20bb18156 Bijlage 10.1 behorende bij 21bb1071 - Advies gebiedscommissie Kralingen - Crooswijk
Tekst van het document
Onderwerp: Reactie op gevraagd advies over beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp en LAT Gebied Kralingen Crooswijk
Retouradres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam
Het College van Burgemeester en Wethouders T.a.v. wethouders S. de Langen en mevr. J. Bokhove Postbus 70012 3000 KP ROTTERDAM 3000KP
Bezoekadres: Oostzeedijk 276 3063 CA ROTTERDAM Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Internet: http://www.rotterdam.nl/kralingencrooswijk Van: Gebiedscommissie Kralingen - Crooswijk Telefoon: 010 - 267 2199 E-mail: gebiedscommissies@rotterdam.nl Uw brief van: 13 mei 2020 Uw kenmerk: BS20/MO01583 Ons kenmerk: BSD-GbKC- /3617271 Bijlage(n): Datum: 15 juni 2020
3617271 Geachte wethouders De Langen en Bokhove, U heeft ons op 13-05-2020 gevraagd om advies te geven over beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp en LAT met referentienummer BS20/MO01583. De Gebiedscommissie Kralingen - Crooswijk heeft deze reactie in haar vergadering van 11 juni 2020 vastgesteld. Samenvatting documenten. Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp: Dit document heeft als werktitel ‘Heel de stad’. Dit kan op twee manieren worden geïnterpreteerd. Ten eerste als alle Rotterdammers die met elkaar wonen, werken en samenleven en Rotterdam groot maken. Maar het kan ook worden gelezen als een ‘helend’ proces voor en door de stad, de dieperliggende essentie van het mens zijn. De stad is bezig met het ‘heel worden’ op alle leefdomeinen. In het conceptbeleidsplan worden de hoofdlijnen van het lokale beleid, de gemeentelijke visie en doelstellingen op het gebied van preventie, jeugdhulp, sociale samenhang, maatwerkvoorzieningen en de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering beschreven. Drie groepen die extra aandacht nodig hebben staan in het beleidsplan centraal. Deze groepen zijn: investeren in een generatie Rotterdammers zonder achterstand, extra aandacht voor Rotterdammers in een kwetsbare positie en extra aandacht voor oudere Rotterdammers die langer thuis blijven wonen.
De drie thema’s worden in het beleidsplan verder uitgewerkt. Elk thema wordt afgesloten met een aantal beleidsvoorstellen. Lokale Agenda Toegankelijkheid: In dit document wordt ingegaan op welke wijze de gemeente werkt aan het toegankelijk maken van de stad voor iedereen. De gemeente streeft naar een fysiek, sociaal en informatietoegankelijk Rotterdam waar iedereen mee kan doen en zich welkom voelt, aldus het beleidsplan. Naast andere thema’s zijn communicatie en bewustwording de belangrijkste speerpunten in de LAT.
Blad:
Pagina 2 / 4
Over het algemeen vindt de gebiedscommissie Kralingen Crooswijk dat de gekozen integrale benadering aanspreekt. Tegelijkertijd resulteert het ook in een abstracte en onoverzichtelijke optelling van onderwerpen naast elkaar, waar vanuit de rol van gebiedscommissielid weinig over te zeggen is. Veel wordt gepresenteerd als nieuw, maar er is weinig verschil met hoe het nu geregeld is. De verschillen worden onvoldoende geëxpliciteerd of gemotiveerd. Er is volgens het beleidsplan nieuw beleid, maar de kosten mogen niet stijgen. Dit leidt tot de volgende vragen: - Ten koste van welk oud beleid gaat het nieuwe beleid dan? - Welke partijen in ons gebied zijn geconsulteerd over dit plan en wat was hun reactie/advies? - Het gaat nu om stedelijk beleid.
Op welke manier wil MO dit beleid operationaliseren zodat passende maatregelen wijkgericht kunnen worden ingezet? Worden de actuele cijfers uit de wijkprofielen en wijkagenda’s hierbij gebruikt, en zo ja hoe? Wordt het pakket voor de wijk ook getoetst aan de behoeften van de bewoners? Zo ja, hoe, zo nee, waarom niet? Kan de gebiedscommissie een rol spelen in die operationalisering, door actieve bewonersgroepen en informele organisaties te inventariseren en hen te betrekken bij de te maken keuzes? Hoe is het hoge rapportcijfer over de tevredenheid van bewoners tot stand gekomen? Specifieke beleidsterreinen: Jongeren: welzijn krijgt meer ruimte om aanwezig te zijn op (grote) plekken waar (veel) jongeren bij elkaar komen. De vermelding ‘grote’ lijkt wat minder voor de hand liggend. Jongeren zoeken voor zaken die niet gewenst zijn juist in kleine groepjes plekken op waar ze moeilijker te vinden zijn: de bekende locaties in de Esch bijvoorbeeld, en achter BlueCity. Maar ook op de Crooswijkseweg en op de Vlietlaan. Collectieve Wmo-ondersteuning: het streven is om (nog) meer zorg collectief te gaan regelen. Om welke vormen van zorg en ondersteuning gaat dit precies, en méér ten opzichte van wat? Zorg in samenhang: wij dachten dat er nu ook al zorg in samenhang is.
Waar lukt dat nog niet? Welk verschil is er tussen de nieuwe samenhangende aanpak en de aanpak die er nu is? Coronacrisis De Coronacrisis heeft de afgelopen maanden duidelijk gemaakt dat naast de gezondheidsproblematiek er ook een grote invloed is geweest op de financiële situatie, het welzijn van mensen en de sociale ongelijkheid. Verder is gebleken dat er een groot beroep is gedaan op vrijwilligers en mantelzorger en zijn er knelpunten ontstaan in het systeem. Er is een breed gedragen consensus om economisch herstel te koppelen aan de andere maatschappelijke uitdagingen om ook op het gebied van gezondheid, sociale ongelijkheid en duurzaamheid stappen te zetten. Dit vraagt om een goede analyse van wat wel en niet heeft gewerkt en vraagt om een goede impactanalyse van de gevolgen van de COVID 19 crisis, niet alleen op het niveau van de stad maar ook op het niveau van wijken en buurten. Wat betekent dit voor de onderscheiden doelgroepen, wat is de ambitie en welke maatregelen en interventies zijn effectief in het bereiken van deze doelstellingen. Verder is gebleken uit het onderzoek van de verkenner “Rotterdam uit de crisis” dat wij er met zijn allen uit moeten komen. Met de nadruk op samenwerking met bewoners en ondernemers, maatschappelijke en professionele organisaties en de gemeente.
Blad:
Pagina 3 / 4
Er is een behoefte aan echte participatie, minder bureaucratie en een houding van “het kan”. Dit betekent meer samenwerkingsgericht sturen en werken, goede communicatie en vertrouwen hebben in elkaar. Ook qua houding en gedrag, in alle geledingen en tussen diensten, de samenleving en politiek. Op basis van bovenstaande hebben we de volgende vragen: Is er overwogen om i.v.m. de coronacrisis eerst te onderzoeken wat de daadwerkelijke impact is van het COVID-19 virus, alvorens deze beleidsnota aan GC’s ter advisering aan te bieden. De crisis roept veel vragen op over wat wel of niet kan, heeft laten zien wat de zwakke plekken in het systeem zijn en zal waarschijnlijk leiden tot een grotere hulpvraag en inzet op het vlak van welzijn, jeugdhulp en zorg. De beleidsnota is erg ambitieus, moet budgetneutraal zijn, ondanks waarschijnlijk grotere vraag. Dus welke keuzes gaan er gemaakt worden en wat is de maatschappelijke impact hiervan. Veel gemeenten overwegen aanbestedingen uit te stellen. Is het niet veel verstandiger eerst zicht te krijgen op de nieuwe opgave, dus misschien meer tijd in te bouwen in het proces, dan te kijken naar mogelijke effectieve oplossingen en maatregelen en interventies en hier d.m.v. dashboards actief op te sturen. Meer grip en sturing op programma’s en projecten. De beleidsnota is moeilijk leesbaar voor niet professionals.
Dit komt het participatieproces niet ten goede. Het is te lang, te inhoudelijk en we missen een samenvatting, er zijn geen informatieavonden geweest. Professionals zijn geconsulteerd maar hoe heeft de communicatie met informele netwerken, vrijwilligers en maatschappelijke organisaties plaatsgevonden en hoe ziet men communicatie en participatieproces voor ogen bij de gebiedsgerichte uitwerking en operationalisering naar de gebieden en hoe worden deze partijen betrokken bij de consultatie over de in te zetten maatregelen, programma’s en interventies. Hoe gaan we echt tweebenig samen werken. Ook gebiedscommissies faciliteren activiteiten en initiatieven op het gebied van welzijn, jeugd en preventie. Meer afstemming en integrale samenwerking op dit vlak in wijken of gebieden zou fijn zijn. Te vaak in het verleden kreeg de GC aanvragen vanuit MO waarvoor in het cluster geen geld was, met het verzoek om ondersteuning. In de gehele beleidsnota komt het woord gebiedscommissie niet voor. Als we echt werk willen maken in samenwerkingsgerichtheid, voorbeeldrol naar de samenleving en echt werk willen maken van Rotterdam samen, uit de crisis is hier nog veel te winnen. Graag een reactie vanuit MO hoe men hiernaar kijkt en waarom de GC’s wijkraden en wijkcomités, zijnde een onderdeel van de lokale democratie, nergens als stakeholder, partner of partij worden genoemd
Tot slot Op basis van bovenstaande opmerkingen kunnen we niet aan uw verzoek, het geven van advies op het conceptbeleidsplan, voldoen. Wij zien expliciet een adviesrol voor de gebiedscommissie weggelegd bij het operationaliseren van vastgesteld stedelijk beleid naar de maatschappelijke opgaven en uitvoering in ons gebied. Hiervoor is wel meer inzicht nodig in het palet waar we uit kunnen kiezen, de maatvoering (collectief versus maatwerk) en hoe men het participatieproces in deze operationaliseringsfase ziet. Derhalve dienen de hierboven genoemde punten/ opmerkingen slechts als reactie op het conceptbeleidsplan opgevat te worden.
Blad:
Pagina 4 / 4
Graag ontvangen wij uw reactie binnen 6 weken. Ook worden wij graag op de hoogte gehouden van verdere besluitvorming. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, namens de gebiedscommissie Kralingen – Crooswijk,
J. de Reus, Wijkmanager
L.A. van Overdam, Technisch voorzitter