21bb11362 Bijlage 6 behorende bij 21bb11365 - akoestisch onderzoek geluid op gevels 20210728v2;
Tekst van het document
Bestemmingsplan Kop van Zuid Akoestisch onderzoek geluid op gevels
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | GEM103—31-075
| 28 juli 2021
Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 1.2 1.2.1 1.2.2 1.3 1.4
4 Aanleiding Geluidbronnen Aan wetgeving gebonden geluidbronnen Relevante niet-aan wetgeving gebonden geluidbronnen Onderzoeksdoel Leeswijzer
4 5 5 5 5 5
2 Planbeschrijving
7
3 Wetgeving en beleid
8
3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.1.7 3.1.8 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.4
8 8 9 9 9 10 10 10 10 11 11 11 12 12
Wet geluidhinder Geluidzones Geluidgevoelige bestemmingen Dosismaat Aftrek Artikel 110g Wgh Geluidbelasting andere geluidgevoelige gebouwen Optrektoeslag Voorkeurswaarde en maximaal toelaatbare geluidbelasting Cumulatie Rotterdams ontheffingsbeleid Geluidluwe gevels en buitenruimten 30 km/uur-wegen Actieplan Geluid Rotterdam Scheepvaartlawaai
4 Uitgangspunten
13
4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5 4.3 4.4 4.5 4.5.1 4.6
13 13 13 14 15 15 15 15 16 17 17 18
Algemene uitgangspunten Relevante geluidbronnen Wegverkeer Tramlijnen Relevante 30 km/u wegen Optrektoeslag Artikel 110g Wgh Industrie Scheepvaart Akoestisch rekenmodel Software Rekenpunten per locatie
2/48
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | GEM103—31-075
| 28 juli 2021
5 Resultaten en toetsing
19
5.1 5.1.1 5.1.2 5.2 5.3 5.4 5.5 5.5.1 5.5.2 5.5.3
19 19 20 20 20 21 21 21 22 22
Wegverkeerslawaai Geluidbelasting zoneplichtige wegen Geluidbelasting 30 km/u wegen Industrielawaai Scheepvaart Cumulatie geluid conform Wgh Ontheffingsbeleid Rotterdam Wegverkeer Industrie Scheepvaart
6 Maatregelen
23
6.1 6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.2
23 23 25 25 26
Wegverkeer Bronmaatregelen Overdrachtsmaatregelen Ontvangersmaatregelen Industrielawaai
7 Conclusies en aanbevelingen
27
7.1 7.1.1 7.1.2 7.1.3 7.1.4 7.1.5
Conclusies Wegverkeer Industrielawaai Scheepvaart Procedure hogere waarde Ontheffingsbeleid Rotterdam
27 27 27 28 28 28
Bijlage 1:
Wetgeving en beleid
30
Bijlage 2:
Kaart onderzoekslocaties akoestisch onderzoek
31
Bijlage 3:
Verkeersgegevens
32
Bijlage 4:
Rekenmodel
34
Bijlage 5:
Rekenresultaten wegverkeerslawaai
40
Bijlage 6:
Industrielawaai
41
Bijlage 7:
scheepvaart lawaai
42
Bijlage 8:
Overzicht geluidluwe gevels
43
Colofon
48
3/48
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | GEM103—31-075
1
Inleiding 1.1
4/48
| 28 juli 2021
Aanleiding Het nu geldende bestemmingsplan Kop van Zuid is niet meer actueel. Er wordt daarom een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het opstellen van het bestemmingsplan gebeurt in het kader van het Meerjarenprogramma actualisering bestemmingsplannen. Voor de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan, dat realisatie van geluidgevoelige bestemmingen mogelijk maakt, moeten de Wet geluidhinder (hierna Wgh) en de Luchtvaartwet in acht worden genomen. Geluidgevoelige bestemmingen zijn onder andere woningen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, kinderdagverblijven en onderwijsgebouwen. Het bestemmingsplan Kop van Zuid biedt de planologische mogelijkheden om op 6 locaties nieuwe woningen te realiseren. In figuur 1 is de ligging van de ontwikkellocaties toegelaten weergegeven.
Figuur 1
Globale ligging van locaties voor nieuwe woningen in bestemmingsplan Kop van Zuid
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | GEM103—31-075
5/48
| 28 juli 2021
De afdeling Milieu van de gemeente Rotterdam heeft in het kader van het bestemmingsplan Kop van Zuid aan dBvision opdracht gegeven voor het akoestisch onderzoek.
1.2
Geluidbronnen
1.2.1
Aan wetgeving gebonden geluidbronnen Voor dit plan zijn de wettelijke geluidbronnen wegverkeerslawaai en industrielawaai relevant. De aspect railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai zijn voor dit bestemmingsplan niet van belang. De beoogde ontwikkelingen liggen namelijk niet binnen de geluidzone van een spoorweg en/of een luchtvaartterrein.
1.2.2
Relevante niet-aan wetgeving gebonden geluidbronnen Ten behoeve van een goede ruimtelijke onderbouwing (GRO) van het bestemmingsplan en conform het ontheffingsbeleid Wgh van gemeente Rotterdam wordt ingegaan op de invloed van andere relevante niet-wettelijke geluidbronnen binnen of in de directe omgeving van het plangebied op de beoogde ontwikkellocaties zoals scheepvaart op de Nieuwe Maas en in de Koningshaven en 30 km/uur-wegen. Scheepvaart De ontwikkellocaties bevinden zich langs de Nieuwe Maas en binnen de invloedsfeer van de Koningshaven waarop de scheepvaart plaatsvindt. Derhalve wordt de scheepvaart op de Nieuwe Maas en in de Koningshaven in dit onderzoek als een relevante niet-wettelijke geluidbron beschouwd. 30 km/uur-wegen Voor de Wilhelminapier is een verkeersbesluit genomen om de snelheid op de pier te verlagen naar 30 km/u. Ten behoeve van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met dit besluit.
1.3
Onderzoeksdoel Doel van het voorliggend onderzoek is om te bepalen of de beoogde geluidgevoelige bestemmingen volgens de bepalingen van de Wgh kunnen worden gerealiseerd. Daarnaast is onderzocht of het plan voldoet aan het ontheffingsbeleid van de gemeente Rotterdam. Aangegeven wordt welke eventuele maatregelen getroffen dienen te worden, dan wel welke beperkingen door wet- en regelgeving kunnen optreden
1.4
Leeswijzer Het plan is beschreven in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 geeft aan welke wetgeving en beleid relevant is voor dit plan. Hoofdstuk 4 beschrijft de uitgangspunten. In hoofdstuk 5 zijn de
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | GEM103—31-075
| 28 juli 2021
resultaten en de toetsing van de resultaten beschreven. Hoofdstuk 6 gaat in op mogelijke maatregelen. De conclusie is opgenomen in hoofdstuk 7.
6/48
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | GEM103—31-075
7/48
| 28 juli 2021
2
Planbeschrijving
Het nu geldende bestemmingsplan Kop van Zuid is niet meer actueel. Het opstellen van het bestemmingsplan gebeurt in het kader van het Meerjarenprogramma ter actualisering van bestemmingsplannen. Het nieuwe bestemmingsplan laat op 5 locaties, waar momenteel geen woningen aanwezig zijn of vergund, realisatie van woningen toe. Op één locatie, in figuur 1 aangeduid als LV, betreft het opbouw tot 30 meter boven een bestaand woongebouw van 19 meter hoog. Op grond van de Wgh moet bij het opstellen van een bestemmingsplan akoestisch onderzoek worden gedaan naar woonbestemmingen die nog niet zijn gerealiseerd, of waar nog geen bouwvergunning voor is afgegeven. De ontwikkellocaties zijn in figuur 1 weergegeven. Een kaart van het concept ontwerpbestemmingsplan Kop van Zuid is in bijlage 2 opgenomen. In tabel 1 is voor alle locaties aangegeven voor welk type geluidgevoelige functies die op de locaties worden toegelaten onderzoek is gedaan en op welke hoogtes deze functies zijn gepland. Tabel 1
Functies en te ontwikkelen bouwlagen per locatie bestemmingsplan Kop van Zuid
Locatie
Omschrijving
Functie
BM
Baltimore
Wonen
CG
Chicago
Wonen
0-30
LV
Leidsche Veem
Wonen
19-30
HV
Havana
Wonen
0-180
PD
Philadelphia
Wonen
0-107
WH
Wilhelminahof
Wonen
0-150
Bouwhoogtes 8-22 8-175
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | GEM103—31-075
Wetgeving en beleid
8/48
| 28 juli 2021
3
De vigerende Wet geluidhinder en het Rotterdamse beleid zijn beschreven in bijlage 1. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd binnen de kaders van genoemde wetgeving en beleid. In bijlage 1 is tevens een omschrijving gegeven van voorkomende akoestisch begrippen.
3.1
Wet geluidhinder Voor de geluidbronnen wegverkeer (inclusief tramverkeer), railverkeer en industrielawaai is de Wgh van toepassing. Tramverkeer valt binnen de Wgh onder wegverkeer. Uitzondering hierop zijn 30 km/uur-wegen. Deze zijn vrijgesteld van toetsing aan de Wgh.
3.1.1
Geluidzones Zones langs wegen (inclusief tramverkeer) Alle wegen of stedelijke spoorwegen (trams) met een maximumsnelheid die hoger is dan 30 km/uur hebben een geluidzone. De zonebreedte langs een weg of tramweg is afhankelijk van de ligging van de weg of tramweg in stedelijk of buitenstedelijk gebied en het aantal rijstroken of tramsporen van die weg of tramweg. De voor dit onderzoek relevante wegen zijn stedelijke wegen bestaande uit 2 of meer rijstroken. De relevante stedelijke zoneplichtige wegen voor de onderzochte locaties zijn met hun zonebreedte in tabel 4 weergegeven. Zones rond industrieterreinen In het Rijnmondgebied zijn reeds in de jaren 90 rond meerdere industrieterreinen waarop de zogenaamde grote lawaaimakers zich bevinden een geluidcontour van 50 dB(A) vastgesteld. Deze vastgestelde geluidcontour mag door de op het industrieterrein gelegen bedrijven niet worden overschreden. Het gebied tussen de grens van het industrieterrein en de daaromheen vastgestelde 50 dB(A)-geluidcontour is de geluidzone. Een groot deel van het plangebied bevindt zich binnen de geluidzone van het industrieterrein “Maas- en Rijnhaven”. Tevens ligt een deel van het plangebied binnen de geluidzone van het industrieterrein “Waal- en Eemhaven”. Deze industrieterreinen zijn derhalve in dit onderzoek de relevante geluidbronnen voor het plangebied.
De ligging van de vastgestelde 50 dB(A)geluidcontouren rond deze terreinen zijn in bijlage 6 opgenomen.
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | GEM103—31-075
9/48
| 28 juli 2021
3.1.2
Geluidgevoelige bestemmingen Als een bestemming als geluidgevoelig is aangemerkt gelden de regels uit de Wgh. In de Wgh worden onder andere woningen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, kinderdagverblijven en scholen als geluidgevoelige bestemmingen aangemerkt. Dit bestemmingsplan maakt op alle locaties realisatie van woningen mogelijk.
3.1.3
Dosismaat Wegverkeer Voor de geluidbelasting wordt voor wegverkeer en railverkeer de Lden als dosismaat gebruikt, met als eenheid dB. De Lden (Day-Evening-Night) gaat uit van een (gewogen) gemiddelde geluidniveau gedurende het jaar. Omdat geluiden in de avond en nacht hinderlijker zijn dan overdag, tellen die zwaarder mee. Voor deze dagdelen wordt 5 resp. 10 dB opgeteld in de berekening. Industrie Voor de geluidbelasting van industrielawaai wordt de Letmaal als dosismaat gebruikt, met als eenheid dB(A). De Letmaal is de hoogste geluidbelasting van: Lday Levening + 5 dB Lnight + 10 dB Omdat geluiden in de avond en nacht hinderlijker zijn dan overdag, tellen die zwaarder mee en wordt 5 resp. 10 dB straffactor gehanteerd.
3.1.4
Aftrek Artikel 110g Wgh Voor wegverkeer geldt nog een bepaling uit Artikel 110g Wgh. Voordat de berekende geluidbelasting wordt getoetst aan de voorkeursgrenswaarde mag, conform artikel 110g van de Wgh, een correctie worden toegepast. Conform artikel 3.4 van het Reken en meetvoorschrift Geluid 2012, is deze aftrek voor wegen waar 70 km/uur of harder gereden mag worden (meestal) 2 dB en voor de overige wegen 5 dB. Omdat op de maatgevende wegen in dit onderzoek allemaal een maximale snelheid is toegestaan van 50 km/uur, bedraagt de aftrek in alle gevallen 5 dB. Op wegen waar ook trams rijden vindt de aftrek plaats op de geluidbelasting van de gehele weg inclusief het tramgeluid. Voor andere geluidbronnen dan wegverkeer (bijvoorbeeld railverkeer of industrielawaai), en bij de bepaling van de benodigde gevelisolatie om te kunnen voldoen aan de grenswaarden uit het Bouwbesluit, wordt de geluidbelasting zonder aftrek gebruikt.
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | 10/48 GEM103—31-075
| 28 juli 2021
3.1.5
Geluidbelasting andere geluidgevoelige gebouwen Bij de bepaling van de geluidbelasting op de gevel van een functie wordt de geluidbelasting over de periode 19.00 – 23.00 uur (avond) en de periode 23.00 – 07.00 uur (nacht) buiten beschouwing gelaten voor zover die functie in de betrokken periode niet als zodanig wordt gebruikt.
3.1.6
Optrektoeslag Door de aanwezigheid van kruispunten en snelheidsbeperkende maatregelen kan de geluidbelasting vanwege het wegverkeer door het afremmen en optrekken toenemen. De Wgh schrijft toepassing van een straffactor voor bij de berekende geluidbelasting in de situaties waarbij sprake is van een met verkeerslichten geregeld kruispunt of snelheidsbeperkende maatregelen waardoor de gemiddelde snelheid ten minste gehalveerd wordt.
3.1.7
Voorkeurswaarde en maximaal toelaatbare geluidbelasting In Tabel 2 zijn de relevante voorkeurswaarden en maximaal toelaatbare geluidbelastingen (met ontheffing) voor de geplande woningen in dit bestemmingsplan als gevolg van wegverkeerslawaai (inclusief tramverkeerslawaai) en industrielawaai weergegeven. Bij overschrijding van de voorkeurswaarde is onderzoek naar maatregelen noodzakelijk en/of kan ontheffing in de vorm van een hogere grenswaarde worden aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders. De geluidbelasting op de gevel van de locaties mag de in de Wgh genoemde maximale grenswaarde niet overschrijden. Tabel 2
Grenswaarden voor de geluidbelasting binnen de geluidzone van een weg of industrieterrein, in stedelijk gebied
Geluidgevoelige bestemming
Woning
3.1.8
Voorkeurswaarde [dB]
Wegverkeer
Industrie
Maximaal toelaatbare geluidbelasting (met ontheffing, in stedelijk gebied) [dB] Wegverkeer Industrie
48
50
63
551
Cumulatie Cumulatie wordt conform de Wgh toegepast indien de voorkeurswaarde op een locatie door meerdere zoneplichtige geluidbronsoorten wordt overschreden. In dit onderzoek kan er bij één of meerdere locaties sprake zijn van cumulatie van de geluidbronnen wegverkeer en industrie.
1
60 dB met toepassing van de Zeehavennorm
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | 11/48 GEM103—31-075
3.2
| 28 juli 2021
Rotterdams ontheffingsbeleid Het ontheffingsbeleid is alleen van toepassing op nieuwe woningen waarvoor hogere waarden moeten worden vastgesteld en geldt niet voor andere geluidgevoelige bestemmingen.
3.2.1
Geluidluwe gevels en buitenruimten Eén van de belangrijkste criteria van het gemeentelijke ontheffingsbeleid is het creëren van minimaal één geluidluwe gevel en indien van toepassing minimaal één geluidluwe buitenruimte per woning. Conform dit beleid wordt een gevel als geluidluw aangemerkt indien de geluidcumulatie van alle zoneplichtige (deel)bronnen binnen één bronsoort een bepaalde waarde niet overschrijdt. In Tabel 3 is de grenswaarde voor een geluidluwe gevel per bronsoort weergegeven Tabel 3
3.2.2
Grenswaarden geluidluwe gevels per bronsoort conform het Rotterdams ontheffingsbeleid
Geluidbron
Grenswaarde ‘geluidluw’
Wegverkeer
53 dB
Industrie
50 dB(A)
Toelichting De toetsing vindt plaats voor het totaal van alle wegen na aftrek conform artikel 110g Wgh De toetsing vindt plaats voor het totaal van alle industrieterreinen
30 km/uur-wegen Conform het gemeentelijke ontheffingsbeleid alsmede ten behoeve van een Goede Ruimtelijke Onderbouwing (GRO) van een ruimtelijk plan dient de geluidbelasting vanwege niet-zoneplichtige geluidbronnen bij dat plan inzichtelijk te worden gemaakt. Uit indicatief onderzoek is gebleken dat de geluidbelastingen als gevolg van 30km/u wegen met maximale verkeersintensiteiten van 600 mvt2/etmaal bij klinkers, 900 mvt/etmaal bij klinkers in keperverband en 1400 mvt/etmaal bij asfalt over het algemeen kleiner dan of gelijk aan 53 dB (inclusief aftrek artikel 110g Wgh) zijn. Met de DCMR is in maart 2009 afgesproken dat dergelijke wegen niet in een geluidonderzoek betrokken hoeven te worden. De geluidbelasting vanwege relevante 30 km/u wegen met etmaalintensiteiten boven de genoemde waarden wordt wel inzichtelijk gemaakt. Het college van burgemeester en wethouders zal de geluidbelasting afkomstig van de niet-zoneplichtige geluidbronnen in overweging nemen bij het vaststellen van een hogere waarde.
2
Mvt = motorvoertuigen
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | 12/48 GEM103—31-075
3.3
| 28 juli 2021
Actieplan Geluid Rotterdam Uit de Geluidkaarten 2016 blijkt dat 376.000 Rotterdammers op een plek wonen met te veel geluid. Hiervan zijn ruim 105.000 Rotterdammers (ernstig) gehinderd door geluid. Door de geluidkaarten is de hinder door wegverkeer, railverkeer, luchtvaart en het industrielawaai van gezoneerde industrieterreinen in kaart gebracht. Het stedelijk wegverkeer geeft de meeste hinder (91.060 gehinderden). Om deze problematiek aan te pakken en om te voldoen aan de wettelijke verplichting heeft Rotterdam het Actieplan geluid 2019-2023 opgesteld. Dit actieplan richt zich met name op het wegverkeer. Bij de aanpak van geluid is in het Actieplan uitgegaan van een geluidbelasting van 53 dB, de zogenaamde plandrempel, voor het gehele Rotterdamse grondgebied. De plandrempel is afgeleid van een advies van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO). Vanaf 53 dB treden negatieve gezondheidsgevolgen op. In grote delen van de stad wordt de plandrempel van 53 dB overschreden. De plandrempel heeft betrekking op alle geluidbronnen afzonderlijk, dus zonder cumulatie van verschillende geluidbronsoorten. Wat de plandrempel voor wegverkeer betreft, is dat de gecumuleerde geluidbelasting van alle wegen zonder aftrek conform artikel 110g van de Wgh. De plandrempel is een signaalwaarde en wordt alleen gebuikt voor het kiezen en afwegen van maatregelen in het kader van het actieplan.
3.4
Scheepvaartlawaai Ten noorden van het plangebied liggen de Nieuwe Maas en de Koningshaven. Op de Nieuwe Maas en in de Koningshaven varen schepen. Varende schepen produceren geluid en kunnen de omgeving belasten met geluidhinder. Voor het aspect scheepvaartlawaai bestaat geen wettelijk kader. Bij het formuleren van het beoordelingskader wordt daarom uitgegaan van een streefwaarde van 55 dB die overeenkomt met de voorkeurswaarde van spoorweglawaai. Deze waarde wordt gehanteerd vanwege de overeenkomst in de dosis-effectrelatie zoals die tussen railverkeerslawaai en scheepvaartlawaai bestaat. Het college van burgemeester en wethouders zullen de geluidbelasting afkomstig van de scheepvaart in overweging nemen bij het vaststellen van een hogere waarde
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | 13/48 GEM103—31-075
Uitgangspunten 4.1
| 28 juli 2021
4
Algemene uitgangspunten De volgende gegevens zijn als uitgangspunt gehanteerd bij het onderzoek: •
• •
• •
•
•
Plankaart Concept Ontwerpbestemmingsplan Kop van Zuid met de bestandsnaam “NL.IMRO.0599.BP1107KopvanZuid-on01”, geleverd door SO op 23 februari 2021, zie bijlage 2. Kaart met de bestandsnaam “SMP_Baltimore+Chicago_200323.dwg”, geleverd door SO op 2 juli 2020. Kaart met de bestandsnaam “SMP_Baltimore+Chicago_200421_A4L_1@1000_CONCEPT.pdf”, geleverd door SO op 2 juli 2020. Startnotitie bestemmingsplan Kop van Zuid van 6 augustus 2018. De posities van harde/zachte bodemgebieden, de ligging van de wegen, het wegdektype van de stedelijke wegen, de locaties en hoogte informatie van de bestaande bebouwing zijn verkregen door middel van het GisWeb 2.2 van gemeente Rotterdam. De verwachte verkeersintensiteiten van de gemeentelijke wegen en tramlijnen voor het jaar 2031 zijn op 29 juni 2021 door SO/afdeling Verkeer en Vervoer verstrekt, zie bijlage 3. Voor het onderzoek naar scheepvaartlawaai is gebruik gemaakt van de vaargegevens die door het Havenbedrijf Rotterdam (HbR) per mail van 3 februari 2020 beschikbaar zijn gesteld. Voor de brongegevens is uitgegaan van de gehanteerde brongegevens in het MER bestemmingsplan Maasvlakte 2, versie behorende bij ontwerp bestemmingsplan, d.d. 11 december 2017. Deze MER-rapportage zal in dit onderzoek worden aangeduid als MER MV2.
4.2
Relevante geluidbronnen
4.2.1
Wegverkeer Voor het wegverkeerslawaai afkomstig van stedelijke wegen zijn de in tabel 4 genoemde wegen van belang. In bijlage 3 is een uitgebreid overzicht opgenomen van de gehanteerde verkeersgegevens. In deze bijlage zijn voor het prognosejaar 2031 de weekdaggemiddelde verkeersintensiteiten opgenomen die worden verwacht bij realisatie van alle mogelijke ontwikkelingen van het bestemmingsplan en de wijde omgeving van het plangebied. Deze gegevens moeten worden gehanteerd bij een geluidonderzoek naar wegverkeerslawaai. Tabel 4 geeft een overzicht van de etmaalintensiteit, de snelheid, het wegdektype en de
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | 14/48 GEM103—31-075
| 28 juli 2021
zonebreedte per wegvak van de relevante wegen die zijn onderzocht. De cursief weergegeven wegvakken zijn niet-zoneplichtig. Tabel 4
LINKNR
Verkeersgegevens relevante stedelijke wegen
NAAM
Wegdek
Gemiddelde etmaalintensiteit 2031 (weekdag)
Snelheid
Zone
[mvt]
[km/u]
[m]
13282
Laan op Zuid
DAB
15940
50
350
13297
Laan op Zuid
DAB
15635
50
350
13298
Laan op Zuid
DAB
19970
50
350
14191
Erasmusbrug
DAB
30030
50
350
53643
Veemstraat
DAB
8990
50
200
53644
Veemstraat
DAB
7370
50
200
666969
Posthumalaan
DAB
22430
50
350
666971
Stieltjesstraat
DAB
8965
50
350
668866
Posthumalaan
DAB
19775
50
350
669762
Wilhelminakade
DAB
15050
50
350
694552
Wilhelminakade
DAB
8230
30
-
694553
Otto Reuchlinweg
DAB
7495
30
-
698457
Wilhelminakade
DAB
7330
30
-
698459
Otto Reuchlinweg
DAB
5495
30
-
698460
Otto Reuchlinweg
DAB
7330
30
-
698462
Wilhelminakade
DAB
5495
30
-
698463
Otto Reuchlinweg
DAB
3665
30
-
698464
Otto Reuchlinweg
DAB
1830
30
-
698465
Wilhelminakade
DAB
1830
30
-
698466
Wilhelminakade
DAB
3665
30
-
698467
Westerdam
DAB
1830
30
-
698469
Edam
DAB
1830
30
-
* DAB: Dicht Asfalt Beton;
4.2.2
Tramlijnen Op de Laan op Zuid, een deel van de Wilhelminakade en de Erasmusbrug rijden de tramlijnen 20, 23 en 25. In bijlage 4 is de ligging van deze tramlijnen weergegeven. De sporen van deze
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | 15/48 GEM103—31-075
| 28 juli 2021
tramlijnen liggen op de Laan op Zuid in grasveld en op de Wilhekminakade en de Erasmusbrug in DAB. De tramsporen op de genoemde tramtrajecten zijn gescheiden tramsporen waarop alleen het tramverkeer mogelijk is. De tramintensiteiten en het snelheidsprofiel voor deze tramlijnen zijn weergegeven in bijlage 3.
4.2.3
Relevante 30 km/u wegen Een 30 km/uur-weg is relevant indien de weg direct langs een locatie ligt en een relatief hoge verkeersintensiteit verwerkt. De voor dit bestemmingsplan relevante 30 km/uur-wegen zijn de Wilhelminakade, Otto Reuchlinweg, Westerdam en Edam. De wegdekken van deze wegen bestaan uit asfaltbeton (DAB).
4.2.4
Optrektoeslag Bij de berekening van de geluidbelasting van wegen is een optrektoeslag meegenomen voor de met verkeerslichten geregelde kruisingen binnen een afstand van 150 meter tot de locaties. In bijlage 4 is te zien voor welke kruisingen een optrektoeslag is meegenomen bij de berekeningen.
4.2.5
Artikel 110g Wgh De toe te passen aftrek conform artikel 110g Wgh bedraagt 5 dB, aangezien de maximumsnelheid op deze wegen 50 km/uur of lager is.
4.3
Industrie Alle ontwikkellocaties liggen binnen de geluidzone van het industrieterrein Maas- en Rijnhaven. Tevens liggen ontwikkellocaties BM en CG binnen de geluidzone van het industrieterrein Waal- en Eemhaven. Deze industrieterreinen zijn derhalve relevant voor de locaties.
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | 16/48 GEM103—31-075
4.4
| 28 juli 2021
Scheepvaart De voor het plangebied relevante vaarroutes zijn in de onderstaande figuur weergegeven.
Figuur 2
Studiegebied zee- en binnenvaart – beschouwde vaarwegen
Voor onderzoek naar scheepvaartlawaai zijn in overeenstemming met MER MV2 de brongegevens gehanteerd zoals weergegeven in tabel 5. Tabel 5
Brongegevens scheepvaart Binnenvaart
Zeevaart
Scheepvaartlawaai (bij gemiddelde vaarsnelheid)
111dB(A)
114 dB(A)
Vaarsnelheid (gemiddelde)
15 km/u
7 km/u
Bronhoogte (gemiddelde)
3m
25 m
Voor het onderzoek naar scheepvaartlawaai is gebruik gemaakt van de verkeersgegevens die door het Havenbedrijf Rotterdam (HbR) per mail van 3 februari 2020 beschikbaar zijn gesteld. Voor de varende schepen zijn de prognoses voor de etmaalintensiteiten gehanteerd voor het jaar 2028. In tabel 6 zijn de gehanteerde scheepvaartbewegingen in dit onderzoek naar scheepvaartlawaai weergegeven.
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | 17/48 GEM103—31-075
Tabel 6
| 28 juli 2021
Aantal scheepvaartbewegingen per etmaal per vaarroute in het jaar 2028
Vaarroute
Omschrijving
Type scheepvaart
Aantal bewegingen per dagdeel Dag
Avond
Nacht
(07.00-19.00)
(19.00-23.00)
(23.00-07.00)
0,82
0,27
0,55
I3
Koningshaven
Zeevaart
II
Koningshaven
Binnenvaart
3,26
1,08
2,18
159,74
52,92
106,82
III
Nieuwe Maas
Binnenvaart
IV
Koningshaven
Binnenvaart
3,48
1,16
2,32
Binnenvaart
170,52
56,84
113,68
V
Nieuwe Maas
4.5
Akoestisch rekenmodel
4.5.1
Software Wegverkeerslawaai Voor de wegen en trambanen is een rekenmodel gemaakt met behulp van het programma WinHavik (versie 9.1.0) van DirActivity software. Het programma maakt bij de berekeningen gebruik van het Royal Haskoning rekenhart voor wegverkeerslawaai (versie 17). Het modelleren en rekenen is volgens SRMII conform het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Een overzicht van het rekenmodel is opgenomen in bijlage 4. Industrie Ten behoeve van industrielawaai zijn rekenmodellen gemaakt met als basis de door de DCMR aangeleverde industriemodellen. Deze modellen zijn gemaakt met behulp van het programma Geomilieu van DGMR versie 2020.2. -
Waal-/Eemhaven Voor het industrieterrein Waal- en Eemhaven is, door 9 belanghebbende partijen, op 3 december 2010 het “Convenant Geluidruimte Waal/Eemhaven” getekend. Het doel van het convenant is om duidelijkheid te scheppen over de geluidruimte en geluidruimteverdeling van de Waal- en Eemhaven bij vergunningverlening op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de geluideffecten hiervan op de ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving. Op basis van de gemaakte afspraken in het onderhavige convenant is een standaard berekeningsmethode beschikbaar gesteld. Deze methode is verwoord in de “Handreiking berekeningsmethode en werkwijze voor geluid in de geluidzone rond het industrieterrein Waal- en Eemhaven” van december 2011. Conform deze handreiking moet voor een geluidonderzoek naar de geluidbelasting vanwege het industrieterrein Waal- en Eemhaven gebruik worden gemaakt van het Bronnenmodel 2025. De
3
Ten oosten van de Erasmusbrug is sprake van een kleine overschatting van de zeevaartgegevens, de cruiseschepen die aanmeren aan de Wilhelminapiet zijn doorgetrokken.
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | 18/48 GEM103—31-075
| 28 juli 2021
geluidberekeningen in dit onderzoek zijn derhalve met het Bronnenmodel 2025 uitgevoerd. Het Bronnenmodel van dit industrieterrein is op 9 februari 2018 door het HbR beschikbaar gesteld. Ten behoeve van industrielawaai is een rekenmodel gemaakt met als basis het door het HbR aangeleverde Bronnenmodel. Dit model is gemaakt met behulp van het programma Geomilieu van DGMR versie 2020.2. De opbouw van het rekenmodel en de berekeningen zijn uitgevoerd conform het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Een overzicht van het rekenmodel is opgenomen in bijlage 6. -
Maas- en Rijnhaven Voor dit industrieterrein is reeds een saneringsprogramma vastgesteld en uitgevoerd. Tevens is inmiddels een aantal bedrijven vertrokken en zijn de vergunningen van de overige bedrijven op dit industrieterrein aangepast. Als gevolg hiervan is de geluidbelasting op de aanwezige woningen rond dit industrieterrein tot maximaal 55 dB(A) beperkt. Het rekenmodel is op 29 april 2021 aangeleverd. Dit model is gemaakt met behulp van het programma Geomilieu van DGMR versie 2020.2. De opbouw van het rekenmodel en de berekeningen zijn uitgevoerd conform het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 Een overzicht van het rekenmodel is opgenomen in bijlage 6.
Scheepvaart Ten behoeve van scheepvaartlawaai is een geluidmodel opgesteld. Voor wat betreft de akoestische modellering is de aanpak van scheepvaartlawaai overeenkomstig industrielawaai en conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999 (HMRI). De geluidniveaus zijn berekend in Lden, overeenkomstig de methodiek van weg- en spoorverkeer. Ter bepaling van de geluidbelasting is conform de HMRI een rekenmodel opgesteld. Als basis voor het geluidonderzoek is gebruik gemaakt van het geluidrekenmodel dat voor het industrieterrein Waal- en Eemhaven is opgesteld. Een overzicht van het rekenmodel is opgenomen in bijlage 7a.
4.6
Rekenpunten per locatie Op de gevels van de onderzochte locaties zijn voor elke bouwlaag rekenpunten op 1,5 meter boven de vloerhoogte gekozen. Voor iedere bouwlaag is uitgegaan van een hoogte van 3 meter. Ter plaatse van de rekenpunten is op verschillende hoogten de equivalente geluidbelasting berekend. Een overzicht van de gehanteerde rekenpunten voor wegverkeer, industrie en scheepvaart is opgenomen in bijlage 4.
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | 19/48 GEM103—31-075
| 28 juli 2021
5
Resultaten en toetsing 5.1
Wegverkeerslawaai
5.1.1
Geluidbelasting zoneplichtige wegen In bijlage 5 is een uitgebreid overzicht van de rekenresultaten weergegeven van de zoneplichtige wegen en tramsporen bij de onderzochte locaties. De geluidbelastingen vanwege de Statendam, Edam, Prinsendam, Hillelaan en Stieltjesstraat zijn onderzocht en liggen ruim onder de voorkeurswaarde van 48 dB. Omwille van de overzichtelijkheid van dit rapport zijn deze rekenresultaten niet in de bijlage opgenomen. In tabel 7 is de maximaal berekende geluidbelasting voor de onderzochte locaties weergegeven als gevolg van de zoneplichtige wegen en trams die een overschrijding van de voorkeurswaarde veroorzaken. De gepresenteerde resultaten zijn inclusief aftrek van 5 dB conform artikel 110g van de Wgh. Tabel 7
Maximaal berekende geluidbelasting op onderzochte locaties per zoneplichtige weg/tramspoorweg (incl. aftrek art. 110g Wgh)
Locatie
Weg
Rekenpunt
Hoogte
Lden
rekenpunt
BM CG HV
LV PD
WH
Overschrijding Voorkeur
Maximaal
[m]
[dB]
[48 dB]
[63 dB]
Erasmusbrug+tram
BM.13
10
50
Ja
Nee
Overige
Alle
Alle
≤ 48
Nee
Nee
Alle
Alle
Alle
≤ 48
Nee
Nee
Erasmusbrug+tram
HV.02
127,5
53
Ja
Nee
Posthumalaan
HV.03
139,5
50
Ja
Nee
Overige
Alle
Alle
≤ 48
Nee
Nee
Erasmusbrug+tram
LV.01
24,5
54
Ja
Nee
Overige
Alle
Alle
≤ 48
Nee
Nee
Erasmusbrug+tram
PD.05
70,5
50
Ja
Nee
Overige
Alle
Alle
≤ 48
Nee
Nee
Erasmusbrug+tram
WH.11
115,5
49
Ja
Nee
Wilhelminakade+tram
WH.14
127,5/130,5
52
Ja
Nee
Posthumalaan
WH.09
4,5/7,5
63
Ja
Nee
Veemstraat
WH.06
4,5
60
Ja
Nee
Laan op Zuid+tram
WH.02
124,5
54
Ja
Nee
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | 20/48 GEM103—31-075
Locatie
Weg
Rekenpunt
Hoogte
Lden
rekenpunt Overige
Alle
| 28 juli 2021
Overschrijding Voorkeur
Maximaal
[m]
[dB]
[48 dB]
[63 dB]
Alle
≤ 48
Nee
Nee
Uit de tabel blijkt dat de voorkeurswaarde (48 dB) op locatie CG niet wordt overschreden. Uit de tabel blijkt dat de voorkeurswaarde (48 dB) op de overige ontwikkellocaties wordt overschreden vanwege één of meerdere zoneplichtige wegen. De maximaal toelaatbare geluidbelastingen vanwege een stedelijke weg voor woningen (63 dB) wordt daarbij niet overschreden.
5.1.2
Geluidbelasting 30 km/u wegen In bijlage 5 is een overzicht van de rekenresultaten weergegeven van de voor dit bestemmingsplan relevante 30 km/uur-wegen.
5.2
Industrielawaai Waal- en Eemhaven In bijlage 6 is een uitgebreid overzicht weergegeven van de geluidbelastingen op ontwikkellocaties BM en CG ten gevolge van het industrieterrein Waal- en Eemhaven. Uit deze bijlage blijkt dat de geluidbelasting vanwege dit industrieterrein op ontwikkellocaties BM en CG aan de voorkeurswaarde van 50 dB(A) voldoet. Maas- en Rijnhaven In bijlage 6 is een uitgebreid overzicht weergegeven van de geluidbelastingen bij de onderzochte locaties ten gevolge van het industrieterrein Maas- en Rijnhaven. Uit de resultaten blijkt dat de voorkeurswaarde van 50 dB(A) vanwege industrieterrein Maasen Rijnhaven niet wordt overschreden. De hoogste geluidbelasting wordt berekend op het plan Chicago en bedraagt 50 dB(A).
5.3
Scheepvaart In bijlage 7 is een uitgebreid overzicht van de berekende gecumuleerde geluidbelastingen weergegeven vanwege de scheepvaart op de Nieuwe Maas en in de Koningshaven bij de onderzochte ontwikkellocaties. In tabel 9 is de maximaal berekende gecumuleerde geluidbelasting voor de onderzochte locaties weergegeven als gevolg van de scheepvaart op de Nieuwe Maas en in de Koningshaven.
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | 21/48 GEM103—31-075
Tabel 9
| 28 juli 2021
Maximale geluidbelasting vanwege Scheepvaart
Locatie
BM
Overige
Rekenpunt
Hoogte
Lden
[m]
[dB]
BM.10
31 t/m 127
BM.11
31 t/m 124
BM.12
34 t/m 118
Alle
Alle
57
≤ 55
Uit deze bijlage blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting vanwege de scheepvaart op de genoemde vaarroutes op de ontwikkellocaties CG, HV, LV, PD en WH aan de gebruikte norm van 55 dB voldoet. De gecumuleerde geluidbelasting vanwege de scheepvaart overschrijdt de gebruikte streefwaarde op locatie BM met 2 dB.
5.4
Cumulatie geluid conform Wgh Binnen het plangebied is er geen sprake van een overschrijding van de voorkeurswaarden van meerdere wettelijke geluidbronnen op de ontwikkellocaties. Derhalve is een cumulatie van meerdere bronsoorten aan de orde.
5.5
Ontheffingsbeleid Rotterdam
5.5.1
Wegverkeer De gecumuleerde geluidbelasting inclusief aftrek conform artikel 110g van de Wgh is vanwege de zoneplichtige wegen bij de locaties per bouwlaag berekend en weergegeven in de laatste kolom van bijlage 5. Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting alle gevels op de locaties BM, CG en PD geluidluw zijn. Voor de overige locatie zijn de geluidluwe gevels in bijlage 9 gevisualiseerd. Uit de genoemde bijlagen blijkt dat: LV: een deel van de noordelijke gevel (oostelijke zijde, richting Erasmusbrug) is niet geluidluw; HV: de noordoostelijk en een deel van de noordwestelijk gelegen gevels zijn geluidbelast (niet geluidluw) op de hogere bouwlagen (vanaf 40 meter hoogte). Overige geveldelen zijn geluidluw; WH: de gevels aan de zuidwestelijke zijden zijn geluidbelast. Evenals een groot deel van de noordelijke en oostelijk gelegen geveldelen op de hogere bouwlagen. Een groot deel van de gevel gericht op het binnenplein van het Wilhelminahof is geluidluw. Alle locatie beschikken, met uitzondering van het Wilhelminahof, over minimaal één geluidluwe zijde en kunnen daarmee voldoen aan het ontheffingsbeleid. Realisatie van woningen die eenzijdig gericht op 1 gevelzijde zijn vraagt op locatie LV, HV en WH enige
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | 22/48 GEM103—31-075
| 28 juli 2021
aandacht. Bij de uitwerking van de woningen in een bouwplan is de ontwikkelaar verplicht om ervoor zorg te dagen dat in het uiteindelijke ontwerp iedere woning over een geluidluwe gevel beschikt.
5.5.2
Industrie De voorkeurswaarde vanwege industrielawaai wordt op de locaties niet overschreden. Alle locaties zijn geluidluw vanwege industrielawaai.
5.5.3
Scheepvaart In dit onderzoek is het beoordelingskader voor scheepvaartlawaai gelijkgesteld aan die van railverkeerslawaai. Daarom wordt bij de beoordeling van de geluidluwheid uitgegaan van de grenswaarde van 55 dB voor railverkeerslawaai. Uit de rekenresultaten in bijlage 7 blijkt dat alle ontwikkellocaties over minimaal één geluidluwe gevel beschikken en daarmee aan het ontheffingsbeleid voldoen.
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | 23/48 GEM103—31-075
| 28 juli 2021
6
Maatregelen
Wet geluidhinder Bij een overschrijding van de maximaal toelaatbare waarde op de gevel, zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Wgh, mogen geen geluidgevoelige bestemmingen in het bestemmingsplan worden toegelaten. Dit betekent dat de geluidbelasting bij deze bestemmingen in ieder geval moet worden beperkt tot de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Tevens bestaat bij een overschrijding van de voorkeurswaarde de verplichting om te onderzoeken of mogelijkerwijs de geluidbelasting door middel van maatregelen tot de voorkeurswaarde teruggebracht kan worden. Actieplan geluid De cumulatieve geluidbelasting, zonder aftrek conform artikel 110g van de Wgh, vanwege alle onderzochte zoneplichtige wegen is bij alle ontwikkellocaties hoger dan 53 dB, zie één na laatste kolom van bijlage 5. De plandrempel van 53 dB wordt bij deze locaties overschreden. In het kader van het Actieplan geluid moeten geluidreducerende maatregelen ter beperking van de geluidbelasting worden overwogen. Mogelijke maatregelen Bij het toepassen van maatregelen wordt onderscheid gemaakt tussen maatregelen aan de bron, in de overdracht en bij de ontvanger. Een belangrijk criterium van het al dan niet treffen van maatregelen is de doeltreffendheid of redelijkheid van de maatregelen.
6.1
Wegverkeer Op locatie CG wordt de voorkeurswaarde vanwege wegverkeerslawaai niet overschreden. Op de overige ontwikkellocaties wordt de voorkeurswaarde (48 dB) overschreden vanwege één of meerdere wegen. De maximaal toelaatbare geluidbelasting vanwege een stedelijke weg voor woningen (63 dB) wordt daarbij niet overschreden.
6.1.1
Bronmaatregelen Als bronmaatregel kan gedacht worden aan vermindering van (vracht)verkeer, snelheidsverlaging en/of toepassing van stillere wegdekken. Gelet op de (toekomstige) ontwikkelingen binnen en in de directe omgeving van het plangebied is een vermindering van (vracht)verkeer op de wegen die op de onderzochte locaties een overschrijding van de voorkeurswaarde veroorzaken niet aan de orde.
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | 24/48 GEM103—31-075
| 28 juli 2021
Tevens is gezien de verkeersfunctie van de onderhavige wegen een snelheidsverlaging op de onderhavige wegen verkeerskundig niet gewenst. Posthumalaan, Veemstraat Op deze wegen ligt momenteel DAB. Met het toepassen van stillere asfalttypes, bijvoorbeeld akoestisch geoptimaliseerd Steenmastiekasfalt (SMA-NL 8G+), op deze wegen is het mogelijk een geluidreductie van 2 á 3 dB te bereiken. Door de aanleg van een stiller wegdek op deze wegen kan de geluidbelasting vanwege de Posthumalaan op locatie HV tot de voorkeurswaarde van 48 dB terug worden gebracht. Deze reductie is echter niet voldoende om daarmee de geluidbelasting op de overige locaties die door de onderhavige wegen worden belast tot de voorkeurswaarde terug te dringen. Erasmusbrug+trams Op de Erasmusbrug ligt momenteel DAB. De tramsporen op de Erasmusbrug liggen eveneens in DAB. Civieltechnisch is het niet mogelijk om hier een stillere baanconstructie (bijvoorbeeld rails in grasveld of ballastbed die 5 á 6 dB stiller zijn dan tramrails in DAB of betonplaat) aan te leggen. Door het toepassen van een stiller wegdek (bijvoorbeeld SMA-NL 8G+), kan een geluidreductie worden bereikt van 2-3 dB. Een dergelijke geluidreductie is op locaties LV en HV onvoldoende om geluidbelasting tot de voorkeurswaarde te beperken. Laan op Zuid+tram Op de Laan op Zuid ligt momenteel DAB. De tramsporen op deze weg liggen in grasveld.
De trams rijden al over een grasbaan. Een bronmaatregel is daarom niet mogelijk. Met het toepassen van stillere asfalttypes (bijvoorbeeld SMA-NL 8G+) op deze weg is het mogelijk een geluidreductie van 2 á 3 dB te bereiken voor alleen het wegverkeer. Deze reductie is niet voldoende om daarmee de totale geluidbelasting vanwege de Laan op Zuid inclusief trams op locatie WH, waar de voorkeurswaarde wordt overschreden, tot de voorkeurswaarde te beperken Wilhelminakade+tram Op de Wilhelminakade ligt momenteel DAB. De tramsporen op de Wilhelminakade liggen eveneens in DAB. Indien het civieltechnisch mogelijk is om hier een stillere baanconstructie (bijvoorbeeld rails in grasveld of ballastbed die 5 á 6 dB stiller zijn dan tramrails in DAB of betonplaat) aan te leggen, zal het tramverkeer op dit spoordeel 5 á 6 dB stiller worden. Met het toepassen van stillere asfalttypes (bijvoorbeeld SMA-NL 8G+) op deze weg is het mogelijk een geluidreductie van 2 á 3 dB te bereiken voor alleen het wegverkeer.
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | 25/48 GEM103—31-075
| 28 juli 2021
Met deze geluidreducties is het mogelijk de totale geluidbelasting vanwege de Wilhelminakade inclusief trams op locatie WH tot de voorkeurswaarde te beperken. De stillere asfalttypes zijn veelal slijtagegevoeliger dan DAB en kunnen veelal op wegen met hellingen, bochten of kruispunten (wegens wringend, optrekkend en afremmend verkeer) niet of slechts op een deel van de weg worden toegepast. Ze zijn daardoor minder effectief. Als toepassing van stille wegdekken op de onderhavige wegen als een mogelijke maatregel in overweging wordt genomen, zullen asfaltdeskundigen moeten worden gevraagd om te onderzoeken of voor deze wegen een stiller asfalt met de gewenste geluidreductie civieltechnisch toepasbaar en financieel haalbaar is. Vervolgens moet uit een nader akoestisch onderzoek blijken hoe effectief dat stille type wegdek is in deze situatie.
6.1.2
Overdrachtsmaatregelen Hierbij kan worden gedacht aan afstandsvergroting en/of afschermende maatregelen. Een verdubbeling van de afstand tussen de weg en de ontvanger levert een geluidreductie op van 3 dB. Gezien de afstand tussen de voor de geluidbelasting maatgevende wegen (en indien van toepassing inclusief tramsporen) en de ontwikkellocaties en gelet op de beschikbare ruimte binnen deze locaties behoort een afstandsvergroting, met een significante geluidreductie, niet tot de mogelijkheden. De onderhavige wegen bevinden zich in een stedelijk gebied. Het plaatsen van een geluidscherm langs deze wegen is vanuit verkeerskundig en stedenbouwkundig oogpunt niet mogelijk/wenselijk.
6.1.3
Ontvangersmaatregelen Indien bron- en/of overdrachtsmaatregelen niet mogelijk of onvoldoende blijken te zijn om de geluidbelasting tot de voorkeurswaarde te beperken, moet bij woningen met een geluidbelasting hoger dan 53 dB (norm voor de geluidluwe gevel conform het ontheffingsbeleid Rotterdam, zie tabel 3.3) door een akoestisch gunstige indeling van woningen een goed akoestisch klimaat worden gecreëerd. Hierbij kan worden gedacht aan de situering van niet-geluidgevoelige functies aan de wegzijde en de situering van geluidgevoelige ruimtes, met name (hoofd)slaapkamers, voor zover mogelijk aan de minst belaste gevels. Conform het Bouwbesluit 2012 bedraagt de maximaal toegestane geluidbelasting vanwege een weg in een verblijfsgebied 33 dB. Het realiseren van een binnenwaarde van 33 dB in de beoogde woningen is door middel van aanvullende geluidwerende gevelvoorzieningen technisch en financieel haalbaar. Ter bepaling van de benodigde gevelgeluidwering van de beoogde woningen kunnen in principe de rekenresultaten in de één na laatste kolom van bijlage 5 als uitgangspunt voor de
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | 26/48 GEM103—31-075
| 28 juli 2021
berekeningen worden gebruikt. Echter, het bevoegd gezag kan bij het toetsen van de aanvraag voor een bouwvergunning eisen dat de geluidbelasting vanwege 30 km/u wegen en scheepvaart bij het onderzoek naar de benodigde gevelgeluidwering moet worden betrokken.
6.2
Industrielawaai De voorkeurswaarde van 50 dB(A) wordt vanwege het industrieterrein Maas- en Rijnhaven en Waal- Eemhaven niet overschreden. Maatregelen zijn niet van toepassing.
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | 27/48 GEM103—31-075
Conclusies en aanbevelingen
| 28 juli 2021
7
dBvision heeft in opdracht van de afdeling Milieu van de gemeente Rotterdam, cluster Stadsontwikkeling, akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het bestemmingplan Kop van Zuid. Het bestemmingsplan Kop van Zuid maakt het mogelijk om op 6 locaties woningen te realiseren. Omdat deze functies nog niet zijn gerealiseerd noch vergund, worden ze in het kader van de Wgh als een nieuwe situatie aangemerkt. Deze 6 locaties zijn daarom akoestisch onderzocht. Voor het plan zijn de wettelijke geluidbronnen wegverkeer en industrie van belang. Daarnaast is de scheepvaart ter hoogte van het plangebied als een niet-wettelijke geluidbron relevant. Bepaald is wat de geluidbelasting vanwege deze bronnen op de gevels van de locaties is en of deze voldoet aan de eisen van de Wgh. Daarnaast is bepaald of het plan voldoet aan het ontheffingsbeleid van de gemeente Rotterdam.
7.1
Conclusies
7.1.1
Wegverkeer De voorkeurswaarde (48 dB) wordt op locatie CG niet overschreden. Op de overige ontwikkellocaties wordt de voorkeurswaarde vanwege één of meerdere wegen overschreden. De maximaal toelaatbare geluidbelastingen vanwege een stedelijke weg voor woningen (63 dB) wordt daarbij niet overschreden. Maatregelen zijn gewenst. De cumulatieve geluidbelasting, zonder aftrek conform artikel 110g van de Wgh, vanwege alle onderzochte zoneplichtige wegen is op alle ontwikkellocaties hoger dan 53 dB. De plandrempel van 53 dB, zoals genoemd in het Rotterdams Actieplan geluid 2019-2023, wordt bij deze locaties overschreden. Indien geen bron- en/of overdrachtsmaatregelen (kunnen) worden getroffen om de geluidbelasting tot voorkeurswaarde voor de geluidbelasting (48 dB) terug te brengen, wordt geadviseerd om hogere waarden aan te vragen bij het college van burgemeester en wethouders.
7.1.2
Industrielawaai De geluidbelasting vanwege het industrieterreinen Waal- en Eemhaven en Maas- en Rijnhaven voldoet aan de voorkeurswaarde van 50 dB(A) voor nieuwe woningen.
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | 28/48 GEM103—31-075
7.1.3
| 28 juli 2021
Scheepvaart De gecumuleerde geluidbelasting vanwege de scheepvaart op de Nieuwe Maas en in de Koningshaven overschrijdt op locatie BM de gebruikte streefwaarde van 55 dB en bedraagt maximaal 57 dB. Op de overige locaties is de gecumuleerde geluidbelasting vanwege de scheepvaart lager 55 dB.
7.1.4
Procedure hogere waarde Indien geen bron- en/of overdrachtsmaatregelen worden getroffen, is het niet mogelijk om de geluidbelasting vanwege het wegverkeerslawaai en industrielawaai tot de voorkeurswaarde te beperken. In dat geval dienen de maximaal berekende geluidbelastingen als hogere waarden te worden aangevraagd. De daarbij vast te stellen hogere waarden zijn in tabel 10 weergegeven. Deze waarden dienen bij het college van burgemeester en wethouders ten behoeve van het bestemmingsplan Kop van Zuid als hogere waarden te worden aangevraagd. Tabel 10
Aan te vragen hogere waarde
Locatie
Omschrijving
Geluidbron
Lden* [dB]
BM
Baltimore
HV
Havana
LV PD
WH
Erasmusbrug+tram
50
Erasmusbrug+tram
53
Posthumalaan
50
Leidsche Veem
Erasmusbrug+tram
54
Philadelphia
Erasmusbrug+tram
50
Erasmusbrug+tram
49
Wilhelminakade+tram
52
Posthumalaan
63
Veemstraat
60
Laan op Zuid+tram
54
Wilhelminahof
* Deze waarden zijn inclusief de aftrek van 5 dB uit Artikel 110g Wgh 7.1.5
Ontheffingsbeleid Rotterdam Wegverkeer Alle gebouwen beschikken, met uitzondering van het Wilhelminahof, over minimaal één geluidluwe zijde en voldoen daarmee aan het ontheffingsbeleid. Realisatie van woningen die eenzijdig op een gevelzijde gericht zijn vraagt op alle locaties LV, HV en WH de nodige aandacht.
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | 29/48 GEM103—31-075
| 28 juli 2021
Industrie De geluidbelasting vanwege industrielawaai ligt niet hoger dan de voorkeurswaarde. Alle locaties zijn daarmee geluidluw vanwege industrielawaai. Scheepvaart Alle ontwikkellocaties beschikken over minimaal één geluidluwe gevel en voldoen daarmee aan het ontheffingsbeleid Wet geluidhinder van de gemeente Rotterdam.
Bestemmingsplan Kop van Zuid| dBvision | 30/48 GEM103—31-075
| 28 juli 2021
Bijlage 1: Wetgeving en beleid
Bijlage 1
Wetgeving en beleid
Conform de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij het voorbereiden van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek verricht te worden. Het onderzoek wordt gedaan indien het bestemmingsplan geluidgevoelige bestemmingen, waaronder woningen en scholen, binnen de geluidzone van een weg, spoorweg of industrieterrein mogelijk maakt. In de Wgh is een aantal zaken vastgelegd ten aanzien van de voorkeurswaarde en de maximaal toelaatbare waarde voor gevels van woningen en andere geluidgevoelige gebouwen. In deze bijlage wordt het wettelijke kader ten aanzien van wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai beschreven.
1.1
Wet geluidhinder
1.1.1
Akoestische begrippen In deze paragraaf wordt een omschrijving gegeven van de volgende begrippen: • Geluidgevoelige bestemmingen • Dove gevel • Geluidzone • Equivalent geluidniveau • Lden-waarde • Letmaal-waarde • Voorkeurswaarde • Binnenwaarde • Hogere waarde Geluidgevoelige bestemmingen Als een bestemming, dat kan een gebouw of een terrein zijn, als geluidgevoelig is aangemerkt, gelden de regels uit de Wet geluidhinder. Geluidgevoelige bestemmingen zijn: - woningen; - andere geluidgevoelige gebouwen: - onderwijsinstellingen; - ziekenhuizen; - verpleeghuizen; - verzorgingstehuizen; - psychiatrische inrichtingen; - kinderdagverblijven. - geluidgevoelige terreinen: - woonwagenstandplaatsen; - ligplaatsen in water bestemd voor woonschepen. Dove gevel Een dove gevel is een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan
een geluidsgevoelige ruimte. Geluidzone De geluidzone is het aandachtsgebied waarbinnen akoestisch onderzoek moet plaatsvinden, indien er zich geluidgevoelige gebouwen bevinden. Binnen de geluidzone gelden voor geluidgevoelige gebouwen de normen van de Wgh. Equivalent geluidniveau Het equivalent geluidniveau is het energetisch gemiddelde geluidniveau over een periode (tijd). Voor het bepalen van het equivalent geluidniveau gaat de Wgh uit van 3 perioden: -
dagperiode (7.00 uur - 19.00 uur);
-
avondperiode (19.00 uur - 23.00 uur);
-
nachtperiode (23.00 uur - 7.00 uur).
Lden-waarde De naam staat voor: level – day – evening – night. Dit is een energetisch gemiddeld geluidniveau over alle perioden, waarbij in de avond 5 dB als straftoeslag wordt bijgeteld en in de nacht 10 dB. Deze dosismaat heeft als eenheid de dB. Deze dosismaat wordt gehanteerd voor weg- en railverkeerslawaai . Letmaal-waarde De etmaalwaarde van het equivalente geluidniveau in dB(A) met betrekking tot een industrieterrein is de hoogste van de volgende drie waarden: de waarde van het equivalente geluidniveau over de periode 07.00–19.00 uur (dag), de waarde van het equivalente geluidniveau over de periode 19.0023.00 (avond) verhoogd met 5 dB(A) of de met 10 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidniveau over de periode 23.00–07.00 uur (nacht). Deze dosismaat wordt voor industrielawaai gehanteerd. Voorkeurswaarde De voorkeurswaarde is de geluidbelasting die voor de verschillende geluidgevoelige bestemmingen op basis van de Wgh in ieder geval toelaatbaar wordt geacht en waarvoor dan ook geen geluidreducerende voorzieningen hoeven te worden getroffen. Ten hoogste toelaatbare geluidbelasting (maximaal toelaatbare waarde) Dit is de maximale geluidbelasting binnen een geluidzone, die conform de Wgh en onder bepaalde voorwaarden, op de gevel van geluidgevoelige gebouwen alsmede aan de grens van geluidgevoelige terreinen, na verlening van een ontheffing toelaatbaar is.
Binnenwaarde De geluidbelasting in de leefruimte van bijvoorbeeld een woning ten gevolge van de geluidbelasting afkomstig van geluidbronnen van buiten de woning. Hogere waarde Als de voorkeurswaarde wordt overschreden en kleiner of gelijk is aan de te hoogste toelaatbare geluidbelasting, kan een hogere waarde worden verleend. De hogere waarden worden verleend door het college van Burgemeester & Wethouders (B & W) op basis van het gemeentelijke ontheffingenbeleid Wgh. Hierin is een aantal voorwaarden opgenomen om een hogere waarde toe te staan.
1.1.2
Wegverkeerslawaai Geluidzone Op basis van de Wgh hebben alle wegen en sporen een geluidzone. Woonerven en 30 km/uur gebieden hebben echter geen geluidzone.De zonebreedte langs een weg of spoorweg is afhankelijk van de ligging van de weg of de spoorweg in stedelijk of buitenstedelijk gebied en het aantal rijstroken. De zonebreedte van wegen en sporen is in tabel 1.1 weergegeven. Tabel 1.1: Breedte van geluidzones in binnenstedelijk en buitenstedelijk gebied Aantal rijstroken of sporen
Binnenstedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
1 of 2
200m
250m
3 of 4
350m
400m
5 of meer 350m * deze geluidzone geldt alleen voor wegen en niet voor sporen.
600m*
Grenswaarden In tabel 1.2 is een overzicht gegeven van de grenswaarden voor de geluidbelasting bij nieuwe geluidgevoelige bestemmingen ten gevolge van wegverkeer volgens de Wgh. Tabel 1.2: Grenswaarden voor de geluidbelasting bij nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen de geluidzone van een weg Geluidgevoelige Bestemming
Voorkeurswaarde
[dB]
Max. hogere waarde
Max. hogere waarde
vanwege een
vanwege een
buitenstedelijke weg
stedelijke weg
[dB]
[dB]
1)
63 683)
Woning (nieuwbouw)
48
53/58
Woning (vervangende nieuwbouw)
48
58/632)
Ander geluidgevoelig gebouw
48
53
63
Geluidgevoelig terreinen
48
53
53
1)
de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting voor een agrarische bedrijfswoning is in een buitenstedelijk gebied 58 dB, Wgh artikel 83 lid 4.
2)
in geval van vervanging van bestaande geluidgevoelige gebouwen door woningen is de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting voor de woningen gelegen buiten de bebouwde kom 58 dB en binnen de bebouwde kom 63 dB, Wgh, artikel 83 lid 6 en lid 7
3)
in geval van vervanging van bestaande geluidgevoelige gebouwen door woningen, Wgh, artikel 83 lid 5
Conform artikel 83 van de Wgh gelden de volgende voorwaarden voor het toepassen van ‘vervangende nieuwbouw’: -
de vervanging mag niet leiden tot een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur;
-
de vervanging mag niet leiden tot een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogste 100 woningen.
In tabel 1.3 is een overzicht gegeven van de grenswaarden voor de geluidbelasting voor woningen vanwege een nieuwe (nog te projecteren) weg volgens de Wgh. Tabel 1.3: Grenswaarden voor de geluidbelasting bij woningen binnen de geluidzone van een nieuwe weg Status van de woning
Voorkeurswaarde
Max. hogere waarde
Max. hogere waarde
vanwege een
vanwege een
buitenstedelijke weg
stedelijke weg
[dB]
[dB]
[dB]
Woning aanwezig of in aanbouw
48
58
63
Geprojecteerde woning
48
53
58
48
58
58
Geprojecteerde agrarische bedrijfswoning
In tabel 1.4 is een overzicht gegeven van de grenswaarden voor de geluidbelasting bij andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de geluidzone van een nieuwe (nog te projecteren) weg volgens het Besluit geluidhinder. Tabel 1.4: Grenswaarden voor de geluidbelasting bij andere geluidgevoelige bestemmingen vanwege een nieuwe weg
Geluidgevoelig gebouw/bestemming
Ander geluidgevoelig gebouw
Aanwezig of in aanbouw nieuw
Geluidgevoelig terrein
Voorkeurswaarde
Max. hogere waarde
Max. hogere waarde
vanwege een
vanwege een
buitenstedelijke weg
stedelijke weg
[dB]
[dB]
[dB]
48
58
63
48
53
63
48
53
53
Artikel 110g Wgh Ter anticipatie op het steeds stiller worden van motorvoertuigen mag alvorens te toetsen aan de geldende grenswaarden een aftrek worden toegepast op de berekende geluidbelasting. 1) Deze aftrek bedraagt tot 1 juli 2018: a. 3 dB voor wegen waar de maximumsnelheid gelijk is aan, of hoger is dan 70 km/uur en de geluidbelasting vanwege de weg zonder aftrek 56 dB is; b. 4 dB voor wegen waar de maximumsnelheid gelijk is aan, of hoger is dan 70 km/uur en de geluidbelasting vanwege de weg zonder aftrek 57 dB is; c.
2 dB voor wegen waar de maximumsnelheid gelijk is aan, of hoger is dan 70 km/uur en de geluidbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden; d. 5 dB voor de overige wegen;
2) Deze aftrek bedraagt vanaf 1 juli 2018: a 2 dB voor wegen waar de maximumsnelheid gelijk is aan, of hoger is dan 70 km/uur; b
5 dB voor overige wegen.
Overigens mag de aftrek niet worden toegepast voor het bepalen van de in het Bouwbesluit omschreven vereiste geluidwering.
Indien een spoorweg onderdeel is van een weg wordt de bovengenoemde aftrek toegepast op de gecumuleerde geluidbelasting vanwege die weg en spoorweg. 1.1.3
Railverkeerslawaai Geluidzone Spoortrajecten waarlangs een geluidzone geldt zijn in twee categorieën verdeeld, namelijk lokale/regionale spoortrajecten en landelijke spoortrajecten Geluidzone van locale/regionale spoortrajecten Conform de Wet geluidhinder (artikel 106) geldt langs bepaalde spoortrajecten een geluidzone. Deze spoortrajecten zijn met hun zonebreedte vastgesteld in de Regeling zonekaart spoorwegen geluidhinder. Globaal betekent dit voor Rotterdam dat langs de metrolijnen en de RandstadRail een geluidzone geldt van 100 meter breed. Waar de spoorlijn ondertunneld is bedraagt de zonebreedte 25 meter. Tevens geldt voor 3 spoortrajecten van de Havenspoorlijn, t.w. trajecten 691, 692 en 699 een geluidzone 100 meter. Deze spoortrajecten zijn onderstaand weergegeven.
Geluidzone van landelijke spoortrajecten Voor (landelijke) spoortrajecten waarvoor conform de Wet milieubeheer geluidproductieplafonds (GPP’s) zijn vastgesteld, is de zonebreedte afhankelijk van de hoogte van het GPP op het betrokken referentiepunt langs die spoorweg (artikel 1.4a van het Besluit geluidhinder). In de onderstaande tabel is de breedte van de geluidzone weergegeven.
Tabel 1.5: zonebreedte spoorweg op geluidproductieplafondkaart Hoogte geluidproductieplafond (GPP)
56 dB
Breedte van de geluidzone
[dB]
[m]
< 56 dB
100
GPP < 61 dB
200
61 dB
GPP < 66 dB
300
66 dB
GPP < 71 dB
600
71 dB
GPP < 74 dB
900
74 dB
1200
Bij het bepalen van de zonebreedte wordt opgemerkt dat: Indien zich langs een spoorweg een zone bevindt met verschillende breedten, geldt voor de aansluiting van de verschillende zonedelen dat het breedste zonedeel verlengd dient te worden over een afstand van 1/3 van de breedte van het betreffende zonedeel. Dit deel overlapt het aangrenzende smallere zonedeel (art. 1.4a, 1 Bg). Indien bij een deel van een spoorweg een afschermende voorziening staat, die is opgenomen in het register (art. 11.25 Wm), is de breedte van de zone langs het deel en aan de kant van de spoorweg waar de voorziening staat gelijk aan de breedte van het breedste zonedeel direct naast de uiteinden van de afschermende voorziening (art. 1.4a, 4 Bg). Grenswaarden In tabel 1.6 is een overzicht gegeven van de grenswaarden voor de geluidbelasting bij nieuwe geluidgevoelige bestemmingen ten gevolge van wegverkeer volgens de Wgh. Tabel 1.6: Grenswaarden voor de geluidbelasting bij nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen de geluidzone van een spoorweg Geluidgevoelige Bestemming
Voorkeurswaarde
Max. hogere waarde vanwege een spoorweg
1.1.4
[dB]
[dB]
Woning (nieuwbouw)
55
68
Ander geluidgevoelig gebouw
53
68
Geluidgevoelig terrein
55
63
Industrielawaai Geluidzone Op grond van de Wgh moet rond alle industrieterreinen waarop minimaal één zogenaamde ‘grote lawaaimaker’ zich kan vestigen, een geluidzone zijn vastgesteld. Buiten deze geluidzone mag de geluidbelasting vanwege het betreffende industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven gaan. Wanneer geluidgevoelige gebouwen binnen de geluidzone van een industrieterrein vallen, moeten deze gebouwen akoestisch worden onderzocht en aan de normen van de Wgh voldoen. Grenswaarden In tabel 1.7 is een overzicht gegeven van de grenswaarden voor de geluidbelasting bij nieuwe geluidgevoelige gebouwen ten gevolge van industrielawaai volgens de Wgh.
Tabel 1.7: Grenswaarden voor de geluidbelasting bij nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen de geluidzone van een industrieterrein Geluidgevoelige Bestemming
Voorkeurswaarde
Ten hoogste
[dB(A)]
geluidbelasting
toelaatbare
[dB(A)] Woning
50
55
Woning
50
601)
Woning (vervangende nieuwbouw)
50
652)
50
60
50
55
Andere geluidgevoelige gebouwen bestaande uit onderwijsgebouwen, ziekenhuizen of verpleeghuizen Andere geluidgevoelige gebouwen bestaande uit verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen of kinderdagverblijven 1) 2)
Geluidgevoelige terreinen 50 met toepassing van zeehavennorm op grond van artikel 60 van de Wgh in geval van vervangende nieuwbouw op grond van artikel 61 van de Wgh
55
Conform artikel 61 van de Wgh gelden de volgende voorwaarden voor het toepassen van ‘vervangende nieuwbouw’: - de vervanging mag niet leiden tot een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur; - de vervanging mag niet leiden tot een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogste 100 woningen. 1.1.5
Cumulatie geluidbronnen Wanneer geluidgevoelige locaties zijn gelegen in verschillende geluidzones en de voorkeurswaarde vanwege meer dan één bronsoort wordt overschreden, dient de geluidbelasting te worden gecumuleerd. De rekenmethode voor het cumuleren is beschreven in het “Reken en meetvoorschrift geluid 2012”. De als gevolg van artikel 110g Wgh bij wegverkeerslawaai toe te passen aftrek wordt bij deze rekenmethode niet geëffectueerd.
1.1.6
Hogere waarde Indien de geluidbelasting op de gevel, als gevolg van wegverkeer en/of industrieterreinen, hoger is dan de voorkeurswaarde kan het college van Burgemeester en Wethouders onder in de Wet geluidhinder en het gemeentelijk ontheffingenbeleid gestelde voorwaarden een hogere waarde verlenen.
1.2
Ontheffingsbeleid Wgh Rotterdam
1.2.1
Het ontheffingsbeleid De Wgh draagt een gemeente op om het vaststellen van een hogere waarde met argumenten te motiveren. Hiertoe heeft de gemeente Rotterdam de nota ‘Ontheffingsbeleid Wet geluidhinder voor bouw- en bestemmingsplannen in de gemeente Rotterdam’ vastgesteld. Het bestemmingsplan moet aan dit beleid voldoen. Het ontheffingsbeleid is alleen van toepassing op nieuwe woningen waarvoor hogere waarden moeten