20bb18957 Afdoeningsvoorstel toezeggingen wethouder Moti over inhalen heronderzoeken 20bb9104 en tussenevaluatie II experiment opsporen buitenlands vermogen volgens IBF - methode 19bb17618
Tekst van het document
Richard Moti Wethouder Werk, Inkomen en Nationaal Programma Rotterdam-Zuid Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam
Aan de commissie WIISA
Website: www.rotterdam.nl E-mail: bbo@rotterdam.nl Inlichtingen: L. de Graaf E-mail: L.degraaf@rotterdam.nl Portefeuillehouder: WIN Cluster: Cluster Werk en Inkomen Ons kenmerk: 20bb018957 Uw kenmerk:19bb17618 en 20bb9104 Datum: 15 december 2020 Betreft: Tussenevaluatie II experiment "opsporen buitenlands vermogen volgens IBF-methode" en afdoening toezegging inhalen heronderzoeken
Geachte leden van de commissie, In de collegebrief van 29 januari 2019 bent u geïnformeerd over de opzet van het experiment ‘opsporen buitenlands vermogen volgens IBF-methode’ (19bb1042). Op 19 juni 2019 heb ik aan u de toezegging gedaan om u te informeren over de resultaten opsporen buitenlands vermogen volgens IBF-methode (19bb17618). Zoals u weet ben ik van mening dat bijstandsfraude in welke vorm dan ook ontoelaatbaar is en zal daar waar mogelijk altijd kijken hoe de aanpak effectiever kan. Met de brief van 4 juni 2020 bent u geïnformeerd over de eerste tussenresultaten. In deze brief heb ik u toegezegd u aan het eind van het jaar opnieuw een tussenstand te geven. Daarnaast heb ik u in de commissievergadering WIISA van 8 juli 2020 de volgende toezegging (20bb9104) gedaan: De wethouder zegt toe de dit jaar niet verrichte heronderzoeken in het kader van de handhaving de volgende twee jaar te willen inhalen. Met deze brief informeer ik u over de stand van zaken met betrekking tot beide toezeggingen. 19bb17618 - ‘Opsporen buitenlands vermogen volgens IBF-methode’ Een korte terugblik Om het opsporen van buitenlands vermogen verder te optimaliseren, verschilt het lopende experiment op een belangrijk punt van eerdere onderzoeken.
Kenmerkend voor dit experiment is dat het Internationaal Bureau Fraude-informatie (IBF) de drempel om een buitenlands onderzoek bij hen aan te vragen heeft verlaagd. Met als doel te onderzoeken op welke manier de aanpak van verzwegen buitenlands vermogen verder geoptimaliseerd kan worden. Een casus wordt voor nader onderzoek in het buitenland aan het IBF overgedragen wanneer aan één van de volgende criteria wordt voldaan: Vermoeden van niet gemeld buitenlands verblijf; Stortingen en/of ontvangsten van buitenlandse rekeningen; Verblijf in steeds hetzelfde land. Uiteindelijk zijn 587 Rotterdammers geselecteerd voor dit experiment.
Blad:
2/3
In de brief van 4 juni 2020 moesten we helaas concluderen dat door verschillende oorzaken het aantal aanmeldingen bij het IBF was achtergebleven. Omdat een experiment bedoeld is om te leren en verbeteringen aan te brengen waar nodig, heb ik u aangegeven dat bij de resterende onderzoeken alle uitkeringsgerechtigden die aan de criteria voldoen, bij het IBF zouden worden aangedragen voor het uitvoeren van een pre-check of direct onderzoek. Resultaten De nieuwe tussenresultaten laten zien dat er een flinke slag geslagen is in het aantal te verrichten onderzoeken. Van de 587 te verrichten onderzoeken zijn er op dit moment 545 opgestart. Op dit moment resteren er nog 42 onderzoeken die opgestart moeten worden of waarvan de (partner van) Rotterdammer nog uitgenodigd dient te worden. De tussenresultaten laten zien dat van de 545 opgestarte onderzoeken, 24 keer de uitkering is beëindigd en 141 keer de betreffende bijstandsnorm is aangepast. Deze uitkomsten hebben niet aantoonbaar1 te maken met vermogen in het buitenland. Tijdens de onderzoeken zijn, zoals ook eerder is toegelicht, bijvoorbeeld ook verzwegen inkomsten geconstateerd of werd er niet gereageerd op de uitnodigingen, waardoor het recht op uitkering niet meer kon worden vastgesteld. Totaal is bij deze afgeronde onderzoeken een bedrag van bijna € 360.000,- aan te veel uitbetaalde uitkeringen teruggevorderd.
Daarnaast kan ik u melden dat er 5752 posten zijn aangedragen bij het IBF voor nader onderzoek. Het cluster Werk en Inkomen (W&I) is nu in afwachting van berichtgeving vanuit het IBF over verder te nemen stappen. Wanneer zij signaleren dat er mogelijk sprake is van vermogen in het buitenland, wordt dit aan W&I teruggekoppeld. Hier is geen vaste termijn aan te hangen. Een en ander is afhankelijk van de administratie van het land en de volledigheid van het signaal. Wanneer daadwerkelijk vermogen in het buitenland is vastgesteld, is de afhandeling hiervan een langdurig proces. Vanwege deze redenen is het moeilijk vooraf in te schatten wanneer het experiment volledig zal zijn afgerond. Wel kunnen we concluderen dat het doel van het experiment an sich behaald is. Het doel was immers om te onderzoeken of op deze manier de aanpak van verzwegen buitenlands vermogen verder geoptimaliseerd kon worden. Door het verlagen van de ‘aanmelddrempel’ bij het IBF heeft W&I nu veel posten bij hen aan kunnen dragen. De samenwerking met het IBF is sterk geïntensiveerd en verbeterd. Zij ondersteunen bij het screenen van de dossiers en dragen hiermee direct kennis over om aanmeldingen aan het IBF goed te laten verlopen. Ook zijn er trainingen gegeven aan medewerkers van W&I en vindt er periodiek onderling overleg plaats.
De werkwijze zoals gehanteerd in dit experiment is opgenomen in het reguliere werkproces. Door te vragen naar het buitenlandse identificatienummer kan er door het IBF effectiever onderzoek worden verricht in het buitenland. Uiteraard ben ik, net zoals u, benieuwd naar de uiteindelijke resultaten van de onderzoeken. Pas dan kunnen we concluderen of deze sterk verbeterde samenwerking daadwerkelijk
1
In één onderzoek is vermogen in het buitenland geconstateerd. Deze persoon is tijdens het onderzoek vertrokken onbekend waarheen (VOW), waardoor er geen recht meer bestond op bijstand. 2 In het geval van een echtpaar wordt de partner als apart te onderzoeken post geregistreerd.
Blad:
3/3
bijdraagt aan het opsporen van verzwegen vermogen in het buitenland. Ik stel voor u daarom na de zomer van 2021 opnieuw tussentijds te informeren over de resultaten tot dan toe.
20bb9104 - ‘Niet verrichte heronderzoeken in 2020 de komende twee jaar inhalen’ Zoals u weet heeft het college een target van 6000 gesteld per kalenderjaar voor het aantal te verrichten heronderzoeken. Door de coronamaatregelen was het dit jaar niet mogelijk om de handhavingsactiviteiten in de volle breedte uit te voeren. Het afgesproken aantal van 6000 zullen we dit jaar niet meer realiseren. Er zijn middelen in de begroting vrijgemaakt om de vooraf ingeschatte gemiste heronderzoeken, te weten 3000, in te halen in 2021 en 2022. We zullen in die jaren dus 7500 heronderzoeken op jaarbasis verrichten, zodat de afgesproken aantallen over 2020 alsnog gerealiseerd worden. Ik stel voor toezegging 20bb9104 hiermee als afgedaan te beschouwen.
Met vriendelijke groet,
Richard Moti Wethouder Werk, Inkomen en Nationaal Programma Rotterdam-Zuid