CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb11474 Raadsvoorstel over Rapport Rekenkamer Rotterdam 'Broze Bedoelingen' over ex ante onderzoek naar effecten ouderenbeleid

Gemeenteraad 30 september 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 14. Het rapport van de Rekenkamer Rotterdam ‘Broze bedoelingen: ex ante onderzoek naar effecten ouderenbeleid’, alsmede het voorstel van het presidium met betrekking tot de conclusies en aanbevelingen uit dit rapport3.638 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rotterdam, 23 september 2021

21bb11474

Aan: de gemeenteraad

Onderwerp: Rapport Rekenkamer Rotterdam ‘Broze Bedoelingen” over ex ante onderzoek naar effecten ouderenbeleid

Gevraagd besluit: Samenvattend stellen wij u voor om de hoofdconclusies van het rapport van de Rekenkamer Rotterdam ‘Broze Bedoelingen” over ex ante onderzoek naar effecten ouderenbeleid ‘te onderschrijven en de aanbevelingen over te nemen. Tevens stellen wij u voor om het college van burgemeester en wethouders op te dragen uitvoering te geven aan de aanbevelingen en de raad uiterlijk over een halfjaar te rapporteren over de voortgang. Waarom dit voorstel? / Waarom nu voorgelegd? De Rekenkamer Rotterdam heeft op 26 mei 2021 het rapport ‘Broze Bedoelingen” over ex ante onderzoek naar effecten ouderenbeleid aangeboden aan de gemeenteraad. In de ‘Verordening rekenkamer Rotterdam’, artikel 12, lid 4, is vastgelegd dat rapporten van de rekenkamer binnen drie maanden na ontvangst door de raad in zijn vergadering worden behandeld. In verband met het zomerreces vindt de behandeling een maand later plaats in commissie en raad. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: -coalitieakkoord “Nieuwe energie voor Rotterdam

Portefeuillehouder Steller: Arina de Waal, 0663268708

raadsvergadering van: 30 september 2021 raadsstuk nummer 21bb11474 pagina 1

- Samenwerkingsagenda Rotterdam Ouder en Wijzer Toelichting: Aanleiding De komende jaren neemt het aantal ouderen van 65 jaar en ouder in Rotterdam naar verwachting met een derde toe, van 97.177 in 2018 naar 129.239 in 2035. Het aandeel Rotterdammers van 65 jaar en ouder zal stijgen van 15 procent in 2018 naar 19 procent in 2035. De grootste stijging vindt plaats bij 75-plussers, waardoor de gemiddelde leeftijd van de Rotterdamse 65-plussers hoger wordt (ook wel ‘dubbele vergrijzing’ genoemd). Ook het aandeel ouderen met een niet-westerse migratieachtergrond neemt naar verwachting fors t Naargelang mensen ouder worden, neemt hun actieradius doorgaans af, waardoor zij afhankelijker zijn van hun directe woning en woonomgeving. Ook neemt de kans op gezondheidsproblemen, eenzaamheid en sociaal isolement toe. Die kans is echter niet voor alle ouderen gelijk. Kwetsbaarheid komt namelijk vaker voor onder specifieke groepen, zoals ouderen met een lage sociaal-economische positie en ouderen met een nietwesterse migratieachtergrond. Zo blijkt uit onderzoek dat ouderen met een niet-westerse migratieachtergrond zich relatief vaker eenzaam tot ernstig eenzaam voelen, vaker gezondheidsproblemen hebben en beperkt zijn in hun mobiliteit en dat deze problemen zich doorgaans op een jongere leeftijd voordoen dan bij ouderen zonder migratieachtergrond.

Ook wonen zij in de vier grote steden relatief vaak in voor ouderen minder geschikte woningen in achterstandsbuurten. Door bovengenoemde demografische trends en ontwikkelingen in de zorg zelf (decentralisatie, extramuralisering en langer zelfstandig blijven wonen) krijgt Rotterdam de komende jaren te maken met een groeiende groep (potentieel) kwetsbare inwoners. Dit stelt de gemeente voor nieuwe uitdagingen, onder meer op het gebied van wonen, preventie, zorg en welzijn. Een van die uitdagingen is eenzaamheidsproblematiek. Uit de Integrale Gezondheidsmonitor (GGD-monitor) van 2012 bleek al dat bijna de helft van de Rotterdammers van 19 jaar en ouder zich matig tot (zeer) ernstig eenzaam voelde. Bovendien was het aandeel eenzame inwoners in Rotterdam hoger dan in de andere drie grote steden. Deze cijfers waren voor de gemeente aanleiding om in 2014 ‘Voor Mekaar’, de Rotterdamse aanpak gericht op het bestrijden van eenzaamheid, te lanceren. Deze aanpak was vooral gericht op ouderen (65+) in wijken die het slechtst scoorden op eenzaamheid. Een belangrijk onderdeel binnen het programma was het thuis bezoeken van alle 75plussers door vrijwilligers. Verschillende onderzoeken toonden echter aan dat deze aanpak niet het gewenste resultaat had.

Zo concludeerde de Rekenkamer Rotterdam begin 2018 dat het aandeel eenzame ouderen (65+) in de collegeperiode 2014-2018 weliswaar is afgenomen, maar de beoogde significante daling van 5% niet werd behaald. In de collegeperiode 2018-2022 besloot het college de eenzaamheidsaanpak voort te zetten. In het coalitieakkoord ‘Nieuwe energie voor Rotterdam’ is de ambitie geformuleerd om de eenzaamheid onder ouderen verder terug te dringen, van 53% in 2017 naar 50% in 2021. Op 19 december 2018 ondertekende het college samen met enkele partners in de stad de samenwerkingsagenda ‘Rotterdam Ouder en Wijzer’. Hiermee wil de gemeente de stad Rotterdam voorbereiden op ‘het groeiende aantal ouderen en aansluiten bij de wensen Portefeuillehouder Steller: Arina de Waal, 0663268708

raadsvergadering van: 30 september 2021 raadsstuk nummer 21bb11474 pagina 2

en behoeften van deze groep.’ Voor de Rekenkamer Rotterdam waren deze ontwikkelingen een reden om het onderwerp ‘eenzame ouderen’ op te nemen in het onderzoeksprogramma 2019. Het college heeft de samenwerkingsagenda verder uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma ‘Rotterdam Ouder en Wijzer’. Aangezien het uitvoeringsprogramma een veel bredere insteek heeft dan alleen de bestrijding van eenzaamheid (het omvat ook ambities en maatregelen op het gebied van gezondheid, wonen en woonomgeving en zorg en ondersteuning), heeft de rekenkamer ook in het onderzoek een brede scope gehanteerd en het gehele uitvoeringsprogramma onderzocht. De Rotterdamse aanpak van eenzaamheid is dus nu onderdeel van een breder ouderenbeleid van de gemeente. Een onderdeel dat landelijk als voorbeeld wordt gezien voor andere gemeenten. Zo is de Rotterdamse handreiking voor 75+ huisbezoeken inmiddels opgenomen in een toolbox van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) met instrumenten die gemeenten kunnen inzetten om lokaal de eenzaamheid terug te dringen. Dit geeft een rekenkameronderzoek naar de Rotterdamse aanpak extra bestuurlijke relevantie. Ex ante onderzoek Waar de rekenkamer meestal zogeheten ex post onderzoeken uitvoert, waarbij het accent ligt op terugblikken, is het voorliggende onderzoek naar het ouderenbeleid vooral een ex ante onderzoek.

Dat wil zeggen dat zij gericht is op de vraag of te verwachten is dat het college met het uitvoeringsprogramma ‘Rotterdam Ouder en Wijzer’ de ermee beoogde ambities op de lange termijn zal realiseren. Dit is relevant gelet op de huidige coronacrisis. Deze zal immers van invloed zijn op vele gemeentelijke activiteiten. Zo is de uitvoering van sommige maatregelen uit het programma door de coronacrisis vertraagd. Het is echter van belang te benadrukken dat dit geen invloed heeft op de verwachting of op de lange termijn de ambities van het programma gerealiseerd kunnen worden. Onderstaande hoofdconclusies zouden ook worden getrokken, als er geen coronapandemie was geweest. De rekenkamer beoogt met dit onderzoek te beoordelen in hoeverre: • de maatregelen in het uitvoeringsprogramma ‘Rotterdam Ouder en Wijzer’ aansluiten bij problemen en behoeften van ouderen; • te verwachten is dat de maatregelen ouderen zullen bereiken; • te verwachten is dat het college de ambities van het programma zal realiseren.

De centrale onderzoeksvraag luidt: In hoeverre sluit het uitvoeringsprogramma ‘Rotterdam Ouder en wijzer’ aan bij problemen en behoeften van ouderen, is te verwachten dat ouderen ermee worden bereikt en is te verwachten dat het college de ambities ervan zal realiseren? De hoofdconclusies uit het rapport zijn: Geringe impact 1 Het college heeft met het uitvoeringsprogramma ‘Rotterdam Ouder en Wijzer’ grote ambities. Het wil onder meer dat Rotterdamse ouderen gezonder gaan leven, dat eenzaamheid onder hen vermindert, dat zij in hun eigen wijk oud kunnen worden in een Portefeuillehouder Steller: Arina de Waal, 0663268708

raadsvergadering van: 30 september 2021 raadsstuk nummer 21bb11474 pagina 3

geschikte woning en dat zij er passende zorg en ondersteuning kunnen krijgen. Het is niet te verwachten dat het college deze ambities (waaronder het collegetarget om het percentage eenzame ouderen te verminderen van 53% naar 50%) zal realiseren. Van de 81 maatregelen in het programma is er slechts één waarvan te verwachten is dat deze substantieel zal bijdragen aan de ambities. Alle andere maatregelen kunnen niet of slechts beperkt bijdragen, dan wel is onzeker of ze bij zullen dragen of het zijn maatregelen waarin de gemeente geen rol heeft. Belangrijkste redenen voor geringe impact 2 De belangrijkste redenen dat niet te verwachten is dat de ambities worden gerealiseerd, vertonen grote overeenkomsten met hardnekkige beleidsproblemen in Rotterdam die de rekenkamer heeft vastgesteld in de meta-analyse ‘Publieke Waarde in de Knel’ uit 2019. Die redenen zijn de volgende: •

Meerdere maatregelen bevatten onrealistische verwachtingen, onder meer doordat ze aanbodgericht zijn en de gemeente vooraf te weinig kennis heeft opgedaan over de behoeften van ouderen (zie hoofdconclusies 3 en 4).

•

In het uitvoeringsprogramma wordt onvoldoende rekening gehouden met de leefwereld van burgers, onder meer doordat ze te veel zijn opgezet vanuit ‘systeemdenken’ (zie hoofdconclusies 5, 6 en 7).

•

Het college voert in meerdere maatregelen onvoldoende regie over de samenwerking met andere organisaties die bij het beleid betrokken zijn (zie hoofdconclusie 8).

•

In meerdere maatregelen toont het college onvoldoende leervermogen. Het trekt namelijk te weinig lessen uit eerdere ervaringen in het ouderenbeleid (zie hoofdconclusies 9 en 10).

Onrealistische verwachtingen 3 Het college heeft onvoldoende inzicht in de problemen en behoeften van ouderen in het algemeen en de onderlinge verschillen daarin per wijk, opleidingsniveau, inkomen en migratieachtergrond. Daardoor bevat het uitvoeringsprogramma onder meer de volgende onrealistische verwachtingen: •

Het college verwacht dat met de maatregelen in pijler ‘zorg en ondersteuning’ passende zorg en ondersteuning voor ouderen kan worden gerealiseerd. In de pijler ontbreken echter meerdere maatregelen waaraan bij ouderen wel behoefte bestaat, zoals een vast aanspreekpunt om ouderen te ondersteunen bij het aanvragen van zorg en ondersteuning. Het huidige loket Vraagwijzer biedt zo’n vast aanspreekpunt niet. Verder neemt het college geen maatregelen om cultuurspecifieke zorg te realiseren, terwijl ook daar ouderen wel behoefte aan hebben.

•

In de pijler ‘ertoe doen’ verwacht het college dat Rotterdamse ouderen na hun pensionering hun talenten willen inzetten voor de Rotterdamse samenleving, Portefeuillehouder Steller: Arina de Waal, 0663268708

raadsvergadering van: 30 september 2021 raadsstuk nummer 21bb11474 pagina 4

maar voor veel ouderen geldt dat niet. Verder gaat het college ervan uit dat kwetsbare ouderen erbij gebaat zijn om (meer) betrokken te worden bij de buurt, maar dat geldt lang niet voor alle kwetsbare ouderen. •

Het college verwacht met de maatregelen in de pijler ‘wonen en woonomgeving’ te realiseren dat ouderen in een geschikte woning in hun eigen wijk kunnen blijven wonen. Het college heeft echter niet voldoende inzicht in het tekort aan woningen voor ouderen. Zo heeft het niet in kaart gebracht hoeveel koopwoningen en huurwoningen in het middensegment nodig zijn. Ook heeft het college in het uitvoeringsprogramma niet inzichtelijk gemaakt hoeveel en welk type tussenvoorzieningen nodig zijn en wat de behoefte per gebied is. Daarnaast onderkent het college niet voldoende dat het ontbreken van geschikt en/of betaalbaar woningaanbod belangrijke redenen zijn voor de geringe verhuisbereidheid onder ouderen. Verder heeft het college geen duidelijk beeld waaraan een voor ouderen geschikte woonomgeving moet voldoen.

•

In de pijler ‘vitaal’ zijn veel maatregelen aanbodgericht. Het college hecht veel waarde aan e-healthtoepassingen en verwacht dat deze bij kunnen dragen aan een gezonde leefstijl van ouderen (gezond eten en meer bewegen). Het is echter niet duidelijk of die e-healthtoepassingen ook aansluiten bij de behoeften van ouderen en bovendien zijn deze toepassingen veelal helemaal niet bedoeld om een gezonde leefstijl te bevorderen.

4 Een andere reden dat niet realistisch is om te verwachten dat de maatregelen voldoende bijdragen aan de ambities, is dat veel maatregelen niet blijvend en/of niet stadsbreed worden uitgevoerd. Zo zijn er veel kleinschalige pilots die slechts in één of enkele wijken in de stad worden uitgevoerd en waarvan onzeker is of ze een vervolg krijgen. Bovendien financiert de gemeente een deel van de maatregelen slechts tijdelijk, steeds minder of helemaal niet. Onvoldoende rekening gehouden met leefwereld 5 De huisbezoeken aan ouderen vanaf 75 jaar dragen weinig bij aan het signaleren en verminderen van eenzaamheid (een van de collegetargets 2018-2022). Dit komt onder meer door systeemdenken, met name het te eenzijdig sturen op targets en protocollen. De gemeente stuurt er vooral op dat zoveel mogelijk ouderen worden bezocht en dat bij hen een vooraf voorgeschreven vragenlijst wordt afgenomen. Dit sluit echter onvoldoende aan bij de leefwereld van ouderen. De (lange en gesloten) vragenlijst belemmert het voeren van een goed gesprek en daarmee een goede signalering van eenzaamheid en andere problemen. Bovendien bereiken de huisbezoeken slechts 14% van de ouderen vanaf 75 jaar en juist de eenzaamste ouderen (vaak ouderen met een migratieachtergrond) worden niet goed bereikt.

6 Veel maatregelen sluiten niet goed aan bij de leefwereld van ouderen met een laag inkomen en/of opleidingsniveau. Hierdoor kunnen deze ouderen er niet goed mee worden bereikt. Daarnaast is in sommige maatregelen niet voldoende rekening gehouden met de betaalbaarheid ervan. Daardoor is van deze maatregelen niet te verwachten dat zij Portefeuillehouder Steller: Arina de Waal, 0663268708

raadsvergadering van: 30 september 2021 raadsstuk nummer 21bb11474 pagina 5

ouderen met een laag inkomen en/of opleidingsniveau goed kunnen bereiken. 7 Veel maatregelen sluiten niet goed aan bij de leefwereld van ouderen met een migratieachtergrond. Hierdoor kunnen deze ouderen er niet goed mee worden bereikt. In het uitvoeringsprogramma toont het college onvoldoende urgentie om ouderen met een migratieachtergrond te bereiken. Veel ouderen behoren tot deze groep en hun aantal zal de komende jaren fors toenemen. Zo heeft bijna een derde van de Rotterdammers die de komende tien jaar 65 jaar worden een niet-westerse migratieachtergrond. Van veel maatregelen is echter te verwachten dat deze ouderen met een migratieachtergrond nauwelijks zullen bereiken. Onvoldoende regie 8 In een aantal maatregelen die cruciaal zijn om de ambities van het uitvoeringsprogramma te realiseren, voert de gemeente onvoldoende regie over de samenwerking met andere organisaties die erbij betrokken zijn. Dit geldt onder meer voor de volgende maatregelen: •

de realisatie van geschikte woningen voor ouderen. Het is onzeker hoeveel woningen voor ouderen het college zal realiseren, zowel in de sociale sector als in het middensegment. Het college wil tot en met 2030 8.400 woningen realiseren in het sociale segment en 12.600 in het middensegment. Daartoe heeft het college afspraken gemaakt met andere partijen, zoals woningcorporaties. In die afspraken heeft het college echter niet vastgelegd hoeveel van deze woningen voor ouderen bestemd zijn.

•

Het realiseren van tussenvoorzieningen. Het college wil stadsbreed tussenvoorzieningen realiseren om zo het gat tussen zelfstandig wonen en het verpleeghuis te dichten. Het college heeft hiertoe onder meer prestatieafspraken gemaakt met woningcorporaties. Deze afspraken zijn echter niet concreet.

•

De ouderenhubs. De gemeente vertrouwt erop dat zorg- en welzijnsorganisaties zelf afspraken maken over de onderlinge taakverdeling in de vormgeving van deze ouderenhubs. Dit is voor deze partijen niet zo eenvoudig, omdat zij concurrenten van elkaar zijn. Verder zijn de inhoud en de doelen van het concept voor meerdere betrokkenen onvoldoende duidelijk.

•

Het verbeteren van samenwerking op wijkniveau. De gemeente laat de verbetering van samenwerking tussen het medische en sociaal domein op wijkniveau vooral over aan de regionale huisartsencoalitie, die een multidisciplinair overleg (Mdo) moet realiseren. Het college voert te weinig regie op de samenwerking, waardoor niet duidelijk is of in het Mdo samenwerking met het sociaal domein wordt gerealiseerd.

Portefeuillehouder Steller: Arina de Waal, 0663268708

raadsvergadering van: 30 september 2021 raadsstuk nummer 21bb11474 pagina 6

Onvoldoende leervermogen 9 De gemeente heeft vanaf 2003 meerdere keren tevergeefs geprobeerd om concepten te realiseren die vergelijkbaar zijn met ouderenhubs (namelijk woonzorgzones e n woonservicegebieden). Het college heeft zich niet verdiept in de vraag waardoor dit tot n u toe niet is gelukt e n welke lessen hieruit geleerd kunnen worden voor de aanpak met de ouderenhubs. Daarmee toont het college onvoldoende leervermogen. 10Ook bij de huisbezoeken 75-plus is sprake van onvoldoende lerend vermogen van d e gemeente. Onder meer is te weinig lering getrokken uit problemen in de uitvoering van d e huisbezoeken die d e afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI) in een onderzoeksrapport uit 2018 al heeft vastgesteld.

Overig 1 1 1n het uitvoeringsprogramma voert het college meerdere maatregelen op waarin de gemeente geen concrete rol e n verantwoordelijkheid heeft, zoals projecten van Daarmee wekt het uitvoeringsprogramma d e ziekenhuizen of andere zorginstellingen. indruk dat het college zelf een breder pakket maatregelen neemt dan in werkelijkheid het geval is. 12 In de periodieke voortgangsrapportage die het college in december 2020 aan de raad niet meer terug. heeft gestuurd, komen veel maatregelen uit het uitvoeringsprogramma Daarmee heeft het college d e raad niet voldoende geïnformeerd over d e voortgang e n resultaten van het programma. Ook dit probleem heeft d e rekenkamer de afgelopen jaren in meerdere andere onderzoeken vastgesteld. In het rapport is o p de pagina’s 35 tot e n met 6 3 de reactie van het college van burgemeester e n wethouders op d e conclusies e n aanbevelingen opgenomen.

Financiële en juridische consequenties/aspecten: Niet van toepassing

Advies commissie Zorg, Onderwijs, Cultuur en Sport De commissie adviseert de conclusies e n aanbevelingen te agenderen september a.s. De fracties van SP, NIDA en PW waren afwezig.

voor de raad van 30

Na de door de commissie georganiseerde expertmeeting van 8 september jl met uit het veld en bespreking in haar vergaderingen o p 22 september 2021 vertegenwoordigers van 30 adviseert de commissie het raadsvoorstel te agenderen voor de raadsvergadering september a.s. Bij de behandeling van het voorstel waren de fracties van LR, PvdA, D’66, WD, Groen Links, Denk, CDA, 50plus, Cu/SGP en de PvdD vertegenwoordigd. Het bijbehorende

ontwerpbesluit

bieden wij u hierbij ter vaststelling aan.

Portefeuillehouder Steller: Arina de Waal, 0663268708

raadsvergadering van: 30 september 2021 raadsstuk nummer 21bb11474 pagina 7

Presidium van de raad van de gemeente Rotterdam,

Bijlage(n): Het Rekenkamerrapport “Broze bedoelingen” (21bb6799)

Portefeuillehouder Steller: Arina de Waal, 0663268708

raadsvergadering van: 30 september 2021 raadsstuk nummer 21bb11474 pagina 8

Ontwerpbesluit: De Raad van de gemeente Rotterdam, • • • •

• •

gelezen het rapport d.d. 26 mei 2021 van de Rekenkamer Rotterdam “Broze Bedoelingen”, ingekomen onder 21bb6799: gelezen het raadsvoorstel; gelet op de Gemeentewet en de Verordening Rekenkamer Rotterdam; overwegende dat de conclusies en de aanbevelingen zich richten op de vier thema’s van de hoofdconclusies (leefwereld, realistisch beleid, regievoering en leervermogen). gehoord de vertegenwoordigers uit het veld in de expertmeeting van 8 september jl, gehoord de beraadslagingen in de commissie Zorg, Onderwijs, Cultuur en Sport op 22 september 2021;

Besluit: I De hoofdconclusies 1 tot en met 12 zoals verwoord in het rapport “Broze Bedoelingen” ex ante onderzoek naar effecten ouderenbeleid te onderschrijven. II De aanbevelingen 1t/m 13 uit het rapport “Broze Bedoelingen ex ante onderzoek naar effecten ouderenbeleid over te nemen: Beter aansluiten bij leefwereld 1 Vergroot het inzicht in problemen en behoeften vanuit het perspectief van de leefwereld van ouderen door: a Per gebied te onderzoeken wat de problemen en behoeften zijn van de ouderen die er wonen. Betrek bij dit onderzoek nadrukkelijk de ouderen die er zelf wonen. b In het behoeftenonderzoek ook moeilijker bereikbare groepen te betrekken, zoals ouderen met een migratieachtergrond, zodat meer inzicht kan worden bereikt in hun behoeften op het gebied van wonen, woonomgeving, welzijn en zorg en dienstverlening. 2 Heroverweeg nut en noodzaak van huisbezoeken 75-plus. Zoek bij voorkeur naar creatievere en gerichtere manieren om eenzame mensen te benaderen. Betrek hierbij de ervaringen die welzijnsorganisaties in de coronacrisis hebben opgedaan met alternatieve manieren om contact te maken met ouderen in de wijk (zoals regelmatig opbellen of langs de deur gaan met eten of een presentje). 3 Ontwikkel specifieke strategieën om (eenzame) ouderen met een migratieachtergrond te bereiken.

Betrek hierbij bijvoorbeeld hun kinderen, sleutelfiguren in de wijk en/of organisaties waar migranten bij betrokken zijn, zoals moskeeën. Beoordeel hiertoe onder meer of in de ambtelijke organisatie voldoende deskundigheid aanwezig is op het gebied van diversiteit en inclusie. Als die deskundigheid er niet voldoende is, bewerkstellig dan deskundigheidsbevordering hierover. 4 Bewerkstellig dat ouderen die zorg en ondersteuning willen aanvragen, direct en zonder doorverwijzing terecht kunnen bij een vaste contactpersoon die goed telefonisch bereikbaar is, een hulpverlenende of vergelijkbare opleiding heeft op hbo-niveau, affiniteit heeft met ouderen en die de tijd neemt voor hun vragen. Beleg deze taak in elk gebied eventueel bij medewerkers in een al bestaande functie, zoals Vraagwijzermedewerker, ouderenwerker in het wijkteam of professional van een welzijnsorganisatie. Portefeuillehouder Steller: Arina de Waal, 0663268708

raadsvergadering van: 30 september 2021 raadsstuk nummer 21bb11474 pagina 9

Realistischer beleid 5 Stel vast aan welke eisen de woningvoorraad, woonomgeving, welzijnsvoorzieningen en zorg- en dienstverlening in Rotterdam moeten voldoen voor ouderen. Betrek hierbij bijvoorbeeld de richtlijnen hierover van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). 6 Bepaal per gebied welk maatregelenpakket nodig is voor ouderen. Baseer dit op de in aanbeveling 5 genoemde eisen en de uitkomsten van de in aanbeveling 1 genoemde onderzoeken. 7 Neem maatregelen die blijvend zijn en neem ze in alle gebieden in de stad waar ze nodig zijn, zodat ze daadwerkelijk kunnen bijdragen aan gestelde ambities. Bouw dus de financiering van succesvolle tijdelijke projecten voor ouderen niet af. Betere regievoer!ng 8 Zorg voor een duidelijk kader voor de samenwerking met andere betrokken partijen, zoals woningcorporaties en zorg- en welzijnsaanbieders. Hanteer hiertoe het in aanbeveling 6 genoemde maatregelenpakket per gebied als uitgangspunt voor gebiedsgerichte samenwerking van die partijen. 9 Maak met woningcorporaties en/of andere externe partijen concretere prestatieafspraken (aantallen, type en locatie) over te realiseren woningen voor ouderen en tussenvoorzieningen in de hele stad. Baseer de inhoud van die prestatieafspraken op het in aanbeveling 6 genoemde maatregelenpakket per gebied.

10 Neem zelf meer initiatief om de onderlinge samenwerking van interne en externe organisaties in het sociaal domein (zoals Vraagwijzer, welzijnsorganisaties en wijkteams) te verbeteren, en overleg met de regionale huisartsencoalitie over een actievere betrokkenheid van de gemeente in het verbeteren van de samenwerking met het medisch domein. Beter leervermogen 1 1 Onderzoek samen met betrokken partijen waardoor vanaf 2003 het realiseren van woonzorgzones en woonservicegebieden niet is gelukt en leer hiervan welke aanpak kansrijk is om de realisatie van ouderenhubs nu wel te laten slagen. Overig 12 Informeer de raad alsnog over de voortgang en resultaten van de maatregelen waarover deze tot nog toe niet is geïnformeerd (zie de toelichting op hoofdconclusie 12). 13 Maak voor elke maatregel in het uitvoeringsprogramma expliciet welke organisatie ervoor verantwoordelijk is. Maak daarbij ook expliciet in welke maatregelen de gemeente geen concrete verantwoordelijkheid heeft.

Portefeuillehouder Steller: Arina de Waal, 0663268708

raadsvergadering van: 30 september 2021 raadsstuk nummer 21bb1 1474 pagina 10

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 30 september 2021.

De griffier,

De voorzitter,

Portefeuillehouder Steller: Arina de Waal, 0663268708

raadsvergadering van: 30 september 2021 raadsstuk nummer 21bb11474 pagina 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=9516bdc6-1e5e-451a-93e0-6c5d765abfb9