Verslag informateur 8 april 2026.pdf
Tekst van het document
Roosendaal, 8 april 2026
Eindverslag en advies van informateur Peter van der Velde Aan de partijen vertegenwoordigd in de gemeenteraad van Roosendaal,
Inleiding Op 25 februari 2026 is door de partijen die deel gingen nemen aan de gemeenteraadsverkiezingen besloten om mij aan te wijzen als informateur.
De gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 hebben in Roosendaal geleid tot nieuwe politieke verhoudingen binnen de raad. Naar aanleiding van deze uitslag heeft op 26 maart 2026 een duidingsdebat plaatsgevonden, waarin de partijen die deel hebben genomen aan de gemeenteraadsverkiezingen hun visie hebben gegeven op de verkiezingsuitslag en mogelijke samenwerkingsrichtingen. Opdracht Met de aan mij verstrekte opdracht is mij gevraagd om verkennende gesprekken te voeren met de vertegenwoordigers van de partijen die gekozen zijn in de gemeenteraad van Roosendaal, gericht op: ▪
De vorming van een nieuwe coalitie;
▪
Een onderzoek naar de haalbaarheid van een raadsakkoord over de majeure opgaven voor de bestuursperiode 2026-2030 te weten: het Nationaal Programma, de kwaliteitssprong en de ontwikkeling van de spoorzone en de Westrand.
Daarbij zijn mij de volgende aandachtspunten meegegeven: •
Er moet recht gedaan worden aan de uitslag van de verkiezingen;
•
Er moet een stabiele coalitie gevormd worden voor de komende vier jaren;
•
Er moet met een heldere en duidelijke visie, daadkrachtig gewerkt kunnen
worden aan de opgaven van de gemeente Roosendaal voor de komende jaren; •
Er moet bij de partijen die afvallen opgehaald worden wat er meegenomen kan worden in de formatiefase.
In deze fase zijn de eerste twee aandachtspunten relevant, de laatste twee aandachtspunten komen pas in de formatiefase aan de orde en laat ik daarom in mijn verslag nagenoeg buiten beschouwing.
Op basis van de opdracht lever ik een eindverslag op dat een advies bevat over welke combinatie van partijen het meest voor de hand ligt om een samenwerking in coalitieverband nader te verkennen en die kan leiden tot een nieuw college. Dat advies is gebaseerd op de opbrengst van de gesprekken met vertegenwoordigers van de partijen, waarbij ik zowel de mate van programmatische en inhoudelijke overeenstemming als eventuele breekpunten en knelpunten weeg.
Werkwijze/proces Ik heb gekozen voor de volgende werkwijze: •
Ter voorbereiding heb ik op basis van de door partijen ingevulde inventarisatieformulieren een vergelijking gemaakt van de inhoudelijke overeenkomsten en verschillen met en tussen de partijen;
•
Bij de voorbereiding heb ik ook de verkiezingsuitslag betrokken. Dit heb ik gedaan door het aantal per partij uitgebrachte stemmen ten opzichte van het totaal aantal uitgebrachte stemmen, mee te wegen in mijn overwegingen.
•
Op 28 en 29 maart 2026 heb ik een eerste ronde van individuele gesprekken gevoerd met de vertegenwoordigers van alle in de gemeenteraad vertegenwoordigde partijen;
•
Op 30 maart 2026 heb ik in een terugkoppelingsmoment aan deze vertegenwoordigers aangegeven dat mijn eerste voorkeur een coalitie van de vijf grootste partijen is en heb ik mijn overwegingen daarbij toegelicht;
•
Op 3 april 2026 heb ik een tweede ronde individuele gesprekken met de
vertegenwoordigers van de vijf grootste partijen gevoerd; •
Tot slot heb ik op 7 april 2026 een gezamenlijk gesprek gevoerd met die partijen, waarin zij elkaar konden bevragen over de bereidheid tot samenwerking en de daarbij behorende voorwaarden.
Tussentijds heb ik de burgemeester geïnformeerd over de stand van zaken.
In de verschillende gesprekken heb ik de vertegenwoordigers van de partijen onder andere naar de volgende onderwerpen gevraagd: •
De beoordeling van de afgelopen bestuursperiode door de partij;
•
De prioriteiten zoals door de partij benoemd;
•
De visie van de partij op de financiering;
•
De gewenste coalitievorming volgens de partij;
•
De visie van de partij op het coalitieakkoord en het detailniveau;
•
De wenselijkheid van een raadsakkoord over de majeure opgaven voor de partij.
Sfeer De gesprekken verliepen in een goede sfeer. De partijen stelden zich constructief en verantwoordelijk op. Daarbij was duidelijk dat alle partijen meer dan bereid zijn om een stevige bijdrage te leveren aan een veilige, prettige en leefbare omgeving voor inwoners en een goed ondernemingsklimaat voor bedrijven in Roosendaal, ongeacht of dat vanuit de coalitie of de oppositie gebeurt. Partijen zijn zich bewust van de noodzaak om samen vooruit te kijken, met als doel een mooie toekomst voor iedereen die in Roosendaal woont of werkt.
Alle partijen waren ook uitgesproken over de noodzaak van het (terug)krijgen en houden van het vertrouwen van de inwoners en ondernemers in het bestuur. Partijen willen af van het beeld dat raad en college vooral met zichzelf en elkaar
bezig zijn in plaats van met wat er nodig is om die veilige en leefbare omgeving voor inwoners en een goed ondernemingsklimaat voor bedrijven te realiseren.
In dat licht is bestuurlijke stabiliteit als essentieel uitgangspunt benoemd. Want alleen binnen een goede samenwerking kunnen de beste resultaten worden bereikt. Er vond door partijen dan ook reflectie plaats op de conclusies in het rapport van &vdLaar, het bureau dat onderzoek deed naar de bestuurscultuur, en in het bijzonder op de opstelling en handelswijze van de eigen partij in het verleden en de lessen die daarbij zijn getrokken voor de toekomst. Conclusie Uit de gesprekken trek ik de volgende conclusies:
Aandachtspunt 1: recht doen aan de uitslag van de verkiezingen Als het gaat om recht doen aan de uitslag van de verkiezingen dan betekent dit dat de coalitie een logisch gevolg moet zijn van de stemmen die de kiezers hebben uitgebracht. Een combinatie van de partijen die de meeste stemmen hebben gekregen weerspiegelt de kiezersvoorkeur en ligt daarmee het meest voor de hand.
Vanuit dat uitgangspunt ligt een combinatie van vijf partijen, waarvan er vier vijf zetels hebben gekregen (VLP Roosendaal, VVD, Roosendaalse Lijst, GroenLinks/PvdA) en één vier zetels heeft gekregen (CDA), het meest voor de hand. Deze combinatie levert een coalitie op van vierentwintig zetels en vertegenwoordigt bijna 72 (71,98) % van de kiezers.
Een eventueel alternatief zou een combinatie zijn van de vier partijen die allemaal vijf zetels hebben gekregen (VLP Roosendaal, VVD, Roosendaalse Lijst, GroenLinks/PvdA). Deze combinatie levert een coalitie op van twintig zetels en
vertegenwoordigt bijna 60 (59,8) % van de kiezers.
Een brede coalitie biedt de meeste kans op effectieve resultaten wat gezien de stevige maatschappelijke opgaven die er liggen absoluut noodzakelijk is. Ik zie echter ook aandachtspunten bij een brede coalitie. Een brede coalitie mag niet leiden tot een machtsblok waardoor de raad zijn kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende taken nog nauwelijks uit kan voeren. Een belangrijke randvoorwaarde voor een gezond bestuur bij een brede coalitie is dan ook dat er duaal wordt gewerkt. Meer duaal dan nu wordt gewerkt want nagenoeg alle partijen hebben dat als punt van ontwikkeling benoemd. Te vaak wordt volgens partijen nu nog een voorstel van het college per definitie door de coalitie gesteund waardoor de drie genoemde taken van de raad onvoldoende worden ingevuld.
Wat ook een belangrijke bijdrage kan leveren aan een sterker duaal samenspel is dat er geen dichtgetimmerd coalitieakkoord komt maar een akkoord op hoofdlijnen. Voor een gezonde democratie is het van belang dat alle opvattingen, ook die van minderheden, worden gehoord en worden betrokken bij de besluitvorming. Met een coalitieakkoord op hoofdlijnen krijgt de raad de ruimte om aan de voorkant aan het college kaders mee te geven of om het met een voorstel van het college oneens te zijn.
Aandachtspunt 2: Er moet een stabiele coalitie gevormd worden
Inhoudelijke overeenkomsten en verschillen Tijdens de gesprekken zijn de eventuele inhoudelijke verschillen tussen de partijen besproken. Wat opvalt is dat die tussen de partijen niet bestaan waar het gaat over de vier majeure opgaven: de Kwaliteitssprong, het Nationaal Programma en de ontwikkeling van de Spoorzone en Westrand. Deze majeure opgaven behelzen in omvang en importantie het voornaamste deel van de opgaven waaraan de komende
raadsperiode gewerkt moet worden. De inhoudelijke verschillen betreffen de overige opgaven en zijn qua omvang en importantie dus relatief beperkt. Bij mij is niet het beeld ontstaan dat er binnen díe opgaven sprake is van onoverbrugbare verschillen. De afgelopen twee bestuursperioden hebben inhoudelijke verschillen een vruchtbare samenwerking tussen deze vijf partijen ook niet in de weg gestaan. Relationeel Bij een combinatie van vijf partijen levert iedere partij één wethouder en daarmee ontstaat meer balans in de coalitie en in het verlengde daarvan meer stabiliteit in het college.
De vijf partijen sluiten de ogen niet voor het verleden waar het gaat om de bestuurscultuur. Partijen onderschrijven dat het voor een stabiele coalitie en daarmee een stabiel college echt van cruciaal belang is dat er onderhuids geen oud zeer meer zit. Dit omdat dit oude zeer bij zwaardere momenten opnieuw naar boven kan komen en de onderlinge samenwerking onder druk kan zetten.
De vijf partijen hebben daarom grondig met elkaar gesproken over wat er in het verleden heeft plaatsgevonden en gezamenlijk besloten dit achter zich te laten en samen een nieuwe weg in te slaan naar een gezonde bestuurscultuur en een goede samenwerking. De vijf partijen hebben grondig met elkaar gesproken over de randvoorwaarden voor die goede samenwerking. Daarbij zijn professionele begeleiding, het inbouwen van reflectiemomenten en het elkaar regelmatig opzoeken aan de orde geweest.
Raadsakkoord naast een coalitieakkoord Aan de voorkant was er bij nagenoeg alle partijen draagvlak voor een raadsakkoord over
de vier majeure opgaven. Een aantal van de vijf genoemde partijen heeft in de gesprekken aangegeven de zorg te hebben dat de totstandkoming daarvan een langdurig proces kan zijn waardoor de coalitievorming langer duurt dan nodig. Deze zorg lijkt mij niet terecht. Voorop gesteld bevat een raadsakkoord de hoofdlijnen van het beleid en de gezamenlijke ambitie ten aanzien van in dit geval vier majeure opgaven. Net zoals dit bij een coalitieakkoord op hoofdlijnen het geval is zal een raadsakkoord geen tot in detail uitgewerkt document zijn. Daar komt bij dat de kaders voor drie van de vier majeure opgaven al zijn vastgesteld (de Kwaliteitssprong, het Nationaal Programma en de ontwikkeling van Westrand). Een raadsakkoord over die drie opgaven zal dan ook vooral een bevestiging zijn van het met elkaar vasthouden van de al ingeslagen weg eventueel aangevuld met de daarbij te volgen route. Alleen voor de vierde majeure opgave, de ontwikkeling van de Spoorzone, moeten nog de hoofdlijnen van dat beleid en die gezamenlijke ambitie worden geformuleerd. Een team van medewerkers van de organisatie staat klaar om daar mee te beginnen.
Advies Naar aanleiding van het voorgaande doe ik de volgende aanbevelingen: a. Ga met de fracties VLP Roosendaal, Roosendaalse Lijst, VVD, GL/PvdA en CDA de formatiefase in; b. Leg vast, zoals dat ook voor de informatiefase is gedaan, wat de concrete opdracht aan de formateur is; c. Kom tot een coalitieakkoord op hoofdlijnen en laat daarmee ruimte voor de raad om het college aan de voorkant kaders mee te geven, om het met een voorstel van het college oneens te zijn en om invulling te geven aan de kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende taken; d. Laat alle partijen in de raad aan de voorkant input leveren op dat coalitieakkoord. e. Sluit met alle partijen een raadsakkoord voor wat betreft de vier majeure opgaven. Een raadsakkoord zorgt voor een gevoel van gezamenlijkheid en doorbreekt de klassieke oppositie-coalitie verhouding. Een raadsakkoord vergroot de samenwerking wat de onderlinge verhoudingen ten goede komt, vergroot het eigenaarschap en daarmee ook het draagvlak voor besluiten.
f. Verzoek de regiegroepen Sterke Raad en Krachtig College om in de ontwikkelagenda’s expliciet op te nemen dat een sterker samenspel een dualer samenspel betekent en dat daarin nog ruimte voor verbetering is. g. Kom als presidium frequenter bij elkaar om een team te vormen waarbinnen met elkaar gereflecteerd kan worden op de samenwerking binnen de raad en op duaal werken in relatie tot het college. h. Stel met de vijf partijen samen een profiel op voor kandidaat wethouders waarin wordt benoemd welke eigenschappen, competenties en kennis er nodig zijn om in positieve zin een bijdrage te kunnen leveren aan een stabiel en inhoudelijk stevig college en op basis waarvan de kandidaat, wanneer eenmaal wethouder, een voortrekkersrol kan vervullen voor een gezonde bestuurscultuur. i. Laat als partij de eigenschappen, competenties en kennis in dat profiel leidend zijn bij de selectie door de partij van de voor te dragen kandidaat wethouder. j. Houd als coalitie bij de verdeling van de portefeuilles rekening met de bij die portefeuille best passende eigenschappen, competenties en kennis. Tenslotte De presentatie van dit eindverslag markeert de afronding van de informatiefase. Ik ga ervanuit dat daarmee die opdracht is afgerond.
Het was een eer en een groot genoegen om aan de informatie te mogen werken. Voor een belangrijk deel heeft dat te maken met de constructieve houding van de partijen zelf. In een open sfeer zijn kansen, mogelijkheden en uitdagingen besproken. Ik wil alle partijen dan ook een groot compliment maken. Ik ben hierdoor optimistisch over het vervolg van dit proces. Het doet mij dan ook deugd dat de vijf partijen hebben besloten om mij ook voor de vervolgopdracht te vragen.
Mijn dank ook aan de burgemeester voor zijn inbreng en de griffie voor de ondersteuning. Ik sluit af met het volgende. Met belangstelling heb ik het Verhaal van Roosendaal
gelezen. Geen politiek verhaal, maar een verhaal over de identiteit, het DNA, van Roosendaal. Een verhaal van de mensen zelf en daarin staat: "Roosendaal is gebouwd, gevormd en gemaakt door Roosendalers. En of het nu mee- of tegenzit, wij laten onze schouders niet hangen, maar zetten ze er altijd onder. Dat is wat je terugziet in onze historie. Veerkracht zit in ons DNA." Die veerkracht zie ik ook hier in de gemeenteraad. De wil om samen, met elkaar, de komende jaren te bouwen aan de gemeente Roosendaal.