CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20210408 Notulen van de raadsvergadering van 8 april 2021

Gemeenteraad 8 april 2021, gemeente Rotterdam58.284 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

En ja nogmaals, ik begrijp, als je het persoonlijk vraagt, begrijp ik het heel goed, het is niet te verkopen dat agenten zich dan nog in die omgeving bevinden. Ook alleen al vanwege de onrust die is ontstaan, maar daar gaan we niet over als gemeenteraad, wij gaan over de kaders, wij draaien aan hele andere krachtige knoppen. Laten we ons daarop concentreren. De VOORZITTER (de heer Verheij). Ik ga naar mijnheer Van Baarle.

De heer VAN BAARLE (denk). Ja voorzitter, dank u wel. Mijnheer Lammering geeft terecht aan wat dit heeft losgemaakt in de samenleving. Aan de ene kant zijn er heel veel politieagenten die aangeven: hoe kan het nou zo zijn dat dit in onze organisatie op een dergelijke manier wordt afgehandeld? En aan de andere kant zoveel Rotterdammers, met en zonder migratieachtergrond, die zich onveilig voelen, die zich niet meer gelijkwaardig behandeld voelen door de politieorganisatie. En mijn vraag aan mijnheer Lammering is: met zijn opstelling, waarin hij toestaat dat de politieorganisatie dusdanig slap optreedt in de richting van deze agenten, waarom staat hij daarmee toe dat deze Rotterdammers en ook deze agenten geen recht gedaan wordt aan hun gevoel van onveiligheid? De heer LAMMERING (pvda). Ja voorzitter, kijk als het aan mij ligt is de waarde die wij kunnen leveren op dit moment ervoor zorgen, en ook als je een bijdrage wilt leveren aan een veilige werkcultuur, dat binnen die politieorganisatie racisme en discriminatie veel zwaarder gaan wegen. En dat wij er vanaf nu, en dat had al veel eerder moeten gebeuren, maar vanaf nu en zeker in de toekomst, ervoor zorgen dat racisme en discriminatie veel meer gewicht krijgen.

Maar waar wij voor op moeten passen, mijnheer Van Baarle, is dat we tegelijkertijd ook de deur dichtgooien naar mensen die op dit moment het moeilijk vinden om dat gesprek ook te voeren. Dus wij kunnen nu wel zeggen: knikker iedereen eruit, maar dan wil ik de vraag terug aan u stellen: wat doet dat met een organisatiecultuur? De heer VAN BAARLE (denk). Ja voorzitter, wat dat met een organisatiecultuur doet, is normeren. Wat dat met een organisatiecultuur doet, is heel duidelijk aangeven dat dit soort discriminerende uitingen niet getolereerd worden. En wat ik bij de Partij van de Arbeid zie, en dat spijt mij enorm, is dat u in dezen niet staat voor al die

raadsvergadering van 8 april 2021

Notulen pagina

720

Rotterdammers die ook korte metten met racisme wensen te maken. En toestaat dat er zo slap wordt opgetreden. U kunt uw verantwoordelijkheid wel nemen, door ook in de richting van de burgemeester aan te geven dat hij zijn positie in de Driehoek moet aanwenden om in de richting van de politieorganisatie zijn vertrouwen in die dienders op te zeggen. En mijn constatering is dat de Partij van de Arbeid dat in dezen niet wenst te doen. En ik vind het onbegrijpelijk. En mijn vraag is dus nogmaals aan u waarom u niet bereid bent als Partij van de Arbeid om te staan vóór gelijkwaardigheid, om een vuist te maken tegen racisme en discriminatie en u uw burgemeester, onze burgemeester niet oproept om het vertrouwen in die agenten op te zeggen. Dat is wat u nu kunt doen en dat is wat u nu weigert te doen. De heer LAMMERING (pvda). Ja voorzitter, dank u wel. Kijk volgens mij hebben mijnheer Van Baarle en ik een gezamenlijk belang, een gemeenschappelijk belang en dat is dat wij racisme en discriminatie uit onze samenleving willen halen en dus ook uit de politieorganisatie. Alleen we verschillen van mening over hoe dat het meest effectief kan gebeuren.

En wat ik wel kwalijk vind, en dat zeg ik dan via u, voorzitter, in de richting van mijnheer Van Baarle, is: ja het is goed dat dat probleem wordt geadresseerd en dat we het er heel uitgebreid over hebben, maar we moeten oppassen dat we niet de gehele politieorganisatie gaan demoniseren om een bepaald doel te bereiken. En dat wij al onze woede en frustratie kanaliseren op vijf agenten uit een uitvoerorganisatie, die hele, hele foute dingen hebben gezegd, die daarvoor echt een rode kaart verdienen, waarvan zoals ik zelf en ook die goede vriend van mij zegt: ja hoe kun je er dan nog van uitgaan dat zo iemand zonder vooringenomenheid op straat werkt? Tegelijkertijd, nogmaals, wij gaan daar dus niet over, daar gaat de politiechef over. En, mijnheer Van Baarle, als u dat anders ziet, dan zou u eigenlijk moeten solliciteren bij

de politie. Want als u die verandering wilt doorvoeren, zou u eigenlijk ervoor moeten zorgen dat er meer mensen zoals u onderdeel uit gaan maken van de politieorganisatie en niet vanaf een politiek bankje de politie demoniseren. De VOORZITTER (de heer Verheij). Mijnheer Van Baarle, geeft dit nog aanleiding tot reactie? De heer VAN BAARLE (denk). Ja voorzitter. Kijk die verandering breng je door jezelf als volksvertegenwoordiger op te stellen als iemand met ruggengraat en principes en te normeren. En de mensen die erover gaan, in dezen de burgemeester, want die kán die oproep doen, die kán dat signaal afgeven, op te roepen om op te staan voor gelijkwaardigheid. En ik constateer in dezen dat de Partij van de Arbeid altijd een boodschap heeft van inclusie en gelijkwaardigheid, maar in dit dossier niet wenst door te bijten, geen actie wenst te tonen, boterzacht is ten aanzien van mensen die zichzelf op een vreselijke manier geuit hebben en de verantwoordelijkheid te ontlopen door te zeggen: dat ligt bij de politieorganisatie en we moeten de boel niet verdelen. De mensen die de samenleving tot op het bot verdeeld hebben, zijn die agenten die zichzelf op een vreselijke manier uitgelaten hebben.

We komen er niet uit in deze discussie, maar ik constateer met spijt dat de Partij van de Arbeid altijd een partij is die hard op de trom slaat als het gaat om gelijkwaardigheid, maar nu niet durft door te bijten, nu niet durft door te zetten en niet die oproep aan de burgemeester wenst te doen. En ik had in de Partij van de Arbeid in dezen een bondgenoot gezien, graag, maar tot mijn spijt is dat niet zo. De heer LAMMERING (pvda). Ja voorzitter, nogmaals, volgens mij streven wij hetzelfde doel na, alleen verschillen wij van inzicht in hoe wij dat doel bereiken. Mijnheer Van Baarle noemt het dat mijn partij en ik niet door durven te pakken.

raadsvergadering van 8 april 2021

Notulen pagina

721

Nou, volgens mij ligt er een aantal stevige moties en steunen wij ook een aantal moties van mijnheer Van Baarle als bondgenoot in deze strijd. Dus ik vind dat wel teleurstellend om te horen dat wij een andere route voor ogen hebben om het doel te bereiken. Maar goed, dat is onderdeel van het politieke debat, dat is onderdeel van de politiek. Daar moeten we het dan maar bij laten. Ik zie dat ik nog meer interrupties heb. De VOORZITTER (de heer Verheij). Dat is mijnheer Leewis en ik roep mijnheer Lammering op om op zijn tijd te letten. Mijnheer Leewis. Mijnheer Leewis, we horen u niet. De heer LEEWIS (gl). Ja, u hoort mij nu wel als het goed is. Voorzitter, ik wilde even reageren op mijnheer Büyükçifci en mijnheer Van Baarle. Ik vind dat de burgemeester hier wel degelijk blaam treft. Die blaam is dat hij een veel te grote broek aan heeft getrokken die hij uiteindelijk niet waar kan maken. Hij heeft een prachtig statement gemaakt over dat agenten geen plek meer zouden moeten hebben in de organisatie als er een snipper van waar is. Op het moment dat hij wist dat hij dat eigenlijk nooit kon waarmaken, want de burgemeester gaat er niet over, hij kan geen agenten ontslaan, net zo goed als wij als gemeenteraad geen agenten kunnen ontslaan.

En dat is dus ook waar ik zelf voor mezelf heb besloten om ervoor te waken in dit debat iets te gaan roepen, waarvan de kans heel groot is dat het vervolgens niet gaat gebeuren. Want ook ik kan me niet vinden in de strafmaat die is opgelegd. En tegelijkertijd, als ik daar nu een motie over zou indienen, dan weet ik dat dat ook arbeidsrechtelijk gewoon stukloopt. En wat heb ik dan bereikt? Dus daarom richt ik me, en daarom kan ik ook heel goed het pleidooi van mijnheer Lammering volgen, vooral op de toekomst en hoe kunnen we dit nu oplossen, ondanks dat ik de emotie en de oproep van mijnheer Van Baarle en mijnheer Büyükçifci heel goed begrijp. Maar ik zou

ze toch graag in ieder geval mijn overwegingen meegeven. De VOORZITTER (de heer Verheij). Ik kijk even naar mevrouw Hoogwerf, of haar vraag aan mijnheer Van Baarle in het verlengde ligt? Mevrouw HOOGWERF (lr). Nee. De VOORZITTER (de heer Verheij). Dan gaan we eerst naar mijnheer Van Baarle om deze vraag te beantwoorden. De heer VAN BAARLE (denk). Ja voorzitter, misschien is dat wel de reden waarom GroenLinks steeds meer aan aanhang verliest, omdat ook GroenLinks zich nu als een partij toont die, als het erop aankomt, niet die streep wenst te trekken, niet die ruggengraat wenst te tonen om het signaal af te geven in de richting van de burgemeester. Zeg in die Driehoek het vertrouwen in die agenten op. Het is uiterst spijtig dat we met elkaar een debat hebben gevoerd en altijd de mond vol hebben van antiracisme en antidiscriminatie, maar dat GroenLinks en de Partij van de Arbeid nu oogluikend toestaan dat agenten die zichzelf zo discriminerend, zo racistisch, zo islamofoob geuit hebben gewoon onderdeel blijven uitmaken van die politieorganisatie. En dat constateer ik met spijt, dat u, ja onvoldoende de principes toont en toch bent verworden tot elementen van een politieke bestuurscultuur die met handjeklap en gezagsverhoudingen dit soort systemen in stand houdt, spijtig. De heer LEEWIS (gl).

Ja voorzitter, ik vind het heel erg treurig dat mijnheer Van Baarle zulke grote woorden nodig heeft om zich af te zetten tegen partijen waar hij het feitelijk gewoon mee eens is. Want, voorzitter, ik heb het ook gezegd, ik ben het ook niet eens met die strafmaat, maar ik constateer dat als wij hier vandaag een motie aannemen die zegt: ontsla die agenten’, dat dat niet gaat gebeuren. En wat hebben we dan bereikt? Wat zeggen we dan tegen die mensen in de stad, die

raadsvergadering van 8 april 2021

Notulen pagina

722

daar boos hebben staan te demonstreren? U heeft een punt gemaakt bij de gemeenteraad en de gemeenteraad neemt een motie voor de bühne aan en daar gebeurt niks mee. Ja voorzitter, dat is het type moties voor de bühne die het vertrouwen in de politiek alleen maar schaadt. En dat is wel een ingewikkeld verhaal, dat snap ik ook, maar dat is volgens mij wel een verhaal dat we met elkaar moeten blijven herhalen. De VOORZITTER (de heer Verheij). Mijnheer Van Baarle, een reactie daarop? De heer VAN BAARLE (denk). Nou ja, voorzitter, laten we met elkaar even goed in de notulen vastleggen, dat mijnheer Leewis namens GroenLinks uitspreekt, dat oproepen dat agenten die zichzelf discriminerend uitlaten, dat die ontslagen moeten worden, dat hij dat voor de bühne vindt. Ik denk dat heel veel mensen in de stad daar anders over denken. Die onderschrijven dat pleidooi, dat dat soort agenten geen plek moet hebben in de politieorganisatie en die vinden dat niet voor de bühne.

De heer LEEWIS (gl). Nee voorzitter, mijnheer Van Baarle stelt hier iets voor wat niet kan en wat niet gaat gebeuren. En dat, dát is volgens mij nog kwalijker dan heel hard gaan roepen dat wij niet durven door te bijten. Voorzitter, als het effect zou hebben, dan zou ik het doen. Maar dat heeft het niet. En dan vind ik het heel kwalijk om het wel te doen. Want dan houd je voor dat je iets gaat doen wat je niet kan waarmaken. De VOORZITTER (de heer Verheij). Uw beider overwegingen zijn helder en volgens mij voldoende gewisseld. Ik ga naar mevrouw Hoogwerf voor haar vragen aan mijnheer Van Baarle.

Ten tweede, het zijn de letterlijke woorden geweest van de burgemeester, namelijk als hij het vertrouwen opzegt in die agenten, dat die agenten geen plek meer kunnen hebben in Rotterdam in ieder geval. En ik denk dat als een burgemeester die oproep doet in de Driehoek, dat dat ook wat doet in de richting van een politieorganisatie en dat een politiechef zich ook kritisch kan bezinnen op welke sanctie hij heeft ingesteld. Dus u maakt uw rol en ook de rol van de burgemeester, denk ik, wat kleiner nu op dit moment dan dat die daadwerkelijk is. En dat snap ik ook, want het komt u op dit moment goed uit, want u durft niet door te bijten. U heeft allemaal een grote mond, maar u durft niet door te bijten. En dat is buitengewoon jammer. De VOORZITTER (de heer Verheij). Volgens mij zijn inmiddels de standpunten hier helder gedeeld, maar wellicht nog een

afsluitende opmerking van mijnheer Leewis?

Mevrouw HOOGWERF (lr). Ja voorzitter, dank. Ik luister naar de bijdragen en ik hoor in eerste instantie mijnheer Büyükçifci zeggen: het is niet zo simpel, en dan denk ik: nou, we hebben het door, we gaan de discussie in de goede richting voeren. Maar dan zie je de discussie verder gaan en dan zie je eigenlijk dat er enorm veel energie is gekanaliseerd in de richting van zes agenten, actief binnen het Rotterdamse korps, die zich inderdaad walgelijk hebben uitgelaten in een appgroep. Ik begrijp werkelijk niet, en dat heb ik in de commissie ook al gezegd, dat we eigenlijk bezig zijn met het oprichten van een soort schavot, wat we kennen vanuit de middeleeuwen, en dat het een kwestie is, dat we als Rotterdamse raad gaan functioneren als beul: zonder een kop eraf kunnen we niet verder. Ik begrijp niet dat we zo gericht zijn op die agenten, die door het OM al zijn bekeken, die door een externe commissie, geleid door niet de minste, zijn bekeken. Die hebben gezegd: deze agenten kunnen in dit korps verder functioneren. Hun functioneren heeft ook nooit, nooit, nooit, nooit, nooit een negatieve connotatie gehad voor de Rotterdammers met wie ze in aanraking zijn geweest. De problemen hebben zich

raadsvergadering van 8 april 2021

Notulen pagina

723

beperkt tot die besloten appgroep. En ik begrijp dat dat pijn doet, ik begrijp dat dat zeer doet. Ik heb ook in de commissie al gezegd: de opmerkingen in relatie tot Hümeyra, ik heb me persoonlijk ook kapot gevochten voor gerechtigheid voor Hümeyra, die hebben mij ook geraakt, absoluut honderd procent. Dus ik begrijp de emotie, maar ik begrijp ook, dat we een functie hebben. En de functie die wij hebben is op dit moment ervoor zorgen dat die zes agenten niet exemplarisch zijn voor het Rotterdamse korps, dat we ervoor zorgen dat de structuren binnen de organisatie, die mogelijk maken dat dit soort ge-etter zo lang door blijft etteren, dat we dat aanpakken. Dat we een leiding, die dus meer bezig is met damage-control, dat we die aanpakken. Dat is doorbijten, wat mij betreft. En dat we niet maar voor het beeld naar buiten toe blijven inhakken op de agenten. Want met dat soort symboolpolitiek ben je alleen maar verder aan het polariseren, mijnheer Van Baarle. En daarmee draag je niet bij aan een oplossing. En wat ik niet snap is dat we dat in iedere andere situatie ook met uw medewerking kunnen doen. Als ik dan terugpak naar Hümeyra, denk ik bijvoorbeeld aan de debatten die we hebben gehad over verantwoordelijkheid. Dat je daarbij ook ziet dat we dat weghalen bij de organisaties zelf, maar neerleggen bij waar die hoort in de top.

Dat we dan met zijn allen niet doorbijten, maar degenen die verantwoordelijk zijn laten zitten. Maar dat nu iedereen tot het gaatje gaat om die agenten te grazen te nemen. Ik snap het niet, waarom nu wel, als het niet meer is dan symboolpolitiek, en in andere situaties niet? Waarom richt u die energie niet op de leiding, waar die hoort? De VOORZITTER (de heer Verheij). Wilt u antwoord van mijnheer Büyükçifci, of mijnheer Van Baarle of beiden? Mevrouw HOOGWERF (lr). Beiden, wat mij betreft.

De heer BÜYÜKÇIFCI (nida). Ik kan heel kort daarop ingaan. Ik moet ook op mijn tijd letten. Kijk, ik hoop dat het mevrouw Hoogwerf ook wat doet, die uitspraken die zijn gedaan. En ik hoop dat ze ook snapt, in ieder geval, dat die onveiligheidsgevoelens in de stad echt gegroeid zijn door die uitspraken van deze agenten. Het is niet niks dat dit type uitspraken wordt gedaan, want dat zegt iets over het mensbeeld van deze agenten, maar ook over het beeld dat zij over de stad hebben en over onze multiculturele samenleving. Dus die onveiligheidsgevoelens, die zijn gewoon reëel. En wat ons betreft is al onze inzet niet zozeer alleen maar gericht op die individuele agenten, maar ook gewoon op de politieorganisatie in zijn geheel, maar ook de burgemeester. Ik hoop dat u in ieder geval uit mijn bijdrage hebt kunnen herleiden, dat hier wel degelijk ook een rol is weggelegd voor de burgemeester voor de aanpak van racisme. Kijk, wat mij betreft gaan we nu erop over, in ieder geval, dat we gewoon korte metten maken met racisme op alle mogelijke manieren. En als we daar niet nu de oplossing voor aandragen, dan blijft dat nog dooretteren en dat hebben we al jarenlang gezien. En wat ons betreft is het nu gewoon klaar. En als de burgemeester zegt: geen plek voor deze lieden in mijn stad, dan moeten we ook gewoon doorpakken.

Dus ik ben niet eens alleen maar gericht op die agenten, maar het gaat ook om de burgemeestersrol, van de politieleiding in deze, maar uiteraard ook de uitspraken, de walgelijke uitspraken die deze agenten hebben gedaan. En hier laat ik het dan bij, voorzitter. Mevrouw HOOGWERF (lr). Ja voorzitter, als ik er toch even op mag reageren. Hier wordt het voor mij problematisch. Mijnheer Büyükçifci zegt: het draagt bij aan het gevoel van onveiligheid, want je kunt die agenten niet meer vertrouwen. Dat punt, dat klopt dus niet, want er heeft ook een externe commissie gezegd: die jongens doen gewoon normaliter dan dagelijks hun

raadsvergadering van 8 april 2021

Notulen pagina

724

werk en hebben nooit iemand anders beoordeeld dan het feit dat ze als slachtoffer bij de politie aan hebben geklopt en ze hebben ook gewoon hun werk gedaan. En dat is ook hetgeen dat we uit moeten dragen, die 6.000 politieagenten die dagelijks voor ons de straat opgaan, die moeten we niet demoniseren, die moeten we niet criminaliseren, die moeten we steun geven. En niet voor ons eigen politieke gewenste plaatje in een kwaad daglicht zetten. Dat past ons niet. De VOORZITTER (de heer Verheij). Mijnheer Van Baarle, ook u werd de vraag gesteld. De heer VAN BAARLE (denk). Ja voorzitter, kijk, mevrouw Hoogwerf begon haar bijdrage en sloot haar bijdrage af met de woorden: ik snap het niet. En ik snap dat zij het niet snapt, want mevrouw Hoogwerf heeft zich natuurlijk in deze gemeenteraad altijd opgesteld als de aanvoerder van de xenofobe horde te paard. Het spijt me dat ik het zo moet zeggen, maar het is een feit. Dus ik snap dat zij het niet snapt. En voorzitter, altijd het riedeltje over demonisering van de politieorganisatie, altijd het riedeltje over vertrouwen geven aan agenten. Ik denk dat er zes personen zijn geweest die met name een rol hebben gehad in het demoniseren van de politieorganisatie en dat zijn die agenten die zichzelf discriminerend hebben uitgelaten. Die hebben ervoor gezorgd dat het beeld en het vertrouwen in de politieorganisatie is ondermijnd.

En dat gebrek aan vertrouwen en dat gevoel van onveiligheid blijft in stand als we nu niet normerend optreden tegen racisme en discriminatie door die agenten gewoon niet meer onderdeel te laten zijn van die politieorganisatie. En ik constateer dat ook mevrouw Hoogwerf, en dat snap ik gezien haar politieke traditie, dit met de mantel der liefde wenst te bedekken. Mevrouw HOOGWERF (lr). Nou ja voorzitter, nee kijk, dat heeft mijnheer Van Baarle dan niet helemaal begrepen. We

hebben gewoon gezegd: probeer niet iets wat kleiner is binnen de gehele organisatie als een soort toonbeeld van de gehele organisatie naar buiten te brengen, omdat het je nu eenmaal politiek beter uitkomt. Pas daarvoor op, want daarmee ondermijn je het vertrouwen in de politie en in de rechtsstaat. En ik begrijp dat het pijnlijk is wat er is gezegd en wat er naar buiten is gekomen, ik begrijp dat het zeer doet. Maar ik begrijp ook, dat er vervolgens is opgetreden en dat er ook is gezegd: deze agenten zijn nu hard genoeg gestraft. Het heeft geen belemmering gevormd voor hun normale functioneren, dus we gaan door. En ik zou dan echt eerder de leiding die gewoon heeft gefaald snel in te grijpen toen het nodig was en ervoor heeft gezorgd dat dit maar bleef etteren en bleef emmeren, die niet volledig buiten schot te laten, maar die agenten op het schavot te hijsen. Dat vind ik gewoon kortzichtig en ook eerlijk gezegd een beetje laf. De VOORZITTER (de heer Verheij). Helder standpunt. We waren nog in de eerste termijn van mijnheer Lammering, die achter zijn pc inmiddels wortel heeft geschoten. Mijnheer Lammering, gaat u verder met uw betoog, of was u aan een afronding toe? De heer LAMMERING (pvda). Nou, ik was halverwege, voorzitter, dus gezien de tijd moet ik er snel doorheen.

Het huidige sanctiemodel binnen de politie komt tekort als het gaat om het bestraffen van racisme en discriminatie. En daarom pleiten wij, samen met onder andere DENK, GroenLinks, D66 en SP door middel van een motie voor zwaardere sancties bij racisme en discriminatie. Want ja, wij geloven ook wel echt dat racisme en discriminatie veel meer gewicht moeten krijgen en dat daar zwaardere straffen op horen. Wij geloven daarnaast ook dat een onafhankelijk tuchtrechtsysteem, zoals we dat kennen in andere maatschappelijke beroepenvelden, zoals de zorg, advocatuur, luchtvaart en defensie, gaat bijdragen aan een toegankelijk en transparant politiesysteem waar ruimte is

raadsvergadering van 8 april 2021

Notulen pagina

725

om te leren van fouten en straffen worden opgelegd op basis van schuldige tekortkomingen aan de beroepsplichten. Met een motie verzoeken wij het college te pleiten voor een onafhankelijk tuchtrechtsysteem binnen de politie, zodat burgers en dienders kunnen vertrouwen op een passende straf. We zullen ook een groot deel van de moties, in ieder geval van D66, GroenLinks en twee moties van DENK steunen, die gaan over het bevorderen van inclusiviteit. Voorzitter, uit de brief van de gebiedscommissie Delfshaven kunnen we ook lezen dat er te veel moeders zijn die, bovenop de zorgen die ze al hebben, zich nu ook zorgen maken over het feit of politieagenten in hun stad hun kinderen gelijk behandelen. Ik geloof er echt in, dat agenten in Rotterdam iedereen in de basis gelijk willen behandelen, net als de meeste Rotterdammers. Zij kijken niet naar afkomst, cultuur of geloofsovertuiging, excuses voor mijn woordgebruik maar zij kijken naar: een klootzak is een klootzak, een boef is een boef en tuig is tuig. Wanneer er ook maar de schijn is dat dit wel gebeurt, komt dit extra hard binnen, want veel mensen vertrouwen blind op de politie. En de hele kwestie heeft voor veel mensen aan het vertrouwen een knauw gegeven, maar het heeft ook iets positiefs gebracht. De politieorganisatie is in beweging, een gevoelig thema is het onderwerp van gesprek in de samenleving.

Iedereen heeft er een mening over en steeds meer mensen durven die mening te uiten. De radertjes draaien de juiste kant op. En ik wil aan iedereen vragen die verandering wil zich hierop te concentreren. Pas dan gaan we echt iets veranderen. En terwijl onze jongens en meisjes zorgeloos een balletje trappen, zijn er achter de schermen vaders en moeders in de hele stad, in politie-uniform, zomerjurk of trainingspak die zich hard maken voor een eerlijk en rechtvaardig politiesysteem. Die strijden tegen racisme in alle lagen van de samenleving. Voorzitter, daar haal ik mijn kracht uit. We

gaan door zware tijden heen, maar onder die druk ontstaat er op dit moment ook vooruitgang. En die vooruitgang moeten we niet alleen koesteren, die vooruitgang moeten we niet alleen vasthouden, die vooruitgang moeten we aanjagen. Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER (de heer Verheij). Mijnheer Lammering heeft de volgende moties ingediend. Motie 2. Zwaardere sancties bij racisme en discriminatie ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 8 april 2021 ter bespreking van de politie in de samenleving; Constaterende dat: - er nu een aantal keer is gebleken dat in ieder geval één specifieke groep Rotterdamse agenten zich meermaals racistisch heeft uitgelaten; - de gang van zaken omtrent de racistische politie-apps tot onrust leidt binnen de maatschappij maar ook binnen de politieorganisatie; Overwegende dat: - gelet op de voorbeeldfunctie van agenten, de maatschappelijke impact van racistische of discriminerende uitlatingen door agenten zich bijna onmeetbaar toont in de voortdurende nasleep van de appjes; - ook binnen de politieorganisatie zelf de situatie schadelijk is omdat het imago van iedere agent eronder lijdt; - het brede sentiment in de maatschappij momenteel leeft dat de agenten in kwestie er met een berisping te gemakkelijk van af zijn gekomen; - het essentieel is om nu actie te ondernemen om het vertrouwen tussen burger en politie te herstellen en er hier

gekeken moet worden naar systematische handelingen; Verzoekt het college om: - namens de gemeenteraad van Rotterdam landelijk te vragen om het disciplinaire sanctiemodel kritisch tegen het licht te houden en aan te scherpen;

raadsvergadering van 8 april 2021

Notulen pagina

726

- hierbij te pleiten voor zwaardere sancties bij racisme en discriminatie; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. S.F. Lammering, S.R.T. van Baarle, S. Leewis, N. Arsieni en A. van Zevenbergen Motie 3. Speciaal tuchtsysteem Nationale Politie ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in raadsvergadering bijeen op 8 april 2021 ter bespreking van het debat naar aanleiding van de politie in de samenleving; Constaterende dat: - de disciplinaire straffen aan politieagenten intern tot stand komen; - er in andere beroepsgroepen, zoals in de advocatuur, bij defensie en in de zorg sprake is van een systeem van onafhankelijke tuchtrechters; Overwegende dat: - het huidige systeem binnen de politie weinig transparant is voor wat betreft overwegingen om te komen tot een passende disciplinaire straf; - hiermee de straffen die tot stand komen in mindere mate gedragen worden door de samenleving, zoals gebleken is in Rotterdam inzake de racistische appjes van enige politieagenten binnen de politieeenheid Rotterdam; - geadviseerd wordt een landelijk organisatorische voorziening in te richten (evt. met een flexibele schil met in- en externe experts) t.b.v.

grotere, complexere, politiek-gevoelige of eenheid-overstijgende onderzoeken; - er geen openbare jurisprudentie bestaat (voor onderzoekers of beklaagden); - hiermee regionale verschillen kunnen bestaan in de strafoplegging; - het voor agenten hierdoor ook lastig te achterhalen is welk gedrag wel en welk gedrag niet toelaatbaar is; - bovendien burgers geen tuchtrechtzaken kunnen starten tegen individuele agenten, en dit binnen andere beroepsgroepen zoals advocaten, tandartsen en psychologen heel gebruikelijk is;

- politie en wetenschappers zo’n onafhankelijk systeem ook aanmoedigen; De gemeenteraad spreekt uit dat: - het wenselijk is dat de Nationale Politie de mogelijkheid voor een speciaal tuchtrechtelijk systeem verkent; Verzoekt het college om: - dit voorstel middels een lobby richting de minister van Justitie & Veiligheid en de Nationale Politie over te brengen; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. S.F. Lammering, N. Arsieni, S. Leewis, E. Büyükçifci, A. van Zevenbergen, V.P.G. Karremans en S.R.T. van Baarle De moties zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen. Dank u wel mijnheer Lammering. Dan voor de eerste termijn mijnheer Van Baarle. De heer VAN BAARLE (denk). Ja, dank u wel, voorzitter. De racistische, discriminerende berichten die door Rotterdamse agenten naar buiten zijn gebracht in een appgroep hebben Rotterdammers heel veel pijn gedaan. Die hebben Rotterdammers een gevoel van onveiligheid gegeven en heel veel Rotterdammers het gevoel gegeven dat de politieorganisatie niet kan staan voor gelijkwaardige behandeling, zolang die agenten deel uitmaken van de politieorganisatie. En DENK snapt dat.

DENK snapt heel goed dat heel veel Rotterdammers, we hebben ook de brief gelezen van de gebiedscommissie Delfshaven, op dit moment, als ze een agent zien zichzelf de vraag stellen: is dat misschien een van die agenten die over mensen zoals ik zegt dat hij kapotgeschoten moet worden? En dat doet wat met mensen. En daarom vinden wij als DENK dan ook dat deze politieagenten geen onderdeel meer uit kunnen maken van de politieorganisatie, dat ontslag op zijn plek is en dat burgemeester Aboutaleb zijn eerdere uitspraak, namelijk: deze agenten die kunnen hier niet meer functioneren, waar moet maken. En wat we

raadsvergadering van 8 april 2021

Notulen pagina

727

gelezen hebben in het AGFA-rapport, wat verder nog naar buiten is gekomen, dat heeft de situatie eigenlijk alleen maar erger gemaakt. We hebben nog meer discriminerende uitingen gezien. We hebben ook gezien hoe agenten reageerden toen de melder de appgroep verliet. Hij is boos, omdat het ging over zijn neefjes en nichtjes. Dit wordt een relletje. In alle opzichten toont hier gewoon een totaal verkeerde intentie die we niet moeten hebben binnen het politieapparaat. En het feit dat deze zaak op deze manier is afgehandeld, namelijk met een waarschuwing, het feit dat de burgemeester van Rotterdam in dezen, terwijl hij normaal nooit vies is van een gepeperde uitspraak, de boterzachte aanpak kiest en niet zijn woorden waarmaakt, namelijk: deze agenten kunnen geen onderdeel meer zijn van ons Rotterdamse korps, dat doet wat met ons vertrouwen. Dat doet wat met ons vertrouwen in de burgemeester als hoeder van de stad in de meest diverse stad van Nederland. En dat doet wat met de vraag die wij ons stellen, of de politieorganisatie en met name de leiding daarvan, wel met name staat voor die gelijkwaardigheid. De VOORZITTER (de heer Verheij). U heeft een vraag van mijnheer Lammering.

intern binnen de club was uitgesproken en opgelost? De heer VAN BAARLE (denk). Ja voorzitter, de mening van DENK in dezen is bekend. Wij vinden een berisping op dit moment, een schriftelijke waarschuwing voor dit soort uiterst discriminerende opmerkingen, te licht, veel te licht. Dus het kan daar niet mee afgedaan worden. Wij kunnen niet toestaan, op geen enkele manier, dat politieagenten die dit soort uitspraken doen, nog onderdeel zijn van de politieorganisatie. Want ik zou aan mijnheer Lammering dan willen vragen om zich te verplaatsen in al die Rotterdammers die op dit moment als ze een politieagent zien de vraag stellen: zou dat een van die politieagenten zijn die heeft gezegd dat er op mensen zoals ik geschoten moet worden? De VOORZITTER (de heer Verheij). Voordat u antwoord geeft, mijnheer Lammering, u heeft nog 22 seconden en nog diverse agendapunten te gaan. De heer LAMMERING (pvda). Ja voorzitter, hoe graag ik ook zou willen, dan moet ik even mijn tijd sparen. De VOORZITTER (de heer Verheij). Mijnheer Van Baarle, gaat u verder.

De heer LAMMERING (pvda). Ja, dank u wel voorzitter, een vraag aan mijnheer Van Baarle inderdaad. De oorspronkelijke klokkenluider, laten we hem maar even zo noemen, de persoon die naar de politieleiding is gestapt met de melding van: hé, wat er in deze appgroep gebeurt, dat hoort niet, die heeft ervoor gezorgd dat er een gesprek kwam. En in dat gesprek is er -het was een stevig gesprek van wat ik begrijp- er zijn excuses geuit, en op dat moment is het intern afgehandeld. En dat getuigt, naar mijn idee, van toch een vorm van een veilige cultuur, waarin dat kan. En ik snap ook wel dat wellicht op dat moment er een teamchef was die het te weinig gewicht vond hebben. Maar wat vindt u van het gegeven dat het in eerste instantie

De heer VAN BAARLE (denk). Ja voorzitter, ik was bij het punt dat dat wat doet met vertrouwen en naar ik weet, naar ik merk, naar ik voel en naar ik hoor doet het ook wat met het vertrouwen van heel veel Rotterdammers in die politieorganisatie, in die politieleiding, maar ook het vertrouwen in deze burgemeester. En wat mij betreft is het aan de burgemeester om vandaag, staande dit debat, helder uitleg te geven over zijn positie, helder uitleg te geven over waarom hij nu deze aanpak kiest, helder uitleg te geven over waarom hij in veel situaties zegt: ik zoek de randen op, ik schuw een harde aanpak niet, en nu boterzacht is. En op basis van de antwoorden van de

raadsvergadering van 8 april 2021

Notulen pagina

728

burgemeester zullen wij afwegen wat dat vertrouwen van ons nog is en of er nog grond is om dat vertrouwen in de meest diverse stad van Nederland en met verantwoordelijkheid om te staan voor die gelijkwaardigheid van iedereen, of er een weg is om dat te herstellen. Tot zover, voorzitter.

Verzoekt de burgemeester: - bij de korpsleiding en de minister aan te dringen om in de toekomst een zwaarder sanctiemechanisme te handhaven voor politiefunctionarissen die discriminerende uitingen doen of discriminerend handelen; - hierover te rapporteren aan de raad; En gaat over tot de orde van de dag.’

De VOORZITTER (de heer Verheij). Mijnheer Van Baarle heeft de volgende moties ingediend.

w.g. S.R.T. van Baarle en E. Büyükçifci Motie 7. Onafhankelijk meldpunt discriminatie

Motie 5. Meldplicht discriminerend gedrag ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op donderdag 8 april 2021, ter bespreking van agendapunt 15 Uitkomsten onderzoek naar aanleiding van uitlatingen in appgroep van medewerkers van de politie; Constaterende dat: - er bij de politie sprake was van discriminerende appjes maar dat deze appjes niet gemeld zijn door personeel aan de leidinggevende; Verzoekt de burgemeester: - in samenwerking met de politie te komen tot een meldplicht discriminerend gedrag; - hierover te rapporteren aan de raad; En gaat over tot de orde van de dag.’

‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op donderdag 8 april 2021, ter bespreking van agendapunt 15 Uitkomsten onderzoek naar aanleiding van uitlatingen in appgroep van medewerkers van de politie; Constaterende dat: - er bij de politie sprake was van discriminerende appjes maar dat deze appjes niet zijn gemeld bij de korpsleiding; Verzoekt de burgemeester: - in samenwerking met de politie te komen tot een onafhankelijk meldpunt discriminerend gedrag; - hierover te rapporteren aan de raad; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. S.R.T. van Baarle en E. Büyükçifci

w.g. S.R.T. van Baarle en E. Büyükçifci Motie 8. Bevorder de inclusieve bejegening Motie 6. Zwaardere sancties tegen discriminatie ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op donderdag 8 april 2021, ter bespreking van agendapunt 15, Uitkomsten onderzoek naar aanleiding van uitlatingen in appgroep van medewerkers van de politie; Constaterende dat: - agenten die zichzelf discriminerend hebben geuit een berisping hebben gekregen en een aantekening in het dossier; Van mening dat: - deze straf geen recht doet aan de zwaarte van het vergrijp;

‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op donderdag 8 april 2021, ter bespreking van agendapunt 15 Uitkomsten onderzoek naar aanleiding van uitlatingen in appgroep van medewerkers van de politie; Constaterende dat: - in een diverse stad als Rotterdam inclusieve bejegening en het op een eenduidige en uitlegbare wijze proactief controleren door de politie van groot belang is; - onderzoek uit Amsterdam aangeeft dat politiefunctionarissen onvoldoende kennis hebben over maatregelen zoals eenduidig

raadsvergadering van 8 april 2021

Notulen pagina

729

en uitlegbaar proactief controleren alsmede inclusieve bejegening bevorderen; - uit ditzelfde onderzoek blijkt dat politiefunctionarissen verschillende suggesties hebben om hulpmiddelen te ontwikkelen die ze op deze thema's kunnen bijstaan in hun werk; Verzoekt de burgemeester: - te bewerkstelligen dat onderzocht wordt, conform onderzoek in Amsterdam, hoeveel kennis politiefunctionarissen in Rotterdam hebben van maatregelen om eenduidig en uitlegbaar proactief te controleren alsmede inclusieve bejegening te bevorderen; - hierover te rapporteren aan de raad; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. S.R.T. van Baarle en E. Büyükçifci Motie 9.

Inclusieve werkvloer ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op donderdag 8 april 2021, ter bespreking van agendapunt 15 Uitkomsten onderzoek naar aanleiding van uitlatingen in appgroep van medewerkers van de politie; Constaterende dat: - er bij de politie wel geregistreerd wordt wat de diverse instroom is, maar niet wat de diverse uitstroom is; - bekend is dat de diverse uitstroom hoger ligt dan gemiddeld, terwijl het van belang is diversiteit binnen het korps te behouden; - het instrument exitgesprekken onvoldoende is ingezet om zicht te krijgen op de redenen voor uitstroom; Verzoekt de burgemeester: - in samenwerking met de eenheidsleiding toe te werken naar het registeren van de diverse uitstroom; - in samenwerking met eenheidsleiding te bewerkstelligen dat toegewerkt wordt naar 100 procent dekking van exitgesprekken voor onvoorziene uitstroom; - te bewerkstelligen dat er over de uitkomsten van de inhaalslag van de exitgesprekken aan raad wordt gerapporteerd; - hierover te rapporteren aan de raad; En gaat over tot de orde van de dag.’

w.g. S.R.T. van Baarle, T.J. Vonk en E. Büyükçifci Motie 16. Ontsla discriminerende agenten ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op donderdag 8 april 2021, ter bespreking van agendapunt 15 Uitkomsten onderzoek naar aanleiding van uitlatingen in appgroep van medewerkers van de politie; Constaterende dat: - agenten die zichzelf discriminerend hebben geuit een berisping hebben gekregen en een aantekening in het dossier; Van mening dat: - het aanhouden van de betreffende politieagenten laat zien dat er geen consequenties volgen voor dergelijke vergrijpen; Verzoekt de burgemeester: - in de richting van de politieorganisatie aan te dringen op ontslag van de betreffende agenten die zich discrimineren hebben geuit; - hierover te rapporteren aan de raad; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. S.R.T. van Baarle en E. Büyükçifci Motie 17.

Excuses aan familie Hümeyra ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op donderdag 8 april 2021, ter bespreking van agendapunt 15 Uitkomsten onderzoek naar aanleiding van uitlatingen in appgroep van medewerkers van de politie; Constaterende dat: - een agent naar Hümeyra heeft verwezen met de zin ‘weer een turk minder’; Van mening dat: - het afschuwelijk was voor de familie om te vernemen dat de betreffende agenten ook over Hümeyra op een dergelijke wijze hebben gesproken; Verzoekt de burgemeester: - namens de gemeenteraad van Rotterdam excuses te maken aan de familie van

raadsvergadering van 8 april 2021

Notulen pagina

730

Hümeyra en alle nodige steun aan de familie te verlenen; - hierover te rapporteren aan de raad; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. S.R.T. van Baarle en E. Büyükçifci De moties zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen. Dank u wel. Dan halen we mijnheer Van der Velden binnen voor zijn termijn. De heer VAN DER VELDEN (pvdd). Ja dank u wel, voorzitter. Ja voorzitter, de laatste keer dat we over deze nare zaak hebben gesproken was twee weken geleden in de commissie. En ja, dat debat galmde eigenlijk nog lang na in mijn hoofd. De eerdere vreselijke racistische appjes en dan ook nog de indicatie van nieuwe schokkende appjes die we uit de krant, de NRC, moesten vernemen. Maar vooral natuurlijk het feit dat de nabestaanden van Hümeyra deze racistische drek daaruit moesten vernemen, echt afschuwelijk. En daarnaast mijn twijfel of de korpschef en de burgemeester de ernst van de situatie en de berisping daarbij wel juist hebben ingeschat, want bestrijding van racisme hoort topprioriteit te zijn bij de politie. Niet alleen voor de slachtoffers, maar ook voor agenten bijvoorbeeld met een migratieachtergrond, die bij de politie werken. Zij moeten zich immers veilig voelen bij hun werkgever. En bij het vorige debat hadden wij nog niet de volledige resultaten van de AGFA en nu wel.

Dus kunnen we zelf beoordelen wat er is geappt en kunnen we ook het oordeel van de AGFA vernemen met betrekking tot de sancties naar de agenten. En voorzitter, het riep bij mij eigenlijk nog meer vragen op. Neem bijvoorbeeld de appjes met betrekking tot Hümeyra. Bij de vorige vergadering ging het volgens de korpschef om cynische grapjes over de rechtspraak en sloeg de zin op de dader en niet op het slachtoffer. Ik zal het nog even voorlezen: ‘De agent: ‘Veel te veel, gelukkig ben jij geen rechter. Die gozer heeft goed

gehandeld. Weer een Turk minder.’ Vrijspraak en een schadevergoeding voor de dagen dat hij al heeft gezeten. Voorzitter, in tegenstelling tot wat de korpschef zei gaat deze zin, en dan doel ik op ‘weer een Turk minder’ wel degelijk om het slachtoffer en niet om de dader. Omdat ik daar zeker van wilde zijn, heb ik deze zinnen ook aan vele mensen laten lezen om nou te toetsen of ik het goed heb gelezen. En allemaal kwamen zij tot dezelfde conclusie dat het betrekking heeft op het slachtoffer, ‘weer een Turk minder’, en niet op de dader. De onderbouwing dat het betrekking heeft op de dader is volstrekt onvoldoende of slaat eigenlijk helemaal nergens op. Daarnaast zegt de agent tijdens het interne politieonderzoek dat hij eigenlijk niet meer precies weet wat hij nou heeft bedoeld met die misplaatste opmerking. En oh ja, volgens de korpschef, onze korpschef van Rotterdam, was dit ook nog een goede diender. Voorzitter, nu ik het heb gelezen in het AGFA-verslag kan ik met de beste wil van de wereld de uitleg van de korpschef niet plaatsen en ook niet de lichte sanctie voor de agenten. De sanctie werd gemotiveerd door de leiding vanwege het tijdsverloop, het goede functioneren en de gevolgen van de publiciteit, wat men ook wel noemde de maatschappelijke verontwaardiging. Tja en daar gaat het dus wederom mis. Men zegt: eigenlijk is de politie zelf een beetje slachtoffer, of de dader.

En dat vind ik zeer verwerpelijk. Waarom? Het racisme van deze agenten zorgde voor de situatie waarin zij zaten. Niets, niets en niets anders zorgde voor de schade. Daarom snap ik de lichte berisping ook echt werkelijk waar niet. En voorzitter, ik kan mij nog steeds niet aan de indruk onttrekken dat de Rotterdamse politie nog steeds een groot probleem heeft met racisme en discriminatie. Lekker werken daar, hoor, als je dat soort collega’s hebt en die ook nog door de korpschef ‘goede dienders’ worden genoemd. Waar ben je dan in vredesnaam, bij wat voor organisatie ben je beland? Hoe reflecteren nu eigenlijk de korpschef of de

raadsvergadering van 8 april 2021

Notulen pagina

731

burgemeester daarop? Ja voorzitter, als ik alles heb gelezen dan vind ik deze berisping echt niet passen bij de ernst van het vergrijp. En de burgemeester, die zei over dat snippertje: als er maar een snippertje van waarheid blijkt, is er voor deze agenten geen plaats in mijn eenheid, dat vond ik een krachtige uitspraak van onze burgemeester, maar helaas bij het vorige debat zei hij: hard moet je met zacht bestrijden. Ik ben benieuwd hoe de burgemeester er nu naar kijkt, ook na de verschijning van de AGFA. Ik dank u voor dit moment. De VOORZITTER (de heer Verheij). Dank u wel, mijnheer Van der Velden. Dan mevrouw Arsieni. Mevrouw ARSIENI (d66). Ja voorzitter, als je blijft doen wat je altijd al deed, krijg je wat je had. Racistische uitlatingen in de zogenaamde Jan Smit Appgroep zijn afschuwelijk en de afgelopen week kwam er steeds een schepje bovenop. Maar het gaat eigenlijk niet om deze appgroep, het gaat om een patroon. Hoe serieus wordt er werk gemaakt van racisme en discriminatie bij de politie? Wij weten dat de politie dat al jaren een prioriteit noemt. Nu is het zelfs een topprioriteit in Rotterdam. Maar wat betekent dat nou precies en wat zijn de concrete doelen? Voorzitter, dat is nog onduidelijk. En dat is ontzettend belangrijk, want anders blijven we van incident naar incident gaan, terwijl er eigenlijk naar het systeem en de cultuur moet worden gekeken.

Vanuit de Rotterdamse gemeenteraad is het ingewikkeld om het systeem te veranderen, uiteraard. Maar, voorzitter, wij zijn Rotterdam. Wij benutten alle ruimte die er is om beweging te veroorzaken die ook landelijk wordt gevoeld. En tegenwoordig hebben we zelfs een actieve afgezant uit Rotterdam die dat ook doet in Den Haag. D66 roept op om aan de slag te gaan met extern toezicht bij meldingen over racisme en disproportioneel geweld. Juist bij zulke thema’s mag er geen schijn van partijdigheid zijn. Wij zijn daarom,

voorzitter, voorstander van een onafhankelijk tuchtrechtsysteem. We moeten ervan af dat sancties alleen een interne politieaangelegenheid zijn. Dat doet weinig goeds voor het draagvlak, dat zien we ook in de situatie van de appgroep. De gebiedscommissie Delfshaven, mijnheer Van der Velden zei dat ook al voor mij, heeft zich er ook over uitgesproken: hoe kan het dat het werken in moeilijke wijken door de AGFA als een verzachtende omstandigheid is gezien? Voorzitter, dat lijkt me al te vreemd. Er werken duizenden politiemensen in dit soort wijken. Vinden we dat dan normale uitlatingen gelet op het karakter van de wijken? Zeker als je werkt in moeilijke wijken is extra sensitiviteit nodig, dan is dat soort gedrag juist extra schadelijk. Misschien zou juist het omgekeerde reden moeten zijn voor de strafmaatbepaling. Voorzitter, daar zou ik wel een reactie op willen van de burgemeester en de politiechef. Er is nu een onderzoek gedaan naar de uitlatingen in één appgroep, maar wat zegt dat over de cultuur op de werkvloer? Is hier breder onderzoek naar gedaan? Op dit moment is Rotterdam landelijk koploper op het gebied van klachten over discriminatie en racisme. En wij willen meer duiding. D66 dient daarom ook met andere partijen een motie in voor een breder onderzoek. Wat nodig is, is dat we niet van incident naar incident blijven gaan en naar de waanzin van de dag dus eigenlijk.

Maar dat we casusoverstijgend gaan kijken naar hoe kan worden geleerd en hoe het beter kan, zodat het systeem daar ook van leert. Want als je blijft doen wat je altijd al deed, krijg je wat je al had. En dat werkt niet, zegt ook de Nationale Ombudsman die vorige week zijn rapport publiceerde, waarin hij aangeeft dat de klachtenbehandeling van burgers over etnisch profileren veel beter moet. Etnisch profileren valt door burgers niet te bewijzen. De Ombudsman zegt daarom dat de bewijslast zou moeten worden omgedraaid. De burger mag verwachten dat de overheid kan uitleggen op basis waarvan hij geselecteerd is. Dat

raadsvergadering van 8 april 2021

Notulen pagina

732

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=1784e5d1-6bbd-4efe-99d7-e440d7950fea