20210615 en 20210617- Notulen van de raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Tekst van het document
Dat is mooi, maar we weten ook hoe het rijk aan zijn inkomsten komt. Ja, dan moet u gewoon zorgen dat u vrienden in de Tweede Kamer heeft; hoe gewoon op rijksniveau gekeken wordt: hoe gaan we met de staatsschuld om en hoe gaan we die lasten verdelen? Maar dat is niet hier in deze raad. Wij hebben ons stinkende best gedaan om te zorgen dat de gemeente Rotterdam goede afspraken heeft gemaakt met het rijk en daar een goede compensatie heeft gekregen. De rest van Nederland overigens ook, maar we zijn daar redelijk vooropgegaan om dat goed te regelen met elkaar. Dat is wat het is en daar ben ik trots op. En niet het beeld: ja, maar indirect stijgt hiermee de staatsschuld, hoe gaan we dat doen? Dat lijkt me voor de macro-economie en het Financieele Dagblad goed, maar niet voor dit debat. De VOORZITTER. De heer Koster, kort nog een vraag.
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1234
De heer KOSTER (lr). Nou ja, eerder een constatering. De kosten zijn voor een deel dus gewoon opgevangen door efficiencymaatregelen als ik u goed begrijp. Alleen dan de vraag: waarom worden die efficiencymaatregelen dan nu genomen? Hadden die dan bijvoorbeeld niet eerder genomen kunnen worden? De heer VAN GILS (d66) (wethouder). Zoals u kunt zien, hebben we bij corona ineens kantoren gesloten, waar dus geen bewaking, geen catering zit. Er is veel meer thuis gewerkt, er zijn geen opleidingen live geweest, er zijn geen reizen gemaakt naar het buitenland, er zijn hier geen ontvangsten geweest. Op een aantal terreinen zijn er ook gewoon dingen minder uitgevoerd, omdat dat niet zo'n zin had als je dat niet fysiek kon doen. Alles wat daar vrijviel, is meteen afgeroomd en er is gezegd: dat zetten we in om de coronamaatregelen te verzachten. Dat is wat er is gebeurd. Op onderdelen heeft het rijk gecompenseerd waar andere gemeenten gezegd hebben: ik heb een heel groot kantoor of bedrijf ingehuurd dat voor mij de hele Tozo doet. Wij hebben mensen gezegd: een aantal dingen ga je nu niet doen, je gaat nu deze dingen doen. Dat is per saldo goedkoper dan dat je zegt: ik heb die mensen in dienst gehouden, ik weet niet wat die dan gedaan hebben, maar daarenboven heb ik gewoon een dure rekening van een bedrijf dat miljoenen in beeld brengt.
Wij hebben scherp aan de wind gezeild, alle collega's en portefeuillehouders. Daarmee hebben we het gedaan en met de compensatie van het rijk. En hier en daar hebben we tegenvallers gehad. We hebben gezegd: het uitstel van het Songfestival heeft een tegenvaller gehad. Onze parkeerinkomsten zijn minder en niettemin hebben we gezegd: maar zorgverleners hoeven niet te betalen voor een parkeervergunning. Door woekeren, dat is een beetje Rotterdams ondernemerschap, hebben we dat volgens mij allemaal heel goed gedaan. Een belangrijk deel zit in die componenten. Als ik dan kijk naar andere steden die gedwongen zijn om daar meer in door te belasten of harder in te teren op hun reserves, wat wij niet gedaan hebben, dan hebben wij dat met elkaar goed gedaan. Dat is ook een compliment aan uw raad, omdat u ons daar steeds in gesteund en af en toe ook ernstig toe aangezet heeft. Dank u wel. De VOORZITTER. Dank u zeer. Dan gaan we nu naar wethouder Bokhove voor een aantal gestelde vragen. Mevrouw BOKHOVE (gl) (wethouder). Ja, dank u wel voorzitter en goed om de raadsleden hier weer live te zien. Een aantal vragen en twee moties op mijn vlak. Ik ga maar eerst beginnen met een van mijn favoriete onderwerpen en ook van de raad overigens: de verkeersexperimenten. De Rotterdamse MobiliteitsAanpak is begin vorig jaar, 2020, door uw raad vastgesteld.
Een van de onderdelen is dat we ook vanuit experimenten zouden kijken hoe we de stad anders kunnen inrichten. Er is steeds meer ruimte nodig voor voetgangers, fietsers en voor het openbaar vervoer. De stad groeit en het is echt zoeken naar een nieuwe balans om dat op een goede en gezonde manier te doen. Het mooie van experimenten is dat je dat kunt testen. Je richt namelijk niet iets definitief in, maar je kunt gaandeweg zo'n traject kijken of er eventueel aanpassingen nodig zijn, bijvoorbeeld belijning aanpassen, stoplichttijden aanpassen. Dat is heel verstandig, want je weet het eigenlijk nooit precies. Verkeer is soms net water, dat zoekt altijd weer zijn weg. Daarom is het ook heel goed om te kijken hoe iets uitpakt, niet alleen op papier, maar ook in de praktijk. Dan kun je daarna heel goede, verstandige beslissingen nemen. Nou, zo ook de Erasmusbrugroute, waar de heer Verheij aan refereerde en waar een van de moties van Leefbaar Rotterdam en DENK over gaat. De Erasmusbrugroute, daar zagen we dat het verkeer stevig onder druk stond omdat er heel veel fietsers tegelijkertijd gebruikmaken van die stoplichten. Meer dan 15.000 fietsers per dag over de Erasmusbrug, kruisen met 10.000 fietsers in de lengterichting. Dat vergeleken met ongeveer 25.000 automobilisten die daar ook staan en daar vijf banen voor hebben.
Hier was een tekort aan opstelruimte, er gebeurden veel incidenten, veel bijnaongelukken en we hebben gekeken hoe het uitpakt om daar extra ruimte voor de
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1235
voetgangers en de fietsers te maken. U weet, als u daar staat met een kinderwagen, u past daar niet eens op de stoep om over te steken. En het fijne van het experiment is dat het ook erkend is, ook herkend door de raad, ook uit de evaluatie. De gebiedscommissie heeft gezegd: wij zien de noodzaak, maar wat wij wel graag willen is dat het op een gegeven moment definitief wordt ingericht. Want we willen wel een keer van die betonblokken af. Dat sluit ook wel aan bij de ervaring van de heer Verheij. Er zijn al veel verbeteringen, maar de leesbaarheid van het kruispunt kan beter. Op het moment dat de definitieve plek er is voor de stoplichten is de opstelstrook herkenbaarder. Op het moment dat de stoep ook echt fysiek is aangelegd, is zo'n kruispunt helderder. Volgende week, op 23 juni, in onze commissie, iedereen die in EDEM zit en woordvoerder mobiliteit is, weet dat dan op de agenda staat. Er is een voorkeursvariant van het college uitgewerkt en er zijn twee alternatieve varianten op verzoek van uw raad uitgewerkt. Morgen ga ik kijken met de gebiedscommissie daar ter plekke om nog eens eventjes samen naar dat kruispunt te kijken. Dus wat betreft de Erasmusbrug is er geen reden om te stoppen.
Het experiment is gestopt, we gaan juist verder naar definitievere stappen om te kijken hoe we kunnen zorgen dat dat comfort voor die voetgangers en fietsers ook blijvend gegarandeerd is, zoals ook afgesproken met uw raad. Het andere experiment waar u aan refereert, is de Maastunnelcorridor. U weet dat dat uit meerdere stappen bestaat. De eerste fase is achter de rug en is geëvalueerd. Als u de bijlage neemt op pagina 16, dan zie je dat uit de eerste evaluatie is gebleken dat de doorstroming van het verkeer over het algemeen niet is verslechterd of onbetrouwbaarder is geworden. Dat is eigenlijk net als die vuilniszak, die mijnheer Verheij ook weleens ziet en waarvan hij ook een incidentele foto kan maken. Zo zie je heus weleens dat er verkeer vaststaat. Dat ligt er over het algemeen aan dat er of iets op de rijksweg aan de hand is, of dat er een te hoge vrachtwagen voor de Maastunnel heeft gestaan of dat er ergens ongelukken zijn gebeurd. Maar dat zijn files of opstoppingen die van alle tijden zijn. Die staan los van de aanpak van de Maastunnel. Bij het Maastunneltracé hebben we geleidelijk gewerkt aan het reduceren van de wegcapaciteit daar, omdat we graag minder uitstoot willen in de stad. We willen minder uitstoot van verkeer. We hebben eerst de eerste stap gedaan. De baan die nodig was, hebben we niet ongebruikt gelaten.
We hebben die ingevuld door ruim baan te geven aan de ambulances, aan de hulpdiensten, aan de politie, aan de brandweer. Zeker in coronatijd heeft de ambulance daar veelvuldig gebruik van gemaakt. Wat er nu gebeurt, is dat een aantal lijnbussen daar 's avonds al gebruik van maken. U weet, we werken aan HOV door de Maastunnel en dat moet dan een snelle verbinding zijn. Het fijne van dit experiment is ook dat we weten dat dat mogelijk kan zijn over zo'n baan. Dus zo'n traject is echt om te leren, ook in deel 2, dat nu uitgezet is op straat en dat al een aantal weken draait. Dan kijken wij tussendoor: waar zijn optimalisaties nodig? Dan luisteren wij naar mensen die daar wonen, luisteren wij naar gebiedscommissies en aan het eind van 2021 komen we bij u terug voor definitieve besluitvorming en dan ligt er ook de eerste besluitvorming rondom de HOV door de Maastunnel. Dat is natuurlijk wel iets van wat langere adem, maar daar moeten wel nu de stappen voor worden gezet. Dus ik zou het echt doodzonde vinden om daar nu mee te stoppen. Daar is ook geen enkele noodzaak toe. Motie 1 daarmee, ik ben zelf niet in herhaling gevallen, maar dit is een motie die eerder is ingediend en die ik toen ontraden heb. Het zou namelijk ook zonde zijn voor de stappen die we met deze experimenten zetten. Het dictum, het eerste deel, dus niet stopzetten.
Dictum 2, verblijfskwaliteit, luchtkwaliteit, veiligheid voor fietsers verbeteren door mobiele flitspalen, intensivering van handhaving, dat doen we al. Dat is een overbodig deel van deze motie. De VOORZITTER. De heer Verheij. De heer VERHEIJ (vvd). Dank u wel voorzitter. Ik heb goed geluisterd naar wat de wethouder zegt. De VVD pleit niet voor het rücksichtslos stopzetten van deze verkeersexperimenten. De wethouder gaf net zelf een belangrijk woord: de leesbaarheid van
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1236
wat we daar ingericht hebben. Bij de Erasmusbrug voor de fietsers zie ik gewoon dat het heel ingewikkeld is, dat heel veel mensen niet doorhebben hoe het werkt. Bij de Maastunnel, de Henegouwerlaan, de overgang naar de Middellandstraat en door naar de 'sGravendijkwal, heel veel automobilisten snappen gewoon echt niet wat die belijning betekent, wat de borden betekenen. Het is chaotisch, visueel, om te snappen wat er aan de hand is. Dat leidt tot irritatie, dat leidt tot in ieder geval een perceptie dat het hartstikke fout gaat, even los van de precieze metingen, maar dat maakt wel dat de perceptie over dat experiment in ieder geval is dat het mislukt is. Is de wethouder van mening dat die visualisatie daar ter plaatse, die leesbaarheid zoals ze het zelf noemt, juist in dat experiment veel beter zou moeten zijn, zodat mensen in ieder geval snappen wat er aan de hand is, en het daar niet op mis kan gaan en misschien zelfs kan helpen om het experiment in betere banen te leiden, letterlijk? Mevrouw BOKHOVE (gl) (wethouder). Voorzitter, wij werken steeds aan de verbetering ervan. Uiteindelijk wil je natuurlijk, als dit experiment slaagt, een definitieve inrichting en dan kun je dat nog beter leesbaar maken.
Dan zou je ook werken aan versmallingen op die locatie waardoor ook de oversteekbaarheid nog veiliger wordt, want dan heb je helemaal niet meer die breedte van al die banen nodig. Wij spreken regelmatig met bewoners langs het tracé. Mensen kijken namelijk ook uit het raam, geven soms ook aanwijzingen en als u dat goed ziet, ziet u ook weleens dat die strepen nog weer eens even op een andere plek worden gezet, juist om te kijken of dat bijdraagt aan die leesbaarheid. Zo zijn bijvoorbeeld ook op een gegeven moment die paaltjes neergezet langs het tracé, ook om te zorgen dat mensen niet stiekem nog even snel toch van baantje verwisselden. Eind 2021 kunnen we dat namelijk ook doen, net zoals we voor de Erasmusbrug doen, waarvan u zei: dat is dan heel erg fijn dat er aan die leesbaarheid wordt gewerkt. Dat kan op het moment dat we het echt helemaal definitief gaan inrichten, maar ook gaandeweg kijken wij steeds naar de veiligheid. We kijken naar de effecten op de andere straten. Op het moment dat er aanpassingen nodig of wenselijk zijn, dan doen wij dat. Want het is niet iets dat je één keer statisch neerzet. Dit is inderdaad in een fase waarvan je zegt: daar blijf je echt iedere keer monitoren. Dat blijven we ook in deze fase doen. Dus als u suggesties heeft, mag u ze altijd geven. U bent ook inwoner van deze stad, dus u mag altijd op mijn pad komen en daar iets over aangeven.
De VOORZITTER. De heer Van Drunen. De heer VAN DRUNEN (lr). Ja, dank u voorzitter. Ik hoor de wethouder iets heel bijzonders zeggen, namelijk dat er aangestuurd wordt op het slagen van een experiment, maar volgens mij is juist de bedoeling van een experiment dat je iets doet, dat je ervan leert, dat je gaat evalueren, en dan vervolgens stappen gaat zetten. Maar zoals ik het nu hoor, lijkt het dus eigenlijk wat ik altijd al vermoedde, dat de experimenten een excuus zijn om al die situaties gewoon maar gelijk permanent te maken. Maar blijkbaar was dat te veel gevraagd, dus wordt het onder het mom van experiment ingezet, terwijl het altijd al de bedoeling is geweest om gewoon permanent rijbanen te schrappen, zoals op de Maastunnelcorridor. De VOORZITTER. Wethouder. Mevrouw BOKHOVE (gl) (wethouder). Ik hoorde eigenlijk geen vraag, maar wat wij doen is hier niet direct een permanente inrichting. Dat zou ook echt onverstandig zijn. We kijken hier in stappenplannen wat er zou bijdragen.
Ik weet niet of u toen al in de raad was, maar er waren insprekers van de 's-Gravendijkwal die toen ook gevraagd hebben: als dit bijdraagt aan de luchtkwaliteit, als dit bijdraagt aan verbetering van de straat, dan kan het toch niet zijn dat we ook weer stappen achteruit gaan nemen? Toen hebben wij aangegeven en dat is ook door uw raad bekrachtigd: op het moment dat hier stappen worden genomen en uit het
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1237
experiment een geslaagde stap komt, dan kunnen wij dat eigenlijk niet meer terugdraaien. Want je gaat dan mensen niet weer in slechtere situatie zetten. Dat hoorde u mij net zeggen. Op het moment dat zo'n stap slaagt, moeten we ook werken naar uitvoering daarvan. Goed, nogmaals, motie 1 moet ik ontraden. Motie 2 vraagt om rijbanen op het Maastunneltraject, welke gesloten zijn in het kader van de verkeersexperimenten te openen, ten tijde van grootschalige geplande werkzaamheden op de ruit van Rotterdam. Ik heb net al even uit mijn kamer een debat kunnen horen tussen de heer Postma en de heer Koster. Ik moet deze motie ook ontraden. Deze maatregelen nemen we juist om te zorgen dat er minder doorgaand verkeer, minder sluipverkeer door de stad is. Op het moment dat er werkzaamheden op de rijksweg zijn, dat heb ik al eens eerder aangegeven, dat gaat ongeveer over een factor 10 van het verkeer dat wij normaal door de stad afwikkelen. Onze stad kan nooit afsluitingen van de rijksweg verwerken. Op het moment dat wij zeggen: kom maar toch allemaal en we gooien de banen open, dan geeft dat juist een aantrekkende werking en ook de verkeerde suggestie. Want ook dan kunnen wij dat niet verwerken. Bovendien is het gevaarlijk op het moment dat er dan twee banen stilstaan. Dan zijn de ziekenhuizen, die zo nodig bereikt moeten worden, ook niet bereikbaar voor de hulpdiensten.
Dus ook voor spoedgevallen is het dan belangrijk dat die baan juist wel open is. Ook in de toekomst, op het moment dat de verkeersexperimenten slagen en die baan goed vrijgespeeld kan worden en hij wordt ingezet voor het HOV, dan zou je ook zo'n maatregel niet meer kunnen treffen. Er is nog een volgende overweging waarom ik het niet wenselijk vind, en dat is dat wij merken bij alle omleidingen in de stad, bij alle gewijzigde verkeerssituaties dat mensen er eerst aan moeten wennen. Dus als je voor één of twee dagen zo'n situatie wijzigt, weten mensen niet waar ze aan toe zijn, gaan ze zich vreemd gedragen in het verkeer en maken ze juist gevaarlijke situaties. Het best werkt gewoon als mensen die op stap gaan, slim zijn en van tevoren altijd even checken voordat ze op stap gaan wat een handige manier is om te gaan en als ze met de auto gaan, wat dan de beste manier is om te gaan. Ik zeg echt steeds: wees wijs en plan je reis. En als de mensen dat dit weekend hadden gedaan en ze waren dan niet ineens onverwacht op een file gestuit op de A16, dan waren ze zelfs daar gebleven. Want mensen denken nu: o, ik zie een file, ik ga snel door de stad. De weg door de stad was langer dan de weg van de mensen die wel hun routeplanner hadden aangezet en op de ring waren gebleven.
Want door de stad hebben ze twintig tot dertig minuten vertraging opgelopen en de mensen die op de ring bleven, vijftien tot twintig minuten. Dus het loont echt altijd de moeite voor mensen om heel goed te kijken wanneer ze op stap gaan als ze graag met de auto over het Rotterdamse parcours willen gaan. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja, dank voorzitter. Ik snap op zich wel wat de wethouder zegt, maar ik snap eigenlijk ook wel de oproep uit de motie van Leefbaar Rotterdam. Wat dat betreft ben ik het niet zo eens met de argumentatie dat u zegt dat je daarmee de verkeerde suggestie geeft. Nee, we doen inderdaad juist die verkeersexperimenten om mensen eigenlijk op te voeden: ga niet dwars door de stad. Maar dan zou je volgens mij wel iets anders moeten doen op het moment dat je inderdaad weet dat er wegwerkzaamheden zijn aan de rijksweg. Want je weet: we zijn bezig met dat experiment, we zijn bezig met die gedragsverandering, het staat inderdaad vast. Het is een unpopular opinion, maar ik heb eerder al gezegd: die files in de stad, dat is de bedoeling. Maar in die transitiefase is het des te belangrijker dat je bij werkzaamheden aan de rijksweg dan wel iets extra's doet. Ik zou u niet willen oproepen om dan te doen wat er in die motie staat.
Maar ik snap de motie wel, dus misschien kunnen we iets anders verzinnen, dus bijvoorbeeld contact met Rijkswaterstaat, waarbij omleidingen bij wegwerkzaamheden aan de rijksweg extra goed aangekondigd worden enzovoorts.
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1238
De VOORZITTER. Wethouder. Mevrouw BOKHOVE (gl) (wethouder). Dank u wel. Deze suggestie heb ik eerder ter harte genomen en daar is of een motie over aangenomen, of een toezegging. Naar aanleiding van de werkzaamheden, nee, de prachtige filmopname voor het Eurovisie Songfestival. Daar zat iets niet helemaal lekker in de afstemming, want dat was tegelijkertijd met de afsluiting van de Beneluxtunnel. Ik kan achteraf zeggen dat ik het de beelden meer dan waard vond. Maar goed, dat is dan een belangenafweging. Dat wist ik toen nog niet. Maar toen hebben we ook afgesproken dat op het moment dat er geplande werkzaamheden zijn, er altijd afstemming is. Ik moet daar nog op terugkomen bij u. In dit geval is dat ook vooraf gebeurd, zijn er overal langs de rijksweg ook borden geweest, inderdaad over hoe lang de omleiding is. Maar ja, blijkbaar hebben mensen ook gezien: vijftien minuten vertraging. O, dan gaan we door de stad. Als u op Rotterdam Onderweg kijkt, ziet u ook permanent alle verkeersaanwijzingen. Laten we ons vooral gewoon even richten op die motie die toch nog afgedaan moet worden en dan kunt u kijken of er in dit soort situaties dan voldoende maatregelen naar uw zin worden genomen. De VOORZITTER. De heer Koster. De heer KOSTER (lr). Ja, bedankt. Ik hoor u net zeggen: wees wijs, plan uw reis.
Dat is toch geen boodschap aan mensen die naar het ziekenhuis moeten? Die bedenken dat niet van tevoren. Dan heb ik het niet over de spoed dat de ambulance komt, maar voor weet ik wat, dat ze zich flink hebben gesneden in hun arm. Dat is toch geen boodschap? Blijft u daar echt bij? De VOORZITTER. Wethouder. Mevrouw BOKHOVE (gl) (wethouder). Voorzitter, volgens mij maak je nooit beleid op de uitzondering. Daar heb je rekening mee te houden, maar nu één voorbeeld noemen van iemand die toevallig in de auto moet op dat moment. Wij vinden, en daar is het Rotterdamse mobiliteitsbeleid ook op geënt, dat de stad bereikbaar moet zijn. Wij zien dat er een verschuiving is, dat er meer voetgangers, meer fietsers, meer OV-gebruik is, dat mensen dat ook prettig vinden. Dat willen we faciliteren. We zien ook dat er niet meer autoverkeer de stad in kan en we willen graag een mobiliteitstransitie, omdat we schonere lucht in de stad willen. Wij zeggen niet dat er nooit meer een auto in de stad mag. Wij zeggen dat ook de auto welkom moet blijven, maar wel iets minder en iets minder dominant. Dat betekent dat er aan alternatieven wordt gewerkt, zoals een HOV-verbinding door de Maastunnel. De stad is op heel veel andere manieren bereikbaar. De metro was prima bereikbaar, dus je kon bijvoorbeeld ook prima met de metro naar de ziekenhuizen. Allebei zijn dicht bij een halte.
Dus wees wijs, plan je reis. Ik begrijp dat u zegt: voor dat ene geval, dat was dan heel vervelend. Maar dan is het nog goed als mensen van tevoren even kijken wat de verkeerssituatie onderweg is voordat je in de auto stapt. Dat scheelt echt voor iedereen. Want als je gewoon heel veel tijd wilt besparen, en zeker op zo'n warme zonnige dag zodat de frustratie niet oploopt, is goede voorbereiding echt het halve werk. De VOORZITTER. De heer Koster. De heer KOSTER (lr). Ja, ik vind het geen uitzondering, want er liggen twee ziekenhuizen in de buurt van dat traject. Het is ook niet een enkel voorbeeld. Ik zou u toch echt willen vragen dat beleid te herzien. Dat heb ik volgens mij al een paar keer gedaan. Het is gewoon wachten tot het nog een keer misgaat. Laten we hopen dat dat niet gebeurt.
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1239
De VOORZITTER. U kunt verdergaan wethouder. Mevrouw BOKHOVE (gl) (wethouder). Beide moties moet ik ontraden. Ik ga door naar de vragen over jeugd. We hebben op zich veel debatten over de jeugdzorg gehad met de commissie ZOCS. Dit is natuurlijk de financiële commissie en die heeft soms net weer even andere bronnen dan de commissie ZOCS, want ik denk wel dat we de commissie ZOCS over zorg en over de zorgen om de zorg steeds goed hebben meegenomen. We hebben ooit een flinke taakstelling van het rijk gekregen, de decentralisatie met een grote bezuinigingsopgave daarbij. We hebben gezien dat de zorg jarenlang onder druk staat en dat leidt tot langere wachttijden. Wat we hebben gedaan is: heel veel lobby, goed samenwerken, goed samenwerken ook met de aanbieders, een brandbrief die wij ook naar het rijk hebben geschreven van: het begint nu de spuigaten uit te lopen, want we hebben niet meer alleen die tekorten in de zorg, we zijn niet meer alleen schaarste aan het verdelen, maar nu begint het echt de spuigaten uit te lopen omdat er ook nog een keer door corona heel veel jongeren in de spoedzorg belanden. Daar liepen we tegen onze grenzen op. Toen hebben we ook in januari aan de bel getrokken. Misschien heeft u dat ook nog wel via de media kunnen volgen, maar daar hebben we als Rotterdam ook wel een stevige rol in gespeeld.
Dat heeft er inmiddels gelukkig toe geleid dat er ook budgetten vrij worden gemaakt en niet in de laatste plaats ook omdat onze wethouder De Langen bij de VNG ook vanuit de andere kant daarvoor heeft gepleit. Mevrouw Arsieni heeft de recente brandbrief van de huisartsen gezien. Zij zeggen ook dat dit een landelijk beeld is en vragen of er een landelijke taskforce kan worden opgericht. Zij richtten hun brief ook aan Koningin Máxima. De zorgen zijn nog niet weg. De schaarste is ook nog niet meteen weg. We hebben er ook gewoon heel veel mensen voor nodig om ook te zorgen dat we met dat extra budget flinke stappen kunnen maken in het wegwerken van de wachtlijst, maar wij zijn begonnen, vanaf januari, met andere triage, we zijn begonnen met uitbreiding. Wij hadden als Rotterdam al, eigenlijk vooruitlopend op de toelage van het rijk, zelf besloten dat er extra budget nodig was. U heeft ook gehoord dat zowel de raad als het college altijd ruimhartig is geweest in het vergoeden van de zorgkosten en in het vullen van de bestemmingsreserve, zodat wij eigenlijk ook altijd die zorg kunnen leveren die zo belangrijk is. Samen met het ondersteuningsteam van de jeugd landelijk, de aanbieders en de regiogemeenten hadden wij hier al een taskforce opgericht. Ik heb de huisartsen uitgenodigd om hen ook dat te vertellen, want blijkbaar hadden die berichten hen nog niet bereikt.
Tegelijkertijd blijven wij ook zorgen dat wij ook lokaal zo goed mogelijk al proberen te voorkomen dat jeugd naar specialistische zorg moet, want daar zijn de grootste wachtlijsten. Dus we zetten in op zorg bij huisartsen. Daar refereren ze zelf ook aan. Wat de praktijkondersteuners betreft, we hebben er al veel van, en er kunnen er nog best een aantal bij. We zorgen voor zorg op scholen en in wijken en we zijn flink bezig met de versterking van de wijkteams. Wat fijn is, is dat we nu niet meer vanuit incidentele ophogingen zorg kunnen inkopen, maar dat er zicht is op structurele budgetten. Dat betekent ook dat er gewoon meer zorgpersoneel kan worden aangenomen. Want dat is echt nodig om te zorgen dat die wachtlijsten kunnen worden weggewerkt. De heer Tak had volgens mij Follow the Money gelezen. Hij refereert eigenlijk ook aan een aantal problemen die vooral landelijk spelen. Door marktwerking zie je ook dat bijvoorbeeld aanbieders omvallen. En Leefbaar Rotterdam – de heer Koster is even van zijn plaats af – ongeveer één keer per halfjaar, als er ergens anders een aanbieder omvalt, dan wordt er even gevraagd: hoe is de stand van zaken hier? We hebben gelukkig contracten afgesloten met sterke aanbieders. Wij volgen die financiële situatie bij de aanbieders ook goed. Wij betalen ook goede en eerlijke tarieven in de zorg. Wij hebben dus geen last van omvallende aanbieders.
En omgekeerd, die cherry picking waar u het over had, dat zie je ook met name in het oosten van het land, waar veel kleine contracten zijn verstrekt, waar zorgcowboys het landschap in zijn gedoken. Wij werken gewoon echt met goede, stevige aanbieders en dat is
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1240
dus ook goed ondervangen. Ook in onze contracten vragen we om kwaliteit en is er dus geen sprake van cherry picking. De VOORZITTER. Mevrouw Arsieni. Mevrouw ARSIENI (d66). Ja voorzitter, de wethouder gaf net al best een uitgebreid antwoord op de vraag die ik stelde, en een aantal anderen hebben dezelfde vragen gesteld over de staat van de jeugdzorg van dit moment. Ik begrijp natuurlijk dat er heel veel op gebeurt en het is natuurlijk ook zo dat er ook structureel veel extra geld voor nodig is om op die wachtlijsten in te lopen. Maar wat mijn vraag ook nog was, is hoe we dat doen gezien de personeelsproblemen die er zijn in de jeugdzorg. Want we kunnen wel zeggen: dan kunnen ze personeel aannemen, maar het probleem is nu juist dat ze dat personeel niet aangenomen krijgen, dus dat speelt denk ik bij veel grote organisaties. Ik ben wel benieuwd hoe we daar dan op de een of andere manier in Rotterdam een manier in vinden. Ik snap wel dat het niet alleen een Rotterdams probleem is, maar dat daar toch op de een of andere manier creatieve gedachten over zijn hoe we daar dan wel handen en voeten aan kunnen geven. De VOORZITTER. Wethouder. Mevrouw BOKHOVE (gl) (wethouder). Ja, dank u wel. Dat is een heel terechte zorg. Want nu er budgetten komen, wil iedereen natuurlijk extra personeel aannemen. Er zit ook een andere manier van werken in. Een andere manier van triage.
Een gezamenlijke wachtlijst, wachtlijsten schonen. Dat helpt natuurlijk ook om beter inzicht te krijgen in wat er precies aan de hand is. Wij gaan niet nu pas beginnen met vacatures. Wij zijn vanaf januari begonnen, ook met de aanbieders om te zorgen dat er mensen worden opgeleid, dat mensen ook sneller kunnen doorstromen. Het zit ook in doorstroming en afschaling. Dus er zijn een aantal zaken die we samen met de aanbieders ook oppakken en ook aanbieders zijn soms wat flexibeler omdat ze soms weer vanuit een grotere pool kunnen putten. Verder moeten er ook echt heel veel mensen worden opgeleid. Dat is ook belangrijk, want we zien soms ook verschuivingen. Dat het dan aantrekkelijk is om bij de ene aanbieder te werken. Wat wij vooral belangrijk vinden, is dat wij niet achterover gaan leunen en dat wij eigenlijk meteen al vanaf januari naar voren zijn gestapt en de aanbieders het comfort hebben gegeven van: Rotterdam gaat investeren en niet alleen voor dit jaar, maar ook voor de langere termijn. U kunt dus ook uw vacatures openzetten. Wij hopen ook echt gewoon vooraan in de rij te staan. De VOORZITTER. Mevrouw Arsieni. Mevrouw ARSIENI (d66).
Ja voorzitter, ik denk ook echt dat Rotterdam daar heel proactief mee bezig is, maar het is niet voor niets dat deze week die brandbrief verstuurd is van huisartsen uit de Rotterdamse regio waarin zij aangeven dat voor heel 2021 er eigenlijk gewoon geen zorg meer geleverd kan worden omdat die wachtlijsten inmiddels negen maanden behelzen. Ja, als dat het geval is, dan snap ik wel dat we al in januari begonnen zijn, maar dan moeten we toch ergens dit jaar de draad weer gaan oppakken. Dus daarom wil ik toch vragen, en ik besef, ik heb nooit op deze manier deze vraag aan u gesteld, want ik ben echt geen woordvoerder op dit dossier maar ook nog eens niet woordvoerder financiën, maar goed, desalniettemin is het wel een onderwerp dat me aan het hart gaat. Hoe gaan we hier dan nu wel vaart achter krijgen? Mevrouw BOKHOVE (gl) (wethouder). Zoals ik echt al zei, het moment van de brandbrief verbaasde mij, want die had ik dan in januari verwacht. En juist omdat er zoveel stappen zijn
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1241
genomen tussen januari en nu, ook met het rijk samen, ook in de wachttijdaanpak en de doorbraakaanpak. Als ik kijk naar welke stappen we al vanuit januari gemaakt hebben naar nu in het terugdringen van de wachtlijst, we hebben al zoveel stappen vooruit gezet, dat ik dacht: dit is best bijzonder. Ik vind het prima, en daar kunnen de huisartsen denk ik individueel ook niet zoveel aan doen, dat zij nog niet weten dat wij al een lokale taskforce hadden opgericht en dat wij dus al die stappen maken, maar daarom heb ik hen ook uitgenodigd om in gesprek te gaan, want dan kan ik hen ook inhoudelijk meenemen. Want iemand schrijft een brief op het moment dat hij het ook nog niet precies weet, denk ik. En dan wil ik het heel graag toelichten in een gesprek. Dus ik ga met de huisartsen verder in gesprek en de commissie ZOCS monitort. We hebben net weer een voortgangsgesprek gehad. De commissie ZOCS zit hier ook bovenop en terecht. De VOORZITTER. Wilt u tot een afronding komen? Ik heb nog wat wethouders te gaan en het is 23.15 uur. Mevrouw BOKHOVE (gl) (wethouder). Ik snap het, sorry. Ik kreeg een terechte vraag, maar volgens mij is het onderwerp jeugd voldoende besproken met de raadsleden. Dan kan ik verder relatief kort zijn over taal. Het belang van taal wordt raadsbreed gedeeld en er is volgens mij nog nooit zo vaak het woord taal bij de jaarrekening besproken. Dat is heel fijn.
Dat komt omdat op 31 december, en dat staat in de jaarafrekening, de jaarafsluiting wordt gelockt, en dan staan er 2800 geslaagde taaltrajecten. Maar dat is het getal tot oktober 2020. Ik mag van mijn target gelukkig iedereen die tussen oktober 2020 en 31 december 2020 geslaagd is ook meetellen en dan ziet het beeld van de trajecten er gelukkig iets beter uit. Dan komen we dadelijk niet op 64%, maar ergens tussen de 80 en de 85%. En bij de eerste kwartaalrapportage worden ook de eindcijfers van 2020 doorgegeven. Dus het aantal ligt gelukkig een stuk hoger, maar het is nog niet 4400, wat de target eigenlijk beoogde, wat de target voor dit jaar was. Dat heeft inderdaad alles te maken met corona. Er is gevraagd: wat heeft u daarvan geleerd? Als eerste: de complimenten voor de aanbieders van taal, want in plaats van bij de pakken neer te gaan zitten omdat er geen fysieke lessen meer mogelijk waren, is er heel snel overgestapt, ander materiaal ontwikkeld, nieuw materiaal ontwikkeld, digitaal materiaal ontwikkeld, gezorgd dat de cursisten wel leerden inloggen met al die kleine stapjes taal die ze nog moesten maken, en zijn er in de tweede helft van het jaar heel veel reparatietrajecten gedaan. Heel veel mensen hebben alsnog hun taaltrainingen kunnen doen, maar meteen ook met ondersteuning van die digitale vaardigheden.
Dus die creativiteit en al dat extra lesmateriaal heeft een enorme bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de mensen die op die taaltrajecten zitten en dat is mooi, want dat neem ik ook mee naar de toekomst. We zien dus ook nu dat het heel erg loont om hybridetaaltrajecten te doen die zowel fysiek zijn als digitaal. Met de cijfers van 2019, toen ik een behoorlijke overmaat had met deze cijfers waar we tot nog toe tussen de 80 en 85% van onze target halen, loop ik nog steeds op schema om het target te halen. Met alle intensiveringen die we dit jaar doen, 2021 is het Jaar van de Taal, zodat we iedere maand taalactiviteiten hebben om het permanent onder de aandacht te brengen en steeds nog te zorgen dat er nieuwe mensen naar taaltrajecten gaan, om hen daarvoor te motiveren, denk ik dat wij dat target gewoon ook echt gaan halen van die 19.000 mensen in een taaltraject. De VOORZITTER. We zoeken naar een punt in uw betoog, mevrouw Bokhove, omdat mijnheer Achbar een vraag wil stellen. Mevrouw BOKHOVE (gl) (wethouder). Dat heb ik geleerd op mijn opleiding logopedie, ik kan eindeloos blijven praten.
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1242
De VOORZITTER. U bent geselecteerd als wethouder. Een ander vak, dat maakt het altijd wat lastig. Mijnheer Achbar. De heer ACHBAR (denk). Ja voorzitter. Dank wethouder voor de beantwoording van de vragen en de toelichting op de taalprojecten die gedaan worden in Rotterdam. Ook fijn om te horen dat er een transitie heeft plaatsgevonden toen corona plaatsvond in het omschakelen naar digitalisering. Ik vraag me alleen af hoe groot bijvoorbeeld die groep is die die omslag heeft moeten maken en die uiteindelijk is uitgevallen. Hebben we daar bijvoorbeeld zicht op? De VOORZITTER. Wethouder. Mevrouw BOKHOVE (gl) (wethouder). Dat is altijd lastig, wie niet meer in beeld zijn. Daarom wil ik ook ongeveer 23.000 taaltrajecten starten om 19.000 geslaagde taaltrajecten af te ronden. We starten dus met veel meer mensen. Ongeveer 75% slaagt, dus met goed gevolg, haalt het niveau en maakt de training af. Wij weten dat ongeveer 25% van de mensen niet kan blijven. Wij hebben nu nog niet helemaal precies scherp of dat aan de digitalisering ligt, want daar zitten ook voordelen aan. Mensen kunnen namelijk soms ook wat meer in hun eigen tijd studeren en die kunnen op hun eigen moment inloggen voor lessen. Dus er zit eigenlijk ook wel een winstpunt in.
We hebben dat dus nog niet zo specifiek gezien, maar we zien wel dat het zin heeft om die combinatie te maken, want het is niet voor iedereen goed om het alleen digitaal te doen. Die hybridecombinatie werkt optimaal, maar als dat niet kan, moet je roeien met de riemen die je hebt. De VOORZITTER. Mijnheer Achbar. De heer ACHBAR (denk). Ja voorzitter, daar ben ik het absoluut mee eens. Alleen ben ik toch even op zoek naar, als het gaat om die groep, als we dus zeggen: we bieden het digitaal aan, ik heb dus ook in mijn bijdrage gezegd dat het in principe wel een goede methode is, hartstikke goed om dat uit te proberen. Fijn dat een grote groep dat wel op die manier kan leren. Maar ik vraag me toch ook af, die groep die we dan missen, hebben we daar zicht op of kunnen we daar zicht op krijgen? De VOORZITTER. Wethouder. Mevrouw BOKHOVE (gl) (wethouder). De heer Achbar vraagt eigenlijk om een toezegging om te kijken of er mensen specifiek uitgevallen zijn, of de groep die nu niet bereikt wordt. Maar inmiddels wordt natuurlijk gewoon een deel van de lessen weer fysiek gegeven en voor sommige groepen is dat misschien wel 100% fysiek. Dus als ik mag toezeggen dat wij even kijken of we daar een uitsplitsing voor kunnen maken, dan denk ik dat de heer Achbar goed bediend wordt. De VOORZITTER. Dat was een toezegging. U was klaar? Dank u zeer. Wethouder Bonte.
De heer BONTE (gl) (wethouder). Voorzitter, dank u wel. Ik begin bij de heer Vonk die aangeeft dat we vanwege corona helaas een aantal doelen niet gehaald hebben. Maar er is één doel dat we dankzij corona ruimschoots gehaald hebben en dat is het doel schone lucht, ons doel om in Rotterdam geen straten meer te hebben waar we de Europese stikstofnorm overschreden. Dat is op zichzelf een positief feit. Dat hebben we vorig jaar gerealiseerd en dat is deels ook aan corona te danken. Gelukkig ook aan veel andere goede maatregelen die we nemen, zoals het stimuleren van elektrische auto's, zoals het realiseren van walstroom, zoals de succesvolle maatregelen uit de Rotterdamse MobiliteitsAanpak, maar u heeft gelijk, ook corona heeft in 2020 een handje geholpen. Daarom uw terechte vraag hoe we zorgen
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1243
dat we dat positieve effect op die luchtkwaliteit ook dit jaar vasthouden, als corona voorbij is. Ten eerste betekent het dat we de maatregelen die we al hebben ingezet, moeten voort blijven zetten. Maar er zijn ook een paar straten waar we heel dicht tegen die norm aan zitten. Als het corona-effect wegvalt, als er weer meer verkeer komt, zijn die straten heel kwetsbaar. Collega Bokhove heeft daar net al uitgebreid over gesproken. Daar zijn juist die verkeersexperimenten van heel groot belang om te zorgen dat we niet weer een overschrijding krijgen van die Europese norm. Om de gezondheid van de bewoners in die straten ook te waarborgen, is bijvoorbeeld dat Maastunnelexperiment van zeer groot belang. Dan de heer Koster. Hij sloot af en het was een extra lange uitzending van Geert Fileert geloof ik. Volgens mij was het vooral een uitzending die ook in Uitzending gemist voorkwam, want ik zag in ieder geval heel veel bekende onderdelen in uw bijdrage. Geen concrete vragen, maar als wethouder Duurzaamheid kan ik het goed recyclen van uw gouwe ouwe ook wel goed waarderen, dus fijn om af en toe ook wat bekende bijdragen terug te zien. De VOORZITTER. De heer Koster. De heer KOSTER (lr). Een leuke grap, en nu zou ik zeggen: aan het werk en zorg dat die zonnepanelen op die gemeentelijke daken komen te liggen.
Daar wachten we al heel lang op en die aansporing had ik kennelijk gemist, maar bij dezen nog een keer. De VOORZITTER. De wethouder. De heer BONTE (gl) (wethouder). Aansporingen uit uw mond om te verduurzamen neemt dit college altijd heel graag ter harte. De heer Achbar is even van zijn plek, dan kom ik daar zo op terug, want ik denk dat hij zo wel terug zal komen. Ook aansporingen van mevrouw Arsieni, die blij is met de dalende CO2-trend en die ook blij is met de toename van het aantal laadpalen en de subsidie om woningen te verduurzamen en ook de verbetering van de luchtkwaliteit. En zij, en dat is de aansporing richting het college, hoopt ook dat we dat weten vast te houden. Ook de heer Postma spreekt over de luchtkwaliteit. Hij benoemt een aantal belangrijke kantelpunten die zijn gerealiseerd, zoals bijvoorbeeld de omslag van de stijgende CO2-trend naar een dalende trend. En voor het eerst het bereiken van het feit dat er geen enkele straat de Europese stikstofnormen overschrijdt. Hij doet er eigenlijk nog een schepje bovenop ten opzichte van de heer Vonk. Want uw stip op de horizon is het realiseren van de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie. Die zijn nog een stukje strenger. En u weet, dit college stopt niet waar we die Europese normen gehaald hebben, want uiteindelijk gaat het gewoon om de gezondheid van de Rotterdammers.
Die normen van de Wereldgezondheidsorganisatie waarborgen veel beter nog de gezondheid van de Rotterdammers. Uw vraag is dus hoe we zorgen dat we daar komen. U weet, het college deelt uw opvatting dat we daar ook naartoe moeten werken. We hebben daar beoogd 2025, om dat te realiseren. De manier om dat te realiseren is het voortzetten van de maatregelen uit de Koersnota Schone Lucht, dus het ook verder stimuleren van de elektrische auto's. Ik zie dat de heer Achbar weer terug is, dus ik kom zo ook terug op zijn vragen daarover. Bijvoorbeeld het uitrollen van walstroom voor zeeschepen, daarvoor hebben we nu samen met het Havenbedrijf Rotterdam een ambitieuze strategie gemaakt. Het verder stimuleren van het ruimte geven van voetgangers, fietsers en het openbaar vervoer, en eigenlijk alle maatregelen uit de Rotterdamse MobiliteitsAanpak, inclusief ook die verkeersexperimenten die echt heel belangrijk zijn juist in die straten waar we tegen die grens aanzitten en waar de gezondheid van bewoners onder druk staat, waar we schone lucht kunnen realiseren. Dat zeg ik ook in uw richting, maar in de richting van iedereen die ook aandringt op het realiseren van schone lucht in de stad,
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1244
Dan eindig ik bij de heer Achbar, die begon met de complimenten voor de investeringen die we hebben gedaan in projecten om de energietransitie aan te jagen, dat die ook een focus hebben gelegd op het creëren van extra bedrijvigheid en extra werkgelegenheid, omdat dat juist in coronatijd erg belangrijk is. U heeft een aantal kritische vragen gesteld die u in de commissie ook uitgebreid heeft toegelicht, over de elektrische laadpunten. Dus u steunt het realiseren van voorzieningen voor elektrische auto's en onderkent ook dat dat belangrijk is om schone lucht in de stad te realiseren, maar uw oproep is om te zorgen voor een goede balans. Die goede balans is er in de ogen van het college en die bereiken we door ook datagestuurd te plaatsen. Die laadpalen worden geplaatst op plekken waar ook veel elektrische auto's zijn. Dat betekent dat op plekken waar er veel elektrische auto's zijn, er ook minder fossiele auto's zijn. Daar zijn uiteindelijk ook minder parkeerplekken voor nodig. Het beleid van het college is wel om het elektrisch rijden zoveel mogelijk te bevorderen. Dus daarom hebben we onder andere gezegd, waar we in het verleden een maximale loopafstand van een bewoners met een parkeervergunning met een elektrische auto van 250 meter hanteerden, hebben we die teruggebracht tot 200 meter.
We hebben daar dus wel een extra stimuleringsbeleid op gezet en dat is juist bedoeld om te zorgen dat zoveel mogelijk Rotterdammers hun fossiele auto inruilen voor een elektrische auto, of dat in ieder geval hun volgende auto een elektrische auto is, om zo ook weer bij te dragen aan die schone lucht en de gezondheid in de stad. De VOORZITTER. Dank u zeer wethouder. Wethouder Grauss. De heer GRAUSS (cu-sgp) (wethouder). Dank u voorzitter. Ik heb vier vragen. Om met een simpele te beginnen, de vraag van de heer Segers-Hoogendoorn. Is er een onderbesteding bij armoede? Nee, er is een overbesteding. Grofweg hebben we € 1 miljoen te veel uitgegeven bij armoede en € 300.000,00 bij schulden. De tweede vraag, van de heer Koster van Leefbaar Rotterdam over de schuldentarget. Waarom halen we de schuldentarget niet en lopen we achter terwijl er toch een coronacrisis is waardoor veel mensen in de schulden komen? Dat hebben we uitgebreid toegelicht in de commissie WIISA, ook op verzoek van de heer Roskam. De redenen zijn: alle loketten waren dicht, of in ieder geval veel loketten. Er was ook de oproep van de overheid om thuis te blijven. En juist om in contact te komen met mensen met schulden, waarbij vaak sprake is van schaamte, heb je de formele maar ook vooral de informele punten waar je binnenloopt, waar je je verhaal kwijt kan, zo ontzettend hard nodig. Maar alles was dicht.
Iets anders wat heel mooi is: we hebben massaal coulancemaatregelen toegepast, dus steun, ook geen huisuitzettingen et cetera. Dat is heel mooi, maar aan de andere kant zijn dat soort dreigende brieven voor een huisuitzetting soms het moment dat iemand zegt: nu accepteer ik zorg; ik moet wel. Dat alles bij elkaar hebben wij vorig jaar bijna 4000 trajecten gelopen. Ik heb niet die van de ondernemers meegeteld. Als ik dat zou doen, zou ik boven de 4000 komen. Dat is meer dan het jaar ervoor. Dat is een verdubbeling van de periode daarvoor. Overigens, bij de kredietcrisis van 2008, was de top van de schuldenaanpak in 2012, 2013. Dus de incubatietijd van een schuldenvirus is zo'n vier à vijf jaar. Dus er komt een boeggolf op, en als we niet oppassen is die er pas over vier à vijf jaar, dus we moeten er zo snel mogelijk bij zijn. Voorzitter, dan nog twee vragen van mevrouw Arsieni. De eerste: worden mensen nu meer uit de armoede geholpen en welke feedback geven we die nu? We hebben natuurlijk met elkaar in de commissie WIISA uitgebreid gesproken in april. De minima-effectrapportage Nibud, de Monitor lage inkomens, Monitor schuldenaanpak, dus daar zitten heel veel cijfers.
Maar u vraagt ook terecht: los van de cijfers, waar je aantallen ziet stijgen van aanpak, soms een verdubbeling, het percentage van kinderen in armoede ziet dalen, et cetera, wat is het verhaal van de mensen? Dan kan ik u verwijzen naar onder andere de motie van mevrouw Verkoelen en mevrouw Yildirim over het kwalitatieve onderzoek, het Expertiseteam Financiën dat we hebben. We hebben bijvoorbeeld ook een reflectiepanel bij de schuldenaanpak waar echt ervaringsdeskundigen
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1245
in zitten. Ik heb afgelopen maand of de maand daarvoor nog een gesprek met ze gehad. Ik kan u ook verwijzen naar de ervaringsdeskundigen van Warm Rotterdam, die ook echt actief zijn en met ons meedenken en input geven. Ik kan u verwijzen naar de jaarlijkse gesprekken met de ouderenbonden over het AOW-jeugdtegoed, maar bijvoorbeeld ook de jeugdfondsen. Die hebben ook participatietrajecten. En alles van participatie en meedoen en de feedback kan altijd beter hè, dus u zult mij nooit horen zeggen dat het perfect is. Maar we betrekken op allerlei manieren ervaringsdeskundigen erbij, mensen die het echt weten van binnenuit. Er zit eigenlijk een positieve lijn in, een stress-sensitieve aanpak werkt. Maar ja, corona is dan wel echt een spelbreker, want we moesten afstand houden en dat is voor alle stappen die we zetten heel erg slecht. Uw laatste vraag ging erover of de gemeente ondernemers proactief gaat benaderen voor schulddienstverlening. Ik zal hier wat voorbeelden van de schuldenaanpak geven, wetend dat het echte domein van economie en ondernemerschap bij collega Vermeij zit. Maar als u het hebt over werk en scholing hangt dat er natuurlijk heel erg mee samen. Dat is collega Moti. Die komen straks nog, dus die kunt u helemaal bevragen, maar die weten daar heel veel van. Ondernemers die in de schulden zijn geraakt, worden actief opgeroepen om hulp te zoeken.
Dat gebeurt niet alleen bij de loketten van de gemeente, maar ook door de Kamer van Koophandel en de helpdesk van het MKB. Collega Vermeij heeft daar ook nog schriftelijke vragen over beantwoord op 30 maart, om wat we allemaal doen rond de schuldenaanpak van ondernemers op een rijtje te zetten. Er is nu een project heroriëntatie op ondernemers, met drie pijlers: werk en scholing, ondernemerschap en schulden en stress. In de Corona-aanpak Armoede en Schulden, die we nog vorig jaar voor de zomervakantie hebben ingediend en besproken, zitten ook extra stappen om schuldbemiddelingstrajecten via Zuidweg & Partners te doen, dus extra ruimte dat zij ook aan de slag kunnen gaan. Voor werknemers van een bedrijf dat stopt is er het Regionaal Mobiliteitscentrum. Dat is onderdeel van 'Rotterdam. Sterker door.' Ik ben zelf ook verantwoordelijk voor de TONK. Bij een TONK-aanvraag toets je dingen in een systeem in. Er wordt actief gevraagd: speelt er nog meer? Mogen we met je in contact komen? En dan zijn er een paar honderd mensen die zeggen: ja, ik wil graag. Dan gaat het voornamelijk over schulden waarover ze willen spreken. Ik kan u ook verwijzen naar een campagne en dergelijke, maar we proberen de momenten en de plekken die we hebben, te gebruiken.
Maar het belangrijkste is natuurlijk wel hoe die ondernemer zich voelt en of hij denkt dat hij met de maatregelen die er zijn, erdoorheen komt of niet. We zien dat het gevoel van 'we zingen het wel uit', aan het wegebben is en dat mensen echt wel meer en meer hulp aanvaarden. Misschien, nu alle coronamaatregelen wat minder worden en de economie weer aantrekt, dat die vraag weer minder wordt, maar we zitten er bovenop, samen met collega Vermeij en Moti. De VOORZITTER. Mevrouw Arsieni, gaat uw gang. Mevrouw ARSIENI (d66). Voorzitter, nou ja, dat geloof ik natuurlijk hartstikke graag, maar ik ben nog wel even op zoek naar hoe het nu precies zit. U zegt: we benaderen ondernemers, maar hoe worden die ondernemers nu benaderd? Worden alle ondernemers, bijvoorbeeld alle 44.000 die Tozo hebben aangevraagd, proactief benaderd vanuit de gemeente om met de gemeente om tafel te gaan om op maatwerk dienstverlening aan te bieden? Of is het zo dat er iets van de ondernemer uit verwacht wordt om op die manier dan met de gemeente in gesprek te gaan? De VOORZITTER. Wethouder Grauss. De heer GRAUSS (cu-sgp) (wethouder). Ja dank u. Van de Tozo weet collega Moti het meeste af. Wij hebben er wel met elkaar over gesproken en wat we zagen in de eerste rondes van Tozo, was dat ondernemers niet zo heel veel over de schulden wilden spreken,
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1246
maar ze zeiden: we hebben die steun nodig. Dus het is wel zo dat als daar een lijntje of een mogelijkheid was, het is aangeboden. Nu zien we dat die bereidheid om in gesprek te gaan veel groter is. Dus als u meer wilt weten over de Tozo en hoe we dat ingericht hebben, moet u bij collega Moti zijn. Over de schuldenkant, we bieden dingen aan, en door de tijd heen wordt dat luisteren en de openheid ervoor is wel vergroot. De VOORZITTER. Wethouder Moti komt straks nog aan het woord. Mevrouw ARSIENI (d66). Nee, dat snap ik natuurlijk. Kijk, mijn punt is hier precies dit. Drie wethouders die dus allemaal met een stukje bezig zijn, terwijl dit gaat over die ondernemers. Ik vind het ook wel logisch dat je niet meteen in gesprek gaat over schulden bij de eerste aanvraag van de Tozo, maar ik bedoel, mijn vader is bijvoorbeeld ook ondernemer. Ik weet dat dat wel veranderd is in de loop van het jaar. Ik zou het dus heel logisch vinden, nu we al die gegevens hebben van al die ondernemers, die 44.000 die in Rotterdam op enig moment de Tozo hebben aangevraagd, dat we dat nu gebruiken om juist ook in het kader van schulden bij ondernemers aan tafel te komen om ook het goede gesprek met hen te kunnen voeren daarover.
Mijn vraag is of die twee domeinen op deze manier met elkaar worden verbonden, want het gaat wel over een doelgroep waarbij die twee domeinen op dit moment nu eenmaal verbonden zijn. De heer GRAUSS (cu-sgp) (wethouder). Voorzitter, het antwoord is ja. De twee domeinen worden aan elkaar verbonden, zeker. Daarom hebben collega Moti en ik daar ook veel contact over. Bijvoorbeeld over Tozo 3 worden de ondernemers echt allemaal actief bevraagd. Ik zie het ook als een kans voor de schuldenaanpak om deze mensen daarmee te benaderen. Dus ja, er is een actieve benadering. Het antwoord is dus ja. Mevrouw ARSIENI (d66). Dat is natuurlijk heel erg mooi als het op die manier gebeurt. En de dienstverlening die dan wordt aangeboden, is die dan ook integraal? Iemand kan bijvoorbeeld ook bezig zijn met een doorstart met zijn bedrijf of op wat voor manier dan ook te kijken: hoe kan ik mijn werknemers misschien laten begeleiden van werk naar werk, of zelf misschien wel in loondienst gaan of wat dan ook. Er spelen natuurlijk allerlei vragen, en niet alleen schuldvragen. Dus in hoeverre is er daar nu een soort pakket dat dan ook afgestemd is op dat maatwerk, wat daar bij die ondernemers aan de hand is? De heer GRAUSS (cu-sgp) (wethouder). Ja voorzitter, dat klopt. Er zijn heel veel verschillende routes. Je hebt soms de zzp'er die in zijn eentje zit.
Je hebt soms een ondernemer die ook een verantwoordelijkheid voor medewerkers heeft. Ik noemde al wat voorbeelden erbij. Soms de medewerkerskant, dat was het Regionaal Mobiliteitscentrum, als onderdeel van 'Rotterdam. Sterker door.' Soms is het alleen voor de persoon, soms is het om een mogelijkheid voor een doorstart te maken. Er is dus ruimte en de bedoeling voor maatwerk, omdat het heel verschillende situaties zijn. De vraag is: wat heeft die ondernemer nodig? Ik weet het meest, gewoon eerlijk, van die schuldenaanpak, dat soms ook bij het Regionaal Bureau Zelfstandigen ervaren ondernemers ook een coachende rol hebben en met een bedrijfsplan meekijken om te kijken of een doorstart mogelijk is en hoe stevig dat is. Het is dus een divers palet. De VOORZITTER. U kunt verdergaan. U was klaar. Hartelijk dank. Dan gaan we naar wethouder Kurvers. De heer KURVERS (vvd) (wethouder). Dank u wel voorzitter. Dank ook voor alle woorden van steun en urgentie die doorklonken in uw bijdragen als raad over de bouwopgave. We hebben het hier vaak over bouwen, bouwen en bouwen, maar Rotterdammers willen gewoon
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1247
wonen, wonen en wonen. En daartussen zit een gat. Het gat van het plan maken en het gat van het opleveren van de huizen en dat duurt soms jaren. Dat gat wordt nu vooral gevuld met verlangen en reikend uitkijken naar dat plekje in Rotterdam. Daar werken we keihard aan. Dat is een hele opgave en die moest ook losgetrokken worden. De makkelijke plannen waren op. Er moesten nieuwe plannen gemaakt worden. Personeel moest weer aangetrokken worden en het afgelopen jaar stond ook in het teken van de coronacrisis. Het is een heel spannend moment geweest of er überhaupt nog wel doorgebouwd kon worden. Gelukkig kon dat met het convenant Samen veilig doorbouwen, en hebben in Rotterdam ook alle partners de handen ineengeslagen om die bouwopgave ook door te laten gaan. Want als we één ding hebben geleerd van de vorige crisis, is dat je niet in een dip moet gaan zitten, want dan zakt de economie nog verder weg. Daarover dus volle tevredenheid. Het is dus ook even alle hens aan dek. Er was ook een vraag gesteld door mevrouw Arsieni over tijdelijke woningbouw. Dat is net een van de dingen die wij nu als heel kansrijk zien. We kijken daarin juist naar combinaties van statushouders met bijvoorbeeld jongeren. Dat kunnen dus ook studenten zijn, omdat we een goede mix willen van vragers en dragers in het concept.
We kijken daarbij met een schuin oog naar Place2BU in Utrecht, een heel mooi voorbeeld, omdat we zien dat dat ook bijdraagt aan de ontmoeting, die lag besloten in het pleidooi van de heer Vonk. We hopen dus ook dat die mensen elkaar een beetje op weg kunnen gaan helpen. We hebben recent in uw raad een flinke discussie gevoerd over de urgentie van de woningbouw, over de oplossing van tijdelijke woningbouw. Er zijn ook flink veel moties aangenomen om daar extra kracht achter te zetten. Ik kom met een paar weken naar uw raad met een voortgangsbrief op dat vlak. Ik begrijp de vraag van de heer Verheij dan ook heel goed, die het had over het aantal vergunningen en hoe dat nu precies zit. Want het aantal vergunningen dat is afgegeven of aangevraagd, is natuurlijk de beste indicator voor waar die huizen nu blijven en wat er in de pijplijn zit. Als we daarnaar kijken, zijn er in 2020 6500 vergunningen aangevraagd voor woningen, dus niet het aantal vergunningen, maar het aantal woningen, en 3400 daarvan zijn echt vergund. Als ik op dit moment de peilstok in de bouwmotor steek, dan heb ik voor meer dan 7000 vergunningen aan woningen klaar liggen, waarvan er 4000 nog niet zijn vergund. Je ziet dat partijen soms vast een vergunning indienen, even toetsen en de documenten nog compleet moeten maken. Maar die zitten er wel aan te komen.
Voor 3200 woningen is er wel vergund, maar is nog niet gestart en dat zit dan vaak weer in het vinden van een aannemer of het vinden van het bouwmaterieel of de laatste dingen rond de bouwlogistiek met elkaar regelen. Dat is een indrukwekkend aantal, en we hebben ook meer vergunningen gezien in Rotterdam dan landelijk. We stijgen daarin gewoon harder dan de landelijke trend. En als er iets is dat we deze collegeperiode dan ook bereikt hebben, is het dat die pijplijn, het goede rentmeesterschap, een goede stevige bouwstroom, een steady basis voor nu, maar ook voor de komende periodes, die basis, durf ik te zeggen, hebben wij zeker met elkaar gelegd. En dat moet ook, want je moet niet alleen bouwen voor nu, voor deze collegeperiode, maar juist ook voor de periodes daarna, zodat Rotterdam en Rotterdammers gewoon steeds kunnen rekenen op de huizen die nodig zijn. Over dat goed rentmeesterschap nog wel een punt van aandacht. Dat wil ik toch wel even opmerken. We zijn eigenlijk vorig jaar pas ook een beetje volledig op stoom gekomen met de formatie van stadsontwikkeling. We hebben flink geïnvesteerd bij aanvang van deze coalitie in het maken van bestemmingsplannen, in het maken van gebiedsvisies. We gaan morgen ook de eerste starthandeling doen op de Rijnhaven. Dat wordt een fantastisch nieuwe plek op Zuid. Maar dat hebben we gedaan voor deze periode.
Daarom gaan we ook goed kijken hoe we de komende jaren ook stabiliteit kunnen brengen in de begroting van stadsontwikkeling. En ook in de aanname van je personeel, want je wilt niet alle markt- en contractspecialisten die je nu net hebt aangetrokken, eigenlijk alweer de deur uit doen, omdat je ze zelf hard nodig hebt. Dat is een punt van aandacht dat we ook gaan oppakken. Dat is meer een discussie richting de voorjaarsnota.
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1248
De heer Verheij stelde ook de vraag naar de leges. U draait langer mee dan ik, maar het is mij opgevallen dat ik ieder jaar met hetzelfde verhaal zit in de commissie ter verantwoording. We hebben een prognose gemaakt, die is ruimschoots overschreden. Dan komt de vraag: waar zit dat in? En dan is altijd het antwoord: een aantal grote plannen aan het eind van het jaar die toch nog voor sluitingsdatum zijn ingediend. Dat is ongeveer hoe de discussie gaat. Daar kwam dit jaar wel een meer bijzondere situatie bij, namelijk dat het Bouwbesluit aangepast werd per 1 januari 2021. We hebben dus ook echt een rush gezien, een sprint aan het eind om toch net die vergunning onder het oude regime in te dienen. Maar we hebben dit punt dus ook op willen pakken. We gaan een deel van het geld ook reserveren om mee te nemen, want die leges zijn bedoeld om de kosten te dragen en niet om winst te maken, zoals u terecht zegt. Wij pakken ook het advies van uw COR op, die heeft aangegeven: kijk naar de afgelopen vijf jaar, maak een analyse. Die gaan we ook maken, die opdracht is al uitgezet en die zal ook naar uw raad toe komen bij de begroting van 2022. We zullen dus in november de eerste hoofdlijn hebben van die analyse waarin we ook heel precies moeten gaan kijken wat dit betekent.
Als nu inderdaad blijkt dat wij de leges gewoon structureel te hoog hebben becijferd, dan zullen ze omlaag moeten, want ze moeten kostendekkend zijn. Maar dan loop ik heel erg op de uitkomsten vooruit. Eerst even de analyse afwachten en die zal op hoofdlijnen in november naar uw raad toe komen. Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER. Ik dank u zeer. Dan gaan we naar wethouder De Langen. De heer DE LANGEN (cda) (wethouder). Ja, dank u wel voorzitter, en dat kan ook kort, omdat de heer Van Gils deels antwoord heeft gegeven op de financiële vragen. Dan verwijs ik ook even naar de brief die ik aan de commissie ZOCS heb nagezonden over de financiën in de zorg. En ja, we gaan een meer stabiele lijn ontwikkelen. Met daarbij één kanttekening, dat je altijd afwijkingen hebt doordat het een openeinderegeling is, en we willen mensen die zorg vragen ook zorg geven. Dus enkele fluctuaties daarin zijn normaal. GroenLinks vroeg naar de vacatures in de zorg. U weet waarschijnlijk dat we met RAAT + DAAD daar als gemeente ook een bijdrage in leveren, € 500.000,00 per jaar. Uw fractie heeft ook aangegeven: ga daar vooral mee door en bekijk hoe je dat doet. Dat onderzoek wordt nu gedaan, en, zeg ik maar even, er komt zoals ze ook zelf zeggen, een grote meloen aan die we moeten inslikken aan heel veel nieuw zorgpersoneel.