CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[20bb011674] Brief van Rekenkamer Rotterdam over onderzoeksopzet welzijnswerk jongeren

Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (2022 - 2026) 2 november 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Rekenkamerrapport 'Meer waarde voor jongeren' onderzoek naar effecten van Jongerenwerk3.876 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Meent 94 t 010 • 267 22 42

Postbus 70012

info@rekenkamer.rotterdam.nl

3000 KP Rotterdam

www.rekenkamer.rotterdam.nl

Gemeente Rotterdam Gemeenteraad d.t.k.v. de griffie Coolsingel 40 3011 AD ROTTERDAM

datum 21 september 2020

ons kenmerk

RR/20.060/PH/KdW/CL

pagina

betreft

1 van 1

R.O.20.03 opzet welzijnswerk jongeren

Geacht raadslid, In het onderzoeksplan 2020 van de Rekenkamer Rotterdam is aangegeven dat de rekenkamer dit jaar een onderzoek zal starten naar welzijnsbeleid. Bijgaand doe ik u ter kennisname de opzet van het onderzoek toekomen. Het onderzoek zal zich specifiek richten op welzijnswerk jongeren en zal in oktober 2020 van start gaan. Het rapport van de Rekenkamer Rotterdam zal volgens planning eind 2021 aan u worden aangeboden. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,

Drs. P. Hofstra RO CIA directeur

bijlagen

1

onderzoeksopzet welzijnswerk jongeren

september 2020

1

inleiding aanleiding “Welzijn versterkt de civil society en vergroot de zelfredzaamheid van Rotterdammers. Het is het voorliggend veld voor de geïndiceerde jeugdhulp en zorg.” Zo begint de kernboodschap in de kadernotitie ‘Nieuw Rotterdams Welzijn 2016-2019’ (NRW), vastgesteld door de raad in juni 2015. 1 Hiermee was de inzet van het welzijnsbeleid van Rotterdam de afgelopen jaren hoog: er werd veel van de ‘zelfredzame’ en ‘samenredzame’ burger verwacht en er was er de verwachting dat het welzijnswerk geïndiceerde zorg zou voorkomen. De vraag dringt zich op of de doelen van het welzijnsbeleid bereikt zijn, vooral als bedacht wordt dat de vraag naar geïndiceerde jeugdhulp al jaren groot is. In 2018 kreeg ruim veertien procent van de Rotterdamse jeugdigen jeugdhulp. 2 De kosten van jeugdhulp en andere zorg staan al jaren in de belangstelling vanwege de tekorten die er zowel landelijk als in Rotterdam zijn. In een zogeheten stemkastsessie met de rekenkamer in december 2019 bleek dat de raad onderzoek naar het welzijnsbeleid belangrijk vindt. Het bovenstaande was aanleiding voor de rekenkamer om het onderwerp op te nemen in haar onderzoeksprogrammering. 3 De rekenkamer richt zich in dit onderzoek specifiek op de effectiviteit van het welzijnswerk voor jongeren (jeugdwerk).

Volgens het NRW woonden in 2014 ruim 165.000 kinderen en jongeren tot 23 jaar in Rotterdam, op een totale inwoneraantal van 619.000. Het welzijnsbeleid voor andere groepen wordt of heeft de rekenkamer meegenomen in andere onderzoeken. Zo voert de rekenkamer op dit moment een onderzoek uit naar het ouderenbeleid en zijn de afgelopen jaren onderzoeken uitgevoerd naar onder meer de hulpverlening voor dak- en thuislozen, wijkteams en inwoners met schuldproblemen. 4

leeswijzer In paragraaf 2 wordt het wettelijk kader en de gemeentelijke context (beleid, organisatie en financiën) van het welzijnswerk toegelicht. In paragraaf 3 staat de onderzoeksaanpak, waaronder de doel- en vraagstelling, de onderzoeksmethoden en de omgang met privacygevoelige informatie beschreven. Paragraaf 4 bevat een korte toelichting op de planning en organisatie van het onderzoek.

1 Gemeente Rotterdam, kadernotitie ‘Nieuw Rotterdams Welzijn 2016-2019’’, 4 juni 2015. 2 Gemeente Rotterdam, ‘Staat van de Jeugd’, editie 2019, oktober 2019. 3 Rekenkamer Rotterdam, brief aan de raad inzake onderzoeksprogramma 2020, 28 januari 2020. 4 Rekenkamer Rotterdam, ‘Onderzoeksopzet ouderenbeleid’, februari 2020; Rekenkamer Rotterdam. ‘Hulp buiten bereik: effectiviteit van het schulddienstverleningsbeleid’, maart 2017; Rekenkamer Rotterdam, ‘Het komt niet in de buurt: onderzoek naar aanpak knelpunten functioneren wijkteams’, mei 2018; Rekenkamer Rotterdam, ‘Niet thuis geven, onderzoek opvang daklozen’, mei 2018.

3

welzijnswerk jongeren

2

context wettelijk kader In 2007 kwam de Welzijnswet 1994 te vervallen en werd welzijn een onderdeel van een nieuwe wet: de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De Wmo bevatte, naast bepalingen over individuele voorzieningen zoals huishoudelijke hulp, woningaanpassingen en vervoer, ook de opdracht aan gemeenten om inwoners te ondersteunen met algemene voorzieningen (waaronder welzijnswerk) en die voorzieningen te richten op het activeren en mobiliseren van bewoners. In 2015 werd de Wmo 2015 ingevoerd, waarmee in het kader van de decentralisaties het takenpakket van gemeenten werd uitgebreid met begeleiding en enkele andere vormen van individuele ondersteuning. De opdracht om naast individuele voorzieningen ook algemene voorzieningen te bieden gericht op maatschappelijke ondersteuning, is in de Wmo 2015 gebleven. 5 Deze algemene voorzieningen zijn door de wetgever bedoeld om de zelfredzaamheid en participatie te bevorderen en moeten daarnaast voorkomen dat mensen aangewezen zijn op veelal duurdere individuele hulp en zorg. 6 Onder maatschappelijke ondersteuning valt volgens de Wmo onder meer het bevorderen van sociale samenhang, mantelzorg en vrijwilligerswerk, veiligheid en leefbaarheid in de gemeente en het voorkomen van huiselijk geweld. 7 Op grond van de Wmo moet de gemeenteraad periodiek een plan vaststellen met het beleid voor maatschappelijke ondersteuning.

8 In dit plan moet de gemeente bijzondere aandacht geven aan een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van onder andere zorg, jeugdhulp en welzijn. Het plan moet verder beleid bevatten over signalering en preventie. In de Memorie van Toelichting bij de Wmo 2015 wordt het belang van welzijn als onderdeel van het gemeentelijke ondersteuningsaanbod expliciet benadrukt.

beleid gemeente 2011-2015: meer nadruk op eigen kracht Tot 2014 was het welzijnsbeleid in de gemeente Rotterdam een verantwoordelijkheid van de deelgemeenten. In de opdracht tot organisatie van gebiedsgerichte inkoop van zorg en welzijn in 2011 stuurde het college al vóór de opheffing van de deelgemeenten aan op een omslag in het denken over welzijn. In de gebiedsgerichte aanpak werd namelijk meer dan daarvoor uitgegaan van de eigen kracht van burgers. 9 Het welzijnsbeleid is in maart 2014 met de opheffing van de deelgemeenten overgegaan naar de stad. Tot en met 2015 heeft de gemeente de bestaande subsidierelaties in de gebieden voortgezet om zo tijd te creëren voor een inhoudelijke herijking van welzijn. 2016-2019: Nieuw Rotterdams Welzijn Het overgaan van het welzijnsbeleid naar de stad door de opheffing van de deelgemeenten en de decentralisaties in het sociaal domein (herziening Wmo, Participatiewet en Jeugdwet) waren de belangrijkste aanleiding voor een vernieuwing

5 Artikel 2.1.1 Wmo 2015. 6 Tweede Kamer der Staten-Generaal, Memorie van Toelichting, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, kamerstuk 33841-3, 15 januari 2014. 7 Artikel 1.1.1 Wmo 2015. 8 Artikel 2.1.2 Wmo 2015. 9 Gemeente Rotterdam. Afronding OGOR GGI en Visie Zorg en Welzijn 2015, Raadsstuk 2012-2698. 27 september 2012.

5

welzijnswerk jongeren

van het welzijnsbeleid. De gemeenteraad heeft het NRW vastgesteld op 4 juni 2015. In het NRW wordt de nadruk gelegd op zelfredzaamheid en eigen kracht en op de functie van welzijn als ‘voorliggend veld van geïndiceerde jeugdhulp en zorg’. 10 In het NRW worden drie centrale beoogde maatschappelijke resultaten genoemd: het vergroten van de samenredzaamheid, het vergroten van de zelfredzaamheid en het creëren van een kansrijke, veilige buurt en opvoedomgeving voor kinderen en jongeren. De nadruk op zelfredzaamheid in het NRW is geheel in de geest van de Wmo 2015. Een andere bedoeling van die wet, om met algemene voorzieningen het gebruik van maatwerkvoorzieningen te beperken, klinkt door in de functie van welzijn om zoveel als mogelijk te voorkomen dat inwoners gebruik hoeven te maken van hulp van het wijkteam (eerste lijn) of geïndiceerde zorg (tweede lijn). Omdat kinderen en jeugdigen nog geen zelfredzame Rotterdammers verschillen de doelen voor het jeugdwerk van het welzijnswerk voor volwassenen. Volgens het college is het doel van de inzet van welzijn voor jeugd dat zij uit kunnen groeien tot zelfstandige volwassenen. Ouders zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor begeleiding en opvoeding. 11 Waar nodig moet daarnaast ook welzijn bijdragen aan hun ontwikkeling.

In de kadernotitie worden verschillende op jeugd gerichte actieprogramma’s genoemd waaraan het jeugdwerk bij kan dragen, zoals Kansrijk opgroeien, Risicojongeren en Jongeren aan de slag. In het wijknetwerk vervult welzijn volgens de kadernotitie NRW een viertal functies, die gezamenlijk moeten leiden tot de beoogde doelen: 1 tijdig signaleren en (gezondheids)preventie; 2 het aanjagen van de eigen kracht en talenten van bewoners (jeugd en volwassenen); 3 activering & participatie; 4 ondersteuning & dienstverlening. Het NRW bestrijkt een groot aantal doelgroepen waarvoor het welzijn die vier functies moet vervullen, waaronder ouderen en kwetsbare groepen. ‘Jonge Rotterdammers en hun ouders’ vormen een van de vier doelgroepen die volgens het NRW prioriteit krijgen. De doelgroep kinderen en jongeren omvatte volgens het NRW in 2014 121.000 jeugdigen tot 18 jaar en daarnaast 44.000 jongeren tussen de 18 en 23 jaar. Het jeugdwerk (zowel kinder-, tiener- als jongerenwerk) richt zich op jongeren die problemen hebben en jongeren die problemen geven (denk aan overlast) . Eén van de uitgangspunten in het NRW is dat jongeren moeten worden uitgedaagd om zelf met ideeën of vragen te komen en een actieve bijdrage te leveren aan het aanbod.

aanbesteding De gemeente heeft de uitvoering van het welzijnsbeleid in het NRW via verschillende sporen georganiseerd, waarvan de aanbesteding van veertien gebiedsopdrachten veruit het grootste onderdeel vormt. 12 Via de gebiedsopdrachten heeft de gemeente welzijn aanbesteed middels een perceel per gebied, waardoor er in ieder gebied een hoofdwelzijnsaanbieder actief is, eventueel met een of meerdere onderaannemers.

10 Gemeente Rotterdam, kadernotitie ‘Nieuw Rotterdams Welzijn 2016-2019’, 4 juni 2015, p. 142. 11 College van B en W, raadsvoorstel Kadernotitie Nieuw Rotterdams Welzijn (NRW) 2016-2019’ en de hoofdlijnen voor de inkoopstrategie welzijn, 10 maart 2015. 12 Gemeente Rotterdam, ‘Zorg voor elkaar. Het Rotterdamse plan voor de doorontwikkeling zorg, welzijn en jeugdhulp 2018’, 28 juni 2016.

6

welzijnswerk jongeren

Naast deze aanbesteding zijn er ook (in financiële omvang aanzienlijk kleinere) subsidieregelingen voor stadsbrede initiatieven, kleinere partijen in de wijk en mogelijkheden voor een buurt of wijk om taken zelf te organiseren. 13 Een eerste aanbestedingsronde voor de veertien gebiedsopdrachten in 2016-2017 vond plaats via een onderhandse procedure waarin de bestaande welzijnsaanbieders in het gebied de mogelijkheid kregen een offerte in te dienen. 14 Vervolgens is een Europese aanbesteding gedaan voor de jaren 2018-2020, met de mogelijkheid tot twee jaar verlenging. In de aanbesteding voor de jaren 2018-2020 werd van welzijnsorganisaties gevraagd om in iedere wijk een basisinfrastructuur voor welzijn te realiseren. Onderdeel van de basisinfrastructuur zijn de ‘Huizen van de wijk’; algemeen toegankelijke centrale plekken waar ontmoeting plaatsvindt, activiteiten georganiseerd worden en ondersteuning wordt gegeven aan alle doelgroepen, waaronder dus ook jeugd. Naast het inrichten van deze basisinfrastructuur zijn in de aanbesteding te bereiken resultaten vastgelegd in de vorm van kritische prestatie-indicatoren (kpi’s), gericht op uiteenlopende doelgroepen. De gemeente concretiseert deze kpi’s jaarlijks.

Een kpi is bijvoorbeeld dat de welzijnsaanbieder contact moet leggen met een per gebied vastgesteld aantal voortijdig schoolverlaters en 45% van hen moet teruggeleiden naar school of naar werk. 15 Naast de stedelijke doelen moet de welzijnsaanbieder zelf drie uitvoeringsdoelen kiezen voor het gebied, met bijbehorende kpi’s. Deze eigen uitvoeringsdoelen moeten vooraf door de gemeente worden goedgekeurd. Verder heeft de gemeente in de aanbesteding vijfentwintig zogenoemde actievelden geformuleerd voor uiteenlopende doelgroepen. De welzijnsaanbieder moet op minimaal 80% van die actievelden acties inzetten. Een actieveld voor jeugd is bijvoorbeeld het ondersteunen van initiatieven van bewoners met specifieke aandacht voor initiatieven van kinderen en jongeren. De welzijnsorganisaties moeten twee keer per jaar aan de gemeente rapporteren welke prestaties zij hebben geleverd. De coronacrisis heeft effect op de mogelijkheden van de welzijnsorganisaties om in 2020 de kpi’s te realiseren. In het voorjaar van 2020 zijn als gevolg van de coronacrisis de werkzaamheden van de welzijnsaanbieders in overleg met de het college op onderdelen gewijzigd. 16 De gemeente heeft de aanbesteding 2018-2020 met een jaar verlengd tot eind 2021. De gemeente treft inmiddels de inhoudelijke voorbereidingen voor de nieuwe aanbesteding van de gebiedsopdrachten per 1 januari 2022.

17 Naar verwachting wordt in het najaar van 2020 het beschrijvend document ontwikkeld. Door de coronacrisis is niet uit te sluiten dat deze planning de komende tijd nog wijzigt. Basis voor de nieuwe aanbesteding zal een nieuw integraal beleidskader zijn waarin het beleid voor Wmo,

13 Het gaat hier om het stedelijk welzijn, couleur locale en het Right to Challenge. 14 Conform Richtlijn 2004/18/EG Bijlage II B was openbare aanbesteding niet verplicht. 15 Gemeente Rotterdam, Europese openbare aanbestedingsprocedure Nieuw Rotterdams Welzijn 2018-2022,bBijlage 2, stedelijke uitvoeringsdoelen, 31 maart 2017. 16 Gemeente Rotterdam. Sociale hulpdienst corona. Verkregen op 30 juni 2020 van https://www.rotterdam.nl/nieuws/sociale-hulpdienst-corona/. 17 De wethouder Volksgezondheid, Zorg, Ouderen & Sport heeft in de raadsvergadering van 11 juni 2020 toegezegd ook inbesteden mee te nemen als optie.

7

welzijnswerk jongeren

welzijn en jeugdhulp is opgenomen. 18 Het college heeft een concept van dit beleidsplan getiteld ‘Heel de stad’ op 26 mei 2020 ter behandeling aan de raad toegestuurd. 19 Het plan zal naar verwachting voor het eind van 2020 ter vaststelling aan de raad worden voorgelegd.

bestuurlijke en ambtelijke organisatie Binnen het college is de wethouder Volksgezondheid, zorg, ouderen en sport verantwoordelijk voor het NRW. Het cluster Maatschappelijke Ontwikkeling (directie Publieke Gezondheid, Welzijn & Zorg) is ambtelijk verantwoordelijk. Het cluster is opdrachtgever voor de gebiedsopdrachten. Vier contractmanagers sturen op de opdracht. Daarnaast zijn er gebiedsadviseurs die inhoudelijk klankbord zijn voor de welzijnsorganisaties en de welzijnsorganisaties informeren over stedelijke (beleids)ontwikkelingen.

financiën In het coalitieakkoord 2014-2018 was een bezuiniging op welzijn opgenomen waardoor het budget voor de gebiedsopdrachten vanaf 2016 daalde met € 1,3 mln. naar € 37,7 mln. 20 Volgens de aanbestedingsstukken wordt dit budget verdeeld over de veertien gebieden via een ‘objectief verdeelmodel’. Leidende criteria in dit verdeelmodel zijn de sociale opgaven, de bevolkingsomvang en de bevolkingssamenstelling van de gebieden. Ook is voor ieder gebied een basisbedrag opgenomen. Van het genoemde totaalbedrag is ca. € 25,4 mln. een algemeen gebiedsbudget. Het budget voor Huizen van de wijk (plus) is ca. € 11,5 mln. 21 Van het totale budget voor de gebiedsopdrachten van € 37,7 mln. is ruim € 15,5 mln. afkomstig van de afdeling Jeugd. 22 In de jaarrekening verantwoordt de gemeente het budget onder het programma Maatschappelijke Ondersteuning en het taakveld Samenkracht en burgerparticipatie. 23

18 Dit staat vermeld in het volgende raadsvoorstel: Gemeente Rotterdam, raadsvoorstel ‘Beleidskader huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld, 14 mei 2019. 19 Het conceptbeleidsplan is een bijlage bij de volgende collegebrief: College van B en W, brief aan de gemeenteraad inzake Lokale Agenda Toegankelijkheid en Conceptbeleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp, 26 mei 2020. 20 College van B en W, brief aan de gemeenteraad inzake Herijking Nieuw Rotterdams Welzijn, 12 mei 2015. 21 Gemeente Rotterdam, Europese openbare aanbestedingsprocedure Nieuw Rotterdams Welzijn 2018-2022, beschrijvend document, 31 maart 2017. Het budget voor schulddienstverlening (€ 1 mln.) is uit het bestek inkoop welzijn gehaald en ingezet voor het uitvoeringsplan ‘Samenhang Schulddienstverlening’. Wethouder Onderwijs, Jeugd en Zorg, brief aan Commissie Zorg, Onderwijs, Cultuur en Sport inzake afdoening toezegging 17bb1830, 5 juli 2017. 22 E-mail ambtenaar, 15 september 2020. 23 College van B en W, jaarstukken 2019, 21 april 2020.

8

welzijnswerk jongeren

3

onderzoeksaanpak doel- en vraagstelling Met dit onderzoek beoogt de rekenkamer inzicht te krijgen in: • de doelen die de gemeente met het NRW wilde bereiken voor jongeren; • de mate waarin die doelen zijn behaald; • de bijdrage die de welzijnsorganisaties hebben geleverd aan het bereiken van die doelen. De centrale vraag van het onderzoek luidt als volgt: Welke doelen heeft de gemeente met het NRW voor jongeren, in hoeverre zijn deze doelen behaald en in hoeverre hebben de welzijnsorganisaties daaraan bijgedragen? De centrale onderzoeksvraag is uitgewerkt in de volgende deelvragen: 1 Welke doelen heeft de gemeente met het NRW voor jongeren? 2 In hoeverre zijn de doelen van het NRW voor jongeren behaald? 3 In welke mate hebben de welzijnsorganisaties bijgedragen aan het behalen van de doelen van het NRW voor jongeren? 4 Welke tekortkomingen en/of succesfactoren verklaren de mate waarin de welzijnsorganisaties hebben bijgedragen aan de doelen? 5 In hoeverre worden geconstateerde tekortkomingen en/of succesfactoren van het NRW gecontinueerd of juist weggenomen in ‘Heel de stad’, het nieuwe beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026?

afbakening Met betrekking tot de afbakening van dit onderzoek zijn de volgende punten relevant: • De rekenkamer concentreert zich in dit onderzoek op de resultaten van het NRW in de periode 2018-2020. De onderzoeksperiode komt daarmee overeen met de oorspronkelijke looptijd van de huidige contracten met de welzijnsorganisaties voor de veertien gebieden. 24 Eventuele tijdelijke of specifieke welzijnsopdrachten van de gemeente buiten deze aanbesteding blijven buiten beschouwing. Bij de beoordeling van de resultaten over 2020 zal de rekenkamer rekening houden met de effecten die de coronacrisis hebben op de uitvoering en de resultaten. • De rekenkamer beperkt zich in dit onderzoek tot de doelen en activiteiten in het NRW die zijn gericht op jongeren. De rekenkamer houdt daarbij de leeftijdsgroep van 12 tot en met 22 jaar aan, overeenkomstig de definitie van de doelgroep van jongerenwerk van het Nederlands Jeugd Instituut. • In de analyse van de doelen zal de rekenkamer naast het NRW ook de nota ‘Zorg voor Elkaar’ betrekken. Reden hiervoor is dat de gemeente in de aanbestedingsdocumenten uit 2018 beide nota’s als kader voor die aanbesteding noemt. • In het onderzoek (met name bij de beantwoording van deelvraag 4) zal de rekenkamer mogelijk tekortkomingen en/of succesfactoren constateren in het welzijnsbeleid voor jongeren en de bijdrage van het welzijnswerk daaraan.

De rekenkamer zal in het onderzoek meenemen in hoeverre geconstateerde tekortkomingen of succesfactoren van het NRW in ‘Heel de stad’, het nieuwe beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026 worden

24 De gemeente heeft inmiddels besloten die looptijd met nog een jaar te verlengen, dus voor 2021. De resultaten van dat jaar zal de rekenkamer niet meer meenemen in het onderzoek.

9

welzijnswerk jongeren

gecontinueerd of juist worden weggenomen (deelvraag 5). 25 De mogelijkheden om een beoordeling van de nieuwe aanbesteding mee te nemen in de analyse, hangen deels af van de gemeentelijke planning van de nieuwe aanbesteding welzijn. Die planning staat op het moment dat deze onderzoeksopzet wordt opgesteld, mede door de coronacrisis, nog niet geheel vast.

onderzoeksmethoden vooraf Hieronder wordt toegelicht op welke wijze de rekenkamer de in paragraaf 3-1 beschreven onderzoeksvragen beantwoordt en welke onderzoeksmethoden de rekenkamer zal gebruiken. De onderzoeksvragen zijn deels beschrijvend (vraag 1 t/m 3) en deels verklarend (vraag 4 en 5) van aard. De rekenkamer hanteert dan ook bij de beantwoording van de onderzoeksvragen geen normen. analyse op macro-, meso- en microniveau Het onderzoek zal analyses bevatten op de drie volgende niveaus: • Op macroniveau zal de rekenkamer in het onderzoek op zoek gaan naar indicatoren en bijbehorende gegevens die inzicht geven in hoeverre de doelen voor jongeren behaald zijn. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan kwantitatieve gegevens over participatie van jongeren in de stad, vroegtijdig schoolverlaten, jeugdwerkloosheid, gebruik van gespecialiseerde jeugdzorg en de mate waarin jongeren de eigen leefomgeving als kansrijk en veilig ervaren. De aldus te verzamelen gegevens zijn vooral van belang voor de beantwoording van deelvraag 2. • Op mesoniveau zal de rekenkamer kwantitatieve gegevens verzamelen over de aantallen jongeren die de welzijnsorganisaties bereiken. Hiertoe zal de rekenkamer in ieder geval de rapportages van de welzijnsinstellingen zelf raadplegen. Deze gegevens zijn vooral van belang voor de beantwoording van deelvraag 3.

• Op microniveau zal de rekenkamer verschillende methoden hanteren om de effectiviteit van activiteiten van de welzijnsorganisaties te beoordelen. Ten eerste zal de rekenkamer analyseren in hoeverre de uitgevoerde activiteiten logisch aansluiten bij de ermee beoogde doelen en of de activiteiten volgens ander onderzoek bewezen effectief zijn. Daarnaast zal de rekenkamer aan de hand van interviews met medewerkers van welzijnsinstellingen en met jongeren zelf onderzoeken wat deelname aan activiteiten voor hen heeft opgeleverd. De gegevens op microniveau zijn vooral van belang voor de beantwoording van deelvraag 4. Voor het onderzoek op microniveau zal de rekenkamer naar verwachting vier gebieden selecteren. Bij de selectie zal spreiding worden toegepast naar geografische ligging, naar welzijnsaanbieder en naar de mate waarin jongeren in het gebied problemen hebben. nadere toelichting De rekenkamer zal in ieder geval de volgende documenten en rapportages bestuderen: • documenten die inzicht geven in doelen van het NRW, zoals de gelijknamige beleidsnota, het doorontwikkelplan ‘Zorg voor Elkaar’ en de aanbestedingsdocumenten uit 2018. Bestudering van deze documenten is vooral van belang voor de beantwoording van deelvraag 1;

25 Gemeente Rotterdam, ‘Heel de stad- conceptbeleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp’ , per brief van het college van 26 mei 2020 aan de raad gestuurd.

10

welzijnswerk jongeren

• halfjaar- en jaarrapportages van de welzijnsinstellingen van 2018, 2019 en 2020 over de uitgevoerde activiteiten en de resultaten daarvan; • rapportages en andere gegevens die inzicht geven in omvang en samenstelling van de doelgroep jongeren. De rekenkamer zal naar verwachting gebruik maken van statistische gegevens over scholing, werk, gezondheid, veiligheid en het gebruik van jeugdhulp zoals: • gemeentelijke gegevens, bijvoorbeeld over het welzijn van Rotterdamse jongeren, uit de Rotterdamse wijkprofielen en de Omnibusenquête; • gegevens van andere organisaties, zoals het CBS. De rekenkamer zal naar verwachting interviews houden met: • ambtenaren die betrokken zijn bij het welzijnsbeleid van de gemeente voor wat betreft jongeren; • medewerkers van welzijnsorganisaties die betrokken zijn bij de uitgevoerde activiteiten; • medewerkers van andere organisaties in de wijknetwerken die betrokken zijn bij jongeren, zoals scholen en wijkteams. Mogelijk zal de rekenkamer hiertoe in elk van de vier geselecteerde gebieden een focusgroep organiseren met deze organisaties; • jongeren die hebben deelgenomen aan één of meer activiteiten van de welzijnsinstellingen. De rekenkamer zal de welzijnsorganisaties benaderen over de wijze waarop contact kan worden opgenomen met deelnemers.

Uiteraard is hierbij een belangrijke voorwaarde dat een jongeren zelf toestemming geeft voor een interview (zie ook paragraaf 3-4). De rekenkamer zal wetenschappelijke en andere relevante literatuur raadplegen over interventies op het gebied van welzijn van jongeren, onder meer van onderzoek van universiteiten en van kennisinstituten als Movisie en het Trimbos-instituut.

privacy Ten behoeve van het onderzoek zullen gegevens worden verwerkt van medewerkers van de gemeente en andere organisaties, zoals welzijnsorganisaties. De gegevens van deze medewerkers zullen beperkt zijn tot hun naam, functie en zakelijke contactgegevens. Daarnaast zal de rekenkamer in dit onderzoek algemene persoonsgegevens van jongeren verzamelen, namelijk hun naam en contactgegevens voor de uit te voeren interviews. In de interviews wordt ingegaan op de persoonlijke situatie van jongeren waardoor mogelijk bijzondere persoonsgegevens verzameld worden. De rekenkamer acht een uiterst zorgvuldige omgang met deze gegevens van groot belang. Deze gegevens worden enkel in het (vertrouwelijke) verslag van het interview verwerkt wanneer ze relevant zijn voor het onderzoek. De rekenkamer vraagt de betrokken jongeren vooraf schriftelijke toestemming voor de verwerking van deze gegevens. Alle persoonsgegevens in dit onderzoek zullen verwerkt worden conform de bepalingen van de AVG, het daarop gebaseerde privacybeleid rekenkamer en het protocol verwerking persoonsgegevens Rekenkamer Rotterdam – gemeente Rotterdam (zie verschillende documenten op https://rekenkamer.rotterdam.nl/informatie/omgang-gevoelige-informatie).

11

welzijnswerk jongeren

4

organisatie en planning

Het onderzoek zal worden uitgevoerd door een onderzoeksteam bestaande uit: • Geerd Struik; • Kees de Waijer (projectleider). • een extern in te huren onderzoeker De uitvoering van het onderzoek start in oktober 2020. De bevindingen uit het onderzoek worden in een concept nota van bevindingen vastgelegd. De rekenkamer stelt de gemeente in de gelegenheid op deze bevindingen te reageren door de concept nota van bevindingen voor ambtelijk wederhoor aan te bieden. Na verwerking van de ambtelijke reactie stelt de rekenkamer een bestuurlijke nota op. Daarin presenteert de rekenkamer de conclusies en aanbevelingen die volgen uit het onderzoek. De bestuurlijke nota zal, met de nota van bevindingen als bijlage, voor wederhoor aan het college van B en W worden voorgelegd. De reactie van het college van B en W wordt samen met het nawoord van de rekenkamer in het definitieve rapport opgenomen. Dit zal naar verwachting in het najaar van 2021 aan de raad worden aangeboden.

12

welzijnswerk jongeren

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=43ea776f-d5ba-431e-bfcd-6b2b0b0db63b