CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20bb18032 Bijlage 10.13 behorende bij 21bb1071 - Advies gebiedscommissie Prins Alexander

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 15.1 Het voorstel tot vaststelling van het Rotterdamse beleidsplan voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2021-2026 ‘Heel de stad’, alsmede de Lokale Agenda Toegankelijkheid.1.770 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderwerp: gevraagd advies over het Beleidsplan maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp en LAT Gebied Prins Alexander Bezoekadres: Prins Alexanderplein 6 - 21 3067 GC ROTTERDAM Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Internet: http://www.rotterdam.nl/prinsalexander Retouradres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam

GEMEENTE ROTTERDAM College van Burgemeester en Wethouders Postbus 70012 3000 KP ROTTERDAM 3000KP

Van: Gebiedscommissie Prins Alexander Telefoon: 010 - 267 2538 E-mail: gebiedscommissies@rotterdam.nl Uw brief van: 13 mei 2020 Uw kenmerk: GB-20MO01583 Ons kenmerk: BSD-DV-3509320/3624863 Bijlage(n): -Datum: 24 juni 2020

3624863 Cc: info@griffie.rotterdam.nl

Geachte wethouders, U heeft ons op 13-05-2020 gevraagd om advies te geven over Beleidsplan maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp en LAT met referentienummer 20MO01583. De Gebiedscommissie Prins Alexander heeft dit advies in haar vergadering van 23-06-2020 vastgesteld. Ons advies is: Wij hebben uitstel verzocht en verkregen, waarvoor dank. Het beleidsplan begint met de beschrijving van de zorg en hulp, met de financieringsbronnen. Het rapport signaleert een reeds bestaande en zich verder ontwikkelende toename van gevraagde hulp en heeft perspectieven om de daaraan gekoppelde problemen te lijf te gaan. Een belemmerende factor wordt gevormd door de gelijkblijvende budgetten vanuit de Rijksoverheid. Rotterdam verwacht, net als andere gemeenten, voor de komende jaren substantiële verschillen tussen de middelen die er voor Wmo 2015 en Jeugdhulp zijn vanuit rijksmiddelen en de verwachte uitgaven. Kortom, een beleidsplan met ambitie en duidelijk financiële beperkingen. Onze suggestie is om te onderzoeken in hoeverre veerkracht en probleemoplossend vermogen van mensen versterkt kan worden zodat de groeiende hulpvraag kan afnemen. Ook de suggestie dat elk probleem aangepakt kan en zal worden kan/dient vermeden worden. We realiseren ons dat dit geen eenvoudige vraag is en we zijn bereid daarover mee te denken.

Voor we overgaan tot de beantwoording van een aantal van de gestelde vragen (blauwe tekstkleur), eerst enkele opmerkingen. De omvang van het Beleidsplan en de Agenda zijn dermate groot en inhoudelijk omvangrijk dat het ons niet gelukt is alles grondig door te nemen en in samenhang te zien met reeds lopende programma’s en aanpalende beleidsplannen. Een advies van ons aan u is om rapporten in omvang en hoeveelheid te beperken.

Blad: Datum:

Pagina 2 / 4 24 juni 2020

We begrijpen de wil om beleidsterreinen met elkaar te verbinden en zien daar de voordelen van in. De werkbaarheid en mogelijkheid tot verwerken van de informatie zijn voor ons echter ook punten die meetellen. Daarnaast zijn de vragen die u heeft opgesteld en waarvan u vraagt om ons advies op te baseren voor wat betreft het Beleidsplan van een onzes inziens te groot beleidsmatig karakter. In het beleidsplan wordt veel verwacht van de Huizen van de Wijk (verder aangeduid als HvdW). Zij kunnen zeker een rol spelen, en doen dat natuurlijk ook al maar ze zijn tegelijkertijd voor ouderen die moeilijk ter been zijn soms moeilijk bereikbaar omdat ze te ver weg van de woning liggen. Het gebruik van de recreatieruimte in seniorencomplexen of soortgelijke woonvormen kan een goede en onmisbare aanvulling zijn. Ook zogenoemde huiskamers van de wijk, kerken, (ouderen)clubs, e.d. kunnen in deze behoefte voorzien. Daarnaast geeft u aan in de HvdW ook plek voor jongeren in te willen ruimen. Positief om jongeren weer een plek te geven en een bijkomend pluspunt daarvan is dat de HvdW - voor zover dat nu nog niet aan de orde is - op meerdere tijdstippen gebruikt kunnen gaan worden, denk aan avonden weekendprogrammering voor jongeren. Wel moet de combinatie van jongeren en ouderen op een plek goed begeleid en gemonitord worden.

In een ideale situatie kunnen hieruit buurtnetwerken van jongeren en ouderen gevormd ontstaan waarin een ieder de eigen vaardigheden en kennis kan inbrengen. Kinderwerk komt terug in alle gebieden. Ook dit zien we als een toe te juichen ontwikkeling en we hopen dat dit, behalve plezier voor de kinderen, ook impact heeft op mogelijke problemen bij ouders en kinderen: vroege signalering en zo nodig opschalen naar passende (opvoed)hulp. In het beleidsplan wordt gesteld dat burgers steeds vaker het initiatief nemen om bepaalde activiteiten op zich te nemen en dat sportclubs en culturele instellingen zich meer en meer bezig houden met de ontwikkeling van mensen, al dan niet in achterstandssituaties. Een positieve ontwikkeling – mede vanuit het oogpunt van kostenbeheersing - maar laten we waken voor een al te groot beroep op de vrijwilligers die dit uitvoeren. Als laatste een opmerking over de verbinding van diverse beleidsterreinen. Zoals we al aan hebben gegeven is dat een goede ontwikkeling waarbij we de aandacht willen vestigen op het eigenaarschap: wie draagt de verantwoordelijkheid? en hoe gaat de verbinding vorm krijgen? Nu gaan we over tot de beantwoording van enkele vragen.

(De keuze om een aantal vragen niet en deze deze vragen wel te beantwoorden is gelegen in de te abstracte vraagstelling.) Jongeren, behorend tot de prioritaire groep Generatie zonder Achterstanden, bewegen zich steeds flexibeler door de stad. Welzijn krijgt meer ruimte om aanwezig te kunnen zijn op (grote) plekken waar (veel) jongeren elkaar ontmoeten en werkt meer samen met scholen en richt zich meer dan nu het geval is op de offline én online leefwereld als vindplaats. Verwacht u dat welzijn hierdoor beter kan inspelen op plekken in uw omgeving waarvan u het gevoel heeft dat zij door jongerenoverlast onveilig zijn? Ja, dat verwachten wij. Er is veel wegbezuinigd qua jongerenwerk en jongerencentra. Dat kan nu hersteld worden. We juichen deze ontwikkeling toe. In buurten en op straat investeren we in versteviging van het pedagogisch klimaat. Welzijn wordt hierin partner van de scholen en draagt actiever bij aan Positive Behavior Support (een positief opvoed- en opgroeiklimaat).

Blad: Datum:

Pagina 3 / 4 24 juni 2020

Voor welke plek in uw gebied/wijk ziet u hiervoor de grootste potentie c.q. welke plek ziet u als aandachtbuurt? De plekken wisselen. In Ommoord bijvoorbeeld zijn geregeld locaties tussen de hoogbouw waar overlast wordt ervaren. Vanuit de gemeente en Welzijn is dus een actieve houding vereist om in contact te staan met de jongeren en hen te volgen, ook en vooral, maar niet als enige op die plaatsen waar overlast wordt ervaren. Wel zien we een moeilijkheid bij de verdeling van de middelen zoals u schetst in de nota: ‘wijken met een zwakkere sociale structuur vragen om meer inzet en krijgen dus een groter deel van het welzijnsbudget.’ Een logisch uitgangspunt onzes inziens maar met de jeugdoverlast op wisselende plekken kan dit problemen opleveren qua financiën en inzet van jeugdwerkers. Lokale Agenda Toegankelijkheid 1. Hoe ervaart u de toegankelijkheid in uw huis van de wijk? Is deze fysiek toegankelijk? Is er een toegankelijk toilet? Zijn de activiteiten ook geschikt voor mensen met een beperking? En voelen mensen zich over het algemeen welkom? De Huizen van de Wijk zijn over het algemeen goed toegankelijk, geen probleem voor rolstoelers en mensen met een rollator om binnen te komen, invalidentoilet aanwezig. In diverse HvdW is een verdieping. Of de verdieping overal toegankelijk is, betwijfelen we.

In bijvoorbeeld de Orient worden ook activiteiten voor mensen met een beperking georganiseerd, deze activiteiten zijn uiteraard toegankelijk en worden goed bezocht. Bezoekers van de Prinsenhof bijvoorbeeld voelen zich welkom en thuis, dat geldt ook voor de in de Prinsenhof werkzame vrijwilligers en dat maakt het gevoel van zich thuis voelen alleen maar sterker. 2. Worden er obstakels in de buitenruimte ervaren? Zo ja, welke? Zijn er bijvoorbeeld genoeg bankjes, hebben de verkeerslichten rateltikkers en zijn deze luid genoeg? Bankjes zijn er niet genoeg, er zijn ook bankjes weggehaald ivm hangjeugd. Dat is jammer. De tikkers in de stoplichten voldoen. De straten en stoepen in PrinsAlexander zijn erg onderhevig aan zetting waardoor delen niet goed toegankelijk zijn voor iedereen die aangewezen is op het gebruik van wielen. Fijn is dat in de delen in ons gebied die her-bestraat zijn de opgangen naar stoepen, zeker bij grote oversteekplaatsen, verbreed zijn. Attentie voor kuilen, verdiepingen die kunnen ontstaan bij dit soort plekken: voor mensen in een rolstoel vormen ze een reëel gevaar op omvallen. Een wens is om gele signalering aan te brengen op de opgangen van stoepen zodat ze goed zichtbaar zijn, zeker voor mensen die niet zo goed kunnen zien. Dit idee ontlenen we aan een eerder uitgevoerd project in Schiebroek, ‘klein geel’. 3.

Kunnen volgens u kinderen met een beperking of chronische ziekte in de buurt naar (een reguliere) school? Zo niet, wat zijn de belemmeringen? Kunnen kinderen met en zonder beperking samen spelen in hun eigen buurt? In ons gebied zijn een aantal scholen voor speciaal (basis) onderwijs. We weten niet of de reguliere basisscholen de kinderen doorverwijzen naar deze scholen. De mogelijkheid om samen te spelen is wisselend; lang niet overal zijn de speeltoestellen toegankelijk voor kinderen met een beperking

Blad: Datum:

Pagina 4 / 4 24 juni 2020

4. Heeft u het idee dat er bij bewonersavonden of andere bijeenkomsten rekening wordt gehouden met toegankelijkheid? Is er bijvoorbeeld een tolk gebarentaal? En is de informatie beschikbaar in duidelijke vorm? Bewonersavonden zijn over het algemeen toegankelijk. Een tolk gebarentaal hebben we echter nog nooit aangetroffen! De suggestie van Swedoro, een organisatie voor mensen met een auditieve beperking is dat het prettig zou zijn als mensen zich kunnen aanmelden als er behoefte is aan een tolk gebarentaal. Gesuggereerd wordt dat er teveel informatie is, waardoor het onoverzichtelijk wordt. Ook het taalgebruik is soms veel te moeilijk. 5. Heeft u signalen van bewoners ontvangen over knelpunten in de toegankelijkheid van de dienstverlening van de gemeente? Is de bejegening bij de loketten prettig? Zijn de loketten fysiek toegankelijk? Is de informatie op de site en in de brieven begrijpelijk? De gemeente is goed toegankelijk via 14010 evenals de inloop bij de Vraagwijzers en de spreekuren van sociaal raadslieden, kredietbank, consulenten. Er zijn echter ook Kastje-naar-demuur-ervaringen maar de indruk is dat het wel verbeterd is. De informatie op de site kan beter en kan, evenals het taalgebruik in brieven, in begrijpelijker taal en makkelijk leesbaar voor de burger. Voor mensen met een auditieve beperking is de woordenschat soms niet toereikend.

Gesuggereerd wordt een link toe te voegen waardoor mensen de tekst via gebarentaal kunnen volgen. Voor de technische uitwerking hiervan verwijzen we u naar Swedoro. Zij hebben ook de volgende aanvulling: Bij de loketten kunnen de werknemers bijvoorbeeld de app Live transcriptie gebruiken waardoor de communicatie met mensen met een auditieve beperking vergemakkelijkt wordt. Wij vragen u om ons advies over te nemen. Graag ontvangen wij uw reactie binnen 6 weken. Ook worden wij graag op de hoogte gehouden van verdere besluitvorming. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet, namens Gebiedscommissie Prins Alexander

V. Bruin Technisch voorzitter

J. Brugts Wijkmanager

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=71ee13a3-4f0d-41f5-84a1-d660571327dd