CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20bb17408 Bijlage 2 behorende bij 21bb379 - Inkoopstrategie Welzijn 2022

Gemeenteraad 4 februari 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 15.2 Het (herziene) voorstel tot vaststelling van de kadernotitie Inkoopstrategieën en vaststelling uitgangspunten voor de opbouw van de tarieven.5.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inkoopstrategie Welzijn 2022

Van Bouke Caton Datum 12 november 2020

1.1

Inleiding Welzijn omvat de gebiedsgerichte, laagdrempelige en niet-geïndiceerde ondersteuning dichtbij de leefwereld van Rotterdammers. Sociaal werkers en vrijwilligers steunen bewoners door hen op te zoeken, hun eigen vermogen aan te spreken, talenten te laten ontdekken, contacten met het (sociale) netwerk te stimuleren, sociale netwerken te vergroten en mensen te motiveren om zo mogelijk een stap vooruit te zetten. Deze inkoopstrategie omvat de bouwstenen voor het bestek Welzijn 2022 en verder. Met deze strategie willen we de maatschappelijke impact van het welzijnswerk in Rotterdamse wijken vergroten door te kiezen voor: -

Meer preventie; Meer focus op prioriteitsgroepen; Meer maatwerk per wijk en meer focus op zwakkere wijken; Ruimte voor vernieuwing; Meer ruimte voor initiatief en participatie samenleving; Meer integraliteit vanuit factorenmodel; Minder versnippering en meer samenhang in aanbod door wijkprogrammering; Meer ruimte voor lange termijn doelen met langere looptijden contracten; Aanscherpen van de rol en de taken van welzijn; Meer samenwerking tussen welzijn met partners van andere domeinen.

Het beleidsplan ‘Heel de Stad’ geeft hierbij de richting aan voor de inhoudelijke koers van het welzijnswerk in de komende jaren. Hierin krijgen drie prioriteitsgroepen extra aandacht: -

Jeugd: kinderen, tieners en jongeren die opgroeien in gezinnen met achterstanden willen we meer toekomstperspectief bieden en hun talenten stimuleren; Ouderen: welzijn biedt ondersteuning aan ouderen dichtbij, in de eigen buurt en draagt bij aan langer gezond en veilig thuis wonen. Kwetsbare bewoners: welzijn draagt bij aan het vergroten van de veerkracht van kwetsbare bewoners die extra ondersteuning nodig hebben.

De focus op prioritaire groepen betekent niet dat welzijn niets meer doet voor overige Rotterdammers. Welzijn blijft een vrij toegankelijke voorziening en geeft ruimte aan initiatieven van bewoners in wijken.

Datum

Pagina

12 november 2020

2 van 14

1.2

Huidige situatie en ontwikkelingen Acht gecontracteerde aanbieders verdeeld over de 14 gebieden voeren op dit moment een belangrijk deel van het welzijnswerk uit. De huidige overeenkomsten lopen door tot 2022. De overeenkomsten moeten voor die tijd worden hernieuwd. De nieuwe inkoopperiode geeft ons de mogelijkheid om de ambities van Heel de Stad te vertalen naar nieuwe welzijnsopdrachten en biedt ruimte voor het doorvoeren van vernieuwingen en verbeteringen. De huidige welzijnsopdracht is breed geformuleerd en gebaseerd op één bestek voor heel Rotterdam met naar verhouding veel aan stedelijke programma’s gekoppelde prestatie indicatoren. Dit veranderen we in een scherpere opdracht met meer ruimte voor lokaal maatwerk per wijk. Dit betekent voor de inkoop: -

differentiatie naar 14 welzijnsbestekken, gebaseerd op 42 wijkanalyses; scherpere keuzes voor de prioriteitsgroepen; grotere concentratie van de welzijnsinzet in wijken waar dit het hardst nodig is; een vernieuwd afwegingskader voor de verdeling van welzijnsmiddelen over de Rotterdamse wijken en gebieden.

Welzijn organiseert nu nog veel verschillend aanbod op allerlei terreinen zelf, zoals schulddienstverlening, taal, maar ook op sportaanbod. Daar waar andere partners dit aanbod beschikbaar hebben of kunnen aanbieden, kiezen we ervoor dat welzijn niet langer zelf het aanbod organiseert, maar juist het aanbod en mogelijkheden van partners in het wijknetwerk benut. Dit vraagt van welzijn zich meer te verbinden aan samenwerking met partners in het wijknetwerk en lokale initiatieven, onder andere via het ‘Right to Cooperate’. Samenwerking in het wijknetwerk is een noodzakelijk voorwaarde en daar waar dat niet zo is, jaagt welzijn samenwerking aan. De samenwerking tussen welzijn en Opzoomer Mee is nu te vrijblijvend. Concurrentie op aanbod of het najagen van eigen doelen in het sociale domein willen we te allen tijde voorkomen. Met wijkprogrammering bevorderen wij dat de partners in het wijknetwerk, de ‘community’, elkaar helpen en versterken in het verwezenlijken van de doelen voor die wijk. Rotterdammers met lichte hulpvragen kunnen voor eenvoudige, collectieve ondersteuning terecht in Huizen van de Wijk1 of bij partners van het wijknetwerk. Welzijn vergroot zijn expertise in het herkennen, signaleren en toeleiden bij terugval en/of zwaardere problematiek van bewoners.

Door de toenemende vergrijzing neemt het beroep op extra ondersteuning toe en zal het beleid en de inkoop zich de komende jaren moeten richten op het voorkomen, verplaatsen en/of vervangen van (duurdere) hulp en ondersteuning. We willen dat welzijn hier zijn aandeel inneemt. Tegelijkertijd zijn er grenzen aan de capaciteit, want de middelen voor welzijn blijven gelijk.

1

Er zijn in Rotterdam 48 Huizen van de Wijk.

Datum

Pagina

12 november 2020

3 van 14

1.3

Scope Het beleidsplan en inkoopstrategie zijn de basis voor het contracteren en vernieuwen van de gebiedsopdrachten welzijn. De inkoop van welzijn doen we integraal en omvat zowel het volwassenendomein als het jeugddomein. Ook de Huizen en Huiskamers van de Wijk zijn hier onderdeel van. Inhoudelijk valt Couleur Locale buiten de scope van de inkoop. De gebiedsopdrachten hebben wel een financiële en inhoudelijke relatie met de subsidies Couleur Locale. Het budget voor Couleur Locale is per gebied verschillend en wordt gevoed met een variabel percentage. Het stedelijk welzijn valt buiten de reikwijdte van de inkoop. In vergelijking met de huidige situatie werken we aan een betere verbinding met opdrachten voor het stedelijk welzijn. Een goede samenwerking en aansluiting van welzijn op de stedelijke infrastructuur is belangrijk.

1.4

Samenhang De inkoop van Welzijn is niet los te zien van de inkoop van de drie andere grote inkoopsporen Wmomaatwerkvoorzieningen, Wijkteams en Jeugdhulp. Waar mogelijk is de strategie afgestemd met deze trajecten om tot een samenhangend aanbod te komen. Er is samenhang en afstemming op de beweging naar voren en de rol die welzijn daarin speelt. Dit is het geval voor de inkoop van de buitengebieden. Samen met de andere sporen zijn voor de buitengebieden knelpunten geïnventariseerd en geanalyseerd. De verbeterpunten die hieruit voortkomen worden binnen elk spoor verwerkt. Er is samenhang met veel beleidsterreinen, zoals de Sportnota, Gezond010, de wijkpreventieketen en Rotterdam@Veilig. Voorbeelden in dit kader zijn de ontwikkeling van Welzijn op Recept en het stimuleren van gezonde leefstijl.

1.4.1

Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) In het inkooptraject welzijn oormerken we een apart budget voor de drie NPRZ-gebieden: Charlois, Feijenoord en IJsselmonde. Hiervoor is een bedrag opgenomen van €750.000. Met dit welzijnsbudget zullen wij een bijdrage leveren aan het Uitvoeringsprogramma NPRZ. De inzet zal gekoppeld worden aan Dagprogrammering.

1.5

Leeswijzer De Inkoopstrategie voor Welzijn dient in samenhang te worden bezien met de Kadernotitie Inkoopstrategieën Heel de Stad. In de kadernotitie zijn uitgangspunten opgenomen die mede gelden voor Welzijn (en voor de andere inkoopsporen). Het betreft uitgangspunten over looptijden, inkoopvorm en aanbestedingsprocedure, sturing en monitoring, en de tarieven. De inkoopstrategie Welzijn is uiteengezet in hoofdstuk 2 van dit document.

Datum

Pagina

12 november 2020

4 van 14

2

Inkoopstrategie Welzijn

2.1

Ontwikkeldoelen nieuwe inkoop welzijn Om de maatschappelijk impact van welzijn op lange termijn te vergroten, zijn binnen de budgettaire kaders strategische keuzes noodzakelijk. Hierbij gaat het om: scherpere inhoudelijke keuzes, concentratie van de inzet en aanscherping en afbakening van de rol en taken van welzijn. Minder zelf doen en kansen en mogelijkheden van het wijknetwerk meer benutten. Welzijn fungeert als centrale actor in het netwerk in de wijk en werkt met andere domeinen samen. A. Welzijn neemt aandeel in beweging naar voren  Het voorkomen, vervangen of verplaatsen van hulp en ondersteuning is een belangrijk doel van ‘Heel de Stad’, zodat minder mensen een maatwerkvoorziening nodig hebben. En maatwerkvoorzieningen tegelijkertijd beschikbaar blijven voor Rotterdammers die dat het hardst nodig hebben. Dit realiseren we door de geïndiceerde zorg te vervangen door meer algemene welzijnsvoorzieningen. De afgelopen jaren is hiermee ervaring opgedaan, bijvoorbeeld met niet-geïndiceerde preventieve dagbesteding. Voor de doelgroep ouderen breiden we dit aanbod uit en brengen we hierin kwalitatieve verbeteringen aan.  Met het stimuleren van een gezonde leefwijze voorkomen we hulpgebruik of stellen dit uit.  Welzijn activeert en ondersteunt thuiswonende ouderen door het inzetten van vrijwilligers.  Bij jeugd verschuiven we de inzet naar jongere leeftijdsgroepen.

 We vergroten de expertise in het herkennen en signaleren van kwetsbare Rotterdammers en leiden sneller toe naar passend aanbod, en dat zoveel mogelijk in de wijk.  Welzijn speelt een actievere rol in bemiddeling naar en afschaling van cliënten van het wijkteam naar preventief aanbod binnen het wijknetwerk. B. Meer focus op de drie prioriteitsgroepen Toekomstperspectief bieden voor de jonge generatie.  Naast jongerenwerk kiezen we voor inzet op het kinderwerk en tienerwerk. Kinderwerk wordt zichtbaar op pleinen en legt verbinding naar ouders. Dat is nodig om eerder kinderen in beeld te hebben, eerder toe te kunnen leiden, vroeger te kunnen werken aan contacten met ouders en ook omdat we constateren dat er met regelmaat jonge kinderen betrokken zijn bij incidenten. De formatieve inzet voeren we uit binnen de budgettaire kaders.  Aanscherping van het jongerenwerk: Inhoudelijk werken we aan een scherpere opdracht en een duidelijker profiel voor welzijn. We kiezen voor een afbakening, waarin: o Jongerenwerk wordt weer jongerenwerk (grenzenstellend èn werkend vanuit een methodische aanpak van groepen). Het jongerenwerk speelt proactief en preventief in op nieuwe fenomenen, zoals het toenemende wapenbezit en -geweld door minderjarige jongeren. o Meer samenhang en samenwerking met het veiligheidsdomein.

De aandacht en sturing op overlast, dreigende groepsvorming èn geprioriteerde wijken ligt nu in de meeste gebieden bij 2 aanbieders. In de inkoop brengen we meer samenhang en samenwerking aan met het veiligheidsdomein. o Inzet van jongerenwerk op scholen en meer samenhang met onderwijs: jeugdwerk verstevigt de samenwerking met onderwijs en zet met scholen eerder in op het

Datum

Pagina

12 november 2020

5 van 14

voorkomen van schooluitval. Daartoe leggen we in groep 5, 6 en 7 focus op vroegsignalering en tijdige toeleiding naar preventie of hulp. o Welzijn wordt minder verantwoordelijk voor het leveren van aanbod, maar legt de focus op het bereiken van kinderen, jongeren en ouders en het toeleiden naar aanbod.  We maken ruimte voor zogenaamde ‘Talenthouses’. Gebaseerd op een methodiek waarin talentontwikkeling centraal staat en waarin ook van jongeren een actieve participatie wordt verwacht. Dat doen we: a. Om meer ruimte te geven voor inzet op ontplooiing en de sociaal-emotionele ontwikkeling b. Omdat we het van belang vinden meer lokale initiatieven (die zich vaak al meerjarig hebben bewezen) een rol te laten spelen met hun aanbod c. Omdat we constateren dat niet alle Huizen van de Wijk even aantrekkelijk zijn voor jeugdigen  Het jeugdwerk sluit aan op de leefwereld van kinderen en jongeren thuis, op straat, online en op school. Het jeugdwerk legt verbinding tussen jeugdigen en hun omgeving (ouders, buurtbewoners, instanties en de domeinen onderwijs, sport en cultuur) en zet in op beschermende factoren: opbouwen sociaal netwerk, sociale vaardigheden, veilige leefomgeving, toekomstperspectief, sociale cohesie en inclusie.

Perspectief bieden aan langer thuiswonende ouderen Hoewel Rotterdam een relatief jonge bevolking heeft, groeit de komende jaren het aandeel ouderen sterk. Ouderen willen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Welzijn biedt ondersteuning aan ouderen dichtbij, in de eigen buurt en draagt bij aan langer gezond en veilig thuis wonen. We richten ons op ouderen van 65 jaar en ouder. De aansluiting van de huisbezoeken op de backoffice huisbezoeken verbeteren we om effectiever bij te dragen aan het voorkomen van sociaal isolement. Welzijn werkt hierin samen met wijknetwerkpartners in het bijzonder van het sociaal en medisch domein: het wijkteam en de wijkverpleegkundige. Welzijn draagt bij aan de ontwikkeling en realisering van ouderenhubs om met zorgpartners een samenhangend en gecombineerd aanbod voor ouderen in een gebied te realiseren. Welzijn richt zich op activering, vergroten van de weerbaarheid en een faciliterende rol als het gaat om maaltijdvoorziening. De rol van welzijn is faciliterend via de Huizen van de Wijk en seniorencomplexen. Welzijn draagt bij aan gezond en vitaal ouder worden en een gezonde leefstijl. Hiervoor organiseert welzijn laagdrempelige informatie- en adviesbijeenkomsten over gezond en vitaal ouder worden, zoals gezondheidschecks en fitfestivals.

De niet geïndiceerde dagbesteding blijft deel uitmaken van de integrale welzijnsopdracht en gaat zich specifiek richten op de doelgroep ouderen. Op basis van de ervaringen die in de afgelopen jaren zijn opgedaan gaan we de kwaliteitseisen aanscherpen en zorgen voor een meer divers aanbod. Perspectief voor Kwetsbare Rotterdammers. Het gaat hier om Rotterdammers (jeugdigen en volwassenen) die vanwege een licht verstandelijke beperking en/of psychische/psychiatrische problematiek dan wel huiselijk geweld in een kwetsbare situatie terecht zijn gekomen. Het is lastig om deze groep in beeld te krijgen. Ze melden zich niet zelf met een directe hulpvraag.

Datum

Pagina

12 november 2020

6 van 14

Welzijn investeert in het herkennen, signaleren, bejegenen en het juist toeleiden. Het uitgangspunt is om kwetsbare Rotterdammers ‘op te nemen’ bij de reguliere welzijnsactiviteiten en hen zich thuis te laten voelen in de Huizen van de Wijk. Is een mix met reguliere bezoekers niet mogelijk dan leidt Welzijn kwetsbare Rotterdammers toe naar passend aanbod. Binnen de organisatie stelt Welzijn een aandachtsfunctionaris voor kwetsbare Rotterdammers aan met expertise op het gebied van huiselijk geweld, LVB, GGZproblematiek, huiselijk geweld en kindermishandeling. Deze functionaris is aanspreekpunt voor de overige medewerkers/vrijwilligers van Welzijn en voor het wijknetwerk. Binnen de Huizen van de Wijk stelt Welzijn ruimte beschikbaar aan partijen met een aanbod voor de doelgroep. Er moet wel een grens worden bepaald voor de beschikbare capaciteit, om te voorkomen dat verschillende organisaties zich gaan “vestigen” in het Huis van de Wijk. Bovendien moet worden onderzocht of Welzijn een vergoeding kan krijgen van zorgpartijen die gebruik maken van het Huis van de Wijk voor aanbod voor WMO-geïndiceerden. Welzijn werkt vanuit partnerschap samen met gebiedsgebonden zorgpartners en activeert de maatschappelijke participatie van deze groep door hen een plek te bieden als vrijwilliger en organiseert waar mogelijk buurtcirkels.

Hierdoor voelen zij zich gewaardeerd en kunnen zij positief bijdragen aan de wijkgemeenschap.

C. Meer differentiatie per wijk en meer focus op sociaal-economische zwakkere wijken  In de komende gebiedsopdrachten brengen we meer focus aan op wijken en differentiatie tussen wijken. De schaarse middelen voor welzijn vragen om een scherpere keuze bij de verdeling van het budget over wijken. ‘Heel de Stad’ zegt hierover: “Wijken met een zwakkere sociale structuur vragen om meer inzet en krijgen dus een groter deel van het welzijnsbudget.” De middelen van welzijn verdelen we op basis van twee uitgangspunten: 1. Objectieve gegevens over demografische samenstelling (het aantal inwoners, het aantal jongeren en het aantal ouderen vanaf 65 jaar) en 2. Kenmerken en scores van wijken op mate van sociale problematiek (sociale index, kwetsbare bevolking en jeugdproblematiek). Aan de mate van sociale problematiek kennen we een zwaarder gewicht toe. D. Vergroten van de impact door meer integraal, preventief en wijkgericht te werken vanuit het factorenmodel en wijkprogrammering, zowel voor jeugd als volwassenen  We gebruiken data over risico- en beschermende factoren om richting te geven aan het handelen en de inzet van welzijn. De kennis van het factorenmodel en de ervaringen met wijkprogrammering die in de afgelopen jaren bij jeugd zijn opgedaan, benutten we en breiden we uit naar volwassenen. E.

Vergroten van de impact door meer gebiedsoverstijgend te werken en denken als de praktijk hier om vraagt  Omdat jongeren zich steeds flexibeler door de stad bewegen, moet jongerenwerk daarin kunnen volgen. Waar nodig – bij jeugdgroepen – werken jongerenwerkers in tegenstelling tot wat nu het geval is ook gebiedsoverstijgend. Deze inzet stellen we beschikbaar voor de grote hang- en ontmoetingsplekken zoals Strand Nesselande, Motorstraatgebied, Zuidplein en het Centrum.

Datum

Pagina

12 november 2020

7 van 14

F. Vergroten van de impact door een stevig pedagogisch klimaat  In buurten en op straat is een stevig pedagogisch klimaat belangrijk. Jeugdwerk draagt bij aan Positive Behavior Support in de wijk2. Jeugdwerkers stimuleren kinderen, tieners en jongeren medeverantwoordelijkheid te dragen voor de buurt en hun voorzieningen in de buurt, zoals speel- en sportplekken. G. Vergroten van de impact door aansluiting op online leefwereld  De combinatie van offline en online aanbod wordt een wezenlijk onderdeel van de dienstverlening door welzijn. Voor langer thuiswonende ouderen is het belangrijk dat ze meer digitaal vaardig zijn. Ook hiervoor geldt dat Welzijn waar mogelijk dient toe te leiden naar bestaand aanbod. Voor jeugd is het belangrijk dat welzijnsaanbieders naast offline jongerenwerk ook online jongerenwerk beschikbaar hebben om daarmee aansluiting op online leefwereld van jongeren te bewerkstelligen. H. Beter benutten voorzieningen en ruimtes van partners elders  We onderzoeken hoe we de toeleiding van jeugd naar Urban en Hip Hop-voorzieningen en sportverenigingen (zie ook punt I) kunnen vergroten als alternatieve plek voor Huizen van de Wijk. Ook initiatieven voor volwassenen kunnen mogelijk in ruimte van wijkpartners terecht. I.

Welzijn maakt meer gebruik van bestaand aanbod van partners, leidt door naar sportverenigingen  De welzijnspartijen worden gestimuleerd om in te zetten op effectieve en duurzame toeleiding van Rotterdammers naar het bestaande sport- en beweegaanbod in de omgeving. We voorkomen vermenging van rollen en dubbelingen op het sportaanbod of andersoortig aanbod. Het welzijnswerk organiseert alleen activiteiten als er geen andere voorzieningen in de wijk, in het gebied of in de stad zijn. Welzijn zet sport enkel als middel in om de doelgroepen te bereiken en gaat bij de inzet van sport vooraf altijd verbinding aan met sportaanbieders, bij voorkeur sportverenigingen, om uiteindelijk door te leiden naar structureel sportaanbod.

J. Investeren in de ketensamenwerking; welzijn doet mee met het preventieakkoord Gezond010  Welzijn werkt samen met andere domeinen waaronder sociaal-medisch, sport, onderwijs en veilig. Welzijn sluit aan op het preventieakkoord Gezond010 en de wijkpreventieketen. We onderzoeken de financiële ruimte en de mogelijkheden waarop Welzijn op Recept in de welzijnsopdrachten kan worden ingebed. Dit is een belangrijke mogelijkheid om verder vorm en inhoud te geven aan de beweging naar voren. K. Stimuleren en verbinden van lokale initiatieven  Welzijn stimuleert en werkt meer samen met allerlei lokale initiatieven in het sociale domein. Belangrijk hierin is ‘Right to Cooperate’ (zie meer hierover in paragraaf 2.4). De

2 Positive Behavior Support ‘PBS IN DE WIJK’ is een voorbeeld van een interventie die de gemeente in verschillende wijken van Rotterdam inzet en stimuleert. Dit is een preventieve aanpak van gedrag die organisaties stimuleert om samen vanuit een helder kader in een aantal stappen te werken aan een duurzaam, positief pedagogisch klimaat. Kern van de aanpak is dat basisschool, sportschool, speeltuin, buurthuis en andere organisaties in de wijk met elkaar bepalen welke waarden zij belangrijk vinden om kinderen en jongeren mee te geven. Voorbeelden van dergelijke waarden zijn respect en veiligheid.

Datum

Pagina

12 november 2020

8 van 14

uitgangspunten hiervan werken we in lijn met het programma ‘De Betrokken Stad’ uit en krijgen een vertaling naar de welzijnsopdrachten. L. Beter aansluiten van welzijn op het nieuwe mantelzorgbeleid en de ingekochte ondersteuningsstructuur, Mantelfoon  Welzijn sluit daarbij aan op het nieuwe stedelijk beleid voor informele zorg en ondersteuning. Daarbij krijgt Welzijn een belangrijke rol in het signaleren en ondersteunen van (overbelaste) mantelzorgers. Er dient voldoende specifieke kennis aanwezig te zijn van de verschillende doelgroepen mantelzorgers (zoals jonge mantelzorgers of mantelzorgers met een migratieachtergrond) en specifieke problematiek, zoals mantelzorg bij dementie of ggz. M. Meer ruimte voor maatwerk Buitengebieden  In de buitengebieden, in het bijzonder Rozenburg en Hoek van Holland, is in de afgelopen opdrachtperiode een aantal knelpunten naar voren gekomen die in de nieuwe inkoopronde in om extra aandacht en oplossingen vragen. Er is behoefte aan meer maatwerk in de buitengebieden en een betere aansluiting op de regio; we moeten op een andere manier naar welzijn kijken dan in de rest van de stad. Zo zijn collectieve voorzieningen moeilijker weg te zetten (bijvoorbeeld de bezetting van collectieve preventieve dagbesteding versus lage cliëntenaantallen).

Daarom creëren we binnen de welzijnsopdrachten ruimte om te differentiëren in de scope en eisen van de opdrachten zodat deze zo goed mogelijk aansluiten op wat er nodig is in de buitengebieden en kan. De beperkte budgetomvang en lagere opbrengsten door een geringer aantal deelnemers vergt meer flexibiliteit op het behalen van prestaties op de uitvraag. We geven meer bewegingsvrijheid, stimuleren de creativiteit om resultaten te behalen en bieden hiervoor ruimte in de opbouw van de contracten. N. Informeren en adviseren op eHealth  Welzijn dient bewoners te Informeren en adviseren over de mogelijkheden van eHealth. Welzijn dient, waar mogelijk, ook gebruik te maken van digitale mogelijkheden in de dienstverlening; ook in samenwerking met partners. Goede voorbeelden zijn de comfortwoningen.

2.3. Contractduur en flexibilisering 2.3.1. Continuïteit Bij welzijn kiezen we voor een contractperiode van (bijna) 6 jaar met de mogelijkheid om 2 keer met 2 jaar te verlengen. De redenen hiervoor zijn: - Duurzame samenwerkingsrelaties met wijknetwerkpartners. Welzijn fungeert als centrale actor in het netwerk in de wijk en bouwt aan samenwerkingsrelaties met bewonersgroepen en partners in het gebied van andere domeinen. Het kost tijd om relaties op te bouwen, duurzaamheid is essentieel. - Vertrouwensrelaties vanaf kindertijd naar pubertijd en voor kwetsbare ouderen. Veel jongerenwerkers kennen de jongeren al van kinds af aan. Die relatie maakt hen tot vertrouwde personen en stelt de professionals in staat om jongeren aan te spreken en tijdig te signaleren en interveniëren. Naast het jeugdwerk geldt het opbouwen van vertrouwensrelaties evenzeer voor kwetsbare en langer thuiswonende ouderen. - Realiseren maatschappelijke impact vergt tijd en een cyclisch aanpak

Datum

Pagina

12 november 2020

9 van 14

-

Inzet van interventies vergt een doorgaande lijn, monitoren op uitkomstem en een leer- en verbetercyclus om maatschappelijke effecten te bereiken. Wijkprogrammering kent een cyclus van met een doorlooptijd van 4 jaar. De effectiviteit van de inzet is gebaat bij minimaal 2 aaneengesloten cycli. Tussentijds veranderen van aanbieder helpt dan niet. Continuïteit in aanbieder naar vrijwilligers en personeel: Welzijnswerk stoelt voor een belangrijk deel op de inzet van vrijwilligers. Vrijwilligers bouwen verbondenheid en loyaliteit met een aanbieder op. Bij de wisseling van de wacht van aanbieder stapt een groot deel van de vrijwilligers op. Hoewel het behoud van personeel van de cao Welzijn (het overnemen van personeel) blijkt dat hier in de praktijk niet te werken. 3

2.3.2. Flexibiliteit Naast de wens van continuïteit staat die van flexibiliteit. Als gewerkt wordt met meerjarige opdrachten moet voorkomen worden dat de opdracht is dichtgetimmerd en niet kan worden ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen. Belangrijke ontwikkelingen waar tijdens de looptijd van een opdracht op moet kunnen worden ingespeeld zijn: - Landelijke ontwikkelingen en wetgeving die effect hebben op de uitvoering van het welzijnswerk. Voorbeelden daarvan zijn de participatiewet en zeer actueel het COVID-19 virus. - Lokale ontwikkelingen binnen een gebied. Voorbeelden van de afgelopen jaren zijn: NPRZ, aanpak Crooswijk, Bospolder/Tussendijken, Schiebroek, toename van excessief wapenbezit en -geweld onder (minderjarige) jongeren. Ontwikkelingen die vaak een aanpassing van de rol en taak van welzijn vragen. Wijkprogrammering hanteren we hierbij als cyclisch instrument. - Nieuwe beleidsprioriteiten na de verkiezingen van een nieuwe raad en vorming nieuw college.

2.4. ‘Right to Cooperate’ 2.4.1. Aanleiding tot vormgeven Right to Cooperate in de inkoop van welzijn Samenlevingsinitiatieven dragen steeds meer bij aan een veerkrachtiger Rotterdam. Voor ondernemende bewoners en sociaal ondernemers zijn er al veel subsidieregelingen zoals Citylab010, Bewonersinitiatief, Couleur Locale en het Right to Challenge beschikbaar om een initiatief te ontplooien. Right to Challenge maakt het mogelijk dat sociaal ondernemers of actieve bewoners onderdelen van de huidige welzijnsopdrachten ‘challengen’. De praktijk leert dat hier nauwelijks tot geen gebruikt van wordt gemaakt. Mede daarom is onderzocht hoe we op een andere manier nog beter gebruik kunnen maken van de samenlevingskracht. Het beleidsplan ‘Heel de Stad’ zegt hierover: “We willen leren hoe we voor onderdelen van het welzijn op een goede manier invulling kunnen geven aan het ‘Right to Cooperate’. We onderzoeken daarom samen met bestaande bewonersinitiatieven en Erasmus Universiteit Rotterdam hoe we deze nieuwe manier van samenwerken het beste vorm kunnen geven.”

3 Werknemers van deze organisatie kiezen vaak bewust voor de visie van een organisatie en hebben ook vaak kans hun werkzaamheden voor dezelfde organisatie te continueren op een andere plek.

Datum

Pagina

12 november 2020

10 van 14

Recent is dit onderzoek van de Erasmus Universiteit verschenen onder de titel ‘Van Recht naar Reden’. We betrekken de uitkomsten van dit onderzoek in de uitwerking van het voorstel voor ‘Right to Cooperate’. Naast dit onderzoeksrapport is de initiatiefnota ‘Bewoners aan de bal bij het welzijnswerk’ relevant voor de uitwerking. Deze nota, ingediend door het raadslid mevrouw Van Wifferen (D66), constateert dat de samenwerking tussen welzijnsaanbieders en andere actieve partijen in de wijk vaak hapert. In reactie hierop gaf wethouder Zorg aan dat zijn uitgangspunt is dat organisaties, (sport-)verenigingen en bewoners in de wijk de ruimte krijgen om deze activiteiten zoveel mogelijk zelf in te vullen en uit te voeren. De wijze waarop we inhoud en vorm aan participatie van bewoners geven, zal zijn beslag krijgen in het inkooptraject van Welzijn. 2.4.2. Relatie met andere vormen van ondersteuning van initiatieven van bewoners Couleure Locale, CityLab010, bewonersinitiatieven, opzoomeren Right to Cooperate gaat over initiatieven van (groepen) bewoners. Een aantal andere instrumenten wordt ook al gebruikt om initiatieven van bewoners te ondersteunen. Het gaat dan om de subsidieregeling Couleur Locale, waarbij (kleinschalige) wijkgerichte initiatieven van vrijwilligersorganisaties en sociaal ondernemers op het terrein van welzijn subsidie kunnen ontvangen.

CityLab010 is een instrument dat meer gericht is op innovatieve ideeën en waar vooral sociaal ondernemers mee worden bereikt. De gebiedscommissies, wijkraden en wijkcomités hebben de mogelijkheid bewonersinitiatieven financieel te ondersteunen. Tenslotte bestaat al meer dan 25 jaar het Opzoomeren. Dit is een vorm van burenhulp op straatniveau. Lokaal budget Een ander onderdeel dat we niet onvermeld kunnen laten is het zogenaamde ‘lokaal budget’ dat nu in een aantal gebieden onderdeel uitmaakt van de welzijnsopdracht. Omdat in een aantal gebieden het budget Couleur Locale niet geheel werd opgemaakt is in overleg met de betreffende gebiedscommissies afgesproken een klein deel van het budget Couleur Locale toe te voegen aan de welzijnsopdracht. Daarmee kon de welzijnspartij lokale initiatieven financieel ondersteunen. Dat diende men in afstemming met de beleidsadviseurs Welzijn/gebiedsadviseurs Jeugd en de gebiedsorganisatie te doen. De mogelijkheid was ook de eventuele onderbesteding in een jaar in te zetten in het daaropvolgende jaar. De ervaringen met dit lokaal budget worden op dit moment geëvalueerd. Vooruitlopend op de uitkomsten daarvan zijn de eerste ervaringen positief te noemen. Het geeft de betreffende welzijnspartijen de mogelijkheid in te spelen op lokale initiatieven en die ook financieel te ondersteunen.

Deze vorm van lokaal budget kan ook in de nieuwe welzijnsopdracht een plek krijgen en we willen dat dan voor alle gebieden inregelen. Right to Challenge Right to Challenge is al eerder genoemd. Dit instrument wordt in de praktijk (tot nu toe) niet vaak gebruikt, maar kan in de nieuwe inkoopperiode opnieuw worden ingezet. Right to Challenge biedt een bewonersinitiatief in een buurt het recht om onderdelen van de welzijnsopdracht over te nemen, wanneer zij denken het zelf anders en beter te kunnen organiseren.

Datum

Pagina

12 november 2020

11 van 14

Samenhang Al deze initiatieven hebben betrekking op inzet van bewoners, groepen bewoners, organisaties en sociaal ondernemers voor hun eigen wijk. Het type activiteit bepaalt vaak welke vorm van ondersteuning vanuit de gemeente het beste past. Belangrijk is dat er voldoende ruimte is om lokale initiatieven, naast het welzijn te kunnen ondersteunen. Dat is ook een duidelijke politieke wens. Bij Right to Challenge en Right to Cooperate is een belangrijk uitgangspunt dat de uitvoering van de activiteit of dienst in samenwerking met de gemeente, of met door de gemeente gecontracteerde organisaties (in dit geval de welzijnspartijen4) plaats dient te vinden. Daarom is Right to Cooperate onderdeel van de inkoop welzijn. Maar dan wel in relatie tot de andere vormen van mogelijke ondersteuning van lokale initiatieven. Daarbij wordt nog opgemerkt dat de uit te voeren activiteiten in het kader Right to Challenge en Right to Cooperate moeten bijdragen aan de beleidsdoelen van Heel de Stad en dan met name als het gaat om welzijn. De hier genoemde instrumenten Right to Challenge en Right to Cooperate hebben betrekking op de gehele welzijnsopdracht. 2.4.3. Voorstel voor het vormgeven van Right to Cooperate in de inkoop van welzijn Op basis van bovenstaande informatie is het voorstel om de inzet voor Right to Cooperate als volgt in de inkoop welzijn te laten landen.

De concrete invulling van Right to Cooperate zal op basis van een gelijkwaardige positie tussen welzijn en de initiatiefnemers vormgegeven worden. De plannen komen jaarlijks in een jaarplan dat samen met bewoners wordt opgesteld. Voor de zomer volgt er een uitgewerkt voorstel voor de totstandkoming van het jaarplan.5 10% van het welzijnsbudget reserveren of oormerken voor de ondersteuning van lokale initiatieven. Dit is exclusief het beschikbare budget voor subsidies Couleur Locale dat per gebied varieert tussen de 10 en 17% van het welzijnsbudget. Vanwege hun bijzondere positie als het gaat om de hoeveelheid en de kracht van de samenlevingsinitiatieven in het gebied kan Delfshaven max 30% van het beschikbare gebiedsbudget voor Welzijn lokaal inzetten, verdeeld over lokale initiatieven (max 13%) en Couleur Locale (17%). Voor de andere gebieden van Rotterdam wordt max 10% van de welzijnsopdracht geoormerkt voor lokale initiatieven. Ook voor deze gebieden geldt dat de huidige percentages voor Couleur Locale worden gecontinueerd. Een percentage van 30% uit te voeren door of in samenwerking met lokale partijen is een maximum. De welzijnsaanbieders dienen immers ook over voldoende budget en capaciteit te kunnen beschikken om hun taken voor de prioritaire doelgroepen van “Heel de Stad” te kunnen uitvoeren. De ondersteuning van lokale initiatieven kan op 2 manieren vorm krijgen: 1.

Lokaal budget: Op dezelfde wijze als nu al in een aantal gebieden vormgegeven is aan de besteding van lokaal budget. Dus de welzijnspartij ondersteunt financieel een lokaal initiatief.

4

Dit budget wordt afgezonderd van de gebiedsopdrachten en valt buiten de reikwijdte van het contract. Wel zal in de contracten een voorwaarde worden opgenomen over de verplichting tot samenwerking van welzijn met lokale initiatieven van Right to Cooperate in het sociaal domein. 5 Passend binnen het wettelijk kader en regels van de aanbestedingsprocedure.

Datum

Pagina

12 november 2020

12 van 14

2. Right to Cooperate: De bewoners(groep), sociaal ondernemer, die een idee heeft voor Right to Cooperate werkt dit met de welzijnspartij uit, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt hoe de inzet (geld, gebruik Huis van de Wijk, uren professional) wordt geregeld. Bij de uitwerking van Right to Cooperate zijn de volgende aspecten van belang:  De initiatiefnemers bepalen in samenspraak met de welzijnsaanbieder aan welke gedeelde doelen wordt samengewerkt.  Partijen spreken hun wederzijdse commitment uit om in gezamenlijkheid te werken aan het realiseren van het initiatief. Het commitment van de welzijnsaanbieder is bindend en wordt vastgelegd. De gemeente zorgt voor een onafhankelijke gespreksleider. Als alle betrokken partijen, initiatiefnemers (bewoners, sociaal ondernemers e.d.) en welzijnsaanbieder, aangeven dat onafhankelijke gespreksleiding niet nodig is, kan daarvan worden afgezien.  De welzijnsaanbieder legt samen met initiatiefnemers de overeengekomen afspraken vast in een jaarplan.  In het jaarplan wordt bondig beschreven wat aan expertise, faciliteiten, organisatiekracht en middelen nodig zijn om het initiatief te realiseren en wie, wat bijdraagt.  Jaarlijks wordt de wijze waarop het plan is uitgevoerd geëvalueerd met de initiatieven die gehonoreerd zijn en de partners in de wijk.

 Als de welzijnspartij met de initiatiefnemer niet tot overeenstemming komt, wordt het voorstel voorgelegd aan het stedelijk platform Right tot Cooperate. Na 2 jaar zal de hier voorgestelde vormgeving van right to cooperate worden geëvalueerd en indien nodig aangepast.

Datum

Pagina

12 november 2020

13 van 14

3. Vervolg De inkoopstrategie vormt het kader waarbinnen de vertaling van de ambities naar inkoopdocumenten (bestek, contracten) wordt vormgegeven. De nieuwe contractperiode gaat uiterlijk in op 1-4-2022. Wij streven ernaar uiterlijk per 1-10-2021 de gehele inkoopprocedure te hebben afgerond. Dan zijn dus de (nieuwe) opdrachtnemers per gebied bekend. Dit geeft ons en de nieuwe partijen ruim voldoende tijd voor overdracht en zorgvuldige voorbereiding van de eventuele overgang. Na de start van de nieuwe inkoop stopt het werk niet. Daarom is er ook nu al aandacht voor de inrichting van het contractmanagement, hoe we de kwaliteit van de dienstverlening willen borgen en welke afspraken daarvoor noodzakelijk zijn met de aanbieders.

Datum

Pagina

12 november 2020

14 van 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=995cca0d-605a-4545-816d-1548a1dcd9f6