21bb11389 Wethoudersbrief Moti over Informeren over monitoronderzoek naar de Rotterdamse wijkbasisbaan
Tekst van het document
Richard Moti Wethouder Werk, Inkomen en Nationaal Programma Rotterdam-Zuid Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl
Commissie WIISA
E-mail: bbo@rotterdam.nl Inlichtingen: Nico van Wijk Telefoonnummer: 06-12972796 Cluster: Maatschappelijke Ontwikkeling Ons kenmerk: 21MO04002 – 21bb11389 Datum: 13 september 2021 Betreft: Monitoronderzoek Rotterdamse wijkbasisbaan
Geachte commissieleden, Onderwerp: Informeren over monitoronderzoek naar de Rotterdamse wijkbasisbaan Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/begroting/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: - Raadsinformatiebrief Sterker door … Mensenwerk (kenmerk 20bb7683) - Beleidskader Mensenwerk (kenmerk 19bb16744) - Initiatiefvoorstel wijkbasisbaan (kenmerk 20bb1257) - Kaders experiment (wijk)basisbaan (kenmerk 20bb8781) - Haalbaarheidsonderzoek Rotterdamse wijkbasisbaan (20bb18511) Toelichting: Op 2 juli 2020 informeerde ik u via een raadsinformatiebrief over de kaders van het experiment wijkbasisbaan (kenmerk 20bb8781). Hierin zegde ik toe om de effecten van het experiment de eerste zes maanden te laten monitoren door een onderzoeksbureau. Hier is onderzoeksbureau SEOR mee aan de slag gegaan. In de bijlage vindt u hiervan het resultaat. Hieronder zal ik de belangrijkste bevindingen uitlichten. Het monitoronderzoek In januari 2021 startte de gemeente Rotterdam met het experiment wijkbasisbaan. SEOR volgde daartoe de eerste drie organisaties en de eerste vier deelnemers gedurende een half jaar. Er werden telefonische interviews afgenomen en er vonden werksessies met ‘denkers’ en ‘doeners’ plaats. Het onderzoek laat zien dat werk in het algemeen bijdraagt aan een betere kwaliteit van leven van de deelnemers.
Het leidt tot een verbetering van werknemersvaardigheden, zelfvertrouwen en structuur in het leven. De deelnemers zien de wijkbasisbaan als opstapje richting een betere toekomst. Niet alleen voor hen zelf, maar ook voor hun directe omgeving is dit een opbrengst. Zo worden er werkzaamheden verricht die van maatschappelijke waarde zijn. Hierover constateren de onderzoekers dat er geenszins sprake is van verdringing van betaalde krachten, omdat het gaat om werk dat anders ‘blijft liggen’. Ook de deelnemende organisaties kijken vanuit een overwegend sociale motivering positief aan tegen het initiatief van de wijkbasisbaan.
Blad: 2/2
De onderzoekers stellen dat de (wijk)basisbaan een instrument is dat door gemeenten op verschillende wijze wordt uitgevoerd. Dat maakt het lastig om te vergelijken. In Rotterdam is volgens de onderzoekers het wijkkarakter wat naar de achtergrond verdwenen en zijn er geen scherpe ideeën over de doelgroep. Werkgevers selecteerden kandidaten die voldoen aan het criterium van werkzoekenden die langdurig een uitkering ontvangen en een grote afstand hebben tot de arbeidsmarkt. De onderzoekers benoemen dat de wijkbasisbaan ook een financieringsvraagstuk is. De gemeente is vooralsnog een nettobetaler en de opbrengsten vallen bij verschillende ‘incasseerders’, zoals het Rijk. Er wordt aangegeven dat het twijfelachtig is of het private bedrijfsleven zal instappen. De verwachting is dat vooral sociaal ondernemers, die participeren op basis van sociale motieven om waarde te creëren voor de stad, zullen deelnemen. De onderzoekers concluderen dat het experiment laat zien dat de wijkbasisbaan bijdraagt aan de kwaliteit van leven van de deelnemers. Om in de toekomst de wijkbasisbaan te kunnen opschalen, wordt aanbevolen wijkconsultatie toe te passen en de afspraken over de doelgroep scherper te formuleren. Daarnaast wordt het financieringsvraagstuk als aandachtspunt benoemd. Het is structureel niet mogelijk om de loonkosten van werkzoekenden te betalen vanuit het re-integratiebudget.
Een landelijk experiment zou uitkomst bieden om zo de opbrengsten beter in beeld te kunnen brengen. Afsluitend Dit monitoronderzoek informeert u over de eerste ervaringen van het experiment wijkbasisbaan. Het is een vervolg op het haalbaarheidsonderzoek naar de wijkbasisbaan dat volgde uit het initiatiefvoorstel van raadsleden Segers-Hoogendoorn en Yildirim. De uitkomsten van het monitoronderzoek deel en bespreek ik de komende tijd ook in G4-verband. Daarnaast leg ik het onderzoek ter bespreking voor aan de Brede Raad010 en de Cliëntenraad Werk en inkomen. Begin november volgt een collegebrief met ons standpunt over de toekomst van de Rotterdamse wijkbasisbaan met daarbij een reactie van het college op het initiatiefvoorstel. Op 17 november ga ik hierover graag met u in gesprek tijdens de commissievergadering. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet,
Richard Moti Wethouder Werk, Inkomen en Nationaal Programma Rotterdam-Zuid Bijlage: - Monitoronderzoek Rotterdamse wijkbasisbaan