21bb10958 Raadsvoorstel over vaststellen van een lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanseomgevingsplanactiviteit onder de Omgevingswet.
Tekst van het document
Rotterdam, 21 december 2021.
21bb010958
Aan: de gemeenteraad
Onderwerp: Vaststellen van een lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit onder de Omgevingswet.
Gevraagd besluit: Samenvattend stellen wij u voor: Een lijst met gevallen vast te stellen waarvoor advies van uw raad nodig is bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 16.15a lid b, onderdeel b, onder 10 van de Omgevingswet.
Waarom dit voorstel 7/Waarom nu voorgelegd? Op 1 juli 2022 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. Op grond van artikel 16.15a, onderdeel b, artikel 16.15b, artikel 16.16 van de Omgevingswet en artikel 4.21 van het Omgevingsbesluit kan de gemeenteraad gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aanwijzen waarvoor de gemeenteraad adviseur is. De gemeenteraad wijst daarmee de gevallen aan waarbij hij een bindend adviesrecht heeft.
Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: Niet van toepassing. Toelichting: Inleiding In de huidige situatie onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) geldt dat bij een aanvraag om een omgevingsvergunning die in strijd is met het bestemmingsplan en die niet verleend kan worden met een binnenplanse afwijking of met een zogenaamde "kruimelgevallen” regeling, de uitgebreide procedure van toepassing is. In die gevallen van de uitgebreide procedure bij het buitenplans afwijken is de raad betrokken via de verklaring van geen bedenkingen (vvgb). Onder de Wabo is de systematiek dat de raad bij het buitenplans afwijken met de uitgebreide procedure er in beginsel altijd over gaat, tenzij de raad beslist dat dit niet nodig is.
Registratienummer cluster: BS21/01170 - 21bb010958 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Y.H. Akkulak
pagina 1
Op 1 juli 2022 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. De systematiek van de wgb vervalt voor de aanvragen die ingediend worden onder de Omgevingswet. Daarvoor in de plaats komt het adviesrecht van de raad. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet kan de raad bij het buitenplans afwijken (de buitenplanse omgevingsplanactiviteit), gevallen aanwijzen waarvoor hij het adviesrecht wil hebben. Als de raad geen gevallen aanwijst, dan hoeft het college niet naar de raad bij het buitenplans afwijken. Om de systematiek onder de Omgevingswet in perspectief te plaatsen wordt hieronder eerst een vergelijking gemaakt met de huidige werkwijze onder de Wabo. Wabo Onder de Wabo is, net als straks bij de Omgevingswet, het college het bevoegde orgaan om te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning. Bij afwijkingen van het bestemmingsplan kan het college met een binnenplanse afwijking dan wel met de buitenplanse afwijking in de vorm van de zogenaamde “kruimelgevallen” regeling, een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van het bestemmingsplan. Voor deze vormen van het afwijken geldt de reguliere procedure van acht weken met een mogelijkheid van een eenmalig verlenging met zes weken. Onder de Wabo kan het college ook buitenplans afwijken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 30, van de Wabo.
Dit betreft het buitenplans afwijken waarbij de uitgebreide Wabo procedure van 6 maanden van toepassing is. Bij deze uitgebreide procedure is de raad betrokken via de verklaring van geen bedenkingen (wgb). Via de wgb is de raad in beginsel dus altijd betrokken bij het afwijken van het bestemmingsplan met de uitgebreide procedure, tenzij de raad beslist dat dit voor aangewezen gevallen niet nodig is. De toenmalige raad heeft op 23 en 30 juni 2011 categorieën van gevallen aangewezen waarin geen verklaring van geen bedenkingen (wgb) nodig is (zie bijlage). Door het aanwijzen van de categorieën van gevallen hoeven aanvragen die daarin vallen niet aan de raad te worden voorgelegd en kan het college in die gevallen zelfstandig een omgevingsvergunning verlenen. De lijst van categorieën werkt goed en daarvan wordt nog steeds gebruik gemaakt, omdat het de ruimtelijke procedures versnelt en vereenvoudigt. Voor categorieën van gevallen die niet zijn opgenomen in de lijst, is een wgb van de raad wel nodig. Procedure onder de Wabo In de gevallen waarin wel een wgb nodig is, wordt eerst een ontwerpverklaring van geen bedenkingen opgesteld. Deze ontwerpverklaring wordt bij het ontwerpbesluit omtrent de omgevingsvergunning gevoegd en tezamen 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende die termijn kan eenieder zienswijzen op het ontwerpbesluit indienen.
Registratienummer cluster BS21/01170 - 21bb010958 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Y.H. Akkulak
pagina 2
Na de termijn van terinzagelegging dient de raad te besluiten omtrent de definitieve vvgb. Met inachtneming van de ínhoud van de definitieve wgb neemt het college een besluit op de aanvraag omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan kan alleen worden verleend als de raad hiervoor een wgb heeft afgegeven. Hieronder wordt de nieuwe systematiek onder de Omgevingswet nader uitgelegd. Omqevinqswet Eén van de activiteiten die de Omgevingswet regelt is de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Er is sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit in de gevallen dat een voorgenomen activiteit niet voldoet aan de regels uit het omgevingsplan en dat er daarvan afgeweken wordt. Dit wordt ook wel het buitenplans afwijken genoemd. Het procedureverschil bij het buitenplans afwijken met de huidige zogenaamde “kruimelgevallen” regeling (reguliere procedure) en het buitenplans afwijken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 30, van de Wabo (uitgebreide procedure), vervalt onder de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet is voor zowel het binnenplans als het buitenplans afwijken van het omgevingsplan de reguliere procedure standaard van toepassing. Dat wil zeggen een proceduretermijn van acht weken met een mogelijkheid van een eenmalig verlenging met zes weken.
Ook onder de Omgevingswet is, net als nu onder de Wabo, het college het bevoegde orgaan om te beslissen op een aanvraag om omgevingsvergunning. Zoals in de inleiding aangegeven vervalt de lijst van categorieën van gevallen waarin geen verklaring van geen bedenkingen nodig is, de wgb voor aanvragen onder de Omgevingswet. De gemeenteraad moet een besluit nemen over de gevallen van buitenplans afwijken waarin hij advies wil geven. Onder de Omgevingswet heet het buitenplans afwijken van het omgevingsplan, een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Regelt de gemeenteraad niets, dan hoeft het college niet naar de raad bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De gemeenteraad geeft dus advies in die gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, waarvan de raad zelf heeft vastgelegd hiervoor gebruik te willen maken van het adviesrecht. De wet maakt het niet mogelijk dat de raad voor alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten een adviesrecht kan stellen. Procedure Als een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt ingediend waarvoor advies van de raad verplicht is, stuurt het college deze aanvraag naar de raad. Het college verwerkt vervolgens het advies van de raad in het besluit op de aanvraag voor een buitenplanse
Registratienummer cluster: BS21/01170 - 21bb010958 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Y.H. Akkulak
pagina 3
omgevingsplanactiviteit en geeft in de motivering van het besluit aan wat het advies van de raad is. Het college moet zich aan het advies van de raad houden en mag daar niet van afwijken. Dit staat in artikel 16.15b van de Omgevingswet. Er is met andere woorden sprake van een bindend advies van de raad. Gevolgen aanwijzen gevallen voor adviesrecht Het adviesrecht van de raad heeft invloed op de doorlooptijd van de procedure van een aanvraag om een omgevingsvergunning waarbij er sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In die gevallen wordt de beslistermijn nl. met vier weken verlengd. Voorstel adviesrecht onder de Omgevingswet De overgang van de huidige naar de nieuwe systematiek zal beleidsneutraal plaatsvinden. Daarom is voor de lijst van gevallen waarvoor de raad advies moet geven bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, aansluiting gezocht bij de huidige categorieën van gevallen waarin een verklaring van geen bedenkingen (wgb) nodig is. Als een categorie in de lijst staat waarvoor uw raad advies moet geven, moet het college advies vragen aan uw raad voordat het college een besluit kan nemen op een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Met het beleidsneutraal overgaan van de huidige naar de nieuwe systematiek is de inschatting dat het aantal gevallen waarvoor adviesrecht nodig is, nagenoeg gelijk zal zijn aan de huidige situatie.
Financiële en juridische consequenties/aspecten: Geen. Hel bíjĎshorende ontwerpbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, De burgemeester,
V.J.M. Rbozen
Bijlage(n): 1. Vergelijking categorieën huidige wgb en nieuwe systematiek adviesrecht van de raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. 2. Het door de raad op 23 en 30 juni 2011 genomen besluit tot aanwijzing van Categorieën van gevallen waarin geen verklaring van geen bedenkingen is vereist in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Registratienummer cluster: BS21/01170 - 21bb010958 Portefeuillehouder: drs. S A. Kurvers MPA Steller: Y.H. Akkulak
pagina 4
Ontwerpbesluit
De Raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 december 2021; (raadsvoorstel nr. *vult Stadhuis in*); gelet op artikel 16.15a, onderdeel b, artikel 16.15b, artikel 16.16 van de Omgevingswet en artikel 4.21 van het Omgevingsbesluit; overwegende, dat het wenselijk is een lijst met gevallen vast te stellen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 16.15a, onderdeel b, van de Omgevingswet;
besluit: Lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit vast te stellen.
Artikel 1 Onder een buitenplanse omgevingsplanactiviteit die bestaat uit het bouwen wordt verstaan het ruimtelijk bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk in afwijking van het omgevingsplan. Artikel 2 Als categorieën van gevallen als bedoeld in artikel 16.15a onder b van de Omgevingswet waarvoor de gemeenteraad adviseur is, worden aangewezen: a. het bouwen, herbouwen, vernieuwen, uitbreiden van gebouwen en bouwwerken en het omzetten van bestaande functies ten behoeve van de woonfunctie inclusief de bij die functie bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde en voorzieningen, bij meer dan 120 woningen; b. het bouwen, herbouwen, vernieuwen, uitbreiden van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde en het omzetten van bestaande functies in functies ten behoeve van educatie, sport, recreatie, voorzieningen van culturele, medische, maatschappelijke en levensbeschouwelijke aard inclusief de bij die functies behorende voorzieningen, bij meer dan 5.000 m2 bruto vloeroppervlak; c.
het gebruik van bij een gebouw behorende gronden ten behoeve van de woonfunctie, educatie, sport, recreatie, voorzieningen van culturele, medische, maatschappelijke en levensbeschouwelijke aard behorende bij een gebouw met meer dan 1.000 m2 bruto vloeroppervlak;
d. het realiseren van winkels, bedrijven en kantoren en de daarbij behorende voorzieningen en het omzetten van bestaande functies naar winkel-, bedrijfs-, en kantoorfuncties, bij meer dan 5.000 m2 kantoren en bij meer dan 5.000 m2 detailhandel; Registratienummer cluster: BS21/01170 - 21bb010958 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Y.H. Akkulak
pagina
e. Het bouwen van kiosken, paviljoens en overige bebouwing van beperkte omvang voor openbare nutsvoorzieningen, voorzieningen voor het openbaar vervoer of het wegverkeer, bij een oppervlakte van meer dan 65 m2 en bij een hoogte van meer dan 3 meter per bouwwerk.
Artikel 3 Projecten die in overeenstemming zijn met een reeds door de gemeenteraad vastgestelde stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, masterplan, gebiedsvisie, Stadsvisie Rotterdam, ontwerp-omgevingsplan of ander ruimtelijk kader, worden niet voor advies voorgelegd aan de gemeenteraad. Artikel 4 Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt. Artikel 5 Dit besluit wordt aangehaald als: Lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van De griffier,
De voorzitter,
Registratienummer cluster: BS21/01170 - 21bb010958 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Y.H. Akkulak
pagina
Toelichting Algemene toelichting: 1. Wanneer een bepaald project valt onder artikel 3, zijn de categorieën uit artikel 2, lid 1 tot en met lid 5 niet van toepassing. De gemeenteraad heeft immers al zijn instemming met het betreffende project uitgesproken, dan wel het ruimtelijk kader als bedoeld in artikel 3, geaccordeerd. 2. Wanneer een project bestaat uit een combinatie van functies, mogen de onder artikel 2, lid 1 tot en met lid 5 genoemde categorieën bij elkaar worden opgeteld. 3. Een project met minder dan 5.000 m2 detailhandel en minder dan 121 woningen valt niet onder de reikwijdte van dit besluit. Artikelsgewiize toelichting: Artikel 2, onder a Bij bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en voorzieningen kan gedacht worden aan garages, carports, zwembaden, serres, etc. Artikel 2, onder b Bij bovenomschreven functies kan gedacht worden aan scholen, sportvoorzieningen, gezondheidscentra, kerken, wijkgebouwen, kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang, etc. Artikel 2, onder c Gedacht kan worden aan het wijzigen van het gebruik van gronden ten behoeve van buitenruimte bij kantoor, kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang etc.
Registratienummer cluster: BS21/01170 - 21bb010958 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Y.H. Akkulak
pagina