Vragen en antwoorden naar aanleiding van commissie 1-4-2021.pdf
Tekst van het document
Vragen uit 1e termijn - Onderzoek nascheiding huishoudelijk afval Het onderwerp Onderzoek nascheiding huishouding afval is in de Commissie van 1 april jl. omwille van de tijd gestopt na de 1e termijn. De tweede termijn zal opnieuw door de Agendacommissie worden ingepland voor een commissievergadering. De vragen die uit de eerste termijn onbeantwoord zijn gebleven kunnen door de fracties worden aangeleverd aan de griffie, die deze vragen gebundeld aan wethouder Koenraad aan zal bieden. Het verzoek is om de nog openstaande vragen uit de eerste termijn uiterlijk dinsdag 6 april a.s. 10.00 uur aan de griffie aan te leveren. Dit is zo afgeconcludeerd bij het afronden na 1e termijn. De tweede termijn vindt in de eerstvolgende commissievergadering plaats (commissie 15 april a.s.). Ik heb ondergaande vragen mogen ontvangen t.b.v. schriftelijke beantwoording voor deze tweede termijn. Vragen VVD: 1. Uit het rapport blijkt dat ten opzichte van de huidige praktijk met nascheiding 2 kg per inwoner meer PD uit het restafval zou kunnen worden onttrokken. Waarom staat dit niet in de raadsmededeling ? In het rapport staat bij de voetnoot op pagina 2 vermeld dat gerekend is met de gegevens van 2019. In 2020 is de hoeveelheid ingezameld kunststof gestegen tot 28 kg per inwoner. Hierdoor is de inzameling van PBD bij bronscheiding 4 kg per inwoner gunstiger dan bij nascheiding.
Dit is vermeld in de raadsmededeling 2. Waarom is dit niet als voordeel benoemd ? Zie het antwoord op vraag 1. Nascheiding is op dit moment 4 kg nadeliger dan bronscheiding. 3. Waarom is er geen Europese aanbesteding geweest terwijl dit wel op z’n plaats was geweest? Deze aanbesteding had in een vroeg stadium kunnen starten (bijvoorbeeld in mei 2020). In het rapport staat letterlijk dat hiervan geen uitkomst kan worden voorspeld? Bent u bereid het contract met Saver open te breken en een Europese aanbesteding te starten? Naar ons/mijn oordeel was een Europese aanbesteding niet nodig en ook niet wenselijk. Het doel van het contract met het afvalverwerkingsbedijf is om tegen een zo laag mogelijk tarief zo veel mogelijk grondstoffen te hergebruiken en daardoor zo min mogelijk restafval te verbranden. Hoewel de uitkomst van een aanbesteding altijd een mate van onzekerheid en kans met zich meebrengt, is niet te verwachten dat een aanbesteding het doel dichterbij zou hebben gebracht. 4. De wethouder heeft aangegeven geen heil te zien in afzonderlijke mini-containers voor plastic afval.
De hiervoor aangedragen reden is dat met niet kan zien wat in de containers zit? Men kan “zich vergissen” met de mini-containers voor huishoudelijk afval (bijvoorbeeld piepschuim), met papiercontainers en de GFT-containers ? Hierop vindt toch ook steekproefsgewijze controle plaats? Dat klopt, er wordt steekproefsgewijs gecontroleerd of de aangeboden grondstoffen in containers (papier en GFTE) niet vervuild zijn. Dit is echter geen 100% controle. Zodra een mini-container waar restafval in zit geleegd is in de vrachtwagen, zit deze vervuiling in de vrachtwagen en kan de inhoud
van de gehele vrachtwagen worden afgekeurd en verbrand. Veel gemeenten die PDB inzamelen met mini-containers hebben een afkeurpercentage van 15% tot 75%. In Roosendaal is het afkeurpercentage 0%. 5. Is de wethouder bereid, voor die huishoudens die aangeven dit te willen, een plastic container te verstrekken die 1 x per 2 weken wordt geledigd? Het ter beschikking stellen van een container voor PBD levert alleen een grotere kans op vervuild PBD op. Bewoners blijven de mogelijkheid hebben om PBD in zakken aan te bieden. Als uw bedoeling is om zakken uit het openbaar gebied te weren, dan zijn daar andere mogelijkheden voor. Dit bespreek ik graag met u. 6. In het rapport wordt gesteld dat de huidige inzameling van PBD zakken minder belastend is voor de chauffeur/belader. Wij wagen dit te betwijfelen; de zakken worden handmatig opgepakt en in de wagen gegooid. De fysieke belasting voor de medewerkers is groter dan het optillen van minicontainers door een machine. Graag uw mening hierover. Het rapport vergelijkt het oppakken van lichte zakken PBD-afval met het pakken van mini-containers waar restafval en PBD in zit (ten behoeve van de nascheiding). Door het grote gewicht van restafval is een dergelijke container veel zwaarder dan een zak PBD afval. Vragen VLP: 1.
U heeft in de commissie van donderdag 1 april aangegeven dat u op 10 december 2020 de raad fout heeft geïnformeerd over het einde contract met Saver, wat niet het in de commissie genoemde 1-2-2022 was, maar 1-2-2025 bleek. Wanneer heeft u deze fout exact opgemerkt? En waarom heeft u de raad niet alsnog zo spoedig mogelijk hierover geïnformeerd? Achteraf blijkt dat ik de datum van de beëindiging van het contract niet goed op mijn netvlies had en de verkeerde datum noemde. Het verlengen van het contract is een bevoegdheid van het college. Bij de keuze om het contract te verlengen heb ik ook rekening gehouden met de wens van de raad om de kosten voor de inwoners zo laag mogelijk te houden en zo veel mogelijk grondstoffen te hergebruiken. Ik heb dit gemeld in de raadsmededeling bij het rapport. 2. Wat vindt u van de conclusies van het onderzoek van hoogleraar Gradus van de Vrije Universiteit Amsterdam over nascheiding? https://www.nrc.nl/nieuws/2020/01/23/afval-scheidenmoet-maar-heel-nederland-doet-het-anders-a3987976 (In dit onderzoek staan zeer veel voordelen van nascheiding en het spreekt veel eerder genoemde / verwachte voordelen van bronscheiding van PMD tegen.) De bevindingen van Gradus zijn niet zomaar te vertalen naar de Roosendaalse situatie.
In iedere plaatselijke situatie moeten we een optimum vinden tussen gemak voor de inwoner, financieel voordeel (waar sprake van is in bepaalde specifieke situaties) en zoveel mogelijk hergebruik van waardevolle grondstoffen. 3. Wat vindt u van de conclusie van hoogleraar Gradus: Nascheiding is beter voor het milieu en goedkoper voor de burger. Deze conclusie is veel te algemeen en geldt niet voor de Roosendaalse situatie. Nascheiding is pas beter voor het milieu als er meer PBD wordt ingezameld dan mogelijk is met bronscheiding, en het PBD van goede kwaliteit is. In Roosendaal scoort de bronscheiding op beide fronten beter. De grote
steden hebben problemen met inzameling aan de bron. Dit komt vanwege het hoge percentage hoogbouw en de beperkte ruimte op openbaargebied voor het plaatsen van containers. Nascheiding is alleen goedkoper als er sprake is van een hoog tarief voor verbranding. In Roosendaal hebben wij juist een zeer laag tarief. Hierdoor valt nascheiding op dit moment een stuk duurder uit. 4. Wat vindt u van de conclusie van hoogleraar Gradus dat de machine beter plastic kan scheiden dan de mens? Deze conclusie delen wij niet. Op dit moment kan een machine nog niet beter scheiden dan de mens. Dit laat het Roosendaalse resultaat van 2020 duidelijk zien. 5. Wat vindt u van de conclusie van hoogleraar Gradus dat bij plastic de kwaliteit van het recyclebare materiaal beter is als je het door de machine laat doen? Deze conclusie delen wij niet. De kwaliteit van brongescheiden PBD is beter dan de kwaliteit van nagescheiden PBD. Dit komt omdat PBD uit bronscheiding niet met andere, vaak natte, vervuiling in aanraking is gekomen. Dat zorgt voor een nare geur en verkleuring van het materiaal. De kleur verandert van neutraal naar grijs en verliest een groot deel van zijn toepasbaarheid. Folie neemt de afvalgeur op, wat pas afneemt door het te verhitten en te wassen in soda. 6.
Waarom communiceert u al enige dagen voor de commissie naar/via BN/DeStem dat nascheiding in Roosendaal 4 kg minder PMD uit het restafval zal scheiden dan bronscheiding, terwijl in ‘uw’ onderzoek staat dat nascheiding juist 2 kg meer eruit zal halen? In het rapport staat bij de voetnoot op pagina 2 vermeld dat gerekend is met de gegevens van 2019. In 2020 is de hoeveelheid ingezameld PBD gestegen tot 28 kg per inwoner. Hierdoor is de inzameling van PBD bij bronscheiding 4 kg per inwoner gunstiger dan bij nascheiding. Door het invoeren van 1x/4 weken is er 1 parameter zeer positief beïnvloed. Daarom is deze extra gemeld als voetnoot. Als parameter plotseling sterk verslechterd zou zijn, dan was dit ook op deze manier vermeld.
7. Waarom trekt u andere conclusies (zie vraag 6) dan het voor u uitgevoerde onderzoek op basis van wel nieuwe afvalcijfers van 2020 in Roosendaal, maar zonder nieuwe nascheiding cijfers (door bijvoorbeeld betere, nieuwere machines)? In de nascheiding is er in de laatste maanden niet veel bijzonders veranderd. Er zijn geen nieuwe cijfers te melden. 8. Bent u het met de VLP eens dat u op deze manier geen ‘appels met appels’, maar ‘appels met peren’ vergelijkt? Nee, wij zijn het met deze stelling niet eens. Het aan de raad aangeboden onderzoek is een gedegen onderzoek wat uitgevoerd is door een onpartijdig bureau. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de vergelijkingen en conclusies niet correct zijn. 9. Waarom communiceert u al dagen voor de commissie naar/via BN/DeStem dat nascheiding op jaarbasis 30 euro per huishouden duurder zal uitvallen? Dit is openbare informatie en de raadsmededeling wordt ook gedeeld met de pers. BN/DeStem heeft de vrijheid om op basis van die informatie een artikel te publiceren. Op deze keuze hebben wij geen invloed
10. Bent u het eens met de VLP dat de 30 euro berekening gebaseerd is op een of meerdere aannames in het rapport? Jazeker. Net zoals elk onderzoeksrapport worden er aannames gedaan om een mogelijk nieuwe situatie te kunnen analyseren en te vergelijken met de huidige situatie. 11. De VLP wil zo spoedig mogelijk een nieuw onderzoek naar nascheiding in Roosendaal. Kunt u dit verzoek van de VLP steunen? Nee dit verzoek steunen wij niet. Het is op dit moment niet zinvol om een nieuw onderzoek uit te laten voeren. De kennis over nascheiding binnen de gemeente is breder dan dit rapport. Elk jaar neemt de gemeente Roosendaal deel aan de landelijke Benchmark Huishoudelijk Afval. Hieraan nemen ook vergelijkbare gemeenten deel die nascheiding hebben ingevoerd. 3 a 4 keer per jaar wordt op ambtelijk niveau gesproken met landelijke collega’s. Positieve berichten over nascheiding worden meteen binnen het netwerk onderling gedeeld. Over 2 jaar wordt er een nieuw onderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn bekend voordat er beslist moet worden voor de volgende, en laatste, verlenging van het huidige contract voor verbranding van restafval. Vragen D66: Allereerst een stukje perspectief.
Bij D66 waren wij onder de impressie dat goed scheiden, het sterk reduceren van ‘nat afval’, ofwel voedselresten in het restafval en aanpassen van ons gedrag door minder vaak de restafvalcontainer aan straat te mogen zetten de voorwaarden zou scheppen die nascheiding mogelijk maken. Nascheiding, waarbij we af konden stappen van de heffing per leging van de grijze container. Terug konden naar eens per 2 weken de container aan straat zetten. Af zouden zijn van de oranje zakken die meegenomen moeten worden naar een inleverpunt of aan straat gezet moeten worden, met alle overlast van dien. Wat schetst onze verbazing? Blijkbaar heeft het goede scheiden, de discipline van onze inwoners, het luisteren naar advies en voorschriften, geleid tot een situatie waarin het beloofde nascheiden niet langer de meest voordelige of effectieve optie zou zijn. Een conclusie die ons vreemd in de oren klinkt. zeker in het licht van het succes van nascheiden én de bijbehorende onderzoeken en onderbouwingen van andere gemeenten. Na het bestuderen van het voorbeeld van Amsterdam, met hulp van een van onze leden, konden wij ons zelfs niet aan de indruk onttrekken dat de Roosendaler haast gestraft wordt voor zijn relatief goede scheidingsdiscipline. Reden genoeg om scherp te kijken naar de 7 argumenten die geleverd worden om toch niet op nascheiding over te stappen. Reden 1, een kostenstijging.
We nemen aan dat dit een stijging in de vaste heffing betreft. Is dit inclusief of exclusief het wegvallen van het variabele tarief voor de grijze container of ondergrondse restafvalcontainers? Is dit inclusief of exclusief het wegvallen van de inzamelpunten voor PBD, verspreiding van oranje zakken en ophaalritten voor PBD? En vooral: hebben onze inwoners er misschien een prijsverhoging voor over, als dat een groter gemak betekent?
Dit betreft de gemiddelde kostenstijging voor een huishouden ten opzichte van de huidige vaste EN variabele kosten. Bij een invoering van nascheiding is de consequentie dat het systeem van diftar wordt afgeschaft. Dit zorgt er echter ook voor dat de huishoudens die nu goed het afval scheiden en weinig de container aanbieden juist meer dan €30 per jaar extra gaan betalen. Voor huishoudens die op dit moment vaak het restafval aanbieden zullen de kosten minder stijgen. In deze berekening zijn het wegvallen van de zakken, inzamelroutes en inzamelpunten meegerekend. De hogere kosten voor kwijtschelding die dit met zich meebrengt zijn hierin NIET meegenomen. Reden 2, er wordt 2kg verpakking meer voor hergebruik afgezet. Dat lijkt ons een positieve ontwikkeling, die echter volledig in strijd is met de boodschap in de mededeling zelf, dat er nu 4kg meer opgehaald zou worden. Welke van deze cijfers is juist? In het rapport staat bij de voetnoot op pagina 2 vermeld dat gerekend is met de gegevens van 2019. In 2020 is de hoeveelheid ingezameld kunststof gestegen tot 28 kg per inwoner. Hierdoor is de inzameling van PBD bij bronscheiding 4 kg per inwoner gunstiger dan bij nascheiding. Reden 3: minder zuivere monostromen. Dit is wat D66 betreft mogelijk een legitieme reden, maar de formulering is ons nogal hypothetisch.
Was het droog aanleveren van restafval hier niet de beloofde oplossing? Daarnaast strookt het volgens ons niet helemaal met het procédé van nascheiding. Wel kunnen we ons voorstellen dat nascheiding leidt tot een grotere diversiteit aan stromen, waaronder een aantal onzuivere grondstofstromen. Maar dat hoeft volgens ons geen nadeel te zijn, want dat valt nog altijd te prefereren boven verbranding. Het droog aanleveren is zeer belangrijk om PBD goed te kunnen nascheiden, maar heeft hier niets mee te maken. De ervaring van andere gemeenten en afvalverwerkers is dat na de invoering van nascheiding ook andere afvalstromen minder secuur worden gescheiden. Dit betekent dat er meer restafval bij papier en gft wordt aangetroffen dan voorheen. Dit is slecht voor het hergebruik van de betreffende grondstoffen. Ook kan dit leiden tot afkeur van ingezameld materiaal en daardoor extra kosten voor de verbranding ervan. Reden 4: Onbenutte PBD potentie. Deze snappen we in het geheel niet. Als ongeveer 24kg PBD nu al in het restafval belandt, kan deze met nascheiding juist wel aan de stroom onttrokken worden, terwijl deze nu juist linea recta in de verbrandingsoven verdwijnt. Met alle CO2 uitstoot van dien. Of wordt hier bedoeld dat de foutmarge van nascheiding min of meer gelijk is aan die van bronscheiding? Helaas zit het anders in elkaar.
De nascheidingsinstallatie kan slechts enkele soorten plastic scheiden. Als voorbeeld: petflessen worden eruit gehaald, maar folies blijven vaak in het restafval zitten. Hierdoor wordt ook bij nascheiding nog veel plastic uiteindelijk verbrand. Dit zal in de toekomst waarschijnlijk verbeteren door betere technieken. De onbenutte PBD-potentie bij bronscheiding kan benut worden door betere communicatie/voorlichting en stimulatie om beter afval te scheiden. Reden 5: Bijvangst van andere grondstoffen. Wederom een punt dat we niet begrijpen. Welke stoffen worden in het restafval verwacht die daar nu niet aanwezig zijn? En is dat niet juist reden wel voor nascheiding te kiezen, de potentie in de toekomst nog meer grondstoffen aan het restafval te onttrekken?
De ervaring vanuit gemeenten met nascheiding is dat inwoners andere stromen, (zoals GFTE, papier, textiel enz.) soms ook bij het restafval gooien. Dit terwijl men deze eerst wel goed apart werden ingezameld. Er is niet precies duidelijk waar dit gedrag vandaan komt. Het kan komen door het niet aanwezig zijn van de financiële prikkel. Ook is het mogelijk dat men het idee heeft dat “alles toch wordt gesorteerd”, terwijl dat echt alleen deels voor het PMD mogelijk is. Reden 6: CO2 uitstoot. Leidt nascheiding nu tot een nagenoeg gelijke uitstoot of een verhoging van 80 ton CO2? Wat overigens, om het in perspectief te plaatsen, gelijk staat aan de gemiddelde jaarlijkse uitstoot van zo’n 25 personenauto’s. Het zou ons niets verbazen als het wegvallen van 1 volledige vuilnisroute per maand dit al ruimschoots compenseert. Dat is niet met zekerheid te zeggen. Dit komt mede vanwege de onbekende transportafstand naar de betreffende verwerker. Overigens valt er geen volledige route per maand uit, de routes worden anders ingedeeld. De hoeveelheid te transporteren afval blijft hetzelfde. Reden 7: Het serviceniveau. Dit is wat ons betreft bij uitstek de reden om wel naar nascheiding over te stappen. Er moet exact even veel aangeleverd worden, maar in plaats van 2 aparte stromen is het slechts 1 stroom. Minder gedoe, minder verwarring, minder ruimtegebruik en meer flexibiliteit.
Het serviceniveau van nascheiding is voor de inwoners positief. Echter draagt nascheiding op dit moment niet bij aan de eerder gestelde doelen. Voor 2020 was de landelijke doelstelling 100 kg restafval per inwoner per jaar. In 2050 dient alles volledig circulair te gebeuren, zodat er geen restafval meer ontstaat. Met nascheiding halen gemeenten niet de doelstelling van 100 kg per inwoner per jaar. Dit wordt bevestigd en onderbouwd in het rapport “Van bronscheiden naar nascheiden”. Ook zijn de kosten voor nascheiden in de Roosendaalse situatie op dit moment flink hoger dan bij bronscheiding. Kortom, voorzitter, D66 zit nog vol vragen naar aanleiding van deze raadsmededeling en dit onderzoek, en we hopen van harte dat de wethouder een en ander kan verhelderen. Op dit moment zijn wij in ieder geval nog niet inhoudelijk overtuigd van juistheid van de keuze van het college om voorlopig bij bronscheiding te blijven. Graag dus een toelichting hierop.