20bb18263 Bijlage behorende bij 20b18264 - Onderzoek ' Omvang en karakter van de maatschappelijke activiteiten van levensbeschouwelijke organisaties in Rotterdam
Tekst van het document
Omvang en karakter van de maatschappelijke activiteiten van levensbeschouwelijke organisaties in Rotterdam Jessica van den Toorn Maarten Davelaar Ahmed Hamdi Leyla Reches Milan van Keulen
In samenwerking met Stichting Mara, SPIOR, SKIN-Rotterdam, Samen 010 en Convent van Kerken Rotterdam
Omvang en karakter van de maatschappelijke activiteiten van levensbeschouwelijke organisaties in Rotterdam Jessica van den Toorn Maarten Davelaar Ahmed Hamdi Leyla Reches Milan van Keulen In samenwerking met Stichting Mara, SPIOR, SKIN-Rotterdam, Samen 010 en Convent van Kerken Rotterdam Utrecht, juli 2020
Inhoud
Samenvatting
3
6
Religieuze- en bestuursactiviteiten
40
7
6.1 6.2 6.3
Context en literatuur Verdieping: aantal vrijwilligersuren rond religieuze activiteiten Verdieping: aantal vrijwilligersuren rond bestuur, beleid, beheer en vertegenwoordiging Duiding van de resultaten
40 41
1
Inleiding
2
De context: ontwikkelingen rond (de maatschappelijke rol van) levensbeschouwing en religie 10
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Gegevens over ontwikkelingen in religie en levensbeschouwing in Nederland 10 Gegevens over levensbeschouwing en religie in Rotterdam 13 Gegevens over levensbeschouwelijke binding en (vrijwillige) maatschappelijke inzet 13 Maatschappelijke inzet lbo’s in Rotterdam in eerder onderzoek 16 Levensbeschouwelijke organisaties en (Rotterdams) beleid 16
3
Wat is de omvang en het karakter van de religieuze en levensbeschouwelijke organisaties in Rotterdam?
19
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8
Context en literatuur Beschrijving van de deelnemende lbo’s Leden en bezoekers Vrijwilligers en betaalde beroepskrachten Geografische spreiding Maatschappelijke functies Inkomsten Duiding van de resultaten
19 21 21 23 25 25 26 26
4
Sociale en culturele activiteiten gericht op ontmoeting
29
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Context en literatuur Brede inventarisatie: activiteiten rondom sociale cohesie, ontmoeting en dialoog Verdieping: aantal vrijwilligersuren rond sociale cohesie, ontmoeting en dialoog Vrijwilligers aan het woord over ontmoeting Duiding van de resultaten
29 30 31 32 34
5
Zorg, ondersteuning en hulpverlening
35
5.1 5.2 5.3 5.4
Context en literatuur Brede inventarisatie: activiteiten rond zorg, ondersteuning en hulpverlening Verdieping: aantal vrijwilligersuren rond zorg, ondersteuning en hulpverlening Vrijwilligers en (in)formele zorgaanbieders aan het woord over zorg, ondersteuning en hulpverlening Duiding van de resultaten
35 36 37
5.5
6.4 7
Samenwerking tussen lbo’s, aanbieders van zorg en welzijn en de gemeente
45
7.1 7.2 7.3 7.4
Context en literatuur Brede inventarisatie: lbo’s over samenwerking Vrijwilligers en (in)formele zorgaanbieders aan het woord over samenwerking Duiding van de resultaten
45 48 51 53
8
Motivaties van vrijwilligers
55
8.1 8.2 8.3 8.4
Context en literatuur Brede inventarisatie: lbo’s over motivatie Vrijwilligers aan het woord over motivatie Duiding van de resultaten
55 56 56 60
9
De vrijwillige inzet van religieuze en levensbeschouwelijke organisaties in uren en euro’s
61
9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6
Selectie lbo’s voor de verdiepende vragenlijst De totale vrijwillige inzet van lbo’s in Rotterdam De waarde van de inzet volgens de vervangingswaarde De waarde van de inzet volgens de marktwaarde Vergelijking met het onderzoek Tel je zegeningen uit 2008 Duiding van de resultaten
61 62 63 66 68 69
10
Slot beschouwing
71
11
Literatuur
77
Bijlage 1. Onderzoekverantwoording
82
Bijlage 2. Gedetailleerde weergaven tijdsinzet 27 subcategorieën
86
Bijlage 3. Vervangingswaarde
87
38 39 2
43 44
Samenvatting
In deze rapportage beschrijven we de omvang en het karakter van religieuze en levens-
Deze rapportage is geschreven door de onderzoekers van het Verwey-Jonker Instituut.
beschouwelijke organisaties (lbo’s) in Rotterdam en hoe en in welke mate zij zich maat-
Alleen steeds in de laatste paragraaf van hoofdstuk 3 t/m 9 en in de slotbeschouwing in
schappelijk inzetten. We benoemen welke rol lbo’s spelen in het leven van hun leden en
H10 is het gehele consortium aan het woord, waarbij we ook de input van de klankbord-
bezoekers en in het leven van de Rotterdammers die zij met sociaal-maatschappelijke
groep meenemen.
activiteiten ondersteunen of bij elkaar brengen. Ook brengen we in kaart hoeveel vrijwilligersuren hiervoor worden ingezet en wat het de maatschappij zou kosten als beroeps-
De context: ontwikkelingen rond (de maatschappelijke rol van) levensbeschouwing
krachten deze activiteiten zouden uitvoeren (vervangingswaarde), of als burgers zelf
en religie
deze ondersteuning zouden moeten inkopen (marktwaarde). We besteden bovendien
We beginnen het rapport met een schets van de ontwikkelingen rond (de maatschappe-
aandacht aan de motivatie van de vrijwilligers en geven inzicht in wat dit vrijwilligers-
lijke rol van) levensbeschouwing en religie. De rol van religie in de Nederlandse samen-
werk bijdraagt aan sociale cohesie.
leving is sterk veranderd. Het landschap van religieuze en levensbeschouwelijk geïnspireerde organisaties is in vergelijking met enkele decennia geleden ook veel diverser
We verzamelden daartoe informatie bij 176 Rotterdamse lbo’s, gingen in gesprek met vrij-
geworden. De religieuze betrokkenheid is over het geheel bezien afgenomen. Toch
willigers en beroepskrachten en zetten onze inzichten af tegen de inzichten uit de literatuur.
speelt religie in Nederland én Rotterdam nog steeds een belangrijke rol waar het gaat om zaken als motivatie voor vrijwillige inzet voor de samenleving en bij het bevorderen van
Consortium, klankbordgroep en begeleidingscommissie
(verschillende vormen van) sociale cohesie. Rotterdam kent in vergelijking tot verschil-
Voor dit onderzoek sloegen het Verwey-Jonker Instituut en vijf grote Rotterdamse
lende andere grote(re) steden in Nederland een grote mate van levensbeschouwelijk
levensbeschouwelijke organisaties (Stichting Mara, SPIOR, SKIN-Rotterdam, Samen
geïnspireerde sociaal-maatschappelijke activiteiten.
010, Convent van kerken Rotterdam) de handen ineen. Het Verwey-Jonker Instituut trad op als onafhankelijk onderzoeksbureau en als penvoerder voor de opdrachtgever.
Wat is de omvang en het karakter van de lbo’s in Rotterdam?
De vijf Rotterdamse organisaties dachten bij alle onderdelen mee, zoals bij de fine-tuning
Deze inventarisatie laat allereerst zien hoe uiteenlopend de omvang van lbo’s in
van de vragenlijsten en het duiden van de resultaten. Bovendien hadden zij een grote
Rotterdam is: van organisaties met minder dan 100 leden tot organisaties met meer dan
rol in het bereiken van de levensbeschouwelijke verbanden en gemeenschappen en het
1500 leden. Van minder dan 50 tot meer dan 200 vrijwilligers. En van 0 tot meer dan
verzamelen van gegevens over hun rol in de Rotterdamse samenleving. Daarnaast heeft
10 beroepskrachten in dienst. Ruim de helft van de organisaties telt 1 tot 5 beroeps-
een klankbordgroep drie keer meegedacht met het onderzoek, zowel in inhoudelijke
krachten. Daarbij is het opvallend dat een derde van de organisaties zonder beroeps-
als organisatorische zin. De groep bestond uit niet direct bij het onderzoek betrokken
krachten draait.
vertegenwoordigers van diverse levensbeschouwelijke groeperingen. Tot slot is het consortium tijdens het onderzoek begeleid door een begeleidingscommissie, bestaande uit medewerkers van de gemeente Rotterdam (beleid en onderzoek) en wetenschappers. 3
Ondanks de verschillen in schaalgrootte zien we een rode lijn in de functies die deze
Lbo’s kunnen hun sociaal-maatschappelijke rol alleen vervullen als de continuïteit van
organisaties vervullen binnen Rotterdam. Het overgrote deel biedt informele hulp,
de inzet vanuit de betrokken gemeenschap(pen) bij de activiteiten geborgd is. Dat vraagt
zorg of onderlinge steun aan leden van de eigen gemeenschap, omdat er zich in die
om bestuurlijke en coördinerende taken (intern en extern). Vrijwilligers steken hier
gemeenschap veel mensen in kwetsbare posities bevinden. Ook houden velen zich bezig
ongeveer 18% van hun tijd in. Een deel van deze activiteiten wordt ook door betaalde
met gemeenschapsopbouw en empowerment van de eigen groep en van andere achter-
krachten uitgevoerd. Ook hun religieuze/levensbeschouwelijke activiteiten zijn vaak
gestelde groepen en met de ondersteuning van individuele Rotterdammers die buiten
verbonden met de maatschappelijke rol. Vrijwilligers bij de lbo’s besteden ongeveer 29%
het blikveld van de formele instituties vallen.
van al hun uren aan religieuze activiteiten, waarvan 6% aan educatie, 19% aan bijeenkomsten en 4% aan externe communicatie en missionaire activiteiten.
De financiering van de verschillende functies van lbo’s komt in de meeste gevallen van de eigen leden, bezoekers en deelnemers. Ook geeft ongeveer 39% van de organisaties
Waarom doen mensen vrijwilligerswerk bij deze organisaties, wat motiveert ze?
aan dat ze inkomsten verkrijgen van giften uit verschillende fondsen. 17% van de lbo’s
Uit onze gesprekken met vrijwilligers is heel duidelijk geworden dat zij intrinsiek sterk
geeft aan financiering van de gemeente Rotterdam te ontvangen voor maatschappelijke
gemotiveerd zijn om zich in te zetten voor anderen. De vrijwillige inzet is geheel in lijn
projecten, waarbij onderling grote verschillen waarneembaar zijn. Meestal is er rond
met hun normen en waarden en vaak ook met de manier waarop ze zijn opgevoed.
maatschappelijke activiteiten van lbo’s geen subsidierelatie met de gemeente Rotterdam.
Deels is er ook sprake van groepsnormen die vrijwillige inzet bevorderen.
Wat is de omvang en aard van de maatschappelijke activiteiten van de lbo’s in
De bevindingen uit de gesprekken sluiten ook aan bij de algemene trends in vrijwilli-
Rotterdam?
gerswerk. Een deel van de mensen voelt zich geroepen, stelt weinig of geen grenzen aan
Vrijwilligers bij de lbo’s besteden naar verhouding 28% van al hun uren aan sociale en
de eigen inzet en is vaak jarenlang actief. Nieuwe groepen jongere vrijwilligers zijn vaak
culturele activiteiten gericht op ontmoeting. Het gaat daarbij om activiteiten, diensten/
kritischer. Zij binden zich vaak voor kortere tijd en begrenzen hun inzet vaak scherper.
bijeenkomsten en ontmoetingen die zich richten op het bevorderen van de samenwerWat draagt het vrijwilligerswerk van deze Rotterdammers bij aan de sociale cohesie?
king binnen en tussen groepen met verschillende (culturele, religieuze) achtergronden.
Met hun activiteiten dragen vrijwilligers van lbo’s duidelijk bij aan het creëren van Vrijwilligers bij de lbo’s besteden daarnaast naar verhouding 25% van al hun uren aan
netwerken om mensen heen, een vangnet, een plek van ontmoeting. Ons onderzoek
activiteiten op het gebied van informele zorg en ondersteuning. Daarbij gaat het met
bevestigt de inzichten uit de literatuur dat religieuze betrokkenheid een belangrijke
name om het ondersteunen van mensen tijdens bepaalde perioden of ingrijpende
factor is voor de sociale samenhang in een samenleving. En daarbij heeft meer dan de
gebeurtenissen in het leven. Ook zetten lbo’s zich in voor het bestrijden van armoede en
helft van de lbo’s oog voor zowel verbindingen binnen de eigen gemeenschap (bonding)
voorkomen dan wel oplossen van schulden, voornamelijk door middel van het bieden
als verbindingen tussen verschillende groepen (bridging).
van praktische begeleiding. 4
Wat is de waarde van de maatschappelijke activiteiten van de lbo’s in euro’s?
Hoe is de ontwikkeling van de maatschappelijke activiteiten en hun rendement tussen
Gemiddeld besteden vrijwilligers per levensbeschouwelijke organisatie in Rotterdam
2008 en 2018?
circa 27.000 uur per jaar aan maatschappelijke activiteiten. Aan de hand van twee
Vanwege methodologische keuzes zijn de resultaten uit 2008 en 2018 niet één op één
verschillende berekeningswijzen hebben we een globale indicatie van de waarde van
te vergelijken (voor meer informatie over deze keuzes verwijzen we naar bijlage 1).
deze uren verkregen.
Wel kunnen we de totaalcijfers globaal teen elkaar afzetten. Zo zien we over het geheel genomen in 2018 een substantieel hogere totaalwaarde, dan op basis van de uitkomsten
Bij de methode van de vervangingswaarde wordt gekeken wat per type activiteit de
van de studie uit 2008 (berekende waarde van € 110-133 miljoen). De belangrijkste (en
kosten (waarde) zouden zijn geweest als het door een beroepskracht zou zijn uitge-
voor de hand liggende) verklaring hiervoor is dat in 2008 alleen de christelijke kerken
voerd. Per activiteit is daarbij gekeken door wat voor soort beroepskracht deze uitge-
zijn onderzocht en in de voorliggende studie is uitgegaan van alle levensbeschouwe-
voerd had kunnen worden. Via de marktwaarde benadering zijn de activiteiten van
lijke en religieuze organisaties. Daar waar in 2008 in de berekening werd uitgegaan van
vrijwilligers berekend die direct een maatschappelijke meerwaarde voor de stad hebben
250-300 kerken, is er nu in 2020 uitgegaan van 400-450 organisaties.
en waarvoor ook daadwerkelijk een (commerciële) markt bestaat. Het gemiddelde maatschappelijk rendement van een kerk bedroeg in de studie in Uitgaande van de vervangingswaarde is de totale inzet van lbo’s in Rotterdam goed
2008 € 442.000, wat rekening houdend met inflatie uitkomt op circa € 590.000 in 2020,
voor circa 195 tot 220 miljoen euro. De totale marktwaarde komt uit op circa 330 – 365
waarmee het tussen de waarden ligt die zijn berekend met de methoden van de vervan-
miljoen euro. Daarbij zien we grote verschillen tussen lbo’s. Als gekeken wordt naar de
gingswaarde en de marktwaarde. Als we kijken naar het gemiddeld aantal uur per orga-
gemiddelde waarde per organisatie zien we een berekende vervangingswaarde van circa
nisatie zien we dat in 2008 werd uitgegaan van circa 12.000 uur aan vrijwilligersinzet
€465.000 en een marktwaarde van €780.000 per jaar. Van belang hierbij is op te merken
met een direct maatschappelijk rendement. Dit komt overeen met de 12.500 uur die
dat er grote verschillen bestaan tussen de organisaties en dat de weergegeven bedragen
we hebben gehanteerd bij de berekening van de marktwaarde van activiteiten met een
een inschatting zijn van de gemiddelde waarden per organisatie.
direct maatschappelijk rendement.
De berekende financiële waarden moeten dan ook vooral gezien worden als theore-
Hoe werken lbo’s, aanbieders van zorg en welzijn en de gemeente samen in Rotterdam?
tische benaderingen van waardering van de werkzaamheden van de vrijwilligers. Het
Ons onderzoek laat zien dat 39% van de lbo’s samenwerkt met andere lbo’s. Daarnaast
gaat bovendien om de waardering van de werkzaamheden sec, waarbij de maatschappe-
is er samenwerking met scholen (19%), wijkteams/buurtteams (17%), maatschappelijk
lijke effecten en de achterliggende economische waarde van de impact van de verrichtte
werk (16%) en gemeente (13%). De samenwerking is veelal incidenteel of betreft een
vrijwilligersdiensten (bijvoorbeeld in de vorm van gezondheidswinst van geholpen
verwijsfunctie: structurele samenwerking komt veel minder voor.
mensen) niet zijn meegenomen.
5
Kansen voor meer samenwerking zien lbo’s en (in)formele aanbieders in zorg en welzijn
Belangrijkste aanbeveling: Ga in gesprek over kansen voor samenwerking
vooral in elkaar kennen en elkaar waar mogelijk aanvullen en naar elkaar verwijzen.
Dit onderzoek heeft (wederom) aangetoond dat lbo’s en hun vrijwilligers een zeer
In het samenspel met (in)formele aanbieders zien de lbo’s hun toegevoegde waarde
substantiële waarde voor de Rotterdamse samenleving creëren. Onze sterke aanbeve-
vooral in de laagdrempeligheid van hun activiteiten. Mensen komen daardoor wellicht
ling is dan ook om verder met elkaar in gesprek te gaan over kansen voor samenwer-
eerder in beeld, waarna lbo’s kunnen doorverwijzen naar het juiste loket. Lbo’s zijn ook
king tussen lbo’s en (in)formele aanbieders in de stad. We zien hierin een belangrijke
aan minder voorwaarden en criteria gebonden en kunnen in die zin aanvullend zijn op
rol voor de gemeente Rotterdam. Zij kunnen het gesprek tussen levensbeschouwe-
het formele aanbod van zorg en ondersteuning. Ze hebben met andere woorden een
lijke en niet-levensbeschouwelijke organisaties faciliteren, door goede en wederzijds
belangrijke plek aan het begin en aan het einde van de zorgketen. Erkenning is belang-
vertrouwde intermediairs te zoeken en te ondersteunen, en door lbo’s als vanzelfspre-
rijk voor samenwerking, ook in dit onderzoek komt dat weer prominent naar voren.
kende partij mee te nemen in gesprekken over opgaven voor de stad. Aan het einde van
Maar wat betekent dat precies en betekent het voor alle gemeenschappen en organisa-
de slotbeschouwing formuleren we tien concrete handvatten om dit gesprek aan te gaan.
ties hetzelfde? We stellen vast dat het beeld niet eenduidig is. Rond de informele hulp en ondersteuning die lbo’s bieden is er over het algemeen waardering vanuit het stadsbestuur, althans zo ervaren de organisaties het die contact onderhouden met de Coolsingel. Maar er is een verschil tussen erkenning en waardering. Waardering betekent niet automatisch dat lbo’s als gelijkwaardige en vanzelfsprekende partners in de wijk worden erkend. In dat opzicht geeft slechts 18% van de 176 lbo’s aan dat ze voldoende erkenning ontvangen vanuit de gemeentelijke overheid.
6
1
Inleiding
In 2008 kwam het onderzoek Tel je Zegeningen (Castillo Guerra et al) uit, waarmee de
welzijnsinstellingen. In de in 2018 gepubliceerde gemeentelijke visie op informele zorg
maatschappelijke impact en sociale functie van Rotterdamse kerken in de schijnwerpers
en ondersteuning wordt dit herhaald en bevestigd.2 De gemeente werkt momenteel aan
kwamen te staan. Inmiddels zijn we meer dan 10 jaar en een aantal grote ontwikke-
een integraal beleidsplan voor het sociaal domein voor de komende jaren.
lingen verder, waaronder de decentralisatie van rijksoverheidstaken op het gebied van zorg en jeugd in 2015. Een van de hoofddoelen van de decentralisatie was de vereen-
Als stad waarin “niemand in de meerderheid is”3 kent Rotterdam een grote verscheiden-
voudiging van regels, zodat de hulpverlening toegankelijker en overzichtelijker zou
heid aan religieuze en levensbeschouwelijke organisaties (lbo’s).4 Daarbij gaat het om
worden en dichter bij de burger zou worden georganiseerd. Dit houdt in dat gemeenten
verbanden, georganiseerde gemeenschappen, genootschappen, verenigingen en stich-
zorgtaken op lokaal niveau onder eigen regie en in samenwerking met lokale partners
tingen die direct of indirect geïnspireerd zijn op een bepaalde visie op het leven. Denk aan
uitvoeren. Deze ontwikkeling sluit aan op de maatschappelijke en politieke trend om van
kerken, moskeeën, synagogen, tempels, humanistische en boeddhistische organisaties,
een verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving te bewegen (Van Hintum, 2015).
maar ook aan stichtingen die zich als levensbeschouwelijk (geïnspireerd) presenteren. Deze vallen allemaal onder ‘religieuze en levensbeschouwelijke organisaties’, oftewel: lbo’s.
Voor de gemeente Rotterdam was dit proces aanleiding voor het opstellen van de beleidsnota Nieuw Rotterdams Welzijn 2016 - 2019. In deze nota wordt een nieuwe invals-
In deze rapportage gaan we in op de rol die deze organisaties en verbanden spelen in het
hoek geïntroduceerd voor de bepaling, organisatie en uitvoering van de taken van de
leven van hun leden en bezoekers en van de Rotterdammers die zij met sociaal-maat-
1
gemeente Rotterdam. De gemeente doet een groter beroep op particuliere initiatieven.
schappelijke activiteiten ondersteunen of bij elkaar brengen. Ook brengen we in kaart
De doelgroepen van de gemeentelijke dienstverlening worden gestimuleerd om meer
hoeveel vrijwilligersuren hiervoor worden ingezet en wat het de maatschappij zou
verantwoordelijkheid te dragen zodat burgers zelfredzamer en ‘samenredzamer’ worden
kosten als beroepskrachten deze activiteiten zouden uitvoeren. We hebben specifieke
en minder afhankelijk van de overheid. Burgers worden opgeroepen om te participeren
aandacht voor activiteiten rond informele zorg en ondersteuning, voor activiteiten rond
als vrijwilligers in het welzijnswerk, dat de gemeente op wijkniveau organiseert.
armoede en schulden en voor de bijdrage van lbo’s aan sociale cohesie in Rotterdam.
De beleidsnota Nieuw Rotterdams Welzijn 2016 – 2019 opende nieuwe ruimte voor de samenwerking tussen de lokale overheid en welzijnsorganisaties en particuliere initiatieven op wijkniveau. Die ruimte is er ook voor levensbeschouwelijke organisaties, wanneer zij projecten uitvoeren in samenwerking met andere, al dan niet religieus geïnspireerde, organisaties in de stad en het wijknetwerk, en met overheid en zorg- en 2
1
http://docplayer.nl/17264818-Nieuw-rotterdams-welzijn.html.
7
https://www.rotterdam.nl/werken-leren/zorg-voor-elkaar/Startdocument-visie-informele-zorg-en-ondersteuning.pdf.
3
https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/relax-dit-is-rotterdam/GRO-Nota-Samenleven-toegankelijk-DEF.PDF.
4
Wij gebruiken in dit plan vaak de term ‘levensbeschouwelijke organisaties’, afgekort lbo’s, en bedoelen daar ook religieuze organisaties mee.
Definities in dit onderzoek
Naast deze sociaal-maatschappelijke activiteiten hebben we in het onderzoek ook
In dit onderzoek kijken we dus naar religieuze en levensbeschouwelijke organisaties
aandacht voor religieuze activiteiten en voor activiteiten rond het besturen en beheren
en hun sociaal-maatschappelijke activiteiten. Hieronder beschrijven we wat we precies
in algemene zin.
met deze termen bedoelen. Onderzoeksaanpak Religieuze en levensbeschouwelijke organisaties
Voor dit onderzoek hebben we de aard, omvang en activiteiten van 176 lbo’s in Rotterdam
Onder religieuze en levensbeschouwelijke organisaties wordt verstaan alle entiteiten
in kaart gebracht aan de hand van een vragenlijst. Vervolgens hebben we met een tweede
(stichtingen, verenigingen, kerkgenootschappen) die hun activiteiten verrichten vanuit
vragenlijst onder 41 van deze organisaties verdiepende informatie opgehaald over het
een levensbeschouwelijke en/of religieuze identiteit of die vanuit een levensbeschou-
aantal vrijwilligersuren per activiteit. Tot slot zijn we in gesprek gegaan met vrijwilligers
welijke en/of religieuze identiteit zijn ontstaan: kerken, moskeeën, synagogen, tempels
zelf (in twee groepsgesprekken in de Noordoever en de Zuidoever) en een aantal (in)
en daaruit ontstane stichtingen en (samenwerkings-) verbanden. Deze stichtingen en
formele zorg aanbieders over de rol van lbo’s in Rotterdam. Hun input is meegenomen
verbanden zijn soms nauw verbonden met de ‘moederorganisaties’, of zijn daarvan losge-
in citaten en voorbeelden, om zo kleuring te geven aan de resultaten. Bijlage 1 bevat een
maakt om inhoudelijke, organisatorische en/of financiële redenen. Er vallen ook orga-
uitgebreidere beschrijving van de gebruikte onderzoeksmethoden.
nisaties onder die specifiek zijn opgericht om de (vrijwillige) maatschappelijke inzet van verschillende levensbeschouwelijke gemeenschappen te versterken of te bundelen, zoals
Onderzoeksconsortium
in het geval van Rotterdam SPIOR, SKIN-Rotterdam, Samen 010 en Stichting Mara.
Voor dit onderzoek sloegen het Verwey-Jonker Instituut en vijf grote Rotterdamse levensbeschouwelijke organisaties (Stichting Mara, SPIOR, SKIN-Rotterdam, Samen
Sociaal-maatschappelijke activiteiten
010, Convent van kerken Rotterdam) de handen ineen.5 Het Verwey-Jonker Instituut
Onder sociaal-maatschappelijke activiteiten verstaan we in dit onderzoek activiteiten
trad op als onafhankelijk onderzoeksbureau en als penvoerder voor de opdrachtgever.
die zich richten op:
De vijf Rotterdamse organisaties dachten bij alle onderdelen mee, zoals bij de termino-
•
Gemeenschapsvorming (versterken van de onderlinge contacten binnen de eigen
logie in de vragenlijsten en het duiden van de resultaten. Bovendien hadden zij een grote
geloofsgemeenschap, zorgen dat mensen zich thuis voelen binnen de gemeenschap)
rol in het bereiken van de levensbeschouwelijke verbanden en gemeenschappen en het
en op het aangaan en onderhouden van relaties buiten de eigen geloofsgemeenschap.
verzamelen van gegevens over hun rol in de Rotterdamse samenleving.
•
Mensen die (tijdelijk) een steuntje in de rug kunnen gebruiken, binnen en buiten de religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen en groepen. Het gaat om aandacht voor levensvragen of geestelijke zorg, om praktische ondersteuning en om
5
intensievere vormen van hulpverlening.
8
Stichting Mara is een katholieke organisatie die zich inzet voor kwetsbare groepen met de hulp van vrijwilligers. SPIOR staat voor Stichting Platform Islamitische organisaties Rijnmond en functioneert als een koepelorganisatie voor 74 aangesloten moskeeën. SKIN-Rotterdam (samen kerk in Nederland) is een christelijke koepelorganisatie voor migranten en internationale kerken in Nederland. Samen 010 is een protestantse organisatie die vrijwilligerswerk initieert en ondersteunt. Convent van kerken Rotterdam is een raad van kerken voor de gezamenlijke kerken van Rotterdam.
Daarnaast heeft een klankbordgroep drie keer meegedacht met het onderzoek, zowel
Leeswijzer
in inhoudelijke als organisatorische zin. De groep bestond uit niet direct bij het onder-
In hoofdstuk 2 beginnen we met een schets van de ontwikkelingen rond (de maatschap-
zoek betrokken vertegenwoordigers van diverse levensbeschouwelijke groeperingen.
pelijke rol van) levensbeschouwing en religie. In hoofdstuk 3 beschrijven we de omvang
Te weten: afgevaardigden van de liberaal Joodse gemeenschap, de KBO/PCOB, de
en het karakter van de religieuze en levensbeschouwelijke organisaties in Rotterdam.
Humanisten, de PKN, het Voorgangers Overleg Rotterdam, de Rooms-Katholieke Kerk
In hoofdstuk 4 t/m 6 beschrijven we de verschillende typen activiteiten van de lbo’s in
en voorgangers van twee internationale kerken.
Rotterdam op basis van de uitkomsten van de twee vragenlijsten en (groeps)gesprekken. Aan het begin van elk hoofdstuk gaan we kort in op bestaande inzichten over de sociale
Tot slot is het consortium tijdens het onderzoek begeleid door een begeleidingscom-
rol en maatschappelijke impact van lbo’s. Ieder hoofdstuk eindigt met een duidingspara-
missie, bestaande uit Laelia Luchtmeijer (senior beleidsadviseur Informele zorg &
graaf, waarin het consortium als geheel reflecteert op de resultaten en de vrijheid neemt
ondersteuning, gemeente Rotterdam), Karen Klein Ikkink (kennismakelaar gemeente
om een en ander te interpreteren. Hoofdstuk 7 gaat in op de samenwerking tussen lbo’s
Rotterdam), Chris de Vries (onderzoeker, gemeente Rotterdam), Paul Dekker (Sociaal
onderling en tussen lbo’s enerzijds en (in)formele aanbieders en de gemeente Rotterdam
Cultureel Planbureau/hoogleraar Universiteit van Tilburg), Lucas Meijs (hoogleraar
anderzijds. In hoofdstuk 8 staat de motivatie van vrijwilligers centraal: waarom doen
Erasmus Universiteit Rotterdam), Guido Walraven (lector Hogeschool InHolland) en
ze wat ze doen? Vervolgens brengen we in hoofdstuk 9 in kaart hoe groot de vrijwillige
Herman Noordegraaf (emeritus hoogleraar Protestantse Theologische Universiteit in
inzet van lbo’s nou eigenlijk is in uren en hoe dat kan worden omgerekend naar euro’s.
Groningen). Deze commissie zag er op toe dat het onderzoek binnen de vastgestelde
We sluiten dit rapport af met een slotbeschouwing in hoofdstuk 10, waarin het consor-
kaders van de onderzoeksopdracht werd uitgevoerd. Daarbij was de commissie een
tium als geheel conclusies trekt en enkele aanbevelingen doet.
klankbord voor de onderzoekers en gaf gevraagd en ongevraagd advies gedurende het onderzoek tot en met het eindresultaat. Dit rapport is geschreven door de onderzoekers van het Verwey-Jonker Instituut. Alleen steeds in de laatste paragraaf van hoofdstuk 3 t/m 9 en in de slotbeschouwing in hoofdstuk 10 zijn we als consortium aan het woord, waarbij we ook de input van de klankbordgroep meenemen.
9
2
De context: ontwikkelingen rond (de maatschappelijke rol van) levensbeschouwing en religie
Dit hoofdstuk biedt context voor de resultaten uit ons onderzoek door op hoofdlijnen
Tussen de verschillende cijfers bestaan overigens de nodige verschillen, afhankelijk van
stil te staan bij (onderzoek naar) langjarige trends rond religie en levensbeschouwing
de gekozen vraagstelling, de gekozen terminologie en de wijze waarop bijvoorbeeld
onder de bevolking en over levensbeschouwelijk geïnspireerde vrijwillige inzet in de
wordt doorgevraagd naar tot welke verschillende stromingen binnen het christendom
samenleving. Waar mogelijk bespreken we daarbij ook gegevens over Rotterdam waarbij
men zich rekent. Het CBS experimenteert met verschillende varianten en voert op basis
ook aandacht wordt besteed aan de wijze waarop levensbeschouwelijke organisaties en
daarvan (kleine) aanpassingen door. Zo is (pas) recent de categorie ‘immigranten-
hun activiteiten in het gemeentelijk beleid aan de orde komen. In de hoofdstukken die
kerken’ toegevoegd (Schmeets, 2019).6
volgen wordt per thema verder ingegaan op inzichten uit eerder onderzoek. De positie van de humanistische levensbeschouwing in Nederland is een bijzondere in
2.1 Gegevens over ontwikkelingen in religie en levensbeschouwing in Nederland
vergelijking met veel andere landen. Vaak vormt het humanisme elders een tegenbeweging tegen de (al dan niet afbrokkelende) dominante van religies. In Nederland heeft het seculiere humanisme echter de gedaante aangenomen van een levensbeschouwelijke
De rol en plaats van religie in de samenleving is aan verandering onderhevig. Dat is
stroming met tal van instituties en veel nadruk op het bieden van geestelijke verzor-
iets van alle tijden en alle samenlevingen, maar geldt zeker ook voor de Nederlandse
ging. Die ontwikkeling paste binnen de verzuilde Nederlandse context. Ze ontvangt
samenleving in de laatste 50 jaar waarin de dominante trend de snelle secularisatie was.
eenzelfde behandeling van de overheid als de religieuze stromingen. Dat gaat meestal
Dat komt tot uitdrukking in cijfers: in de periode 2012-2017 rekende ongeveer de helft
niet gepaard met felle atheïstische kritiek op religie, maar met het benadrukken van
van de Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder zich tot een kerkelijke gezindte of
overeenkomsten, bijvoorbeeld in de aandacht voor zingeving in de zorg voor mensen
levensbeschouwelijke groepering. Afgaande op het meest recente (statistisch) onder-
in kwetsbare situaties.7 8 9 Het is niet bekend hoeveel mensen in Nederland zichzelf als
zoek door het CBS op dit terrein, is dit aandeel teruggelopen, aangezien het net voor de
humanist bestempelen. Ouder onderzoek schat dat een half miljoen Nederlanders de
eeuwwisseling nog rond de 60 procent lag. Bijna een kwart van alle Nederlanders geeft
humanistische ideeën aanhangt (Lammerts & Hakvoort, 2004).10 De waardering voor
aan katholiek te zijn, 15 procent noemt zich protestants, 5 procent moslim en 6 procent
het gedachtegoed zal waarschijnlijk hoger liggen.
rekent zich tot een ander gezindte waaronder 0,6 procent Joods, 0,5 procent Hindoe en 0,1 procent Boeddhist. Een op de zes mensen met religieuze binding bezoekt ten minste een keer per maand een religieuze dienst, maar ook dat aandeel neemt verder af. Het
6
In deze rapportage spreken we over ‘internationale kerken’ of over ‘internationale en migrantenkerken’, in navolging van het gebruik van deze termen binnen de levensbeschouwelijke gemeenschappen en organisaties. Gebruik van deze termen sluit ook aan bij het feit dat veel Nederlanders met een migratie achtergrond die hier geboren zijn de kerken bezoeken (en dus niet als immigranten gezien kunnen worden) en dat daarnaast ook steeds meer Nederlanders zonder migratie achtergrond deel uit maken van deze geloofsgemeenschappen.
7
https://www.trouw.nl/nieuws/humanisten-softer-dan-ooit~b054b4b6/.
8
https://www.humanistischverbond.nl/humanisme/humanisme-in-nederland/.
9
https://nl.wikipedia.org/wiki/Humanisme_(levensbeschouwing).
aandeel van Nederlanders dat tot een religieuze groep behoort loopt wel de laatste jaren iets langzamer terug dan eerder, maar het proces schrijdt gestaag voort, vooral onder mensen die toch al een lagere betrokkenheid bij hun geloofsgemeenschap hadden. (Schmeets, 2019, Schmeets, 2018).
10 https://www.humanitas.nl/.
10
Lidmaatschap
Soms maken ze tevens deel uit van een internationaal netwerk. Uitzondering vormen de
Waar het CBS mensen vraagt of men zichzelf tot een religieuze groepering rekent, kijkt,
RK-migrantenparochies die integraal deel uitmaken van de RK-kerk (zoals in Rotterdam
ook via langlopend onderzoek, het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) naar ontwik-
de Poolse, Kroatische en Surinaamse parochies en de Spaans en Portugeessprekende
kelingen in formeel, door de gevestigde Nederlandse kerken geregistreerd lidmaatschap.
parochies) of de migrantengemeenschappen die deel uit maken van de ‘gewone’ terri-
Daaruit blijkt dat het lidmaatschap van de grootste Nederlandse kerken snel terugloopt.
toriale RK-parochies of van hun voorzieningen gebruikmaken. Deze groep is groeiend
Tien jaar geleden waren er nog zo’n 7 miljoen kerkleden en dat aantal is anno 2017
in Nederland (De Hart & Van Houwelingen, 2018, Davelaar et al., 2012) en zeker ook in
gedaald naar zo’n 6 miljoen (Kuyper et al., 2019). De afname onder de verschillende
Rotterdam (Davelaar & Van den Toorn, 2010). In geografisch opzicht zijn deze kerken
11
meer behoudende protestantse kerken
is daarbij geringer, soms is er in die hoek
sowieso sterk geconcentreerd in de grotere Nederlandse steden.
sprake van een lichte toename van het lidmaatschap. Het SCP komt, door een verschil in onderzoeksmethoden overigens tot lagere percentages voor kerkelijke betrokkenheid
Bijwonen bijeenkomsten
(De Hart & Houwelingen, 2018).
Tussen de gezindten bestaan grote verschillen in deelname aan religieuze bijeenkomsten. Het aandeel van mensen dat regelmatig (minstens één keer per maand) een reli-
Net als binnen het christendom zijn er binnen de islam vele stromingen. Het overgrote
gieuze bijeenkomst bijwoont bedroeg in 2017 bij de katholieken 14 procent12, onder
deel van de Nederlandse moslims is soenitisch. Het deel van de Nederlanders dat zich
Protestanten is dat 60 procent en 42 procent van de moslims bezoekt regelmatig een
tot de islam rekent nam licht toe met een half procentpunt (Schmeets, 2018). De islam is
gebedsdienst (Schmeets 2018: 8). De meerjarige trend (2012-2017) laat eenzelfde beeld
daarmee met een aanhang van 5 procent van de bevolking van 15 jaar en ouder de derde
zien, met een kleine terugloop in kerkbezoek die geheel door afnemend kerkbezoek aan
geloofsgroep in Nederland na katholieken en protestanten, waarbij het waarschijnlijk is
katholieke zijde toegeschreven kan worden. Onder de Protestanten is het kerkbezoek
dat er inmiddels meer moslims wonen in Nederland dan uit onderzoek blijkt (Smeets,
heel licht gegroeid, onder moslims over die periode gelijk gebleven (Schmeets, 2018: 8).
2018, Huijnk, 2018).
Het moskeebezoek van moslims ligt wel hoger dan 20 à 15 jaar geleden, toen nog een duidelijke afname van moskeebezoek onder moslims werd geconstateerd (Schmeets et al, 2009, Dekker en De Hart, 2006).
Uit de onderzoeken van CBS en SCP valt in kwantitatieve zin nauwelijks iets op te maken over de groei van de aanhang van zogenaamde internationale of migrantenkerken. Dat zijn kerken die veelal onafhankelijk opereren of soms (licht) geassocieerd zijn met oorspronkelijk Nederlandse kerken.
11
De verschillende oude christelijke kerken met een gereformeerde grondslag, zoals onder andere de kerken afkomstig uit de Gereformeerde Bond binnen de toenmalige Hervormde kerk, de christelijk-gereformeerde kerken en de Gereformeerde Gemeenten. De Gereformeerde Bond bestaat nog steeds. Maar nu binnen de Protestantse Kerk in Nederland. Wel is een deel van de Gereformeerde Bond niet meegegaan met de kerkfusie in 2004. Dat leidde tot het ontstaan de Hersteld Hervormde Kerk. Voorts is het: Christelijke Gereformeerde Kerken. Te noemen bij de ‘oode’ kerken op gereformeerde grondslag zijn ook de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt.
12 De RK-kerk gaat overigens zelf uit van 4 à 5 procent van haar ingeschrevenen die minstens één keer per maand een kerkdienst bezoekt. Het verschil kan zitten in het feit dat minder mensen aan CBS melden dat ze katholiek zijn dan dat er nog formeel ingeschreven staan bij de Rooms-Katholieke kerk. Zie: https://www.rkkerk.nl/kerk/kerkprovincie/kerncijfers/.
11
Religieuze betrokkenheid hangt samen met persoonskenmerken, laten statistische
In algemene zin kan vastgesteld worden dat er in Nederland een opleving gaande is in
analyses door het CBS op basis van bevolkingsonderzoek zien. Zo tonen vrouwen,
aandacht voor zingeving. Met name in zorg en welzijn wordt onderkend dat een goede
ouderen, gehuwden en verweduwden, lager opgeleiden en mensen met een niet
kwaliteit van leven, samenhangt met de vraag of mensen doel aan hun (dagelijkse) leven
westerse migratieachtergrond een beduidend grotere religieuze betrokkenheid dan
kunnen geven. Dat geldt voor vrijwel alle groepen die (tijdelijk) een steuntje in de rug
mannen, jongeren, gescheiden en ongehuwde personen, hoger opgeleiden, en mensen
nodig hebben, zoals jongeren zonder werk of afgeronde opleiding of kwetsbare ouderen
met een Nederlandse achtergrond of een westerse migratieachtergrond. Ook verschilt
met een klein netwerk (zie bijvoorbeeld Davelaar et al., 2013). Maar ook vrijwilligers en
de betrokkenheid bij religie sterk tussen regio’s (Schmeets, 2016).
informele hulpverleners geven steeds weer aan dat ze zingeving (willen) ontlenen aan hun inzet (De Klerk et al., 2014).
Andere gedaantes Kwantitatieve overzichten geven een belangrijk maar slechts algemeen beeld van de
Het is duidelijk dat over secularisatieprocessen en de reacties daarop, heel veel
grote trends. Een grote beperking, zo zeggen critici, is dat ze religiositeit of religieuze
verschillende verhalen te vertellen zijn, zoals de gezaghebbende politiek filosoof
binding gelijkstellen aan het bezoeken van religieuze bijeenkomsten. Zij zeggen dat
Charles Taylor (2007) laat zien. De geïnstitutionaliseerde levensbeschouwingen staan
religie in Nederland transformeert en dat statistieken maar een deel van de religieuze
in West-Europa en andere delen van de wereld onder druk en nemen andere gedaanten
werkelijkheid laten zien: er zijn ook mensen die zich religieus of gelovig noemen en die
aan en onder invloed van de moderniteit en migratie wordt het religieuze landschap
niet naar een gebedshuis gaan of mensen die hun eigen religieuze cocktail samenstellen
meer divers. In de zoektocht van individuen en gemeenschappen naar identiteit en
(multiple religious belonging) (Berghuijs, J., Schilderman, H., Van Der Braak, A., &
zingeving in de huidige samenleving speelt evenwel geloof in allerlei (veranderende)
Kalsky, M. (2018). Hoewel hierover nog niet veel cijfers beschikbaar zijn, zou dat onge-
gedaanten nog steeds een grote rol. Hans Boutellier constateert in lijn daarmee dat
13
mensen zelf coherentie zoeken in wie ze zijn en wat ze geloven. Uit het volgens hem in
veer een kwart van de bevolking kunnen zijn.
grote lijnen geslaagd seculier experiment dat de Nederlandse samenleving heeft doorOok wordt erop gewezen dat ‘je geloof praktiseren’ kan door bezoek aan een gebeds-
gemaakt, trekt hij wel als belangrijke les dat ‘geloofsaanspraken zich niet principieel
huis, maar (ook) op andere manieren. Mensen die geen religieuze diensten (meer)
onderscheiden van andere aanspraken op de waarheid. Het seculiere argument heeft
bijwonen, kunnen wel religieus geïnspireerd zich inzetten voor de samenleving, óók
geen alleenrecht. Het komt er vooral op aan elkaar te bevragen op wat voor de ander
binnen levensbeschouwelijke organisaties (zoals ook niet gelovigen vrijwilliger zijn
van waarde is.’ Boutellier, 2015: 210).
binnen deze organisaties).
13
https://www.trouw.nl/religie-filosofie/nederland-wordt-minder-kerkelijk-maar-is-volop-religieus~b06fbfd5d/.
12
2.2 Gegevens over levensbeschouwing en religie in Rotterdam
Ook voor Rotterdam geldt dat de omvang van het aantal mensen met religieuze binding
Wat zijn de ontwikkelingen in Rotterdam? De gemeente Rotterdam verzamelt zelf geen
of tempelbezoekers. De oriëntatie van de gemeenschappen is cruciaal, evenals de interne
cijfers over hoeveel inwoners zich als aanhanger van een religie rekenen, religieuze
organisatorische kracht om mensen uit de eigen gemeenschap of anderen daarbuiten
betrokkenheid van de inwoners, lidmaatschap van of deelname aan activiteiten van reli-
terzijde te kunnen staan én tenslotte de vraag of er - ten behoeve van Rotterdam en de
gieuze organisaties (wél over levensbeschouwelijke binding in relatie tot vrijwilligers-
Rotterdammers als collectief – samengewerkt wordt tussen overheid, formele aanbie-
werk, zie hieronder). Uit de CBS statistieken, zie tabel 2.1, blijkt dat religieuze binding in
ders van ondersteuning en (georganiseerde) informele hulp en vrijwillige inzet vanuit
Rotterdam gelijk is aan die in Nederland als geheel en beduidend hoger dan in Amsterdam
de gemeenschappen (Davelaar & van den Toorn, 2010).
nog steeds aanzienlijk is, en daarmee alleen al een factor van betekenis. De maatschappelijke impact hangt uiteraard van veel meer zaken af dan aantallen kerkleden of moskee
en Utrecht. Daadwerkelijke deelname aan religieuze diensten ligt in Rotterdam het hoogst
2.3 Gegevens over levensbeschouwelijke binding en (vrijwillige) maatschappelijke inzet
van de vier grootste gemeenten en ligt boven het landelijke gemiddelde. Met Den Haag kent Rotterdam bovendien de hoogste mate van religieuze diversiteit van de G4. Tabel 2.1 Religieuze binding en bezoek religieuze diensten Nederland en G4, periode 2010-2015
Uit internationaal onderzoek blijkt dat religie een belangrijke factor in de samenleving
Nederland
Rotterdam
Amsterdam
Utrecht
Den Haag
is. Mensen met een religieuze binding participeren meer dan gemiddeld in de samen-
Geen religieuze binding
50,1%
50,0%
62,2%
61,0%
49,6%
leving, zijn actiever in informele hulp en zorg, doneren meer dan gemiddeld aan goede
Wel religieuze binding
49,9%
50,0%
37,8%
39,0%
50,4%
doelen en zijn vaker actief als vrijwilliger (Bekkers en Schuyt, 2010; De Hart, 2014;
Rooms katholiek
23,7%
14,9%
11,2%
12,3%
14,9%
Protestants
15,5%
10,8%
5,8%
10,5%
9,5%
Islam
4,9%
13,7%
12,1%
9,9%
14,7%
Anders
5,7%
10,6%
8,7%
6,3%
11,3%
Bezoek van religieuze dienst (min. 1x per maand)
16,5%
18,0%
12,0%
13,0%
16,1%
2010-2015
Waarvan
Putnam en Campbell, 2010; Putnam, 2000, Schmeets, 2015, Schmeets, 2019 ). Vooral de religieuze groepen die regelmatig een gebedsdienst bijwonen, onderscheiden zich door meer participatie in de samenleving en door een hogere mate van vertrouwen in de medemens en in maatschappelijke en politieke instituties. Van de religieuze stromingen waarvan het CBS tot dusverre gegevens bijhoudt geldt dit het sterkst voor leden van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) (Smeets, 2019).
Bron: CBS, bewerking door auteurs.14
Wie spreekt over de maatschappelijke rol van religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen en verbanden, spreekt over vrijwillige inzet, alleen al omdat de rol van betaalde krachten in deze sector heel beperkt is (Davelaar et al, 2017, Van den Toorn et al, 2018).
14 Voor deze tabel zijn drie categorieën protestanten samengevoegd en is ‘kerkbezoek’ vervangen door ‘bezoek aan een religieuze dienst’ en is ‘kerkelijke gezindte’ vervangen door ‘religieuze binding’. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/51/helft-nederlandersis-kerkelijk-of-religieus https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2016/51/de-religieuze-kaart-van-nederland-2010-2015.
Het SCP stelde recent, in navolging van een lange reeks onderzoeken, dat het percentage 13
vrijwilligers onder de bevolking grotendeels stabiel is gebleven in de afgelopen jaren.15
Cijfers vrijwilligerswerk Rotterdam
Ook een terugkerend gegeven is dat middelbare/oudere, hoger opgeleide en religieuze
De Rotterdamse cijfers over vrijwilligerswerk zijn behoorlijk in lijn met de landelijke.
mensen vaker wekelijks vrijwilliger zijn dan jongere, lager opgeleide en/of niet-religieuze
De Omnibusenquête 2019 (De Graaf, 2019) van de gemeente Rotterdam naar vrijwil-
mensen (Kuyper et al, 2019: 232-233). Dit is ook in lijn met veel ander onderzoek (Van
lige inzet en informele hulp laat zien dat 53% van de Rotterdammers van 13 tot en met
Houwelingen en Dekker 2017, De Hart & Van Houwelingen, 2018). Actieve kerkgangers
75 jaar wel eens onbetaald werk op vrijwillige basis doet: 38% bood wel eens informele
zijn twee keer zo vaak vrijwilliger dan mensen die niet regelmatig naar een kerk gaan.
hulp (in de definitie van de Omnibusenquête: los van een organisatie), en 40% verrichtte vrijwilligerswerk in georganiseerd verband. Er is een grote overlap: 24% doet zowel aan
Ook het CBS rapporteert steeds (Smeets & Arends, 2017) een relatief grote rol van kerken
informele hulp als aan vrijwilligerswerk. In totaal zouden afgaande op deze enquête in
en levensbeschouwelijke organisaties op het gebied van vrijwilligerswerk: Sportvereni-
2019 ongeveer 205.000 Rotterdammers van 13 tot en met 75 jaar informele hulp hebben
gingen hebben het hoogste percentage vrijwilligers (15%), gevolgd door scholen (11%), de
geboden en ongeveer 210.000 mensen aan vrijwilligerswerk in georganiseerd verband
sector verzorging en verpleging (9%), kerken en levensbeschouwelijke organisaties (8%)
hebben gedaan. Dat komt, overlap meegerekend, neer op ongeveer 285.000 informele
en jeugdorganisaties (8%). Lastig in de duiding van deze percentages is wel dat mensen
helpers en vrijwilligers.
vrijwilligerswerk doen bij sportverenigingen, zorgorganisaties en bijvoorbeeld kerken of moskeeën, maar dat levensbeschouwelijke gemotiveerde vrijwilligers daarnaast vooral
Vrijwilligers zijn, ook in Rotterdam, het meest actief in sportorganisaties en in organi-
hun werk doen vanuit hun levensbeschouwelijke organisatie in buurt of wijk, bij zorgorga-
saties of instellingen voor hulp of bezoek aan zieken, bejaarden of gehandicapten. Ook
nisaties et cetera. Dit onderscheid wordt niet in alle (kwantitatieve) onderzoeken gemaakt.
doen deze vrijwilligers vaak op meerdere terreinen vrijwilligerswerk: gemiddeld in 2,1 soorten organisaties volgens de enquête.
Ook de tijd die mensen gemiddeld besteden aan maatschappelijke participatie (zoals vrijwilligerswerk, informele hulp en participatie binnen religieuze organisaties is over de periode 2006-2016 ongeveer gelijk gebleven, aldus het SCP (Kuyper et al, 2019). Ondanks de stabiliteit in vrijwillige inzet waarschuwen verscheidene auteurs voor de gevolgen van de voortschrijdende ontkerkelijking. Immers, als er steeds minder kerkelijk betrokken mensen zijn zal dat invloed gaan hebben op de omvang van het vrijwilligerswerk, de informele zorg en donaties aan goede doelen op een behoorlijk aantal plekken in de samenleving (zie bijvoorbeeld De Hart & Van Houwelingen, 2018).
15 https://digitaal.scp.nl/ssn2019/participatie.html.
14
Tabel 2.2 Deelnamepercentages vrijwilligerswerk naar soort, 1995 tot en met 2019. (bron: De Graaf, Omnibusenquête 2019, p.11) SOORT VRIJWILLIGERSWERK
1995
1997
1999
2001
2003
2005
2007
2009
2011
2013
2015
2017
2019
Hulp/bezoek zieken, bejaarden, gehandicapten
5%
4%
-
7%
7%
5%
6%
7%
6%
8%
6%
10 %
11 %
Andere hulp- en dienstverlening
2%
1%
-
1%
1%
2%
2%
2%
2%
3%
2%
3%
3%
Kinderopvang
2%
1%
-
4%
4%
3%
2%
2%
2%
3%
2%
2%
4%
Jeugd- en jongerenwerk
4%
4%
-
5%
3%
3%
3%
3%
4%
4%
5%
5%
6% 8%
Onderwijs
4%
5%
-
5%
5%
5%
6%
5%
5%
6%
7%
7%
Kerk, moskee, levensbeschouwende organisatie
7%
7%
-
8%
8%
7%
8%
8%
7%
10 %
9%
10 %
7%
Politieke organisatie
1%
2%
-
2%
1%
1%
2%
2%
2%
2%
1%
3%
2%
Beroeps- of belangenorganisatie
3%
3%
-
3%
2%
2%
3%
3%
3%
3%
3%
3%
5%
Vrouwenorganisatie
1%
1%
-
3%
2%
2%
2%
1%
2%
2%
2%
2%
2%
Culturele organisatie
3%
3%
-
5%
4%
3%
3%
3%
5%
5%
5%
5%
7%
Sportorganisatie
9%
9%
-
1 0%
9%
9%
9%
8%
8%
10 %
10 %
11 %
12 %
Actie- of mileugroep
2%
1%
-
2%
1%
2%
2%
2%
2%
2%
2%
3%
4%
Overige organisaties
7%
7%
-
8%
8%
7%
8%
8%
10
10 %
9%
13 %
12 %
Totaal
30 %
30 %
-
32 %
33 %
30 %
31 %
30 %
32 %
36 %
34 %
37 %
40 %
Gemiddeld aantal soorten
1,6
1,6
-
1,7
1,7
1,8
1,8
1,9
1,8
1,9
1,9
2,1
2,1
RESPONS
1.437
1.338
-
1.567 %
1.698
6.837
6.837
4.185
2.692
2.948
2.732
1.609
896
Zoals tabel 2.2. laat zien neemt het vrijwilligerswerk bij organisaties of instellingen
Naast het feit dat kerk/moskee hier expliciet genoemd worden weten we uit ander
voor hulp of bezoek aan zieken, bejaarden of gehandicapten de laatste jaren toe; het
onderzoek ook dat vrijwilligers actief in levensbeschouwelijke organisaties vaak vrij-
vrijwilligerswerk in religieuze of levensbeschouwelijke organisaties (waarbij geen
willigerswerk doen op plekken waar hulp en informele zorg geboden wordt (Castillo
hulpverlening bedoeld is) is dit jaar afgenomen, maar bevindt zich op hetzelfde
Guerra et al., 2008, Jager-Vreugdenhil, 2012). Ook het eerder aangehaalde onderzoek
niveau als tussen 1995 en 2011 en blijft een belangrijke categorie. Een deel van
van SCP en CBS laat zien dat mensen aangesloten bij religieuze of levensbeschouwe-
de vrijwillige inzet vanuit kerken en moskeeën zal bovendien juist wel hulpverle-
lijke (christelijke) organisaties bovengemiddeld vaak (ook) elders vrijwillig actief zijn
ning betreffen en ook onder de categorie ‘Hulp/bezoek zieken’ zijn ingevuld. In de
(Schmeets, H. en Arends J., 2017). Uit de Omnibusenquête blijkt verder dat vrijwilli-
enquête is die antwoordcategorie namelijk omschreven als ‘Vrijwilligersorganisatie
gerswerk vaker wordt verricht door alleenwonenden, Rotterdammers met kinderen,
of instelling speciaal voor hulp en bezoek aan zieken, bejaarden of gehandicapten
hoogopgeleiden en Rotterdammers met een bovenmodaal huishoudensinkomen, en
(georganiseerde burenhulp, hulp via kerk/moskee, UVV, Rode Kruis, tafeltje-dek-je,
minder vaak door 45- tot 65-jarigen, samenwonenden zonder kinderen, laag opgeleiden
ouderenbus, Zonnebloem, in ziekenhuis, verpleeg- of verzorgingstehuis, gehandi-
en Rotterdammers met een niet-westerse migratieachtergrond (De Graaf, 2019: 11).
captenzorg, dagverblijf, gezinsverzorging, dienstencentrum, Ziekenomroep).’
De eerder aangehaalde landelijke onderzoeken van het SCP naar vrijwilligerswerk 15
laten eenzelfde ondervertegenwoordiging in vrijwilligerswerk zien van lager opge-
lijke organisaties aan de orde: in “Meer dan een dak”, wordt het werk van inloophuizen,
leide mensen (= deels ook armere mensen) en mensen uit migrantengemeenschappen.
het straatpastoraat, wijkpastoraat en kerk- en buurtwerk besproken, onder andere dat
Althans: zij zijn ondervertegenwoordigd in de statistieken. Verklaringen kunnen zijn
vanuit een negental bij het landelijk netwerk DAK aangesloten Rotterdamse locaties.
dat zij meer dan gemiddeld de handen vol hebben aan het hoofd boven water houden in
De recente landelijke inventarisatie Armoede in Nederland, biedt inzicht in het werk
de maatschappij en/of minder connectie hebben met maatschappelijke netwerken van
van kerken rond armoedebestrijding, schuldhulpverlening, voedselbanken en derge-
waaruit vrijwillige inzet wordt gestimuleerd. Ook is de vraag belangrijk wat mensen zelf
lijke (Bolwijn, 2019). Ook moet hier het onderzoek naar de rol van kerken bij de Wet
onder vrijwilligerswerk verstaan en of zij hun eigen inzet voor hun naasten of de bredere
maatschappelijke ondersteuning (Wmo) genoemd worden (Noordegraaf, 2012, 2014).
gemeenschap als vrijwilligerswerk bestempelen.
Verder worden in verscheidende onderzoeken Rotterdamse voorbeelden uitgediept of toegelicht. Waar relevant wordt daar in de verdere hoofdstukken nader op ingegaan.
2.4
Maatschappelijke inzet lbo’s in Rotterdam in eerder onderzoek 2.5
Levensbeschouwelijke organisaties en (Rotterdams) beleid
In verschillende publicaties is in het verleden ingegaan op de aspecten van de maatschappelijke inzet van levensbeschouwelijke organisaties in Rotterdam. We noemen hier de
Van verschillende kanten is gewezen op het unieke karakter en belang van de Rotter-
meest relevante: van oudere datum is het rapport De maatschappelijke rol van Rotter-
damse stedelijke infrastructuur voor ondersteuning van vrijwilligerswerk en andere
damse moskeeën (Canatan et al., 2003). Tel je Zegeningen (Castillo Guerra et al, 2008)
maatschappelijke initiatieven vanuit levensbeschouwelijke gemeenschappen en
kwam al in de inleiding ter sprake. In Geloof aan het werk (Davelaar & Van den Toorn,
verbanden in de stad (Engbersen & Lupi, 2015, Davelaar et al., 2011). Die structuur
2010), wordt een overzicht gegeven van de inzet van religieuze gemeenschappen en levens-
heeft in de afgelopen 20 jaar alle politieke turbulentie, verscherpte maatschappelijke
beschouwelijk geïnspireerde organisaties in de stad rond het bestrijden van armoede en
tegenstellingen en opeenvolgende reorganisaties in het sociale domein redelijk door-
sociale uitsluiting en de samenwerking met de overheid en welzijns- en zorginstellingen
staan. Ten opzichte van 10 jaar gelden is de politiek-bestuurlijke aandacht voor dit deel
daarbij. In Het belang van slow social work bespreken Engbersen en Lupi ((2015) van
van de Rotterdamse samenleving niet verminderd en het inzicht in de mogelijke waarde
kennis- en netwerkorganisatie Platform31 hoe religieuze organisaties een rol kunnen
voor de stad toegenomen. Zo is bij een grote heroriëntatie van de ondersteuningsstruc-
spelen in de vormgeving van een nieuwe aanpak van welzijnsfuncties in Rotterdam: er
tuur voor vrijwilligerswerk in de stad in 2013 waarbij een stedelijk vrijwilligerscentrale
is volgens de auteurs behoefte aan beroepskrachten die langdurig aanwezig zijn in de
werd gecreëerd, erkend dat het aanspreken en ondersteunen van de vrijwilligers uit
wijk, die present willen zijn (Baart, 2001) en geduldig aan verbindingen bouwen tussen
de levensbeschouwelijke gemeenschappen niet in het normale vrijwilligers ondersteu-
formele en informele zorg. De wijze waarop religieus geïnspireerde initiatieven in de wijk
ningswerk kon meegenomen worden. De – overigens steeds meer samenwerkende -
werken kan daarbij een voorbeeld zijn voor het reguliere welzijnswerk, naast het feit dat
stedelijke werkende stichtingen SPIOR, SKIN, Stichting Mara en Samen 010 bleven een
zij een rol zouden moeten hebben in het wijknetwerk van welzijn en (informele) zorg.
apart aanspreekpunt voor de gemeente.
In enkele landelijke onderzoeken komen aspecten van het werk van levensbeschouwe16
Op verschillende beleidsterreinen wordt de rol van levensbeschouwelijke organisaties
In Rotterdam is onder andere het Centrum voor Levensvragen in deze pilot betrokken.
expliciet benoemd. Zo participeert Rotterdam in een landelijke pilot rond geestelijke
Zowel via projectmatig aanbod (bijvoorbeeld Ouderdom komt met vragen van SPIOR
verzorging, voortvloeiend uit het plan van aanpak voor verbreding van de beschikbaar-
en het project Motto van Samen 010: bezoeken van deskundige vrijwilligers aan ouderen
heid van geestelijke verzorging en levensbegeleiding naar alle zorgdomeinen (VWS,
die verlangen naar betekenisvolle gesprekken over zingeving en levensvragen) als door
16
2018) en de verknoping ervan met beleidsprogramma’s als Thuis in het verpleeg-
een netwerk van vrijgevestigde geestelijke verzorgers met uiteenlopende levensbe-
huis, Langer thuis en Een tegen eenzaamheid. Nederland kent van oudsher geestelijke
schouwelijke achtergronden.17
verzorging binnen instituties als verzorgingsinstellingen, detentiecentra en het leger, maar de positie van de geestelijke verzorging daarbuiten, in de ‘gewone’ samenleving is
Ook het werk van religieuze gemeenschappen en door hen gedragen stichtingen en
niet geregeld. Het belang en de positie van geestelijke verzorging wordt door minister
projecten in de wijken – deels ondersteund door de stedelijke koepels – heeft een basis
De Jonge als volgt omschreven:
gekregen in het gemeentelijk beleid. Het meerjarig beleidsplan Nieuw Rotterdams Welzijn 2016-2019 benadrukt het belang binnen Welzijn van het wijknetwerk en de
“Ieder mens geeft betekenis en zin aan zijn of haar leven en de gebeurtenissen
focus op de wijk:
daarin. Daarbij kunnen mensen gesteund worden door structuren die er zijn inonze samenleving zoals de familie, het sociale netwerk, onderwijs, werk en
“Het wijknetwerk bestaat uit bewoners, hun netwerken, verenigingen, het
geloofsgemeenschappen. Het eigen vertrouwde netwerk kan in veel gevallen de
wijkpastoraat, de wijkverpleging, woningbouwcorporaties, formele- en informele
benodigde ondersteuning bieden, maar wanneer een sociaal netwerk ontbreekt
welzijn- en zorgaanbieders. Het wijknetwerk biedt de structuur voor bewoners die
of daar niet toe in staat is, kunnen reguliere zorgverleners, binnen de door hen
een steuntje in de rug nodig hebben. Dit uit zich in de kracht van bewoners die
geleverde zorg, op een dergelijke behoefte inspelen. Als vervolgens zowel het eigen
initiatief nemen, in ondernemerskracht (wijkeconomie) en hernieuwde religieuze
netwerk als de reguliere zorgverlening niet langer volstaan, bijvoorbeeld wanneer
kracht (o.a. levensbeschouwelijke en humanistische organisaties, migrantenkerken,
sprake is van ingrijpende veranderingen in het leven van mensen en/of wanneer zij
moskeeën).” (Gemeente Rotterdam, 2015: 8)
worstelen met vragen van existentiële aard, kan de geestelijk verzorger als expert worden ingeschakeld.”
16 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2018/10/08/kamerbrief-over-aanpak-geestelijke-verzorginglevensbegeleiding.
17 https://www.centrumlevensvragenrotterdam.nl/.
17
Het welzijnswerk, dat een ‘stevige worteling’ in de wijk wordt verondersteld te hebben
zorgverleners en de organisaties die hen ondersteunen belangrijke partners zijn die ook
heeft daarbij, afhankelijk van de maatschappelijke opgave, naar de rest van het wijknet-
goed betrokken moeten worden in afwegingen rond de mate van inzet van informele of
werk de rol van samenwerkingspartner, coproducent en opdrachtgever en moet het
juist formele ondersteuning van zorgvragers. Ook moet de mate van belastbaarheid van
wijknetwerk ‘aanjagen en stimuleren’. Het toewerken naar ‘coöperatieve samenwer-
informele zorgverleners goed in de gaten worden gehouden en moeten zij op voldoende
kingsverbanden’ in wijken is daarbij het streven.
ondersteuning kunnen rekenen (gemeente Rotterdam, 2018:17).
In het beter op elkaar laten aansluiten van langdurige zorg en welzijn (terreinen die
Tenslotte wordt ook op het punt van bevordering van de ontmoeting en dialoog tussen
deels aanvullend zijn, deels overlappen) liggen kansen voor effectievere dienstverlening
mensen met uiteenlopende visies en levensbeschouwingen, met uiteenlopende culturele
en efficiencyvoordelen. Mogelijkheden liggen er volgens de gemeente op het punt van
achtergronden een rol toegedicht aan lbo’s, zo valt te lezen in het Actieprogramma Inte-
doorstroom- en/of uitstroom van de (gespecialiseerde) tweedelijns zorg - naar onder-
gratie & Samenleven 2019 – 2022 (gemeente Rotterdam, 2019): “We faciliteren ontmoe-
steuning in de nulde lijn (wijkbewoners die elkaar ondersteunen onder begeleiding van
ting en dialoog tussen Rotterdammers over het omgaan met diversiteit, ongemak, sociale
welzijnswerk). Gedacht wordt aan het uitwerken van ‘de waakvlamfunctie’, “waarbij een
normen en dergelijke. (…) We investeren in een sterk netwerk van professionals en vrij-
(welzijns)makelaar, de maatschappelijk werker, of een vrijwilliger van een religieuze
willigers die de stad goed kennen. We ondersteunen kleine maatschappelijke en (religi-
organisatie, regelmatig contact onderhoudt met iemand die is uitgestroomd uit de tweede
euze of levensbeschouwelijke) organisaties die een inhoudelijke bijdrage leveren aan de
lijn.” Mogelijkerwijs kunnen de mensen waarmee zo contact is ook gaan aanhaken als
doelstellingen van dit actieprogramma en de burgers op een laagdrempelige manier bij
deelnemer of vrijwilliger bij activiteiten in de buurt (gemeente Rotterdam, 2015: 22).
elkaar weten te brengen. Vaak weten dit soort initiatieven Rotterdammers te bereiken die niet op stedelijke activiteiten afkomen. Door het betrekken van deze (vaak kleine) orga-
In de visie op Informele Zorg en Ondersteuning 2.0 “In Rotterdam doen we iets voor
nisaties is er contact en het gesprek met kwetsbare Rotterdammers mogelijk.” (Gemeente
een ander” (gemeente Rotterdam, 2018), worden religieuze organisaties expliciet
Rotterdam, 2019: 17).
benoemd als ondersteuners van de vele Rotterdammers die informele zorg en ondersteuning verlenen aan mensen in hun omgeving. De gemeente Rotterdam streeft naar een samenspel tussen informele en formele zorg18: informele en formele zorg en ondersteuning moeten elkaar aanvullen en versterken. En de formele zorg moet – meer dan voorheen, vandaar dat de gemeente spreekt over een ‘kanteling’ - vooral ondersteunend zijn aan de informele zorg en ondersteuning. Dat houdt ook in dat de informele