07 09 2021 Annotatie Waterside Oost
Tekst van het document
Annotatie Griffie Raadscommissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte & Subcommissie Bestemmingsplannen
Aan
:
Leden van de subcommissie Bestemmingsplannen
Datum
:
5 augustus 2021
Betreft
:
Subcommissievergadering 7 september 2021
Van: M.R.D. Binda Telefoon: 06 39 11 61 27 E-mail: mrd.binda@griffie.rotterdam.nl
Onderwerp: Vaststelling ontwerpbestemmingsplan BP Waterside Oost, IJsselmonde Doel van de bespreking: Doel is het horen van reclamanten die een zienswijze hebben ingediend en het adviseren aan de commissie BWB over de ingediende zienswijzen. Voorgeschiedenis: De voorgenomen ontwikkeling ‘Waterside Oost, IJsselmonde’ betreft een voorgenomen ontwikkeling van een appartementencomplex met maximaal 124 huurappartementen langs de Nieuwe Maas in Oud-IJsselmonde, waarvan 30% middensegment en 70% in het hogere segment. Het vigerende bestemmingsplan ‘Oud-IJsselmonde’ kent een wijzingsbevoegdheid om maximaal 50 woningen mogelijk te maken. Voor de voorgenomen ontwikkeling is daarom gekozen voor het voorliggende (project)bestemmingsplan. Te bespreken stukken: -
Raadsvoorstel over vaststelling bestemmingsplan Waterside Oost (21bb8709) met bijlagen:
-
Ingekomen zienswijzen en namenlijst reclamanten;
-
Ontwerpbestemmingsplan Waterside Oost IJsselmonde (21bb9059);
-
Verbeelding ontwerpbestemminsgplan Waterside Oost IJsselmonde (21bb9060);
-
Besluit Stap 3 Interimwet Stad- en milieubenadering (21bb9063);
-
Advies Gebiedscommissie IJsselmonde d.d. 11 juni 2021 (21bb6064).
Mogelijke aandachtspunten: Advies gebiedscommissie IJsselmonde De gebiedscommissie IJsselmonde heeft een negatief advies uitgebracht en verzoekt om het vigerende bestemmingsplan te handhaven en passende plannen te ontwikkelen. Zij benoemt in haar advies nog aandachtspunten ziende op verkeersdruk, parkeerdruk , aantasting van het dorpse karakter van Oud-IJsselmonde en woningdifferentiatie. Er zijn zienswijzen ingediend die aansluiten bij (een van) eerdergenoemde aandachtspunten.
Blad: 2/3 Datum: 5 augustus 2021
Besluit Interimwet stad- en milieubenadering / geluid De geluidsbelasting van wegverkeer vanaf de A16 en de Oostdijk overschrijdt de voorkeursgrenswaarde maar niet de maximale grenswaarde. Hiervoor wordt een besluit hogere waarden Wet geluidhinder genomen, deze heeft gelijktijdig ter inzage gelegen. Door het aanbrengen van een geluidsluwe gevel (het realiseren van loggia’s) en een akoestisch gunstige indeling van ruimten wordt hieraan voldaan. Echter, op een gedeelte van het plangebied zal geluidsbelasting de maximale grenswaarde overschrijden. De Wet geluidhinder biedt dan de mogelijkheid om woningen met (meerdere) dove gevels te realiseren, hier wordt niet voor gekozen omdat dit afbreuk doet aan het woongenot. De Interimwet stad- en milieubenadering zou een oplossing bieden door middel van het vaststellen van een Stap-3 besluit, waarin compenserende maatregelen zijn opgenomen die als bouwnormen worden opgenomen in de regels van het nieuwe bestemmingsplan om een prettig woonklimaat te kunnen realiseren. Uw raad wordt gevraagd om het ‘Stap-3 besluit Waterside Oost’ (21bb9063) vast te stellen en hiermee af te wijken van de maximale waarde voor buitenstedelijk wegverkeerslawaai van 53 dB (art. 83 lid 1 Wet geluidhinder) naar een maximale waarde van 63 dB vanaf de Rijksweg A16 op de gevels van de beoogde nieuwe woningen.
Er zijn hier vier compensatiemaatregelen aan verbonden die zien op geluidwering, contactgeluidisolatie, realisatie van een geluidluwe binnentuin en mechanische ventilatie en koeling. M.e.r.-beoordeling, stikstofdepositie Er heeft een m.e.r.-beoordeling plaatsgevonden. Hieruit zou blijken dat er geen belangrijke nadelige effecten op het milieu worden verwacht, zodat er geen m.e.r. hoeft te worden opgesteld. Uit de AERIUS-berekening zou volgen dat het bouwplan geen significante gevolgen zou hebben voor Natura2000-gebieden. Externe veiligheid Vanwege de ligging van de locatie, binnen de invloedsgebieden van de Nieuwe Maas, de spoorlijn en de snelweg, is beperkte verantwoording van de hoogte van het groepsrisico nodig. In het ontwerpbestemmingsplan is toelichting hierop (pagina 47-50) en een Quickscan (pagina 80-97) opgenomen.
Blad: 3/3 Datum: 5 augustus 2021
Financiële consequenties: Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient de gemeente bij een besluit tot vaststelling te besluiten over de vaststelling van een exploitatieplan tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd, zoals met het sluiten van een anterieure privaatrechtelijke overeenkomst in de zin van art. 6.24 Wro. Met de particuliere initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst afgesloten, de kosten in verband met de realisatie zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Verdere procedure: Het bestemmingsplan wordt geagendeerd voor de vergadering van de commissie BWB op 22 september a.s. en raadsbehandeling volgt op 30 september 2021.