gaf aan niet te begrijpen wat de relevantie is van het Rotterdamse slavernijverleden voor het heden. Een deel van hen kent de historie overigens best goed. Rotterdam was kleiner, zowel demografisch als geografisch. Het stadsbestuur in die tijd was
Datum
Pagina
Oktober 2021
9 van 14
een ‘vroedschap’, gevormd uit de bestuurlijke elite met vooral taken gericht op de havenactiviteiten en financiële belangen. Deze elite nam deel aan het landelijke en wereldwijde systeem van kolonialisme en slavenhandel. Internationaal recht was er nog niet. Men draagt daarbij ook aan slavernij van alle volken en tijden is: Egyptenaren, Kelten, Germanen, Romeinen, de Afrikaanse, Arabische, Aziatische wereld – overal heeft slavernij plaatsgevonden. Daarbij wordt ook gesteld dat zowel de koloniale handel als slavenhandel alleen kon bestaan bestond door medewerking van de plaatselijke elites. Sommige mensen vragen zich af: is het realistisch om te verwachten dat Rotterdam tegen het systeem van koloniale en slavenhandel in kon gaan? Of was het een noodzakelijke drijvende kracht voor een groeiende stad? Zou niet-deelnemen aan het koloniale systeem effect hebben gehad op het wereldwijde systeem? Hoe dan ook: Rotterdam nam er aan deel, droeg bij aan de omvang ervan, profiteerde ervan en deed niets om het tegen te gaan. Maar het heeft Rotterdam gemaakt tot wat het nu is en economische voorspoed gebracht. Men geeft verder aan dat als Nederland excuses zou maken voor het slavernijverleden, er dan ook excuses moeten komen aan alle lijfeigenen en horigen in Nederland.
En van diverse NoordAfrikaanse landen vanwege Barbarijse zeerovers, van Italië voor de mensen die onder Julius Caesar tot slaaf gemaakt zijn vanuit veroverde gebieden. Van Spanje voor de Tachtigjarige oorlog, van Indonesië voor de misdaden begaan tijdens de Bersiap-periode, etc. Een verschil met veel van deze voorbeelden is de mate waarin afstammelingen van deze slachtoffers nog hinder ondervinden van dat verleden en of zij in het land van de voormalige kolonisator wonen. Het verleden beoordelen volgens moderne maatstaven In de gesprekken kwamen we een grotere middengroep tegen die openstaat open voor beide perspectieven, maar die niet goed weten of je wel met terugwerkende kracht excuses kunt maken. Er zijn daarbij ook historici en filosofen, die stellen dat het verleden niet volgens hedendaagse maatstaven beoordeeld kan worden. Stel je voor dat een zakkendrager van toen, die voor een hongerloon moest overleven, niet stilstond bij waar de schep suiker in zijn koffie vandaan kwam. Wellicht te vergelijken met hoe we ons vandaag de dag bewust zijn van klimaatverandering en moderne slavernij zonder te weten hoe we hier als persoon iets aan kunnen veranderen. We weten nog niet hoe onze verre kleinkinderen over ons zullen oordelen en of een toekomstig stadsbestuur ooit de vraag zal krijgen om excuses te maken voor onze fossiele industriepolitiek.
In de historische context zou je dus volgens hen de moraliteit van toen moeten volgen en niet onze moderne inzichten om met terugwerkende kracht mensen te veroordelen voor hun handelen. Dit wordt in de geschiedwetenschappen ook wel ‘presentisme’ genoemd en dat wordt (binnen het vakgebied) zoveel mogelijk vermeden. Anderen brengen daar twee argumenten tegenin. Ten eerste verplaatsen we ons met deze redenering uitsluitend in de historische context vanuit het perspectief van Nederland als ‘kolonisator’. Bezien vanuit de tot slaaf gemaakte mensen en mensen die zich tegen het systeem hebben verzet, was slavernij ook toen al mensonterend. Ten tweede was slavernij toentertijd in Nederland zelf verboden. Dat doet vermoeden dat er ook toen besef was van de onwenselijkheid van slavernij. Pijn en trauma Hoe het antwoord op bovenstaande reflecties ook zou moeten luiden, het verandert niet hoe mensen in Rotterdam de geschiedenis in het heden beleven. In de gesprekken keerden de onderwerpen ‘pijn’
Datum
Pagina
Oktober 2021
10 van 14
en ‘trauma’ regelmatig terug. Veel mensen hebben hier geen voorstelling van. Maar eigenlijk laat het zich goed uitleggen in gesprekken, mits de toehoorder bereid is te luisteren. Het systeem waarin mensen hun naam, cultuur, identiteit, gewoonten, religie, taal, lichaam en geestkracht werd afgenomen laat sporen na. Om in slavernij te kunnen overleven, ontwikkelen mensen waarden en overtuigingen die zij generatie op generatie doorgeven, ook nadat de noodzaak verdwenen was. Dit wordt transgenerationeel trauma genoemd. De pijn wordt ervaren in de vorm van verdriet, verlies, schaamte, boosheid en soms ook een minderwaardigheidsgevoel. Het wereldbeeld en de emoties van ouders worden - soms onbewust, soms heel expliciet - doorgegeven aan de volgende generatie. Hoe je je dient te gedragen en hoe je de wereld in kijkt, leer je van je ouders. En steeds als je discriminatie meemaakt, is het een bevestiging van dat beeld en van de pijn die je zag bij je ouders en nu zelf ook voelt. In een van de gesprekken waarin dit aan bod kwam werd tegengeworpen: ‘stop dan alsjeblieft ook met het overdragen van deze pijn aan volgende generaties!’ Dat kan wel en dat willen mensen ook, maar het vraagt inspanning en tijd om dat collectief te doorbreken. In het stadsprogramma wordt hiervoor ook ruimte geboden. Overigens is de ervaring voor iedereen anders.
Zeker als het gaat om mensen met een andere afkomst dan Afro-Rotterdams. Mensen uit Nederlands-Indië gaven aan zij zich verraden voelen en niet de erkenning en het respect hebben gekregen die ze hadden verwacht (o.a. ex-KNIL-militairen). Sommige Javaanse en Hindoestaanse Surinamers zijn trots op hun geschiedenis, anderen voelen dat hun voorouders onder valse voorwendselen als contractarbeiders geronseld waren en slecht behandeld werden.
3.3
Erkenning of schuld (en excuses) Afhankelijk van de visie op de verbinding tussen verleden en heden, kijken Rotterdammers verschillend naar de vraag waar het om gaat: erkenning dat het verleden verkeerd was en dat Rotterdam daaraan actief deelnam, of betreft het (ook) een schuldvraag gericht aan Rotterdammers van nu? Erkenning De meeste Rotterdammers die wij spraken die excuses ondersteunen, gaven daarbij aan dat de betekenis daarvan ligt in de erkenning (en vervolgens educatie). Het is niet zo dat iedere Rotterdammer zich persoonlijk schuldig zou moeten voelen of zich heeft te verantwoorden voor de daden van eerdere generaties. Men ziet het als een verantwoordelijkheid van een institutie, in dit geval het stadsbestuur, uitgesproken door de burgemeester. Ook vragen de meeste mensen niet om financiële compensatie, maar om educatie en gelijkwaardigheid en ondersteuning van organisaties die zich met o.a. de Aziatische en Afrikaanse diaspora bezighouden. Schuld Voor Rotterdammers die wij spraken die geen excuus willen, leek het daar wel over te gaan: zij zeiden dat ‘zij niet de schuld dragen van wat er in het verleden is gebeurd’. Ook Rotterdammers die om deze reden niet in gesprek wilden, gaven dat in schriftelijke reacties wel aan. Excuus moeten maken voor iets dat je zelf niet hebt gedaan, wordt als onrechtvaardig ervaren.
We hebben hierop weinig kunnen doorvragen, zoals de vraag men nog steeds tegen is als duidelijk is dat er geen schuld aan individuen van nu wordt gegeven.
Datum
Pagina
Oktober 2021
11 van 14
Degenen die we spraken gaven nog wel aan dat zij het excuus (ongeacht wie het doet) ook dan niet nodig vinden. Zij legden de link naar behoefte aan ‘herstel’ waarover zij in de media steeds horen. Maar in hun wereldbeeld kan iedereen in Nederland in gelijke mate profiteren van de welvaart en is herstel dus niet meer nodig. Empathie Een deel van de Rotterdammers die wij spraken vinden niet per se iets van excuses, maar gaven aan dat dit serieus in overweging genomen moet worden als het voor mede-Rotterdammers van grote betekenis is. Hoewel veel mensen niet persoonlijk verantwoordelijk gehouden willen worden voor daden van voorouders, geeft het gros van de deelnemers aan nut en noodzaak te zien van een excuus namens het Rijk en/of het stadsbestuur voor het koloniale en slavernijverleden. Het wordt ook gezien als manier om recht te doen aan mensen met een migratieafkomst en het signaal af te geven dat ze medeburgers zijn en gewoon bij horen. Men vindt het belangrijk om met elkaar in gesprek te blijven en te willen begrijpen waarom mensen pijn ervaren.
3.4
Structurele verandering Een vierde en laatste inhoudelijke constatering is het belang van duurzaam effect en blijvende verandering. In de gesprekken werd genoemd: Welke woorden het college ook kiest, men vindt het vooral belangrijk dat er concrete acties zijn. Zonder acties zijn de woorden betekenisloos. Dit blijkt ook uit analyses van de Amerikaanse excuses.3 Zet niet alleen een tijdelijk programma op, maar zorg voor duurzame inzet en effect. Voor de geloofwaardigheid is het belangrijk dat de gemeente ook moet handelen naar wat het uitdraagt. Neem als gemeente niet de leiding, maar maak het (financieel) mogelijk dat de mensen dit zelf doen op een manier die hun recht doet. In zover er vertrouwen met Rotterdammers is opgebouwd m.b.t. dit onderwerp, is de betrokkenheid van de gemeente en politiek de komende jaren cruciaal om dit vertrouwen te behouden en verder uit te bouwen. Het gaat hier om de integriteit en de geloofwaardigheid van het gehele gemeentebestuur. Doorlopend investeren in discriminatie- en racismebestrijding in de samenleving en instituties, zoals arbeidsmarkt, gezondheidszorg, politie, onderwijs.
3 Doordat acties meestal uitbleven, worden deze excuses als onoprecht ervaren. Concreet worden bijvoorbeeld genoemd het formeel faciliteren van Juneteenth (vergelijkbaar met Keti Koti), of en het instellen van een slavernijmuseum. De Amerikaanse ‘apology resolutions’ bevatten verder disclaimers waarin wordt uitgesloten dat de excuses voor rechtszaken gebruikt kunnen worden, wat verder bijdraagt aan het beeld van het niet willen accepteren van verantwoordelijkheid. Toch heeft het in Amerika wel geleid tot meer nationaal dialoog over slavernij, racisme het vertellen van verhalen en belangenbehartiging. Zie Kaimipono David Wenger (in Reconciliations in the Senate's Guarded Apology for Slavery) en Angelique M. Davis (in Apologies, Reparations, and the Continuing Legacy of the European Slave Trade in the United States) hebben daarop uitvoerig en kritisch gereflecteerd.
Datum
Pagina
Oktober 2021
12 van 14
4
Reflectie De opbrengst van de gesprekken was groot, zoals u kunt lezen in deze rapportage en het inhoudelijke koersdocument. In dit laatste hoofdstuk blikken we terug op onze werkwijze. Is de aanpak geslaagd? Wat was moeilijk? Wat moet een volgende keer anders? Strategie van kleinschaligheid en veiligheid We kozen voor kleinschalige gesprekken, in het begin zonder veel bekendheid. Dit deden we om een onveilige setting te voorkomen waarin de meeste aandacht gaat naar hen die hun standpunt het luidst onder de aandacht brengen. Die gesprekken breidden we als een olievlek en door mond-totmondreclame uit in de stad. Kwaliteit boven kwantiteit. Wat maakt dat Rotterdammers ieder hun eigen zienswijze hebben over het koloniaal en slavernijverleden? Welke blinde vlekken spelen daarbij een rol en welke perspectieven of inzichten mogen we daarbij zéker niet missen? De relatieve rust en veiligheid zorgde voor verdieping van de inzichten. Het nadeel was dat we daardoor gaandeweg vaker merkten dat anderen niet wisten wat de complete aanpak van de gemeente was en wie er al gesproken waren. Dat zorgde voor ruis en het beeld dat de aanpak niet compleet was of dat we niet de juiste mensen spraken. Dus de keuze voor veiligheid en verdieping ging ten koste van transparantie. Tegen iedereen die zulke geluiden meldde, hebben we gezegd: kom praten, kom erbij en deel je inzichten.
Met het oog op vervolgstappen was dit een leermoment om transparantie over het proces en de uitkomsten beter te borgen. Machtsongelijkheid en kleur doen ertoe De inhoud vindt niet alleen plaats in het gesprek, maar al in de opzet daarvan, de manier waarop het georganiseerd en uitgevoerd wordt en door wie. Waar een witte ambtenaar voor een groep AfroRotterdammers staat, wordt voor een deel van hen het probleem bevestigd. Kleur en machtsverhoudingen doen ertoe, de persoon is volgens sommige van de deelnemers niet de juiste persoon om dit gesprek te kunnen voeren. Niet alleen vanwege alleen de kleur op zichzelf, maar ook omdat sommige mensen het als vermoeiend ervaren om steeds opnieuw te moeten uitleggen waarom het koloniale en slavernijverleden doorwerkt en ervaringen van racisme te delen met iemand die helemaal niet weet hoe dat is. De gemeente had hierin volgens sommige Rotterdammers andere keuzes moeten maken. Hetzelfde geldt voor de keuze om ook LOKAAL een rol te geven, die werd gezien als witte organisatie die op dit thema niet aan zet zou moeten zijn. Ook al trok de organisatie samen op met GVGT. Vooral Rotterdammers die al jaren op deze onderwerpen actief zijn, zeggen steeds hetzelfde te zien gebeuren.
“Witte ambtenaren en hun vaste partnerorganisaties, die onvoldoende sensitief zijn, grote verschillen tussen opeenvolgende colleges, tijdelijke projecten die aflopen en de (onbetrouwbare) overheid die vervolgens weer weg is.” Dit leidde wel eens tot boze en cynische reacties en mensen die daardoor niet (meer) wilden deelnemen. We herkennen deze kritiek. We werken immers al jaren op thema’s van sociale ongelijkheid en racisme. En het ambtelijke team is heel divers qua huidskleur, religie, geslacht, seksuele voorkeur en leeftijd. Met onder andere Surinaamse, Kaapverdische, Molukse, Indische en Marokkaanse leden en leden zonder migratieafkomst. Maar een meerderheid van onze kerngroep is wit, waaronder de projectleider, die geregeld voor groepen Rotterdammers stond. Dat het projectleiderschap gedeeld is met een Surinaamse Rotterdammer van buiten de gemeentelijke organisatie hielp enorm in toegang tot netwerken en het begrijpen van de reacties. Maar het werd door sommigen juist gezien als een voorbeeld van het probleem dat er blijkbaar niemand intern was om die rol te vervullen.
Datum
Pagina
Oktober 2021
13 van 14
We konden de kritiek niet helemaal voorkomen. Zelfs al hadden we het gewild (waar we voorzichtig mee zijn, want ambtenaren balanceren zorgvuldig tussen inhoudelijke expertise en politieke neutraliteit): in de gemeentelijke organisatie wordt niet op kleur wordt geselecteerd, ook niet als kleur om wat voor reden dan ook expliciet gewenst is. Er wordt bij een actuele vraag naar een projectleider gekeken naar beschikbaarheid, kwaliteit, affiniteit etc. Daarin kan iemands afkomst natuurlijk wel van toegevoegde waarde zijn, vanwege de kennis en affiniteit met het onderwerp. Maar in dit geval leidde het tot weinig kleur in onze projectleiding. Dat is misschien niet hoe men het zou willen zien, maar het personeelsbestand is nu zoals die is en dat hierin verandering gewenst en nodig is, dat is bekend. Er wordt ingezet op meer diversiteit en inclusie in het gemeentelijke personeelsbestand. We zaten soms vast tussen deze twee werelden. Het leidde soms tot momenten waarin we met de handen in het haar zaten.
Hoe doen we hier recht aan en hoe komen we verder? Kunnen we onze aanpak nog meer aanpassen, of laten we ons dan te veel meevoeren door uitersten, waarin verschillen tussen mensen worden uitvergroot? En als wij de tegenstellingen in dit gesprek al niet konden overwinnen, hoe stellen we ons dan voor dat het maatschappelijk wel lukt? We hebben daarom geaccepteerd dat we ons moesten laten zien zoals we zijn. Met mensen die oprecht openstaan en kwetsbaar zulke gesprekken aangaan. Dat maakte het voor alle betrokkenen een (emotioneel) zwaar proces, met moeilijke gesprekken, ook onderling tussen collega’s en wetend dat een deel van de stad niet tevreden is met de aanpak. Het team is steeds met uitgestoken hand in gesprek gegaan met iedereen die daarvoor open stond. Aanbevelingen voor het proces Als het college draagvlak onder Afro-Rotterdammers wil vergroten, dan zou deze reflectie volgens de mensen die wij spraken zichtbaar moeten worden in de projectleiding. Verder kunnen betrokken teamleden meer investeren in de (informele) sleutelpersonen en het krachtenveld op dit thema. Er zijn allianties nodig met leidersfiguren uit de gemeenschappen. Door vertegenwoordigers en sleutelpersonen bij elkaar te brengen en van daaruit het aantal deelnemers te laten groeien, kan het vertrouwen toenemen.
En werk vooral met initiatiefnemers uit de Rotterdamse gemeenschappen en stap niet in de valkuil om als overheid de complete regie te houden. Positief is wel dat er met de huidige projectleiding bij een deel van de kritische gesprekspartners juist vertrouwen is opgebouwd. En op basis van de huidige aanpak is er inhoudelijk gezien een grote middengroep bereikt. De gemeente zal er steeds naar streven om dit grotere midden aan te blijven spreken en zo tot positieve maatschappelijke veranderingen te komen. Tot slot: hoop voor de toekomst In dit hoofdstuk hebben we vooral gekeken naar waar het beter kon. We zijn kritisch, zelfbewust en hoopvol. Het proces is niet vlekkeloos verlopen. Het zou, achteraf bezien, ook onrealistisch zijn om dat te verwachten. Het merendeel van de gesprekken was genuanceerd, positief gestemd, gericht op verbinding en op de toekomst. Er was meer gemeenschappelijkheid dan aanvankelijk leek. Soms was een verdiepend gesprek intensiever dan eerdere gesprekken, groeven mensen met elkaar een niveau dieper over emancipatie, mindset, trauma’s en heling. Het gebeurde daarbij ook dat mensen vooral in gesprek waren elkáár, in een saamhorigheid die eerder nog niet gevoeld was. Ook kijkt men met bewondering naar de jongere generatie, waar kinderen en jongeren al veel meer bruggen slaan en gemixte vriendengroepen hebben.
Het is een voorbode dat er uit ons gedeelde verleden nog veel moois kan ontstaan. Daarover heeft de stad hoge verwachtingen. Ten aanzien van de gemeentelijke ambtenaren en de politiek zeiden Rotterdammers ons: You’d better deliver.
Datum
Pagina
Oktober 2021
14 van 14