21bb11492 Bijlage 3 behorende bij 21bb11490 - Concept Uitvoeringsovereenkomst BIZ
Tekst van het document
UITVOERINGSOVEREENKOMST BIZ [naam invullen]
Als bedoeld in artikel 7, lid 3 van de Wet op de bedrijfsinvesteringszones De ondergetekenden: 1. De stichting [naam invullen], te dezer zake rechtsgeldig vertegenwoordigd door de voorzitter van het bestuur, [naam invullen], alsmede door de penningmeester van het bestuur, [naam invullen], hierna aan te duiden als "de stichting”; en 2. de publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Rotterdam, te dezer zake krachtens het bepaalde in artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar burgemeester, op zijn beurt vertegenwoordigd door mevrouw A.P. de Groene, directeur Economie en Duurzaam, cluster Stadsontwikkeling, en de heer A.A. van Prooijen, directeur Burgerzaken en Belastingen, handelend ter uitvoering van het besluit van burgemeester en wethouders d.d. 21 september 2021, hierna aan te duiden als de "gemeente"; overwegende dat:
de stichting is opgericht om op te kunnen treden als de in de verordening overeenkomstig de Wet op de Bedrijveninvesteringszones aan te wijzen stichting; de stichting kenbaar heeft gemaakt te willen komen tot de instelling van een bedrijveninvesteringszone (BIZ) zoals bedoeld in de Wet op de bedrijveninvesteringszones en de gemeente heeft verzocht hieraan medewerking te verlenen; de stichting ter zake van haar plannen in het kader van de Wet op de bedrijveninvesteringszones een BIZ-plan heeft opgesteld; de Wet op de bedrijveninvesteringszones de mogelijkheid opent dat de gemeenteraad bij verordening onder de naam BIZ-bijdrage een heffing instelt ter zake van binnen een bepaald gebied gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen, welke heffing strekt ter bestrijding van de kosten die verbonden zijn aan activiteiten in de openbare ruimte en op het internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de ec onomische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone; de gemeenteraad van Rotterdam op 14 oktober 2021 een verordening vaststelt, waarin zij het in de verordening aangegeven gebied als bedrijveninvesteringszone aanwijst.
Komen het volgende overeen: Artikel 1 In deze overeenkomst wordt verstaan onder: o Wet: Wet op de Bedrijveninvesteringszones o BIZ: de bedrijveninvesteringszone van het bij de verordening vast te stellen gebied o BIZ-bijdrage: het bedrag waarvoor een aanslag wordt ontvangen door de bijdrageplichtigen
Pagina 1 van 7
Paraaf voorzitter:
Paraaf penningmeester:
Paraaf directeur E&D:
Paraaf directeur B&B:
o o
o o o o
BIZ-subsidie: de op basis van de verordening en de wet te verlenen subsidie Raming van de subsidie: de vooraf ingeschatte opbrengst van de totaal te ontvangen BIZ-bijdragen, zoals genoemd in artikel 13 van de verordening Gerealiseerde opbrengst: de ontvangen BIZ-bijdragen voor zover ze onherroepelijk vaststaan BIZ-plan: het plan zoals ingediend door het stichtingsbestuur bij aanvang van de BIZ-periode Verordening: de gemeentelijke verordening waarbij de BIZ-bijdrage voor de BIZ wordt vastgesteld Statuten: de neergelegde statuten van de stichting
Artikel 2 De stichting staat ervoor in dat zij voldoet en zal blijven voldoen aan de eisen van de wet en de verordening, met name aan de vereisten, neergelegd in de artikelen 7 en 8 van de wet, en dat zij geen andere activiteiten zal ontplooien dan in artikel 4 van deze overeenkomst vermeld. Artikel 3 De stichting bericht de projectmanager BIZ, afdeling Economie, Stadsontwikkeling Rotterdam onverwijld over voorgenomen wijzigingen in haar statuten en reglementen. Artikel 4 1 De stichting staat ervoor in dat de BIZ-subsidie uitsluitend wordt aangewend voor activiteiten die blijken uit het BIZ-plan en het bijbehorende jaarplan. De activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven dienen in overeenstemming te zijn met de wet, de verordening en de statuten. 2 Indien de stichting een jaarplan indient met een begroting waarin de verdeling van het budget over de activiteiten voor meer dan 10% afwijkt van de begroting in het BIZ-plan, dan is de stichting verplicht om alle bijdrageplichtigen ten minste één maand voor het indienen van het jaarplan schriftelijk te informeren over de hoogte en de aard van de afwijkingen. De bijdrageplichtigen dienen ten minste twee weken de gelegenheid te hebben om schriftelijk op de afwijkingen te reageren. De correspondentie aan de bijdrageplichtigen en de ontvangen reacties dienen als bijlage bij het jaarplan gevoegd te worden.
3 De stichting is verplicht de activiteiten daadwerkelijk uit te voeren, overeenkomstig artikel 7, lid 3 van de wet. Artikel 5 1 Indien de stichting niet aan haar verplichtingen voldoet kan de verordening worden ingetrokken, onverminderd de overige voor de gemeente uit deze overeenkomst voortvloeiende rechten. 2 Bij intrekking van de verordening op grond van het vorige lid wordt het reeds uitgekeerde voorschot naar rato terugbetaald aan de gemeente. 3 Indien de stichting geen of onvoldoende bestuursleden heeft kan de verordening worden ingetrokken. Artikel 6 1 De Rotterdamse productnormeringssystematiek voor het bepalen voor de schoonen heelniveaus is per 1 januari 2019 vervangen door de CROW benchmark systematiek. In Rotterdam wordt de beeldkwaliteit van de buitenruimte gemeten door middel van deze systematiek. Beeldkwaliteit bepaalt in grote mate de beleving van de buitenruimte; de beeldkwaliteit geeft weer in welke mate onderdelen in de
Pagina 2 van 7
Paraaf voorzitter:
Paraaf penningmeester:
Paraaf directeur E&D:
Paraaf directeur B&B:
2
3
4
buitenruimte er netjes en verzorgd uitzien. De buitenruimte wordt aan de hand van standaard omschrijvingen en foto’s beoordeeld op de aspecten zoals beschreven in 6.4, waarbij categorie D slecht is en categorie A+ uitstekend. De resultaten worden tenminste twee keer per jaar gepubliceerd op Rotterdam.nl/schouwkaart. De categorieën zijn volgens de CROW als volgt verdeeld. A+ Nagenoeg ongeschonden A Mooi en comfortabel B Functioneel C Onrustig beeld, discomfort of enige vorm van hinder D Kapitaal vernietiging, uitlokking van vernieling, functieverlies, juridische aansprakelijkstelling, sociale onveiligheid Het college heeft, op basis van de meetresultaten van één jaar, bepaald dat de gemeente Rotterdam in 2020 stadsbreed een streefwaarde van 90% niveau B of hoger (niveau A en A+) hanteren op heel- en schoonniveau. Duiding van de score: ‘De score is het kwaliteitsniveau dat bij negentig procent van de metingen wordt behaald’. De gedetailleerde beeldmeetlatten van CROW zijn op te vragen via biz@rotterdam.nl. In hoofdlijnen zijn de onderdelen en beeldmeetlatten van de CROW methode als volgt: Beeldmaatlatten CROW benchmark beeldkwaliteit
Schoon
Reiniging groen-beplanting Reiniging groen-boomspiegels Reiniging groen-gras Reinigen graffiti Legen afvalbakken Bijplaatsen bij containers Reiniging meubilair Reiniging verharding Onkruidbeheersing op verharding
Heel
Onderhoud beplanting Onderhoud bomen Onderhoud gras Onderhoud verkeersborden Onderhoud speelvoorzieningen Onderhoud afvalbakken Onderhoud palen Onderhoud gesloten verharding Onderhoud Open verharding
Overlast
Voor Overlast zijn de beeldmaatlatten ‘Capaciteit fietsparkeren’ en ‘Foutparkeren fietsen’ aan de Rotterdamse meting toegevoegd. Deze zijn geen onderdeel van de benchmark systematiek.
5
6
Voor wat betreft het onderdeel Veilig is het belangrijk dat de basisveiligheid op orde is. Dit betekent dat de score zoals die in het wijkprofiel 2018 voor veiligheid is opgenomen op hetzelfde niveau blijft. De score voor veiligheid heeft betrekking veiligheidsbeleving, diefstal, geweld, inbraak, vandalisme en overlast. Bij deze verplichtingen wordt het uitdrukkelijke voorbehoud gemaakt, dat er gewichtige redenen kunnen zijn, zoals grootbudgetneutrale systeemwijzigingen of door de gemeenteraad gesanctioneerde bezuinigingen of door de gemeenteraad vastgestelde wijzigingen in de te behalen minimale niveaus voor schoon en heel, waardoor de gemeente gedurende deze overeenkomst het genoemde niveau niet
Pagina 3 van 7
Paraaf voorzitter:
Paraaf penningmeester:
Paraaf directeur E&D:
Paraaf directeur B&B:
7
kan handhaven. In zo’n geval is de gemeente verplicht dat vooraf aan de stichting te melden. Zijn er binnen een vastgesteld BIZ-gebied reeds nadere afspraken gemaakt met de gemeente over het niveau van schoon, heel en veilig dan prevaleren deze afspraken boven de hierboven genoemde normen.
Artikel 7 1 De gemeente zal in het najaar van 2022 een draagvlakmeting uitvoeren zoals bedoeld in artikel 4, lid 1, van de wet om te onderzoeken of er voldoende steun bestaat voor de heffing van de BIZ-bijdrage onder de bijdrageplichtigen. 2 De stichting zal zich inspannen om voldoende draagvlak voor de BIZ te creëren en de gemeente terzijde staan bij deze meting. 3 De gemeente houdt zich tijdens de draagvlakmeting aan het Reglement draagvlakmeting BIZ 2018, zoals dat is gepubliceerd op Rotterdam.nl/loket/bedrijveninvesteringszone/. Artikel 8 1 De stichting stelt na het besluit van het college van burgemeester en wethouders tot inwerkingtreding van de verordening op basis van de begroting, zoals opgenomen in het BIZ-plan, een jaarplan vast en dient dit uiterlijk op 17 januari 2022 in bij de projectmanager BIZ, afdeling Economie, Stadsontwikkeling Rotterdam. Dit jaarplan maakt duidelijk welke activiteiten de stichting het komend jaar zal verrichten en welke kosten daarvoor begroot worden. Voor de overige jaren van de looptijd van de BIZ dient de stichting een jaarplan in vóór 1 november voorafgaand aan het volgend jaar, waarvoor naar verwachting BIZsubsidie zal worden verleend. Het jaarplan behoeft goedkeuring van de projectmanager BIZ. Hij toetst het jaarplan aan het BIZ-plan van de stichting, aan de wet en aan deze overeenkomst.
2 De stichting legt jaarlijks uiterlijk op 1 april verantwoording af over het voorafgaande jaar aan de projectmanager BIZ door het overleggen van een jaarrekening, alsmede van een verslag van de uitgevoerde activiteiten. De stichting geeft de projectmanager BIZ desgevraagd alle inlichtingen die voor de beoordeling van de uitvoering van deze overeenkomst van belang ku nnen zijn. Ook kan aanvullend een accountantsverklaring geëist worden. De projectmanager BIZ toetst de verantwoording aan het BIZ-plan van de stichting, aan het jaarplan, aan de wet en aan deze overeenkomst. De verantwoording behoeft goedkeuring van de projectmanager BIZ. 3 De stichting stelt de projectmanager BIZ uit eigen beweging onverwijld op de hoogte van bijzondere ontwikkelingen en onvoorziene knelpunten, die relevant zijn voor de uitvoering van deze overeenkomst. De stichting draagt ervoor zorg dat alle bijdrageplichtigen kosteloos kennis kunnen nemen van de begroting, de jaarrekening en de verantwoording. 4 Voor het indienen van de jaarplannen en jaarverantwoordingen wordt een format verstrekt door de gemeente. Gebruikmaking van dit format door de stichting is verplicht, tenzij anders overeengekomen met de projectmanager.
5 De stichting informeert alle stemgerechtigden in het betreffende gebied tijdig over de uitslag van de formele draagvlakmeting, alsmede over het eventuele vervolg daarop zoals de te verwachten aanslaglegging en de te verwachten hoogte daarvan. Ook wanneer nieuwe bijdrageplichtigen zich gedurende de BIZlooptijd vestigen in het gebied, zal de stichting hen informeren. Artikel 9 Indien aan het eind van een subsidieperiode een deel van de op die periode betrekking hebbende BIZ-subsidie niet is besteed, kan Stadsontwikkeling Rotterdam, afdeling Economie toestemming geven dat deel te verschuiven naar de volgende periode. Indien
Pagina 4 van 7
Paraaf voorzitter:
Paraaf penningmeester:
Paraaf directeur E&D:
Paraaf directeur B&B:
op enig moment geen BIZ-subsidie meer wordt verstrekt, zal de stichting het aan het eind van de laatste subsidieperiode niet bestede bedrag, na aftrek van alle door de gemeente goedgekeurde kosten, naar rato terugbetalen aan de bijdrageplichtigen die voor de laatste subsidieperiode de BIZ-bijdrage hebben betaald, tenzij er met de gemeente afspraken gemaakt worden over de besteding van de resterende gelden. Artikel 10 Indien de stichting geen of onvolledige stukken (jaarplan, jaarverantwoording) oplevert en de stichting hierop gewezen wordt, dienen de aanvullende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken na sommatie te worden aangevuld. Indien de stichting hierop niet reageert binnen de door de gemeente gestelde termijn dan worden de betalingen van de BIZ-subsidie opgeschort totdat de gevraagde stukken zijn opgeleverd. Artikel 11 1.
2.
3.
4.
5.
Directeur Burgerzaken en Belastingen maakt in de maand januari van elk jaar van de looptijd van de desbetreffende BIZ-verordening voor het einde van de maand 80 % van de raming van de subsidie minus 3 % perceptiekosten over op de bankrekening van de stichting. In de maanden juli en oktober van het lopende jaar en januari van het opvolgend jaar stelt directeur Burgerzaken en Belastingen de gerealiseerde opbrengst vast, waarbij buiten beschouwing gelaten worden die bedragen van de aanslagen BIZ-bijdrage waartegen bezwaar is aangetekend en waarvoor vanwege dat bezwaar uitstel van betaling is verleend aan de belastingplichtigen. Op het bedrag van deze gerealiseerde opbrengst wordt 3% perceptiekosten in mindering gebracht. Het verschil tussen het op basis van lid 2 gerealiseerde en met de perceptiekosten verminderde bedrag en het op basis van lid 1 totaal uitbetaalde bedrag wordt telkens voor het eind van de maanden juli en oktober van het lopende jaar en januari van het opvolgend jaar op de bankrekening van de stichting overgemaakt. Telkens voor uiterlijk het einde van januari van het opvolgend jaar wordt door directeur Burgerzaken en Belastingen zo mogelijk het bedrag van de definitieve opbrengst, dan wel de dan gerealiseerde opbrengst, beide verminderd met 3% perceptiekosten, vastgesteld.
Vaststelling van het bedrag van de definitieve opbrengst is pas mogelijk indien er van alle BIZ-bijdragen vaststaat dat er geen bezwaar of beroep, hoger beroep of cassatie meer loopt en dat zij inbaar dan wel definitief oninbaar zijn gebleken. Telkens na de vaststelling in januari van het bedrag van de definitieve opbrengst dan wel van het bedrag van de dan gerealiseerde opbrengst, beide verminderd met 3% perceptiekosten, wordt he t nog niet uitgekeerde bedrag alsnog overgemaakt. Is er reeds te veel uitbetaald, dan wordt het te veel betaalde teruggevorderd van de stichting, onder de bepaling van een redelijke terugbetalingstermijn. Als het de verwachting is dat ook in het opvolgende jaar sprake zal zijn van een minderopbrengst dan wordt het voorschot voor dat jaar verlaagd. Na een vaststelling van de definitieve opbrengst, wordt, indien er een nog niet uitgekeerd bedrag resteert, dat bedrag op de bankrekening van de stichting overgemaakt.
Pagina 5 van 7
Paraaf voorzitter:
Paraaf penningmeester:
Paraaf directeur E&D:
Paraaf directeur B&B:
Artikel 12 In geval van bezwaar, beroep, hoger beroep, of cassatie wordt uitstel van betaling verleend voor het bedrag van de aanslag dat wordt bestreden. Aldus bestreden bedragen blijven beschouwing bij de vaststelling van de gerealiseerde opbrengst. Artikel 13 Indien een aanslag geheel of gedeeltelijk definitief oninbaar blijkt wordt dat oninbare bedrag niet opgenomen in het totaalbedrag van de definitieve opbrengst en ook, indien op het moment van de raming de definitieve oninbaarheid bekend is, eveneens van het bedrag van de geraamde opbrengst. Kosten die op het invorderen van aanslagen zijn gemaakt blijven buiten beschouwing bij de raming, dan wel bij de vaststelling van de definitieve opbrengst. Artikel 14 Indien het in artikel 11 vermelde uitbetalingsritme om welke reden dan ook niet mogelijk is, worden nog niet uitbetaalde betalingstermijnen zoveel mogelijk uitbetaald zodra de belemmeringen daartoe zijn weggevallen. Dat geldt met name indien de stichting het bankrekeningnummer niet tijdig bekend heeft gemaakt. Artikel 15 Directeur Burgerzaken en Belastingen informeert zo spoedig mogelijk de stichting telkens als hij in de maanden juli, oktober respectievelijk de maand januari de gerealiseerde opbrengst of de raming van de definitieve opbrengst heeft vastgesteld.
Artikel 16 Deze overeenkomst is rechtens afdwingbaar, en wordt – behoudens verplichtingen die naar hun aard eerder aanvangen - aangegaan onder de opschortende voorwaarden dat de gemeenteraad de verordening heeft vastgesteld en deze in werking treedt na daarvoor gebleken voldoende steun in de zin van de wet. Artikel 17 Deze overeenkomst eindigt, behoudens schriftelijke verlenging, na afwikkeling van alle rechten en verplichtingen van partijen na afloop van de laatste subsidieperiode. Artikel 18 1 Als op grond van een verzoek als bedoeld in artikel 6 van de wet, blijkt dat er sprake is van onvoldoende draagvlak voor de BIZ, zal de verordening worden ingetrokken. 2 Indien de gemeenteraad daartoe besluit: a. stopt de subsidieverstrekking met ingang van de datum van het intrekken van de verordening; b. zal de eindafrekening plaatsvinden naar deze datum met dien verstande, dat indien een batig saldo overblijft, dit saldo wordt terugbetaald aan de gemeente met aftrek van de kosten van reeds aangegane verplichtingen en indien een tekort overblijft, dit voor rekening van de stichting blijft; c. wordt deze overeenkomst na de eindafrekening ontbonden.
Artikel 19 Deze overeenkomst laat onverlet het omtrent subsidies bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht. De gemeente erkent dat door het ontwikkelen van de BIZ -activiteiten, de stichting in het betreffende gebied geen afstand doet van mogelijke subs idies waarop zonder BIZ-heffing ook aanspraak mogelijk zou zijn.
Pagina 6 van 7
Paraaf voorzitter:
Paraaf penningmeester:
Paraaf directeur E&D:
Paraaf directeur B&B:
Artikel 20 Partijen zullen eventuele geschillen die voortvloeien uit deze overeenkomst – nadat partijen in redelijkheid hebben getracht een minnelijke oplossing te bereiken – voorleggen aan een door hen gezamenlijk te benoemen mediator. Zij zullen de kosten van deze mediation ieder voor de helft dragen. Wanneer deze mediation niet tot een oplossing tussen partijen leidt, zijn zij vrij het geschil aan de daartoe bevoegde rechter voor te leggen. Artikel 21 Indien en voor zover in deze overeenkomst daarvan niet is afgeweken, is de Subsidieverordening Rotterdam 2014 van toepassing. Ondertekening Stichting: Voorzitter
Datum: …................. 2021 Plaats: Rotterdam
Stichting: Penningmeester
Datum: …................. 2021 Plaats: Rotterdam
Gemeente: Directeur Economie en Duurzaam Cluster Stadsontwikkeling
Datum: 14 oktober 2021 Plaats: Rotterdam
Gemeente: Datum: 14 oktober 2021 Directeur Burgerzaken en Belastingen Plaats: Rotterdam Cluster Dienstverlening
Pagina 7 van 7
Paraaf voorzitter:
Paraaf penningmeester:
Paraaf directeur E&D:
Paraaf directeur B&B: