21bb1143 Brief van Burgerpanel Rotterdam over kinderen in armoede niet voldoende bereikt
Tekst van het document
Gemeenteraad Rotterdam Postbus 70012 3000 KP Rotterdam
Rotterdam, 26 januari 2021
Betreft: bereik kinderen in armoede
Beste raadsleden van de gemeente Rotterdam, Naar aanleiding van het rapport van de Kinderombudsman ‘Wie wat waar? Onder de loep: gemeentelijke regelingen voor kinderen in armoede’ willen wij het volgende onder de aandacht brengen. In de tweede helft van 2018 startte het Burgerpanel Rotterdam een onderzoek naar de armoedebestrijding onder kinderen in de gemeente Rotterdam en hoe het college is omgegaan met de extra ‘Klijnsmagelden’ die sinds 2017 door de landelijke overheid zijn toebedeeld aan Rotterdam. In april 2019 is onze eerste brief met vragen en aanbevelingen naar wethouder Grauss verstuurd en hebben we daar overleg over gehad. Twee zaken kwamen toen duidelijk naar voren: • De doelgroep ‘kinderen in armoede onder 18 jaar’ wordt minimaal bereikt. • De Klijnsmagelden werden niet vanaf het begin ingezet voor de kinderen die het betreft. Ook werden ze nauwelijks ingezet voor de primaire levensbehoeftes van kinderen in armoede. In ons vervolgonderzoek en tijdens de gesprekken in 2019 en 2020 met de gemeente werd ons in augustus 2020 duidelijk dat: • Er nog steeds geen ambitie is, laat staan een concreet plan, om laten we zeggen 80% van de doelgroep te bereiken en • er in principe wel degelijke voldoende geld beschikbaar is voor kinderen in armoede. Onze adviezen en voorstellen pasten, voor zover wij konden overzien, niet binnen de visie van de wethouder.
In augustus werd ons meegedeeld niet langer met ons van gedachten te willen wisselen en onze aanbevelingen werden standaard afgedaan (zie bijlage voor de volledige correspondentie). Nu ligt er het rapport van de kinderombudsman, waar het Burgerpanel als één van de professionals aan mee heeft gewerkt, met daarin conclusies met dezelfde strekking als in onze adviezen: - de doelgroep wordt niet volledig bereikt - er is te weinig ambitie om de volledige doelgroep te bereiken - de regelingen die er zijn, sluiten niet altijd aan bij de behoeftes van de doelgroep
Stichting Burgerpanel Rotterdam - Postbus 3226 - 3003 AE Rotterdam – info@burgerpanelrotterdam.nl
We zijn inmiddels twee jaar verder. De antwoorden van de gemeente op de aanbevelingen uit het rapport van de Kinderombudsman zijn wederom standaard en niet concreet. Er is in twee jaar tijd niks veranderd! Wat is er nodig om de gemeente een ambitie te laten uitspreken over het bereiken van de doelgroep, met daarbij een concrete en meetbare doelstelling om daarmee op korte termijn de kinderarmoede nadrukkelijker te bestrijden? Het huidige beleid werk te traag en levert te weinig concrete resultaten op, een andere aanpak is nodig! Het Burgerpanel heeft al vaker diverse suggesties gedaan waarmee betere bestrijding van de kinderarmoede bereikt kan worden. Beste Raad, wij vragen u dit onderwerp opnieuw op de agenda te zetten en het college nieuwe ambities te laten uitspreken om de volledige doelgroep te bereiken. Het is vijf over twaalf, zeker in de huidige periode van Covid-19. De tijd dringt en snelle actie is geboden. We kunnen niet nog twee jaar wachten. Wij vernemen graag wat uw plannen zijn in deze.
Hartelijke groet,
Stichting Burgerpanel Rotterdam Rotterdam, 26 januari 2021. NB: er zal ook een persbericht over dit onderwerp worden verspreid.
Bijlage 1: dossier armoedebestrijding kinderen BP Bijlage 2: reactie wethouder Grauss juli 2020 Bijlage 3: statement BP over armoedebestrijding kinderen & gemeente Rotterdam
Stichting Burgerpanel Rotterdam - Postbus 3226 - 3003 AE Rotterdam – info@burgerpanelrotterdam.nl
Aan het college van B&W T.a.v.: Wethouder Grauss Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Rotterdam, 5 maart 2020
Geachte wethouder Grauss, Met deze brief reageren wij op uw schrijven van 5 december 2019. Naar aanleiding van die brief en onze vervolgstappen in ons onderzoek naar de besteding van de Klijnsmagelden, delen wij graag onze conclusies en aanbevelingen met u. In de bijlage leest u onze conclusies die hebben geleid tot onderstaande adviezen. Daarbij moet gezegd worden dat onderstaande adviezen alleen slagen als verantwoordelijkheden, bevoegdheden en middelen samengaan en niet opgesplitst worden en de middelen bij de gemeente blijven. 1. Vergroot het bereik van de doelgroep door 3 concrete acties z.s.m. te implementeren. • Via scholen: Wij zien scholen als de ultieme tussenpersoon om armoede onder kinderen te signaleren. Maak geld vrij, 1 à 2 miljoen per jaar, om 20 schoolmaatschappelijk werkers aan te stellen die tijd, energie, middelen en volmacht hebben om de betreffende kinderen te helpen. Om u een idee te geven, wat zo’n schoolmaatschappelijk werker zou kunnen betekenen èn oplossen in onze stad, sturen we u bijgaand een artikel met een concreet voorbeeld. Verder staat in de krant van 14 februari jl. staat een opmerking van wethouder Kathmann over ‘schooluitjes’. Dit is nu een voorbeeld wat je hiermee direct oplost, i.p.v. regelingen alleen maar kenbaar maken.
• Via artsen en CJG: Ga met deze organisaties in gesprek en vraag hen wat zij nodig hebben om de geïdentificeerde kinderen geestelijk en geldelijk te ondersteunen. Meer personeel en/of met middelen danwel geldelijk te ondersteunen. • Verdubbeling (of maal 3) van een organisatie als Meedoen. Zij hebben de afgelopen jaren een mooie infrastructuur neergezet om de stad te bedienen met hun product. Wat ons betreft mag dat groeien. Ga het wiel niet opnieuw uitvinden, maar gebruik deze goedwerkende formule en breid dat uit. 2. Maak de cijfers van de hoeveelheid aanvragen inzichtelijk. Bij subsidieverstrekking: vraag expliciet om verantwoording van de subsidies. Maak een format voor de fondsen waarin de uitvoerende organisaties de hoeveelheid aanvragen kunnen bijhouden en door wie de aanvragen zijn gedaan en wanneer. Match dat met elkaar en u weet hoeveel kinderen per jaar hoeveel kinderen zijn geholpen via de fondsen. 3. De subsidie aan het Jeugdfonds is mooi, maar meer noodzakelijk is wat ons betreft een grotere focus op de primaire basisbehoeftes van kinderen onder de 18 jaar. Een ontbijt, een bed, goede schoenen, een werkplek om huiswerk te maken etc. Wanneer een kind deze zaken niet heeft, zal het ook niet snel op muziekles gaan of lid worden van een sportvereniging. Dus: stel meer budget beschikbaar voor de basisbehoeftes.
Stichting Burgerpanel Rotterdam - Postbus 3226 - 3003 AE Rotterdam – info@burgerpanelrotterdam.nl
Graag vernemen we uw standpunt in onze manier van aanpak. Wij willen graag met u en/of uw beleidsambtenaren verder praten over het bereik van de doelgroep en de focus op de primaire basisbehoeftes van kinderen in armoede. We zien uw reactie graag per ommegaande tegemoet zodat we op korte termijn de agenda’s naast elkaar kunnen leggen om tot een afspraak te komen.
Met vriendelijke groet, namens het Burgerpanel Rotterdam,
Herman Groeneveld Voorzitter Burgerpanel Rotterdam
Bijlage 1: Conclusies onderzoek Burgerpanel Rotterdam Bijlage 2: Artikel NOS ‘schoolmaatschappelijk werk’ mei 2019 Bijlage 3: artikel wethouder Kathmann over bekendheid regelingen
cc: Esther Bakker (cluster Dienstverlening), Michel Noordermeer (cluster MO), Gijs Custers (RAB), Stans Goudsmit (Kinderombudsman Rotterdam) Stichting Burgerpanel Rotterdam - Postbus 3226 - 3003 AE Rotterdam – info@burgerpanelrotterdam.nl
Michiel Grauss Wethouder Armoedebestrijding, Schuldenaanpak en Informele Zorg Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl
Stichting Burgerpanel Rotterdam Postbus 3226 3003 AE Rotterdam Per e-mail: info@burgerpanelrotterdam.nl
Telefoon: 0639116104 E-mail: informatiebeheer@rotterdam.nl Inlichtingen: Melinda Lorincz Cluster: Maatschappelijke Ontwikkeling Ons kenmerk: 20MO01476 Datum: 6 mei 2020 Betreft: Reactie op brief Burgerpanel (5 maart 2020)
Geachte leden van het Burgerpanel, Ten eerste wil ik u bedanken voor uw betrokkenheid bij het vraagstuk van kinderen in armoede. Als wethouder armoedeaanpak wil ik dat alle kinderen, ongeacht de financiële positie van de ouders, gelijke kansen hebben om tot volle wasdom te komen. Armoede is helaas een ingewikkeld probleem en de aanpak daarvan is een lerend proces. In uw brief van 5 maart 2020 uit u uw bezorgdheid over kinderen in armoede en geeft u ook een aantal concrete adviezen, waarvoor dank. Hieronder vindt u mijn reactie op uw aanbevelingen/adviezen. ·
·
U geeft aan dat het investeren in schoolmaatschappelijk werk als tussenpersoon om armoede onder kinderen te signaleren loont. De gemeente investeert op dit moment fors in schoolmaatschappelijk werk. In Rotterdam wordt schoolmaatschappelijk werk samen met de schoolbesturen gefinancierd en vanaf 2021 is vanuit de gemeente in totaal 6,1 miljoen euro beschikbaar voor het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en het MBO. Het schoolmaatschappelijk werk in Rotterdam betreft nu een laagdrempelige en kortdurende voorziening, die problematiek in de ontwikkeling van leerlingen vroegtijdig kan signaleren en aanpakken. De gemeente is met de schoolbesturen en de samenwerkingsverbanden in gesprek over de wensen t.a.v. het schoolmaatschappelijk werk in de toekomst en wil hiervoor een nieuwe visie opstellen. In deze nieuwe visie zal ook het armoedevraagstuk meegenomen worden. In de stad zijn verder verschillende nieuwe initiatieven opgezet die betrekking hebben op de schoolondersteuning, resultaten hiervan zullen ook meegenomen worden in een nieuwe visie voor schoolmaatschappelijk werk. Uw aanbeveling betreffende het in gesprek gaan met artsen en het CJG om te weten te komen wat zij nodig hebben om de geïdentificeerde kinderen te ondersteunen is besproken met de betrokkenen.
Het CJG zet in op het signaleren en helpen van kinderen in armoede: o De artsen en jeugdverpleegkundigen van CJG signaleren armoedeproblematiek tijdens de contactmomenten jeugdgezondheidszorg en leiden toe naar passende ondersteuning en zorg.
Blad: 2/3 Ons kenmerk: 20MO01476 Datum: 6 mei 2020
o
o
o o
De inzet van het CJG is primair gericht op het gezond en veilig opgroeien van het kind. Dit geldt zowel voor de signalerende en monitoringrol als voor het aanvullende zorgaanbod. Bij armoede is de inzet van het CJG gericht op de beperking van de invloed van armoede op de gezonde en veilige ontwikkeling van het kind. Daarbij kan het CJG inzetten op het verhogen van de beschermende factoren rond het kind zoals de opvoedvaardigheden van de ouders (opheffen schaarste in opvoeden) en de copingsvaardigheden en de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen. Daarnaast verwijst het CJG naar partners die deze interventies bieden in de wijk (deels vanuit de Klijnsmamiddelen). Specifiek voor kwetsbare zwangere vrouwen en jonge moeders (o.m. in armoede) voert het CJG de interventies als Voorzorgen Prezorg uit. Het CJG signaleert problemen gelegen in de ouder(s) (bijv. psychische gezondheid van ouders), maar verwijst voor de nadere analyse van de problematiek door naar beschikbaar (volwassenen)hulpaanbod bij VraagWijzer WMO
Het CJG is momenteel bezig met de doorontwikkeling van het signaleringsinstrumentarium zoals een risicotaxatie instrument/- methodiek en onderliggende valide vragenlijsten waarmee de factor armoede op casusniveau in beeld kan worden gebracht (zowel kwalitatief als kwantitatief) en toeleiding naar passend aanbod (op maat) tot stand gebracht kan worden. ·
Uw derde advies betreft een verdubbeling (of maal 3) van een organisatie als Stichting Meedoen. Er is geen noodzaak om de subsidie van de gemeente Rotterdam aan stichting Meedoen te verruimen omdat er geen tekorten zijn.
·
U geeft ook advies over de verantwoording van de subsidies. In de jaarlijkse Lage inkomensmonitor maken wij inzichtelijk hoeveel Rotterdammers gebruik maken van de regelingen. Hier zijn ook de gegevens met betrekking tot de Jeugdfondsen te vinden.
·
U beveelt ook aan om budget beschikbaar te stellen voor de eerste basisbehoeftes van kinderen. Het is zeker van belang dat een kind de beschikking heeft over de primaire basisbehoeftes als een ontbijt, een bed, goede schoenen, een werkplek om huiswerk te maken etc. Het inkomen van de ouder(s) is bedoeld om in deze primaire basisbehoeftes te voorzien. Naast het salaris of de uitkering hebben ouders hiervoor de beschikking over de kinderbijslag en kindgebonden budget. De hoogte van de uitkeringen en de kinderbijslag worden bepaald door het Rijk. Hier heeft ons college geen invloed op. Via verschillende voorzieningen zijn er extra middelen beschikbaar voor ouders. Via het Kindtegoed en Jeugdtegoed zijn wel extra middelen beschikbaar voor gezinnen tot 110% van het wettelijk sociaal minimum. Via het Jeugdfonds Sport en Cultuur en Stichting Meedoen zijn er extra middelen in natura beschikbaar voor gezinnen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum. Hierdoor komt minder druk op het inkomen van ouders.
Naast financiële ondersteuning voor gezinnen in armoede (korte termijn) wordt juist ook ingezet om op de lange termijn de cirkel van armoede te kunnen doorbreken. Hier werkt de gemeente Rotterdam onder meer aan in de pilot gezinsaanpak kinderen in armoede, in het onderwijs, via werkgelegenheid en door het vergroten van de weerbaarheid van kinderen en ouders. In de pilot gezinsaanpak krijgen gezinnen in armoede intensieve ondersteuning van
Blad: 3/3 Ons kenmerk: 20MO01476 Datum: 6 mei 2020
een hulpverlener bij het aanpakken van allerhande belemmeringen. In deze aanpak gaat veel aandacht uit naar het verzachten van de gevolgen van armoede op de kinderen. In de bijlage bij uw brief geeft u aan dat het getal van 98.800 kinderen die gebruik hebben gemaakt van het Jeugdtegoed niet klopt en dat daarmee het bereikpercentage van 100% niet klopt. Wat betreft de absolute aantallen heeft u gelijk, 98.800 betreft het totaal aantal kinderen in Rotterdam tussen de 4-17 jaar. Het eerdergenoemde getal is inderdaad niet juist. Excuses daarvoor. Op 1 januari 2017 waren er 20.100 kinderen die tot een gezin behoorden met een inkomen tot 110% WSM. Tot slot wil ik u nogmaals bedanken voor uw betrokkenheid bij de aanpak van armoede en schulden in onze stad.
Met vriendelijke groet,
Michiel Grauss Wethouder Armoedebestrijding, Schuldenaanpak en Informele Zorg
Aan wethouder Grauss Postbus 70012 3000 KP Rotterdam
Rotterdam, 18 mei 2020
Betreft: armoedeaanpak onder kinderen, reactie op uw brief van 6 mei jl.
Geachte wethouder Grauss, Dank voor uw uitgebreide brief van 6 mei j.l. als antwoord op onze brief van 5 maart. Echter, wij zijn diep teleurgesteld over de inhoud van uw reactie en uw antwoorden. Wij hebben in onze brief van 5 maart drie adviezen gegeven. Uw reacties hierop zijn wellicht vanuit een beleidsvisie voor de lange termijn aanvaardbaar, maar òf u gaat niet in op onze vraag òf het ontbreekt aan daadkrachtige acties om nog dit jaar effectief te kunnen zijn in uw armoedebestrijding. Hieronder in het kort nogmaals de drie kernpunten van onze brief van 5 maart met de vraag deze concreet te beantwoorden: Aanpak via scholen Het schoolmaatschappelijk werk wordt in 2021 door de gemeente ondersteund met € 6,1 miljoen, gericht op de ontwikkeling van leerlingen. U bent in overleg met de scholen over een ‘visie’ waarin ook armoedebestrijding meegenomen wordt. Waar blijft de daadwerkelijke actie? Wanneer worden er kinderen geholpen met allerlei zaken als bedoelt met de Klijnsmagelden? Daar geeft u geen antwoord op. Stel meer maatschappelijk werkers op scholen aan. Op enkele scholen is al bewezen dat een maatschappelijk werker een compleet beeld heeft welk kind wat nodig heeft. Geef een school de bevoegdheid geld daaraan uit te geven en achteraf daar bij u verantwoording over af te leggen. Dit kan al ingaan bij het nieuwe school jaar 2020/2021.
Wij vragen u deze sterke aanbeveling over te nemen en zo niet ons uit te leggen waarom. Aanpak via artsen en CJG’s U geeft een zeer uitgebreid verhaal wat de CJG’s doen maar gaat niet in op onze vraag en ook niet op wat huisartsen kunnen doen. Op het einde zegt u: “het CJG is bezig met een methodiek waarmee ook armoede op casusniveau in beeld gebracht kan worden”. Maar dan ……… verwijzen ze door. Dat is nu juist een manier waarmee de armoedebestrijding verkeerd wordt aangepakt. Bij doorverwijzen loop je risico dat mensen afhaken of tussen wal en schip belanden. Ons advies: Geef CJG en huisartsen faciliteiten en mandaat waarmee direct gesignaleerde armoede ook direct bestreden kan worden (zonder alleen maar door te verwijzen). Wij vragen u deze aanbeveling over te nemen en zo niet ons uit te leggen waarom. Stichting Burgerpanel Rotterdam - Postbus 3226 - 3003 AE Rotterdam – info@burgerpanelrotterdam.nl
Aanpak Meedoen vergroten Uw reactie is dat er geen noodzaak is om de subsidie te verruimen omdat er geen tekorten zijn, omdat er geen vraag naar is. Maar wij adviseerden het volgende: Meedoen doet zeer goed werk, maar heeft een beperkt bereik. Bij een verdubbeling of verdrievoudiging van het budget zou het bereik ook twee of drie keer zo groot zijn en daardoor wellicht de doelgroep voor 60 tot 70 % bereikt kunnen worden. Draag dus zorg dat er een drie keer zo grote ‘Meedoen’ organisatie komt. Dat hoeft niet perse Meedoen zelf te zijn. Wij vragen u deze sterke aanbeveling over te nemen en zo niet ons uit te leggen waarom. Wij hebben begrip voor uw drukke agenda, maar zien een concrete reactie graag binnen afzienbare tijd tegemoet. Door de Coronacrisis zullen er meer kinderen in armoede belanden en dus zijn concrete acties nu noodzakelijk. Wij zien graag dat er vanaf het nieuwe schooljaar 2020/2021 de juiste hulp geboden kan en zal worden. Wij zijn graag bereid zo nodig het een en ander toe te lichten.
Vriendelijke groet, namens het Burgerpanel Rotterdam
Herman Groeneveld Voorzitter Burgerpanel Rotterdam
cc: Esther Bakker (cluster Dienstverlening), Michel Noordermeer (cluster MO), Gijs Custers (RAB), Stans Goudsmit (Kinderombudsman Rotterdam), wethouder Kasmi (Onderwijs)
Stichting Burgerpanel Rotterdam - Postbus 3226 - 3003 AE Rotterdam – info@burgerpanelrotterdam.nl
Bijlage 1 _ onderzoek Burgerpanel Rotterdam besteding Klijnsmagelden en bereik kinderen in armoede Conclusies Na het lezen van de brief van wethouder Grauss van 5-12-2019 concluderen wij het volgende: 1.
2.
3.
4. 1. 2. 3. 4.
Wij hebben nog steeds geen sluitend antwoord op de vraag hoeveel kinderen in armoedezijn geholpen door de gemeente Rotterdam met de Klijnsmagelden. Wij concluderen nu, na herhaaldelijk vragen om deze cijfers, dat de gemeente ze blijkbaar niet heeft. Enkel de cijfers van gehonoreerde aanvragen bij het Jeugdfonds zijn beschikbaar, evenals de cijfers van het Jeugdtegoed, maar daar zit ongetwijfeld veel overlap in. Dus: de gemeente Rotterdam weet niet exact hoeveel kinderen in armoede zijn geholpen met de jaarlijkse extra €6 miljoen vanuit het Rijk. In de brief staat: ‘Het aantal kinderen dat in 2018 gebruik heeft gemaakt van het Jeugdtegoed is 98.800. Dit is zo goed als de volledige doelgroep die hiervoor in aanmerking komt.’ Dit getal van 98.800 kinderen lijkt ons geenszins te kloppen. Volgens onze informatie gaat het namelijk om 20.000 kinderen, 79% van de doelgroep1. De brief geeft aan dat het om de ‘volledige doelgroep’ gaat. Maar met 79% is de doelgroep, kinderen in armoede, uiteraard groter dan alleen de kinderen die gebruik maken van het Jeugdtegoed. Wij missen in de reacties vanuit de gemeente de ambitie om in kaart te krijgen wie de doelgroep daadwerkelijk is, waar ze te vinden is, hoe te bereiken en wat u gaat doen om deze doelgroep te bereiken.
Wij lezen: ‘Tevens hebben de drie jeugdfondsen de opdracht gekregen meer samen te werken en een plan op te stellen om meer kinderen te bereiken.’ Het is eind 2019 op het moment van schrijven, de Klijnsmagelden werden in 2017 ingesteld, dat er nu nog een plan moet komen, vinden wij rijkelijk laat. De brief staat bol van de wollige zinsneden die weinig soelaas of hoop bieden. Want wat staat er nu eigenlijk concreet? We quoten: ‘Rotterdammers zo goed als mogelijk ondersteunen bij het aanpakken van armoede: dichtbij, maatwerk en korte lijnen.’ ‘De implementatie van een nieuwe aanpak kost tijd en is daarom nog niet direct in de gehele stad merkbaar.’ ‘Ik ben ervan overtuigd dat de komende periode de nieuwe aanpak steeds meer zichtbaar wordt in de stad en door Rotterdammers ervaren gaat worden.’ ‘Met de extra middelen zijn extra interventies ingezet gericht op het versterken van de sociaalemotionele competenties van kinderen.’ Uit deze ambtelijke teksten kunnen wij geen conclusies trekken, noch onderzoek doen of zaken toetsen.
Vervolgstappen Sinds het laatste gesprek met wethouder Grauss op 11 november 2019 hebben we de volgende stappen gezet: a. We hebben gesproken met Stichting Meedoen. Zij weten precies hoeveel kinderen ze hebben geholpen, hoe ze de doelgroep moeten bereiken èn wat de doelgroep nodig heeft. Gestructureerd en overzichtelijk verwerken ze de aanvragen van Rotterdammers uit de hele stad. Wij zijn onder de indruk van de manier waarop deze organisatie zich in de stad profileert en met zo’n 20 vrijwilligers de Rotterdammers in armoede weet te bedienen. Wat ons betreft heeft Meedoen precies het model in handen waarvoor de Klijnsmagelden bedoeld zijn: dat steuntje in de rug in natura voor kinderen in armoede.
1
Bron: De staat van de stad 2018
b.
c.
d.
Bij de besteding van de Klijnsmagelden ligt de focus voor een substantieel deel op het Jeugdfonds. Uiteraard onderschrijven wij het belang van toegang tot sport of cultuur voor ieder kind in Rotterdam, maar wij zien een grotere noodzaak in het ondersteunen van de basisbehoeftes van kinderen, denk aan een bed, voeding, kleding, dan een lidmaatschap bij een sportvereniging of muziekschool. Daarbij zien wij een bijkomend probleem bij een lidmaatschap, namelijk zaken als vervoer en benodigde sportkleding. De Kinderombudsman van Rotterdam stelt een onderzoek in naar de armoederegelingen van de gemeente Rotterdam en wat de behoefte is van de doelgroep en of die twee op elkaar aansluiten. Wij hebben gesproken met De Rotterdamse Kinderombudsman, omdat dit onderzoek nauw aansluit op ons onderzoek en we zullen dit blijven volgen. Ook zijn wij in gesprek met De Rotterdamse Armoedebestrijding Beweging (RAB). Zij lezen en denken mee met ons en concluderen het volgende: ‘Uit onze gesprekken met Burgerpanel, stichting Meedoen en andere betrokkenen stellen we vast dat, hoewel er al een hoop gebeurt op gebied van armoedebestrijding, er nog veel stappen zijn te maken in Rotterdam.
We onderschrijven de inhoud van deze brief en hebben zelf nog twee punten waar de gemeente Rotterdam meer aandacht aan zou moeten besteden volgens ons: • Alle armoederegelingen bij elkaar hebben een vrij sterk charitatief en paternalistisch gehalte. Onze ervaring is dat gezinnen in armoede vaak zelf goed weten wat ze nodig hebben, zolang ze over voldoende middelen beschikken om daar ook voor te kunnen zorgen. Concreet betekent dit dat de uitkeringen hoger zouden mogen zijn, waardoor het stelsel van armoederegelingen ook versimpeld kan worden (minder bureaucratie). De gemeente Rotterdam is bij uitstek een partij die deze kwestie bij het Rijk kan aankaarten. • We begrijpen verder dat in de gemeente Dordrecht men een simpel systeem heeft om te toetsen of een gezin recht heeft op een armoederegeling. Dit gebeurt door te kijken of men kindertoeslag ontvangt. Uit ons gesprek met Meedoen komt naar voren dat deze toetsing in Rotterdam ingewikkelder is. We vragen de gemeente Rotterdam daarom met andere gemeenten in gesprek te gaan om te kijken hoe het complexe systeem rondom armoederegelingen vereenvoudigd kan worden. We hebben zelf namelijk al moeite met een overzicht te krijgen over alle regelingen die er bestaan.’
Bijlage 2: artikel NOS.nl – 8/5/19 over schoolmaatschappelijk werk hilip 08-05-2019, 16:04 Leerlingen op basisscholen in achterstandswijken hebben het veel moeilijker dan kinderen uit reguliere wijken. Dat is al langer zo, maar op een Rotterdamse school hebben ze een maatschappelijk werker in dienst om die achterstand te veranderen. De maatregel wordt geprezen. Veel leerlingen in achterstandswijken lopen achter met taal, ze kampen met concentratieproblemen en hebben vaker een leerachterstand, blijkt uit een onderzoek onder leraren. De steekproef is uitgevoerd in opdracht van een aantal organisaties, waaronder het Jeugdeducatiefonds. Door alle grote Nederlandse onderwijsorganisaties wordt dat beeld herkend. Hans Spekman van het Jeugdeducatiefonds is enthousiast over de aanpak van de Bergkristal in Rotterdam-Noord. Daar volgen 75 kinderen speciaal basisonderwijs en veel van hen komen uit een achterstandswijk. Hoe gaan zij daar te werk? Kind zonder bed, en dan? Vooral de inzet van maatschappelijk werker Philip Pietermaat kan op lof rekenen. De thuissituatie van de leerlingen - 70 procent op de Bergkristal leeft in armoede - is volgens hem van grote invloed op de prestaties op school. Hij noemt het voorbeeld van een kind zonder bed. "Als een kind geen bed heeft, slaapt het slecht.
En als een kind niet kan slapen, wordt rekensommen oplossen in de klas ineens een moeilijk karwei", zegt Pietermaat. "Wat doet een kind dan op school?" 'Alles draait om vertrouwen' Hans Spekman van het Jeugdeducatiefonds bezoekt scholen waarbij 50 tot 70 procent van de leerlingen bij hulpinstanties lopen. "Dat vraagt enorme slagkracht van de scholen zelf om snel te helpen. Als een kind met sores in de kop in de klas zit, dan leert het kind niet, maar ook een deel van de klas niet." Daarom grijpt Pietermaat op gepaste momenten in. In het geval van het meisje zonder bed had hij dat binnen een week geregeld. Volgens directeur Jonathan de Heer waren er daarna grote verschillen te zien in de rapportcijfers van het meisje. "Ze had een enorme groeispurt, precies in de periode nadat ze een bed had gekregen." Die jongen peerde 'm gewoon en verstoorde daarmee de les. Philip Pietermaat Alles ging in samenspraak met hulpinstanties, maar vooral ook door goed contact te houden met de ouders. Het toont volgens Pietermaat aan dat huisbezoeken bij de ouders van levensbelang zijn. "Als je hun vertrouwen hebt, kun je een kind écht verder helpen. Als je daar geen tijd voor hebt, heb je geen idee in welke situatie kinderen opgroeien." Pietermaat vergelijkt zichzelf met Beau van Erven Dorens. "Wat hij doet bij RTL, doe ik elke dag.
Dat klinkt arrogant, maar zo is het wel." Hij doelt daarmee op het programma The Rotterdam Project, waarbij Van Erven Dorens mensen uit hun benarde situatie helpt. "Al die aspecten die in dat programma aan bod komen en mensen verder helpen, dat maak ik elke dag op school mee."
Hij noemt een jongen die ineens de school wilde verlaten. "Die jongen peerde 'm gewoon en verstoorde daarmee de les. Gelukkig werd ik geappt, want je wil hem op school houden. Alleen op die manier kun je zijn veiligheid garanderen. Ik zorg dat hij binnen blijft en dat hij de school niet verlaat." Boterham en kopje thee Volgens Spekman is dat direct optreden belangrijk om de problemen te verminderen. Een maatschappelijk werker kan die functie volgens hem perfect invullen op een basisschool. Maar zo zijn er nog twee maatregelen die Spekman wenst van de politiek. "Je hebt kinderen die in groep 1 starten met een woordenschat van 500 woorden, terwijl het gemiddelde 2000 is. Daar zou je direct uren in moeten stoppen." Ook benoemt Spekman het verbreden van de leefwereld van de jonge kinderen. "Je ziet dat de leefwereld heel bekrompen dreigt te worden voor kinderen die niet meer uit de eigen buurt komen. Daardoor ontstaat het beeld bij die kinderen dat het niet anders kan en dat er ook andere kinderen zijn." Een oplossing is volgens Spekman om ergens mee naartoe te nemen. "Ga met die kinderen eens naar een theatervoorstelling of het strand. De wereld is groter dan hun eigen ellende." En dat gevoel moet terugkomen in de zogenoemde huiskamer bij de Bergkristal. Daar is weer die vergelijking met Beau van Erven Dorens. "De moeder van een leerling zat in een blijf-van-mijn-lijfhuis.
Daardoor moest het kind 45 minuten reizen. Uiteindelijk bleek dat ze niet had ontbeten. Wat heeft het dan voor zin zo'n kind naar de klas te laten gaan? We zorgen dan voor een boterham en een kopje thee. Dan maar een kwartier later in de klas. Dat rekenen komt dan wel."
Bijlage 3: quote Barbara Kathmann over bekendheid regelingen
a.p..2x. B0xx.8hWp d0SS.M. OW2
I8M.p..(x.8 .2 s.xK0Ih.8(
h8(m lmCmrm a8WI(( omkscIAma ea,cmAmrmpkaijAiSbW h sIgAmSddSldn mS tS ca,mgm ucab
6N*‘NG@M’Nxs KV@MO(9x 0‘‘vx9/jNv n Rn 2A 7‘VVN’M@, D‘xV@M’Nxs D‘xVI(x dnn l Rnnn hD 7‘VVN’M@,
6(’jN’U@/Nv 7‘VVN’M@, D‘xVI(x Rllt RnnR 2E 7‘VVN’M@,
-NIx9VNs )))p’‘VVN’M@,p/v Ee,@9vs 9/T‘’,@V9NINONN’3’‘VVN’M@,p/v :/v9cOV9/jN/s Cp 4‘‘’MN’,NN’ WNvNT‘‘/s nte Rnn Rdn
0v(xVN’s 0v(xVN’ C@@VxcO@UUNv95GN 1/V)9GGNv9/j 1/xGN/,N’Gs PC1nt lo A@V(,s o MNcN,IN’ ln P 6NV’NTVs hv95/x,@jNvMN/
zN@cOVN vNMN/ €@/ ONV 6(’jN’U@/Nv 7‘VVN’M@,g :/ MN @TjNv‘UN/ UN’9‘MN ONI 9G V)NN,@@v ,NV ( NN/ jNxU’NG jN€‘N’M )@@’9/ ( () *‘’jN/ (9VVN ‘€N’ 7‘VVN’M@,,N’x M9N vN€N/ 9/ @’,‘NMN N/a‘T VN ,@GN/ ONIIN/ ,NV xcO(vMN/p :/ ONV V)NNMN jNxU’NG ‘U /‘€N,IN’ ln P ONIIN/ )95 jN*@,N/v95G jNc‘/xV@VNN’M M@V )95 MN*NvTMN ‘U€@VV9/jN/ MNvN/ @vx ONV j@@V ‘, ‘/MN’xVN(/9/j €@/ 7‘VVN’M@,,N’x M9N VN ,@GN/ ,NV MN*N U’‘IvN,@V9NGp 7‘VVN’M@,,N’x *‘ j‘NM @vx ,‘jNv95G ‘/MN’xVN(/N/ I95 ONV @@/U@GGN/ O9N’€@/s M9cOVI95g ,@@V)N’G N/ G‘’VN v95/N/p :G ONI @@/jNjN€N/ M@V MN jN,NN/VN 7‘VVN’M@, IN*9j 9x ,NV MN 9,UvN,N/V@V9N €@/ MN @’,‘NMN@@/U@G *‘@vx €N’)‘‘’M 9/ 8w9V MN G/‘‘UJ N/ MN xcO(vMN/@@/U@G *‘@vx €N’)‘‘’M 9/ 87NxNV 7‘VVN’M@,Jp 1‘G ONI 9G €N’VNvM M@V jNM(’N/MN MN*N c‘vvNjNUN’9‘MN N’ ‘‘G 9/ T9/@/c9NNv ‘U*9cOV NLV’@ )‘’MV jN9/€NxVNN’M 9/ MN @@/U@G O9N’€@/p AN 9,UvN,N/V@V9N €@/ NN/ /9N()N @@/U@G G‘xV V95M N/ 9x M@@’‘, /‘j /9NV M9’NcV 9/ MN jNONvN xV@M ,N’GI@@’p :G IN/ N’€@/ ‘€N’V(9jM M@V MN G‘,N/MN UN’9‘MN MN /9N()N @@/U@G xVNNMx ,NN’ *9cOVI@@’ )‘’MV 9/ MN xV@M N/ M‘‘’ 7‘VVN’M@,,N’x N’€@’N/ j@@V )‘’MN/ 4@ @Tv‘‘U €@/ ONV jNxU’NG ONNTV ( ,95 NN/ c@x(x jNxV((’Mp AN*N c@x(x )@x ’NNMx I95 ‘/x INGN/M N/ 9x I95 ‘/x 9/ INO@/MNv9/jp .9@ MN*N I’9NT )9v 9G ( ‘‘G 9/T‘’,N’N/ ‘€N’ MN INxVNM9/j €@/ MN hv95/x,@jNvMN/ )@@’/@@’ ( €’‘Nj 9/ () I’9NT €@/ l @(j(xV(x ln Ppp AN jN,NN/VN ONNTV €@/ ONV 795G NLV’@ xV’(cV(’NvN T9/@/c9NvN
,9MMNvN/ ‘/V€@/jN/ €‘‘’ MN INxV’95M9/j €@/ @’,‘NMN I95 G9/MN’N/ BH tg ,9v5‘N/up AN*N ,9MMNvN/ )‘’MN/ jN9/€NxVNN’M v@/jx MN €‘vjN/MN M’9N xU‘’N/p
6v@Ms laR
u1008
.M 800x Rnto
.(x..h Rnto
(03 x )I1OO
G) ggge
)I1OO
p
i@/jN VN’,95/ 9/€NxVN’9/j 9/ MN ‘/V)9GGNv9/j €@/ G9/MN’N/ VN’ U’N€N/V9N €@/ @’,‘NMN
lp
h‘’VN VN’,95/ 9/€NxVN’9/j 9/ ONV )Nj/N,N/ €@/ INvN,,N’9/jN/ @vx jN€‘vj €@/ @’,‘NMN ‘U MN U@’V9c9U@VN G9/MN’N/rr
1I)OO
lponnr
Rp
i@/jN VN’,95/ 9/€NxVN’9/j 9/ MN T9/@/c9NvN *NvT’NM*@@,ON9M N/ MN U’N€N/V9N €@/ xcO(vMN/ €@/ jN*9//N/
)I.OO
)I.OO
rr AN ‘/MN’INxVNM9/j INV’‘T NN/ v@jN’N INxVNM9/j @@/ ONV h9/MU@GGNVp AN ‘/MN’INxVNM9/j 9x /9NV VN’(jjN€v‘N9M /@@’ MN @vjN,N/N ,9MMNvN/ ,@@’ V‘NjN€‘NjM @@/ ONV I(MjNV €‘‘’ G‘,N/MN 5@’N/p 1U ONV NN’xVN xU‘‘’ *95/ 9/ ln m ,9MMNvN/ V‘NjN€‘NjM @@/ (9V€‘N’9/j €@/ ONV INvN9MxG@MN’ SN(jMp 2’,‘NMN 9x O9N’9/ IN/‘N,M @vx ’9x9c‘T@cV‘’ €‘‘’ MN ‘/V)9GGNv9/j €@/ G9/MN’N/p CNV MN NLV’@ ,9MMNvN/ *95/ NLV’@ 9/VN’€N/V9Nx 9/jN*NV jN’9cOV ‘U ONV €N’xVN’GN/ €@/ MN x‘c9@@ve N,‘V9‘/NvN c‘,UNVN/V9Nx €@/ G9/MN’N/p A9V 9x €‘‘’@v jNIN(’M €9@ MN )95GU’‘j’@,,N’9/j 9/ )95GN/ )@@’ @’,‘NMN N/ T9/@/c9NvN U’‘IvN,@V9NG ONV j’‘‘VxV 9xp .@/(9V ONV V)NNMN xU‘‘’ *95/ NLV’@ ,9MMNvN/ 9/jN*NV €‘‘’ (9VI’N9M9/j €@/ ONV h9/MU@GGNVp A9V h9/MU@GGNV INxV@@V (9V MN jN,NN/VNv95GN ’NjNv9/j SN(jMVNj‘NMg MN jN,NN/VNv95GN I95M’@jN @@/ ONV SN(jMc(vV((’T‘/Mxg ONV SN(jMxU‘’VT‘/Mx N/ xV9cOV9/j CNNM‘N/ 9/ 7‘VVN’M@,p AN*N M’9N 5N(jMT‘/MxN/ ONIIN/ ,NN’ G9/MN’N/ IN’N9GV M@/ 9/ ONV 5@@’ M@@’€‘‘’p WN€N/x ONIIN/ MN M’9N 5N(jMT‘/MxN/ MN ‘UM’@cOV jNG’NjN/ ,NN’ x@,N/ VN )N’GN/ N/ NN/ Uv@/ ‘U VN xVNvvN/ ‘, ,NN’ G9/MN’N/ VN IN’N9GN/p A9V ONNTV ‘/MN’ @/MN’N jN’Nx(vVNN’M 9/ NN/ c@,U@j/N ‘, ,NN’ 9/VN’,NM9@9’x VN IN’N9GN/p WN€N/x 9x NN/ U9v‘V jNxV@’V ,NV xU’NNG(’N/ 9/ MN O(9*N/ €@/ MN )95Gp k9N’M‘‘’ 9x N’ NN/ V‘N/@,N €@/ ONV @@/V@v U’‘TNxx9‘/@vx M9N NN/ @@/€’@@j G@/ M‘N/ €‘‘’ G9/MN’N/ I95 ONV SN(jMT‘/Mx 7‘VVN’M@,p v02h( KV9cOV9/j CNNM‘N/
SN(jMxU‘’VT‘/Mx SN(jMc(vV((’T‘/Mx
rW2xWS M.K0208..8h. WW2O8WM.2 A2 Rnto ptld opl m pm n
kNV @@/V@v G9/MN’N/ M@V 9/ ln m jNI’(9G ONNTV jN,@@GV €@/ ONV SN(jMVNj‘NM 9x Pmpmnnp A9V 9x *‘ j‘NM @vx MN €‘vvNM9jN M‘Nvj’‘NU M9N O9N’€‘‘’ 9/ @@/,N’G9/j G‘,Vp
6v@Mb RaR
1U lm /‘€N,IN’ ln P ONNTV MN jN,NN/VN’@@M INxv‘VN/ ONV SN(jMVNj‘NM €‘‘’ 5‘/jN’N/ 9/ MN vNNTV95M le m 5@@’ ,NV nn N(’‘ VN €N’O‘jN/ /@@’ onn N(’‘ N/ 9/€NxVNN’V O9N’M‘‘’ /‘j NLV’@ 9/ MN T9/@/c9NvN ‘/MN’xVN(/9/j €@/ MN*N M‘Nvj’‘NUp k9N’M‘‘’ ‘/V€@/jN/ mpdnn 5‘/jN’N/ M9N ONV VNj‘NM @v ‘/V€@/jN/ /‘j €‘‘’ MN TNNxVM@jN/ nn N(’‘ NLV’@ ‘U O(/ 7‘VVN’M@,U@xp AN c95TN’x €@/ ln P *95/ /‘j /9NV INxcO9GI@@’ N/ ‘UN/I@@’p W‘V xv‘V )9v 9G ( INM@/GN/ €‘‘’ () INV’‘GGN/ON9M I95 MN @@/U@G €@/ @’,‘NMN N/ xcO(vMN/ 9/ ‘/*N xV@Mp
CNV €’9N/MNv95GN j’‘NVg
vNv z’@(xx -NVO‘(MN’ 2’,‘NMNINxV’95M9/jg KcO(vMN/@@/U@G N/ :/T‘’,NvN f‘’j
Michiel Grauss Wethouder Armoedebestrijding, Schuldenaanpak en Informele Zorg Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl
Stichting Burgerpanel Rotterdam Postbus 3226 3003 AE Rotterdam Per e-mail: info@burgerpanelrotterdam.nl
E-mail: informatiebeheer@rotterdam.nl Inlichtingen: Yvon Klok Cluster: Maatschappelijke Ontwikkeling Ons kenmerk: 20MO02345 Datum: 22 juli 2020 Betreft: Beantwoording brief Burgerpanel dd 18 mei
Geachte leden van de Burgerpanel, Dank voor uw reactie op onze brief van 6 mei 2020. Uit uw reactie maken wij op dat u nog vragen heeft. Wij willen uw vragen concreet beantwoorden. Aanpak via de scholen In uw brief adviseert u meer maatschappelijk werkers op scholen aan te stellen en om scholen bevoegdheid te geven hier geld aan uit te geven en achteraf hierover te verantwoorden. Wij erkennen dat het schoolmaatschappelijk werk (SMW) belangrijk is bij het verkrijgen van een beeld van wat een kind nodig heeft. Het SMW wordt gefinancierd door de gemeente en schoolbesturen gezamenlijk in een cofinancieringsconstructie. In totaal wordt er meer dan 10 miljoen geïnvesteerd in SMW. De gemeente investeert jaarlijks 6,1 miljoen euro. De dagelijkse aansturing van de schoolmaatschappelijk werker ligt al bij de scholen zelf, de gemeente is slechts kaderstellend, samen met de schoolbesturen, en bepaalt achteraf of aan de gestelde voorwaarden is voldaan. Schoolmaatschappelijk werk valt onder de verantwoordelijkheid van wethouder Bokhove. Op dit moment wordt met de schoolbesturen en samenwerkingsverbanden gesproken over de herziening van schoolmaatschappelijk werk. Deze gesprekken kunnen leiden tot wijzigingen van de huidige werkwijze en financieringsstructuur.
Klijnsmagelden: Klijnsmagelden: In uw brief vraagt u wanneer kinderen geholpen worden met allerlei zaken als bedoeld met de Klijnsmagelden. Omdat uw vraag in de vorige brief voornamelijk ging over de inzet van SMW hebben wij ons in de beantwoording op 25 maart 2020 daartoe beperkt. De aanpak via scholen is veel breder dan alleen het SMW. Wij willen nogmaals benadrukken dat de gemeenteraad heeft besloten de Klijnsmagelden te besteden via drie sporen:
Blad: 2/3
I. II. III.
Lange termijn investering in de ontwikkeling van kinderen ter preventie van armoede Korte termijn investering in het wegnemen van belemmeringen als gevolg van armoede voor de participatie van kinderen Lange termijn investering in de financiële zelfredzaamheid en de preventie van schulden bij gezinnen.
Het eerste spoor is het meest van toepassing op scholen. Deze investering bestaat uit het versterken van sociaal-emotionele competenties van kinderen met theoretisch goed onderbouwde en bewezen effectieve interventies. Uit onderzoek blijkt dat naast ondersteuning op materieel gebied ook het versterken van sociaal emotionele competenties cruciaal is voor kinderen die in armoede opgroeien. Het versterken van sociaal-emotionele competenties zorgt ervoor dat de risico’s die armoede veroorzaken in de ontwikkeling van kinderen beperkt worden. De interventies die hiervoor gebruikt worden zijn Taakspel, Alles Kidzzz, Kanjertraining. Deze worden ingezet op en via scholen (onder meer via het SMW), het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) en andere partners die werken in de wijk. De wijkprogrammering maakt het mogelijk deze interventies in te zetten in wijken waar armoede en financiële problematiek het grootst is. Aanpak via artsen en CJG’s U adviseert huisartsen faciliteiten en mandaat te geven om gesignaleerde armoede direct te bestrijden zonder alleen maar door te verwijzen. Het is ons onduidelijk welke activiteiten artsen zouden moeten ondernemen bij het direct aanpakken van armoede. Soms is het nodig dat iemand een baan vindt, dat er een scheiding wordt uitgesproken of een schuld wordt afgelost. Artsen kunnen deze problemen niet direct oplossen.
Bij sommige huisartsenpraktijken zijn praktijkondersteuners huisartsen (POH) Jeugd & Gezin aanwezig. Deze ondersteuners bieden direct kortdurende hulp aan het gezin of het kind binnen de huisartsenpraktijk. Als er meer of andere hulp nodig is kunnen zij namens de huisarts hulp inschakelen van wijkteams, specialistische (jeugd)ggz en het preventieve wijknetwerk (voor jeugd en volwassenen). Hiermee is er laagdrempelige hulp binnen de huisartspraktijk passend binnen hun taken en verantwoordelijkheden en een adequate verbinding met andere vormen van hulp en ondersteuning. U stelt ook dat CJG’s alleen maar doorverwijzen. Het CJG blijft, tot de 18e verjaardag betrokken bij een kind en verwijst niet alleen maar door. Net als de praktijkondersteuners bij de huisarts kan de jeugdverpleegkundige of jeugdarts bij het CJG zelf ondersteuning bieden óf andere partijen inschakelen indien nodig. Het CJG heeft de monitorrol voor alle kinderen van 0-18 jaar en houdt kinderen vanaf hun geboorte continu in beeld en volgt longitudinaal hun ontwikkeling. Het CJG monitort dus ook op het moment dat er tijdelijk is opgeschaald naar het wijkteam en het kind/gezin zwaardere hulp ontvangt.
De jeugdarts en de jeugdverpleegkundigen van het CJG zijn net als de huisarts een vertrouwd persoon voor het gezin en zij zijn getraind gesprekken met ouders en kinderen te voeren over alle soorten problematiek die een belemmering vormen voor de gezonde en veilige ontwikkeling van het kind.
Blad: 3/3
Stichting Meedoen Uw derde advies is een verdubbeling of verdrievoudiging van een organisatie als Stichting Meedoen. Dit advies nemen wij niet over. In de huidige collegeperiode is hier geen structureel budget voor. Stichting Meedoen is slechts één van de voorzieningen die we in de stad hebben om kinderen gelijke kansen te bieden door hen mee te laten doen. Een andere voorziening is bijvoorbeeld het Jeugdtegoed. Uit het onderzoek van het Nibud is gebleken dat gezinnen met een laag inkomen en met kinderen in de leeftijd van 12 tot 18 jaar relatief vaker met tekorten kampen. Daarom is het Jeugdtegoed verhoogd voor deze groep en de inkomensgrens verschoven van 110 naar 130% Wettelijk sociaal minimum. Nogmaals dank voor uw reactie. In deze brief hebben wij antwoord gegeven op uw vragen en een toelichting gegeven hoe we met uw advies omgaan. Hiermee willen wij de briefwisseling over dit onderwerp afronden.
Met vriendelijke groet,
Michiel Grauss Wethouder Armoedebestrijding, Schuldenaanpak en Informele Zorg
Reactie Burgerpanel op de brief van wethouder Grauss dd 22 juli 2020 augustus 2020
Om niet in herhaling te vervallen is dit antwoord niet meer naar de gemeente verstuurd. Dit antwoord is onze zienswijze over hoe de gemeente met armoede onder kinderen omgaat. Allereerst is de gemeente op diverse deelgebieden druk met het bestrijden van armoede onder kinderen. Zij gaan uit van een drie-sporen-beleid: 1) Lange termijn investeringen in de ontwikkeling van kinderen en in de 2) financiële zelfredzaamheid van gezinnen en 3) voor de korte termijn in het wegnemen van belemmeringen als gevolg van armoede voor de participatie van kinderen. Daarnaast zijn alle acties en regelgeving gericht op het ‘halen van informatie’ door de doelgroep. Alle acties worden uitgevoerd door de daarvoor verantwoordelijke clusters. Het Burgerpanel heeft onderzocht of de gemeente haar doelgroep maximaal bereikt en met de nodige maatregelen ondersteunt. Lange-termijn visies zijn goed maar mogen niet ten koste gaan van wat er vandaag nodig is. En de korte -termijn doelstelling moet dan ook helder en doelmatig zijn. De ter beschikking gestelde Klijnsmagelden (al vanaf 2017 ca € 6 miljoen per jaar) zijn nu juist bedoeld voor de dagelijkse behoefte de armoede onder kinderen te bestrijden met materiele ondersteuning. Zoals eerder gesteld: ouders/verzorgers van arme kinderen moeten zelf uitzoeken welke regels er zijn en hoe er ondersteuning van de gemeente kan plaatsvinden.
Zoals de gemeente zelf meldt in haar rapportages bereikt ze max 20% van de doelgroep. Het Burgerpanel is van mening dat dit zeker naar 80% kan als ze op een andere manier te werk gaat. Scholen, Artsen, Het CJG, Sportverenigingen en maatschappelijke organisaties in de wijken weten precies welke kinderen in armoede leven of niets te besteden hebben om een fiets of laptop te kopen. Zij zijn de oren en ogen voor de gemeente om de doelgroep in kaart te krijgen. Een multidisciplinaire en een grensoverschrijdende organisatie met bevoegdheid direct te handelen is nodig. Als de gemeente bereid is zo’n organisatie neet te zetten, wordt de doelgroep voor 80% bereikt en direct en concreet geholpen. En daar gaat het ons om. Maar de gemeente hult zich in wollige zinnen om daarmee aan te tonen dat ze heel goed bezig is. Het is blijkbaar meer een doelstelling om uitgebreide wollige visies te formuleren dan jaarlijkse doelstellingen te formuleren om binnen 4 jaar nagenoeg de hele doelgroep op een of andere wijze te hebben ondersteund. Waarom niet één organisatie verantwoordelijk maken om deze doelstelling te realiseren en van de juiste bevoegdheden en middelen te voorzien? Een kwestie van inzien en doen.